Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/0030(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0082/2019

Ingediende teksten :

A8-0082/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/03/2019 - 11.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0167

Aangenomen teksten
PDF 165kWORD 49k
Woensdag 13 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten uit hoofde van het Erasmus+-programma in het kader van de terugtrekking van het VK uit de EU ***I
P8_TA-PROV(2019)0167A8-0082/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van bepalingen voor de voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten uit hoofde van het Erasmus+-programma in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (het "Verenigd Koninkrijk") uit de Europese Unie (COM(2019)0065 – C8-0040/2019 – 2019/0030(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2019)0065),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikel 165, lid 4, en artikel 166, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0040/2019),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 februari 2019(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 20 februari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0082/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van bepalingen voor de voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten uit hoofde van het Erasmus+-programma vastgelegd door Verordening (EU) nr. 1288/2013, in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie
P8_TC1-COD(2019)0030

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 165, lid 4, en artikel 166, lid 4,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). De Verdragen zijn niet meer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk met ingang van de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord of, bij gebrek aan een akkoord, twee jaar na die kennisgeving, namelijk met ingang van 30 maart 2019, tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk met eenparigheid van stemmen besluit deze termijn te verlengen.

(2)  De terugtrekking vindt plaats tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 van het Erasmus+-programma, waaraan het Verenigd Koninkrijk deelneemt.

(3)  Het Erasmus+-programma wordt vastgesteld en geregeld bij Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad(3). Deze verordening moet regels vaststellen om, na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie, de voortzetting mogelijk te maken van de reeds aangegane juridische verbintenissen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1288/2013, met betrekking tot lopende leermobiliteitsactiviteiten waarbij het Verenigd Koninkrijk betrokken is.

(4)  Vanaf de datum waarop de Verdragen niet langer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk, zal het Verenigd Koninkrijk niet langer deel uitmaken van een programmaland in de zin van artikel 24, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1288/2013. Om te vermijden dat de huidige deelnemers aan Erasmus + hun lopende leermobiliteitsactiviteiten moeten onderbreken, moeten de regels inzake de subsidiabiliteit van lopende leermobiliteitsactiviteiten in het kader van het Erasmus+-programma worden aangepast.

(5)  Met het oog op de voortzetting van de financiering van lopende leermobiliteitsactiviteiten uit de Uniebegroting moeten de Commissie en het Verenigd Koninkrijk overeenkomen om de uitoefening van controles en audits van deze activiteiten toe te laten. Als de nodige controles en audits niet kunnen worden uitgevoerd, moet dit worden beschouwd als een ernstige tekortkoming in het beheers- en controlesysteem.

(6)  Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk waarmee uiterlijk van start is gegaan op de datum waarop de Verdragen niet meer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(7)  Aangezien bij het uitblijven van een terugtrekkingsovereenkomst of van een verlenging van de periode van twee jaar na de kennisgeving van het Verenigd Koninkrijk, de Verdragen vanaf 30 maart 2019 niet langer van toepassing zullen zijn op het Verenigd Koninkrijk, en om de voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten van het Erasmus+-programma te garanderen, werd het passend geacht, vóór de datum van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie, in een uitzondering te voorzien op de voorziene periode van 8 weken als bedoeld in Artikel 4 van Protocol nr. 1 met betrekking tot de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het VEU, en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

(8)  Deze verordening moet dringend in werking treden en gelden vanaf de dag volgend op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie en na die waarop de Verdragen niet langer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk, tenzij een met het Verenigd Koninkrijk gesloten terugtrekkingsakkoord tegen die datum in werking is getreden.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Deze verordening bevat bepalingen voor de voortzetting van de in de artikelen 7 en 13 bedoelde leermobiliteitsactiviteiten van Verordening (EU) nr. 1288/2013, die plaatsvinden in het Verenigd Koninkrijk of waarbij instanties of deelnemers uit het Verenigd Koninkrijk betrokken zijn, en waarmee uiterlijk van start is gegaan op de dag waarop de Verdragen niet meer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk.

Artikel 2

Subsidiabiliteit

1.  De in artikel 1 bedoelde leermobiliteitsactiviteiten blijven subsidiabel.

2.  Voor de toepassing van bepalingen van Verordening (EU) nr. 1288/2013 en de uitvoeringshandelingen van die verordening die nodig zijn om lid 1 uit te voeren, wordt het Verenigd Koninkrijk behandeld als een lidstaat, behoudens deze verordening.

Vertegenwoordigers van het Verenigd Koninkrijk nemen echter niet deel aan het in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1288/2013 bedoelde comité.

Artikel 3

Controles en audits

De Commissie en de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk bereiken overeenstemming over de toepassing van de regels inzake de controles en audits van de in artikel 1 bedoelde leermobiliteitsactiviteiten. De controles en audits hebben betrekking op de volledige duur van de leermobiliteitsactiviteiten en de follow-up ervan.

Als de nodige controles en audits van het Erasmus+-programma niet kunnen worden uitgevoerd in het Verenigd Koninkrijk, is dat een ernstige tekortkoming bij de naleving van de belangrijkste verplichtingen bij de uitvoering van de juridische verbintenis tussen de Commissie en het nationale agentschap van het Verenigd Koninkrijk.

Artikel 4

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf de dag volgende op die waarop de Verdragen ophouden van toepassing te zijn op het Verenigd Koninkrijk krachtens artikel 50, lid 3, VEU.

Deze verordening is evenwel niet van toepassing indien uiterlijk op de in de tweede alinea van dit artikel bedoelde datum een overeenkomstig artikel 50, lid 2, VEU met het Verenigd Koninkrijk gesloten terugtrekkingsakkoord in werking is getreden.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1)Advies van 20 februari 2019 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 13 maart 2019.
(3)Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van "Erasmus+": het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50).

Laatst bijgewerkt op: 14 maart 2019Juridische mededeling