Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0164(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0028/2019

Ingediende teksten :

A8-0028/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/02/2019 - 9.13

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0074

Aangenomen teksten
PDF 220kWORD 63k
Dinsdag 12 februari 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Btw: definitief stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten *
P8_TA-PROV(2019)0074A8-0028/2019

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 februari 2019 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de invoering van de nadere technische maatregelen voor de werking van het definitieve btw-stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten (COM(2018)0329 – C8-0317/2018 – 2018/0164(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2018)0329),

–  gezien artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0317/2018),

–  gezien artikel 78 quater van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8‑0028/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  Toen de Raad in 1967 bij Richtlijnen 62/227/EEG1 en 67/228/EEG2 van de Raad het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde vaststelde, werd ook de principeafspraak gemaakt om een definitief btw-stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten tot stand te brengen dat op dezelfde wijze zou functioneren als een stelsel binnen één lidstaat. Aangezien de politieke en technische omstandigheden evenwel niet rijp waren voor een dergelijk stelsel, is eind 1992 bij de afschaffing van de fiscale grenzen tussen de lidstaten een btw-overgangsregeling vastgesteld. In Richtlijn 2006/112/EG3 van de Raad, die thans van kracht is, is bepaald dat deze overgangsregeling moet worden vervangen door een definitieve regeling die in beginsel is gebaseerd op belastingheffing in de lidstaat van oorsprong van de goederenleveringen of diensten.
(1)  Toen de Raad in 1967 bij Richtlijnen 62/227/EEG1 en 67/228/EEG2 van de Raad het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde vaststelde, werd ook de principeafspraak gemaakt om een definitief btw-stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten tot stand te brengen dat op dezelfde wijze zou functioneren als een stelsel binnen één lidstaat. Aangezien de politieke en technische omstandigheden evenwel niet rijp waren voor een dergelijk stelsel, is eind 1992 bij de afschaffing van de fiscale grenzen tussen de lidstaten een btw-overgangsregeling vastgesteld. In Richtlijn 2006/112/EG3 van de Raad, die thans van kracht is, is bepaald dat deze overgangsregeling moet worden vervangen door een definitieve regeling die in beginsel is gebaseerd op belastingheffing in de lidstaat van oorsprong van de goederenleveringen of diensten. Deze overgangsregels bestaan nu echter al enkele decennia, hetgeen resulteert in een complex overgangsstelsel voor de btw dat vatbaar is voor grensoverschrijdende btw-fraude binnen de Unie. Deze overgangsregels vertonen talrijke tekortkomingen, waardoor het btw-stelsel niet volledig efficiënt is en evenmin verenigbaar met de eisen van een echte interne markt. De kwetsbaarheid van het overgangsstelsel voor de btw bleek reeds enkele jaren na de vaststelling ervan. Sindsdien zijn meerdere wetgevings- (verbetering van de administratieve samenwerking, kortere termijnen voor de indiening van de lijsten, sectorale verlegging) en niet-wetgevingsmaatregelen genomen. De onlangs gehouden studies naar de btw-kloof laten evenwel zien dat nog heel veel btw niet wordt geïnd. Dit is het eerste wetgevingsvoorstel sinds de vaststelling van de huidige btw-regels in 1992 en is gericht op het aanpakken van de oorzaken van grensoverschrijdende fraude. In haar mededeling van 28 oktober 2015 getiteld "De eengemaakte markt verbeteren: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen" stelt de Commissie dat de complexiteit van de huidige btw-voorschriften één van de voornaamste obstakels is voor de voltooiing van de interne markt. Tegelijkertijd is de btw-kloof, die wordt gedefinieerd als het verschil tussen het bedrag aan btw dat daadwerkelijk wordt geïnd en het theoretische bedrag dat naar verwachting zal worden geïnd, in de EU‑28 toegenomen tot 151,5 miljard EUR in 2015. Hieruit blijkt dat het btw-stelsel dringend grondig moet worden hervormd om tot een definitief btw-stelsel te komen, de grensoverschrijdende handel binnen de Unie te vergemakkelijken en te vereenvoudigen, en het stelsel fraudebestendiger te maken.
__________________
__________________
1 Eerste Richtlijn 67/227/EEG van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting (PB 71 van 14.4.1967, blz. 1301).
1 Eerste Richtlijn 67/227/EEG van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting (PB 71 van 14.4.1967, blz. 1301).
2 Tweede Richtlijn 67/228/EEG van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Structuur en wijze van toepassing van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 71 van 14.4.1967, blz. 1303).
2 Tweede Richtlijn 67/228/EEG van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Structuur en wijze van toepassing van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 71 van 14.4.1967, blz. 1303).
3 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
3 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)  Daarnaast heeft de Commissie, daarin gesteund door het Europees Parlement, tot nu toe altijd aangegeven dat een btw-stelsel met belastingheffing op de plaats van oorsprong dé manier is om het btw-stelsel van de EU meer fraudebestendig te maken, én bijdraagt aan de goede werking van de eengemaakte markt. Het onderhavige initiatief stoelt echter op de voorkeur van de lidstaten, d.w.z. belastingheffing in de lidstaat van bestemming, teneinde de lidstaten een bepaalde mate van flexibiliteit te bieden bij het vaststellen van de btw-tarieven.
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  De Raad, daarin gesteund door het Europees Parlement1 en het Economisch en Sociaal Comité2, heeft bevestigd dat een op het oorsprongsbeginsel gebaseerd stelsel niet haalbaar was en heeft de Commissie verzocht van start te gaan met grondige technische werkzaamheden en een op brede basis gestoelde dialoog met de lidstaten om in detail de verschillende mogelijkheden tot invoering van het bestemmingsbeginsel te onderzoeken3.
(2)  De Raad, daarin gesteund door het Europees Parlement1 en het Economisch en Sociaal Comité2, heeft bevestigd dat een op het oorsprongsbeginsel gebaseerd stelsel niet haalbaar was en heeft de Commissie verzocht van start te gaan met grondige technische werkzaamheden en een op brede basis gestoelde dialoog met de lidstaten om in detail de verschillende mogelijkheden tot invoering van het bestemmingsbeginsel te onderzoeken3, teneinde te waarborgen dat de levering van goederen van de ene lidstaat naar de andere wordt belast alsof het een levering en een verwerving binnen één en dezelfde lidstaat betreft. De totstandbrenging van één btw-ruimte in de Unie is van cruciaal belang om de nalevingskosten voor bedrijven - en in het bijzonder grensoverschrijdend opererende kmo's - te verminderen, de risico's van grensoverschrijdende btw-fraude te verlagen en de btw-gerelateerde procedures te vereenvoudigen. Het definitieve btw-stelsel zal de eengemaakte markt versterken en betere voorwaarden scheppen voor grensoverschrijdende handel. Het moet rekening houden met de veranderingen die nodig zijn naar aanleiding van de technologische ontwikkelingen en de digitalisering. Deze richtlijn bevat de technische maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de zogenaamde 'hoekstenen' als bedoeld in het voorstel van de Commissie van 18 januari 20183 bis. De lidstaten moeten derhalve besluiten nemen over de hierboven bedoelde 'hoekstenen', met het oog op de snelle tenuitvoerlegging van deze richtlijn.
__________________
__________________
1 Resolutie van het Europees Parlement van 13 oktober 2011 over de toekomst van de btw (P7_TA(2011)0436) http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=TA&language=NL&reference=P7-TA-2011-0436
1 Resolutie van het Europees Parlement van 13 oktober 2011 over de toekomst van de btw (P7_TA(2011)0436) http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=TA&language=NL&reference=P7-TA-2011-0436
2 Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 juli 2011 over "De toekomst van de btw - Naar een eenvoudiger, solider en efficiënter btw-stelsel (groenboek)" http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex:52011AE1168
2 Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 juli 2011 over "De toekomst van de btw - Naar een eenvoudiger, solider en efficiënter btw-stelsel (groenboek)" http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex:52011AE1168
3 Conclusies van de Raad over de toekomst van de btw - 3167e zitting van de Raad Economische en Financiële Zaken, Brussel, 15 mei 2012 (zie met name punt B 4) http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ecofin/130257.pdf
3 Conclusies van de Raad over de toekomst van de btw - 3167e zitting van de Raad Economische en Financiële Zaken, Brussel, 15 mei 2012 (zie met name punt B 4) http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ecofin/130257.pdf
3 bis Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EEG wat de BTW-tarieven betreft, COM(2018)0020, 2018/0005(CNS).
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)  In haar btw-actieplan1 heeft de Commissie beschreven welke wijzigingen in het btw-stelsel moeten worden doorgevoerd om een dergelijk op bestemming gebaseerd stelsel voor het handelsverkeer binnen de Unie tot stand te brengen door middel van de belastingheffing van grensoverschrijdende prestaties. De Raad heeft daarop de conclusies van dat actieplan nogmaals bevestigd en onder andere zijn standpunt herhaald dat het beginsel van belastingheffing op de plaats van oorsprong, zoals dat was beoogd voor het definitieve btw-stelsel, moet worden vervangen door het beginsel van belastingheffing in de lidstaat van bestemming2.
(3)  In haar btw-actieplan1 heeft de Commissie beschreven welke wijzigingen in het btw-stelsel moeten worden doorgevoerd om een dergelijk op bestemming gebaseerd stelsel voor het handelsverkeer binnen de Unie tot stand te brengen door middel van de belastingheffing van grensoverschrijdende prestaties. De Raad heeft daarop de conclusies van dat actieplan nogmaals bevestigd en onder andere zijn standpunt herhaald dat het beginsel van belastingheffing op de plaats van oorsprong, zoals dat was beoogd voor het definitieve btw-stelsel, moet worden vervangen door het beginsel van belastingheffing in de lidstaat van bestemming2. Deze wijziging moet bijdragen aan een verlaging van de grensoverschrijdende btw-fraude met naar schatting 50 miljard EUR per jaar.
__________________
__________________
1 Actieplan betreffende de btw: naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU – tijd om knopen door te hakken (COM(2016)148 final van 7.4.2016).
1 Actieplan betreffende de btw: naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU – tijd om knopen door te hakken (COM(2016)148 final van 7.4.2016).
2 Zie: http://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2016/05/25-conclusions-vat-action-plan/
2 Zie: http://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2016/05/25-conclusions-vat-action-plan/
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)   Om een efficiënte samenwerking tussen de lidstaten te waarborgen, moet de Commissie voor de transparantie van het systeem zorgen, met name via de jaarlijkse verplichte bekendmaking van de fraude die in elke lidstaat is gepleegd. Transparantie is immers belangrijk om inzicht te krijgen in de omvang van de fraude, het bewustzijn bij het grote publiek te vergroten en druk uit te oefenen op de lidstaten.
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)   Er moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de standpunten van het Europees Parlement zoals tot uitdrukking gebracht in zijn wetgevingsresoluties van 3 oktober 2018 over het voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft harmonisering en vereenvoudiging van bepaalde regels in het btw-stelsel en tot invoering van het definitieve stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten (COM(2017)0569 – C8-0363/2017 – 2017/0251(CNS)) en over het voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat de btw-tarieven betreft (COM(2018)0020 – C8-0023/2018 – 2018/0005(CNS)), en in zijn wetgevingsresolutie van 3 juli 2018 over het gewijzigde voorstel voor een Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 wat betreft maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (COM(2017)0706 – C8-0441/2017 – 2017/0248(CNS)).
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
(13)  De algemene regel voor leveringen van goederen, met inbegrip van intra-Unieleveringen, en diensten moet erin bestaan dat de leverancier of dienstverrichter de btw moet voldoen.
(13)  De algemene regel voor leveringen van goederen, met inbegrip van intra-Unieleveringen, en diensten moet erin bestaan dat de leverancier of dienstverrichter de btw moet voldoen. Deze nieuwe beginselen zullen de lidstaten in staat stellen btw-fraude beter te bestrijden, met name intracommunautaire carousselfraude (Missing Trader Intra-Community - MTIC), die op ten minste 50 miljard EUR per jaar wordt geraamd.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14 bis (nieuw)
(14 bis)   Er moeten strikte criteria worden ingevoerd, die door alle lidstaten op geharmoniseerde wijze worden toegepast, om te bepalen welke ondernemingen in aanmerking komen voor de status van gecertificeerd belastingplichtige, en er moeten gemeenschappelijke regels en bepalingen worden vastgesteld die leiden tot boetes en sancties voor wie ze niet naleeft.
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14 ter (nieuw)
(14 ter)   De Commissie moet worden belast met de presentatie van verdere richtsnoeren en met het toezicht op de correcte toepassing van dergelijke geharmoniseerde criteria door de lidstaten in de hele Unie.
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
(15)  De regels inzake de tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling voor roerende goederen moeten worden herzien om de samenhang ervan te waarborgen met de nieuwe regels betreffende de persoon die de btw op intra-Unieleveringen van goederen moet voldoen.
(15)  De regels inzake de tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling voor roerende goederen moeten worden herzien om de samenhang ervan te waarborgen met de nieuwe regels betreffende de persoon die de btw op intra-Unieleveringen van goederen moet voldoen. Met de tenuitvoerlegging van deze richtlijn is de tijdelijke toepassing van het verleggingsmechanisme mogelijkerwijs niet langer noodzakelijk. De Commissie moet derhalve t.z.t. nadenken over de noodzaak van intrekking van het voorstel voor een tijdelijke toepassing van het verleggingsmechanisme.
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 23
(23)  Om de samenhang van de btw-rapportageverplichtingen voor grote ondernemingen te waarborgen, moet de frequentie waarmee btw-aangiften in het kader van deze bijzondere regeling moeten worden ingediend, worden herzien en de verplichting worden toegevoegd dat belastingplichtigen die van de bijzondere regeling gebruikmaken, maandelijks een btw-aangifte in het kader van de regeling moeten indienen wanneer hun jaaromzet in de Unie hoger is dan 2 500 000 EUR.
(23)  Om de samenhang van de btw-rapportageverplichtingen voor grote ondernemingen te waarborgen, moet de frequentie waarmee btw-aangiften in het kader van deze bijzondere regeling moeten worden ingediend, worden herzien en de verplichting worden toegevoegd dat belastingplichtigen die van de bijzondere regeling gebruikmaken, maandelijks een btw-aangifte in het kader van de regeling moeten indienen wanneer hun btw-jaaromzet in de Unie hoger is dan 2 500 000 EUR.
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25 bis (nieuw)
(25 bis)   Een hoog niveau van niet-naleving leidt niet alleen tot economische verliezen voor belastingplichtigen die zich aan de regels houden, maar vormt ook een bedreiging voor de samenhang en de coherentie van de begroting en creëert een algemeen gevoel van oneerlijkheid door concurrentievervalsing. Een efficiënt en begrijpelijk systeem is van essentieel belang voor het genereren van overheidsinkomsten en voor het verantwoordelijkheidsgevoel van zowel burgers als bedrijven.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 26 bis (nieuw)
(26 bis)   Statistieken tonen aan dat fraudeurs de zwakte van het systeem benutten en de ontwikkeling van de economie en de dynamische groei van de vraag naar bepaalde goederen volgen. Daarom moet een systeem worden opgezet dat voldoende dynamisch is om het hoofd te bieden aan schadelijke praktijken en om het niveau van zowel opzettelijke niet-naleving (fraude), als onopzettelijke niet-naleving te beperken.
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 26 ter (nieuw)
(26 ter)   De Commissie moet, in het bijzonder rekening houdend met de behoeften van kmo's die intracommunautair grensoverschrijdend actief zijn en om de handel in de interne markt te stimuleren en de rechtszekerheid te vergroten, samen met de lidstaten op het niveau van de Unie een alomvattend informatieportaal over btw opzetten voor het bedrijfsleven. Op dat meertalige portaal moet snel actuele en nauwkeurige informatie kunnen worden verkregen over de toepassing van het btw-stelsel in de verschillende lidstaten en met name over de juiste btw-tarieven voor verschillende goederen en diensten in de verschillende lidstaten, alsook over de voorwaarden voor de toepassing van het nultarief. Een dergelijk portaal kan ook bijdragen tot het aanpakken van de huidige btw-kloof.
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 26 quater (nieuw)
(26 quater)   Het éénloketsysteem vormt de kern van het nieuwe op bestemming gebaseerde systeem, dat nodig is om een aanzienlijke toename van de complexiteit van het btw-stelsel en de administratieve last te voorkomen. Om interoperabiliteit, gebruiksgemak en toekomstige fraudebestendigheid te garanderen, moet het éénloketsysteem voor bedrijven werken met een geharmoniseerd grensoverschrijdend IT-systeem dat op gemeenschappelijke normen gebaseerd is en automatische opvraging en invoer van gegevens mogelijk maakt, bijvoorbeeld door het gebruik van uniforme standaardformulieren.
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28
(28)  Naar aanleiding van de invoering van het nieuwe concept van intra-Unielevering van goederen is het dienstig de term "Gemeenschap" te vervangen door "Unie" om een aangepast en coherent gebruik van de term te garanderen.
(28)  Naar aanleiding van de invoering van het nieuwe concept van intra-Unielevering van goederen is het dienstig de term "Gemeenschap" overal in de richtlijn te vervangen door "Unie" om een aangepast en coherent gebruik van de term te garanderen.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30 bis (nieuw)
(30 bis)  Wetgevingsmaatregelen voor het hervormen van het btw-stelsel, het bestrijden van btw-fraude en het verkleinen van de btw-kloof kunnen alleen succes hebben indien de belastingdiensten van de lidstaten nauwer samenwerken in een geest van wederzijds vertrouwen, en ter zaken doende informatie uitwisselen, met het oog op het uitvoeren van hun taken.
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 8
(4 bis)  Artikel 8 wordt vervangen door:
"Artikel 8
"Artikel 8
Indien de Commissie van mening is dat het bepaalde in de artikelen 6 en 7 niet meer gerechtvaardigd is, met name uit het oogpunt van de neutraliteit ten aanzien van de mededinging of van de eigen middelen, legt zij passende voorstellen aan de Raad voor."
Indien de Commissie van mening is dat het bepaalde in de artikelen 6 en 7 niet meer gerechtvaardigd is, met name uit het oogpunt van de neutraliteit ten aanzien van de mededinging of van de eigen middelen, legt zij passende voorstellen aan het Europees Parlement en de Raad voor."
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 1 – alinea 3
Indien de aanvrager een belastingplichtige is aan wie voor douanedoeleinden de status van geautoriseerd marktdeelnemer is toegekend, wordt geacht aan de criteria van lid 2 te zijn voldaan.
Indien de aanvrager een belastingplichtige is aan wie voor douanedoeleinden de status van geautoriseerd marktdeelnemer is toegekend, wordt voor de toepassing van deze richtlijn geacht aan de criteria van lid 2 te zijn voldaan.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 2 – letter a bis (nieuw)
a bis)   de aanvrager heeft geen strafblad met zware misdrijven in verband met zijn economische activiteit, zoals, maar niet beperkt tot:
i)  witwassen van geld;
ii)  belastingontduiking en belastingfraude;
iii)  misbruik van middelen en programma's van de Unie;
iv)  frauduleus bankroet of frauduleuze insolventie;
v)  verzekeringsfraude of andere financiële fraude;
vi)  omkoping en/of corruptie;
vii)  cybercriminaliteit;
viii)  deelneming aan een criminele organisatie;
ix)  misdrijven op het gebied van het mededingingsrecht;
x)  directe of indirecte betrokkenheid bij terroristische activiteiten;
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis - lid 2 - letter c
c)  de aanvrager kan zijn financiële solvabiliteit bewijzen; dit bewijs wordt geacht te zijn geleverd wanneer de aanvrager een goede financiële positie heeft die hem in staat stelt om aan zijn verplichtingen te voldoen, waarbij naar behoren wordt gelet op de kenmerken van het type zakelijke activiteiten in kwestie, of wanneer hij zekerheden voorlegt die door verzekerings- of andere financiële instellingen of door andere economisch betrouwbare derden zijn gesteld.
c)  de aanvrager kan zijn financiële solvabiliteit gedurende de afgelopen drie jaar bewijzen; dit bewijs wordt geacht te zijn geleverd wanneer de aanvrager een goede financiële positie heeft die hem in staat stelt om aan zijn verplichtingen te voldoen, waarbij naar behoren wordt gelet op de kenmerken van het type zakelijke activiteiten in kwestie, of wanneer hij zekerheden voorlegt die door verzekerings- of andere financiële instellingen of door andere economisch betrouwbare derden zijn gesteld. De aanvrager moet een bankrekening hebben bij een in de Unie gevestigde financiële instelling.
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   Met het oog op een geharmoniseerde interpretatie bij de toekenning van de status van gecertificeerd belastingplichtige stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling nadere richtsnoeren voor de lidstaten vast met betrekking tot de evaluatie van deze criteria, die in de gehele Unie geldig zijn. De eerste uitvoeringshandeling wordt uiterlijk één maand na de inwerkingtreding van deze richtlijn vastgesteld.
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   Om aanvragen voor de status van gecertificeerd belastingplichtige aan te moedigen, voert de Commissie een op maat gesneden procedure in voor kleine en middelgrote ondernemingen.
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 4 – alinea 1
Een belastingplichtige die de status van gecertificeerd belastingplichtige aanvraagt, verstrekt alle gegevens die de belastingautoriteiten verlangen om een besluit te kunnen nemen.
Een belastingplichtige die de status van gecertificeerd belastingplichtige aanvraagt, verstrekt alle relevante gegevens die de belastingautoriteiten verlangen om een besluit te kunnen nemen. De belastingautoriteiten behandelen de aanvraag onverwijld en moeten zich met betrekking tot het verstrekken van informatie in alle lidstaten houden aan geharmoniseerde criteria.
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.   Wanneer de status van gecertificeerd belastingplichtige wordt toegekend, wordt deze informatie via het systeem voor de uitwisseling van btw-informatie beschikbaar gesteld. Wijzigingen in die status worden onmiddellijk in het systeem bijgewerkt.
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 5
5.  Wanneer de aanvraag wordt afgewezen, delen de belastingautoriteiten de aanvrager de redenen van de afwijzing samen met het besluit zelf mee. De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvrager in beroep kan gaan tegen een afwijzingsbesluit.
5.  Wanneer de aanvraag wordt afgewezen, delen de belastingautoriteiten de aanvrager onmiddellijk de redenen van de afwijzing mee, samen met het besluit zelf waarin de redenen van de afwijzing duidelijk zijn vermeld. De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvrager binnen een redelijke termijn in beroep kan gaan tegen een afwijzingsbesluit.
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 5 bis (nieuw)
5 bis.   Wanneer de aanvraag wordt afgewezen, worden de belastingautoriteiten van de andere lidstaten in kennis gesteld van het besluit en van de redenen voor de afwijzing.
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 6
6.  De belastingplichtige aan wie de status van gecertificeerd belastingplichtige is verleend, informeert de belastingautoriteiten onverwijld over alle voorvallen die zich na het besluit voordoen en die nadelige gevolgen kunnen hebben voor of van invloed kunnen zijn op de continuering van deze status. De belastingautoriteiten trekken de fiscale status in wanneer niet langer aan de criteria van lid 2 wordt voldaan.
6.  De belastingplichtige aan wie de status van gecertificeerd belastingplichtige is verleend, informeert de belastingautoriteiten binnen een maand over alle voorvallen die zich na het besluit voordoen en die nadelige gevolgen kunnen hebben voor of van invloed kunnen zijn op de continuering van deze status. De belastingautoriteiten trekken de fiscale status in wanneer niet langer aan de criteria van lid 2 wordt voldaan. De belastingautoriteiten van de lidstaten die de status van gecertificeerd belastingplichtige hebben toegekend evalueren dat besluit minstens om de twee jaar, om er zeker van te zijn dat nog altijd aan de voorwaarden wordt voldaan. Indien de belastingplichtige niet bij de belastingautoriteiten melding heeft gedaan van enige omstandigheid die van invloed zou kunnen zijn op de status van gecertificeerd belastingplichtige, wordt deze onderworpen aan evenredige, doeltreffende en afschrikkende sancties, waaronder het verlies van de status van gecertificeerd belastingplichtige.
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 6 bis (nieuw)
6 bis.   Een belastingplichtige aan wie de status van gecertificeerd belastingplichtige is geweigerd of die de belastingautoriteit op eigen initiatief heeft meegedeeld dat hij niet langer aan de criteria van lid 2 voldoet, mag niet eerder dan zes maanden na de datum van de weigering of intrekking van die status opnieuw om de status van gecertificeerd belastingplichtige verzoeken, op voorwaarde dat aan alle relevante criteria is voldaan.
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 6 ter (nieuw)
6 ter.   Om te zorgen voor uniforme normen voor het toezicht op het verder in aanmerking komen voor de status van gecertificeerd belastingplichtige en de intrekking van de belastingstatus in en tussen de lidstaten, stelt de Commissie relevante richtsnoeren vast.
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 6 quater (nieuw)
6 quater.   Indien de aanvrager tijdens de afgelopen drie jaar de status van geautoriseerde marktdeelnemer overeenkomstig het douanewetboek van de Unie is geweigerd, wordt de status van gecertificeerd belastingplichtige hem niet toegekend.
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 7
7.  De status van gecertificeerd belastingplichtige in één lidstaat wordt erkend door de belastingautoriteiten van alle lidstaten.
7.  De status van gecertificeerd belastingplichtige in één lidstaat wordt erkend door de belastingautoriteiten van alle lidstaten. De nationale mechanismen blijven van toepassing op binnenlandse btw-geschillen tussen de betrokken belastingplichtige en de nationale belastingautoriteit.
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 56 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 145 – lid 1
(56 bis)  In artikel 145 wordt lid 1 vervangen door:
"1. De Commissie dient, indien nodig, zo spoedig mogelijk voorstellen in bij de Raad om de werkingssfeer en de uitvoering van de in de artikelen 143 en 144 geregelde vrijstellingen nader te bepalen."
"1. De Commissie dient, indien nodig, zo spoedig mogelijk voorstellen in bij het Europees Parlement en de Raad om de werkingssfeer en de uitvoering van de in de artikelen 143 en 144 geregelde vrijstellingen nader te bepalen."
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 59 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 150 – lid 1
(59 bis)  In artikel 150 wordt lid 1 vervangen door:
"1. De Commissie dient, indien nodig, zo spoedig mogelijk voorstellen in bij de Raad om de werkingssfeer en de uitvoering van de in artikel 148 geregelde vrijstellingen nader te bepalen."
"1. De Commissie dient, indien nodig, zo spoedig mogelijk voorstellen in bij het Europees Parlement en de Raad om de werkingssfeer en de uitvoering van de in de artikelen 148 en 144 geregelde vrijstellingen nader te bepalen."
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 68 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 166
(68 bis)  Artikel 166 wordt vervangen door:
Artikel 166
Artikel 166
"De Commissie dient, indien nodig, zo spoedig mogelijk bij de Raad voorstellen in betreffende de gemeenschappelijke bepalingen voor de toepassing van de BTW op de in de afdelingen 1 en 2 bedoelde handelingen."
"De Commissie dient, indien nodig, zo spoedig mogelijk bij het Europees Parlement en de Raad voorstellen in betreffende de gemeenschappelijke bepalingen voor de toepassing van de BTW op de in de afdelingen 1 en 2 bedoelde handelingen."
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 123 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 293 – lid 1 – inleidende formule
(123 bis)  In artikel 293, eerste alinea, wordt de inleidende formule vervangen door:
"De Commissie brengt aan de Raad, op grond van de van de lidstaten verkregen gegevens, vanaf de aanneming van deze richtlijn om de vier jaar verslag uit over de toepassing van dit hoofdstuk, indien nodig en rekening houdend met de noodzaak van uiteindelijke convergentie van de nationale regelingen, vergezeld van voorstellen betreffende de volgende punten:"
"De Commissie brengt aan het Europees Parlement en aan de Raad, op grond van de van de lidstaten verkregen gegevens, vanaf de aanneming van deze richtlijn om de vier jaar verslag uit over de toepassing van dit hoofdstuk, indien nodig en rekening houdend met de noodzaak van uiteindelijke convergentie van de nationale regelingen, vergezeld van voorstellen betreffende de volgende punten:"
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 166 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 395 – lid 3
(166 bis)  In artikel 395 wordt lid 3 vervangen door:
"3. Binnen drie maanden na toezending van de in lid 2, tweede alinea, bedoelde gegevens legt de Commissie de Raad hetzij een passend voorstel voor, hetzij, wanneer zij bezwaren heeft tegen het verzoek om een afwijking, een mededeling waarin zij deze bezwaren toelicht."
"3. Binnen drie maanden na toezending van de in lid 2, tweede alinea, bedoelde gegevens legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad hetzij een passend voorstel voor, hetzij, wanneer zij bezwaren heeft tegen het verzoek om een afwijking, een mededeling waarin zij deze bezwaren toelicht."
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 166 ter (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 396 – lid 3
(166 ter)  In artikel 396 wordt lid 3 vervangen door:
"3. Binnen drie maanden na toezending van de in lid 2, tweede alinea, bedoelde gegevens legt de Commissie de Raad hetzij een passend voorstel voor, hetzij, wanneer zij bezwaren heeft tegen het verzoek om een afwijking, een mededeling waarin zij deze bezwaren toelicht."
"3. Binnen drie maanden na toezending van de in lid 2, tweede alinea, bedoelde gegevens legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad hetzij een passend voorstel voor, hetzij, wanneer zij bezwaren heeft tegen het verzoek om een afwijking, een mededeling waarin zij deze bezwaren toelicht."
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 169 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 404 bis (nieuw)
(169 bis)  Na artikel 404 wordt het volgende nieuwe artikel 404 bis ingevoegd:
"Artikel 404 bis
Uiterlijk vier jaar na de vaststelling van Richtlijn (EU) .../... van de Raad* + legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, op grond van gegevens die zij van de lidstaten heeft verkregen, een verslag voor over de tenuitvoerlegging en toepassing van de nieuwe bepalingen van deze richtlijn, indien nodig [en rekening houdend met de noodzaak van uiteindelijke convergentie van de nationale regelingen] vergezeld van voorstellen."
_______________
* Richtlijn (EU) .../... van de Raad van ... tot wijziging van ... (PB ...).
+ PB: gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn zoals vermeld in document PE-CONS ... (2018/0164(CNS)) in te voegen, alsook het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die richtlijn in de voetnoot.
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 169 ter (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 404 ter (nieuw)
(169 ter)  Na artikel 404 bis wordt het volgende nieuwe artikel 404 ter ingevoegd:
"Artikel 404 ter
Uiterlijk twee jaar na de vaststelling van Richtlijn (EU) .../... van de Raad*+ legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de doeltreffendheid van de uitwisseling van de relevante informatie tussen de belastingdiensten van de lidstaten, gezien het belang van het wederzijds vertrouwen voor het succes van het definitieve btw-stelsel."
________________
* Richtlijn (EU) .../... van de Raad van ... tot wijziging van ... (PB ...).
+ PB: gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn zoals vermeld in document PE-CONS ... (2018/0164(CNS)) in te voegen, alsook het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die richtlijn in de voetnoot.
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 173 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 411 bis
(173 bis)   Het volgende nieuwe artikel 411 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 411 bis
Uiterlijk 1 juni 2020 zet de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, een uitgebreid, meertalig en openbaar toegankelijke EU-portaalsite over btw op waarop ondernemingen en consumenten snel en doeltreffend nauwkeurige informatie kunnen vinden over de btw-tarieven - waaronder de goederen of diensten die voor verlaagde tarieven of vrijstellingen in aanmerking komen - evenals alle relevante gegevens over de tenuitvoerlegging van het definitieve btw-stelsel in de verschillende lidstaten.
Als aanvulling op het portaal wordt een geautomatiseerd kennisgevingsmechanisme opgezet. Dit mechanisme zorgt ervoor dat belastingplichtigen automatisch in kennis worden gesteld van wijzigingen en updates van de btw-tarieven van de lidstaten. Deze automatische kennisgevingen worden in werking gesteld voordat de wijziging van toepassing wordt en uiterlijk vijf dagen nadat het besluit is genomen."
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 bis (nieuw)
Verordening (EU) nr. 904/2010
Artikel 34 en artikel 49 bis (nieuw)
Artikel 1 bis
Verordening (EU) nr. 904/2010 wordt als volgt gewijzigd:
(1)  Artikel 34 wordt vervangen door:
Artikel 34
Artikel 34
1.  De lidstaten nemen deel aan de Eurofisc-werkterreinen van hun keuze en kunnen ook besluiten hun deelname daarin te beëindigen.
1.  De Commissie geeft Eurofisc de noodzakelijke technische en logistieke ondersteuning. De Commissie heeft toegang tot de in artikel 1 bedoelde inlichtingen, die via Eurofisc kunnen worden uitgewisseld, in de in artikel 55, lid 2, vastgestelde omstandigheden.
2.  Lidstaten die gekozen hebben om deel te nemen aan een Eurofisc-werkterrein, nemen actief deel aan de multilaterale uitwisseling van doelgerichte inlichtingen tussen alle deelnemende lidstaten.
2.  De lidstaten nemen deel aan de Eurofisc-werkterreinen en nemen actief deel aan de multilaterale uitwisseling van inlichtingen.
3.  De uitgewisselde inlichtingen vallen onder de geheimhoudingsbepalingen van artikel 55.
3.   De Eurofisc-werkterreincoördinatoren kunnen op eigen initiatief of op verzoek relevante inlichtingen over de ernstigste grensoverschrijdende btw-inbreuken doorgeven aan Europol en aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).
3 bis.  De Eurofisc-werkterreincoördinatoren kunnen Europol en OLAF om relevante inlichtingen verzoeken. De Eurofisc-werkterreincoördinatoren stellen de van Europol en OLAF ontvangen inlichtingen beschikbaar aan de andere deelnemende Eurofisc-verbindingsambtenaren; deze inlichtingen worden langs elektronische weg uitgewisseld."
(2)  Het volgende nieuwe artikel 49 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 49 bis
De lidstaten en de Commissie zetten een gemeenschappelijk systeem op voor het verzamelen van statistieken over intracommunautaire btw-fraude en onopzettelijke niet-naleving en publiceren jaarlijks nationale ramingen van btw-verliezen als gevolg van die fraude, alsook ramingen voor de Unie als geheel. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de praktische regelingen met betrekking tot een dergelijk statistisch systeem vast. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld."
(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32010R0904)
Laatst bijgewerkt op: 13 februari 2019Juridische mededeling