Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/0019(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0161/2019

Ingediende teksten :

A8-0161/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/03/2019 - 11.16

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0180

Aangenomen teksten
PDF 176kWORD 48k
Woensdag 13 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het VK uit de EU ***I
P8_TA-PROV(2019)0180A8-0161/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie (COM(2019)0053 – C8-0039/2019 – 2019/0019(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2019)0053),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 48 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0039/2019),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 25 februari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0161/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  neemt kennis van de verklaring van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd en die in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie zal worden bekendgemaakt;

3.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie
P8_TC1-COD(2019)0019

(Voor de EER en Zwitserland relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 48,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). De Verdragen zullen niet meer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk met ingang van de datum van inwerkingtreding van een terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na die kennisgeving, namelijk met ingang van 30 maart 2019, tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk en met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit.

(2)  Bij gebreke van een terugtrekkingsakkoord of van een verlenging van de termijn van twee jaar na de kennisgeving door het Verenigd Koninkrijk van zijn voornemen zich uit de Unie terug te trekken, zullen de regels van de Unie inzake de coördinatie van de sociale zekerheid zoals vastgelegd in de Verordeningen (EG) nr. 883/2004(2) en (EG) nr. 987/2009(3) van het Europees Parlement en de Raad vanaf 30 maart 2019 niet langer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk.

(3)  Personen die in hun hoedanigheid van burgers van de Unie vóór de datum van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie rechtmatig het recht van vrij verkeer of van vrije van vestiging zoals neergelegd in de artikelen 45 en 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) hebben uitgeoefend, alsmede hun gezinsleden en nabestaanden, kunnen derhalve niet langer op de regels van de Unie inzake de coördinatie van de sociale zekerheid vertrouwen wat betreft hun socialezekerheidsrechten op basis van feiten en gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan en tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van wonen die zijn vervuld vóór de terugtrekkingsdatum en die betrekking hadden op het Verenigd Koninkrijk. Staatlozen en vluchtelingen op wie de wetgeving van een of meer lidstaten van toepassing is of geweest is, en die in een situatie met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk verkeren of hebben verkeerd, alsook gezinsleden en nabestaanden zullen eveneens worden getroffen.

(4)  Om het doel, namelijk het beschermen van de socialezekerheidsrechten van de betrokken personen, te bereiken, moeten de lidstaten de Uniebeginselen van gelijke behandeling, gelijkstelling en samentelling, zoals vastgelegd in de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009, alsmede de voorschriften van die verordeningen die nodig zijn om uitvoering te geven aan die beginselen, blijven toepassen ten aanzien van personen op wie zij van toepassing zijn, feiten of gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan en tijdvakken die zijn vervuld vóór de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie.

(5)  Deze verordening doet geen afbreuk aan de bestaande verdragen en overeenkomsten inzake sociale zekerheid tussen het Verenigd Koninkrijk en een of meer lidstaten die in overeenstemming zijn met artikel 8 van Verordening (EG) nr. 883/2004 en artikel 9 van Verordening (EG) nr. 987/2009. Zij doet evenmin afbreuk aan de mogelijkheid voor de Unie of de lidstaten om maatregelen te nemen met het oog op de administratieve samenwerking en de uitwisseling van informatie met de bevoegde instellingen in het Verenigd Koninkrijk ter uitvoering van de beginselen van deze verordening. Voorts heeft deze verordening geen gevolgen voor welke bevoegdheid dan ook van de Unie en de lidstaten om met derde landen of met het Verenigd Koninkrijk verdragen en overeenkomsten inzake sociale zekerheid te sluiten die betrekking hebben op de periode na de dag waarop de Verdragen ophouden van toepassing te zijn op het Verenigd Koninkrijk.

(6)  Deze verordening heeft geen gevolgen voor de rechten die in de periode vóór de datum van toepassing van deze verordening verworven zijn of in opbouw waren overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat. Goede samenwerking is noodzakelijk om deze rechten te beschermen en in stand te houden. Het is van belang te zorgen dat de betrokken personen over passende en tijdige informatie kunnen beschikken.

(7)  Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk te komen tot de eenvormige unilaterale toepassing van de socialezekerheidsbeginselen van gelijke behandeling, gelijkstelling en samentelling, niet voldoende door de afzonderlijke lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar door de reactie van de lidstaten onderling af te stemmen beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(8)  Gezien het feit dat bij gebreke van een terugtrekkingsakkoord of van een verlenging van de termijn van twee jaar na de kennisgeving door het Verenigd Koninkrijk van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken, de Verdragen vanaf 30 maart 2019 niet meer van toepassing zullen zijn op het Verenigd Koninkrijk, en gezien de noodzaak om rechtszekerheid te bieden, werd het passend geacht een uitzondering te maken op de periode van acht weken als bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het VEU, aan het VWEU en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

(9)  Deze verordening moet met spoed in werking treden vanaf de dag volgend op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, en zij moet van toepassing zijn vanaf de dag volgend op die waarop de Verdragen ophouden van toepassing te zijn op het Verenigd Koninkrijk, tenzij een met het Verenigd Koninkrijk gesloten terugtrekkingsakkoord tegen die datum in werking is getreden.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Voor de uitvoering van deze verordening zijn de definities neergelegd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 883/2004 en artikel 1 van Verordening (EG) nr. 987/2009 van toepassing.

Artikel 2

Personele werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op de volgende personen:

a)  onderdanen van een lidstaat, staatlozen en vluchtelingen, op wie de wetgeving van een of meer lidstaten van toepassing is of geweest is, en die vóór de datum van toepassing van deze verordening in een situatie met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk verkeren of hebben verkeerd, alsmede hun gezinsleden en hun nabestaanden;

b)  onderdanen van het Verenigd Koninkrijk op wie vóór de datum van toepassing van deze verordening de wetgeving van een of meer lidstaten van toepassing is of geweest is, alsmede hun gezinsleden en hun nabestaanden.

Artikel 3

Materiële werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op alle takken van sociale zekerheid als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 883/2004.

Artikel 4

Gelijke behandeling

Het beginsel van gelijke behandeling zoals neergelegd in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 883/2004 is van toepassing op de in artikel 2 van deze verordening bedoelde personen ten aanzien van situaties die zich vóór de datum van toepassing van deze verordening hebben voorgedaan.

Artikel 5

Gelijkstelling en samentelling

1.  Het beginsel van gelijkstelling zoals neergelegd in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 883/2004 is van toepassing ten aanzien van vóór de datum van toepassing van deze verordening in het Verenigd Koninkrijk verworven uitkeringen of inkomsten en feiten of gebeurtenissen die zich vóór die datum in het Verenigd Koninkrijk hebben voorgedaan.

2.  Het beginsel van samentelling zoals neergelegd in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 883/2004 is van toepassing ten aanzien van vóór de datum van toepassing van deze verordening vervulde tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van wonen in het Verenigd Koninkrijk.

3.  Alle overige bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. 987/2009 die nodig zijn om uitvoering te geven aan de in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgelegde beginselen zijn van toepassing.

Artikel 6

Verhouding met andere coördinatie-instrumenten

1.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de bestaande verdragen en overeenkomsten inzake sociale zekerheid tussen het Verenigd Koninkrijk en een of meer lidstaten die in overeenstemming zijn met artikel 8 van Verordening (EG) nr. 883/2004 en artikel 9 van Verordening (EG) nr. 987/2009.

2.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de verdragen en overeenkomsten inzake sociale zekerheid tussen het Verenigd Koninkrijk en een of meer lidstaten, die zijn gesloten na de dag waarop de Verdragen overeenkomstig artikel 50, lid 3, VEU ophouden van toepassing te zijn op het Verenigd Koninkrijk en die gelden voor de periode voorafgaand aan de datum van toepassing van deze verordening, mits die overeenkomsten uitvoering geven aan de in artikel 5, leden 1 en 2, van deze verordening vastgelegde beginselen, de in artikel 5, lid 3, van deze verordening vastgelegde bepalingen toepassen, gebaseerd zijn op de beginselen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en aansluiten bij de strekking daarvan.

Artikel 7

Verslag

Eén jaar na de datum van toepassing van deze verordening dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van deze verordening. In dat verslag moeten met name praktische problemen voor de betrokken personen aan bod komen, met inbegrip van problemen die voortvloeien uit het gebrek aan continuïteit in de coördinatie van socialezekerheidsstelsels.

Artikel 8

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de ▌ dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van de dag na die waarop de Verdragen overeenkomstig artikel 50, lid 3, VEU ophouden van toepassing te zijn op het Verenigd Koninkrijk.

Deze verordening is evenwel niet van toepassing indien een met het Verenigd Koninkrijk in overeenstemming met artikel 50, lid 2, VEU gesloten terugtrekkingsakkoord uiterlijk op de datum van toepassing van deze verordening van kracht is geworden.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te …,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Verklaring van de Commissie

De verordening tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie is gebaseerd op artikel 48 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), aangezien het daarin gaat om maatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid. Een uitbreiding van deze verordening naar onderdanen van derde landen in dezelfde rechtshandeling is niet mogelijk vanwege de onverenigbaarheid van de rechtsgronden, aangezien een dergelijke uitbreiding gebaseerd zou moeten zijn op artikel 79, lid 2, onder b), VWEU.

De Commissie is van mening dat onderdanen van derde landen die onder Verordening (EU) nr. 1231/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 vallen, aanspraak moeten kunnen blijven maken op de fundamentele beginselen van de coördinatie van de sociale zekerheid, die moeten worden gecodificeerd in de verordening tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid, op basis van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1231/2010 en van Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en nr. 987/2009, die van kracht blijven.

De Commissie zal echter, als dat in een later stadium nodig blijkt, overwegen de beginselen in deze verordening te laten uitbreiden tot onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven en op wie, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1231/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010, de EU-wetgeving betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van toepassing is of is geweest om hun rechten te bevestigen voor de periode waarin het Verenigd Koninkrijk EU-lidstaat was.

(1)Standpunt van het Europees Parlement van 13 maart 2019.
(2)Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1).
(3)Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 14 maart 2019Juridische mededeling