Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2109(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0059/2019

Ingediende teksten :

A8-0059/2019

Debatten :

PV 14/02/2019 - 7
CRE 14/02/2019 - 7

Stemmingen :

PV 14/02/2019 - 10.19

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0133

Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 56k
Donderdag 14 februari 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Verbetering van het concurrentievermogen van de interne markt door de ontwikkeling van de EU-douaneunie en haar governance
P8_TA-PROV(2019)0133A8-0059/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 14 februari 2019 over de verbetering van het concurrentievermogen van de interne markt door de ontwikkeling van de EU-douane-unie en haar governance (2018/2109(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie(1) en de daarmee verband houdende gedelegeerde handeling (Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015)(2), uitvoeringshandeling (Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 2 november 2015)(3), gedelegeerde handeling met overgangsregels (Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015)(4) en werkprogramma (Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 van de Commissie van 11 april 2016)(5),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 houdende verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (COM(2018)0085),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité getiteld "De ontwikkeling van de EU-douane-unie en haar governance" (COM(2016)0813),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement getiteld "Eerste tweejaarlijks verslag over de vooruitgang in de ontwikkeling van de EU-douane-unie en haar governance" (COM(2018)0524),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement getiteld "Tweede voortgangsverslag over de uitvoering van de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer" (COM(2018)0549),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de IT-strategie voor de douane (COM(2018)0178),

–  gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt inzake het voorstel van de Commissie betreffende het rechtskader van de Unie inzake douaneovertredingen en sancties (COM(2013)0884),

–  gezien Beschikking nr. 70/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven(6) (de e-douanebeschikking),

–  gezien de resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2017 over de aanpak van de uitdagingen rond de tenuitvoerlegging van het EU-douanewetboek(7),

–  gezien het Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van het douanewetboek van de Unie en de uitoefening van de bevoegdheid tot het vaststellen van gedelegeerde handelingen krachtens artikel 284 van dat wetboek (COM(2018)0039),

–  gezien speciaal verslag nr. 19/2017 van de Europese Rekenkamer getiteld "Invoerprocedures: tekortkomingen in het rechtskader en een ondoeltreffende uitvoering zijn van invloed op de financiële belangen van de EU",

–  gezien speciaal verslag nr. 26/2018 van de Europese Rekenkamer getiteld "Een reeks vertragingen bij de IT-douanesystemen: wat ging er mis?",

–  gezien voortgangsverslag 11760/2017 van de Raad over de bestrijding van accijnsfraude,

–  gezien het verslag van Europol en het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie over namaak en piraterij in de Europese Unie,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en het advies van de Commissie internationale handel (A8-0059/2019),

A.  overwegende dat de douane-unie, die dit jaar vijftig jaar bestaat, een van de hoekstenen van de Europese Unie en een van de grootste handelsblokken ter wereld is, en overwegende dat een volledig operationele douane-unie essentieel is voor de goede werking van de interne markt en vlotte handel binnen de EU, en een cruciaal onderdeel vormt van het gemeenschappelijk handelsbeleid ten aanzien van derde landen in het belang van zowel het bedrijfsleven als de burgers van de Unie, maar ook voor de geloofwaardigheid van de Unie, omdat zij daardoor een sterke positie heeft bij onderhandelingen over handelsovereenkomsten met derde landen;

B.  overwegende dat de douaneautoriteiten een noodzakelijk evenwicht moeten vinden tussen de bevordering van legitieme handel, de douanecontroles die de veiligheid van de Unie en haar burgers moeten beschermen, het consumentenvertrouwen in de goederen die de eengemaakte markt binnenkomen, en de financiële en handelsbelangen van de Unie; overwegende dat zij verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van meer dan 60 rechtshandelingen, bovenop het wettelijk douanekader, met het oog op de bestrijding van de illegale handel en smokkel en de toekenning van de status van geautoriseerd marktdeelnemer;

C.  overwegende dat de standaardisering van douane-informatie en douaneprocessen een belangrijke rol speelt bij de homogenisering van controles, met name ten aanzien van verschijnselen als onjuiste indeling en onderwaardering van de invoer en onjuiste rapportage van de oorsprong van goederen, wat nadelig is voor alle marktdeelnemers, maar vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen;

D.  overwegende dat de invoer in en uitvoer uit de Unie in 2017 3 700 miljard EUR bedroegen en dat de geïnde douanerechten 15 % van de begroting van de Unie uitmaken;

E.  overwegende dat de tenuitvoerlegging van het douanewetboek van de Unie van essentieel belang is om de eigen middelen van de Unie, in het bijzonder de douanerechten, en de fiscale belangen van de lidstaten te beschermen, maar ook om de veiligheid van de Europese consumenten en eerlijke concurrentie in de interne markt te waarborgen;

F.  overwegende dat het douanewetboek van de Unie bepaalt dat de nodige elektronische systemen voor de tenuitvoerlegging ervan tegen 31 december 2020 moeten worden ingevoerd; overwegende dat de digitalisering van de douaneprocedures al in 2003 van start is gegaan en in 2008 is voorgeschreven met de aanneming van Verordening (EG) nr. 450/2008 van 23 april 2008 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (gemoderniseerd douanewetboek)(8) en de aanneming van de Beschikking 70/2008/EG (de e-douanebeschikking);

G.  overwegende dat de digitalisering van de douane nog in uitvoering is, dat ruim 98 % van de douaneaangiften tegenwoordig langs elektronische weg worden ingediend en dat de volgende terreinen op het vlak van douane nu via elektronische systemen worden beheerd: transit (NCTS), uitvoercontrole (ECS), veiligheidsgegevens (ICS), risicobeheer (CRMS), registratie- en identificatienummers van marktdeelnemers (EORI), vergunningen (CDS), geautoriseerd marktdeelnemer (AEO), bindende tariefinlichtingen (EBTI), quota en tarieven (QUOTA), autonome tariefschorsingen, de gecombineerde nomenclatuur (TARIC), toezicht op invoer en uitvoer (SURV2) en het systeem van geregistreerde exporteurs voor certificaten van oorsprong (REX);

H.  overwegende dat het Douaneprogramma dat in het kader van het meerjarig financieel kader van de EU voor de periode 2021-2027 is voorgesteld tot doel heeft het optreden van en de samenwerking tussen de douaneautoriteiten van de lidstaten te ondersteunen;

I.  overwegende dat de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU een uitdaging vormt voor de goede werking van de douane-unie;

J.  overwegende dat de ingebruikname van essentiële elektronische systemen die noodzakelijk zijn voor de volledige tenuitvoerlegging van het douanewetboek van de EU vertraging zal oplopen en zal worden uitgesteld tot na 31 december 2020;

K.  overwegende dat het instrument inzake de prestaties van de douane-unie functioneert op basis van een beoordeling van de werking van douane-unie, aan de hand van kernprestatie-indicatoren op diverse gebieden zoals de bescherming van financiële belangen, het waarborgen van de veiligheid van de EU-bevolking en de beoordeling van het belang van de bijdrage van douane aan de groei en competitiviteit van de EU;

L.  overwegende dat het bestuur van het Douane 2020-programma en bijgevolg ook van de IT-werkzaamheden op het vlak van douane gedeeld wordt waargenomen door de Commissie, de lidstaten en vertegenwoordigers van handelsbelangen, in de vorm van een veelvoud aan besluitvormingsstructuren, wat een blijvende negatieve impact heeft op de doeltreffendheid van dit bestuur en op het beheer van IT-projecten;

M.  overwegende dat het bestuur van de douaneprogramma's moet worden herzien, na het aflopen van het huidige Douane 2020-programma en na de uitvoering van een kosten-batenanalyse van de diverse mogelijkheden;

1.  wijst op het werk dat elke dag wordt verzet door de douaneautoriteiten van de lidstaten en de diensten van de Commissie, die zich inzetten om de interne markt te beschermen tegen oneerlijke concurrentie in de vorm van namaak- en dumpingproducten, handel te faciliteren, administratieve rompslomp te verminderen, inkomsten voor de nationale begrotingen en de begroting van de Unie te innen en de bevolking te beschermen tegen terreur-, gezondheids-, milieu- en andere dreigingen;

2.  wijst erop dat de douane-unie een van de eerste verwezenlijkingen van de Unie is en als een van haar grootste successen kan worden beschouwd, omdat zij in de Unie gevestigde bedrijven in staat stelt hun goederen te verkopen en te investeren in de hele Unie en omdat zij de Unie in staat heeft gesteld haar binnengrenzen af te schaffen en de concurrentie met de rest van de wereld aan te gaan; onderstreept dat de eengemaakte markt van de Unie onmogelijk zou zijn zonder de tariefvrije omgeving die de douane-unie verschaft en zonder de rol die de douane-unie speelt bij het toezicht op de invoer en uitvoer;

3.  benadrukt dat een volledig operationele douane-unie essentieel is om ervoor te zorgen dat de EU bij onderhandelingen over handelsovereenkomsten geloofwaardig is en zich in een sterke onderhandelingspositie voor het sluiten van nieuwe handelsakkoorden bevindt; benadrukt dat een efficiënte EU-douane-unie helpt om de legitieme handel te bevorderen en de administratieve lasten voor bonafide handelaren te verminderen, wat belangrijk is voor de ontwikkeling van concurrerende bedrijven; benadrukt dat gezorgd moet worden voor doeltreffende controles, onder meer door de samenwerking met de douaneautoriteiten van derde landen te stimuleren, en voor het voorkomen van onnodige belemmeringen van de legale handel;

4.  onderstreept dat het van cruciaal belang is om in de hele Unie op basis van de hervorming van de IT-infrastructuur voor naadloos op elkaar aansluitende douaneprocedures te zorgen; is van mening dat het dankzij de digitalisering mogelijk is de uitwisseling van informatie en de betaling van rechten transparanter en toegankelijker te maken, in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen en voor marktdeelnemers in derde landen, en dat de digitalisering mogelijkheden biedt om de douanevoorschriften en -procedures te vereenvoudigen;

5.  stelt vast dat de huidige verschillen in het niveau en de kwaliteit van controles, douaneprocedures en sanctiemaatregelen op de plaatsen van binnenkomst in de douane-unie vaak tot de verstoring van handelsstromen leiden, en dat deze verschillen het probleem van 'forum shopping' aanzwengelen en de integriteit van de eengemaakte markt in gevaar brengen; dringt er in deze context sterk op aan dat de Commissie en de lidstaten deze kwestie aanpakken;

6.  moedigt de Commissie aan haar inspanningen op te drijven met het oog op de totstandbrenging van een geïntegreerde elektronische one-stop-shop-omgeving op douanegebied in de EU, die bedrijven in staat moet stellen noodzakelijke informatie en documenten op één punt in te dienen om te voldoen aan alle wettelijke vereisten met betrekking tot de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen;

7.  wijst erop dat het Verenigd Koninkrijk na zijn uittreding uit de EU een derde land zal worden, en dat de buitengrenzen van de EU hierdoor zullen worden gewijzigd, en benadrukt dat de brexitprocedure geen negatieve gevolgen mag hebben voor de ontwikkeling en het bestuur van de EU-douane-unie;

Digitalisering van de douaneprocedures

8.  verzoekt de Commissie en de lidstaten een efficiëntere, meer kosteneffectieve en gestroomlijnde aanpak van het beheer van de IT-systemen voor de douaneautoriteiten te ontwikkelen; dringt met name aan op een meer nauwkeurige en realistische raming van het tijdschema voor de tenuitvoerlegging, de vereiste middelen en de reikwijdte van de afzonderlijke IT-projecten om douaneprocedures te digitaliseren;

9.  betreurt dat de invoering van de nieuwe IT-systemen voor de douane-unie vertraging heeft opgelopen, waardoor de Commissie aan het Parlement en de Raad moest vragen de overgangsperiode te verlengen tot na 2020, de termijn die is vastgelegd in het douanewetboek; betreurt eveneens dat zij ter rechtvaardiging van die verlenging enkel onvolledige informatie heeft verstrekt, met name ten aanzien van hetgeen onder haar verantwoordelijkheid en die van de lidstaten valt, zodat het Europees Parlement zijn begrotings- en politieke controle niet op passende wijze kan uitoefenen;

10.  benadrukt dat 75 % van de Europese componenten van de IT-systemen die voor de tenuitvoerlegging van het douanewetboek van de Unie nodig zijn, weliswaar tegen december 2020 gereed zouden moeten zijn, maar dat dit niet betekent dat 75 % van de IT-systemen tegen dan gereed zullen zijn, aangezien 25 % van die IT-systemen uit nationale componenten bestaan, waarvoor de lidstaten verantwoordelijk zijn en waarbij vertragingen werden vastgesteld;

11.  is van mening dat de Commissie en de Raad er samen met de hoogste prioriteit moeten voor zorgen dat het douanewetboek en de digitalisering van de douaneprocedures binnen het nieuwe tijdschema worden omgezet; dringt er derhalve bij de Commissie en de lidstaten op aan alles in het werk te stellen om verdere vertragingen te vermijden; is in dat verband van mening dat het opzetten van de IT-architectuur de ontwikkeling en uitrol van zeventien IT-instrumenten vereist, met aanzienlijke financiële en personele gevolgen; acht het daarom absoluut noodzakelijk dubbel werk te vermijden bij de uitvoering van de IT-projecten van de lidstaten en de Commissie;

12.  vraagt de Commissie het tijdschema voor haar werkprogramma voor het douanewetboek te actualiseren om rekening te houden met de verlenging van de overgangsperiode die zij heeft voorgesteld(9) ter aanneming van het Europees Parlement en de Raad; verzoekt het Parlement en de Raad werk te maken van een spoedige goedkeuring van deze verlenging, en de nodige voorwaarden te scheppen voor een geslaagde uitrol van de IT-architectuur voor de douane, waarbij de uitgebreide veiligheidstests onverlet moeten blijven, zodat mogelijke tekortkomingen de integriteit van de door de douaneautoriteiten van de lidstaten verrichte controles van goederen niet in gevaar brengen; wijst er – net als de Europese Rekenkamer – op dat, aangezien dezelfde oorzaken dezelfde effecten hebben, de actualisering van het strategisch meerjarenplan 2017, doordat de invoering van zes IT-instrumenten in hetzelfde jaar wordt geconcentreerd, een aanzienlijke uitdaging vormt, en een grote kans inhoudt dat de uitgestelde termijnen evenmin worden gehaald, waardoor de termijn van de tenuitvoerlegging van het douanewetboek tot na 2025 verlengd zou kunnen worden;

13.  verzoekt de Commissie om haar strategische meerjarenplan te actualiseren met een opeenvolging van projecten gedurende de volledige overgangsperiode, zodat een te geconcentreerde uitrol aan het eind van die periode in de mate van het mogelijke wordt vermeden, en met de vastlegging van bindende mijlpalen, ook voor de lidstaten;

14.  verzoekt de Commissie de wettelijke en technische specificaties die nu voor de zeventien IT-instrumenten zijn goedgekeurd, niet te wijzigen, aangezien de omvang van de uit te voeren projecten en de tijd die nodig is voor de uitrol ervan niet verenigbaar zijn met het feit dat de technologieën in kwestie voortdurend in ontwikkeling of met de onvermijdelijke wijzigingen in de wet- en regelgeving die in deze periode zullen plaatsvinden;

15.  wijst erop dat de Commissie zich volgens de Rekenkamer bewust was van de vertraging maar ervoor heeft gekozen deze informatie niet op te nemen in haar officiële verslaglegging, met als gevolg dat de belanghebbenden (waaronder het Europees Parlement, andere EU-instellingen die niet vertegenwoordigd zijn in de beheersstructuur van Douane 2020, alsook geïnteresseerde bedrijven en burgers) niet volledig op de hoogte waren van het feitelijke risico van vertraging; vraagt de Commissie bijgevolg om regelmatig en op transparante wijze verslag uit te brengen over de uitvoering van het strategische meerjarig werkprogramma en de opzetting van de elektronische douanesystemen, zodat de fouten uit de vorige programmeringsperiode niet worden herhaald, en om open kaart te spelen over mogelijke toekomstige vertragingen, evenwel zonder dit onverwachts of zonder passende corrigerende maatregelen te doen;

16.  verzoekt de Commissie een permanente evaluatie te verrichten van het Douane-2020-programma en te reageren op de eventuele tekortkomingen die worden vastgesteld, met name door de in het kader van dit programma opgerichte deskundigenteams optimaal te benutten en meer samenwerking tussen douane-instanties mogelijk te maken;

17.  beklemtoont dat permanente beleidsmonitoring en de analyse en beoordeling van mogelijke gevolgen essentiële onderdelen vormen van het bestuur van de douane-unie; neemt kennis van en toont zich ingenomen met de werkzaamheden van de Commissie betreffende de ontwikkeling van een instrument dat het mogelijk moet maken om de prestaties van de douane-unie systematisch af te meten tegen de strategische doelstellingen in termen van efficiëntie, doeltreffendheid en uniformiteit; roept de lidstaten ertoe op de werkzaamheden voor de verdere uitwerking van dit instrument te ondersteunen;

18.  suggereert aan de Commissie dat dit instrument ook moet worden gebruikt om de prestaties van douanecontroles in termen van digitaliseringspotentieel en gegevensstromen te beoordelen, zodat er nog doeltreffender, op risico’s gebaseerde controles kunnen worden uitgewerkt en de druk op douane-instanties afneemt;

Governance, rapportage en financiering van het Douaneprogramma

19.  neemt nota van de maatregelen die de Commissie en de lidstaten nemen om te zorgen voor een uniforme en coherente toepassing van het douanewetboek, met name op het gebied van opleiding en door de vaststelling van richtsnoeren; verzoekt de Commissie en de lidstaten niettemin meer inspanningen te doen en meer middelen uit te trekken om te zorgen voor een volledige toepassing van het in 2013 vastgestelde douanewetboek en van uniforme douaneprocedures in de hele Europese Unie; verzoekt de Commissie in dit verband een actieplan voor te leggen dat gebaseerd zou kunnen zijn op een peer review van de douanepraktijk, de uitwisseling van goede praktijken, een nauwere samenwerking tussen de douanediensten en een opleidingsprogramma met voldoende middelen;

20.  brengt in herinnering dat de Commissie werkt aan een éénloketsysteem voor de EU-douane, dat marktdeelnemers in staat zou stellen om via geharmoniseerde toegangspunten bij meerdere bestemmelingen tegelijk gegevens in te dienen, in een standaardformaat, die nodig zijn voor een brede waaier van regelgevingsdoeleinden (zoals diergeneeskundige en sanitaire regelgeving en milieuregelgeving); verzoekt de Commissie en de lidstaten om deze belangrijke werkzaamheden voort te zetten;

21.  neemt nota van de financiële inspanning die door de EU-begroting wordt geleverd, waardoor de toewijzing voor het volgende Douaneprogramma 2021-2027 op 842 844 000 EUR komt in prijzen van 2018; verzoekt de lidstaten ook de nodige personele en financiële middelen uit te trekken voor de uitrol van de nationale componenten, die essentieel zijn om de implementatie van het Europese elektronische douanesysteem mogelijk te maken, en verzoekt de Commissie te gelegener tijd aan het Parlement verslag uit te brengen over de uitrol van de EU-componenten en de niet-EU-componenten die door de lidstaten worden ontwikkeld;

22.  benadrukt dat de douane tegenwoordig te maken heeft met een ongelooflijke toename van de hoeveelheid goederen die online buiten de EU wordt gekocht, aangezien zij deze goederen moet controleren en de toepasselijke heffingen moet innen, en wijst er met name op dat de hoeveelheid goederen van geringe waarde die in de EU wordt ingevoerd, jaarlijks met 10 à 15 % stijgt; roept de Commissie en de lidstaten ertoe op hun inspanningen om deze uitdaging beter aan te pakken, te intensiveren;

23.  vraagt de Commissie om aan het einde, niet eerder, van de ingebruikname van de 17 IT-systemen van het Douane-2020-programma die te maken hebben met het douanewetboek van de Unie een doeltreffender beheersstructuur voor te stellen voor de uitvoering en actualisering van IT-projecten op het vlak van douane; benadrukt dat de uiteindelijk gekozen structuur gezien de economische en fiscale uitdagingen en de veiligheidsuitdagingen van het IT-douanesysteem het behoud van de Europese soevereiniteit moet garanderen;

24.  benadrukt dat, door de douaneautoriteiten van de lidstaten te ondersteunen, het programma "Douane 2021-2027" niet alleen zal bijdragen aan meer ontvangsten voor de EU-begroting, maar ook aan het waarborgen van de veiligheid van producten, de bescherming van Europese consumenten en gelijke voorwaarden voor EU-bedrijven;

Terugtrekking van het VK uit de Europese Unie

25.  benadrukt dat de onzekerheid omtrent de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU een grote uitdaging vormt voor het Europese bedrijfsleven; verzoekt de Commissie en de lidstaten bijgevolg belanghebbenden naar behoren en volledig te informeren over de gevolgen van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk op het gebied van douanerechten en bepaalde indirecte belastingen, zoals de belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen;

26.  hamert erop dat er na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk geen hiaten in het douanesysteem mogen zijn, ook niet aan de buitengrenzen van de EU, die aanzetten tot illegale handel of ontduiking van belastingen waarin de EU-wetgeving voorziet;

o
o   o

27.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.
(2) PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1.
(3) PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558.
(4) PB L 69 van 15.3.2016, blz. 1.
(5) PB L 99 van 15.4.2016, blz. 6.
(6) PB L 23 van 26.1.2008, blz. 21.
(7) PB C 242 van 10.7.2018, blz. 41.
(8) PB L 145 van 4.6.2008, blz. 1.
(9) Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 houdende verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (COM(2018)0085).

Laatst bijgewerkt op: 15 februari 2019Juridische mededeling