Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2563(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0110/2019

Debatten :

PV 14/02/2019 - 8.2
CRE 14/02/2019 - 8.2

Stemmingen :

PV 14/02/2019 - 10.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0116

Aangenomen teksten
PDF 138kWORD 51k
Donderdag 14 februari 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Zimbabwe
P8_TA-PROV(2019)0116RC-B8-0110/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 14 februari 2019 over Zimbabwe (2019/2563(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Zimbabwe,

–  gezien het eindverslag van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie over de geharmoniseerde verkiezingen in Zimbabwe in 2018 en de brief van 10 oktober van de hoofdwaarnemer van de verkiezingswaarnemingsmissie aan president Mnangagwa over de voornaamste bevindingen van het eindverslag,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger van 17 januari 2019 over de situatie in Zimbabwe,

–  gezien de verklaringen van de woordvoerder van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 24 juli 2018 en 18 januari 2019 over Zimbabwe,

–  gezien het gezamenlijke communiqué dat is uitgebracht na de bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU en de Afrikaanse Unie op 21 en 22 januari 2019,

–  gezien het monitoringverslag van de Zimbabwaanse mensenrechtencommissie in de nasleep van de "Stay Away" van 14 tot 16 januari en de daaropvolgende onlusten,

–  gezien het verslag van de Zimbabwaanse onderzoekscommissie naar het geweld na de verkiezingen op 1 augustus,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de VV/HV van 2 augustus 2018 over de verkiezingen in Zimbabwe,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 2 augustus 2018 van internationale verkiezingswaarnemingsmissies bij de geharmoniseerde verkiezingen in Zimbabwe, waarin het buitensporige gebruik van geweld door politie en leger om protesten te onderdrukken, wordt veroordeeld,

–  gezien de gezamenlijke lokale verklaring van 9 augustus 2018 van de EU-delegatie, de missiehoofden van de EU-lidstaten die in Harare aanwezig zijn en de missiehoofden van Australië, Canada en de Verenigde Staten over de onderdrukking van de oppositie in Zimbabwe,

–  gezien de conclusies van de Raad van de EU van 22 januari 2018 na de politieke omslag in Zimbabwe,

–  gezien Besluit (GBVB) 2017/288 van de Raad van 17 februari 2017 tot wijziging van Besluit 2011/101/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Zimbabwe(1),

–  gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981, dat door Zimbabwe is geratificeerd,

–  gezien de grondwet van Zimbabwe,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de bevolking van Zimbabwe vele jaren heeft geleden onder een door president Mugabe geleid autoritair regime, dat zijn macht behield door middel van corruptie, geweld, door onregelmatigheden geplaagde verkiezingen en een meedogenloos veiligheidsapparaat;

B.  overwegende dat Zimbabwe op 30 juli 2018 voor het eerst presidents- en parlementsverkiezingen heeft gehouden nadat Robert Mugabe in november 2017 was afgetreden; overwegende dat de verkiezingen het land de gelegenheid boden om te breken met het verleden van omstreden verkiezingen die werden gekenmerkt door schendingen van politieke rechten en mensenrechten en door de staat gesteund geweld;

C.  overwegende dat de Zimbabwaanse kiescommissie Emmerson Mnangagwa op 3 augustus 2018 tot winnaar van de presidentsverkiezingen heeft uitgeroepen, met 50,8 % van de stemmen tegen 44,3 % voor oppositiekandidaat Nelson Chamisa; overwegende dat de oppositie de resultaten onmiddellijk betwistte en beweerde dat de verkiezingen waren vervalst; overwegende dat het Constitutionele Hof deze beschuldigingen wegens gebrek aan bewijs heeft verworpen en dat president Mnangagagwa op 26 augustus officieel in zijn nieuwe ambt is bevestigd;

D.  overwegende dat in het eindverslag van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie wordt gesteld dat de cijfers van de Zimbabwaanse kiescommissie veel anomalieën en onnauwkeurigheden bevatten en voldoende vragen opwerpen om twijfels te doen rijzen over de juistheid en betrouwbaarheid van de gepresenteerde cijfers;

E.  overwegende dat de vertraging bij de bekendmaking van de resultaten al de dag na de verkiezingen heeft geleid tot een uitbarsting van postelectoraal geweld, waarbij zes mensen om het leven zijn gekomen en veel mensen gewond zijn geraakt tijdens protesten waartoe de oppositie had opgeroepen; overwegende dat internationale waarnemers, waaronder de EU, de gewelddadigheden en het buitensporig gebruik van geweld door het leger en de binnenlandse veiligheidstroepen hebben veroordeeld;

F.  overwegende dat de Zimbabwaanse mensenrechtencommissie op 10 augustus 2018 een verklaring over de geharmoniseerde verkiezingen van 2018 en de omgeving na de verkiezingen heeft gepubliceerd, waarin zij bevestigde dat demonstranten waren aangevallen door de strijdkrachten, waarin zij haar diepe bezorgdheid uitsprak over het gewelddadige optreden van de politie en verklaarde dat de grondrechten van de demonstranten waren geschonden; overwegende dat de Commissie de regering heeft gevraagd een nationale dialoog op te zetten;

G.  overwegende dat president Emmerson Mnangagwa bij het afleggen van zijn ambtseed in Harare op 26 augustus 2018 een betere, gedeelde toekomst voor alle Zimbabwanen beloofde, met een regering die zich niet aflatend zou inzetten voor constitutionalisme, de rechtsstaat, de scheiding der machten, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en een beleid dat zowel binnenlands als mondiaal kapitaal zou aantrekken;

H.  overwegende dat president Mnangagwa in september 2018 een onderzoekscommissie heeft ingesteld die in december 2018 concludeerde dat de demonstraties, die grote schade aan eigendommen en verwondingen hadden veroorzaakt, waren uitgelokt en georganiseerd door zowel veiligheidstroepen als leden van de MDC-alliantie, en dat de inzet van het leger gerechtvaardigd en in overeenstemming met de grondwet was; overwegende dat de oppositie het verslag heeft verworpen; overwegende dat de commissie heeft gevraagd om een onderzoek binnen de veiligheidstroepen en vervolging van degenen die misdrijven hebben begaan, en heeft aanbevolen de slachtoffers te vergoeden;

I.  overwegende dat de politieke spanningen sinds de verkiezingen dramatisch zijn toegenomen en dat er nog steeds meldingen zijn van geweld, waardoor de democratische weg die in het land is ingeslagen ernstig in gevaar komt;

J.  overwegende dat de ineenstorting van de economie, het gebrek aan toegang tot sociale diensten en de stijging van de prijzen van de meest elementaire goederen de bevolking tot woede hebben gedreven; overwegende dat er in Zimbabwe tussen 14 en 18 januari 2019, naar aanleiding van een stijging van de brandstofprijzen met 150 %, een golf van protesten en demonstraties was tijdens een zogenaamde nationale "shutdown" op initiatief van het Zimbabwe Congress of Trade Unions (ZCTU); overwegende dat de protesten ook een reactie waren op de toenemende armoede, de slechte toestand van de economie en de dalende levensstandaard;

K.  overwegende dat de regering deze protestbeweging op 14 januari 2019 bestempelde als een "opzettelijk plan om de grondwettelijke orde te ondermijnen" en verzekerde dat zij "op passende wijze zal reageren op degenen die samenzweren om de vrede te saboteren";

L.  overwegende dat de oproerpolitie heeft gereageerd met buitensporig geweld en schendingen van de mensenrechten, waaronder het gebruik van scherpe munitie, willekeurige arrestaties, ontvoeringen, invallen in medische voorzieningen slachtoffers van de repressie werden behandeld, snelrecht en massaprocessen tegen de arrestanten, marteling van arrestanten, verkrachtingen en vernieling van particulier en openbaar eigendom;

M.  overwegende dat de door de regering benoemde mensenrechtencommissie een verslag heeft gepubliceerd waaruit blijkt dat militairen en de politie systematisch gebruik hebben gemaakt van foltering;

N.  overwegende dat meer dan 17 mensen zijn gedood en honderden gewond zijn geraakt; overwegende dat ongeveer duizend mensen zijn gearresteerd, waaronder kinderen tussen 9 en 16 jaar, en dat ongeveer twee derde van de gearresteerden geen borgtocht heeft gekregen; overwegende dat velen van hen nog steeds illegaal worden vastgehouden en naar verluidt tijdens hun hechtenis zijn geslagen en mishandeld;

O.  overwegende dat uit bewijsmateriaal blijkt dat het leger grotendeels verantwoordelijk is voor moorden, verkrachtingen en gewapende overvallen; overwegende dat honderden activisten en oppositieleden nog steeds ondergedoken zijn;

P.  overwegende dat mensenrechtenwaarnemers en lokale en internationale actoren, waaronder de EU, de reactie van de regering op de protesten hebben veroordeeld als "onevenredig" en "buitensporig";

Q.  overwegende dat het uitschakelen van telecommunicatie een instrument is geworden dat door het regime wordt gebruikt om de coördinatie van demonstraties op sociale netwerken tegen te gaan; overwegende dat het mobiele en vaste telefoonverkeer alsook het internet en sociale media herhaaldelijk werden geblokkeerd om de toegang tot informatie en communicatie te verhinderen en de massale mensenrechtenschendingen te verhullen die de staat aan het voorbereiden was; overwegende dat het Hooggerechtshof van Zimbabwe heeft verklaard dat het gebruik van de wet op de interceptie van communicatie om online communicatie te onderbreken onwettig was;

R.  overwegende dat de autoriteiten massale huiszoekingen naar demonstranten organiseerden, waarbij zij vreedzame demonstranten, mensenrechtenactivisten, politieke activisten, prominente leiders van het maatschappelijk middenveld en hun familieleden uit hun huizen sleepten;

S.  overwegende dat buurlanden zoals Zuid-Afrika een hub zijn geworden voor Zimbabwanen die op de vlucht zijn voor politieke onderdrukking en economische tegenspoed;

T.  overwegende dat de politie voortdurend misbruik heeft gemaakt van bestaande wetten, zoals de wet inzake openbare orde en veiligheid (POSA), om de onderdrukking van oppositieleden en mensenrechtenactivisten te rechtvaardigen en legale en vreedzame demonstraties te verbieden;

U.  overwegende dat de staat van dienst van Zimbabwe op het gebied van mensenrechten en democratie een van de slechtste ter wereld is; overwegende dat het Zimbabwaanse volk en mensenrechtenactivisten nog steeds het slachtoffer zijn van aanvallen, haatdragende uitlatingen, lastercampagnes, intimidatie en pesterijen, en dat er regelmatig meldingen zijn van foltering;

V.  overwegende dat de president heeft opgeroepen tot een nationale dialoog, die op 6 februari van start is gegaan, en alle politieke partijen heeft uitgenodigd om deel te nemen, maar dat de Movement for Democratic Change (MDC), de belangrijkste oppositiepartij, heeft geweigerd deel te nemen;

W.  overwegende dat Zimbabwe de Overeenkomst van Cotonou heeft ondertekend en dat artikel 96 van deze overeenkomst bepaalt dat de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden een essentieel onderdeel vormt van de samenwerking tussen de ACS en de EU;

1.  onderstreept zijn unanieme wens dat Zimbabwe een vreedzame, democratische en welvarende natie wordt, waarin alle burgers goed en gelijk worden behandeld volgens de wet en waarin de staatsorganen namens de burgers optreden, en niet tegen hen;

2.  veroordeelt ten stelligste het geweld dat tijdens de recente protesten in Zimbabwe heeft plaatsgevonden; is er vast van overtuigd dat vreedzaam protest een onderdeel is van een democratisch proces en dat onder alle omstandigheden moet worden voorkomen dat daarop met buitensporig geweld wordt gereageerd;

3.  dringt er bij president Mnangagwa op aan zijn inaugurele beloften gestand te doen, de situatie snel onder controle te krijgen en Zimbabwe weer op de weg van verzoening en eerbiediging van de democratie en de rechtsstaat te brengen;

4.  dringt er bij de Zimbabwaanse autoriteiten op aan onmiddellijk een einde te maken aan het misbruik door de veiligheidstroepen en onverwijld een onpartijdig onderzoek in te stellen naar alle beschuldigingen van buitensporig gebruik van geweld door de politie en overheidsfunctionarissen, teneinde individuele verantwoordelijkheden vast te stellen en ervoor te zorgen dat er verantwoording wordt afgelegd; herinnert eraan dat de Zimbabwaanse grondwet voorziet in een onafhankelijk orgaan om klachten over wangedrag van de politie en het leger te onderzoeken, maar dat de regering dit orgaan nog niet heeft opgericht;

5.  dringt bij de Zimbabwaanse regering aan op de terugtrekking van alle militairen en jeugdmilities die overal in het land zijn ingezet en die de inwoners terroriseren – een duidelijke schending van de Zimbabwaanse grondwet;

6.  is van oordeel dat de vrijheid van vergadering, vereniging en meningsuiting essentiële onderdelen zijn van elke democratie; benadrukt dat het op niet-gewelddadige wijze uiten van een mening een grondwettelijk recht is van alle Zimbabwaanse burgers en herinnert de autoriteiten aan hun verplichting om het recht van alle burgers om te protesteren tegen hun verslechterende sociale en economische omstandigheden te beschermen; vraagt de regering een einde te maken aan het specifieke optreden tegen leiders en leden van de ZCTU;

7.  wijst op de belangrijke rol van de oppositie in een democratische samenleving;

8.  vraagt de Zimbabwaanse autoriteiten alle politieke gevangen onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten;

9.  vraagt de Zimbabwaanse regering onmiddellijk een einde te maken aan de intimidatie en criminalisering van actoren uit het maatschappelijk middenveld en de legitieme rol van mensenrechtenverdedigers te erkennen;

10.  verzoekt de Zimbabwaanse regering zich te conformeren aan de bepalingen van de VN-Verklaring inzake mensenrechtenverdedigers en de internationale mensenrechteninstrumenten die door Zimbabwe zijn geratificeerd;

11.  is ernstig bezorgd over de gemelde schendingen van het recht op een eerlijke rechtsbedeling door snelrecht en massaprocessen; benadrukt dat de rechterlijke macht de rechtsstaat moet handhaven en ervoor moet zorgen dat haar onafhankelijkheid en het recht op een eerlijk proces in alle omstandigheden worden geëerbiedigd; veroordeelt alle arrestaties die zonder aanklacht worden verricht;

12.  vraagt de Zimbabwaanse autoriteiten snel een grondig, onpartijdig en onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de beschuldigingen van mensenrechtenschendingen, waaronder verkrachtingen en seksueel geweld door veiligheidstroepen, en de verantwoordelijken voor de rechter te brengen; eist dat de slachtoffers van dergelijk seksueel geweld universele toegang tot medische diensten krijgen zonder bang te moeten zijn voor vergelding;

13.  veroordeelt de blokkering van het internet, waardoor de autoriteiten de mensenrechtenschendingen door het leger en de binnenlandse veiligheidstroepen konden verhullen en onafhankelijke rapportage en documentatie van schendingen tijdens de strafcampagne en onmiddellijk na de verkiezingen konden verhinderen; benadrukt dat de toegang tot informatie een recht is dat de autoriteiten moeten eerbiedigen overeenkomstig hun grondwettelijke en internationale verplichtingen;

14.  veroordeelt het misbruik en de restrictieve aard van de POSA en dringt er bij de Zimbabwaanse autoriteiten op aan de wetgeving in overeenstemming te brengen met de internationale normen inzake de bescherming en bevordering van de mensenrechten;

15.  uit in het bijzonder zijn bezorgdheid over de economische en sociale situatie in Zimbabwe; herinnert eraan dat de belangrijkste problemen van het land armoede, werkloosheid en chronische ondervoeding en honger zijn; is van mening dat deze problemen alleen kunnen worden opgelost door een ambitieus beleid inzake werkgelegenheid, onderwijs, gezondheid en landbouw te voeren;

16.  vraagt alle politieke actoren verantwoordelijkheid en beheersing aan de dag te leggen en met name niet aan te zetten tot geweld;

17.  herinnert de Zimbabwaanse regering eraan dat de steun van de Europese Unie en haar lidstaten in het kader van de Overeenkomst van Cotonou en voor handel, ontwikkeling en economische bijstand afhankelijk is van de eerbiediging van de rechtsstaat en de internationale verdragen en overeenkomsten waarbij zij partij is;

18.  herinnert eraan dat de steun op lange termijn afhangt van alomvattende hervormingen in plaats van louter beloften; vraagt de EU haar relaties met Zimbabwe op waarden te baseren en zich vastberaden op te stellen tegenover de Zimbabwaanse autoriteiten;

19.  dringt er bij de regering op aan de aanbevelingen van de onderzoekscommissie over het geweld na de verkiezingen onverwijld ten uitvoer te leggen, met name door politieke tolerantie en verantwoordelijk leiderschap te bevorderen en een nationale dialoog op te zetten die op geloofwaardige, inclusieve, transparante en verantwoordelijke wijze wordt gevoerd;

20.  neemt nota van de wil van de regering om de beloofde hervormingen door te voeren; benadrukt echter dat deze hervormingen zowel politiek als economisch moeten zijn; moedigt de regering, de oppositie, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en religieuze leiders aan om op voet van gelijkheid deel te nemen aan een nationale dialoog waarin de mensenrechten worden geëerbiedigd en beschermd;

21.  vraagt de regering de aanbevelingen van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie volledig ten uitvoer te leggen, met name met betrekking tot de rechtsstaat en een inclusief politiek klimaat; onderstreept de tien prioritaire aanbevelingen die de verkiezingswaarnemingsmissie heeft geformuleerd in de brief van 10 oktober 2018 van de hoofdwaarnemer aan president Mnangagagwa, namelijk gelijke voorwaarden voor alle politieke partijen scheppen om voor een duidelijker en samenhangend wettelijk kader te zorgen; de kiescommissie versterken door haar werkelijk onafhankelijk en transparant te maken en zo het vertrouwen in het verkiezingsproces te herstellen; ervoor zorgen dat de grotere onafhankelijkheid van de kiescommissie haar vrijwaart van overheidsinmenging in de goedkeuring van haar regelgeving; en een meer inclusief verkiezingsproces tot stand brengen;

22.  vraagt de EU-delegatie en de ambassades van de EU-lidstaten in Zimbabwe de ontwikkelingen in het land nauwlettend te blijven volgen en alle passende instrumenten te gebruiken om mensenrechtenactivisten, maatschappelijke organisaties en vakbonden te steunen, de essentiële onderdelen van de Overeenkomst van Cotonou te bevorderen en pro-democratische bewegingen te steunen;

23.  vraagt de EU haar politieke dialoog met Zimbabwe over de mensenrechten op basis van artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou te intensiveren;

24.  vraagt de Europese Raad zijn beperkende maatregelen tegen personen en entiteiten in Zimbabwe, met inbegrip van de maatregelen die momenteel zijn opgeschort, te herzien in het licht van de verantwoordingsplicht voor het recente staatsgeweld;

25.  dringt er bij de internationale gemeenschap, met name de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC) en de Afrikaanse Unie (AU), op aan Zimbabwe actiever bij te staan bij het vinden van een duurzame democratische oplossing voor de huidige crisis;

26.  dringt er bij de buurlanden op aan de bepalingen van het internationaal recht na te leven en mensen die het geweld in Zimbabwe ontvluchten te beschermen door ze asiel te geven, met name op korte termijn;

27.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de EDEO, de regering en het parlement van Zimbabwe, de regeringen van de Zuid-Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap en de Afrikaanse Unie, en de secretaris-generaal van het Gemenebest.

(1) PB L 42 van 7.12.2013, blz. 11.

Laatst bijgewerkt op: 15 februari 2019Juridische mededeling