Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0272M(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0093/2019

Ingediende teksten :

A8-0093/2019

Debatten :

PV 11/03/2019 - 21
CRE 11/03/2019 - 21

Stemmingen :

PV 12/03/2019 - 9.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0141

Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 60k
Dinsdag 12 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Vietnam inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (resolutie)
P8_TA-PROV(2019)0141A8-0093/2019

Niet-wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2019 over het ontwerp van besluit van de Raad inzake de sluiting van de vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Socialistische Republiek Vietnam inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (10861/2018 – C8-0445/2018 – 2018/0272M(NLE))

Het Europees Parlement,

–  gezien over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van de vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Socialistische Republiek Vietnam inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (10861/2018),

–  gezien het ontwerp voor een vrijwillige partnerschapsovereenkomst van 9 oktober 2018 tussen de Europese Unie en de Socialistische Republiek Vietnam inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (10877/2018),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens de eerste alinea's van artikel 207, leden 3 en 4 in samenhang met artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a)(v), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0445/2018),

–  gezien de kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Socialistische Republiek Vietnam, anderzijds(1),

–  gezien de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Socialistische Republiek Vietnam 1995,

–  gezien het ontwerp van investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Socialistische Republiek Vietnam, anderzijds,

–  gezien Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap(2) (FLEGT-verordening),

–  gezien het voorstel van de Commissie inzake een actieplan betreffende wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (COM(2003)0251),

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 juni 2016 inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (10721/2016),

–  gezien Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen(3) (EU-houtverordening),

–  gezien de verslagen van het Environmental Investigation Agency van 31 mei 2018 getiteld "Serial Offender: Vietnam's continued imports of illegal Cambodian timber"(4) en van 25 september 2018 getiteld "Vietnam in Violation: Action required on fake CITES permits for rosewood trade"(5),

–  gezien de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's) 2015-2030 van de Verenigde Naties,

–  gezien de Overeenkomst van Parijs, die op 12 december 2015 is gesloten tijdens de 21e Conferentie van de Partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (COP 21),

–  gezien de uitdaging van Bonn van 2011, een mondiale inspanning om tegen 2020 150 miljoen hectare ontbost en aangetast land te herstellen, en tegen 2030 350 miljoen hectare,

–  gezien het verslag van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) van 2012, getiteld "Green carbon, black trade: illegal logging, tax fraud and laundering in the world's tropical forests"(6),

–  gezien de VN-Verdragen ter bestrijding van misdaad en corruptie, waaronder het Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en het Verdrag tegen corruptie,

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 12 maart 2019(7) over het ontwerp van besluit van de Raad,

–  gezien artikel 99, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A8-0093/2019),

A.  overwegende dat Vietnam in 2010 in onderhandeling is getreden over een vrijwillige partnerschapsovereenkomst inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (Flegt-VPA), en daarmee, na Indonesië en Maleisië, het derde Aziatische land is dat een dergelijke overeenkomst nastreeft; overwegende dat deze onderhandelingen in mei 2017 zijn afgerond en dat de overeenkomst op 19 oktober 2018 is ondertekend;

B.  overwegende dat de VPA ten doel heeft te voorzien in een rechtskader om te waarborgen dat al het hout en alle houtproducten die onder de VPA vallen en vanuit Vietnam naar de EU worden geïmporteerd, op legale wijze zijn geproduceerd; overwegende dat VPA's over het algemeen bedoeld zijn ter bevordering van systemische veranderingen gericht op duurzaam bosbeheer, ter beëindiging van de illegale houtkap en ter ondersteuning van de wereldwijde inspanningen om een einde te maken aan ontbossing en de aantasting van bossen;

C.  overwegende dat Vietnam belangrijk is voor de houthandel, de op drie na grootste op export georiënteerde houtverwerkingssector ter wereld bezit en ernaar streeft de grootste te worden; overwegende dat Vietnam, als verwerkingsknooppunt, een belangrijke exporteur van houtproducten naar de EU is, maar ook een belangrijke exporteur naar landen in de regio, met name China en Japan;

D.  overwegende dat Vietnam een belangrijke importeur van hout en houtproducten is, en dat in de Vietnamese fabrieken in 2017 circa 34 miljoen kubieke meter hout en houtproducten werden verwerkt, waarvan 25% was geïmporteerd en 75% afkomstig was van binnenlandse plantages, die veelal in het bezit zijn van en beheerd worden door kleine boeren; overwegende dat de import gedurende de periode 2011-2017 met 68% is toegenomen; overwegende dat Vietnam de afgelopen jaren aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt op het gebied van de bestrijding van de binnenlandse ontbossing en dat het land zijn beboste gebieden, met inbegrip van de industriële plantages, heeft weten uit te breiden van 37% in 2005 naar 41% in 2018; overwegende dat Vietnam sinds 2016 een verbod op het kappen van binnenlands natuurbos handhaaft;

E.  overwegende dat de meeste boomstammen in 2017 afkomstig waren uit Kameroen, de VS en Cambodja, evenals het meeste gezaagde hout, terwijl ook de Democratische Republiek Congo (DRC) een belangrijke houtleverancier was; overwegende dat Cambodja sinds 2015 de op een na grootste leverancier van tropisch hout aan Vietnam is, ondanks berichten over een exportverbod(8) naar Vietnam; overwegende dat het volume van de import uit Afrikaanse landen in de periode 2016-2017 naar verluidt met 43% is toegenomen en de waarde met 40%; overwegende dat hout dat vanuit Cambodja en de DRC wordt uitgevoerd, volgens de op dit gebied deskundige ngo's moet worden beschouwd als hout met een hoog risico; voorts overwegende dat onbewerkt hout vaak afkomstig is uit landen met een zwak bestuur, welig tierende corruptie of zelfs conflicten, en dat er een grote kans bestaat dat het hout illegaal is gekapt;

F.  overwegende dat Cambodja het op vier na hoogste ontbossingscijfer ter wereld kent en dat uit VN-statistieken blijkt dat het Cambodjaanse bosareaal is gedaald van 73% in 1990 naar 57% in 2010;

G.  overwegende dat Cambodja op grond van artikel 3 van Subdecreet nr. 131 van 28 november 2006 een verbod heeft ingesteld op de export van rondhout, behalve indien afkomstig van plantages, van ruw gezaagd hout, behalve indien afkomstig van plantages, en van kanthout en rechthoekig hout met een dikte en breedte van meer dan 25 cm(9); overwegende dat alle export van producten van uit Cambodjaanse natuurbossen afkomstig hout in principe als een schending van het Cambodjaans recht wordt beschouwd; overwegende dat Vietnam zich er krachtens de VPA toe heeft verbonden alleen hout te importeren dat op legale wijze is gekapt, overeenkomstig de nationale wetgeving van het land van herkomst;

H.  overwegende dat een land zich er in het kader van een VPA toe verplicht een beleid vast te stellen dat erop is gericht om te waarborgen dat er alleen boomstammen en houtproducten naar de EU worden geëxporteerd waarvan is aangetoond dat ze legaal zijn verkregen(10); overwegende dat Vietnam wetgeving zal moeten aannemen om het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten (TLAS) in te stellen, en in de vereiste administratieve structuren en capaciteit zal moeten voorzien om de uit de VPA voortvloeiende verplichtingen ten uit voer te leggen en te handhaven; overwegende dat deze VPA van toepassing zal zijn op hout en houtproducten voor zowel de binnenlandse markt als de exportmarkt, met uitzondering van de laatste stap van de Flegt-vergunningsprocedures, die vooralsnog alleen bedoeld is voor export naar de EU;

I.  overwegende dat Vietnam heeft toegezegd wetgeving te zullen aannemen om te waarborgen dat er uitsluitend legaal geproduceerd hout(11) op zijn markten wordt geïmporteerd, op basis van zorgvuldigheidseisen voor importeurs van hout en houtproducten; overwegende dat Vietnam zich er, in het kader van de definitie van wettigheid uit hoofde van de VPA, eveneens toe heeft verbonden de wetgeving van de landen waar het hout wordt gekapt te erkennen;

J.  overwegende dat de steun voor deze vrijwillige partnerschapsovereenkomst een belangrijke rol zou spelen bij de bevordering van de economische integratie en de naleving van internationale doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling in de regio; overwegende dat de sluiting van nieuwe vrijwillige partnerschapsovereenkomsten, waaronder met China – een van de buurlanden van Vietnam en een essentiële speler in de houtverwerkingsindustrie – zou bijdragen tot het waarborgen van de wettigheid en de levensvatbaarheid van de handel in hout en houtproducten in de regio;

K.  overwegende dat Vietnam pas kan toetreden tot het Flegt-vergunningensysteem van de EU wanneer het land heeft aangetoond dat het aan alle verplichtingen uit hoofde van de VPA heeft voldaan(12) en de capaciteit voor het handhaven van de desbetreffende nationale wetgeving heeft opgebouwd; overwegende dat van hout dat uit hoofde van een Flegt-vergunning is geïmporteerd, wordt verondersteld dat het legaal en overeenkomstig de EU-houtverordening is gekapt; overwegende dat de toetreding van Vietnam tot het Flegt-vergunningensysteem door middel van een gedelegeerde handeling wordt goedgekeurd;

L.  overwegende dat de inwerkingtreding van het vrijhandelsverdrag tussen de EU en Vietnam tot de liberalisering van handel in hout en houtproducten zal leiden en dat de algemene zorgvuldigheidseisen van de EU-houtverordening van toepassing zullen zijn tot de Flegt-vergunningen in werking zullen treden(13);

1.  brengt in herinnering dat duurzaam en inclusief bosbeheer en -bestuur van essentieel belang zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de Overeenkomst van Parijs;

2.  verzoekt de EU ervoor te zorgen dat de VPA in overeenstemming is met al haar beleidsmaatregelen, ook op het gebied van ontwikkeling, milieu, landbouw en handel;

3.  is groot voorstander van het Flegt-proces met Vietnam, dit gezien de rol van het land in de houtverwerkingsindustrie; is ingenomen met de ondertekening van de VPA, een overeenkomst die bedoeld is om geleidelijk een volledige beleidshervorming in het land te bewerkstelligen en illegaal geproduceerd hout te weren uit de toeleveringsketens van Vietnamese marktdeelnemers; is verheugd over de manier waarop Vietnam zich voor dit proces inzet en is ingenomen met de tot dusver geboekte vooruitgang, maar realiseert zich dat de volledige tenuitvoerlegging van de VPA een langetermijnproject is dat niet alleen de goedkeuring van een wetgevingspakket met zich meebrengt (TLAS), maar ook garanties vereist om ervoor te zorgen dat er voldoende administratieve capaciteit en expertise is voor de tenuitvoerlegging en de handhaving van de VPA; herinnert eraan dat de Flegt-procedures pas in werking kunnen treden wanneer Vietnam heeft aangetoond dat zijn TLAS-systeem gebruiksklaar is; merkt op dat de coördinatie tussen het nationale en het provincieniveau, nodig om de VPA in het gehele land naar behoren en consequent te handhaven, diverse uitdagingen met zich meebrengt en roept de Vietnamese regering op deze coördinatie te waarborgen;

4.  wijst erop dat de tenuitvoerlegging van de VPA een aanvulling moet vormen op de verbintenissen van de EU op het gebied van milieubescherming, en in samenhang moet zijn met de verbintenissen ter voorkoming van grootschalige ontbossing;

5.  verzoekt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) adequate personele middelen toe te wijzen aan de tenuitvoerlegging van deze VPA, waaronder adequate middelen voor de EU-delegatie in Hanoi, evenals financiële middelen voor Vietnam in het kader van de bestaande en toekomstige instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking die specifiek worden bestemd voor de tenuitvoerlegging van de VPA; spoort de Commissie en de EDEO aan zowel de Vietnamese autoriteiten als het maatschappelijk middenveld de helpende hand te bieden, onder meer door satellietbeelden beschikbaar te stellen; roept de EU op haar inspanningen te richten op de versterking van het Vietnamese rechtskader en de institutionele capaciteit van het land, door de technische en economische uitdagingen aan te pakken die de doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bestaande nationale en internationale regelgeving in de weg staan;

6.  erkent dat de houtsector in Vietnam zich ertoe heeft verbonden illegaal hout uit de toeleveringsketen te weren en besef te kweken omtrent deze zaken; onderstreept evenwel dat strikte handhaving en een mentaliteitsverandering binnen de sector van essentieel belang zijn; herinnert eraan dat het gegeven dat zich illegaal hout in de toeleveringsketen bevindt, een risico van reputatieschade inhoudt voor de Vietnamese verwerkende industrie;

7.  is zich er evenwel van bewust dat Vietnam in het verleden voor aanzienlijke uitdagingen heeft gestaan bij de bestrijding van de handel in illegaal hout uit Laos en, meer recentelijk, uit Cambodja; is van mening dat Vietnam en de toeleveringslanden in dergelijke gevallen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het voortwoekeren van deze illegale handel, aangezien Vietnamese autoriteiten, met name op provinciaal niveau, formele beslissingen hebben genomen die in strijd zijn met de wetgeving van het land waar het hout werd gekapt, zoals het beheer van formele importquota;

8.  is verheugd dat Vietnam zich ertoe heeft verbonden wetgeving aan te nemen om te waarborgen dat er uitsluitend legaal geproduceerd hout op zijn markten wordt geïmporteerd, op basis van bindende zorgvuldigheidseisen voor importeurs, hetgeen een van de belangrijkste verworvenheden van de VPA is; herinnert eraan dat de zorgvuldigheidseisen niet mogen worden beperkt tot een louter aanvinken van vakjes, maar dat zij moeten inhouden dat alle vereiste stappen – zoals het verzamelen van informatie, het beoordelen van de risico's en het treffen van aanvullende maatregelen om eventuele vastgestelde risico's tot een verwaarloosbaar niveau te beperken – door de bevoegde nationale autoriteiten met behulp van degelijke en systematische controles van afzonderlijke bedrijven worden gehandhaafd; wijst erop dat handhaving van zorgvuldigheidseisen door douaneautoriteiten een uitdaging vormt en adequate scholing vereist; herinnert eraan dat de Vietnamese autoriteiten een stelsel van zorgvuldigheidseisen moeten invoeren dat overeenkomt met het systeem van de EU-houtverordening en benadrukt dat onafhankelijke belanghebbenden in de gelegenheid moeten worden gesteld om opmerkingen te maken over de desbetreffende wetgeving inzake zorgvuldigheid; spoort de Vietnamese autoriteiten aan te overwegen audits door derden en publieke verslaglegging door bedrijven op te nemen in hun stelsel van zorgvuldigheidseisen, om bedrijven passende steun te bieden bij de naleving van hun verplichtingen en om ervoor zorgen dat houtleveranciers niet worden opgezadeld met onevenredige administratieve lasten maar dat het ontstaan van lacunes tegelijkertijd wordt voorkomen;

9.  wenst dat de Vietnamese regering zorgt voor adequate, afschrikkende en evenredige sancties voor inbreuk op de wetgeving tot uitvoering van het TLAS-systeem, met inbegrip van, wanneer het import betreft, een volledig verbod op het op de Vietnamese markt brengen van illegaal gekapt hout evenals de inbeslagneming van dergelijk hout;

10.  is ingenomen met de mechanismen voor onafhankelijke beoordeling, klachten en feedback, en verzoekt de Vietnamese autoriteiten ervoor te zorgen dat op adequate wijze op eventuele klachten wordt gereageerd, onder meer door, indien nodig, doeltreffende en afschrikkende maatregelen te treffen; verwacht dat dergelijke mechanismen op volledig transparante wijze zullen functioneren en zullen aanzetten tot de uitwisseling van informatie tussen het maatschappelijk middenveld en de handhavingsautoriteiten; is verheugd over de door Vietnam aangegane verplichting tot onafhankelijk toezicht op de tenuitvoerlegging van de VPA door maatschappelijke organisaties, verenigingen voor bosbeheer, ondernemingen, vakbonden, lokale gemeenschappen en mensen die in bosgebieden wonen; benadrukt dat het van cruciaal belang is dat zij worden betrokken bij en toegang krijgen tot relevante en actuele informatie, zodat ze hun rol in dit proces kunnen vervullen en een verdere bijdrage kunnen leveren aan de geloofwaardigheid van het TLAS-systeem en de voortdurende versterking ervan; is ingenomen met de toezegging van de Vietnamese regering om het maatschappelijk middenveld toegang te verlenen tot de nationale databank inzake bosbouw en moedigt haar aan de TLAS-uitvoeringsbepalingen aan een openbare raadpleging te onderwerpen en de feedback erover in aanmerking te nemen;

11.  is ingenomen met de samenwerking met maatschappelijke organisaties tijdens en na de onderhandelingen over de VPA, en dringt er bij de Vietnamese regering op aan te zorgen voor een daadwerkelijk inclusief proces, zowel tijdens de volledige uitvoeringsfase als daarna, en in het kader daarvan het gehele toepassingsgebied van de VPA in aanmerking te nemen, met inbegrip van importcontroles, zorgvuldigheidseisen, een classificatiesysteem voor organisaties en een op risico gebaseerde verificatie van bedrijven; onderstreept hoe belangrijk het is om lokale gemeenschappen bij een en ander te betrekken, niet alleen om sociaaleconomische redenen, maar ook met het oog op de correcte tenuitvoerlegging van de nieuwe bosbouwwet en de VPA-verplichtingen;

12.  keurt de illegale houthandel die plaatsvindt via de grens met Cambodja ten zeerste af, en dringt er bij de autoriteiten van beide landen op aan om deze illegale handelsstromen onmiddellijk een halt toe te roepen, hetgeen absoluut noodzakelijk is om het VPA-proces met succes te kunnen voortzetten; dringt er bij de Vietnamese autoriteiten op aan degenen die verantwoordelijk zijn voor het toestaan en beheren van de illegale handel vanuit Cambodja en elders, aan onderzoek te onderwerpen, uit hun functie te ontheffen en te berechten; is ingenomen met de recente beslissing van de Vietnamese autoriteiten om alleen de via internationale kanalen verlopende handel in hout toe te staan en de handhavingscapaciteit ter bestrijding van illegale handel op te voeren; vraagt de Vietnamese autoriteiten om hout uit Cambodja aan te merken als "hout met een hoog risico" en ervoor te zorgen dat de Cambodjaanse wetgeving inzake het kappen en exporteren van hout wordt nageleefd, overeenkomstig de VPA-verplichtingen; dringt er bij de twee landen op aan de dialoog, de grensoverschrijdende samenwerking en de uitwisseling van handelsgegevens en informatie over risico's in verband met de illegale handel in hout en over hun respectieve wetgeving die op dit moment van kracht is, te bevorderen en te verbeteren, en moedigt hen aan de EU bij deze dialoog te betrekken; moedigt Vietnam en Cambodja aan de hulp van Interpol in te roepen en samen toe te werken naar doeltreffende langetermijnmaatregelen ter bestrijding van de wijdverbreide illegale houtkap en het smokkelen van hout over de grens naar Vietnam; dringt er bij de Vietnamese autoriteiten op aan dezelfde maatregelen toe te passen op import uit andere toeleveringslanden waar sprake is, of zal kunnen zijn, van soortgelijke zorgen, met name Afrikaanse landen, zoals de DRC;

13.  onderstreept dat de regionale aspecten van kap, vervoer en verwerking van en handel in illegaal hout in de gehele toeleveringsketen moeten worden aangepakt; dringt erop aan dergelijke regionale aspecten mee te nemen in het evaluatieproces van de VPA door na te gaan wat het verband is tussen zwakkere handhavingsmechanismen in andere landen in de regio en de toename van de export uit dergelijke landen naar de EU;

14.  benadrukt dat slecht bestuur en corruptie in de bosbouwsector de illegale houtkap en de aantasting van bossen in de hand werken en beklemtoont dat het welslagen van het Flegt-initiatief onder meer afhangt van de aanpak van fraude en corruptie in de gehele houttoeleveringsketen; wenst dat de Vietnamese regering zich ervoor inzet om een einde te maken aan de welig tierende corruptie, en om andere factoren die deze praktijken in de hand werken aan te pakken, met name in verband met de douane en de overige autoriteiten die een centrale rol gaan vervullen bij de tenuitvoerlegging en de handhaving van de VPA, en zo een concreet signaal af te geven dat Vietnam zich volledig aan het VPA-proces committeert; beklemtoont dat er een einde moet worden gemaakt aan de straffeloosheid in de bosbouwsector en dat dit kan worden bereikt door ervoor te zorgen dat overtreders worden vervolgd;

15.  is verheugd dat de Vietnamese regering onlangs een actieplan voor de uitvoering van de VPA heeft vastgesteld en verzoekt de regering een concrete, tijdgebonden en meetbare aanpak te hanteren; is ingenomen met de inwerkingtreding van de nieuwe bosbouwwet op 1 januari 2019, die voorziet in een verbod op de import van illegaal geproduceerd hout in Vietnam en verzoekt de Vietnamese autoriteiten om dit verbod te handhaven en zo nodig binnen afzienbare tijd uitvoeringsbepalingen vast te stellen, een en ander ter overbrugging van de tijdspanne tot het operationeel worden van het TLAS-systeem;

16.  juicht het toe dat er bepalingen inzake duurzaam beheer van bossen in de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam zijn opgenomen, waarmee ook een verband wordt gelegd met de VPA; vraagt de Commissie om bij de tenuitvoerlegging van de vrijhandelsovereenkomst bijzondere aandacht te besteden aan de handel in hout en houtproducten en om de handelsstromen nauwlettend in het oog te houden, een en ander om te voorkomen dat de bijkomende liberalisering van de handel illegale handel in de hand gaat werken;

17.  verzoekt de Commissie jaarlijks verslag uit te brengen aan het Parlement over de door Vietnam geboekte vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van de VPA, onder meer aan de hand van hetgeen in deze resolutie wordt verlangd, alsmede over de activiteiten van het Gemengd Comité voor de uitvoering, zodat het Parlement een weloverwogen beslissing kan nemen zodra het voorstel betreffende de gedelegeerde handeling ter goedkeuring van de aanvaarding van Flegt-vergunningen wordt voorgelegd; wenst dat de Commissie overweegt om tijdens de volgende evaluatie verbeteringen aan te brengen aan de verordening inzake Flegt-vergunningensysteem, zodat in het vervolg snel kan worden gereageerd op ernstige schendingen van VPA-verplichtingen;

18.  spoort de Commissie aan de dialoog met de belangrijkste importlanden in de regio – en tegelijk belangrijke handelspartners van de EU – zoals China en Japan, te bevorderen en meer prioriteit te geven aan de noodzaak van bilaterale betrekkingen met deze landen, met inbegrip van handelsbetrekkingen, en van concrete oplossingen om een einde te maken aan de illegale handel in hout, teneinde wereldwijd een gelijk speelveld tot stand te brengen als het gaat om de aanpak van dit probleem; steunt de Commissie wat betreft het opstarten van VPA-onderhandelingen met de buurlanden van Vietnam zodra aan de noodzakelijke voorwaarden is voldaan, en onderstreept het belang van Flegt-VPA's in toekomstige instrumenten voor ontwikkeling en samenwerking; wenst dat de Commissie instrumenten invoert om de uitwisseling van goede praktijken tussen Vietnam en de derde landen die reeds een vrijwillige partnerschapsovereenkomst met de Europese Unie hebben gesloten, te vergemakkelijken;

19.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Socialistische Republiek Vietnam en het Koninkrijk Cambodja.

(1) PB L 329 van 3.12.2016, blz. 8.
(2) PB L 347 van 30.12.2005, blz. 1.
(3) PB L 295 van 12.11.2010, blz. 23.
(4) https://eia-international.org/wp-content/uploads/eia-serial-offender-web.pdf
(5) https://eia-international.org/report/vietnam-violation-action-required-fake-cites-permits-rosewood-trade/
(6) Nellemann, C., INTERPOL Environmental Crime Programme (red). 2012. Green Carbon, Black Trade: Illegal Logging, Tax Fraud and Laundering in the Worlds Tropical Forests. A Rapid Response Assessment. United Nations Environment Programme, GRIDArendal, http://wedocs.unep.org/bitstream/handle/20.500.11822/8030/Green%20carbon%20Black%20Trade_%20Illegal %20logging.pdf?sequence=5&isAllowed=y
(7) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0140.
(8) https://www.phnompenhpost.com/national/despite-ban-timber-exports-vietnam-nearing-2016-total
(9) https://eia-international.org/wp-content/uploads/eia-serial-offender-web.pdf, blz. 6.
(10) De VPA bestrijkt alle belangrijke houtproducten die naar de EU worden geëxporteerd, in het bijzonder de vijf verplichte houtproducten als gedefinieerd in de Flegt-verordening van 2005 (boomstammen, gezaagd hout, spoorbielzen, triplex en fineerhout) en omvat tevens een aantal andere houtproducten zoals houtspaanders, parketvloeren, spaanplaten en houten meubels. De VPA heeft betrekking op de export naar alle derde landen, maar het vergunningensysteem is in elk geval in de beginfase uitsluitend van toepassing op export naar de EU.
(11) Overeenkomstig artikel 2, punt j), van de VPA moet onder "legaal geproduceerd hout" (hierna ook "legaal gekapt hout" genoemd) worden verstaan: de houtproducten die gekapt of geïmporteerd en geproduceerd zijn overeenkomstig de in bijlage II bij deze overeenkomst vermelde Vietnamese wetgeving en andere relevante bepalingen van deze overeenkomst; en, in het geval van geïmporteerd hout, houtproducten die gekapt, geproduceerd en geëxporteerd zijn in overeenstemming met de relevante wetgeving van het land waar het hout is gekapt en de in bijlage V beschreven procedures;
(12) Of het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten (TLAS) daadwerkelijk aan de eisen voor Flegt-vergunningen voldoet, wordt eerst gezamenlijk beoordeeld door de EU en Vietnam. Uitsluitend wanneer beide partijen het erover eens zijn dat het systeem robuust genoeg is, kan het vergunningensysteem in werking worden gesteld.
(13) Artikel 13.8, lid 2, onder a): "[iedere partij dient] de handel in hout afkomstig uit op duurzame wijze beheerde bossen, dat is gekapt overeenkomstig de nationale wetgeving van het land van houtkap, te bevorderen; een mogelijke maatregel in dit verband is de sluiting van een vrijwillige partnerschapsovereenkomst inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (Flegt)";

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2019Juridische mededeling