Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0249(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0089/2019

Ingediende teksten :

A8-0089/2019

Debatten :

PV 12/03/2019 - 27
CRE 12/03/2019 - 27

Stemmingen :

PV 13/03/2019 - 11.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0176

Aangenomen teksten
PDF 368kWORD 105k
Woensdag 13 maart 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa ***I
P8_TA(2019)0176A8-0089/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting, in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, van het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa (COM(2018)0473 – C8-0272/2018 – 2018/0249(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0473),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 77, lid 2, en artikel 79, lid 2, onder d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0272/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 oktober 2018(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken en de Begrotingscommissie (A8-0089/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting, in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, van het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa
P8_TC1-COD(2018)0249

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, en artikel 79, lid 2, onder d),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Gezien de evoluerende uitdagingen op het gebied van migratie in de Europese Unie, alsook de zorgen om de veiligheid, is het van het hoogste belang het delicate evenwicht in stand te houden tussen enerzijds het vrije verkeer van personen en anderzijds de veiligheid. Het doel van de Unie om een hoog niveau van veiligheid binnen de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te verzekeren op grond van artikel 67, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) moet onder meer worden bereikt door gezamenlijke maatregelen inzake de overschrijding van de binnengrenzen door personen, grenscontroles aan de buitengrenzen en het gemeenschappelijke visumbeleid, waarbij het delicate evenwicht in tussen enerzijds het vrije verkeer van personen en anderzijds de veiligheid in stand moet worden gehouden. [Am. 1]

(2)  Krachtens artikel 80 VWEU moeten aan dit beleid van de Unie en de uitvoering ervan de beginselen ten grondslag liggen van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, ook op financieel vlak.

(3)  In de Verklaring van Rome, die op 25 september 2017 is ondertekend, hebben de leiders van 27 lidstaten beloofd toe te werken naar de waarborging van een veilige en zekere Unie waar alle burgers zich veilig voelen en zich vrij kunnen bewegen, een Unie waarvan de buitengrenzen beveiligd zijn, een Unie met een efficiënt, verantwoord en duurzaam migratiebeleid met eerbied voor de internationale normen, een Europa dat vastbesloten is het terrorisme en de georganiseerde criminaliteit te bestrijden. [Am. 2]

(3 bis)   De uit hoofde van dit instrument gefinancierde acties moeten worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de bepalingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het recht van de Unie inzake gegevensbescherming, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), het beginsel van eerlijke behandeling van onderdanen van derde landen, het recht op asiel en internationale bescherming, het beginsel van non-refoulement en de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit de internationale instrumenten die zij hebben ondertekend, zoals het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 zoals aangevuld met het Protocol van New York van 31 januari 1967. Er moet ook speciale aandacht worden besteed aan de identificatie, onmiddellijke bijstand en doorverwijzing naar beschermingsdiensten voor kwetsbare personen, met name kinderen en niet-begeleide minderjarigen. [Am. 3]

(4)  Het beleid van de Unie op het gebied van het beheer van de buitengrenzen is gericht op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het concept van een Europees geïntegreerd grensbeheer op nationaal en Unieniveau om legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken, irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen en het gemeenschappelijke visumbeleid te ondersteunen, hetgeen hetgeen een randvoorwaarde is voor het vrije verkeer van personen in de Unie zou moeten bevorderen en wat een wezenlijk onderdeel is van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. [Am. 4]

(5)  Europees geïntegreerd grensbeheer, zoals uitgevoerd door de Europese grens- en kustwacht, die is opgericht bij Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad(4) en bestaat uit het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grensbeheer, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitoefenen, is nodig om het migratiebeheer en de veiligheid te verbeteren moet bijdragen aan de harmonisering van de grenscontrole en daarmee het migratiebeheer verbeteren, waaronder de toegang tot internationale bescherming vergemakkelijken voor personen die deze nodig hebben, en meer veiligheid bieden door grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme te bestrijden. [Am. 5]

(6)  Legaal reizen vergemakkelijken, en daarbij risico’s uit migratie- en veiligheidsoogpunt tegengaan, is in de mededeling van de Commissie getiteld “Een Europese migratieagenda”(5) aangemerkt als een van de belangrijkste doelstellingen van het optreden van de Unie op het gebied van migratie en veiligheid. [Am. 6]

(7)  De Europese Raad van 15 december 2016(6) heeft gevraagd om te blijven werken aan de interoperabiliteit van informatiesystemen en databanken. De Europese Raad heeft op 23 juni 2017(7) onderstreept dat de interoperabiliteit tussen databanken moet worden verbeterd, en de Commissie heeft op 12 december 2017 een voorstel aangenomen voor een verordening tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de informatiesystemen van de EU(8). [Am. 7]

(8)  Om In het streven om de integriteit van het Schengengebied te vrijwaren en de werking ervan veiligheid van de buitengrenzen van de EU te versterken, zijn de lidstaten er met ingang van 6 april 2017 toe verplicht om EU-burgers die de buitengrenzen van de EU overschrijden, systematisch te controleren aan de hand van relevante databanken. Voorts heeft de Commissie een aanbeveling tot de lidstaten gericht opdat deze beter gebruik zouden maken van politiecontroles en grensoverschrijdende samenwerking , naast de systematische controles die reeds worden uitgevoerd op alle onderdanen van derde landen die het Schengengebied binnenkomen. Het is echter gebleken dat er doelgerichte controles in plaats van systematische controles moeten plaatsvinden op een aantal externe grensdoorlaatposten, vanwege de onevenredige impact van systematische controles op de doorstroming van grensoverschrijdend verkeer(9). [Am. 8]

(8 bis)  De Commissie heeft ook aanbeveling (EU) 2017/1804(10) aan de lidstaten gedaan om beter gebruik te maken van politiecontroles en grensoverschrijdende samenwerking, teneinde het effect op het vrije verkeer te beperken en de bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid te minimaliseren. Hoewel er verscheidene maatregelen zijn getroffen, blijven verschillende lidstaten onwettige controles aan de binnengrenzen uitvoeren, waarmee ze het basisbeginsel van het Schengengebied ondermijnen. [Am. 9]

(9)  Financiële steun uit de begroting van de Unie is onontbeerlijk voor de uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer ter ondersteuning van de lidstaten bij het doeltreffend beheren van overschrijding van de buitengrenzen en bij het aanpakken van uitdagingen op het gebied van migratie en mogelijke toekomstige dreigingen uitdagingen aan die grenzen, waarbij met volledige eerbiediging van de grondrechten wordt bijgedragen aan de bestrijding van zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie. [Am. 10]

(10)  De lidstaten moeten voldoende financiële steun van de Unie krijgen teneinde de uitvoering te bevorderen van het Europees geïntegreerd grensbeheer, dat in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/1624 is omschreven aan de hand van zijn onderdelen, namelijk grenstoezicht, opsporings- en reddingsoperaties tijdens grensbewakingsoperaties, risicoanalyse, samenwerking tussen de lidstaten (ondersteund en gecoördineerd door het Europees Grens- en kustwachtagentschap), samenwerking tussen autoriteiten agentschappen (met inbegrip van regelmatige uitwisseling van informatie), samenwerking met derde landen, technische en operationele maatregelen binnen het Schengengebied die samenhangen met grenstoezicht en bedoeld zijn om irreguliere immigratie beter aan te pakken en grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden, gebruik van geavanceerde technologie, kwaliteitscontrole en solidariteitsmechanismen, alsmede teneinde te verzekeren dat dit beheer in de praktijk operationeel wordt. [Am. 11]

(11)  Aangezien de douaneautoriteiten van de lidstaten een toenemend aantal taken op zich hebben genomen, die zich dikwijls tot het gebied van beveiliging uitstrekken en aan de buitengrens worden verricht, moeten de lidstaten voldoende financiële steun van de Unie krijgen om te waarborgen dat het grenstoezicht en de is het belangrijk om de samenwerking tussen agentschappen te bevorderen, met inbegrip van de uitwisseling van informatie via bestaande instrumenten voor informatie-uitwisseling, in het kader van het Europees geïntegreerd grensbeheer, zoals bedoeld in artikel 4, onder e), van Verordening (EU) nr. 2016/1624. Complementariteit in de uitvoering van grenstoezicht en douanecontrole aan de buitengrenzen op uniforme wijze worden uitgevoerd moet worden gewaarborgd door voldoende financiële steun van de Unie aan de lidstaten te verlenen. Doel is niet alleen de douanecontroles te versterken, maar ook de ter bestrijding van alle vormen van smokkel, met name van goederen aan de grenzen, en ter bestrijding van terrorisme, maar ook legitieme handel en reizen te vergemakkelijken, en zo bij te dragen tot een veilige en doelmatige douane-unie. [Am. 12]

(12)  Als opvolger van het bij Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad(11) vastgestelde Fonds voor interne veiligheid 2014-2020 moet derhalve onder andere een Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (hierna “het fonds” genoemd) worden opgezet. [Am. 13]

(13)  Vanwege de juridische bijzonderheden die op titel V van het VWEU van toepassing zijn en de verschillende toepasselijke rechtsgrondslagen voor het beleid inzake buitengrenzen respectievelijk douanecontrole, is het juridisch niet mogelijk om het fonds in één enkel instrument onder te brengen.

(14)  Het fonds moet derhalve worden opgezet als een breed kader voor financiële steun van de Unie op het gebied van grensbeheer en visa, bestaande uit het bij deze verordening opgerichte instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa (hierna „het instrument” genoemd) en het bij Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad(12) vastgestelde een instrument voor financiële steun voor douanecontroleapparatuur. Dit kader moet worden gecomplementeerd bij Verordening (EU) .../... [verordening gemeenschappelijke bepalingen] van het Europees Parlement en de Raad (13), waarnaar deze verordening moet verwijzen wat betreft door een instrument tot vaststelling van de voorschriften voor gedeeld beheer. [Am. 14]

(15)  Het instrument dient te worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de rechten en beginselen die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, alsook van de internationale verplichtingen van de Unie op het gebied van de grondrechten, onder meer wat betreft het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en in het bijzonder met inachtneming van de beginselen van non-refoulement, transparantie, non-discriminatie en het recht op internationale bescherming. Er moet ook speciale aandacht worden besteed aan de identificatie, onmiddellijke bijstand en doorverwijzing naar beschermingsdiensten voor kwetsbare personen, met name kinderen en niet-begeleide minderjarigen. [Am. 15]

(15 bis)  Deze verplichtingen gelden ook voor derde landen waarmee de lidstaten en de Unie samenwerken in het kader van dit instrument. [Am. 16]

(16)  Het instrument moet voortbouwen op de resultaten en investeringen die zijn verwezenlijkt met ondersteuning van zijn voorgangers, namelijk het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013, als ingesteld bij Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad(14) en het instrument voor buitengrenzen en visa, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020, als vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad(15), en moet met het oog op nieuwe ontwikkelingen een bredere opzet krijgen. [Am. 17]

(17)  Om een uniform, hoogwaardig toezicht aan de buitengrenzen en een vlot legaal grensverkeer langs de buitengrenzen mogelijk te maken, dient het instrument bij te dragen aan de ontwikkeling van een Europees geïntegreerd grensbeheersysteem dat alle maatregelen omvat die in verband met beleid, recht, systematische samenwerking, lastenverdeling, situatiebeoordeling en veranderende omstandigheden met betrekking tot grensposten voor irreguliere migranten, personeel, uitrusting en technologie op verschillende niveaus worden genomen door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap, in samenwerking met andere actoren zoals derde landen en andere EU-organen (met name het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), Europol en, in voorkomend geval, derde landen en internationale organisaties. [Am. 18]

(18)  Het instrument moet bijdragen aan de verbetering van de doelmatigheid van de visumbehandeling wat betreft het opsporen en beoordelen van de risico’s uit migratie- en veiligheidsoogpunt en het vereenvoudigen van de visumprocedures voor bonafide reizigers vereenvoudigen van de visumprocedures voor bonafide reizigers en het opsporen en beoordelen van de risico's uit migratie- en veiligheidsoogpunt. Het instrument moet met name financiële bijstand verlenen om de digitalisering van de visumbehandeling te ondersteunen, teneinde voor snelle, veilige en klantvriendelijke visumprocedures te zorgen, waar zowel visumaanvragers als consulaten belang bij hebben. Ook moet het instrument wereldwijd ruimere consulaire vertegenwoordiging waarborgen. De uniforme uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid en de modernisering daarvan moeten eveneens in het instrument aan bod komen, net als de bijstand aan de lidstaten voor de afgifte van visa met territoriaal beperkte geldigheid die zijn afgegeven op humanitaire gronden, om redenen van nationaal belang of vanwege internationale verplichtingen, alsook voor begunstigden van een hervestigings- of herplaatsingsprogramma van de Unie, en voor volledige naleving van het acquis van de Unie inzake visa. [Am. 19]

(19)  Voorts moet het instrument duidelijk met de controle aan de buitengrenzen verband houdende maatregelen op het grondgebied van de Schengenlanden die verband houden met grenstoezicht, ondersteunen in het kader van de ontwikkeling van een gemeenschappelijk geïntegreerd grensbeheersysteem dat de algemene werking van het Schengengebied versterkt. [Am. 20]

(20)  Ter verbetering van het beheer van de buitengrenzen, teneinde legaal reizen te vergemakkelijken, bij te dragen aan het voorkomen en bestrijden van irreguliere migratie grensoverschrijding en aan een hoog niveau van veiligheid in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht van de Unie, moet het instrument de ontwikkeling ondersteunen van de grootschalige IT-systemen, op basis van bestaande of nieuwe IT-systemen. Ook die het Europees Parlement en de Raad zijn overeengekomen. In dat verband moet het instrument ook de totstandbrenging ondersteunen van interoperabiliteit tussen die EU‑informatiesystemen (het inreis-uitreissysteem (EES)(16), het Visuminformatiesysteem (VIS)(17), het Europees Systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS)(18), Eurodac(19), het Schengeninformatiesysteem (SIS)(20) en het Europees Strafregister Informatiesysteem voor onderdanen van derde landen (ECRIS-TCN)(21)) in de lidstaten, zodat deze EU-informatiesystemen en de gegevens daarin elkaar kunnen aanvullen. Dit instrument moet ook bijdragen aan de noodzakelijke ontwikkelingen op nationaal niveau naar aanleiding van de invoering van de interoperabiliteitscomponenten op centraal niveau (Europees zoekportaal (ESP), een gezamenlijke dienst voor biometrische matching (gezamenlijke BMS), een gemeenschappelijk register van identiteitsgegevens (CIR) en een detector van meerdere identiteiten (MID))(22). [Am. 21]

(21)  Dit instrument dient de activiteiten tot uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer te complementeren en versterken, overeenkomstig de twee pijlers van de Europese grens- en kustwacht, namelijk gedeelde verantwoordelijkheid en solidariteit tussen de lidstaten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Dit betekent met name dat de lidstaten bij de opstelling van hun programma’s rekening moeten houden met de door het Europees Grens- en kustwachtagentschap ontwikkelde analyse-instrumenten en operationele en technische richtsnoeren alsook met de door het agentschap ontwikkelde opleidingscurricula, zoals de gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachters, met inbegrip van de onderdelen betreffende grondrechten en toegang tot internationale bescherming. Teneinde complementariteit te ontwikkelen tussen deze opdracht taken en de verantwoordelijkheden van de lidstaten voor het toezicht aan de buitengrenzen, alsmede en om consistentie en kostenefficiëntie te waarborgen, moet het Europees Grens- en kustwachtagentschap door de Commissie worden geraadpleegd over de door de lidstaten ingediende ontwerpen van nationale programma's, voor zover zulks die onder de bevoegdheden van het agentschap valt vallen, en in het bijzonder over de in het kader van operationele steun gefinancierde activiteiten. De Commissie moet er ook voor zorgen dat eu-LISA, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en alle andere relevante agentschappen of instanties van de Unie in een vroeg stadium worden betrokken bij het ontwikkelingsproces van de nationale programma's van de lidstaten, voor zover dit onder de bevoegdheden van de agentschappen valt. [Am. 22]

(22)  Voor zover de getroffen lidstaten hierom verzoeken dient het instrument dient de uitvoering van de hotspotaanpak te ondersteunen, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie getiteld “Een Europese migratieagenda” en bevestigd door de Europese Raad van 25 en 26 juni 2015(23). Met de hotspotaanpak wordt operationele ondersteuning verleend aan de lidstaten die te maken hebben met onevenredige migratiedruk aan de buitengrenzen van de Unie geconfronteerd worden met een noodsituatie. Daarbij wordt in een geest van solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid geïntegreerde, brede en gerichte bijstand geboden, om op humane en efficiënte wijze om te kunnen gaan met de komst van grote aantallen personen aan de buitengrenzen van de Unie en om de integriteit van het Schengengebied te vrijwaren. [Am. 23]

(23)  In het belang van de solidariteit binnen het Schengengebied als geheel en in de hele Unie, en in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid voor de bescherming van de buitengrenzen van de Unie, moet, als tekortkomingen of risico's worden vastgesteld, met name naar aanleiding van een Schengenevaluatie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1053/2013(24), de betrokken lidstaat de kwestie adequaat aanpakken door de in het kader van zijn programma beschikbare middelen te gebruiken om uitvoering te geven aan aanbevelingen die zijn vastgesteld op grond van die verordening en overeenkomstig kwetsbaarheidsbeoordelingen die het Europees Grens- en kustwachtagentschap conform artikel 13 van Verordening (EU) 2016/1624 verricht. [Am. 24]

(24)  Het instrument moet bij wijze van blijk van solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid financiële bijstand verlenen aan die lidstaten die de bepalingen van Schengen inzake de buitengrenzen en visa volledig toepassen, alsmede aan die lidstaten die zich voorbereiden op een volledige deelname aan Schengen, en moet door de lidstaten worden aangewend in het belang van het gemeenschappelijke beleid van de Unie voor het beheer van de buitengrenzen. [Am. 25]

(25)  Overeenkomstig Protocol nr. 5 bij de Toetredingsakte van 2003(25) betreffende de doorreis van personen over land tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie moet het instrument alle extra kosten dragen voor de uitvoering van de specifieke bepalingen van het acquis van de Unie in verband met deze doorreis, namelijk Verordening (EG) nr. 693/2003 van de Raad(26) en Verordening (EG) nr. 694/2003 van de Raad(27). De behoefte aan verdere financiële steun voor gederfde leges moet echter afhankelijk worden gesteld van de vigerende visumregeling van de Unie met de Russische Federatie.

(26)  Om bij te dragen tot de verwezenlijking van de beleidsdoelstelling van het instrument, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat hun programma's gericht zijn op de specifieke doelstellingen van het instrument, dat de gekozen prioriteiten in overeenstemming zijn met de overeengekomen EU-prioriteiten en de uitvoeringsmaatregelen als vastgesteld in bijlage II, en dat de verdeling van passende middelen over de doelstellingen en acties evenredig is met de uitdagingen en behoeften waarmee zij te maken hebben. In dat verband is het van belang dat de middelen op een eerlijke en transparante wijze over de specifieke doelstellingen van het instrument worden verdeeld. Er moet een minimaal bestedingsniveau voor de specifieke doelstelling van de ondersteuning van het gemeenschappelijke visumbeleid worden gewaarborgd, zowel voor maatregelen in direct en indirect beheer als voor maatregelen in gedeeld beheer. [Am. 26]

(27)  Er moet worden gestreefd naar een synergetische, consistente en doelmatige band met andere EU-fondsen, en overlapping tussen de acties moet worden vermeden.

(28)  De terugkeer van onderdanen van derde landen voor wie een door een lidstaat uitgevaardigd terugkeerbesluit geldt, is één van de onderdelen van het Europees geïntegreerd grensbeheer als uiteengezet in Verordening (EU) 2016/1624. Naar aard en doelstelling vallen maatregelen op het gebied van terugkeer echter niet onder het toepassingsgebied van steunverlening in het kader van het instrument, maar onder Verordening (EU) .../... [nieuw AMF](28).

(29)  Om recht te doen aan de belangrijke rol die de douaneautoriteiten van de lidstaten aan de buitengrenzen vervullen en te waarborgen dat zij over voldoende middelen beschikken voor het uitvoeren van hun brede takenpakket aan deze grenzen, dient het bij Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde instrument voor financiële steun voor douanecontroleapparatuur deze nationale autoriteiten te voorzien van de noodzakelijke financiering om te investeren in apparatuur voor douanecontroles alsook in apparatuur die behalve voor douanecontrole ook voor andere doeleinden, zoals grenstoezicht, kan worden gebruikt.

(30)  De meeste douanecontroleapparatuur is eveneens geschikt voor controles op de naleving van andere wetgeving, zoals bepalingen inzake grensbeheer, visa of politiële samenwerking. Het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer bestaat dan ook uit twee complementaire onderdelen, met onderscheiden doch coherente toepassingsgebieden voor de aankoop van uitrusting. Enerzijds is uitrusting die zowel voor grensbeheer als douanecontrole kan worden gebruikt, uitgesloten van het bij deze verordening opgerichte instrument voor grensbeheer en visa. Anderzijds biedt het instrument voor douanecontroleapparatuur niet alleen financiële steun voor hoofdzakelijk voor douanecontroles bestemde apparatuur; het staat ook het gebruik ervan voor aanvullende doeleinden toe, zoals grenscontroles en -beveiliging. Deze rolverdeling bevordert samenwerking tussen instanties in het kader van het Europees geïntegreerd grensbeheer, zoals bedoeld in artikel 4, onder e), van Verordening (EU) 2016/1624, en stelt douane- en grensautoriteiten in staat samen te werken, met gedeelde en interoperabele apparatuur, waardoor het effect van de begroting van de Unie wordt gemaximaliseerd.

(31)  Grensbewaking op zee wordt beschouwd als één van de kustwachttaken die binnen de Unie op maritiem gebied wordt uitgeoefend. De nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren zijn ook verantwoordelijk voor een breed spectrum van werkzaamheden, zoals onder meer, doch niet uitsluitend, maritieme veiligheid, beveiliging, opsporing en redding, grenstoezicht, visserijcontrole, douanetoezicht, algemene rechtshandhaving en milieubescherming. Doordat kustwachttaken zo breed zijn, vallen zij onder verschillende beleidsterreinen van de Unie. Het is dan ook zaak synergie na te streven om op doeltreffender en doelmatiger wijze resultaten te behalen. [Am. 27]

(31 bis)  Bij de uitvoering van in het kader van het instrument gefinancierde acties die verband houden met de bewaking van de zeegrenzen moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal zeerecht om hulp te verlenen aan mensen in nood. In dat opzicht moeten uit het Instrument gefinancierde apparatuur en systemen worden ingezet bij opsporings- en reddingssituaties wanneer die zich voordoen tijdens een grensbewakingsoperatie op zee, zodat wordt bijgedragen aan het waarborgen van de bescherming en het redden van de levens van migranten. [Am. 28]

(32)  Naast de samenwerking binnen de Unie inzake kustwachttaken tussen het Europees Grens- en kustwachtagentschap (opgericht bij Verordening (EU) 2016/1624), het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (opgericht bij Verordening (EU) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad(29)) en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (opgericht bij Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad(30)) dient de coherentie van de activiteiten op maritiem gebied ook op nationaal niveau te worden verbeterd. De synergieën tussen de verschillende actoren op het gebied van maritieme zaken dienen aan te sluiten bij de strategieën voor Europees geïntegreerd grensbeheer en maritieme veiligheid.

(33)  Om de complementariteit en de consistentie van maritieme activiteiten te versterken, dubbel werk te voorkomen en de budgettaire beperkingen op het gebied van maritiem beleid – dat kostbare activiteiten betreft – te verlichten, dient het instrument maritieme operaties met meerdere doeleinden te ondersteunen als de belangrijkste doelstelling grensbewaking is, maar tegelijkertijd andere doelstellingen zouden kunnen worden nagestreefd die samenhangen met de hoofddoelstellingen, zoals bestrijding van mensenhandel. [Am. 29]

(34)  De in het kader van het instrument gesteunde Dit instrument moet voornamelijk gericht zijn op ondersteuning van geïntegreerd grensbeheer aan de buitengrenzen van de Unie en van het gemeenschappelijke visumbeleid. Bepaalde maatregelen in of met betrekking tot derde landen kunnen echter, binnen de vastgestelde grenzen en met passende waarborgen, door het instrument worden gesteund. Die maatregelen dienen te worden genomen in synergie, samenhang en complementariteit met andere acties buiten de Unie die door de externe financieringsinstrumenten van de Unie worden ondersteund. In het bijzonder dient bij de uitvoering van dergelijke acties te worden gestreefd naar volledige samenhang met de beginselen en de algemene doelstellingen van het externe optreden en het buitenlandse beleid van de Unie ten aanzien van het land of de regio in kwestie. Met betrekking tot de externe dimensie dient het instrument op gebieden die van belang zijn voor het migratiebeleid van de Unie en doelstellingen van de Unie voor interne veiligheid gerichte steun te verlenen ter versterking van de samenwerking met derde landen en van bepaalde belangrijke aspecten van hun grensbewaking en grensbeheer. [Am. 30]

(34 bis)  De Commissie dient bijzondere aandacht te besteden aan de evaluatie van acties en programma's met betrekking tot derde landen. [Am. 31]

(35)  Financiering uit de begroting van de Unie dient te worden geconcentreerd op activiteiten waarbij het optreden van de Unie voor een meerwaarde kan zorgen ten opzichte van acties door de lidstaten alleen. Aangezien de Unie beter in staat is dan de lidstaten om een kader te bieden voor het tonen van solidariteit binnen de Unie met betrekking tot grenstoezicht, grensbeheer en het gemeenschappelijk visumbeleid en het beheer van migratiestromen, en om een platform te bieden voor de ontwikkeling van gemeenschappelijke IT-systemen ter ondersteuning van die beleidsterreinen, zal financiële steun die in het kader van deze verordening wordt verleend, in het bijzonder bijdragen aan grotere nationale en Unie-capaciteiten op deze gebieden. [Am. 32]

(36)  Een lidstaat kan worden geacht niet aan het relevante acquis van de Unie te voldoen, ook wat betreft het gebruik van operationele steun uit hoofde van dit instrument, als hij zijn verplichtingen op grond van de Verdragen op het gebied van grensbeheer en visa niet is nagekomen, als er een duidelijk risico bestaat dat de lidstaat bij het uitvoeren van het acquis inzake grensbeheer en visa een waarde van de Unie ernstig schendt of als in een evaluatieverslag in het kader van het Schengenmechanisme voor evaluatie en toezicht tekortkomingen op het betrokken gebied zijn vastgesteld of als de lidstaat, in het kader van samenwerking met een derde land, acties samen met dit derde land heeft gefinancierd en ondernomen die door het voornoemde mechanisme voor evaluatie en toezicht vastgestelde schendingen van de grondrechten als gevolg hebben. [Am. 33]

(37)  Het instrument dient de behoefte aan meer flexibiliteit en vereenvoudiging te weerspiegelen, zonder daarbij de vereisten op het gebied van voorspelbaarheid uit het oog te verliezen, en dient, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening , met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, ervoor te zorgen dat de middelen eerlijk en transparant worden verdeeld. Het moet de vereisten op het gebied van voorspelbaarheid in de verdeling van de financiële middelen in evenwicht brengen met de behoefte aan meer flexibiliteit en vereenvoudiging daarvan. Om aan de vereisten op het gebied van transparantie van het fonds te voldoen, moet de Europese Commissie, in samenwerking met de lidstaten, informatie over de ontwikkeling van de jaarlijkse en meerjarige programma's van de thematische faciliteit bekendmaken. Bij de uitvoering van het instrument moeten de beginselen van doelmatigheid, doeltreffendheid en kwaliteit van de bestedingen richtinggevend zijn. Bovendien moet de uitvoering van het instrument zo gebruiksvriendelijk mogelijk zijn. [Am. 34]

(38)  In deze verordening dienen de initiële, voor de programma’s van de lidstaten bestemde bedragen te worden vastgesteld, berekend op basis van de criteria in bijlage I, die betrekking hebben op de lengte en de dreigingsniveaus impactniveaus gebaseerd op recente en historische gegevens van de land- en zeegrenssegmenten, de werklast op de luchthavens en de consulaten, alsook het aantal consulaten. [Am. 35]

(39)  Deze initiële bedragen zullen een basis vormen voor de langetermijninvesteringen van de lidstaten. Om rekening te houden met veranderingen in de uitgangssituatie, zoals de druk op de buitengrens van de Unie en de werklast aan de buitengrenzen en op de consulaten, wordt tussentijds een aanvullend bedrag aan de lidstaten toegekend, dat wordt gebaseerd op de laatste beschikbare statistische gegevens, zoals uiteengezet in de verdeelsleutel, rekening houdend met de stand van uitvoering van het programma.

(39 bis)  De tussentijdse evaluatie moet worden gebruikt om de effectiviteit van programma's en de meerwaarde van de Unie te beoordelen, problemen op te lossen die in de eerste fase aan het licht zijn gekomen en een transparant overzicht te geven van de tenuitvoerlegging. [Am. 36]

(40)  Omdat uitdagingen op het gebied van grensbeheer en visa voortdurend evolueren, moet de toewijzing van de financiering aan de veranderingen betreffende migratiestromen prioriteiten voor visumbeleid en grensbeheer, onder meer door een toegenomen druk aan de grens, en veiligheidsdreigingen worden aangepast en moet de financiering worden toegespitst op de prioriteiten met de hoogste toegevoegde waarde voor de Unie. Om tegemoet te komen aan dringende behoeften, veranderingen in het beleid en prioriteiten van de Unie, en om de financiering toe te spitsen op acties met een hoge toegevoegde waarde voor de Unie, zal een deel van de financiering periodiek worden toegewezen aan specifieke acties, acties van de Unie en noodhulp via een thematische faciliteit. [Am. 37]

(41)  De lidstaten moeten met een hogere bijdrage van de Unie worden aangemoedigd om een deel van de aan hun programma toegewezen middelen te gebruiken voor de acties die zijn opgenomen in bijlage IV.

(42)  Het instrument moet, binnen bepaalde grenzen, bijdragen in de operationele kosten in verband met het grensbeheer, het gemeenschappelijk visumbeleid en grootschalige IT-systemen, en de lidstaten aldus in staat stellen capaciteit te reserveren die cruciaal is voor de hele Unie. Deze steun bestaat uit de volledige terugbetaling van een reeks specifieke kosten in verband met de doelstellingen van het instrument en moet integraal deel uitmaken van de programma's van de lidstaten. [Am. 38]

(43)  Een deel van de beschikbare middelen van het instrument kan ook worden toegewezen aan programma’s van de lidstaten voor de uitvoering van specifieke acties, bovenop hun initiële toewijzing. Deze specifieke acties dienen te worden vastgesteld op het niveau van de Unie. Daarbij moet het gaan om acties met een meerwaarde van de Unie die een gezamenlijke inspanning van de lidstaten vergen of nodig zijn om te reageren op ontwikkelingen in de Unie waarvoor aan één of meer lidstaten extra financiering ter beschikking moet worden gesteld, zoals de aankoop in het kader van de nationale programma’s van lidstaten van technische uitrusting die het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het uitvoeren van zijn operationele activiteiten nodig heeft, de modernisering van de behandeling van visumaanvragen, de ontwikkeling van nieuwe grootschalige IT‑systemen en de totstandbrenging van interoperabiliteit tussen die systemen. Deze specifieke acties zullen door de Commissie worden gedefinieerd in haar werkprogramma's die door middel van gedelegeerde handelingen moeten worden vastgesteld. [Am. 39]

(44)  Om de verwezenlijking van de beleidsdoelstelling van dit instrument op nationaal niveau te complementeren met programma’s van de lidstaten, dient het instrument ook ondersteuning te bieden voor acties op het niveau van de Unie. Dergelijke acties moeten algemene strategische doelen binnen het toepassingsgebied van het instrument dienen die betrekking hebben op beleidsanalyse en innovatie, transnationale vormen van onderling leren en partnerschap en het beproeven van nieuwe initiatieven en acties in de hele Unie.

(45)  Om de Unie beter in staat te stellen om onmiddellijk in het geval van een noodsituatie onmiddellijk te reageren op onverwachte of onevenredige migratiedruk , urgente en specifieke behoeften, met name aan de grenssegmenten ten aanzien waarvan overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad(31) een zodanig impactniveau is vastgesteld dat de werking van het Schengengebied er in zijn geheel door in gevaar komt, dan wel op druk op de visumafdelingen van de consulaten van de lidstaten of risico’s voor de veiligheid aan de grens, moet het mogelijk zijn om noodhulp te dit instrument als laatste redmiddel in uitzonderlijke situaties financiële steun bieden overeenkomstig het bij deze verordening ingestelde kader. [Am. 40]

(45 bis)  Migratie en de overschrijding van de buitengrenzen door een groot aantal onderdanen van derde landen moet op zich niet worden beschouwd als een bedreiging van het overheidsbeleid of de interne veiligheid en vormt op zich geen aanleiding voor noodhulp in het kader van dit instrument. [Am. 41]

(46)  De beleidsdoelstelling van dit instrument zal mede worden gerealiseerd via financiële instrumenten en begrotingsgaranties in het kader van de beleidscomponent(en) [...] van het InvestEU-fonds. Financiële steun moet worden gebruikt om marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken, op evenredige wijze, en de acties mogen particuliere financiering niet overlappen of verdringen, noch de concurrentie op de interne markt verstoren. De acties moeten een duidelijke toegevoegde waarde voor Europa hebben. [Am. 42]

(47)  In deze verordening worden voor het hele instrument de financiële middelen vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van [punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer](32).

(48)  Verordening (EU, Euratom) .../... [nieuw Financieel Reglement] (Financieel Reglement)(33) is op dit instrument van toepassing. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financiële instrumenten en begrotingsgaranties. Om te zorgen voor samenhang bij de uitvoering van de financieringsprogramma’s van de Unie, moet het Financieel Reglement van toepassing zijn op de acties in het kader van het instrument die in direct of indirect beheer dienen te worden uitgevoerd.

(49)  Voor het uitvoeren van acties in gedeeld beheer dient het instrument deel uit te maken van een samenhangend kader bestaande uit de onderhavige verordening, het Financieel Reglement en Verordening (EU) .../... [GB-verordening] een instrument tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen voor gedeeld beheer. In het geval dat bepalingen met elkaar in strijd zijn, heeft deze verordening voorrang boven de gemeenschappelijke bepalingen. [Am. 43]

(50)  Verordening (EU) .../... [GB-verordening] stelt het kader vast voor actie door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMV), het Fonds voor asiel en migratie (AMF), het Fonds voor interne veiligheid (ISF), en het instrument voor grensbeheer en visa (BMVI) in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (IBMF), en omvat met name de regels inzake programmering, toezicht en evaluatie, beheer en controle voor in gedeeld beheer uitgevoerde EU-fondsen. Daarnaast moeten in deze verordening de doelstellingen van het instrument voor grensbeheer en visa worden omschreven en specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende activiteiten die met dit instrument kunnen worden gefinancierd.

(51)  Bepalend voor de keuze van zowel de vorm van financiering als de wijze van uitvoering ervan in het kader van deze verordening is of deze geschikt is om de specifieke doelstellingen van de acties te bereiken en om resultaten te boeken, rekening houdend met, in het bijzonder, de kosten van controles, de administratieve belasting en het verwachte risico van niet-naleving. Vaste bedragen, forfaits en eenheidskosten, alsook financiering die geen verband houdt met kosten als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement, moeten hierbij in aanmerking worden genomen.

(52)  Overeenkomstig Verordening (EU) .../... [nieuwe Financieel Reglement](34), Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(35), Verordening (Euratom, EG) nr. 2988/95 van de Raad(36), Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(37) en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(38) moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) fraude en andere strafbare feiten onderzoeken en vervolgen die de financiële belangen van de Unie als bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad(39) schaden. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EMO en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen. De resultaten van onderzoeken naar onregelmatigheden of fraude in verband met het instrument moeten ter beschikking worden gesteld aan het Europees Parlement. [Am. 44]

(53)  De horizontale financiële voorschriften die het Europees Parlement en de Raad op basis van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn van toepassing op deze verordening. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en betreffen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting via subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, alsmede de controle van de verantwoordelijkheid van de financiële actoren. Op grond van artikel 322 VWEU vastgestelde voorschriften hebben tevens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor een goed financieel beheer en doeltreffende EU-financiering.

(54)  Overeenkomstig artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad(40) komen personen en entiteiten die gevestigd zijn in landen en gebieden overzee (LGO), in aanmerking voor financiering overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het instrument en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee een LGO banden heeft.

(55)  Op grond van artikel 349 VWEU en in overeenstemming met de mededeling van de Commissie "Een nieuw en strategisch sterker partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU", die de Raad in zijn conclusies van 12 april 2018 heeft bekrachtigd, moeten de betrokken lidstaten erop toezien dat hun nationale programma's de nieuwe dreigingen aanpakken waarmee de ultraperifere regio's worden geconfronteerd, zoals grensbewaking, onevenredige instroom van mensen of de invoering van Europese informatiesystemen. Het instrument ondersteunt deze lidstaten met adequate middelen om de ultraperifere regio's op gepaste wijze te helpen in het licht van deze specifieke kenmerken. [Am. 45]

(56)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016(41) moet het instrument worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor monitoring worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, moeten worden vermeden. Voor zover van toepassing kunnen deze eisen meetbare indicatoren bevatten, waaronder kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, worden opgenomen, als basis voor de evaluatie van de effecten van het instrument in de praktijk. Om de resultaten van het instrument te kunnen meten, moeten voor elke specifieke doelstelling van het instrument indicatoren en bijbehorende streefdoelen worden vastgesteld. [Am. 46]

(57)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering, in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties ten uitvoer te leggen, zal dit instrument bijdragen aan de integratie van klimaatactie in alle beleidsdomeinen en aan de verwezenlijking van het streefdoel om globaal 25 % van de EU-begrotingsuitgaven te gebruiken ter ondersteuning van klimaatdoelstellingen. Acties ter zake zullen worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van het instrument, en worden heroverwogen in het kader van de betrokken evaluatie- en beoordelingsprocessen.

(58)  Via de indicatoren en de financiële verslaglegging moeten de Commissie en de lidstaten toezien op de uitvoering van het instrument overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] en de onderhavige verordening De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een overzicht van de aanvaarde jaarlijkse prestatieverslagen voor. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad op verzoek de volledige tekst van de jaarlijkse prestatieverslagen ter beschikking. [Am. 47]

(58 bis)  Het is van belang om gedurende de overgangsperiode en gedurende de gehele periode waarin uitvoering wordt gegeven aan het instrument te zorgen voor degelijk financieel beheer en rechtszekerheid. De in de periode 2014-2020 genomen maatregelen moeten gedurende de overgangsperiode niet onderbroken worden. [Am. 48]

(59)  Met het oog op de aanvulling en wijziging van niet-essentiële elementen van deze verordening moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen met betrekking tot de in bijlage IV opgenomen lijst van acties die in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage, operationele steun en de verdere ontwikkeling van het gemeenschappelijk kader voor toezicht en evaluatie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden, onder meer op deskundigenniveau, passende raadplegingen verricht overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016(42).

(60)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(43). De onderzoeksprocedure moet worden toegepast voor uitvoeringshandelingen waarin de gezamenlijke verplichtingen van de lidstaten worden vastgesteld, met name inzake het verstrekken van informatie aan de Commissie, en De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen betreffende de methoden voor het verstrekken van informatie aan de Commissie in het kader van de programmering en verslaglegging, gelet op de zuiver technische aard ervan. [Am. 49]

(61)  Deelname van een lidstaat aan dit instrument mag niet samenvallen met deelname aan een tijdelijk financieel instrument van de Unie dat de begunstigde lidstaten moet helpen bij de financiering van onder meer acties aan nieuwe buitengrenzen van de Unie met het oog op de uitvoering van het Schengenacquis inzake grenzen en visa en toezicht aan de buitengrenzen.

(62)  Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van het Schengenacquis in de zin van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(44) die valt onder de gebieden bedoeld in artikel 1, punten A en B, van Besluit 1999/437/EG van de Raad(45).

(63)  Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop de Zwitserse Bondsstaat wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(46), die valt onder het gebied bedoeld in artikel 1, punten A en B, van Besluit 1999/437/EG, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad(47).

(64)  Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het door de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein ondertekende Protocol betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop de Zwitserse Bondsstaat wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(48), die valt onder het gebied dat is bedoeld in artikel 1, punten A en B, van Besluit 1999/437/EG, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad(49).

(65)  Overeenkomstig artikelen 1 en 2 van het Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend, noch van toepassing in deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad heeft beslist over deze verordening of het deze verordening in zijn interne recht zal omzetten.

(66)  Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad(50). Ierland neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing in Ierland.

(67)  Het is passend dat de periode waarin deze verordening van toepassing is, in overeenstemming wordt gebracht met die van Verordening (EU, Euratom) .../... van de Raad [verordening betreffende het meerjarig financieel kader](51),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voorwerp

1.  Bij deze verordening wordt het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa (“het instrument”) opgericht als onderdeel van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (“het fonds”) voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027. [Am. 50]

2.  Samen met Verordening (EU) .../... [Fonds voor douanecontroleapparatuur], tot vaststelling, als onderdeel van het [Fonds voor geïntegreerd grensbeheer](52), van het instrument voor financiële steun voor douanecontroleapparatuur], stelt deze verordening het fonds vast. [Am. 51]

3.  In deze verordening worden de doelstellingen van het instrument, de specifieke doelstellingen en maatregelen ter verwezenlijking van deze specifieke doelstellingen, het budget voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd. [Am. 52]

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)  "blendingverrichting": door de begroting van de Unie ondersteunde actie, onder meer in het kader van blendingfaciliteiten overeenkomstig artikel 2, lid 6, van het Financieel Reglement, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun en/of financiële instrumenten uit de begroting van de Unie worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders; [Am. 53]

2)  “grensdoorlaatpost”: een door de bevoegde autoriteiten voor overschrijding van de buitengrenzen aangewezen doorlaatpost, waarvan kennis is gegeven overeenkomstig artikel 2, lid 8, van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad(53);

3)  “Europees geïntegreerd grensbeheer”: de onderdelen vermeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/1624;

4)  “buitengrenzen”: de grenzen buitengrenzen, als gedefinieerd in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 399/2016, van de lidstaten, namelijk landgrenzen, inclusief de rivier- en meergrenzen en de zeegrenzen, alsmede hun luchthavens, rivierhavens, zeehavens en meerhavens waarop de bepalingen van het recht van de Unie betreffende de overschrijding van de buitengrenzen van toepassing zijn, waaronder begrepen de binnengrenzen waaraan de controles nog niet zijn opgeheven; [Am. 54]

5)  “buitengrenssegment”: het geheel of een deel van de land- of zeebuitengrens van een lidstaat als omschreven in Verordening (EU) nr. 1052/2013;

6)  “hotspotgebied”: hotspotgebied als omschreven in artikel 2, punt 10, van Verordening (EU) 2016/1624;

7)  “binnengrenzen waaraan de controles nog niet zijn opgeheven”:

a)  de gemeenschappelijke grens tussen een lidstaat die het Schengenacquis volledig ten uitvoer legt en een lidstaat die het Schengenacquis overeenkomstig zijn respectievelijke toetredingsakte volledig moet toepassen, maar waarvoor het relevante besluit van de Raad op grond waarvan die staat wordt toegestaan dit acquis volledig toe te passen, nog niet in werking is getreden;

b)  de gemeenschappelijke grens tussen twee lidstaten die het Schengenacquis overeenkomstig hun respectieve toetredingsakte volledig moeten toepassen, maar waarvoor het relevante besluit van de Raad op grond waarvan die lidstaten wordt toegestaan dit acquis volledig toe te passen, nog niet in werking is getreden.

Artikel 3

Doelstellingen van het instrument

1.  Dit instrument heeft als onderdeel van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer als beleidsdoelstelling bij te dragen aan een hoog niveau van veiligheid in de Unie door te zorgen voor krachtig en doeltreffend Europees geïntegreerd grensbeheer en tegelijkertijd het vrije verkeer van personen te waarborgen, met volledige inachtneming van de verbintenissen van de Unie op het gebied van de grondrechten het acquis en de internationale verplichtingen van de Unie en haar lidstaten op basis van door hen ondertekende internationale instrumenten. [Am. 55]

2.  In het kader van de beleidsdoelstelling van lid 1 draagt het instrument bij tot de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:

a)  het ondersteunen van de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer door de Europese grens- en kustwacht, als gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grensbeheer, teneinde legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken, irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen en migratiestromen doeltreffend te beheren; [Am. 56. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

b)  het ondersteunen van het gemeenschappelijk visumbeleid om te zorgen voor een meer geharmoniseerde aanpak onder de lidstaten met betrekking tot de afgifte van visa, om legaal reizen te vergemakkelijken en risico’s uit migratie- en veiligheidsoogpunt te voorkomen risico's uit veiligheidsoogpunt aan te pakken. [Am. 57]

3.  In het kader van de in lid 2 bedoelde specifieke doelstellingen wordt het instrument uitgevoerd aan de hand van de in bijlage II genoemde uitvoeringsmaatregelen.

Artikel 3 bis

Non-discriminatie en eerbiediging van de grondrechten

Het instrument wordt uitgevoerd met volledige inachtneming van de rechten en beginselen die zijn verankerd in het acquis van de Unie, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en van de internationale verplichtingen van de Unie met betrekking tot de grondrechten, in het bijzonder door naleving van de beginselen van non-discriminatie en non-refoulement te waarborgen. [Am. 58]

Artikel 4

Reikwijdte van de steunverlening

1.  In het kader van de doelstellingen van artikel 3 en overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen van bijlage II steunt het instrument acties die bijdragen aan de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen, en met name de acties van bijlage III. [Am. 59]

2.  Teneinde de in artikel 3 bedoelde doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken, kan het instrument, indien nodig, acties ondersteunen overeenkomstig de in uitzonderlijke gevallen, binnen bepaalde grenzen en met inachtneming van passende waarborgen, in bijlage III bedoelde prioriteiten van de Unie acties ondersteunen met betrekking tot en in derde landen, conform artikel 5. [Am. 60]

2 bis.  Het totale financieringsbedrag voor ondersteuning van acties in of met betrekking tot derde landen in het kader van de thematische faciliteit overeenkomstig artikel 8 mag niet meer bedragen dan 4 % van het totale bedrag dat krachtens artikel 7, lid 2, onder b), aan de thematische faciliteit is toegewezen. [Am. 61]

2 ter.  Het totale financieringsbedrag voor ondersteuning van acties in of met betrekking tot derde landen in het kader van de programma's van de lidstaten overeenkomstig artikel 12 mag voor elke lidstaat niet meer bedragen dan 4 % van het totale aan die lidstaat toegewezen bedrag overeenkomstig artikel 7, lid 2, onder a), artikel 10, lid 1, en bijlage I. [Am. 62]

3.  De volgende acties zijn niet subsidiabel:

a)  de in punt 1, onder a), van bijlage III bedoelde acties aan de binnengrenzen waaraan de controles nog niet zijn opgeheven;

b)  de acties die betrekking hebben op de tijdelijke en uitzonderlijke herinvoering van grenstoezicht aan de binnengrenzen als bedoeld in Verordening (EU) 2016/399;

c)  met betrekking tot de controle van goederen:

1)  de acties die uitsluitend gericht zijn op of resulteren in de controle van goederen;

2)  het aankopen, onderhouden of upgraden van apparatuur, met uitzondering van vervoermiddelen, indien onder meer gericht op of resulterend in de controle van goederen;

3)  andere acties krachtens deze verordening die hoofdzakelijk gericht zijn op of resulteren in de controle van goederen.

Als zich een noodsituatie voordoet als bedoeld in artikel 23, kunnen de in dit lid bedoelde niet-subsidiabele acties als subsidiabel worden aangemerkt. [Am. 63]

Artikel 5

Subsidiabele entiteiten

1.  De volgende entiteiten kunnen subsidiabel zijn:

a)  juridische entiteiten die gevestigd zijn in een van de volgende landen:

i)  een lidstaat of een met een lidstaat verbonden land of gebied overzee;

ii)  een in het werkprogramma opgenomen derde land, onder de daarin vermelde voorwaarden, mits bij alle acties in of met betrekking tot dat derde land de rechten en beginselen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn verankerd en de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten in acht worden genomen. [Am. 64]

b)  elke juridische entiteit die is opgericht krachtens het recht van de Unie of elke internationale organisatie.

2.  Natuurlijke personen kunnen niet subsidiabel zijn.

3.  Juridische entiteiten die zijn gevestigd in een derde land, zijn bij wijze van uitzondering subsidiabel voor zover dit noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van een bepaalde actie, mits bij alle acties in of met betrekking tot dat derde land de rechten en beginselen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn verankerd en de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten in acht worden genomen. [Am. 65]

4.  Juridische entiteiten die deelnemen aan consortia van ten minste twee onafhankelijke entiteiten en die zijn gevestigd in verschillende lidstaten of in met die lidstaten verbonden landen of gebieden overzee of in derde landen, zijn subsidiabel. Als de juridische entiteiten die aan een consortium deelnemen in een derde land zijn gevestigd, is artikel 6, lid 3, van toepassing. [Am. 66]

HOOFDSTUK II

FINANCIEEL EN UITVOERINGSKADER

Afdeling 1

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 6

Algemene beginselen

1.  De krachtens deze verordening verleende steun is complementair aan nationaal, regionaal en lokaal optreden en is erop gericht waarde voor de Unie toe te voegen uit het oogpunt van de doelstellingen van deze verordening. [Am. 67]

2.  De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat de steun die krachtens deze verordening en door de lidstaten wordt verleend, consistent is met de betreffende activiteiten, beleidsmaatregelen en prioriteiten van de Unie en complementair is aan andere instrumenten van de Unie.

3.  Het instrument wordt uitgevoerd in gedeeld, direct of indirect beheer, overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), b) en c), van het Financieel Reglement.

3 bis.  De Commissie en de lidstaten geven samen uitvoering aan het instrument. De Commissie stelt ter ondersteuning van de lidstaten een helpdesk en een contactpunt in en draagt zo bij aan een effectieve toewijzing van financiering. [Am. 68]

Artikel 7

Budget

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het instrument voor de periode 2021-2027 bedragen 7 087 760 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (8 018 000 000 EUR in lopende prijzen). [Am. 69]

2.  De financiële middelen worden als volgt gebruikt:

a)  4 252 833 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (4 811 000 000 EUR in lopende prijzen) wordt toegewezen aan de in gedeeld beheer uitgevoerde programma’s, en daarvan is 138 962 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018, (157 200 000 EUR in lopende prijzen) bestemd voor de in artikel 16 bedoelde bijzondere doorreisregeling, die in gedeeld beheer wordt uitgevoerd; [Am. 70]

b)  2 834 927 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (3 207 000 000 EUR in lopende prijzen) wordt toegewezen voor de thematische faciliteit. [Am. 71]

3.  Tot 0,52 % van de financiële middelen wordt toegewezen voor technische bijstand op initiatief van de Commissie voor de uitvoering van het instrument.

4.  Krachtens de desbetreffende bepalingen van de associatieovereenkomsten worden regelingen vastgesteld om de aard en de modaliteiten te bepalen van de deelname van landen die bij de uitvoering, toepassing en ontwikkeling van het Schengenacquis betrokken zijn. De financiële bijdragen van die landen worden gevoegd bij de in lid 1 vermelde totale middelen die uit de begroting van de Unie beschikbaar worden gesteld.

Artikel 8

Algemene bepalingen betreffende de uitvoering van de thematische faciliteit

1.  De financiële middelen bedoeld in artikel 7, lid 2, onder b), worden flexibel toegewezen via de thematische faciliteit in het kader van gedeeld, direct of indirect beheer, overeenkomstig werkprogramma’s. De financiering uit de thematische faciliteit wordt gebruikt voor de onderdelen ervan:

a)  specifieke acties,

b)  acties van de Unie, en

c)  noodhulp.

De financiële middelen voor de thematische faciliteit worden ook gebruikt voor ondersteuning van technische bijstand op initiatief van de Commissie.

2.  De financiering uit de thematische faciliteit wordt gebruikt voor prioriteiten met een hoge toegevoegde waarde voor de Unie of om te voorzien in dringende behoeften, conform de overeengekomen prioriteiten van de Unie zoals uiteengezet in bijlage II of ondersteunende maatregelen overeenkomstig artikel 20. Voor de voorbereiding van de werkprogramma's raadpleegt de Commissie de organisaties die de partners op Unieniveau vertegenwoordigen, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld. [Am. 72]

2 bis.  Minimaal 20 % van de financiering uit de thematische faciliteit wordt toegekend aan de in artikel 3, lid 2, onder b), vermelde specifieke doelstelling. [Am. 73]

3.  Wanneer financiering uit de thematische faculteit in direct of indirect beheer aan de lidstaten wordt toegekend, wordt gewaarborgd dat de geselecteerde projecten niet worden beïnvloed door mag er geen financiering ter beschikking worden gesteld voor projecten indien er aanwijzingen zijn dat de wettigheid van die projecten of de wettigheid en regelmatigheid van die financiering, of de resultaten van die projecten, ter discussie staan vanwege een met redenen omkleed advies van de Commissie met betrekking tot een inbreuk als bedoeld in artikel 258 van het VWEU die de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven of de prestatie van projecten in gevaar brengt. [Am. 74]

4.  Wanneer financiering uit de thematische faculteit in gedeeld beheer wordt uitgevoerd, beoordeelt de Commissie voor de toepassing van artikel 18 en artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) nr. .../... [GB-verordening] of de geplande acties niet worden beïnvloed door de geplande acties om te waarborgen dat er geen financiering ter beschikking wordt gesteld voor projecten waarbij sprake is van duidelijke aanwijzingen dat de wettigheid van die projecten of de wettigheid en regelmatigheid van die financiering, of de resultaten van die projecten, ter discussie staan als gevolg van een met redenen omkleed advies van de Commissie met betrekking tot een inbreuk als bedoeld in artikel 258 van het VWEU die de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven of de prestatie van de projecten in gevaar brengt. [Am. 75]

4 bis.  Wanneer de financiering uit de thematische faciliteit wordt verleend onder direct of indirect beheer, beoordeelt de Commissie of de geplande acties niet worden beïnvloed door een algemene tekortkoming op het gebied van de rechtsstaat in een lidstaat die zodanig van invloed is of kan zijn op de beginselen van gezond financieel beheer of de bescherming van de financiële belangen van de Unie, dat de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven of de resultaten van de projecten in gevaar worden gebracht. [Am. 76]

5.  De Commissie stelt het totaalbedrag vast dat voor de thematische faciliteit beschikbaar is in het kader van de jaarlijkse begrotingskredieten van de Unie.

6.  De Commissie stelt is bevoegd voor de thematische faciliteit financieringsbesluiten overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om werkprogramma's op te zetten als bedoeld in artikel 110 van het Financieel Reglement, waarin de doelstellingen en de te ondersteunen acties worden vermeld, alsmede de bedragen voor elk van de onderdelen daarvan, als bedoeld in lid 1. In de financieringsbesluiten wordt in voorkomend geval het voor blendingverrichtingen gereserveerde totaalbedrag opgenomen. [Am. 77]

7.  Na de vaststelling van een financieringsbesluit werkprogramma als bedoeld in lid 3 6 kan de Commissie de in gedeeld beheer uitgevoerde programma’s dienovereenkomstig aanpassen. [Am. 78]

8.  De financieringsbesluiten werkprogramma's zijn jaarlijks of meerjarig en kunnen betrekking hebben op één of meer onderdelen van de thematische faciliteit. [Am. 79]

Afdeling 2

Ondersteuning en uitvoering in gedeeld beheer

Artikel 9

Toepassingsgebied

1.  Deze afdeling betreft het in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde deel van de financiële middelen en de aanvullende middelen die overeenkomstig het de in artikel 8 bedoelde besluit werkprogramma's van de Commissie inzake de thematische faciliteit in gedeeld beheer moeten worden uitgevoerd. [Am. 80]

2.  De steun in het kader van deze afdeling wordt uitgevoerd in gedeeld beheer, overeenkomstig artikel 63 van het Financieel Reglement en Verordening (EU) .../... [GB-verordening].

Artikel 10

Begrotingsmiddelen

1.  De in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde middelen worden indicatief als volgt toegewezen aan de door de lidstaten in gedeeld beheer uitgevoerde nationale programma’s (hierna “de programma’s” genoemd):

(a)  3 543 880 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (4 009 000 000 EUR in lopende prijzen) aan de lidstaten overeenkomstig de criteria in bijlage I; [Am. 81]

(b)  708 953 000 EUR in prijzen van 2018 (802 000 000 EUR EUR in lopende prijzen) aan de lidstaten voor de aanpassing van de toewijzingen voor de programma’s als bedoeld in artikel 13, lid 1. [Am. 82]

2.  Indien het in lid 1, onder b), bedoelde bedrag niet wordt toegewezen, kan het resterende bedrag worden toegevoegd aan het in artikel 7, lid 2, onder b), bedoelde bedrag.

Artikel 11

Medefinancieringspercentages

1.  De bijdrage uit de Uniebegroting bedraagt ten hoogste 75 85 % van de totale subsidiabele uitgaven van een project van lidstaten waarvan het bruto nationaal inkomen (bni) per inwoner minder dan 90 % van het gemiddelde voor de Unie en 75 % van de totale subsidiabele uitgaven voor andere lidstaten bedraagt. [Am. 83]

2.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 90 % van de totale subsidiabele uitgaven voor in het kader van specifieke acties uitgevoerde projecten.

3.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 90 % van de totale subsidiabele uitgaven voor de in bijlage IV vermelde acties.

4.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 100 % van de totale subsidiabele uitgaven voor operationele steun, waaronder begrepen de bijzondere doorreisregeling.

5.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 100 % van de totale subsidiabele uitgaven voor noodhulp.

6.  In het besluit van de Commissie tot goedkeuring van een programma worden het medefinancieringspercentage en het maximumbedrag van de uit dit instrument verleende steun bepaald voor de in de leden 1 tot en met 5 bedoelde actietypes.

7.  Voor elke specifieke doelstelling wordt in het besluit van de Commissie vastgesteld of het medefinancieringspercentage voor de specifieke doelstelling van toepassing is op:

a)  het totaal van de particuliere bijdrage en de overheidsbijdrage, of

b)  de overheidsbijdrage alleen.

Artikel 12

Programma's

1.  Elke lidstaat zorgt en de Commissie zorgen ervoor dat de door zijn het nationale programma bestreken prioriteiten consistent zijn met en afgestemd zijn op de prioriteiten en uitdagingen van de Unie op het gebied van grensbeheer en visa, en dat zij stroken met het relevante acquis en de overeengekomen prioriteiten van de Unie, alsook met de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit de internationale instrumenten die zij hebben ondertekend. Bij het vaststellen van de prioriteiten van hun programma's zorgen de lidstaten ervoor dat de in bijlage II vastgestelde uitvoeringsmaatregelen voldoende aan bod komen. [Am. 84]

1 bis.  In dat verband wijzen de lidstaten minimaal 20 % van de toegekende financiering toe aan de specifieke doelstelling, als beschreven in artikel 3, lid 2, onder b). [Am. 85]

2.  De Commissie zorgt ervoor er zo nodig voor dat het Europees Grens- en kustwachtagentschap, en zo nodig eu-LISA, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en alle andere relevante agentschappen van de Unie in een vroeg stadium bij de ontwikkeling van de programma’s van de lidstaten worden betrokken, voor zover deze agentschappen daartoe bevoegd zijn. [Am. 86]

3.  De Commissie raadpleegt het Europees Grens- en kustwachtagentschap over de ontwerpprogramma’s met een specifieke nadruk op de activiteiten die begrepen zijn onder de operationele steun conform artikel 3, lid 2, onder a), teneinde voor consistentie en complementariteit tussen de activiteiten van het agentschap en die van de lidstaten op het gebied van grensbeheer te zorgen, alsook om dubbele financiering te voorkomen en kostenefficiëntie te realiseren. [Am. 87. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

3 bis.  De Commissie raadpleegt eu-LISA over de ontwerpprogramma's met een speciale nadruk op activiteiten die zijn opgenomen in het kader van technische steun overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder b), om te zorgen voor consistentie en complementariteit tussen de activiteiten van eu-LISA en die van de lidstaten. [Am. 88]

4.  De Commissie kan zo nodig het Europees Grens- en kustwachtagentschap en zo nodig, eu-LISA, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en eventuele andere relevante agentschappen bij toezicht- en evaluatietaken als bedoeld in afdeling 5 betrekken, met name om te waarborgen dat de met de steun van het instrument uitgevoerde acties in overeenstemming zijn met het relevante acquis van de Unie en de overeengekomen prioriteiten van de Unie. [Am. 89]

5.  Na de vaststelling van aanbevelingen binnen het toepassingsgebied van deze verordening overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1053/2013 en van de aanbevelingen in het kader van de uitvoering van kwetsbaarheidsbeoordelingen overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1624, onderzoekt de betrokken lidstaat samen met de Commissie de meest geschikte aanpak om met ondersteuning van dit instrument gevolg aan deze aanbevelingen te geven.

6.  De Commissie betrekt zo nodig het Europese Grens- en kustwachtagentschap zo nodig, eu-LISA, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en eventuele andere relevante agentschappen of instanties bij het onderzoeken van de meest geschikte aanpak om met ondersteuning van dit instrument gevolg aan de aanbevelingen te geven.. [Am. 90]

7.  Bij de uitvoering van lid 5 maakt de lidstaat de uitvoering van maatregelen om geconstateerde tekortkomingen aan te pakken, en met name maatregelen om ernstige tekortkomingen en niet-conform bevonden aspecten te verhelpen, tot een prioriteit voor zijn programma.

8.  Zo nodig wordt het betrokken programma aangepast om rekening te houden met de in lid 5 bedoelde aanbevelingen aanbevelingen en de vorderingen bij het bereiken van de mijlpalen en streefdoelen zoals beoordeeld in de jaarlijkse prestatieverslagen als genoemd in artikel 27, lid 2, onder a). Afhankelijk van de impact van de aanpassing kan wordt het herziene programma door de Commissie worden goedgekeurd. [Am. 91]

9.  De betrokken lidstaat kan, in samenwerking en overleg met de Commissie en het Europees Grens- en kustwachtagentschap, in zoverre het agentschap bevoegd is, middelen in het kader van zijn programma, met inbegrip van de middelen die zijn geprogrammeerd voor operationele ondersteuning, opnieuw toewijzen om uitvoering te geven aan de in lid 5 bedoelde aanbevelingen die financiële gevolgen hebben.

10.  Wanneer Voordat een lidstaat besluit met steun van het instrument projecten uit te voeren met, in of in met betrekking tot een derde land, raadpleegt zorgt hij ervoor dat alle door, in of met betrekking tot dat derde land voorgestelde acties voldoen aan de internationale verplichtingen van de Unie en die lidstaat, en dat de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde rechten en beginselen volledig in acht worden genomen. De betrokken lidstaat raadpleegt de Commissie vóór het begin van het project, onder meer over waarborging van de naleving van bovenstaande voorwaarden. [Am. 92]

11.  Wanneer een lidstaat bij wijze van uitzondering besluit met steun van het instrument met, in of in met betrekking tot een derde land acties ten uitvoer te leggen in verband met het monitoren, opsporen, identificeren, volgen, voorkomen en onderscheppen van niet-toegestane grensoverschrijdingen, waarmee wordt beoogd irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit op te sporen, te voorkomen en te bestrijden of bij te dragen tot het beschermen en het redden van de levens van migranten, zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat hij de Commissie in kennis heeft gesteld van de bilaterale of multilaterale samenwerkingsovereenkomsten met dat derde land overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) nr. 1052/2013. Lidstaten zien toe op de volledige inachtneming van het beginsel van non-refoulement, ook bij acties op volle zee. [Am. 93]

11 bis.  Wanneer een lidstaat besluit projecten op te starten met, in of met betrekking tot een derde land in het kader van onderhavig instrument, informeert de lidstaat de organisaties die de partners op nationaal niveau vertegenwoordigen, evenals de leden van de stuurgroep, binnen een termijn van 10 dagen. [Am. 94]

12.  Voor met steun van dit instrument aangekochte operationele uitrusting, waaronder vervoermiddelen en communicatiesystemen die nodig zijn voor doeltreffend en veilig grenstoezicht, en zoek- en reddingsacties geldt het volgende: [Am. 95]

a)  voordat de lidstaten de aankoopprocedure starten voor de verwerving, met steun van het instrument, van operationele uitrusting, waaronder vervoermiddelen en communicatiesystemen, vergewissen zij zich ervan dat deze uitrusting voldoet aan de door het Europees Grens- en kustwachtagentschap vastgestelde normen, voor zover deze normen voorhanden zijn, en controleren zij met het Europees Grens- en kustwachtagentschap de technische specificaties teneinde de interoperabiliteit met de door het Europees Grens- en kustwachtagentschap gebruikte middelen te waarborgen;

b)  alle door de lidstaten aangekochte operationele uitrusting voor grootschalig grensbeheer, zoals middelen voor lucht- en zeevervoer en bewaking op zee en vanuit de lucht, wordt geregistreerd in het kader van de pool van technische uitrusting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap met het oog op de beschikbaarstelling van deze middelen overeenkomstig artikel 39, lid 8, van Verordening (EU) 2016/1624;

c)  De lidstaten kunnen besluiten om met steun van het instrument materieel aan te kopen voor maritieme operaties met meerdere doelen, mits dit materieel bij benutting door de relevante nationale autoriteiten ten minste 60 % van de totale gebruikstijd voor nationale doeleinden per jaar wordt ingezet bij grensbewakingsoperaties. Dit materieel wordt geregistreerd in het kader van de pool van technische uitrusting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap met het oog op de beschikbaarstelling van deze middelen overeenkomstig artikel 39, lid 8, van Verordening (EU) 2016/1624;

d)  ter ondersteuning van de coherente planning van de capaciteitsontwikkeling voor de Europese grens- en kustwacht en het mogelijke gebruik van gezamenlijke aanbesteding stellen de lidstaten de Commissie als onderdeel van de verslaglegging overeenkomstig artikel 27 in kennis van de beschikbare meerjarige planning voor de aankopen van uitrusting die naar verwachting in het kader van het instrument zullen worden verricht. De Commissie geeft deze informatie door aan het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

Wanneer de lidstaten in het kader van dit instrument maatregelen uitvoeren in verband met de bewaking van de zeegrenzen, besteden zij bijzondere aandacht aan hun internationale verplichtingen op het gebied van opsporing en redding op zee en hebben zij daartoe het recht de onder a) tot en met d) van dit lid bedoelde apparatuur en systemen te gebruiken. [Am. 96]

13.  De met steun van dit instrument verzorgde opleiding op het gebied van grensbeheer wordt gebaseerd op de relevante geharmoniseerde en hoogwaardige Europese onderwijsnormen en gemeenschappelijke opleidingsnormen voor grens‑ en kustbewaking en op het desbetreffende Unie- en internationaal recht, onder meer met betrekking tot grondrechten, toegang tot internationale bescherming en het relevante zeerecht. [Am. 97]

14.  De lidstaten streven met name de uitvoering van de in bijlage IV vermelde acties na. Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage IV.

15.  Programmering als bedoeld in artikel 17, lid 5, van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] wordt gebaseerd op de in de tabel 1 van bijlage VI vermelde interventietypes. In elk programma worden voor elke specifieke doelstelling de interventietypes op basis van tabel 1 van bijlage VI vermeld, alsmede een indicatieve uitsplitsing van de geprogrammeerde middelen per interventietype of steungebied. [Am. 98]

Artikel 13

Tussentijdse evaluatie

-1.  De programma's worden tussentijds herzien en geëvalueerd overeenkomstig artikel 26. [Am. 99]

1.  In Uiterlijk eind 2024, na het Europees Parlement op de hoogte te hebben gebracht, wijst de Commissie het aanvullende bedrag bedoeld in artikel 10, lid 1, onder b), toe aan de programma’s van de betrokken lidstaten overeenkomstig de criteria bedoeld in lid 1, onder c), en in bijlage I, de punten 2 tot en met 11. De toewijzing wordt gebaseerd op de meest recente statistische gegevens die beschikbaar zijn voor de criteria bedoeld in lid 1, onder c), en in bijlage I, de punten 2 tot en met 11. De financiering geldt voor de periode vanaf het kalenderjaar 2025. [Am. 100]

2.  Indien ten minste 10 30  % van de initiële toewijzing van een programma als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a), niet wordt gedekt door tussentijdse betalingsaanvragen die zijn ingediend overeenkomstig artikel 85 van Verordening (EU) .../... [GB-verordening], komt de betrokken lidstaat niet in aanmerking voor de in lid 1 bedoelde aanvullende toewijzing voor zijn programma. [Am. 101]

2 bis.   Lid 2 is alleen van toepassing indien het desbetreffende regelgevingskader en de bijbehorende besluiten op 1 januari 2022 van kracht zijn. [Am. 102]

3.  Bij de toewijzing van de middelen uit de thematische faciliteit vanaf 2025 wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de vooruitgang bij het bereiken van de mijlpalen van het prestatiekader bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) .../... [GB-verordening], en met de bij de uitvoering vastgestelde tekortkomingen. [Am. 103]

Artikel 14

Specifieke acties

1.  Specifieke acties zijn transnationale of nationale projecten met toegevoegde waarde voor de Unie die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van deze verordening en waarvoor één, meerdere of alle lidstaten een aanvullende toewijzing voor hun programma’s kunnen ontvangen. [Am. 104]

2.  Naast hun overeenkomstig artikel 10, lid 1, berekende toewijzing kunnen de lidstaten financiering voor specifieke acties ontvangen, mits dit bedrag daarvoor vervolgens in het programma wordt aangewezen en wordt gebruikt om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening.

3.  Deze financiering wordt niet gebruikt voor andere acties in het programma, behoudens in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en na goedkeuring van de Commissie door middel van de wijziging van het programma.

Artikel 15

Operationele steun

1.  Operationele steun is een onderdeel van een toewijzing van een lidstaat dat kan worden gebruikt ter ondersteuning van overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het vervullen van de taken en diensten die een openbare dienstverlening ten bate van de Unie zijn.

2.  Een lidstaat kan tot 30 % van het in het kader van het instrument aan zijn programma toegewezen bedrag gebruiken voor de financiering van operationele steun aan de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het vervullen van de taken en diensten die een openbare dienstverlening ten bate van de Unie zijn.

3.  De lidstaten die gebruikmaken van operationele steun, dienen het acquis van de Unie inzake grenzen en visa na te leven. [Am. 105]

4.  De lidstaten motiveren in het programma en in de jaarlijkse prestatieverslagen bedoeld in artikel 27 het gebruik van operationele steun voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening. Vóór de goedkeuring van het programma beoordeelt de Commissie, na overleg met het Europees Grens- en kustwachtagentschap in verband met de bevoegdheden van het agentschap overeenkomstig artikel 12, lid 3, de uitgangssituatie in de lidstaten die kenbaar hebben gemaakt dat zij van plan zijn gebruik te maken van operationele steun, rekening houdend met de door die lidstaten verstrekte informatie en, in voorkomend geval, de informatie die beschikbaar is in het licht van de Schengenevaluaties en de kwetsbaarheidsbeoordelingen, met inbegrip van de aanbevelingen naar aanleiding van Schengenevaluaties en kwetsbaarheidsbeoordelingen.

5.  Onverminderd artikel 4, lid 3, onder c), wordt operationele steun geconcentreerd op specifieke taken en diensten in aanmerking komende acties van bijlage VII. [Am. 106]

6.  Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van specifieke taken en diensten de lijst van in aanmerking komende acties in bijlage VII. [Am. 107]

Artikel 16

Operationele steun voor de bijzondere doorreisregeling

1.  Het instrument financiert een vergoeding voor gederfde leges uit transitvisa en aanvullende kosten die voortvloeien uit de toepassing van de regeling betreffende het doorreisfaciliteringsdocument (facilitated transit document – FTD) en het doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (facilitated rail transit document – FRTD) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 693/2003 en Verordening (EG) nr. 694/2003.

2.  De middelen die krachtens artikel 7, lid 2, onder a), aan Litouwen worden toegewezen voor de bijzondere doorreisregeling, worden beschikbaar gesteld als aanvullende operationele steun voor Litouwen, overeenkomstig de acties die in aanmerking komen voor operationele steun in het kader van het programma, zoals bedoeld in bijlage VII.

3.  In afwijking van artikel 15, lid 2, kan Litouwen de krachtens artikel 7, lid 2, onder a), aan deze lidstaat toegewezen middelen gebruiken voor de financiering van operationele steun, in aanvulling op het in artikel 15, lid 2, bepaalde bedrag.

4.  De Commissie en Litouwen bekijken de toepassing van dit artikel opnieuw, in het geval zich veranderingen voordoen die gevolgen hebben voor het bestaan of het functioneren van de bijzondere doorreisregeling.

Afdeling 3

Ondersteuning en uitvoering in direct en indirect beheer

Artikel 17

Toepassingsgebied

De Commissie voert de steun in het kader van deze afdeling ofwel op directe wijze uit, overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement, ofwel op indirecte wijze, overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.

Artikel 18

Acties van de Unie

1.  Acties van de Unie zijn transnationale projecten of projecten die van bijzonder belang zijn voor de Unie, overeenkomstig de doelstellingen van deze verordening.

2.  Op initiatief van de Commissie kan het instrument worden gebruikt voor het financieren van acties van de Unie in verband met de doelstellingen van deze verordening als bedoeld in artikel 3 en overeenkomstig de bijlagen II en III.

3.  In het kader van acties van de Unie kan financiering worden verstrekt in alle vormen die zijn vastgesteld in het Financieel Reglement, zoals met name subsidies, prijzen en aanbestedingen. Er kan eveneens financiering worden verstrekt in de vorm van financiële instrumenten in het kader van blendingverrichtingen.

4.  In gedeeld beheer uitgevoerde subsidies worden toegekend en beheerd overeenkomstig [titel VIII] van het Financieel Reglement.

5.  Het evaluatiecomité dat de voorstellen beoordeelt, kan uit externe deskundigen bestaan.

6.  Bijdragen aan een systeem voor onderlinge verzekeringen kunnen het risico in verband met de terugvordering van door ontvangers verschuldigde middelen dekken en worden beschouwd als een toereikende garantie krachtens het Financieel Reglement. De bepalingen in [artikel X] van Verordening (EU) …/… [opvolger van de verordening betreffende het Garantiefonds] zijn van toepassing.

Artikel 19

Blendingverrichtingen

Blendingverrichtingen waartoe in het kader van dit instrument wordt besloten, worden uitgevoerd in overeenstemming met [de InvestEU-verordening] en [titel X] van het Financieel Reglement. [Am. 108]

Artikel 20

Technische bijstand op het niveau van de Commissie

Het instrument kan maatregelen op het gebied van technische bijstand ondersteunen die op initiatief van of namens de Commissie worden uitgevoerd. Dergelijke maatregelen, namelijk voorbereidende stappen, monitoring, toezicht, audit, evaluatie en alle acties op het gebied van administratieve en technische bijstand die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening en, in voorkomend geval, met derde landen, kunnen voor 100 % worden gefinancierd. [Am. 109]

Artikel 21

Audits

Audits inzake het gebruik van de bijdrage van de Unie uitgevoerd door personen of entiteiten, daaronder begrepen andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van artikel 127 van het Financieel Reglement.

Artikel 22

Informatie, communicatie en publiciteit

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie, met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten, door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren promoten de acties en de resultaten ervan door meerdere relevante doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, samenhangende, doeltreffende en nuttige informatie in de relevante taal te verstrekken. Om de zichtbaarheid van de financiering van de Unie te waarborgen, vermelden de ontvangers van financiering van de Unie de oorsprong ervan wanneer zij over de actie communiceren. In dit verband zorgen de ontvangers ervoor dat in al het communicatiemateriaal dat tot het grote publiek en de media is gericht, het embleem van de Unie wordt weergegeven en uitdrukkelijk wordt vermeld dat de acties financieel worden ondersteund door de Unie. [Am. 110]

2.  De Commissie Om een zo breed mogelijk publiek te bereiken, voert de Commissie informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot de tenuitvoerlegging van dit instrument alsmede de acties en de resultaten ervan. De Commissie publiceert met name informatie betreffende de ontwikkeling van de jaarlijkse en meerjarige programma's van de thematische faciliteit. Daarnaast publiceert de Commissie de lijst van verrichtingen die geselecteerd zijn voor steun uit de thematische faciliteit op een openbare website en actualiseert zij die lijst ten minste om de drie maanden. De aan dit instrument toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over deuitvoering van de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij met de doelstellingen van deze verordening verband houden. De Commissie kan met name beste praktijken bevorderen en informatie uitwisselen betreffende de uitvoering van het instrument. [Am. 111]

2 bis.  De Commissie maakt de in lid 2 bedoelde informatie bekend in openbare, machinaal leesbare formaten als bepaald in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad(54) waarin wordt toegestaan dat gegevens worden gesorteerd, doorzocht, geëxtraheerd, vergeleken en hergebruikt. Het moet mogelijk zijn om de gegevens te sorteren volgens prioriteit, specifieke doelstelling, totale subsidiabele kosten van acties, totale kosten van projecten, totale kosten van aanbestedingsprocedures, naam van begunstigde en naam van contractant. [Am. 112]

2 ter.   Het is aan de lidstaten om de Commissie informatie te bezorgen over de ontwikkeling van de programma's voor gedeeld beheer, met het oog op bekendmaking ervan op haar website. [Am. 113]

Afdeling 4

Ondersteuning en uitvoering in direct en indirect beheer

Artikel 23

Noodhulp

1.  Het instrument verstrekt De Commissie kan besluiten bij wijze van uitzondering financiële bijstand te verstrekken om in urgente en specifieke behoeften te voorzien ingeval in geval van een naar behoren gemotiveerde noodsituatie die voortvloeit uit en als laatste redmiddel. Dergelijke situaties kunnen zich voordoen als gevolg van een urgente en uitzonderlijke druk, waarbij de buitengrens van een of meer lidstaten is, wordt of naar verwachting zal worden overgestoken door een groot of onevenredig aantal onderdanen van derde landen, met name in grenssegmenten ten aanzien waarvan een zodanig impactniveau is vastgesteld dat de werking van het hele Schengengebied erdoor in gevaar komt, of ingeval van enige andere situatie van urgente en uitzonderlijke druk naar behoren gemotiveerde noodsituatie die vraagt om dringende actie aan de buitengrenzen binnen het toepassingsgebied van deze verordening die om onmiddellijke actie vraagt . De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onverwijld op de hoogte. [Am. 114]

2.  Noodhulp kan bestaan uit direct aan de gedecentraliseerde agentschappen verleende subsidies.

3.  Noodhulp kan aan programma’s van lidstaten worden toegewezen, bovenop hun overeenkomstig artikel 10, lid 1, berekende toewijzing, mits het bedrag daarvoor vervolgens in het programma wordt aangewezen. Deze financiering wordt niet gebruikt voor andere acties in het programma, behoudens in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en na goedkeuring van de Commissie door middel van de wijziging van het programma.

4.  In gedeeld beheer uitgevoerde subsidies worden toegekend en beheerd overeenkomstig [titel VIII] van het Financieel Reglement.

4 bis.  Wanneer noodzakelijk voor de uitvoering van de actie kan noodhulp worden ingezet voor uitgaven die zijn verricht vóór de indiening van de subsidieaanvraag of het verzoek om bijstand, maar niet eerder dan 1 januari 2021. [Am. 115]

4 ter.  Noodhulp wordt verstrekt met strikte inachtneming van het acquis van de Unie en de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit de internationale instrumenten die zij hebben ondertekend. [Am. 116]

Artikel 24

Cumulatieve, complementaire en gecombineerde financiering

1.  Aan een actie waaraan in het kader van het instrument een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit andere programma’s van de Unie, met inbegrip van fondsen in gedeeld beheer, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De voor elk bijdragend programma van de Unie geldende regels zijn van toepassing op de respectieve bijdrage aan deze actie. De cumulatieve financiering mag niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten van de actie, en de steun uit de verschillende programma's van de Unie kan pro rata worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de steunvoorwaarden zijn vastgesteld. Bijdragen uit andere programma's van de Unie aan acties uit hoofde van dit instrument worden, in voorkomend geval, erkend in de werkprogramma's van de Commissie of in de nationale programma's en jaarlijkse prestatieverslagen. [Am. 117]

2.  Acties Operaties waaraan een Excellentiekeur is toegekend of die voldoen aan elk van de volgende, cumulatieve vergelijkbare voorwaarden: [Am. 118]

a)  zij zijn beoordeeld in verband met een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het instrument;

b)  zij voldoen aan de minimale kwaliteitseisen van die oproep tot het indienen van voorstellen;

c)  zij kunnen wegens budgettaire beperkingen wellicht niet worden gefinancierd in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen,

komen in aanmerking voor steun uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+ of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, overeenkomstig artikel 67, lid 5, van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] en artikel 8 van Verordening (EU) .../... [financiering, beheer en monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid] de structuurfondsen van de Unie, op voorwaarde dat dergelijke acties in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het desbetreffende programma. De regels van het fonds of instrument waaruit steun wordt verleend, zijn van toepassing. [Am. 119]

Afdeling 5

Toezicht, verslaglegging en evaluatie

Onderafdeling 1

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 25

Toezicht en verslaglegging

1.  Overeenkomstig haar verplichtingen inzake verslaglegging op grond van artikel 43 41, lid 3, onder h), punten i) en ii), van het Financieel Reglement verstrekt de Commissie in ieder geval jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad informatie over de prestaties overeenkomstig bijlage V. [Am. 120]

2.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bijlage V te wijzigen om de nodige aanpassingen aan te brengen in de informatie over de prestaties die aan het Europees Parlement en de Raad dient te worden verstrekt.

3.  De indicatoren voor de verslaglegging over de vorderingen van het instrument bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de onderhavige verordening zijn opgenomen in bijlage VIII. Voor de outputindicatoren bedragen de uitgangswaarden nul. De mijlpalen voor 2024 en de streefdoelen voor 2029 zijn cumulatief. Voor middelen in gedeeld beheer worden de gemeenschappelijke indicatoren gebruikt. Desgewenst worden de door de Commissie ontvangen gegevens over output- en resultaatindicatoren aan het Europees Parlement en de Raad ter beschikking gesteld. [Am. 121]

4.  Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het toezicht op de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van middelen van de Unie en (in voorkomend geval) de lidstaten.

5.  Teneinde te waarborgen dat effectief wordt beoordeeld in hoeverre het instrument zijn doelstellingen verwezenlijkt, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage VIII te herzien en de indicatoren aan te vullen indien dit noodzakelijk is, alsmede om deze verordening aan te vullen met bepalingen inzake de vaststelling van een kader voor toezicht en evaluatie, onder meer met betrekking tot het verstrekken van informatie door de lidstaten.

5 bis.  Voor middelen in gedeeld beheer worden toezicht en verslaglegging gebaseerd op de in bijlage VI vermelde interventietypes. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen. [Am. 122]

5 ter.  De Commissie besteedt bijzondere aandacht aan het toezicht op acties door, in of met betrekking tot derde landen, in overeenstemming met artikel 5 en de leden 10 en 11 van artikel 12. [Am. 123]

Artikel 26

Evaluatie

1.  De Uiterlijk 31 december 2024 presenteert de Commissie onderwerpt een tussentijdse evaluatie van de uitvoering van deze verordening en de in het kader van dit instrument uitgevoerde acties aan een tussentijdse en een retrospectieve evaluatie . In de tussentijdse evaluatie worden de doeltreffendheid, efficiëntie, vereenvoudiging en flexibiliteit van het fonds beoordeeld. Meer in het bijzonder omvat het een beoordeling van: [Am. 124]

a)  de vooruitgang op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, rekening houdend met alle beschikbare relevante informatie, met name de jaarlijkse prestatieverslagen die zijn ingediend door de lidstaten op grond van artikel 30 en de output- en resultaatindicatoren als uiteengezet in bijlage VIII; [Am. 125]

b)  de toegevoegde waarde voor de Unie van acties en verrichtingen die in het kader van dit fonds zijn uitgevoerd; [Am. 126]

c)  de bijdrage van het instrument aan de aanpak van bestaande en nieuwe uitdagingen aan de buitengrenzen, aan de ontwikkeling van het gemeenschappelijk visumbeleid en het gebruik van het instrument om de in het kader van het Schengenevaluatiemechanisme en de kwetsbaarheidsbeoordeling vastgestelde tekortkomingen te verhelpen; [Am. 127]

d)  de blijvende relevantie en passendheid van de in bijlage II vermelde uitvoeringsmaatregelen en de in bijlage III vermelde acties; [Am. 128]

e)  de complementariteit en samenhang tussen de in het kader van dit instrument en door andere fondsen van de Unie ondersteunde acties. [Am. 129]

De tussentijdse herziening houdt rekening met retrospectieve evaluatieresultaten betreffende de langetermijneffecten van het vorige instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020. [Am. 130]

1 bis.  De Commissie verricht vóór 31 januari 2030 een retrospectieve evaluatie. De Commissie dient per diezelfde datum een evaluatieverslag in bij het Europees Parlement en de Raad. De retrospectieve evaluatie omvat een beoordeling van de in lid 1 genoemde elementen. In dat verband wordt het langetermijneffect van het instrument geëvalueerd om als input te kunnen dienen voor een besluit over een mogelijke verlenging of wijziging van een later fonds. [Am. 131]

2.  De tussentijdse en de retrospectieve evaluatie worden tijdig uitgevoerd zodat ze in het besluitvormingsproces kunnen worden meegenomen overeenkomstig het tijdschema zoals vastgesteld in artikel 40 14 van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] deze verordening. [Am. 132]

2 bis.  In haar tussentijdse herziening en retrospectieve evaluatie besteedt de Commissie bijzondere aandacht aan de evaluatie van acties door, in of met betrekking tot derde landen in overeenstemming met artikel 5 en artikel 12, lid 10 en 11. [Am. 133]

Onderafdeling 2

Bepalingen inzake gedeeld beheer

Artikel 27

Jaarlijkse prestatieverslagen

1.  De lidstaat dient lidstaten dienen uiterlijk op 15 februari 2023 en vervolgens uiterlijk op dezelfde dag van elk volgend jaar tot en met 2031 een jaarlijks prestatieverslag als bedoeld in artikel 36, lid 6, van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] bij de Commissie in. Het in 2023 ingediende verslag heeft betrekking op de uitvoering van het programma tot en met 30 juni 2022. De lidstaten publiceren deze verslagen op een speciale website en doen ze toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.De lidstaten publiceren deze verslagen op een speciale website en doen ze toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. [Am. 134]

2.  Het jaarlijks prestatieverslag bevat met name informatie over:

a)  de vorderingen bij de uitvoering van het programma en bij het bereiken van de mijlpalen en streefdoelen, rekening houdend met de meest recente cumulatieve gegevens, zoals vereist op grond van artikel 37 van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] die bij de Commissie zijn ingediend; [Am. 135]

a bis)  een uitsplitsing van de jaarrekeningen van de nationale programma's in terugvorderingen, voorfinancieringen voor eindbegunstigden en daadwerkelijk gedane uitgaven; [Am. 136]

b)  kwesties die van invloed zijn op de prestaties van het programma en de acties die zijn ondernomen om deze op te lossen, met inbegrip van door de Commissie afgegeven met redenen omklede adviezen met betrekking tot een inbreukprocedure als bedoeld in artikel 258 VWEU; [Am. 137]

c)  de complementariteit, coördinatie en samenhang tussen de in het kader van het instrument ondersteunde acties en de door andere fondsen van de Unie verleende ondersteuning, met name die de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie en anderen verleende ondersteuning in of met betrekking tot derde landen; [Am. 138]

d)  de bijdrage van het programma aan de tenuitvoerlegging van het acquis en de actieplannen van de Unie ter zake;

d bis)  naleving van de vereisten op het gebied van de grondrechten; [Am. 139]

e)  de uitvoering van acties op het gebied van communicatie en zichtbaarheid;

f)  de vervulling van de randvoorwaarden en de toepassing daarvan tijdens de gehele programmeringsperiode;

f bis)  de tenuitvoerlegging van de projecten in of met betrekking tot een derde land. [Am. 140]

3.  De Commissie kan opmerkingen maken over het jaarlijks prestatieverslag binnen twee maanden na ontvangst daarvan. Als de Commissie binnen die termijn geen opmerkingen maakt, worden de verslagen geacht te zijn aanvaard. Zodra ze zijn aanvaard, stelt de Commissie samenvattingen van de jaarlijkse prestatieverslagen ter beschikking aan het Europees Parlement en de Raad en publiceert zij deze samenvattingen van de jaarlijkse prestatieverslagen op een speciale website. [Am. 141]

4.  Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van dit artikel te waarborgen, stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast waarbij het model voor het jaarlijks prestatieverslag wordt bepaald. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Artikel 28

Toezicht en verslaglegging

1.  Toezicht en verslaglegging overeenkomstig titel IV van Verordening (EU) .../... [nieuwe GB-verordening] worden gebaseerd op de in de tabellen 1, 2 en 3 van bijlage VI vermelde interventietypes. Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VI.

2.  De gemeenschappelijke indicatoren worden gebruikt overeenkomstig artikel 12, lid 1, artikel 17 en artikel 37 van Verordening (EU) …/… [GB-verordening]. [Am. 142]

HOOFSTUK III

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 29

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.

2.  De bevoegdheid om de in de artikelen 8, 12, 15, 25 en 28 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend tot en met 31 december 2028. [Am. 143]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 8, 12, 15, 25 en 28 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 144]

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 zijn neergelegd.

5.  Wanneer de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

6.  Een overeenkomstig de artikelen 8, 12, 15, 25 en 28 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van die termijn heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Deze termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 145]

Artikel 30

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een coördinatiecomité voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het instrument voor grensbeheer en visa. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing,

3.  Indien het comité geen advies uitbrengt, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan. Dit geldt niet voor de uitvoeringshandeling bedoeld in artikel 27, lid 4. [Am. 146]

Artikel 31

Overgangsbepalingen

1.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties in het kader van het instrument voor buitengrenzen en visa, dat als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020 is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 515/2014 en op die acties van toepassing blijft totdat zij worden afgesloten.

2.  De financiële middelen voor het instrument kunnen ook kosten dekken voor technische en administratieve bijstand die nodig is om de overgang naar het instrument te waarborgen voor de maatregelen die zijn vastgesteld krachtens zijn voorganger, het instrument voor buitengrenzen en visa als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020, als vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 515/2014.

Artikel 32

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Straatsburg,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE I

Criteria voor de toewijzing van financiële middelen aan de programma’s in gedeeld beheer

1.  De beschikbare middelen bedoeld in artikel 10 worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

(a)  elke lidstaat ontvangt aan het begin van de programmeringsperiode eenmalig een vast bedrag van 5 000 000 EUR uit het instrument;

(b)  aan Litouwen wordt, aan het begin van de programmeringsperiode, eenmalig een bedrag van 157 200 000 EUR toegewezen voor de bijzondere doorreisregeling; en

(c)  de overige middelen bedoeld in artikel 10 worden verdeeld op basis van de volgende criteria:

30 % voor de landbuitengrenzen;

35 % voor de zeebuitengrenzen;

20 % voor de luchthavens;

15 % voor de consulaten.

2.  De middelen die krachtens punt 1, onder c), beschikbaar zijn voor landbuitengrenzen en zeebuitengrenzen, worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

(a)  70 % voor de lengte van de landbuitengrenzen en zeebuitengrenzen, te berekenen op basis van wegingsfactoren voor elk specifiek segment zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1052/2013(55), vastgesteld overeenkomstig punt 11; en

(b)  30 % voor de werklast aan hun land- en zeebuitengrenzen, bepaald overeenkomstig punt 7, onder a).

3.  De in punt 2, onder a), bedoelde weging wordt bepaald door het Europees Grens- en kustwachtagentschap overeenkomstig punt 11.

4.  De uit hoofde van punt 1, onder c), beschikbare middelen voor luchthavens worden over de lidstaten verdeeld volgens de overeenkomstig lid 7, onder b), bepaalde werklast op hun luchthavens.

5.  De middelen die krachtens punt 1, onder c), beschikbaar zijn voor consulaten, worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

(a)  50 % voor het aantal consulaten (met uitzondering van honoraire consulaten) van de lidstaten in de landen vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 539/2001(56), en

(b)  50 % voor de overeenkomstig punt 7, onder c), van deze bijlage bepaalde werklast in verband met het beheer van het visumbeleid bij de consulaten van de lidstaten in de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 539/2001 vermelde landen.

6.  Voor de verdeling van de middelen overeenkomstig punt 1, onder c), wordt onder “zeebuitengrens” verstaan: de uiterste grens van de territoriale wateren van de lidstaten als bepaald overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 16 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee. Indien evenwel regelmatig langeafstandsoperaties moeten worden uitgevoerd om irreguliere migratie of irreguliere binnenkomst te voorkomen, is de zeebuitengrens de uiterste grens van de gebieden met een grote dreiging. De definitie van “zeebuitengrens” wordt daarbij bepaald door rekening te houden met de operationele gegevens die de laatste twee jaar door de betrokken lidstaten zijn verstrekt. Deze definitie wordt uitsluitend gebruikt voor de toepassing van deze verordening. [Am. 147. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

7.  Voor de initiële toewijzing van financiële middelen wordt de beoordeling van de werklast gebaseerd op de meest recente gemiddelde cijfers over de voorgaande 36 maanden die beschikbaar zijn op de datum waarop deze verordening van toepassing wordt. Voor de tussentijdse evaluatie wordt de beoordeling van de werklast gebaseerd op de meest recente gemiddelde cijfers over de voorgaande 36 maanden die beschikbaar zijn bij de tussentijdse evaluatie in 2024. De werklast wordt beoordeeld op basis van de volgende factoren:

(a)  aan de land- en zeebuitengrenzen:

(1)  70 60 % voor het aantal personen dat de buitengrens bij de aangewezen grensdoorlaatposten overschrijdt; [Am. 148]

(2)  30 20 % voor het aantal onderdanen van derde landen aan wie de toegang aan de buitengrens is geweigerd; [Am. 149]

(2 bis)  20 % voor het aantal personen dat tijdens de referentieperiode een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend of in een dergelijk verzoek als gezinslid is inbegrepen en wier aanvragen zijn verwerkt volgens de grensprocedure als bedoeld in artikel 43 van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad(57); [Am. 150]

(b)  op de luchthavens:

(1)  70 % voor het aantal personen dat de buitengrens bij de aangewezen grensdoorlaatposten overschrijdt;

(2)  30 % voor het aantal onderdanen van derde landen aan wie de toegang aan de buitengrens is geweigerd;

(c)  op de consulaten:

het aantal aanvragen voor een visum voor kort verblijf of een luchthaventransitvisum.

8.  De referentiecijfers voor het aantal consulaten als bedoeld in punt 5, onder a), wordt berekend overeenkomstig de informatie in bijlage 28 van Besluit C(2010) 1620 definitief van de Commissie van 19 maart 2010 tot vaststelling van een handleiding voor de behandeling van visumaanvragen en de wijziging van afgegeven visa.

Wanneer de lidstaten de betrokken statistieken niet hebben verstrekt, worden voor die lidstaten de meest recente beschikbare gegevens gebruikt. Wanneer er geen gegevens beschikbaar zijn voor een lidstaat, of een lidstaat deze informatie twee achtereenvolgende jaren nalaat te leveren, is het referentiecijfer nul. [Am. 151]

9.  De referentiecijfers voor de werklast als bedoeld:

(a)  in punt 7, onder a), 1), en b), 1), zijn de meest recente statistieken die de lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie hebben verstrekt;

(b)  in punt 7, onder a), 2), en b), 2), zijn de meest recente statistieken die de Commissie (Eurostat) heeft geproduceerd op basis van de overeenkomstig het recht van de Unie door de lidstaten verstrekte gegevens;

(c)  in punt 7, onder c), zijn de meest recente visumstatistieken die de Commissie overeenkomstig artikel 46 van de Visumcode heeft gepubliceerd(58).

(d)  Wanneer de lidstaten de betrokken statistieken niet hebben verstrekt, worden voor die lidstaten de meest recente beschikbare gegevens gebruikt. Wanneer er geen gegevens beschikbaar zijn voor een lidstaat, of een lidstaat deze informatie twee achtereenvolgende jaren nalaat te leveren, is het referentiecijfer nul. [Am. 152]

10.  Het Europees Grens- en kustwachtagentschap verstrekt de Commissie een verslag over de verdeling van de middelen over landbuitengrenzen, zeebuitengrenzen en luchthavens, zoals bedoeld in punt 1, onder c). De Commissie maakt het verslag openbaar. [Am. 153]

11.  Voor de initiële toewijzing wordt in het in punt 10 bedoelde verslag voor elk grenssegment het gemiddelde dreigingsniveau impactniveau vastgesteld op basis van de meest recente gemiddelde cijfers over de voorgaande 36 maanden die beschikbaar zijn op de datum waarop deze verordening van toepassing wordt. Voor de tussentijdse evaluatie wordt in het in punt 10 bedoelde verslag voor elk grenssegment het gemiddelde dreigingsniveau impactniveau vastgesteld op basis van de meest recente gemiddelde cijfers over de voorgaande 36 maanden die beschikbaar zijn bij de tussentijdse evaluatie in 2024. Per segment worden de volgende specifieke wegingsfactoren bepaald overeenkomstig de in Verordening (EU) nr. 1052/2013 bedoelde dreigingsniveaus impactniveaus: [Am. 154]

(a)  factor 0,5 voor laag; [Am. 155. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

(b)  factor 3 voor gemiddeld; [Am. 156. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

(c)  factor 5 voor hoog. [Am. 157. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

(d)  factor 8 voor ernstige dreiging. [Am. 158]

BIJLAGE II

Uitvoeringsmaatregelen

1.  Het instrument draagt bij tot de verwezenlijking van de specifieke doelstelling van artikel 3, lid 2, onder a), door zich te richten op de volgende uitvoeringsmaatregelen:

(a)  het grenstoezicht overeenkomstig artikel 4, onder a), van Verordening (EU) 2016/1624 verbeteren door:

i.  versterken van de capaciteit voor de uitvoering van controles en bewaking aan de buitengrenzen, met inbegrip van maatregelen om legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken en, waar passend, maatregelen op het gebied van voor het voorkomen en opsporen van grensoverschrijdende criminaliteit, zoals migrantensmokkel, mensenhandel en terrorisme, en maatregelen in verband met de doorverwijzing van mensen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen; [Am. 159]

ii.  ondersteunen van opsporing en redding bij het verrichten van grensbewaking op zee; [Am. 160]

iii.  uitvoeren van technische en operationele maatregelen in het Schengengebied die samenhangen met grenstoezicht, op voorwaarde dat die maatregelen geen risico voor het vrij verkeer inhouden; [Am. 161]

iv.  analyseren van de risico's voor de interne veiligheid en van de dreigingen die de werking of de veiligheid van de buitengrenzen kunnen aantasten;

v.  ondersteunen, binnen het toepassingsgebied van deze verordening, van de lidstaten die te maken hebben of kunnen krijgen met onevenredige migratiedruk aan de buitengrenzen van de EU met een in artikel 23 bedoelde noodsituatie worden geconfronteerd, onder meer door technische en operationele versterking, alsook door inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden; [Am. 162]

(b)  de Europese grens- en kustwacht verder ontwikkelen door middel ontwikkelen van gemeenschappelijke capaciteitsopbouw, gezamenlijke aanbesteding, vaststelling van gemeenschappelijke normen en andere maatregelen voor het stroomlijnen van de samenwerking en de coördinatie tussen de lidstaten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap met het oog op de verdere ontwikkeling van de Europese en Grens- en kustwacht; [Am. 163]

(c)  de samenwerking op nationaal niveau verbeteren tussen nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grenstoezicht of voor taken die aan de grens worden uitgevoerd, en op EU-niveau tussen de lidstaten onderling of tussen de lidstaten enerzijds en de relevante organen en instanties , bureaus of agentschappen van de Unie, dan wel derde landen agentschappen verantwoordelijk voor externe maatregelen anderzijds; [Am. 164]

(d)  de uniforme toepassing van het acquis van de Unie inzake de buitengrenzen waarborgen, onder meer door uitvoering te geven aan aanbevelingen van kwaliteitscontrolemechanismen zoals het Schengenevaluatiemechanisme overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1053/2013, kwetsbaarheidsbeoordelingen overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1624 en nationale mechanismen voor kwaliteitscontrole;

(e)  grootschalige IT-systemen op het gebied van grensbeheer die reeds onder het Unierecht vallen, met inbegrip van de interoperabiliteit tussen die IT-systemen en de communicatie-infrastructuur daarvan, opzetten, doen functioneren en onderhouden, evenals acties om de gegevenskwaliteit en informatieverstrekking te verbeteren. [Am. 165]

(e bis)  vergroting van de capaciteit om bijstand te verlenen aan personen die op zee in nood verkeren, met name ter ondersteuning van opsporings- en reddingsoperaties; [Am. 166]

(e ter)  ondersteunen van opsporing en redding bij het verrichten van grensbewaking op zee; [Am. 167]

2.  Het instrument draagt bij tot de verwezenlijking van de specifieke doelstelling vervat in artikel 3, lid 2, onder b), door zich te richten op de volgende uitvoeringsmaatregelen:

(a)  het verlenen van doelmatige en klantvriendelijke diensten aan visumaanvragers, met instandhouding van de veiligheid en integriteit van de visumprocedure, met bijzondere aandacht voor kwetsbare personen en kinderen; [Am. 168]

(a bis)  ondersteuning van de lidstaten bij de afgifte van visa, met inbegrip van visa met territoriaal beperkte geldigheid die zijn afgegeven op humanitaire gronden, om redenen van nationaal belang of vanwege internationale verplichtingen, alsook voor begunstigden van een hervestigings- of herplaatsingsprogramma van de Unie, en voor volledige naleving van het acquis van de Unie inzake visa; [Am. 169]

(b)  het waarborgen van de uniforme toepassing van het Unie-acquis inzake visa, met inbegrip van de verdere ontwikkeling en modernisering van het gemeenschappelijk visumbeleid;

(c)  het ontwikkelen van verschillende vormen van samenwerking tussen de lidstaten bij de behandeling van visumaanvragen;

(d)  het opzetten updaten, doen werken en onderhouden van grootschalige IT-systemen op het gebied van het gemeenschappelijk visumbeleid, met inbegrip van de interoperabiliteit tussen die IT-systemen en de communicatie-infrastructuur daarvan. [Am. 170]

BIJLAGE III

Reikwijdte van de steunverlening

1.  Binnen de specifieke doelstelling van artikel 3, lid 2, onder a), verleent het instrument met name steun voor:

(a)  (a) infrastructuur, gebouwen, systemen en diensten die nodig zijn bij grensdoorlaatposten, in hotspotgebieden en voor grensbewaking tussen grensdoorlaatposten voor het voorkomen en aanpakken van onrechtmatige grensoverschrijdingen, illegale irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit aan de buitengrenzen, alsook voor het waarborgen van de vlotte doorstroming van legitieme reizigers en het doeltreffende beheer van migratiestromen, met inbegrip van maatregelen in verband met de doorverwijzing van mensen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen, waarbij altijd een waardige behandeling van de betrokkenen gegarandeerd is; [Am. 171]

(b)  operationele uitrusting, waaronder vervoermiddelen, en communicatiesystemen die nodig zijn voor doeltreffend en veilig grenstoezicht, overeenkomstig de door het Europees Grens- en kustwachtagentschap ontwikkelde normen, voor zover dergelijke normen bestaan;

(c)  opleiding op het gebied van of ter bevordering van de ontwikkeling van Europees geïntegreerd grensbeheer, rekening houdend met operationele behoeften, en risicoanalyses en uitdagingen die in landspecifieke aanbevelingen zijn uiteengezet, dit alles met volledige inachtneming van de grondrechten; [Am. 172]

(d)  detachering van gezamenlijke verbindingsfunctionarissen in derde landen, in de zin van Verordening (EU) nr. .../... [nieuwe ILO-verordening](59) en detachering van grenswachters en andere relevante deskundigen naar lidstaten of vanuit een lidstaat naar een derde land, versterking van de samenwerking en de operationele capaciteit van netwerken van deskundigen of verbindingsfunctionarissen, alsook uitwisseling van beste praktijken en bevordering van de capaciteit van Europese netwerken voor de beoordeling, bevordering, ondersteuning en ontwikkeling van beleidsmaatregelen van de Unie; [Am. 173]

(e)  studies, proefprojecten en andere relevante acties gericht op de uitvoering of ontwikkeling van Europees geïntegreerd grensbeheer, waaronder maatregelen ter bevordering van de ontwikkeling van de Europese grens- en kustwacht, zoals gemeenschappelijke capaciteitsopbouw, gezamenlijke aanbesteding, vaststelling van gemeenschappelijke normen en andere maatregelen voor het stroomlijnen van de samenwerking en coördinatie tussen het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de lidstaten, evenals maatregelen in verband met de doorverwijzing van mensen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen; [Am. 174]

(f)  acties voor het ontwikkelen van innovatieve werkwijzen of het gebruiken van nieuwe technologieën die ook toepasbaar kunnen zijn in andere lidstaten, met name door de resultaten te gebruiken van veiligheidsonderzoeksprojecten, indien het Europees Grens- en kustwachtagentschap overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) 2016/1624 heeft vastgesteld dat een dergelijk gebruik bijdraagt tot de ontwikkeling van de operationele capaciteiten van de Europese grens- en kustwacht. Deze innovatieve werkwijzen en deze nieuwe technologieën nemen de grondrechten en het recht op de bescherming van persoonsgegevens volledig in acht; [Am. 175]

(g)  voorbereidende stappen, toezicht-, administratieve en technische activiteiten die vereist zijn voor de uitvoering van het buitengrenzenbeleid, onder meer ter versterking van de governance van de Schengenruimte door ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het evaluatiemechanisme dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis en de Schengengrenscode, met name dienstreisuitgaven voor deskundigen van de Commissie en de lidstaten die deelnemen aan bezoeken ter plaatse alsmede maatregelen om uitvoering te geven aan de aanbevelingen die zijn vastgesteld naar aanleiding van kwetsbaarheidsbeoordelingen die het Europees Grens- en kustwachtagentschap conform Verordening (EU) 2016/1624 verricht; [Am. 176]

(g bis)   acties voor de verbetering van de kwaliteit van in IT-systemen op het gebied van visa en grenzen opgeslagen gegevens, alsook van de uitoefening van de rechten van betrokkenen op informatie, toegang tot, en correctie, verwijdering en beperking van de verwerking van gegevens in het kader van acties die binnen het toepassingsgebied van dit instrument vallen; [Am. 208]

(h)  identificatie, afname van vingerafdrukken, registratie, veiligheidscontroles, nabespreking, informatieverstrekking, medische en kwetsbaarheidsscreening en zo nodig medische zorg en verwijzing, waar passend, van onderdanen van derde landen naar de passende procedure asielprocedure aan de buitengrenzen, met name in hotspotgebieden; [Am. 177]

(i)  acties om het beleid inzake de buitengrens onder de aandacht te brengen van belanghebbenden en het algemene publiek, onder meer via institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie;

(j)  ontwikkeling van statistische instrumenten, methoden en indicatoren indicatoren met inachtneming van het non-discriminatiebeginsel; [Am. 178]

(k)  operationele ondersteuning van de uitvoering van Europees geïntegreerd grensbeheer;

(k bis)  de uitwisseling van beste praktijken en deskundigheid, onder meer met betrekking tot de bescherming van de grondrechten in het kader van de verschillende onderdelen van de grenscontrole, met name wat betreft de identificatie, de onmiddellijke bijstand en de doorverwijzing naar beschermingsdiensten voor kwetsbare personen; [Am. 179]

(k ter)  maatregelen voor de ontwikkeling en evaluatie van en het toezicht op beleid en procedures, met onder meer de toepassing van gemeenschappelijke statistische instrumenten, methoden en indicatoren voor het meten van vooruitgang en het beoordelen van beleidsontwikkelingen. [Am. 180]

2.  Binnen de specifieke doelstelling bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), ondersteunt het instrument met name:

(a)  infrastructuur en gebouwen voor de behandeling van visumaanvragen en consulaire samenwerking, waaronder veiligheidsmaatregelen, evenals andere acties gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening aan visumaanvragers;

(b)  operationele uitrusting en communicatiesystemen voor de behandeling van visumaanvragen en consulaire samenwerking;

(c)  opleiding van consulair en ander personeel dat bijdraagt aan het gemeenschappelijk visumbeleid en consulaire samenwerking, onder meer, waar passend, inzake de naleving van de grondrechten; [Am. 181]

(d)  uitwisseling van beste praktijken en deskundigen, waaronder de detachering van deskundigen, en bevordering van de capaciteit van Europese netwerken voor de beoordeling, bevordering, ondersteuning en verdere ontwikkeling van beleidsmaatregelen en doelstellingen van de Unie, onder meer ten behoeve van de bescherming van de grondrechten wat betreft de identificatie van, onmiddellijke bijstand aan en verwijzing naar diensten voor bescherming van kwetsbare personen; [Am. 182]

(e)  studies, proefprojecten en andere relevante acties, zoals acties ter verbetering van kennis door middel van analyse, toezicht en evaluatie;

(f)  acties voor de ontwikkeling van innovatieve methoden of het gebruik van technologieën die ook toepasbaar kunnen zijn in andere lidstaten, in het bijzonder projecten voor het testen en valideren van de resultaten van door de Unie gefinancierde onderzoeksprojecten;

(g)  voorbereidende stappen, toezicht-, administratieve en technische activiteiten, onder meer als bedoeld ter versterking van de governance van de Schengenruimte door ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het evaluatiemechanisme dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis, met inbegrip van dienstreisuitgaven voor deskundigen van de Commissie en de lidstaten die deelnemen aan bezoeken ter plaatse; [Am. 183]

(h)  activiteiten om het visumbeleid onder de aandacht te brengen van de belanghebbenden en het algemene publiek, onder meer via institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie;

(i)  ontwikkeling van statistische instrumenten, methoden en indicatoren met inachtneming van het non-discriminatiebeginsel en het recht op de bescherming van persoonsgegevens; [Am. 184]

(j)  operationele ondersteuning van de uitvoering van het gemeenschappelijke visumbeleid. met inachtneming van het non-discriminatiebeginsel; [Am. 185]

(j bis)  ondersteuning van de lidstaten bij de afgifte van visa, met inbegrip van visa met territoriaal beperkte geldigheid die zijn afgegeven op humanitaire gronden, om redenen van nationaal belang of vanwege internationale verplichtingen, alsook voor begunstigden van een hervestigings- of herplaatsingsprogramma van de Unie, en voor volledige naleving van het acquis van de Unie inzake visa. [Am. 186]

3.  Binnen de doelstelling bedoeld in artikel 3, lid 1, ondersteunt het instrument met name:

(a)  infrastructuur en gebouwen die nodig zijn voor het hosten van grootschalige IT-systemen en daarmee samenhangende componenten van communicatie-infrastructuur;

(b)  apparatuur en communicatiesystemen die nodig zijn voor de goede werking van grootschalige IT-systemen;

(c)  opleidings- en communicatie-activiteiten in verband met grootschalige IT-systemen;

(d)  ontwikkeling en upgrading van grootschalige IT-systemen;

(e)  studies, validering van concepten, proefprojecten en andere relevante acties in verband met de uitvoering van grootschalige IT-systemen, met inbegrip van de interoperabiliteit daarvan;

(f)  acties voor de ontwikkeling van innovatieve methoden of het gebruik van technologieën die ook toepasbaar kunnen zijn in andere lidstaten, in het bijzonder projecten voor het testen en valideren van de resultaten van door de Unie gefinancierde onderzoeksprojecten;

(g)  ontwikkeling van statistische instrumenten, methoden en indicatoren voor grootschalige IT-systemen op het gebied van visa en grenzen, met inachtneming van het non-discriminatiebeginsel en het recht op bescherming van persoonsgegevens; [Am. 187]

(g bis)  acties voor de verbetering van de gegevenskwaliteit en de uitoefening van de rechten van betrokkenen op informatie, toegang tot, en correctie, verwijdering en beperking van de verwerking van hun persoonsgegevens; [Am. 188]

(h)  operationele steun voor de uitvoering van grootschalige IT-systemen.

BIJLAGE IV

Acties die overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 12, lid 14, in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage

(1)  Aankoop van operationele apparatuur door middel van regelingen voor gezamenlijke aanbesteding met het Europees Grens- en kustwachtagentschap, voor terbeschikkingstelling aan het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor activiteiten overeenkomstig artikel 39, lid 14, van Verordening (EU) 2016/1624.

(2)  Maatregelen ter ondersteuning van samenwerking tussen instanties van een lidstaat en een aangrenzend derde land waarmee de EU een land- of zeegrens deelt;

(3)  Verdere ontwikkeling van de Europese grens- en kustwacht door middel Ontwikkeling van gemeenschappelijke capaciteitsopbouw, gezamenlijke aanbesteding, vaststelling van gemeenschappelijke normen en andere maatregelen voor het stroomlijnen van de samenwerking en de coördinatie tussen de lidstaten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap, zoals uiteengezet in bijlage II, punt 1, onder b) met het oog op de verdere ontwikkeling van de Europese en Grens- en kustwacht. [Am. 189]

(4)  Gezamenlijke inzet van verbindingsfunctionarissen voor immigratie als bedoeld in bijlage III.

(5)  Maatregelen ter verbetering van de identificatie en bijstand van slachtoffers van mensenhandel en ter verbetering van grensoverschrijdende samenwerking bij de opsporing van mensenhandelaars in het kader van grenstoezicht, onder meer door de ontwikkeling en ondersteuning van beschermings- en doorverwijzingsmechanismen. [Am. 190]

(5 bis)  Ontwikkeling van geïntegreerde systemen voor kinderbescherming aan de buitengrenzen en van beleid voor migrerende kinderen in het algemeen, onder meer met behulp van voldoende opleiding van personeel en de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten. [Am. 191]

(6)  Maatregelen op het gebied van het inzetten, overdragen, testen en valideren van nieuwe methodes of technologie, waaronder proefprojecten en maatregelen inzake de follow-up van door de Unie gefinancierde projecten inzake veiligheidsonderzoek, als bedoeld in bijlage III ter verbetering van de kwaliteit van in IT-systemen op het gebied van visa en grenzen opgeslagen gegevens, alsook van de uitoefening van de rechten van betrokkenen op informatie, toegang tot, en correctie, verwijdering en beperking van de verwerking van gegevens in het kader van acties die binnen het toepassingsgebied van dit instrument vallen. [Am. 209]

(6 bis)  Maatregelen gericht op de identificatie, onmiddellijke bijstand en doorverwijzing naar beschermingsdiensten voor kwetsbare personen. [Am. 193]

(7)  Maatregelen voor het opzetten en beheren van hotspotgebieden in lidstaten die te maken hebben of kunnen krijgen met uitzonderlijke, onevenredige migratiedruk aan de buitengrenzen.

(8)  Verdere ontwikkeling van vormen van samenwerking tussen de lidstaten bij de behandeling van visumaanvragen, zoals uiteengezet in punt 2, onder c), van bijlage II.

(9)  Uitbreiding van de consulaire aanwezigheid of vertegenwoordiging van de lidstaten in landen waarvan de onderdanen visumplichtig zijn, met name als daar tot dusver geen enkele lidstaat aanwezig is.

BIJLAGE V

Prestatie-indicatoren bedoeld in artikel 25, lid 1

(a)  Specifieke doelstelling 1: ondersteunen van de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer door de Europese grens- en kustwacht, als gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grensbeheer, teneinde legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken, irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen en migratiestromen doeltreffend te beheren; [Am. 194. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

(1)  aantal aan de buitengrenzen van de EU geconstateerde irreguliere grensoverschrijdingen a) tussen de grensdoorlaatposten; en b) bij de grensdoorlaatposten;

Bron: Europees Grens- en kustwachtagentschap

(2)  Aantal bij de grensdoorlaatposten ontdekte personen die frauduleuze reisdocumenten gebruiken

Bron: Europees Grens- en kustwachtagentschap

(2 bis)  Aantal personen dat bij de grensdoorlaatposten internationale bescherming heeft aangevraagd

Bron: Lidstaten [Am. 195]

(2 ter)  Aantal personen aan wie de toegang is geweigerd

Bron: Lidstaten [Am. 196]

(b)  Specifieke doelstelling 2: ondersteunen van het gemeenschappelijk visumbeleid om te zorgen voor een meer geharmoniseerde aanpak onder de lidstaten met betrekking tot de afgifte van visa, om legaal reizen te vergemakkelijken en risico’s uit migratie- en veiligheidsoogpunt te voorkomen veiligheidsrisico's te beperken: [Am. 197]

(1)  aantal personen die vervalste reisdocumenten gebruiken en die zijn ontdekt bij consulaten waarvoor steun uit het fonds wordt verleend.

Bron: lidstaten(60)

(1 bis)  Aantal personen dat bij consulaten van de lidstaten internationale bescherming heeft aangevraagd

Bron: Lidstaten [Am. 198]

(2)  Gemiddelde beslissingstermijn (en tendensen) in de visumprocedure

Bron: lidstaten(61)

BIJLAGE VI

Interventietypes

TABEL 1:   CODES VOOR DE DIMENSIE “INTERVENTIEGEBIED”

I.  Europees geïntegreerd grensbeheer

001

Grenscontroles

002

Grensbewaking – in de lucht inzetbare middelen

003

Grensbewaking – op het land inzetbare middelen

004

Grensbewaking – op zee inzetbare middelen

005

Grensbewaking — automatische grensbewakingssystemen

006

Grensbewaking — andere maatregelen

007

Technische en operationele maatregelen in het Schengengebied die samenhangen met grenstoezicht

008

Situationeel bewustzijn en uitwisseling van informatie

009

Risicoanalyse

010

Verwerking van gegevens en informatie

011

Hotspotgebieden

011 bis

Maatregelen in verband met de identificatie en doorverwijzing van kwetsbare personen [Am. 199]

011 ter

Maatregelen in verband met de identificatie en doorverwijzing van personen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen [Am. 200]

012

Ontwikkeling van de Europese grens- en kustwacht

013

Samenwerking tussen instanties – nationaal niveau

014

Samenwerking tussen instanties – niveau van de Europese Unie

015

Samenwerking tussen instanties – met derde landen

016

Inzet van gezamenlijke verbindingsfunctionarissen

017

Grootschalige IT-systemen – Eurodac voor grensbeheerdoeleinden

018

Grootschalige IT-systemen – Inreis-uitreissysteem (EES)

019

Grootschalige IT-systemen – Europees Systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS)

020

Grootschalige IT-systemen – Schengeninformatiesysteem (SIS II)

021

Grootschalige IT-systemen – Interoperabiliteit

022

Operationele steun – Geïntegreerd grensbeheer

023

Operationele steun – Grootschalige IT-systemen voor grensbeheerdoeleinden

024

Operationele steun – Bijzondere doorreisregeling

II.  Gemeenschappelijk visumbeleid

001

Verbetering van de behandeling van visumaanvragen

002

Verbetering van de doeltreffendheid, de klantvriendelijkheid en de veiligheid op de consulaten

003

Documentenbeveiliging/documentenadviseurs

004

Consulaire samenwerking

005

Consulaire vertegenwoordiging

006

Grootschalige IT-systemen – Visuminformatiesysteem (VIS)

007

Overige IT-systemen voor de behandeling van visumaanvragen

008

Operationele steun — Gemeenschappelijk visumbeleid

009

Operationele steun – Grootschalige IT-systemen voor de behandeling van visumaanvragen

010

Operationele steun – Bijzondere doorreisregeling

010 bis

Afgifte van humanitaire visa [Am. 201]

 

III.  Technische bijstand

001

Informatie en communicatie

002

Voorbereiding, uitvoering, toezicht en controle

003

Evaluatie en studies, gegevensverzameling

003 bis

Gegevenskwaliteit en rechten van betrokkenen op informatie, toegang tot, en correctie, verwijdering en beperking van de verwerking van hun persoonsgegevens [Am. 202]

004

Capaciteitsopbouw

TABEL 2:   CODES VOOR DE DIMENSIE “ACTIETYPE”

001

infrastructuur en gebouwen

002

vervoermiddelen

003

overige operationele apparatuur

004

communicatiesystemen

005

IT-systemen

006

opleiding

007

uitwisseling van beste praktijken – tussen de lidstaten

008

uitwisseling van beste praktijken – met derde lidstaten

009

inzet van deskundigen

010

studies, validering van concepten, proefprojecten en gelijkaardige acties

011

communicatieactiviteiten

012

ontwikkeling van statistische instrumenten, methoden en indicatoren

013

benutting of andere follow-up van onderzoeksprojecten

TABEL 3:   CODES VOOR DE DIMENSIE “UITVOERINGSVORMEN”

001

Specifieke actie

002

Noodhulp

003

Acties opgenomen in bijlage IV

004

Uitvoering van aanbevelingen uit Schengenevaluaties

005

Uitvoering van aanbevelingen uit kwetsbaarheidsbeoordelingen

006

Samenwerking met derde landen

007

Acties in derde landen

BIJLAGE VII

Acties die in aanmerking komen voor operationele steun

(a)  Binnen de specifieke doelstelling van artikel 3, lid 2, onder a), dekt operationele steun de volgende kosten, mits het Europees Grens- en kustwachtagentschap deze niet dekt in het kader zijn operationele activiteiten:

(1)  personeelskosten;

(2)  kosten voor onderhoud of herstel van uitrusting en infrastructuur;

(3)  kosten voor diensten, ook in hotspotgebieden binnen het toepassingsgebied van deze verordening; [Am. 203]

(4)  beheerskosten in verband met operaties.

Een ontvangende lidstaat in de zin van artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1624(62) kan operationele steun gebruiken voor het dekken van zijn eigen beheerskosten in verband met zijn deelname aan de binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallende operationele activiteiten van artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1624 of in verband met zijn nationale grenscontroleactiviteiten.

(b)  Binnen de specifieke doelstelling van artikel 3, lid 2, onder b), dekt operationele steun:

(1)  personeelskosten, met inbegrip van opleidingskosten;

(2)  kosten voor diensten;

(3)  kosten voor onderhoud of herstel van uitrusting en infrastructuur;

(4)  kosten in verband met onroerend goed, inclusief huur en afschrijving.

(c)  Binnen de specifieke beleidsdoelstelling van artikel 3, lid 1, dekt operationele steun:

(1)  personeelskosten, met inbegrip van opleidingskosten;

(2)  kosten in verband met operationeel beheer en onderhoud van grootschalige IT-systemen en de communicatie-infrastructuur daarvan, met inbegrip van de interoperabiliteit van die systemen en de huur van beveiligde ruimte.

(d)  Naast het bovenstaande wordt er overeenkomstig artikel 16, lid 1, operationele steun verleend in het kader van het programma voor Litouwen.

BIJLAGE VIII

Output- en resultaatindicatoren bedoeld in artikel 25, lid 3

(a)  Specifieke doelstelling 1: ondersteunen van de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer door de Europese grens- en kustwacht, als gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grensbeheer, teneinde legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken, irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen en migratiestromen doeltreffend te beheren; [Am. 204. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

(1)  grenscontrole-infrastructuur, vervoermiddelen en andere met dit instrument gefinancierde stukken uitrusting:

–  aantal nieuw aangelegde of geüpgradede grensdoorlaatposten op het totale aantal nieuw aangelegde of geüpgradede grensdoorlaatposten in de betrokken lidstaat;

–  aantal automatische grenscontrolepoorten;

–  aantal middelen voor luchtvervoer;

–  aantal middelen voor zeevervoer;

–  aantal middelen voor landvervoer;

–  aantal stukken uitrusting dat ter beschikking wordt gesteld van het Europees Grens- en kustwachtagentschap;

–  aantal overige stukken uitrusting, waaronder het aantal stukken uitrusting voor het opzetten, upgraden of onderhouden van hotspotgebieden voor de toepassing van deze verordening;

–  aantal door het instrument gesteunde stukken uitrusting voor meerdere doeleinden.

(2)  Aantal gespecialiseerde posten in derde landen die worden gesteund door het instrument

–  gezamenlijke verbindingsfunctionarissen als bedoeld in bijlage III;

–  overige gespecialiseerde posten in verband met grensbeheer.

(3)  Aantal projecten of stromen voor samenwerking tussen de nationale autoriteiten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap die met steun van het instrument in de lidstaten zijn opgezet om bij te dragen tot de ontwikkeling van de Europese grens- en kustwacht.

(4)  Aantal met steun van het instrument aangekochte en bij de operationele activiteiten van het Europees Grens- en kustwachtagentschap gebruikte stukken uitrusting op het totale aantal stukken uitrusting dat is geregistreerd in de pool van technische uitrusting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

(5)  Aantal met steun van het instrument opgezette projecten of stromen voor samenwerking tussen nationale agentschappen en het nationale coördinatiecentrum van Eurosur (NCC).

(6)  Aantal personeelsleden dat met steun van het instrument is opgeleid inzake aspecten die verband houden met geïntegreerd grensbeheer.

(7)  Aantal IT-functies dat, onder meer omwille van interoperabiliteit, is ontwikkeld, uitgevoerd, onderhouden of geüpgraded met steun van het instrument:

–  SIS II;

–  ETIAS;

–  EES;

–  VIS voor grensbeheerdoeleinden;

–  Eurodac voor grensbeheerdoeleinden;

–  Aantal met steun van het instrument gefinancierde verbindingen van IT-systemen met het Europees zoekportaal;

–  andere grootschalige IT-systemen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

(8)  Aantal aanbevelingen uit Schengenevaluaties op het gebied van grenzen en uit kwetsbaarheidsbeoordelingen, waaraan met steun van het instrument uitvoering is gegeven, op het totale aantal aanbevelingen met financiële gevolgen.

(b)  Specifieke doelstelling 2: Ondersteunen van het gemeenschappelijk visumbeleid om te zorgen voor een meer geharmoniseerde aanpak onder de lidstaten met betrekking tot de afgifte van visa, om legaal reizen te vergemakkelijken en risico’s uit migratie- en veiligheidsoogpunt te voorkomen: veiligheidsrisico's te beperken. [Am. 205]

(1)  Aantal consulaten buiten het Schengengebied dat is opgezet of geüpgraded met steun van het instrument, op het totale aantal opgezette of geüpgradede consulaten van de lidstaat buiten het Schengengebied.

(2)  Aantal met steun van het instrument opgeleide personeelsleden en aantal opleidingen met betrekking tot aspecten die verband houden met het gemeenschappelijk visumbeleid

(3)  Aantal IT-functies dat, onder meer omwille van interoperabiliteit, is ontwikkeld, uitgevoerd, onderhouden of geüpgraded met steun van het instrument:

–  VIS;

–  EES;

–  andere grootschalige IT-systemen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

(4)  Aantal met steun van het instrument opgezette en geüpgradede vormen van samenwerking tussen lidstaten bij de behandeling van visumaanvragen:

–  colocatie;

–  gemeenschappelijke aanvraagcentra,

–  vertegenwoordigingen,

–  andere.

(5)  Aantal met steun van het instrument uitgevoerde aanbevelingen uit Schengenevaluaties op het gebied van het gemeenschappelijk visumbeleid, op het totale aantal aanbevelingen met financiële gevolgen.

(6)  aantal landen waarvan de ingezetenen visumplichtig zijn en waar het aantal aanwezige of vertegenwoordigde lidstaten met steun van het instrument is toegenomen.

(1)PB C  van , blz. .
(2)PB C  van , blz. .
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 13 maart 2019.
(4) Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).
(5)COM(2015)0240 van 13 mei 2015.
(6)http://www.consilium.europa.eu/nl/ress/press-releases/2016/12/15/euco-conclusions-final/
(7)Conclusies van de Europese Raad, 22-23 juni 2017.
(8)COM(2017)0794.
(9) Verklaring van de Commissie van 29 april 2017 over het beheer van personenstromen op de grens tussen Slovenië en Kroatië.
(10) Aanbeveling van de Commissie (EU) 2017/1804 van 3 oktober 2017 over de uitvoering van de bepalingen van de Schengengrenscode inzake de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen in het Schengengebied (PB L 259 van 7.10.2017, blz. 25).
(11)Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143).
(12)PB L […], […], blz. […].
(13)PB L […], […], blz. […].
(14)PB L 144 van 6.6.2007, blz. 22.
(15)Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143).
(16)Verordening (EU) 2017/2226 van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20).
(17)Verordening (EG) nr. 767/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60).
(18)COM(2016)0731 van 16 november 2016.
(19)COM(2016)0272 van 4 mei 2016.
(20)COM(2016)0881, COM(2016)0882 en COM(2016)0883 van 21 december 2016.
(21)COM(2017)0344 van 29 juni 2017.
(22)COM(2017)0794 van 12 december 2017.
(23)EUCO 22/15 CO EUR 8 CONCL 3.
(24)Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27).
(25)PB L 236 van 23.9.2003, blz. 946.
(26)Verordening (EG) nr. 693/2003 van de Raad van 14 april 2003 tot invoering van een specifiek doorreisfaciliteringsdocument (FTD) en een doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) en tot wijziging van de Gemeenschappelijke Visuminstructie en het Gemeenschappelijk Handboek (PB L 99 van 17.4.2003, blz. 8).
(27)Verordening (EG) nr. 694/2003 van de Raad van 14 april 2003 betreffende uniforme modellen voor een doorreisfaciliteringsdocument (FTD) en een doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) in de zin van Verordening (EG) nr. 693/2003 (PB L 99 van 17.4.2003, blz. 15).
(28)PB L […], […], blz. […].
(29)Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1).
(30)Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad van 26 april 2005 tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1).
(31)Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 11).
(32)PB C  van , blz. .
(33)PB C  van , blz. .
(34)PB C […] van […], blz. […].
(35)Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(36)Verordening (Euratom, EG) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(37)Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(38)Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(39)Richtlijn (EU) 2017/1939 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(40)Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie ("LGO-besluit") (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).
(41)Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).
(42)PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(43)PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(44)PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.
(45)Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).
(46)PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.
(47)Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).
(48)PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.
(49)Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).
(50)Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).
(51)PB L […], […], blz. […].
(52)PB L […], […], blz. […].
(53)Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).
(54) Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90).
(55)Verordening (EU) nr. 1052/2013 van 22 oktober 2013 tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 11).
(56)Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld.
(57) Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60).
(58)Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1).
(59)PB L […], […], blz. […].
(60)Gegevens voor deze indicator worden door de lidstaten verzameld via het Visuminformatiesysteem (VIS) en kunnen in de toekomst door de Commissie worden geraadpleegd voor verslaglegging en statistische doeleinden, gedurende de onderhandelingen over het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008, Verordening (EG) nr. 810/2009, Verordening (EU) 2017/2226, Verordening (EU) 2016/399, Verordening XX/2018 [interoperabiliteitsverordening] en Beschikking 2004/512/EG en tot intrekking van Besluit 2008/633/JBZ (COM(2018) 302 final van 16.5.2018).
(61)Idem.
(62)Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 27 januari 2020Juridische mededeling