Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0436(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0063/2019

Ingediende teksten :

A8-0063/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/02/2019 - 16.3
CRE 13/02/2019 - 16.3
PV 13/03/2019 - 11.17

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0105
P8_TA(2019)0181

Aangenomen teksten
PDF 148kWORD 50k
Woensdag 13 februari 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Gemeenschappelijke regels ter waarborging van basisconnectiviteit in het wegvervoer in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie ***I
P8_TA-PROV(2019)0105A8-0063/2019

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 13 februari 2019 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels ter waarborging van basisconnectiviteit in het wegvervoer in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie (COM(2018)0895 – C8-0511/2018 – 2018/0436(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  Om te vermijden dat daardoor ernstige verstoringen ontstaan, onder meer wat betreft de openbare orde, moet bijgevolg een tijdelijk stel maatregelen worden vastgesteld waardoor wegvervoerders met een vergunning uit het Verenigd Koninkrijk goederen over de weg kunnen vervoeren tussen het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en de resterende 27 lidstaten. Om een passend evenwicht tussen het Verenigd Koninkrijk en de resterende lidstaten te garanderen, moeten de aldus verleende rechten afhankelijk worden gesteld van de toekenning van gelijkwaardige rechten en moeten zij aan bepaalde voorwaarden die eerlijke concurrentie borgen, worden onderworpen.
(4)  Om te vermijden dat daardoor ernstige verstoringen ontstaan, onder meer wat betreft de openbare orde, moet bijgevolg een tijdelijk stel maatregelen worden vastgesteld waardoor wegvervoerders met een vergunning uit het Verenigd Koninkrijk goederen over de weg kunnen vervoeren tussen het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en de resterende 27 lidstaten of van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk naar het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk via een of meerdere lidstaten. Om een passend evenwicht tussen het Verenigd Koninkrijk en de resterende lidstaten te garanderen, moeten de aldus verleende rechten afhankelijk worden gesteld van de toekenning van gelijkwaardige rechten en moeten zij aan bepaalde voorwaarden die eerlijke concurrentie borgen, worden onderworpen.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – punt 2
(2)   "bilateraal vervoer":
(2)   "geautoriseerd vervoer":
a)  de verplaatsingen van een geladen voertuig waarvan het punt van vertrek en het punt van aankomst zich op, respectievelijk, het grondgebied van de Unie en het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk bevinden, met of zonder doorvoer via één of meer lidstaten of derde landen;
a)  de verplaatsingen van een geladen voertuig van het grondgebied van de Unie naar het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk of andersom, met of zonder doorvoer via één of meer lidstaten of derde landen;
b)   de lege ritten in verband met het onder a) bedoelde vervoer;
b)   de verplaatsingen van een geladen voertuig van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk naar het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk via het grondgebied van de Unie;
b bis)  de lege ritten in verband met het onder a) en b) bedoelde vervoer;
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – punt 5
(5)   "vergunning van het Verenigd Koninkrijk": een door het Verenigd Koninkrijk afgegeven vergunning ten behoeve van internationaal vervoer, daaronder begrepen bilateraal vervoer;
(5)   "vergunning van het Verenigd Koninkrijk": een door het Verenigd Koninkrijk afgegeven vergunning ten behoeve van internationaal vervoer, met betrekking tot geautoriseerd vervoer;
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – titel
Het recht om bilateraal vervoer te verrichten
Het recht om geautoriseerd vervoer te verrichten
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1
1.  Wegvervoerders uit het Verenigd Koninkrijk mogen, op de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, bilateraal vervoer verrichten.
1.  Wegvervoerders uit het Verenigd Koninkrijk mogen, op de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, geautoriseerd vervoer verrichten.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 – inleidende formule
2.  De volgende soorten bilateraal vervoer mogen worden verricht door in het Verenigd Koninkrijk gevestigde natuurlijke personen of rechtspersonen, zonder dat een vergunning uit het Verenigd Koninkrijk in de zin van artikel 2, lid 5, is vereist:
2.  De volgende soorten geautoriseerd vervoer mogen worden verricht door in het Verenigd Koninkrijk gevestigde natuurlijke personen of rechtspersonen, zonder dat een vergunning uit het Verenigd Koninkrijk in de zin van artikel 2, lid 5, is vereist:
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – inleidende formule
Bij bilateraal vervoer overeenkomstig deze verordening worden de volgende voorschriften in acht genomen:
Bij geautoriseerd vervoer overeenkomstig deze verordening worden de volgende voorschriften in acht genomen:
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
2.  Wanneer de Commissie constateert dat de rechten die het Verenigd Koninkrijk aan wegvervoerders uit de Unie toekent rechtens of feitelijk niet gelijkwaardig zijn aan die welke op grond van deze verordening aan wegvervoerders uit het Verenigd Koninkrijk zijn toegekend, of wanneer die rechten niet in gelijke mate voor alle wegvervoerders uit de Unie beschikbaar zijn, kan zij, om de gelijkwaardigheid te herstellen, door middel van gedelegeerde handelingen:
2.  Wanneer de Commissie constateert dat de rechten die het Verenigd Koninkrijk aan wegvervoerders uit de Unie toekent rechtens of feitelijk niet gelijkwaardig zijn aan die welke op grond van deze verordening aan wegvervoerders uit het Verenigd Koninkrijk zijn toegekend, of wanneer die rechten niet in gelijke mate voor alle wegvervoerders uit de Unie beschikbaar zijn, kan zij, om de gelijkwaardigheid te herstellen, door middel van gedelegeerde handelingen:
a)  beperkingen vaststellen voor de toegestane beschikbare capaciteit en/of het aantal ritten voor wegvervoerders uit het Verenigd Koninkrijk;
a)   de toepassing van artikel 3, leden 1 en 2, van deze verordening opschorten indien er geen gelijkwaardige rechten worden toegekend aan wegvervoerders uit de Unie of indien de toegekende rechten minimaal zijn;
b)   de toepassing van deze verordening opschorten; of
b)   beperkingen vaststellen voor de toegestane beschikbare capaciteit en/of het aantal ritten voor wegvervoerders uit het Verenigd Koninkrijk; of
c)  andere dienstige maatregelen nemen.
c)  andere dienstige maatregelen nemen, zoals financiële heffingen of operationele beperkingen.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 2
2.  Wanneer de Commissie constateert dat, als gevolg van een van de in lid 3 genoemde situaties, die voorwaarden merkbaar minder gunstig zijn dan die welke wegvervoerders uit het Verenigd Koninkrijk genieten, kan zij, om die situatie te verhelpen, door middel van gedelegeerde handelingen:
2.  Wanneer de Commissie constateert dat, als gevolg van een van de in lid 3 genoemde situaties, die voorwaarden merkbaar minder gunstig zijn dan die welke wegvervoerders uit het Verenigd Koninkrijk genieten, kan zij, om die situatie te verhelpen, door middel van gedelegeerde handelingen:
a)  beperkingen vaststellen voor de toegestane beschikbare capaciteit en/of het aantal ritten voor wegvervoerders uit het Verenigd Koninkrijk;
a)   de toepassing van artikel 3, leden 1 en 2, van deze verordening opschorten indien er geen gelijkwaardige rechten worden toegekend aan wegvervoerders uit de Unie of indien de toegekende rechten minimaal zijn;
b)   de toepassing van deze verordening opschorten; of
b)   beperkingen vaststellen voor de toegestane beschikbare capaciteit en/of het aantal ritten voor wegvervoerders uit het Verenigd Koninkrijk; of
c)  andere dienstige maatregelen nemen.
c)  andere dienstige maatregelen nemen, zoals financiële heffingen of operationele beperkingen.

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0063/2019).

Laatst bijgewerkt op: 14 februari 2019Juridische mededeling