Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2159(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0075/2019

Ingediende teksten :

A8-0075/2019

Debatten :

PV 11/03/2019 - 24
CRE 11/03/2019 - 24

Stemmingen :

PV 12/03/2019 - 9.24
CRE 12/03/2019 - 9.24
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0158

Aangenomen teksten
PDF 165kWORD 52k
Dinsdag 12 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Opbouw van EU-capaciteit voor conflictpreventie en bemiddeling
P8_TA-PROV(2019)0158A8-0075/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2019 over de opbouw van EU-capaciteit voor conflictpreventie en bemiddeling (2018/2159(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere mensenrechtenverdragen en -instrumenten van de VN,

–  gezien de beginselen en doelstellingen van het Handvest van de VN,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens,

–  gezien de Slotakte van Helsinki van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) uit 1975 en alle beginselen daarvan, als gronddocument voor de Europese en bredere regionale veiligheidsorde,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's) van de VN en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over conflictpreventie en bemiddeling, over vrouwen, vrede en veiligheid, en over jongeren, vrede en veiligheid,

–  gezien het "Concept inzake versterking van de bemiddelings- en dialoogcapaciteit van de EU" van de Raad van 10 november 2009 (15779/09),

–  gezien de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie, die op 28 juni 2016 werd gepresenteerd door Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), alsook het eerste, op 18 juni 2017 gepubliceerde verslag over de uitvoering ervan, getiteld "From Shared Vision to Common Action: Implementing the EU Global Strategy",

–   gezien zijn aanbeveling van 15 november 2017 aan de Raad, de Commissie en de EDEO over het Oostelijk Partnerschap, in aanloop naar de top in november 2017(1),

–  gezien zijn aanbeveling van 5 juli 2018 aan de Raad betreffende de 73e bijeenkomst van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(2),

–  gezien Verordening (EU) 2017/2306 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 230/2014 tot vaststelling van een instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede(3),

–  gezien het voorstel van 13 juni 2018 van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan de Raad, met steun van de Commissie, voor een besluit van de Raad tot oprichting van een Europese vredesfaciliteit (HR(2018) 94),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8‑0075/2019),

A.  overwegende dat de bevordering van de internationale vrede en veiligheid een van de bestaansredenen van de EU is – in 2012 erkend door middel van de Nobelprijs voor de Vrede – en een centrale plaats inneemt in het Verdrag van Lissabon;

B.  overwegende dat de EU zich ertoe heeft verbonden de Agenda inzake vrouwen, vrede en veiligheid ten uitvoer te leggen, overeenkomstig resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad en daaropvolgende actualiseringen, evenals de Agenda inzake jongeren, vrede en veiligheid, overeenkomstig resolutie 2250 van de VN-Veiligheidsraad en daaropvolgende actualiseringen;

C.  overwegende dat de EU, via haar instrumenten voor externe bijstand, een van de grootste verstrekkers is van steun voor conflictpreventie en vredesopbouw;

D.  overwegende dat de EU, als belangrijke steunpilaar van internationale organisaties, belangrijke verstrekker van ontwikkelingshulp en 's werelds grootste handelspartner, een voortrekkersrol zou moeten vervullen op het gebied van wereldwijde vredesopbouw, conflictoplossing en versterking van de internationale veiligheid; overwegende dat conflictpreventie en bemiddeling deel moeten uitmaken van een globale aanpak die zowel veiligheid, diplomatie als ontwikkeling omvat;

E.  overwegende dat samenwerking met regionale organisaties noodzakelijk is, zoals de OVSE, die in haar Slotakte van Helsinki uit 1975 onder meer de beginselen inzake het niet-gebruiken van geweld, de territoriale integriteit van staten, gelijke rechten en zelfbeschikkingsrecht van volken heeft vastgelegd; voorts overwegende dat deze organisaties een belangrijke rol spelen bij conflictpreventie en bemiddeling;

F.  overwegende dat de preventie van gewelddadige conflicten van essentieel belang is, niet alleen om het hoofd te bieden aan de veiligheidsuitdagingen waarmee Europa en haar buurlanden worden geconfronteerd, maar ook om politieke en maatschappelijke vooruitgang te boeken; overwegende dat dit een essentieel onderdeel vormt van effectief multilateralisme, en belangrijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's), met name doelstelling 16 inzake vreedzame en inclusieve samenlevingen, toegang tot de rechter voor allen en doeltreffende, verantwoordelijke en open instellingen op alle niveaus;

G.  overwegende dat de voortzetting van de EU-steun voor civiele en militaire actoren in derde landen een belangrijke factor vormt voor de preventie van terugkerende gewelddadige conflicten; overwegende dat blijvende en aanhoudende vrede en veiligheid onlosmakelijk verbonden zijn met duurzame ontwikkeling;

H.  overwegende dat de handhaving van de stabiliteit en de ontwikkeling van de landen en geografische gebieden waarvan de toestand rechtstreeks van invloed is op de veiligheid van de Unie, middels conflictpreventie en bemiddeling moeten worden gewaarborgd;

I.  overwegende dat preventie een strategische functie heeft als het gaat om het waarborgen van doeltreffend optreden voorafgaand aan crises; overwegende dat bemiddeling een diplomatiek instrument is dat kan worden ingezet voor conflictoplossing en voor de preventie van conflicten of de uitbreiding ervan;

J.  overwegende dat de interne en externe veiligheid steeds meer met elkaar verweven raken en dat de complexe aard van de internationale uitdagingen een geïntegreerde Europese aanpak van externe conflicten en crises vergt;

K.  overwegende dat de interinstitutionele aanpak moet worden versterkt om de ontwikkeling van de EU te waarborgen en haar capaciteiten ten volle te kunnen benutten;

L.  overwegende dat de integrale strategie van de EU, alsook de politieke verklaringen en interinstitutionele ontwikkelingen, welkome tekenen zijn van de bereidheid van de VV/HV om prioriteit te geven aan conflictpreventie en bemiddeling;

M.  overwegende dat de externe financieringsinstrumenten in aanzienlijke mate bijdragen aan de ondersteuning van conflictpreventie en bemiddeling;

N.  overwegende dat overgangsjustitie een belangrijke reeks juridische en niet-juridische mechanismen omvat die gericht zijn op verantwoordingsplicht voor misstanden uit het verleden en op de totstandbrenging van een duurzame, eerlijke en vreedzame toekomst;

O.  overwegende dat het Parlement op het gebied van parlementaire diplomatie, met inbegrip van dialoog- en bemiddelingsprocedures, een prominente rol op zich heeft genomen, waarbij het voortbouwt op zijn ingewortelde cultuur van dialoog en consensusvorming;

P.  overwegende dat gewelddadige conflicten en oorlogen onevenredig grote gevolgen hebben voor burgers, met name voor vrouwen en kinderen, en voor vrouwen een groter risico vormen dan voor mannen in termen van economische en seksuele uitbuiting, dwangarbeid, ontheemding, detentie en seksueel geweld, zoals verkrachting, dat als oorlogstactiek wordt toegepast; overwegende dat de actieve participatie van vrouwen en jongeren in conflictpreventie en vredesopbouw van belang is, evenals in de preventie van alle vormen van geweld, waaronder seksueel en genderspecifiek geweld;

Q.  overwegende dat de actieve en betekenisvolle participatie van zowel het maatschappelijk middenveld als lokale actoren, in het bijzonder vrouwen, jongeren, minderheden en inheemse volkeren, van essentieel belang is voor de bevordering en versterking van de capaciteit en de opbouw van vertrouwen op het gebied van bemiddeling, dialoog en verzoening;

R.  overwegende dat de financiële middelen die worden uitgetrokken voor conflictpreventie, vredesopbouw en vredeshandhaving – ondanks de toezeggingen op EU-niveau in dit verband – dikwijls ontoereikend zijn, hetgeen nadelige gevolgen heeft voor het vermogen om maatregelen op dit gebied te bevorderen;

1.  spoort de EU aan meer prioriteit te geven aan conflictpreventie en bemiddeling in het kader of ter ondersteuning van bestaande overeengekomen onderhandelingsvormen en -beginselen; benadrukt dat deze aanpak de meerwaarde van de EU op politiek, maatschappelijk, economisch en veiligheidsvlak wereldwijd sterk doet toenemen; wijst erop dat acties in het kader van conflictpreventie en bemiddeling de aanwezigheid en geloofwaardigheid van de Unie op het internationale toneel helpen versterken;

2.  erkent dat de civiele en militaire missies die in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) worden uitgevoerd, een wezenlijke rol spelen bij vredeshandhaving, conflictpreventie en de versterking van de internationale veiligheid;

3.  roept de VV/HV en de voorzitters van de Commissie en het Parlement op gezamenlijke langetermijnprioriteiten vast te stellen op het gebied van conflictpreventie en bemiddeling, die moeten worden opgenomen in een periodieke strategiebepaling;

4.  roept op tot vredesopbouw op lange termijn waarmee de onderliggende oorzaken van conflicten worden aangepakt;

5.  wenst dat het huidige stelsel wordt verbeterd, teneinde onderstaande prioriteiten van de EU te ondersteunen;

6.  dringt aan op conflictgevoelige en mensgerichte benaderingen die, bij de inspanningen van de EU om ter plaatse gunstige en blijvende resultaten te behalen, menselijke veiligheid op de voorgrond stellen;

7.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de diensten van de Commissie die zich bezighouden met extern optreden een jaarverslag voor te leggen aan het Parlement over de vooruitgang met betrekking tot de uitvoering van de beleidstoezeggingen van de EU op het gebied van conflictpreventie en bemiddeling;

De opbouw van EU-capaciteit voor conflictpreventie en bemiddeling

8.  is voorstander van een meer coherente en holistische betrokkenheid van de EU bij externe conflicten en crises; is voorts van mening dat de geïntegreerde aanpak van externe conflicten en crises de meerwaarde van het extern optreden van de Unie vormt en meent dat zo spoedig mogelijk alles in het werk moet worden gesteld om de respons van de EU in elk stadium van het conflict te verduidelijken en om de operationaliteit en doeltreffendheid ervan te verbeteren; herinnert in dit verband aan de normen en beginselen van het internationaal recht en het Handvest van de Verenigde Naties en spreekt zijn steun uit voor bestaande onderhandelingskaders, -benaderingen en -beginselen; herhaalt dat elk conflict afzonderlijk moet worden bekeken;

9.  beklemtoont dat deze capaciteitsversterking de lidstaten in staat moet stellen om in kaart te brengen welke geografische gebieden prioriteit moeten krijgen als het gaat om conflictpreventie en bemiddeling, en ervoor moet zorgen dat de bilaterale samenwerking tussen de Europese landen beter verloopt;

10.  roept op tot de oprichting, onder auspiciën van de VV/HV, van een Europees raadgevend comité op hoog niveau inzake conflictpreventie en bemiddeling, teneinde een uitgebreide pool van ervaren politieke bemiddelaars en deskundigen op het gebied van conflictpreventie bijeen te brengen, opdat op korte termijn kan worden voorzien in politieke en technische expertise; is van mening dat er ook een pool van deskundigen nodig is die zich bezighoudt met verzoening en overgangsjustitie; dringt aan op de systematische bevordering van de oprichting van verzoenings- en verantwoordingsmechanismen in alle gebieden waar een conflict heeft plaatsgevonden, om ervoor te zorgen dat verantwoordelijkheid voor in het verleden begane misdrijven moet worden afgelegd en om preventie en afschrikking in de toekomst te verzekeren;

11.  wenst dat er een speciale vertegenwoordiger van de EU voor de vrede wordt benoemd die het voorzitterschap van het Europees raadgevend comité gaat bekleden, teneinde de samenhang en coördinatie van de instellingen te bevorderen, ook wat de interactie met het maatschappelijk middenveld betreft, de uitwisseling van informatie te verbeteren en ervoor te zorgen dat eerder en vaker tot actie wordt overgegaan;

12.  roept op tot de instelling van andere interinstitutionele mechanismen zoals task forces voor conflictpreventie in specifieke situaties;

13.  dringt erop aan dat er een speciale werkgroep van de Raad inzake conflictpreventie en bemiddeling wordt opgericht die de sterke betrokkenheid van de EU bij vrede en stabiliteit in haar naburige regio's benadrukt;

De Europese Dienst voor extern optreden

14.  is ingenomen met de oprichting van een speciale afdeling van de EDEO inzake conflictpreventie, vredesopbouw en bemiddelingsinstrumenten en is verheugd over de ontwikkeling van instrumenten zoals horizonverkenning en het systeem voor vroegtijdige waarschuwing; verzoekt dit soort instrumenten verder te ontwikkelen;

15.  dringt erop aan dat relevante kennis systematischer wordt verzameld, beheerd en verspreid, in formaten die toegankelijk, praktisch en operationeel relevant zijn voor het personeel van de EU-instellingen;

16.  roept op tot verdere opbouw van de capaciteit op het gebied van genderbewuste conflictanalyse, vroegtijdige waarschuwing, verzoening en conflictpreventie voor interne medewerkers, bemiddelaars en andere deskundigen, alsmede derde partijen, in samenspraak met de EDEO en met inbegrip van organisaties uit het maatschappelijk middenveld;

De Europese Commissie

17.  wijst andermaal op het toenemende belang van conflictpreventie bij de aanpak van de onderliggende oorzaken van conflicten en bij de verwezenlijking van de SDG's, en benadrukt dat er bijzondere aandacht moet uitgaan naar de democratie, de mensenrechten, de rechtsstaat, de hervormingen van het gerechtelijk apparaat en de ondersteuning van het maatschappelijk middenveld;

18.  beklemtoont dat het optreden van de EU in gebieden waar gewelddadige conflicten gaande zijn, altijd conflictbewust en gendergevoelig moet zijn; dringt erop aan dat onmiddellijk actie wordt ondernomen om deze elementen op te nemen in alle relevante beleidslijnen, acties en operaties; wijst erop dat hierdoor niet alleen automatisch meer aandacht uitgaat naar het voorkomen van nadelige gevolgen, maar tegelijkertijd ook de bijdrage van de EU aan de verwezenlijking van de doelstellingen inzake conflictpreventie en vredesopbouw op de lange termijn wordt gemaximaliseerd;

Het Europees Parlement

19.  wijst erop dat de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen, alsook de EP-leden onder wier leiding deze groep opereert, als operationele instantie fungeren voor de coördinatie van initiatieven op het gebied van bemiddeling en dialoog; is ingenomen met nieuwe initiatieven zoals de Jean Monnet-dialoog voor vrede en democratie (dat gebruikmaakt van het historische huis van Jean Monnet in Bazoches, Frankrijk), de activiteiten inzake verkiezingsgerelateerd geweld en de dialoog tussen partijen en consensusopbouw, evenals het programma voor jonge politieke leiders, en beveelt aan dat deze programma's verder worden ontwikkeld als belangrijke instrumenten van het Europees Parlement op het gebied van bemiddeling, facilitatie en dialoog; is ingenomen met het besluit van voornoemde coördinatiegroep om voort te bouwen op het succes van de Jean Monnet-dialoog met de Macedonische Sobranie door de methodologie van de Jean Monnet-dialoog uit te breiden naar de landen van de Westelijke Balkan;

20.  is verheugd over het partnerschap met de Oekraïense Verkhovna Rada in de vorm van Jean Monnet-dialogen met als doel de opbouw van consensus tussen politieke fracties en partijen in de Rada, en belangrijker nog de hervorming van de politieke cultuur in de richting van een moderne Europese parlementaire benadering op basis van democratische dialoog en consensusopbouw;

21.  is ingenomen met de conclusies van de vijfde Jean Monnet-dialoog, die plaatsvond van 11 t/m 13 oktober 2018 en waar stappen werden genomen met betrekking tot de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst; erkent het verzoek van het Europees Parlement om samen met de Commissie een dialoog mogelijk te maken met belangrijke belanghebbenden uit de Verkhovna Rada en de Oekraïense regering, teneinde de doeltreffendheid van de Verkhovna Rada te verbeteren voor wat betreft zijn rol in verband met de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst;

22.  is verheugd over het tripartiete initiatief van de voorzitters van de parlementen van Oekraïne, Moldavië en Georgië om een regionale parlementaire vergadering in het leven te roepen, als belangrijk platform voor de tenuitvoerlegging van associatieovereenkomsten en in reactie op belangrijke veiligheidsuitdagingen, waaronder hybride oorlogvoering en desinformatie; beschouwt de steun van het Europees Parlement voor deze regionale parlementaire dialoog – gelet op de gemeenschappelijke regionale veiligheidsuitdagingen – als een belangrijke blijk van zijn toewijding aan de regio;

23.  erkent dat het Parlement een steeds grotere rol speelt in politieke bemiddelingsprocessen; wijst in dit verband op het gezamenlijke initiatief van de commissaris voor Europees Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen en drie bemiddelaars van het Europees Parlement, de heren Kukan, Vajgl en Fleckenstein, voor de ondersteuning van de partijleiders in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië bij het oplossen van de politieke crisis middels de vaststelling van de Pržino-overeenkomst uit 2015; bevestigt zijn bereidheid om voort te bouwen op dit voorbeeld van nauwe interinstitutionele samenwerking met de Commissie en de EDEO door zijn betrokkenheid bij de versterking van politieke dialogen en verzoening op de gehele Westelijke Balkan en het bredere nabuurschap uit te breiden;

24.  roept op tot de verdere ontwikkeling van het programma voor jonge politieke leiders in het kader van de Agenda inzake jongeren, vrede en veiligheid op basis van resolutie 2250 van de VN-Veiligheidsraad, en tevens tot voortzetting van de uitstekende samenwerking met het regionale initiatief van de HV/VV voor het gebied rond de Middellandse Zee in het kader van het Young Med Voices-programma;

25.  is van mening dat de jongerendialoog op hoog niveau getiteld "Bridging the gap" de gelegenheid biedt voor dialoog onder jongerenvertegenwoordigers en jonge parlementsleden van de landen van de Westelijke Balkan, wat van belang is voor verzoening en de ondersteuning van een cultuur van dialoog tussen partijen, en tevens zorgt voor de bevordering van het Europees perspectief van de landen in de regio;

26.  beveelt aan dat de bestaande parlementaire opleidings- en begeleidingsprogramma's voor leden van het Europees Parlement, met name voor diegenen die zijn benoemd als bemiddelaar of hoofdwaarnemer, evenals de opleidingsprogramma's voor parlementariërs, politieke partijen en personeelsleden uit derde landen, met inbegrip van programma's die betrekking hebben op jongeren- en genderaspecten, verder worden ontwikkeld, onder meer in overleg met structuren van de lidstaten die deskundigheid op dat gebied hebben ontwikkeld;

27.  meent dat de benoeming van een vicevoorzitter die belast is met de coördinatie van werkzaamheden op het gebied van bemiddeling en de bevordering van de dialoog en die nauw zou samenwerken met de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen, zou kunnen bijdragen tot de verdere opbouw van de capaciteiten van het Parlement; dringt aan op de oprichting van een pool van huidige en voormalige leden van het Europees Parlement;

28.  wijst op de rol van de Sacharovprijs van het Europees Parlement bij de bewustwording ten aanzien van de conflicten in de wereld; dringt aan op een verhoging van het prijzengeld gedurende de volgende zittingsperiode van het Parlement;

29.  erkent dat het Parlement, om de algemene inspanningen van de EU te ondersteunen, zijn bemiddelingsprocedures moet institutionaliseren; dringt aan op versterking van de parlementaire diplomatieke en uitwisselingsactiviteiten, mede door middel van de werkzaamheden van parlementaire delegaties;

30.  wijst op de langlopende nauwe samenwerking tussen het Parlement en het OVSE-Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) op het gebied van verkiezingen en ondersteuning van de democratie; wenst dat deze samenwerking wordt uitgebreid naar bemiddeling en dialoog;

Vrouwen, vrede en veiligheid – de opbouw van capaciteit op het gebied van gender in de conflictpreventie en bemiddeling van de EU

31.  vraagt de EU om het voortouw te nemen bij de tenuitvoerlegging van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid, en om de daarin vervatte beginselen te integreren in alle fasen van EU-activiteiten op het gebied van conflictpreventie en bemiddeling;

32.  dringt aan op volledige gendergelijkheid en op bijzondere inspanningen om, in het kader van activiteiten op het gebied van conflictpreventie en bemiddeling, de participatie van vrouwen, meisjes en jongeren te waarborgen, evenals de bescherming van vrouwenrechten in alle fasen van de conflictcyclus, van conflictpreventie tot heropbouw na conflicten;

33.  vraagt om alle oefeningen op het gebied van samenwerking, opleiding en interventie gendergevoelig te maken; is ingenomen met EU-initiatieven op dit vlak, alsook met de actieve bijdrage aan het volgende genderactieplan en de nieuwe strategische aanpak van de EU inzake vrouwen, vrede en veiligheid;

34.  wenst dat expertise op het gebied van gender, waaronder gendergerelateerd geweld, in alle fasen van conflictpreventie, bemiddeling en vredesopbouw wordt ingezet;

35.  vraagt de EU om het voortouw te nemen bij de tenuitvoerlegging van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over jongeren, vrede en veiligheid, en om de daarin vervatte beginselen te integreren in de activiteiten van de EU op het gebied van conflictpreventie en bemiddeling;

36.  wenst dat alle samenwerkingsactiviteiten, opleidingen en interventies afgestemd worden op en tegemoet komen aan de behoeften en ambities van jonge vrouwen en mannen, rekening houdend met de verschillende manieren waarop gewelddadige conflicten van invloed zijn op hun leven en toekomst, alsook met de waardevolle bijdragen die zij kunnen leveren aan het voorkomen en oplossen van gewelddadige conflicten;

De versterking van de rol en de capaciteit van organisaties uit het maatschappelijk middenveld in de aanpak van de EU ten aanzien van conflictpreventie en bemiddeling

37.  is van mening dat rekening moet worden gehouden met de rol van organisaties uit het maatschappelijk middenveld, zowel met het oog op de algemene aanpak van de EU ten aanzien van de opbouw van capaciteit als met het oog op haar prioriteiten op dat gebied;

38.  onderstreept het belang van maatregelen voor vertrouwensopbouw en contacten van mens tot mens in conflictpreventie en -oplossing;

39.  dringt erop aan dat organisaties uit het maatschappelijk middenveld, en dan met name organisaties die gespecialiseerd zijn in de rechten van vrouwen en minderheden, moeten worden geraadpleegd met het oog op de vaststelling en tenuitvoerlegging van EU-programma's en beleidslijnen inzake vrede, veiligheid en bemiddeling;

De beschikbaarheid van financiële en begrotingsmiddelen voor de conflictpreventie en bemiddeling van de EU

40.  is van mening dat ten gevolge van de steeds groter wordende uitdagingen niet alleen meer financiële middelen aan conflictpreventie moeten worden toegekend maar ook in speciale personele capaciteit moet worden voorzien;

41.  wenst dat er voldoende gereserveerde financiële middelen worden vrijgemaakt voor de conflictpreventie en bemiddeling van de EU in het kader van het volgende meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027;

42.  vraagt de VV/HV om het Parlement op de hoogte te brengen van de stand van zaken ten aanzien van het EDEO-begrotingsonderdeel dat specifiek gericht is op conflictanalyse en conflictgevoeligheid, vroegtijdige waarschuwing, de ondersteuning van bemiddeling en de toekomstige prioriteiten op dit gebied;

o
o   o

43.  verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Commissie, de voorzitter van de Raad, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de EDEO, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de Commissie, de OVSE, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB C 356 van 4.10.2018, blz. 130.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0312.
(3) PB L 335 van 15.12.2017, blz. 6.

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2019Juridische mededeling