Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0385(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0014/2019

Ingediende teksten :

A8-0014/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/02/2019 - 10.12

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0126

Aangenomen teksten
PDF 175kWORD 47k
Donderdag 14 februari 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie en Verordening (EU) 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, wegens de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie ***I
P8_TA-PROV(2019)0126A8-0014/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 14 februari 2019 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot aanpassing van Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende energie-efficiëntie [als gewijzigd bij Richtlijn 2018/XXX/EU] en Verordening (EU) 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [governance van de energie-unie], wegens de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (COM(2018)0744 – C8-0482/2018 – 2018/0385(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0744),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 192, lid 1, en 194, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0482/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 30 januari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A8-0014/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 14 februari 2019 met het oog op de vaststelling van Besluit (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie en Verordening (EU) 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, wegens de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie
P8_TC1-COD(2018)0385

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, en artikel 194, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). De Verdragen zullen niet langer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk met ingang van de datum van inwerkingtreding van een terugtrekkingsakkoord, of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na de voornoemde kennisgeving, d.w.z. met ingang van 30 maart 2019, tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit.

(2)  Het terugtrekkingsakkoord als overeengekomen tussen de onderhandelaars voorziet in regelingen op grond waarvan bepalingen van het Unierecht op en in het Verenigd Koninkrijk van toepassing kunnen blijven tot na de datum waarop de Verdragen ophouden van toepassing te zijn op en in het Verenigd Koninkrijk. Indien dat akkoord in werking treedt, zullen Richtlijn (EU) 2018/2002(4) houdende wijziging van Richtlijn 2012/27/EU(5) van het Europees Parlement en de Raad, en Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad(6), van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk gedurende de overgangsperiode overeenkomstig dat akkoord en zullen zij op het einde van die periode ophouden van toepassing te zijn.

(3)  In artikel 3, lid 5, van Richtlijn 2012/27/EU, dat werd ingevoegd bij Richtlijn (EU) 2018/2002, is bepaald dat de lidstaten indicatieve nationale energie-efficiëntiebijdragen moeten vaststellen ter verwezenlijking van de energie-efficiëntiestreefcijfers van de Unie van ten minste 32,5 % in 2030. Bij de vaststelling van die bijdragen moeten de lidstaten rekening houden met het energieverbruik van de Unie in 2030 uitgedrukt in primaire en/of eindenergie.

(4)  In artikel 6, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2018/1999 is bepaald dat de lidstaten bij de vaststelling van hun indicatieve nationale energie-efficiëntiebijdragen aan het halen van de streefcijfers van de Unie, rekening moeten houden met het energieverbruik van de Unie in 2030 uitgedrukt in primaire en/of eindenergie. Overeenkomstig artikel 29, lid 3, eerste alinea, van die verordening is het energieverbruik op het niveau van de Unie ook relevant voor de beoordeling door de Commissie van de vooruitgang in de richting van de gezamenlijke verwezenlijking van de streefcijfers van de Unie.

(5)  Als gevolg van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie moeten de verwachte energieverbruikscijfers voor de Unie in 2030 worden aangepast, zodat deze betrekking hebben op de Unie van 27 lidstaten, zonder het Verenigd Koninkrijk ("EU27"). Uit de prognoses die zijn opgesteld met het oog op de kernstreefcijfers van de Unie van ten minste 32,5 % blijkt dat het primaire energieverbruik gelijk moet zijn aan 1 273 miljoen ton olie-equivalent (Mtoe) en dat het eindenergieverbruik gelijk moet zijn aan 956 Mtoe in 2030 voor de Unie van 28 lidstaten. Uit de overeenkomstige prognoses voor de EU27 zonder het Verenigd Koninkrijk blijkt dat het primaire energieverbruik gelijk moet zijn aan 1 128 Mtoe en het eindenergieverbruik aan 846 Mtoe in 2030. De cijfers voor de energieverbruiksniveaus in 2030 moeten daarom worden aangepast.

(6)  Dezelfde prognoses voor het energieverbruik in 2030 zijn tevens relevant voor de artikelen 6 en 29 van Verordening (EU) 2018/1999.

(7)  Krachtens artikel 4, lid 3, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad(7) moet de buitenwerkingtreding van handelingen die op een bepaalde datum buiten werking treden geschieden bij het einde van het laatste uur van de dag waarop die datum valt. Dit besluit moet derhalve van toepassing zijn vanaf de dag volgend op die waarop Richtlijn 2012/27/EU en Verordening (EU) 2018/1999 ophouden van toepassing te zijn op het Verenigd Koninkrijk.

(8)  Richtlijn 2012/27/EU en Verordening (EU) 2018/1999 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)  Om de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk onverwijld voor te bereiden, moet dit besluit in werking treden op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Richtlijn 2012/27/EU

In artikel 3 van Richtlijn 2012/27/EU wordt lid 5 vervangen door:"

“5. Elke lidstaat stelt indicatieve nationale energie-efficiëntiebijdragen vast om de in artikel 1, lid 1, van deze richtlijn bedoelde streefcijfers van de Unie voor 2030 te bereiken, overeenkomstig de artikelen 4 en 6 van Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad*. Bij het vaststellen van die bijdragen houden de lidstaten er rekening mee dat het energieverbruik van de Unie in 2030 niet meer dan 1 128 Mtoe primaire energie en/of niet meer dan 846 Mtoe eindenergie mag bedragen. De lidstaten delen deze bijdragen mee aan de Commissie in het kader van hun geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen, als bedoeld in en overeenkomstig de procedure van artikel 3 en de artikelen 7 tot en met 12 van Verordening (EU) 2018/1999.

_________________________

* Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Richtlijn 94/22/EG, Richtlijn 98/70/EG, Richtlijn 2009/31/EG, Verordening (EG) nr. 663/2009, Verordening (EG) nr. 715/2009, Richtlijn 2009/73/EG, Richtlijn 2009/119/EG van de Raad, Richtlijn 2010/31/EU, Richtlijn 2012/27/EU, Richtlijn 2013/30/EU en Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1).”

"

Artikel 2

Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1999

Verordening (EU) 2018/1999 wordt als volgt gewijzigd:

(1)  in artikel 6, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:"

“1. In het kader van zijn indicatieve nationale energie-efficiëntiebijdrage voor 2030 en voor het laatste jaar van de betrokken periode wat de latere nationale plannen betreft, overeenkomstig artikel 4, onder b), punt 1, van deze verordening houdt elke lidstaat er rekening mee dat overeenkomstig artikel 3 van richtlijn 2012/27/EU het energieverbruik van de Unie in 2020 niet meer mag bedragen dan 1 483 Mtoe primaire energie of niet meer dan 1 086 Mtoe eindenergie, en het energieverbruik van de Unie in 2030 niet meer mag bedragen dan 1 128 Mtoe primaire energie en/of niet meer dan 846 Mtoe eindenergie.”;

"

(2)  in artikel 29, lid 3, wordt de eerste alinea vervangen door:"

"3. Als onderdeel van de in lid 1 bedoelde beoordeling evalueert de Commissie met betrekking tot de energie-efficiëntie de vooruitgang in de richting van de gezamenlijke verwezenlijking van een maximaal energieverbruik op het niveau van de Unie van 1 128 Mtoe primaire energie en 846 Mtoe eindenergie in 2030 in overeenstemming met artikel 3, lid 5, van Richtlijn 2012/27/EU.”.

"

Artikel 3

Termijnen

De artikelen 1 en 2 van dit besluit doen geen afbreuk aan de termijnen die zijn vastgesteld in artikel 2 van Richtlijn (EU) 2018/2002 en artikel 59 van Verordening (EU) 2018/1999.

Artikel 4

Inwerkingtreding en toepassing

1.  Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.  De artikelen 1 en 2 zijn van toepassing vanaf de dag volgend op die waarop Richtlijn 2012/27/EU en Verordening (EU) 2018/1999 ophouden van toepassing te zijn op en in het Verenigd Koninkrijk.

Artikel 5

Adressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1)PB C van , blz. .
(2)PB C van , blz. .
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 14 februari 2019.
(4) Richtlijn (EU) 2018/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 houdende wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 210).
(5) Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van de Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1).
(6) Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1).
(7) Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 15 februari 2019Juridische mededeling