Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2108(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0046/2019

Ingediende teksten :

A8-0046/2019

Debatten :

PV 12/02/2019 - 6
CRE 12/02/2019 - 6

Stemmingen :

PV 12/02/2019 - 9.22
CRE 12/02/2019 - 9.22
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0083

Aangenomen teksten
PDF 182kWORD 62k
Dinsdag 12 februari 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Tenuitvoerlegging van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg
P8_TA-PROV(2019)0083A8-0046/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 12 februari 2019 over de tenuitvoerlegging van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg (2018/2108(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg(1),

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen 114 en 168,

–  gezien Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels(2),

—  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming)(3),

–  gezien de conclusies van de Raad van 6 juni 2011 met als titel "Naar moderne, responsieve en houdbare gezondheidszorgstelsels"(4),

–  gezien de meerjarige gezondheidsprogramma's voor de perioden 2003-2008(5), 2008-2013(6) en 2014-2020(7),

–  gezien de verslagen van de Commissie van 4 september 2015 en 21 september 2018 over de werking van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg (COM(2015)0421, COM(2018)0651),

—  gezien de mededeling van de Commissie van 25 april 2018 over het mogelijk maken van de digitale transformatie van gezondheid en zorg in de digitale eengemaakte markt; de burger "empoweren" en bouwen aan een gezondere maatschappij (COM(2018)0233),

–  gezien het verslag van de Commissie van 18 juli 2018 over de gegevens van de lidstaten over grensoverschrijdende gezondheidszorg voor patiënten in het jaar 2016(8),

–  gezien Uitvoeringsbesluit 2011/890/EU van de Commissie van 22 december 2011 tot vaststelling van de voorschriften voor de oprichting, het beheer en de werking van het netwerk van nationale verantwoordelijke autoriteiten inzake e‑gezondheid(9),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192),

–  gezien het Actieplan e‑gezondheidszorg 2012-2020, en met name de uitdrukkelijke grensoverschrijdende dimensie (COM(2012)0736),

–  gezien de tussentijdse evaluatie van het Actieplan e‑gezondheidszorg 2012-2020 door de Commissie (COM(2017)0586),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 11 november 2008 over zeldzame ziekten (COM(2008)0679) en de aanbeveling van de Raad van 8 juni 2009 betreffende een optreden op het gebied van zeldzame ziekten(10),

–  gezien het voortgangsverslag van de Commissie van 5 september 2014 met betrekking tot haar mededeling over zeldzame ziekten (COM(2014)0548),

–  gezien de aanbevelingen betreffende de Europese referentienetwerken voor zeldzame aandoeningen van het EU-Comité van deskundigen voor zeldzame aandoeningen (EUCERD) van 31 januari 2013 en het addendum van 10 juni 2015,

–  gezien het achtergronddocument van de Europese Rekenkamer van mei 2018 over grensoverschrijdende gezondheidszorg in de EU(11),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 september 2017 getiteld "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU" (COM(2017)0534),

–  gezien de interinstitutionele proclamatie betreffende de Europese pijler van sociale rechten(12),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement en artikel 1, lid 1, onder e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0046/2019),

A.  overwegende dat voor iedereen betaalbare gezondheidsstelsels in de EU en de lidstaten van cruciaal belang zijn om een hoog niveau van volksgezondheid, sociale bescherming, sociale cohesie en sociale rechtvaardigheid te waarborgen door een universele toegang te handhaven en te garanderen, en overwegende dat de levenskwaliteit van de patiënten wordt erkend als een belangrijk onderdeel van de beoordeling van de kostenefficiëntie van de gezondheidszorg;

B.  overwegende dat Richtlijn 2011/24/EU (hierna "de richtlijn"), in overeenstemming met artikel 168, lid 7, VWEU, de vrijheid van elke lidstaat eerbiedigt om de nodige beslissingen op het gebied van gezondheidszorg te nemen en de fundamentele ethische keuzes van de bevoegde instanties in de lidstaten niet in de weg staat of ondermijnt; overwegende dat er verschillen zijn in de respectieve diensten die de lidstaten verlenen en in de wijze waarop ze worden gefinancierd; overwegende dat de richtlijn de Europese burgers naast de in hun eigen land beschikbare gezondheidszorg nog andere mogelijkheden biedt;

C.  overwegende dat gezondheid kan worden beschouwd als een grondrecht krachtens artikel 2 (betreffende het recht op leven) en artikel 35 (betreffende gezondheidszorg) van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

D.  overwegende dat de gezondheidszorgstelsels in de EU met uitdagingen worden geconfronteerd als gevolg van de vergrijzing, budgettaire beperkingen, de stijging van het aantal gevallen van chronische aandoeningen, moeilijkheden om basisgezondheidszorg te verstrekken in plattelandsgebieden, en de hoge prijs van geneesmiddelen; overwegende dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen, bijhouden en grensoverschrijdend uitwisselen van informatie over een geactualiseerde lijst van geneesmiddelentekorten om de beschikbaarheid van essentiële geneesmiddelen te waarborgen;

E.  overwegende dat de gezondheidszorg die burgers nodig hebben, soms het best in een andere lidstaat kan worden verleend wegens de nabijheid, de gespecialiseerde aard van de zorg of een gebrek aan capaciteit, zoals een tekort aan essentiële geneesmiddelen, in hun eigen lidstaat;

F.  overwegende dat uit de resultaten van het verslag over de werking van de richtlijn blijkt dat niet alle lidstaten de richtlijn in 2015 volledig of correct ten uitvoer hebben gelegd;

G.  overwegende dat de gezondheidssector een essentieel onderdeel van de economie van de EU vormt en 10 % van het bbp van de EU vertegenwoordigt – een cijfer dat tegen 2060 als gevolg van sociaal-economische factoren tot 12,6 % zou kunnen stijgen;

H.  overwegende dat de Commissie overeenkomstig artikel 20 van de richtlijn om de drie jaar een uitvoeringsverslag over de werking van de richtlijn moet indienen; overwegende dat de Commissie de patiëntenstromen, de administratieve, sociale en financiële aspecten van patiëntenmobiliteit en de werking van de Europese referentienetwerken (ERN's) en de nationale contactpunten voortdurend moet evalueren en hierover regelmatig gegevens moet presenteren;

I.  overwegende dat het volgens het verslag van de Commissie van 21 september 2018 over de werking van de richtlijn voor burgers moeilijk blijft om te achterhalen hoe zij hun rechten op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg kunnen uitoefenen; overwegende dat er meer duidelijkheid en transparantie nodig zijn over de voorwaarden waaronder zorgaanbieders werkzaam zijn, teneinde veilige patiëntenmobiliteit te waarborgen;

J.  overwegende dat de Commissie in haar mededeling van 25 april 2018 over e‑gezondheidszorg opmerkt dat de gezondheids- en zorgstelsels hervormingen en innovatieve oplossingen nodig hebben om veerkrachtiger, toegankelijker en doeltreffender te worden; overwegende dat het gebruik van nieuwe technologieën en digitale instrumenten moet worden versterkt om de kwaliteit en duurzaamheid van de gezondheidszorgdiensten te verbeteren;

K.  overwegende dat de richtlijn een duidelijke rechtsgrond biedt voor Europese samenwerking op het gebied van de evaluatie van gezondheidstechnologie (HTA), e‑gezondheid, zeldzame ziekten en de veiligheids- en kwaliteitsnormen voor gezondheidsdiensten en ‑producten;

L.  overwegende dat EU-burgers het recht hebben om gespecialiseerde zorg te ontvangen in hun eigen lidstaat; overwegende dat het aantal patiënten dat gebruikmaakt van het recht op grensoverschrijdende zorg uit hoofde van de richtlijn, waaronder preventieve medische tests, scans en gezondheidscontroles, echter slechts zeer langzaam toeneemt;

M.  overwegende dat vaccinatieprogramma's niet onder de richtlijn vallen, hoewel ze tot de meest doeltreffende beleidsmaatregelen van de EU behoren, en dat terwijl mensen er in sommige lidstaten moeilijk toegang toe krijgen;

N.  overwegende dat niet alle lidstaten in staat waren gegevens of informatie te verstrekken over patiënten die naar het buitenland reizen, en overwegende dat de gegevensverzameling niet altijd vergelijkbaar is tussen de lidstaten;

O.  overwegende dat 83 % van de deelnemers aan een recente raadpleging van de Commissie voorstander was van het openbaar maken van medische gegevens ten behoeve van onderzoek en het verbeteren van de gezondheidstoestand van patiënten(13); overwegende dat bij de eventuele toekomstige integratie van gezondheidsstelsels vanuit digitaal oogpunt moet worden gegarandeerd dat de gezondheidsstelsels en de patiënten de uiteindelijke bewaarders en beheerders van de informatie in kwestie zijn, zodat billijkheid, duurzaamheid en veiligheid voor de patiënten wordt gewaarborgd;

P.  overwegende dat de patiëntenmobiliteit in de EU die binnen het toepassingsgebied van de richtlijn valt, relatief laag blijft en geen significante budgettaire gevolgen heeft gehad voor de houdbaarheid van de nationale gezondheidsstelsels;

Q.  overwegende dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het verlenen van toegang tot de gezondheidszorg die mensen nodig hebben en voor de terugbetaling van alle betreffende kosten; overwegende dat de nationale gezondheidszorgdiensten van de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het vaststellen van de criteria op grond waarvan burgers gezondheidszorg in een andere lidstaat kunnen ontvangen; overwegende dat patiënten in een aanzienlijk aantal lidstaten nog steeds met grote hindernissen worden geconfronteerd wat gezondheidsstelsels betreft; overwegende dat administratieve rompslomp vertraging bij de terugbetaling kan veroorzaken; overwegende dat de versnippering van de toegang tot diensten daardoor alleen maar erger wordt en dat die toegang daarom moet worden verbeterd door coördinatie tussen de lidstaten;

R.  overwegende dat de Europese ziekteverzekeringskaart (EHIC) wordt geregeld door de verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en dat de toepassing ervan sterk verschilt van lidstaat tot lidstaat; overwegende dat een uniforme toepassing van de EHIC en een betere coördinatie tussen de lidstaten van essentieel belang zijn om de bestaande administratieve rompslomp te verminderen en een snelle, niet-discriminerende terugbetaling voor de patiënten te waarborgen, waarbij het vrije verkeer van EU-burgers wordt gewaarborgd;

S.  overwegende dat patiënten nog steeds met praktische en juridische moeilijkheden worden geconfronteerd wanneer ze medische recepten gebruiken in een andere lidstaat;

T.  overwegende dat de nationale contactpunten (NCP's) tot taak hebben ervoor te zorgen dat patiënten de juiste informatie krijgen om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen;

U.  overwegende dat NCP's nog niet voldoende bekend zijn bij de burgers en dat de doeltreffendheid van de NCP's hiervan afhankelijk is; overwegende dat de doeltreffendheid en het bereik van de NCP's afhangen van de steun die zij van zowel de EU als de lidstaten ontvangen, alsook van de communicatiekanalen, de uitwisseling van good practices en informatie, waaronder contactgegevens, en de richtsnoeren voor het doorverwijzen van patiënten;

V.  overwegende dat er tussen de verschillende NCP's grote verschillen bestaan wat betreft het functioneren, de toegankelijkheid, de zichtbaarheid en de toewijzing van middelen, zowel uit kwalitatief als uit kwantitatief oogpunt;

W.  overwegende dat patiënten volgens een Eurobarometer-enquête van mei 2015(14) onvoldoende geïnformeerd zijn over hun rechten op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg en dat minder dan 20 % van de burgers zich goed geïnformeerd vindt;

X.  overwegende dat grensoverschrijdende gezondheidszorg slechts doeltreffend zal zijn als patiënten, zorgverleners, gezondheidswerkers en andere belanghebbenden er goed over geïnformeerd zijn en als de betreffende regels vlot beschikbaar en algemeen toegankelijk zijn;

Y.  overwegende dat patiënten, zorgverleners en gezondheidswerkers nog steeds te maken hebben met een groot gebrek aan informatie over patiëntenrechten in het algemeen en met name de rechten waarin de richtlijn voorziet;

Z.  overwegende dat gezondheidswerkers in aanraking komen met zeer gevoelige patiëntenkwesties die duidelijke en bevattelijke communicatie vereisen; overwegende dat taalbarrières de overdracht van informatie tussen gezondheidswerkers en hun patiënten kunnen belemmeren;

AA.  overwegende dat er in een aantal lidstaten nog veel ruimte is voor verbetering en vereenvoudiging van de terugbetalingsprocedures, met name op het gebied van recepten, weesgeneesmiddelen, geneesmiddelen die volgens magistrale receptuur zijn gemaakt, en vervolgtherapie en ‑procedures;

AB.  overwegende dat zes lidstaten en Noorwegen momenteel helemaal geen systeem van voorafgaande toestemming hebben, zodat patiënten keuzevrijheid hebben en de administratieve rompslomp wordt beperkt;

AC.  overwegende dat er een aantal bilaterale overeenkomsten tussen naburige lidstaten en regio's bestaan die als basis zouden kunnen dienen voor excellente best practices voor de verdere ontwikkeling van grensoverschrijdende gezondheidszorg in de hele EU;

Tenuitvoerlegging

1.  is ingenomen met de maatregelen die de Commissie heeft genomen om te beoordelen of de lidstaten de richtlijn correct hebben omgezet;

2.  wijst op de voordelen van de richtlijn voor het verduidelijken van de regels inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg, voor het garanderen van de toegang tot veilige en hoogwaardige grensoverschrijdende gezondheidszorg in de Unie en voor het tot stand brengen van patiëntenmobiliteit in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie; is teleurgesteld over het feit dat een groot aantal lidstaten de voorschriften inzake het waarborgen van patiëntenrechten niet effectief heeft uitgevoerd; vraagt de lidstaten dan ook met klem erop toe te zien dat de richtlijn naar behoren wordt uitgevoerd, en hierbij zowel het beginsel van vrij verkeer van personen binnen de interne markt te eerbiedigen als te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid dat de gezondheid van de burgers helpt te verbeteren;

3.  verzoekt de Commissie voort te werken aan haar driejaarlijkse evaluatieverslagen over de werking van de richtlijn en deze bij het Parlement en de Raad in te dienen; benadrukt hoe belangrijk het is informatie voor statistische doeleinden te verzamelen over patiënten die voor behandeling naar het buitenland gaan en de redenen voor patiëntenstromen tussen landen te analyseren; verzoekt de Commissie tevens om – voor zover dat haalbaar is – jaarlijks een uitsplitsing te publiceren van de diensten die elke lidstaat heeft verstrekt en de totale bedragen die elke lidstaat heeft terugbetaald in het kader van grensoverschrijdende gezondheidszorg;

4.  verzoekt de Commissie bij haar evaluatie van de kostenefficiëntie van de tenuitvoerlegging van de richtlijn rekening te houden met de levenskwaliteit van de patiënten en de zorguitkomsten;

5.  herinnert de lidstaten eraan dat zij zich ertoe verbonden hebben de Commissie bij de uitvoering van haar evaluatie en de opstelling van bovengenoemde verslagen te helpen en haar daartoe alle nodige informatie te verstrekken waarover zij beschikken;

6.  verzoekt de Commissie richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging op te stellen, in het bijzonder op gebieden waar de richtlijn en de verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels in wisselwerking staan, en voor een betere coördinatie tussen alle stakeholders in de instellingen te zorgen;

7.  benadrukt dat de lidstaten de richtlijn correct moeten omzetten om patiënten hoogwaardige en toegankelijke grensoverschrijdende gezondheidszorg te bieden, met volledige inachtneming van de in de wetgeving vastgestelde tenuitvoerleggingstermijnen; erkent dat specifieke verbeteringen kunnen worden aangebracht met betrekking tot de toegang tot voorgeschreven geneesmiddelen en de continuïteit van de behandeling; verzoekt de Commissie te onderzoeken of het toepassingsgebied van de richtlijn kan worden uitgebreid tot vaccinatieprogramma's;

8.  neemt met voldoening kennis van het positieve effect van initiatieven zoals de EHIC, die gratis wordt verstrekt en iedereen die door een wettelijk socialezekerheidsstelsel verzekerd of gedekt is, in staat stelt in een andere lidstaat gratis of tegen een lagere prijs medische verzorging te ontvangen; benadrukt het belang van geslaagde samenwerking tussen instellingen om misbruik van de EHIC te voorkomen;

9.  benadrukt dat er moet worden gezorgd voor duidelijkheid en transparantie met betrekking tot de voorwaarden waaronder zorgaanbieders werken; onderstreept hoe belangrijk het is dat zorgaanbieders en gezondheidswerkers een beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben, zoals voorgeschreven door de richtlijn alsook Richtlijn 2005/36/EG, om de kwaliteit van gezondheidsdiensten te verbeteren en de patiënten beter te beschermen;

Financiering

10.  herinnert eraan dat de financiering van grensoverschrijdende gezondheidszorg de verantwoordelijkheid is van de lidstaten, die de kosten terugbetalen volgens de regelgeving ter zake; herinnert er tevens aan dat de Commissie via gezondheidsprogramma's de samenwerking ondersteunt als bedoeld in hoofdstuk IV van de richtlijn;

11.  maakt zich in dit verband ernstig zorgen over de voorgestelde verlaging van de financiering voor het gezondheidsprogramma; vraagt opnieuw dat van dit programma in het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 weer een robuust en op zichzelf staand programma wordt gemaakt met een ruimere begroting, zodat de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) van de VN inzake volksgezondheid, gezondheidsstelsels en milieugerelateerde gezondheidsproblemen kunnen worden verwezenlijkt en zodat er een ambitieus gezondheidsbeleid kan worden gevoerd met aandacht voor grensoverschrijdende uitdagingen, met name door een aanzienlijke verhoging van de gezamenlijke inspanningen van de EU op het gebied van kankerbestrijding, preventie, vroegtijdige opsporing en behandeling van chronische en zeldzame ziekten, met inbegrip van genetische en pandemische ziekten en zeldzame kankers, bestrijding van antimicrobiële resistentie en vlottere toegang tot grensoverschrijdende gezondheidszorg;

12.  benadrukt het belang van het Europees Sociaal Fonds, het Europees Structuur- en Investeringsfonds voor gezondheid en het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, waaronder het Interreg-programma, voor het verbeteren van gezondheidszorgdiensten en het wegwerken van ongelijkheden op het vlak van gezondheidszorg tussen de regio's en sociale groepen in de verschillende lidstaten; vraagt dat de structuurfondsen en het Cohesiefonds ook in het volgend MFK worden gebruikt om grensoverschrijdende gezondheidszorg te verbeteren en faciliteren;

Mobiliteit van patiënten

13.  stelt vast dat de oorzaken van de geringe mobiliteit van patiënten vierledig zijn: i) sommige lidstaten hebben de richtlijn erg laat ten uitvoer gelegd, ii) de burgers zijn zich zeer weinig bewust van hun algemene rechten op terugbetaling, iii) sommige lidstaten hebben een aantal obstakels voor grensoverschrijdende gezondheidzorg opgeworpen, zoals administratieve rompslomp, en iv) informatie over patiënten die op grond van de richtlijn gezondheidszorg in een andere lidstaat willen ontvangen, ontbreekt of is onvolledig;

14.  merkt op dat bepaalde regelingen voor voorafgaande goedkeuring al te omslachtig en/of restrictief zijn gezien het aantal aanvragen per jaar; verzoekt de Commissie de gestructureerde dialoog met de lidstaten voort te zetten en meer duidelijkheid te verschaffen over de vereisten inzake voorafgaande toestemming en de daaraan verbonden terugbetalingsvoorwaarden;

15.  verzoekt de Commissie richtsnoeren voor de lidstaten op te stellen opdat mensen, indien voorafgaande toestemming vereist is, de behandeling in het buitenland kunnen vergelijken met de behandeling die in hun eigen lidstaat beschikbaar is, met de kosteneffectiviteit voor de patiënt als leidend beginsel;

16.  herinnert de lidstaten eraan dat eventuele beperkingen van de toepassing van de richtlijn, zoals vereisten inzake voorafgaande toestemming of beperkingen op terugbetaling, noodzakelijk en evenredig moeten zijn, niet mogen leiden tot willekeurige of sociale discriminatie, geen ongerechtvaardigde obstakels voor het vrije verkeer van patiënten en diensten mogen opwerpen en de nationale gezondheidsstelsels niet overmatig mogen belasten; verzoekt de lidstaten rekening te houden met de problemen van patiënten met een laag inkomen die een grensoverschrijdende behandeling vooraf moeten betalen; merkt op dat voorafgaande toestemming is bedoeld om planning door de lidstaten mogelijk te maken en om patiënten te behoeden voor behandelingen die ernstige en specifieke problemen op het vlak van de kwaliteit of veiligheid van de zorg zouden veroorzaken;

17.  stelt met bezorgdheid vast dat verzekeringsmaatschappijen in bepaalde lidstaten willekeurige discriminatie of ongerechtvaardigde belemmeringen voor het vrije verkeer van patiënten en diensten hebben toegepast met nadelige financiële gevolgen voor de patiënten;

18.  dringt er bij de lidstaten op aan de Commissie in kennis te stellen van elk besluit tot invoering van beperkingen op de terugbetaling van kosten overeenkomstig artikel 7, lid 9, van de richtlijn en hun beweegredenen hiervoor mee te delen;

19.  betreurt dat sommige lidstaten soms minder terugbetalen voor grensoverschrijdende gezondheidszorg die door particuliere of niet-gecontracteerde zorgaanbieders op hun eigen grondgebied wordt verleend dan voor grensoverschrijdende gezondheidszorg die door openbare of gecontracteerde zorgaanbieders wordt verleend; is van mening dat particuliere zorgverlening op hetzelfde niveau moet worden terugbetaald als openbare zorgverlening, op voorwaarde dat de kwaliteit en veiligheid van de zorg kunnen worden gewaarborgd;

20.  verzoekt de Commissie en de lidstaten samen te werken om de terugbetalingsprocedures voor patiënten die grensoverschrijdende zorg ontvangen, te beoordelen, op elkaar af te stemmen en te vereenvoudigen, onder meer door de terugbetaling van vervolgzorg en ‑procedures te verduidelijken, en coördinerende éénloketsystemen op te zetten bij de betrokken zorgverzekeraars;

21.  betreurt dat de toepassing van de richtlijn op telegeneeskunde (op afstand verstrekte gezondheidsdiensten) tot enige onduidelijkheid heeft geleid wat de terugbetalingsregelingen betreft, aangezien sommige lidstaten consulten met huisartsen of specialisten op afstand wel vergoeden of aanbieden en andere lidstaten niet; verzoekt de Commissie de toepassing van de terugbetalingsregels overeenkomstig artikel 7, lid 1, en artikel 4, lid 1, te ondersteunen zodat ze in voorkomend geval ook van toepassing zijn op telegeneeskunde; moedigt de lidstaten aan om hun aanpak van de terugbetaling van telegeneeskunde op één lijn te brengen;

Grensregio's

22.  moedigt de lidstaten en grensregio's aan om de samenwerking op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg op efficiënte en financieel houdbare wijze te intensiveren, onder meer door toegankelijke, voldoende en begrijpelijke informatie te verstrekken, teneinde de best mogelijke zorg voor de patiënten te waarborgen; verzoekt de Commissie een structurele uitwisseling van best practices tussen grensregio's te ondersteunen en te stimuleren; moedigt de lidstaten aan om deze best practices te gebruiken om de gezondheidszorg ook in andere regio's te verbeteren;

23.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de cohesie tussen grensregio's te versterken door een aantal van de juridische en administratieve obstakels waarmee zij worden geconfronteerd, uit de weg te ruimen door de invoering van een grensoverschrijdend EU-mechanisme;

Informatie voor patiënten

24.  herinnert eraan dat de NCP's een essentiële rol spelen door patiënten informatie te verstrekken en hen te helpen om met kennis van zaken te besluiten of ze voor gezondheidszorg naar een ander EU-land gaan; verzoekt de Commissie en de lidstaten verder te investeren in de ontwikkeling en bevordering van toegankelijke en duidelijk zichtbare NCP's en e‑gezondheidsplatformen voor patiënten, die patiënten en gezondheidswerkers gebruiksvriendelijke, digitaal toegankelijke en onbelemmerde informatie in verscheidene talen moeten verstrekken;

25.  beveelt de Commissie aan om in samenwerking met patiëntenorganisaties richtsnoeren voor de werking van de NCP's te ontwikkelen om de systematische uitwisseling van informatie en werkwijzen verder te faciliteren en aanzienlijk te verbeteren, teneinde geharmoniseerde, vereenvoudigde en patiëntvriendelijke procedures, formulieren of handleidingen op te stellen en de NCP's toegang te geven tot de informatie- en kennisbronnen die in de lidstaten aanwezig zijn;

26.  vraagt de lidstaten voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen zodat hun NCP's uitgebreide informatie kunnen ontwikkelen, en vraagt de Commissie de samenwerking tussen de NCP's in de hele Unie te intensiveren;

27.  benadrukt het potentieel van e-gezondheid om patiënten een betere toegang te bieden tot informatie over de mogelijkheden van grensoverschrijdende gezondheidszorg en over hun rechten uit hoofde van de richtlijn;

28.  vraagt de lidstaten gezondheidswerkers en ziekenhuizen aan te sporen om patiënten op voorhand een accurate en actuele kostenraming van de buitenlandse behandeling te geven, met inbegrip van geneesmiddelen, honoraria, overnachtingen en toeslagen;

29.  verzoekt de Commissie om, ten behoeve van nationale deskundigen en door middel van voorlichtingscampagnes, meer duidelijkheid te brengen in de complexiteit van de huidige juridische situatie als gevolg van de wisselwerking tussen de richtlijn en de verordening betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels;

30.  verzoekt de Commissie om samen met de bevoegde nationale autoriteiten, de NCP's, patiëntenorganisaties, ERN's en netwerken van gezondheidswerkers uitgebreide voorlichtingscampagnes voor het publiek te organiseren, ook met behulp van nieuwe digitale mogelijkheden, om structurele bewustmaking over de patiëntenrechten uit hoofde van de richtlijn te bevorderen;

31.  vraagt de Commissie de lidstaten aan te moedigen om ervoor te zorgen dat patiënten makkelijk informatie kunnen vinden over de procedures om klacht in te dienen als hun rechten uit hoofde van de richtlijn niet zijn geëerbiedigd of zelfs zijn geschonden;

32.  beveelt aan dat de Commissie richtsnoeren opstelt over het soort informatie dat de NCP's moeten verstrekken, in het bijzonder de lijst van behandelingen waarvoor al dan niet voorafgaande toestemming moet worden gegeven, de gehanteerde criteria, de toepasselijke procedures enz.;

33.  verzoekt de Commissie en de lidstaten na te gaan of de redenen om toegang te geven tot grensoverschrijdende gezondheidszorg zodanig moeten worden omschreven dat het vrije verkeer wordt gewaarborgd, maar gezondheidszorg geen doel op zich is zolang de organisatie van gezondheidszorgstelsels een nationale bevoegdheid is;

34.  moedigt de Commissie aan om meer samenwerking tussen de instanties van de lidstaten in het algemeen, niet alleen via de NCP's, te bevorderen en de voordelen van bestaande samenwerkingsinitiatieven, in het bijzonder in grensgebieden, verder te evalueren om te garanderen dat de burger toegang heeft tot veilige, hoogwaardige en efficiënte gezondheidszorg;

Zeldzame ziekten, zeldzame kankers en Europese referentienetwerken (ERN's)

35.  benadrukt het belang van samenwerking in de hele EU om te zorgen voor een efficiënte bundeling van kennis, informatie en middelen teneinde zeldzame ziekten, waaronder zeldzame kankers, in de hele EU doeltreffend aan te pakken; moedigt de Commissie in dat verband aan om haar steun te verlenen aan de oprichting van gespecialiseerde centra voor zeldzame ziekten in de EU, die volledig in de ERN's moeten worden geïntegreerd;

36.  beveelt aan om voort te bouwen op de maatregelen die reeds zijn genomen om het publiek beter bewust te maken van en meer inzicht te geven in zeldzame ziekten en zeldzame kankers, en om de financiering voor onderzoek en ontwikkeling te verhogen; vraagt de Commissie de toegang tot informatie, geneesmiddelen en medische behandeling voor patiënten met zeldzame ziekten in de hele EU verder te waarborgen en te streven naar een betere toegang tot vroegtijdige en correcte diagnose; dringt er bij de Commissie op aan iets te doen aan het lage registratiepercentage van zeldzame ziekten, en gemeenschappelijke normen voor het delen en uitwisselen van gegevens in registers van zeldzame ziekten verder te ontwikkelen en te bevorderen;

37.  wijst op het cruciale belang van betere therapietrouwmodellen, die gebaseerd moeten zijn op de meest betrouwbare resultaten van meta-analyses en grootschalige empirische studies, de realiteit van de medische praktijk moeten weerspiegelen en aanbevelingen moeten bevatten opdat patiënten zich beter houden aan hun behandeling, met name bij chronische ziekten – een belangrijke maatstaf om de efficiëntie en effectiviteit van gezondheidszorgstelsels te meten;

38.  onderstreept het belang en de toegevoegde waarde van EU-brede mobiliteit van gezondheidswerkers, zowel tijdens hun opleiding als tijdens hun loopbaan, en van hun bijzonder rol bij het verbeteren van de kennis en expertise op het gebied van zeldzame ziekten;

39.  stelt voor dat de Commissie een nieuwe oproep voor de ontwikkeling van nieuwe ERN's doet en de ontwikkeling en opschaling van het ERN-model blijft ondersteunen om geografische verschillen en kennishiaten aan te pakken; benadrukt echter dat een uitbreiding van de ERN's de werking van de bestaande ERN's in de eerste fase niet in het gedrang mag brengen;

40.  betreurt de onzekerheid rond de operationele beginselen van de ERN's en hun interactie met de nationale gezondheidszorgstelsels en andere EU-programma's; verzoekt de Commissie daarom de lidstaten en de ERN's te ondersteunen bij het vaststellen van duidelijke en transparante regels voor het doorverwijzen van patiënten en overeenstemming te bereiken over de vorm van de steun die de lidstaten aan de ERN's moeten verlenen;

41.  dringt er bij de Commissie op aan om via het Europees gemeenschappelijk programma voor zeldzame ziekten een actieplan ten uitvoer te leggen voor de verdere duurzame ontwikkeling en financiering van de ERN's en de patiëntennetwerken die ze ondersteunen; moedigt de lidstaten aan om de zorgaanbieders binnen de ERN's te ondersteunen en de ERN's in hun zorgstelsels te integreren door hun wet- en regelgevingskaders aan te passen en in hun nationale plannen voor zeldzame ziekten en kanker naar de ERN's te verwijzen;

Wederzijdse erkenning van (e-)recepten

42.  betreurt dat patiënten, met name in grensgebieden, moeilijkheden ondervinden met de toegang tot en de terugbetaling van geneesmiddelen in andere lidstaten als gevolg van de uiteenlopende beschikbaarheid en administratieve regels in de EU; vraagt de lidstaten en hun respectieve zorginstanties zich te buigen over de wettelijke en praktische belemmeringen voor de wederzijdse erkenning van medische recepten in de EU, en dringt er bij de Commissie op aan passende ondersteunende maatregelen te treffen;

43.  betreurt patiënten, met name in grensgebieden, moeilijkheden ondervinden met de toegang tot en de terugbetaling van geneesmiddelen in andere lidstaten als gevolg van de uiteenlopende beschikbaarheid en regels in de EU;

44.  verzoekt de Commissie een actieplan op te stellen om de te hoge geneesmiddelenprijzen en de grote verschillen tussen de geneesmiddelenprijzen in de verschillende lidstaten stelselmatig aan te pakken;

45.  verzoekt de Commissie maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat recepten die zijn verstrekt door expertisecentra die aan ERN's verbonden zijn, in alle lidstaten voor terugbetaling in aanmerking komen;

46.  verwelkomt de steun van de Connecting Europe Facility (CEF) als onderdeel van de inspanningen om ervoor te zorgen dat de huidige proefprojecten voor de uitwisseling van e‑recepten en patiëntendossiers met succes worden ontwikkeld en de weg effenen zodat tegen 2020 ook andere lidstaten kunnen volgen; dringt erop aan dat deze steun in het volgende MFK wordt voortgezet;

E-gezondheid

47.  erkent dat e-gezondheid er door bepaalde kostenverminderingen voor kan helpen zorgen dat de gezondheidsstelsels houdbaar zijn, en een belangrijk onderdeel kan vormen van het antwoord van de EU op de huidige uitdagingen in de gezondheidszorg; onderstreept dat de interoperabiliteit van e-gezondheid een prioriteit moet zijn om de patiëntendossiers en de continuïteit van de zorg te verbeteren en tegelijk de privacy van de patiënten te garanderen; meent dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan vlotte toegang tot zorg voor alle patiënten, in het bijzonder ouderen en mensen met een handicap; stelt in dit verband voor dat de lidstaten maatregelen nemen om te investeren in de digitale geletterdheid van de burgers en nieuwe oplossingen voor de vergrijzing op grotere schaal toe te passen, en daarbij alle beschikbare middelen gebruiken om uitsluiting door digitalisering te voorkomen;

48.  is verheugd over de oprichting van de EU-brede digitale diensteninfrastructuur voor e‑gezondheid (eHDSI), die de grensoverschrijdende uitwisseling van gezondheidsgegevens, met name e‑recepten en patiëntendossiers, zal bevorderen;

49.  verzoekt de lidstaten snel actie te ondernemen om hun gezondheidsstelsels via een specifiek NCP voor e‑gezondheid aan te sluiten op de eHDSI in overeenstemming met hun eigen risicobeoordelingen, en verzoekt de Commissie dit proces te vergemakkelijken;

50.  verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan de digitale gezondheidsbehoeften in de lidstaten; is verheugd dat de Commissie zich inzet voor duurzame financiële middelen met het oog op sterke nationale strategieën voor digitale gezondheid en het creëren van een geschikt kader voor gemeenschappelijke acties op EU-niveau om te voorkomen dat er dubbel werk wordt verricht en te zorgen voor de uitwisseling van best practices opdat het gebruik van digitale technologie ingeburgerd raakt in de lidstaten;

51.  vraagt de lidstaten de Europese samenwerking tussen hun gezondheidsinstanties verder te intensiveren teneinde e‑gezondheidsgegevens en persoonlijke dossiers te koppelen aan e‑instrumenten om recepten te schrijven, zodat gezondheidswerkers hun patiënten gepersonaliseerde en weloverwogen zorg kunnen verstrekken met volledige inachtneming van de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming; vraagt de Commissie hiertoe ondersteunende maatregelen te treffen;

52.  vraagt de lidstaten de algemene verordening gegevensbescherming (GDPR) spoedig ten uitvoer te leggen teneinde de in e‑gezondheidstoepassingen gebruikte patiëntengegevens te beschermen, en onderstreept het belang – met name met betrekking tot gezondheid – van toezicht op de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt(15); onderstreept dat burgers, in overeenstemming met de beginselen van de GDPR, toegang moeten kunnen krijgen tot hun eigen gezondheidsgegevens en die moeten kunnen gebruiken;

Brexit

53.  vraagt de Commissie te onderhandelen over een solide overeenkomst over gezondheid met het Verenigd Koninkrijk na de brexit, met bijzondere aandacht voor grensoverschrijdende patiëntenrechten en het functioneren van de ERN's;

54.  is ingenomen met het voornemen van de Europese Rekenkamer om een controle van de doeltreffendheid van de tenuitvoerlegging van de richtlijn uit te voeren en zich in het bijzonder te buigen over het toezicht op die tenuitvoerlegging door de Commissie, de tot dusver geboekte resultaten op het vlak van de toegankelijkheid van grensoverschrijdende gezondheidszorg, en de doeltreffendheid van het financieringskader van de EU met betrekking tot de gefinancierde actie;

55.  vraagt de lidstaten alle bepalingen van de richtlijn naar behoren en in nauwe samenwerking met de Commissie ten uitvoer te leggen;

o
o   o

56.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 88 van 4.4.2011, blz. 45.
(2) PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1.
(3) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(4) PB C 202 van 8.7.2011, blz. 10.
(5) Besluit nr. 1786/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 tot vaststelling van een communautair actieprogramma op het gebied van de volksgezondheid (2003-2008), PB L 271 van 9.10.2002, blz. 1).
(6) Besluit nr. 1350/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 tot vaststelling van een tweede communautair actieprogramma op het gebied van gezondheid (2008-2013), PB L 301 van 20.11.2007, blz. 3.
(7) Verordening (EU) nr. 282/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een derde actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1350/2007/EG (PB L 86 van 21.3.2014, blz. 1).
(8) https://ec.europa.eu/health/sites/health/files/cross_border_care/docs/2016_msdata_en.pdf
(9) PB L 344 van 28.12.2011, blz. 48.
(10) PB C 151 van 3.7.2009, blz. 7.
(11) https://www.eca.europa.eu/Lists/ECADocuments/BP_CBH/BP_Cross-border_healthcare_EN.pdf
(12) PB C 428 van 13.12.2017, blz. 10.
(13) Samenvattend verslag van de Commissie over haar raadpleging met als titel "Transformatie van gezondheid en zorg in de digitale eengemaakte markt", 2018, https://ec.europa.eu/health/sites/health/files/ehealth/docs/2018_consultation_dsm_en.pdf
(14) Speciale Eurobarometer 425 over patiëntenrechten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg in de Europese Unie.
(15) PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73.

Laatst bijgewerkt op: 13 februari 2019Juridische mededeling