Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0267M(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0034/2019

Ingediende teksten :

A8-0034/2019

Debatten :

PV 11/02/2019 - 15
CRE 11/02/2019 - 15

Stemmingen :

PV 12/02/2019 - 9.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0064

Aangenomen teksten
PDF 132kWORD 52k
Dinsdag 12 februari 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Republiek Ivoorkust en de EU (2018-2024) (resolutie)
P8_TA-PROV(2019)0064A8-0034/2019

Niet-wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 februari 2019 over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust (2018-2024) (10858/2018 – C8-0387/2018 – 2018/0267M(NLE))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (10858/2018),

–  gezien het protocol tot tenuitvoerlegging van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust (2018-2024) (10856/2018),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 43, artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), v), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0387/2018),

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 12 februari 2019(1) over het ontwerp van besluit,

–  gezien artikel 99, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A8-0034/2019),

A.  overwegende dat de Commissie en de regering van Ivoorkust hebben onderhandeld over een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij (SFPA EU-Ivoorkust) en een protocol tot tenuitvoerlegging voor een periode van zes jaar;

B.  overwegende dat de SFPA EU-Ivoorkust in het algemeen tot doel heeft de samenwerking op visserijgebied tussen de EU en Ivoorkust te versterken, in het belang van beide partijen, door een beleid voor duurzame visserij en duurzame exploitatie van visbestanden in de exclusieve economische zone (EEZ) van Ivoorkust te bevorderen;

C.  overwegende dat de benutting van de vangstmogelijkheden in het kader van de vorige SFPA EU-Ivoorkust rond de 79 % lag, wat in het algemeen als goed wordt beschouwd; overwegende echter dat beugvisserijvaartuigen in die periode geen gebruik hebben gemaakt van de beschikbare vangstmogelijkheden;

D.  overwegende dat de opeenvolging van verschillende SFPA's tussen de EU en Ivoorkust heeft bijgedragen tot de economie van Ivoorkust, in zoverre dat een beroep wordt gedaan op lokale zeelieden, de haven van Abidjan en de plaatselijke conserveringsfaciliteiten, dat de bijvangst van EU-vaartuigen voor tonijnvisserij met de zegen wordt benut en de lokale controlecapaciteit is versterkt (hoewel deze over het algemeen bescheiden is);

E.  overwegende dat de SFPA EU-Ivoorkust een effectievere duurzame ontwikkeling van de Ivoriaanse vissersgemeenschappen en van verwante industrieën en activiteiten moet bevorderen; overwegende dat de steun die zal worden verleend in het kader van het protocol coherent moet zijn met de nationale ontwikkelingsplannen – met name het strategisch plan voor de ontwikkeling van de veeteelt, de visserij en de aquacultuur (PSDEPA) – en het actieplan "blauwe groei", dat is ontworpen met de Verenigde Naties om de productie in de sector te verhogen en te professionaliseren om te kunnen voorzien in de behoeften van de bevolking aan voedsel en banen; overwegende dat uit bovengenoemd strategisch plan blijkt dat voor de verwezenlijking van die doelen een begroting van meer dan 140 miljoen EUR nodig is;

F.  overwegende dat de EU, via het Europees Ontwikkelingsfonds, een meerjarige begroting ten bedrage van 273 miljoen EUR bijdraagt aan Ivoorkust en deze middelen concentreert op een aantal domeinen, waaronder infrastructuur, gezondheid en humanitaire hulp;

1.  is van mening dat de SFPA EU-Ivoorkust twee doelen moet nastreven die beide even belangrijk zijn: (1) de vaartuigen van de EU vangstmogelijkheden in de EEZ van Ivoorkust bieden, op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies en zonder te tornen aan de maatregelen voor instandhouding en beheer die worden genomen door de regionale organisaties waar Ivoorkust bij is aangesloten – hoofdzakelijk de ICCAT – of het beschikbare overschot te overschrijden; en (2) samenwerking tussen de EU en Ivoorkust bevorderen met het oog op een duurzaam visserijbeleid en een verantwoordelijke exploitatie van de visbestanden in de Ivoriaanse visserijzone, en bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van de visserijsector van Ivoorkust door middel van economische, financiële, technische en wetenschappelijke samenwerking, zonder de soevereine keuzes en strategieën van Ivoorkust ten aanzien van die ontwikkeling te ondermijnen;

2.  vestigt de aandacht op de bevindingen van de retrospectieve en prospectieve beoordeling van het protocol bij de SFPA EU-Ivoorkust, die werd verricht in september 2017 en waarin wordt gesteld dat het protocol bij de SFPA 2013-2018 in het algemeen had bewezen effectief en efficiënt te zijn en was afgestemd op de desbetreffende belangen, alsook consistent was met het Ivoriaanse sectorale beleid en in hoge mate aanvaardbaar was voor de belanghebbenden, en waarin de aanbeveling werd gedaan een nieuw protocol op te stellen;

3.  is van mening dat de SFPA EU-Ivoorkust en het bijbehorende protocol, wanneer zij ten uitvoer worden gelegd en bij een eventuele herziening en/of verlenging ervan, moeten kunnen worden afgestemd op het PSDEPA en het actieplan "blauwe groei" voor de ontwikkeling van de Ivoriaanse visserijsector, en dat zij met name:

   de governance moeten verbeteren, meer bepaald de opstelling en validering van wetgeving en de verdere ontwikkeling van beheersplannen;
   de controle en surveillance in de EEZ van Ivoorkust moeten aanscherpen;
   de maatregelen ter bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) moeten versterken, ook in de binnenwateren;
   de bouw en/of renovatie van loskades en havens mogelijk moeten maken, met inbegrip van – maar niet beperkt tot – de haven van Abidjan;
   de omstandigheden in rokerijen moeten verbeteren, met name voor vrouwen, om zo te zorgen voor een doeltreffender conserveringssysteem;
   de arbeidsomstandigheden voor vrouwen moeten helpen verbeteren, daar zij hoofdzakelijk instaan voor de verwerking van bijvangst;
   beschermde mariene gebieden moeten aanwijzen;
   partnerschappen met derde landen moeten versterken in de vorm van visserijovereenkomsten, waarbij wordt gewaakt over transparantie door de inhoud van deze overeenkomsten te publiceren en door een regionaal programma op te stellen om waarnemers op te leiden en in te zetten;
   de bouw van vismarkten mogelijk moeten maken;
   ervoor moeten zorgen dat organisaties die mannen en vrouwen in de visserijsector vertegenwoordigen sterker worden, met name waar het gaat om ambachtelijke visserij, om zo hun technische, beheers- en onderhandelingsvaardigheden te verbeteren;
   moeten zorgen voor de oprichting en/of renovatie van centra voor basis- en beroepsopleiding, om zo het vaardighedenniveau van vissers en zeelieden te verhogen;
   de wetenschappelijke onderzoekscapaciteit en het vermogen om toezicht uit te oefenen op de visbestanden moeten versterken;
   de duurzaamheid van mariene hulpbronnen in het algemeen moeten verbeteren;

4.  is van mening dat de regelgeving om ACS-zeelieden op EU-vissersvaartuigen te laten aanmonsteren, tot 20 % van de bemanning, ambitieuzer zou kunnen; herhaalt dat de IAO-beginselen moeten worden nageleefd en pleit er met name voor dat IAO-Verdrag nr. 188 wordt ondertekend, omdat dit impliceert dat de algemene beginselen van vrijheid van vereniging, vrijheid van collectieve onderhandeling voor werknemers en non-discriminatie op de arbeidsmarkt en op de werkplek in acht moeten worden genomen; dringt er tevens op aan rekening te houden met de eis van plaatselijke vissersvakbonden om socialezekerheids-, gezondheids- en pensioenrechten voor ACS-zeelieden beter in de praktijk om te zetten;

5.  is van mening dat er informatie moet worden ingewonnen over de voordelen die de toepassing van het protocol zal opleveren voor de lokale economie (werkgelegenheid, infrastructuur, sociale verbeteringen);

6.  acht het wenselijk de kwantiteit en de nauwkeurigheid van gegevens over alle vangsten (doelsoorten en bijvangsten) en over de staat van instandhouding van visbestanden te verbeteren en te zorgen voor een betere tenuitvoerlegging van de financiële middelen voor sectorale steun, zodat het effect van de overeenkomst op het mariene ecosysteem en de vissersgemeenschappen nauwkeuriger kan worden gemeten; verzoekt de Commissie te helpen waarborgen dat de organen die verantwoordelijk zijn voor toezicht op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst, met inbegrip van een gemengde wetenschappelijke commissie die daartoe moet worden opgericht, in alle openheid hun werk kunnen doen, en dat verenigingen van ambachtelijke vissers en vrouwelijke visrokers, vakbonden, vertegenwoordigers van kustgemeenschappen, alsook Ivoriaanse maatschappelijke organisaties worden geraadpleegd;

7.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om in hun op Ivoorkust gerichte beleid inzake samenwerking en officiële ontwikkelingshulp te bedenken dat het Europees Ontwikkelingsfonds en de sectorale steun die in deze SFPA wordt geregeld elkaar moeten aanvullen om sneller en effectiever bij te dragen tot de emancipatie van de plaatselijke vissersgemeenschappen en tot de volledige uitoefening van de soevereiniteit van Ivoorkust over de visbestanden van dat land;

8.  verzoekt de Commissie om de Republiek Ivoorkust ertoe aan te sporen de financiële bijdrage waarin is voorzien uit hoofde van het protocol te gebruiken om de nationale visserijsector duurzaam te versterken, door de vraag naar lokale investerings- en industriële projecten te stimuleren en lokale banen te creëren;

9.  verzoekt de Commissie het Parlement de notulen en conclusies toe te zenden van de vergaderingen van de gemengde commissie als bedoeld in artikel 9 van de overeenkomst, alsook het meerjarige sectorale programma als vermeld in artikel 4 van het protocol en de resultaten van de jaarlijkse evaluaties, en deze documenten publiek te maken; verzoekt de Commissie voorts de deelname van vertegenwoordigers van het Parlement als waarnemer op de bijeenkomsten van de gemengde commissie mogelijk te maken en de deelname van Ivoriaanse vissersgemeenschappen aan te moedigen;

10.  verzoekt de Commissie en de Raad om het Parlement binnen de grenzen van hun bevoegdheden in alle fasen van de procedures in verband met het protocol en, in voorkomend geval, de verlenging ervan onmiddellijk en volledig te informeren, overeenkomstig artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 218, lid 10, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

11.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van de Republiek Ivoorkust.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0063.

Laatst bijgewerkt op: 13 februari 2019Juridische mededeling