Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2524(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0076/2019

Ingediende teksten :

B8-0076/2019

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0060

Aangenomen teksten
PDF 181kWORD 60k
Donderdag 31 januari 2019 - Brussel Definitieve uitgave
Genetisch gemodificeerde katoen GHB614 × LLCotton25 × MON 15985
P8_TA(2019)0060B8-0076/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 31 januari 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde katoen GHB614 × LLCotton25 × MON 15985 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D059692/02 – 2019/2524(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde katoen GHB614 × LLCotton25 × MON 15985 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D059692/02),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders(1), en met name artikel 7, lid 3, en artikel 19, lid 3,

–  gezien de stemming van 3 december 2018 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, die geen advies heeft opgeleverd,

–  gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(2),

–  gezien het advies dat op 7 maart 2018 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) is goedgekeurd en op 20 april 2018 is gepubliceerd(3),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (COM(2017)0085, COD(2017)0035),

–  gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen(4),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Bayer CropScience AG op 11 februari 2011 overeenkomstig de artikelen 5 en 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 bij de nationale bevoegde instantie van Nederland een aanvraag voor verlening van een vergunning heeft ingediend voor het in de handel brengen van levensmiddelen, levensmiddeleningrediënten en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde katoen GHB614 × LLCotton25 × MON 15985 en de subcombinatie LLCotton25 × MON 15985 ("de aanvraag"); overwegende dat de aanvraag ook betrekking had op het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde katoen GHB614 × LLCotton25 × MON 15985 en de subcombinatie LLCotton25 × MON 15985 in producten die er geheel of gedeeltelijk uit bestaan voor andere toepassingen dan als levensmiddel of als diervoeder, met uitzondering van de teelt;

B.  overwegende dat de EFSA op 7 maart 2018 een gunstig advies met betrekking tot de aanvraag heeft uitgebracht;

C.  overwegende dat genetisch gemodificeerde katoen GHB614 × LLCotton25 × MON 15985 het 2mEPSPS-eiwit tot expressie brengt, waardoor deze katoen tolerant is voor op glyfosaat gebaseerde herbiciden, het PAT-eiwit tot expressie brengt, waardoor hij tolerant is voor op glufosinaat-ammonium gebaseerde herbiciden, en het Cry1Ac- en het Cry1Ab2-eiwit tot expressie brengt, die bescherming bieden tegen bepaalde schadelijke schubvleugelige insecten; dat het gewas bovendien eiwitten produceert die resistentie veroorzaken tegen antibiotica (NPTII en AAD);

D.  overwegende dat de menselijke consumptie van katoenzaadolie in Europa wel relatief beperkt is, maar dat deze olie kan worden aangetroffen in een grote verscheidenheid aan levensmiddelen, waaronder dressings, mayonaise, banketbakkerswaren, chocoladepasta en chips(5);

E.  overwegende dat katoen voornamelijk aan dieren wordt gevoerd in de vorm van katoenzaadkoeken en katoenzaadmeel of als volvet katoenzaad(6);

Residuen en componenten van de complementaire herbiciden

F.  overwegende dat de toepassing van de complementaire herbiciden, in dit geval glyfosaat en glufosinaat, behoort tot de gangbare landbouwpraktijken bij de teelt van herbicideresistente gewassen en dat daarom te verwachten valt dat zij zullen worden blootgesteld zowel aan hogere als aan herhaalde doses, hetgeen niet alleen zal leiden tot een grotere aanwezigheid van residuen in de oogst, en dus in het ingevoerde product, maar ook van invloed kan zijn op de samenstelling van het genetisch gemodificeerde gewas en op de agronomische eigenschappen ervan;

G.  overwegende dat het gebruik van glufosinaat in de Unie sinds 1 augustus 2018 niet langer is toegestaan, aangezien het is ingedeeld als toxisch ten aanzien van de voortplanting en dus valt onder de uitsluitingscriteria van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad(7);

H.  overwegende dat nog steeds niet alle vragen over de kankerverwekkende eigenschappen van glyfosaat beantwoord zijn; overwegende dat de EFSA in november 2015 tot de conclusie is gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat deze stof kankerverwekkend zou zijn, en dat het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) in maart 2017 heeft besloten dat het niet gerechtvaardigd is de stof als zodanig in te delen; overwegende dat het Internationaal Agentschap voor kankeronderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie daarentegen glyfosaat in 2015 heeft ingedeeld als waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen;

I.  overwegende dat volgens het EFSA-panel voor gewasbeschermingsmiddelen en residuen daarvan geen conclusies kunnen worden getrokken over de veiligheid van residuen die afkomstig zijn van het besproeien van genetisch gemodificeerde gewassen met glyfosaatpreparaten(8); overwegende dat toevoegingsmiddelen en mengsels daarvan die in commerciële glyfosaatsproeistoffen worden gebruikt, giftiger kunnen zijn dan de werkzame stof alleen(9);

J.  overwegende dat de Unie al een toevoegingsmiddel van glyfosaat dat bekend staat als POE-tallowamine van de markt gehaald heeft vanwege bezorgdheid over de giftige eigenschappen ervan; overwegende dat problematische additieven en mengsels echter nog steeds kunnen worden toegestaan in de landen waar deze genetisch gemodificeerde katoen wordt geteeld (momenteel Japan);

K.  overwegende dat gegevens over de hoeveelheden residuen van bestrijdingsmiddelen en hun metabolieten essentieel zijn voor een grondige risicobeoordeling van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen; overwegende dat residuen die afkomstig zijn van besproeiing met herbiciden, worden beschouwd als een kwestie die niet onder de bevoegdheid valt van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen; overwegende dat het effect van besproeiing van het genetisch gemodificeerde katoen met herbiciden niet beoordeeld is, en evenmin het cumulatieve effect van besproeiing zowel met glyfosaat als met glufosinaat;

L.  overwegende dat de lidstaten wettelijk niet verplicht zijn om glyfosaat of residuen van glufosinaat op ingevoerd katoen te meten om naleving te garanderen van de maximumgehalten aan residuen in het kader van het in 2019, 2020 en 2021 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie(10); overwegende dat het meest recente verslag van de Europese Unie over bestrijdingsmiddelenresiduen in levensmiddelen, dat is opgesteld door de EFSA en gebaseerd is op de resultaten van het gecoördineerd meerjarig programma en de afzonderlijke programma's van de lidstaten, geen informatie bevat over de naleving, wat katoen betreft, van de maximumgehalten aan residuen van welk bestrijdingsmiddel ook(11); overwegende dat volgens de recentste gegevens dus niet bekend is of de glyfosaat- of glufosinaatresiduen op genetisch gemodificeerde katoen GHB614 × LLCotton25 × MON 15985 voldoen aan de maximumwaarden voor residuen in de Unie;

Aanwezigheid van de toxische stof gossypol

M.  overwegende dat gossypol een natuurlijk voorkomend toxisch bestanddeel van katoen is; overwegende dat de aanwezigheid van het EPSPS-eiwit kan leiden tot een hoger gehalte aan gossypol in genetisch gemodificeerde gewassen die dit eiwit bevatten(12); overwegende dat het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen heeft geconstateerd dat het vrije gossypol in ruwe katoenzaden van genetisch gemodificeerde katoen GHB614 x LLCotton25 x MON15985 hoger lag dan in de niet-genetisch gemodificeerde comparator (respectievelijk 7 200 mg/kg en 6 000 mg/kg)(13), waarbij beide hoger lagen dan de wettelijke maximumwaarde van 5 000 die in Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad is vastgesteld voor diervoeding(14);

N.  overwegende dat volgens een studie uit 2014 met als titel "Gossypol Toxicity from Cottonseed Products" het meest voorkomende toxische effect bij dieren de aantasting is van de voortplanting bij mannetjes en wijfjes, met als gevolg grote economische verliezen voor de veesector, alsmede een effect op de immuunfunctie, waardoor de resistentie van een dier voor infecties vermindert en de doeltreffendheid van vaccins wordt aangetast(15); overwegende dat het EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen gossypol heeft beschreven als een ongewenste stof in diervoeding(16);

O.  overwegende dat het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen stelt dat het hogere gossypolgehalte in katoenzaad van genetisch gemodificeerde katoen GHB614 x LLCotton25 x MON15985 in vergelijking met de niet-genetisch gemodificeerde comparator in de praktijk geen veiligheidsrisico oplevert voor dieren en mensen, omdat i) het maximumgehalte aan vrij gossypol door Europese wetgeving wordt gereguleerd en ii) gebleekte en geraffineerde katoenzaadolie, alsmede bloem van katoenzaad, die rechtstreeks door de mens kunnen worden geconsumeerd, in wezen vrij zijn van gossypol(17); overwegende dat de EFSA geen beoordeling heeft uitgevoerd van katoenzaadolie (voor menselijke consumptie) en katoenzaadmeel (voor diervoeding), zoals aanbevolen in het huidige consensusdocument van de OESO inzake de samenstelling van nieuwe katoenrassen; overwegende dat de stelling dat gossypol overeenkomstig de wetgeving van de Unie onderworpen is aan wettelijke maximumwaarden, onvoldoende garanties biedt dat genetisch gemodificeerde katoen GHB614 x LLCotton25 × MON15985 veilig is voor consumptie;

Cry-eiwitten en verband met allergische reacties

P.  overwegende dat GHB614 x LLCotton25 x MON15985 twee Bt-toxinen (het Cry1Ac- en het Cry1Ab2-eiwit) tot expressie brengt, die bescherming bieden tegen bepaalde schadelijke schubvleugelige insecten; overwegende dat Cry1-eiwitten zijn erkend als proteïnen met adjuvans-eigenschappen, d.w.z. dat zij mogelijk de allergene eigenschappen van andere levensmiddelen kunnen versterken, maar dat dit niet door de EFSA is geanalyseerd;

Q.  overwegende dat in een wetenschappelijke studie uit 2017 over de mogelijke gevolgen voor de gezondheid van Bt-toxinen en residuen die afkomstig zijn van besproeiing met complementaire herbiciden is geconcludeerd dat er speciale aandacht moet worden besteed aan de residuen van herbiciden en de interactie daarvan met Bt-toxinen(18); overwegende dat dit niet door de EFSA is onderzocht;

Antibioticaresistentie

R.  dat GHB614 x LLcotton25 x MON15985 bovendien eiwitten produceert die resistentie veroorzaken tegen antibiotica (NPTII en AAD); overwegende dat NPT11 resistentie veroorzaakt tegen neomycine en kanamycine; overwegende dat AAD resistentie veroorzaakt tegen streptomycine; overwegende dat al deze antimicrobiële stoffen door de WHO aangemerkt zijn als uiterst belangrijk ("critically important")(19);

S.  overwegende dat krachtens artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad(20) bij het verrichten van een milieurisicobeoordeling in het bijzonder moet worden gelet op genetisch gemodificeerde organismen die genen bevatten welke resistentie tegen bij medische of veterinaire behandelingen gebruikte antibiotica tot expressie brengen, met als algemene doelstelling het identificeren en geleidelijk elimineren van antibioticaresistentiemerkers in genetisch gemodificeerde organismen die mogelijk negatieve effecten op de volksgezondheid en het milieu hebben;

T.  overwegende dat het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen in een advies van 2004 het gebruik heeft onderzocht van antibioticaresistentiemerkers bij de selectie van transgene events in gewassen, omdat de vrees bestaat dat het gebruik van deze merkers kan leiden tot een verhoogde resistentie tegen antibiotica bij mensen en dieren als gevolg van genoverdracht van genetisch gemodificeerde gewassen naar bacteriën;

U.  overwegende dat het AAD-gen volgens dit advies van 2004 behoort tot groep II van antibioticaresistente genen, die beperkt moeten worden tot gebruik in het kader van veldproeven en niet aanwezig mogen zijn in genetisch gemodificeerde gewassen die in de handel mogen worden gebracht(21);

Opmerkingen van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten

V.  overwegende dat de bevoegde instanties gedurende de overlegperiode van drie maanden talrijke kritische opmerkingen hebben ingediend, onder andere, maar niet uitsluitend, met betrekking tot de hierboven uiteengezette kwesties(22);

Gebrek aan democratie in het besluitvormingsproces

W.  overwegende dat de stemming van 3 december 2018 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd, wat betekent dat er voor het verlenen van een vergunning geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden;

X.  overwegende dat de Commissie zowel in de toelichting van haar wetgevingsvoorstel van 22 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 wat betreft de mogelijkheid voor de lidstaten om het gebruik van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders op hun grondgebied te beperken of te verbieden, als in de toelichting van het wetgevingsvoorstel van 14 februari 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011, haar ongenoegen heeft laten blijken over het feit dat vergunningsbesluiten sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1829/2003 worden vastgesteld door de Commissie zonder gesteund te worden door het advies van het Comité van lidstaten, en dat de terugzending van het dossier naar de Commissie met het oog op een definitief besluit, bedoeld als uitzondering voor de procedure in zijn geheel, de norm is geworden voor de besluitvorming rond het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders; overwegende dat Commissievoorzitter Juncker meermaals zijn ongenoegen heeft geuit over het povere democratisch gehalte van die werkwijze(23);

Y.  overwegende dat het Parlement het wetgevingsvoorstel van 22 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 op 28 oktober 2015 in eerste lezing heeft verworpen(24), en de Commissie heeft verzocht het voorstel in te trekken en een nieuw voorstel in te dienen;

1.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie een overschrijding inhoudt van de uitvoeringsbevoegdheden waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 1829/2003;

2.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken;

3.  verzoekt de Commissie geen enkele vergunning te verlenen voor de invoer voor gebruik als levensmiddel of als diervoeder van genetisch gemodificeerde gewassen die tolerant zijn gemaakt voor een herbicide dat niet is toegestaan voor gebruik binnen de Unie, in dit geval glufosinaat;

4.  verzoekt de Commissie geen enkele vergunning te verlenen voor herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen zonder dat er een volledige beoordeling is verricht van de residuen die afkomstig zijn van besproeiing met de complementaire herbiciden en hun commerciële toepassingen in de landen waar ze worden geteeld;

5.  verzoekt de Commissie de risicobeoordeling van de toepassing van complementaire herbiciden en hun residuen volledig op te nemen in de risicobeoordeling van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen, ongeacht of het genetisch gemodificeerde gewas bestemd is voor teelt in de Unie of bedoeld is voor de invoer in de Unie voor gebruik als levensmiddel en diervoeder;

6.  verzoekt de Commissie geen vergunning te verlenen voor genetisch gemodificeerde gewassen die antimicrobieel resistente genen bevatten;

7.  herhaalt zich te willen inzetten om vooruitgang te boeken met betrekking tot het voorstel van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011; vraagt de Raad dringend werk te maken van zijn behandeling van dat Commissievoorstel;

8.  verzoekt de Commissie elk uitvoeringsbesluit met betrekking tot vergunningsaanvragen voor ggo's op te schorten totdat de vergunningsprocedure zodanig is herzien dat de tekortkomingen van de huidige procedure, die inadequaat is gebleken, zijn weggewerkt;

9.  verzoekt de Commissie voorstellen voor ggo-vergunningen in te trekken als het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid geen advies uitbrengt, zowel voor gebruik in de teelt als voor gebruik als levensmiddel en diervoeder;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.
(2) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(3) Assessment of genetically modified cotton GHB614 × LLCotton25 × MON 15985 for food and feed uses, under Regulation (EC) No 1829/2003 (application EFSA‐GMO‐NL‐2011‐94), https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/5213
(4)––––––––––––––––––––––––––– – Resolutie van 16 januari 2014 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het in de handel brengen voor de teelt, overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad, van een maisproduct (Zea mays L., lijn 1507), genetisch gemodificeerd met het oog op resistentie tegen bepaalde schadelijke schubvleugelige insecten (PB C 482 van 23.12.2016, blz. 110).Resolutie van 16 december 2015 over Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2279 van de Commissie van 4 december 2015 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais NK603 × T25 (PB C 399 van 24.11.2017, blz. 71).Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87705 × MON 89788 (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 19).Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87708 × MON 89788 (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 17).Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja FG72 (MST-FGØ72-2) (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 15).Resolutie van 8 juni 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × MIR604 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee of drie van die "events" (PB C 86 van 6.3.2018, blz. 108).Resolutie van 8 juni 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen van een genetisch gemodificeerde anjer (Dianthus caryophyllus L., lijn SHD-27531-4) (PB C 86 van 6.3.2018, blz. 111).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van de genetisch gemodificeerde mais MON 810 (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 76).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten van de genetisch gemodificeerde mais MON 810 (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 80).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van de genetisch gemodificeerde mais Bt11 (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 70).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van de genetisch gemodificeerde mais 1507 (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 73).Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd katoen 281-24-236 × 3006-210-23 × MON 88913 (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 83).Resolutie van 5 april 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee, drie of vier van de "events" Bt11, 59122, MIR604, 1507 en GA21, ingevolge Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 298 van 23.8.2018, blz. 34).Resolutie van 17 mei 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais DAS-40278-9, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 307 van 30.8.2018, blz. 71).Resolutie van 17 mei 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde katoen GHB119 (BCS-GHØØ5-8), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB C 307 van 30.8.2018, blz. 67).Resolutie van 13 september 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde soja DAS-68416-4, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 337 van 20.9.2018, blz. 54).Resolutie van 4 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde soja FG72 × A5547-127, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 346 van 27.9.2018, blz. 55).Resolutie van 4 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde soja DAS-44406-6, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 346 van 27.9.2018, blz. 60).Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais 1507 (DAS-Ø15Ø7-1), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 346 van 27.9.2018, blz. 122).Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja 305423 × 40-3-2 (DP-3Ø5423-1 × MON-Ø4Ø32-6), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 346 van 27.9.2018, blz. 127).Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd koolzaad MON 88302 × Ms8 × Rf3 (MON-883Ø2-9 × ACSBNØØ5-8 × ACS‑BNØØ3-6), MON 88302 × Ms8 (MON-883Ø2-9 × ACSBNØØ5-8) en MON 88302 × Rf3 (MON-883Ø2-9 × ACS-BNØØ3-6), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 346 van 27.9.2018, blz. 133).Resolutie van 1 maart 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais 59122 (DAS-59122-7), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0051).Resolutie van 1 maart 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603 (MON-87427-7 × MON-89Ø34-3 × MON-ØØ6Ø3-6), en genetisch gemodificeerde mais die bestaat uit een combinatie van twee van de "events" MON 87427, MON 89034 en NK603, en tot intrekking van Besluit 2010/420/EU (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0052).Resolutie van 3 mei 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van levensmiddelen en diervoeders die zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde suikerbiet H7-1 (KM-ØØØH71-4), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0197).Resolutie van 30 mei 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais GA21 (MON-ØØØ21-9), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0221).Resolutie van 30 mei 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais 1507 × 59122 × MON 810 × NK603, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee of drie van de "events" 1507, 59122, MON 810 en NK603, en tot intrekking van Beschikkingen 2009/815/EG, 2010/428/EU en 2010/432/EU, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0222).Resolutie van 24 oktober 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais NK603 × MON 810 (MON-ØØ6Ø3-6 × MON-ØØ81Ø-6) krachtens Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0416).Resolutie van 24 oktober 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × 1507 × MON 88017 × 59122 en genetisch gemodificeerde mais die twee, drie of vier van de transformatiestappen MON 87427, MON 89034, 1507, MON 88017 en 59122 combineert, en tot intrekking van Besluit 2011/366/EU (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0417).
(5) EFSA-advies, blz. 17 https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/5213.
(6) EFSA-advies, blz. 18 https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/5213.
(7) Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).
(8) Conclusie van de EFSA over de intercollegiale toetsing van de pesticide-risicobeoordeling van de werkzame stof glyfosaat. EFSA Journal 2015;13 (11):4302, http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.2903/j.efsa.2015.4302/epdf
(9) https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3955666
(10) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/555 van de Commissie van 9 april 2018 inzake een in 2019, 2020 en 2021 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie tot naleving van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan bestrijdingsmiddelenresiduen in en op levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong (PB L 92 van 10.4.2018, blz. 6).
(11) Verslag van de Europese Unie over bestrijdingsmiddelenresiduen in levensmiddelen van 2016 https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/5348.
(12) https://www.testbiotech.org/node/2209 p. 2.
(13) EFSA-advies, blz. 14, https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/5213.
(14) In Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10) wordt een maximumgehalte aan gossypol in katoenzaad (als voedermiddel) vastgesteld van 5 000 mg/kg. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02002L0032-20131227
(15) https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4033412/
(16) EFSA-advies, blz. 15 https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/5213.
(17) EFSA-advies, blz. 15 https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/5213.
(18) https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5236067/
(19) Blz. 21 http://apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/255027/9789241512220-eng.pdf;jsessionid=11933F77EEEE4D6E7BD574889996C4E6?sequence=1.
(20) Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).
(21) https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/epdf/10.2903/j.efsa.2004.48
(22) Zie bijlage G - Opmerkingen van de lidstaten http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/questionDocumentsLoader?question=EFSA-Q-2018-00147.
(23) Hij deed dit onder meer in zijn openingstoespraak voor de plenaire zitting van het Europees Parlement, opgenomen in de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie (Straatsburg, 15 juli 2014) of in zijn State of the Union van 2016 (Straatsburg, 14 september 2016).
(24) PB C 355 van 20.10.2017, blz. 165.

Laatst bijgewerkt op: 12 november 2019Juridische mededeling