Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0328(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0084/2019

Ingediende teksten :

A8-0084/2019

Debatten :

PV 11/03/2019 - 19
CRE 11/03/2019 - 19

Stemmingen :

PV 13/03/2019 - 19.1
CRE 13/03/2019 - 19.1
Stemverklaringen
PV 17/04/2019 - 16.12

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0189
P8_TA(2019)0419

Aangenomen teksten
PDF 306kWORD 96k
Woensdag 13 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging en het netwerk van nationale coördinatiecentra ***I
P8_TA-PROV(2019)0189A8-0084/2019

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 13 maart 2019 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging en het netwerk van nationale coördinatiecentra (COM(2018)0630 – C8-0404/2018 – 2018/0328(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
1)  Nu we als burgers in ons dagelijkse leven en in onze economieën steeds meer op digitale technologieën steunen, stijgt ook het risico op ernstige cyberincidenten. Om de veiligheid in de toekomst te waarborgen, zal de Unie zich onder meer beter moeten kunnen weren tegen cyberdreigingen op technologisch en industrieel gebied, aangezien zowel civiele infrastructuur als militaire capaciteiten afhankelijk zijn van veilige digitale systemen.
1)  Meer dan 80 % van de bevolking van de Unie is verbonden met het internet en we steunen als burgers in ons dagelijkse leven en in onze economieën steeds meer op digitale technologieën, waarbij ook het risico op ernstige cyberincidenten stijgt. Om de veiligheid in de toekomst te waarborgen, zal de Unie onder meer de algemene weerbaarheid moeten verbeteren en moeten zorgen voor meer technologische en industriële capaciteit om de Unie te beschermen tegen de permanent evoluerende cyberdreigingen, aangezien zowel infrastructuur als beveiligingscapaciteiten afhankelijk zijn van veilige digitale systemen. Deze beveiliging kan worden bewerkstelligd door het bewustzijn over cyberbeveiligingsdreigingen te verhogen en door in de hele Unie competenties, capaciteiten en vaardigheden te ontwikkelen, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang van hardware- en software-infrastructuur, netwerken, producten en processen, en de maatschappelijke en ethische implicaties en bezwaren.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 bis (nieuw)
1 bis)   Cybercriminaliteit is een snel groeiende dreiging voor de Unie, haar burgers en haar economie. In 2017 heeft 80 % van de Europese bedrijven te maken gehad met minstens één cyberincident. De WannaCry-aanval in mei 2017 trof meer dan 150 landen en 230 000 IT-systemen en had aanzienlijke gevolgen voor cruciale infrastructuur, zoals ziekenhuizen. Dit onderstreept het feit dat de hoogste cyberbeveiligingsnormen en alomvattende cyberbeveiligingsoplossingen nodig zijn, die betrekking hebben op mensen, processen en technologie in de Unie, alsook leiderschap van de Unie ter zake en digitale autonomie.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
4)  De staatshoofden en regeringsleiders hebben op de digitale top van Tallinn in september 2017 opgeroepen om van Europa uiterlijk in 2025 een leider in cyberbeveiliging te maken, zodat de burgers, consumenten en bedrijven vol vertrouwen online kunnen gaan en bescherming genieten, en zodat een vrij en aan het recht onderworpen internet mogelijk wordt.
4)  De staatshoofden en regeringsleiders hebben op de digitale top van Tallinn in september 2017 opgeroepen om van Europa uiterlijk in 2025 een leider in cyberbeveiliging te maken, zodat de burgers, consumenten en bedrijven vol vertrouwen online kunnen gaan en bescherming genieten, en zodat een vrij, veiliger en aan het recht onderworpen internet mogelijk wordt, en verklaard meer gebruik te zullen maken van open-sourceoplossingen en/of open normen bij het (om)bouwen van ICT-systemen en -oplossingen (onder meer om afhankelijkheid van één leverancier (vendor lock-in) te voorkomen), met inbegrip van degenen die zijn ontwikkeld en/of bevorderd door EU-programma's voor interoperabiliteit en normalisatie, zoals ISA2".
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 bis (nieuw)
4 bis.  Het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging ("het kenniscentrum") moet de weerbaarheid en betrouwbaarheid van de infrastructuur van netwerk- en informatiesystemen, met inbegrip van het internet en andere kritieke infrastructuur voor de werking van de maatschappij, zoals vervoer, gezondheidszorg en banksystemen, helpen vergroten.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 ter (nieuw)
4 ter.  Het kenniscentrum moet bij zijn activiteiten rekening houden met de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) 2019/XXX [herschikking van Verordening (EG) nr. 428/2009, zoals voorgesteld in COM(2016)0616]1 bis.
__________________
1bis Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ... tot instelling van een EU-regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel, de technische bijstand en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PB L ..., ..., blz. ...).
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
5)  Ernstige verstoringen van netwerk- en informatiesystemen kunnen gevolgen hebben voor individuele lidstaten en voor de Unie als geheel. De beveiliging van netwerk- en informatiesystemen is daarom essentieel voor de goede werking van de interne markt. Voor cyberbeveiliging is de Unie momenteel afhankelijk van niet-Europese aanbieders. Het is echter in het strategische belang van de Unie om essentiële technologische capaciteiten op het gebied van cyberbeveiliging te behouden en te ontwikkelen voor de beveiliging van de digitale eengemaakte markt, en met name de bescherming van kritieke netwerken en informatiesystemen, alsook voor de verlening van essentiële diensten op het gebied van cyberbeveiliging.
5)  Ernstige verstoringen van netwerk- en informatiesystemen kunnen gevolgen hebben voor individuele lidstaten en voor de Unie als geheel. De hoogste mate van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de hele Unie is daarom essentieel zowel voor de maatschappij als voor de economie. Voor cyberbeveiliging is de Unie momenteel afhankelijk van niet-Europese aanbieders. Het is echter in het strategische belang van de Unie om essentiële technologische capaciteiten en mogelijkheden op het gebied van cyberbeveiliging te behouden en te ontwikkelen voor de bescherming van gegevens en kritieke netwerken en informatiesystemen van Europese burgers en bedrijven, waaronder kritieke infrastructuur voor het functioneren van de maatschappij zoals vervoerssystemen, gezondheidsstelsels en banken, en de digitale eengemaakte markt, alsook voor de verlening van essentiële diensten op het gebied van cyberbeveiliging.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
6)  In de Unie is er een schat aan deskundigheid en ervaring als het gaat om onderzoek, technologie en industriële ontwikkeling op het gebied van cyberbeveiliging, maar de inspanningen van de industrie- en onderzoeksgemeenschappen zijn versnipperd, zijn onvoldoende op elkaar afgestemd en hebben geen gezamenlijke missie, hetgeen het concurrentievermogen op dit gebied belemmert. Deze inspanningen en deskundigheid moeten op een efficiënte manier worden gebundeld, onderling verbonden en gebruikt om bestaande onderzoeks-, technologische en industriële capaciteiten op Unieniveau en nationaal niveau te versterken en aan te vullen.
6)  In de Unie is er een schat aan deskundigheid en ervaring als het gaat om onderzoek, technologie en industriële ontwikkeling op het gebied van cyberbeveiliging, maar de inspanningen van de industrie- en onderzoeksgemeenschappen zijn versnipperd, zijn onvoldoende op elkaar afgestemd en hebben geen gezamenlijke missie, hetgeen het concurrentievermogen en de effectieve bescherming van kritieke gegevens, netwerken en systemen op dit gebied belemmert. Deze inspanningen en deskundigheid moeten op een efficiënte manier worden gebundeld, onderling verbonden en gebruikt om bestaande capaciteiten op het gebied van onderzoek, technologie, vaardigheden en industrie op Unieniveau en nationaal niveau te versterken en aan te vullen. Aangezien de sector van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) voor belangrijke uitdagingen staat, zoals voorzien in haar behoefte aan geschoolde arbeidskrachten, kan zij er baat bij hebben om de diversiteit van de samenleving als geheel te weerspiegelen en te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging op het gebied van gender, voor etnische diversiteit en voor de non-discriminatie van personen met een handicap, alsmede om de toegang te faciliteren tot kennis en opleiding voor toekomstige deskundigen op het gebied van cyberbeveiliging, met inbegrip van hun opleiding in niet-formele contexten, bijvoorbeeld in projecten op het gebied van gratis en opensource-software, civieltechnische projecten, start-ups en micro-ondernemingen.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 bis (nieuw)
6 bis)   Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) zijn cruciale spelers in de cyberbeveiligingssector van de Unie, die dankzij hun flexibiliteit kunnen voorzien in geavanceerde oplossingen. Kmo's die niet in cyberbeveiliging gespecialiseerd zijn, zijn echter ook vatbaar voor een grotere kwetsbaarheid voor cyberincidenten, door de grote investeringen en kennis die vereist zijn om effectieve cyberbeveiligingsoplossingen te realiseren. Daarom moeten het kenniscentrum en het kennisnetwerk (het "netwerk") voor cyberbeveiliging kmo's bijzondere steun verlenen door hun toegang tot kennis en opleiding te vergemakkelijken, zodat zij zichzelf voldoende kunnen beveiligen en zodat kmo's die actief zijn op het gebied van cyberbeveiliging kunnen bijdragen tot de leidende positie van de Unie op dit vlak.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 ter (nieuw)
6 ter)  Er bestaat expertise buiten de context van industrie en onderzoek. Niet-commerciële en precommerciële projecten, bekend onder de noemer "civieltechnische projecten", maken gebruik van open normen, open data en gratis en opensource-software, om het maatschappelijk en algemeen belang te dienen. Zij dragen bij tot de weerbaarheid, het bewustzijn en de ontwikkeling van vaardigheid op het gebied van cyberbeveiliging en spelen een belangrijke rol bij de opbouw van capaciteit voor de industrie en het onderzoek op dit gebied.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 quater (nieuw)
6 quater)  De term "belanghebbenden" verwijst in de context van deze verordening onder meer naar de industrie, overheidsinstanties en andere entiteiten die zich bezighouden met operationele en technische aangelegenheden op het gebied van cyberbeveiliging, alsook het maatschappelijk middenveld, onder meer vakbonden, consumentenorganisaties, de gemeenschap voor gratis en opensource-software en de academische en onderzoeksgemeenschap.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
8)  Het kenniscentrum moet het belangrijkste instrument van de Unie zijn om investeringen in onderzoek, technologie en industriële ontwikkeling op het gebied van cyberbeveiliging te bundelen en om samen met het netwerk voor cyberbeveiliging relevante projecten en initiatieven uit te voeren. Het kenniscentrum moet voor cyberbeveiliging financiële steun uit de programma's Horizon Europa en Digitaal Europa verstrekken en in voorkomend geval ook beschikbaar zijn voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en andere programma’s. Deze aanpak moet bijdragen tot synergieën en coördinatie van financiële steun voor onderzoek, innovatie, technologie en industriële ontwikkeling op het gebied van cyberbeveiliging en moet vermijden dat er dubbel werk wordt verricht.
8)  Het kenniscentrum moet het belangrijkste instrument van de Unie zijn om investeringen in onderzoek, technologie en industriële ontwikkeling op het gebied van cyberbeveiliging te bundelen en om samen met het netwerk relevante projecten en initiatieven uit te voeren. Het kenniscentrum moet voor cyberbeveiliging financiële steun uit de programma's Horizon Europa en Digitaal Europa, evenals uit het Europees Defensiefonds voor acties en administratieve kosten met betrekking tot defensie, verstrekken en in voorkomend geval ook beschikbaar zijn voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en andere programma's. Deze aanpak moet bijdragen tot synergieën en coördinatie van financiële steun voor EU-initiatieven op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, innovatie, technologie en industriële ontwikkeling op het gebied van cyberbeveiliging en moet vermijden dat er dubbel werk wordt verricht.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 bis (nieuw)
8 bis)  De "ingebouwde beveiliging", het principe waarin voorzien is in de gezamenlijke mededeling van 13 september 2017 getiteld "Weerbaarheid, afschrikking en defensie: bouwen aan sterke cyberbeveiliging voor de EU", omvat geavanceerde methoden voor het verbeteren van de beveiliging in alle levensfasen van een product of dienst, te beginnen bij veilige ontwerp- en ontwikkelingsmethoden, beperking van de aangrijpingsmogelijkheden en de invoering van gepaste veiligheidstesten en ‑controles. Zolang producten worden gebruikt en onderhouden, moeten fabrikanten of leveranciers onverwijld updates beschikbaar stellen om nieuwe kwetsbaarheden of dreigingen aan te pakken, gedurende de verwachte levensduur van een product, alsook daarna. Dit kan ook worden gerealiseerd door derden de mogelijkheid te verlenen om deze updates te creëren en te verstrekken. De verstrekking van updates is met name nodig in geval van veelgebruikte infrastructuren, producten en processen.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 ter (nieuw)
8 ter)   Gezien de omvang van de uitdaging op het gebied van cyberbeveiliging en gezien de investeringen die in cyberbeveiligingscapaciteiten en -mogelijkheden worden gedaan in andere delen van de wereld, moeten de Unie en haar lidstaten hun financiële steun voor onderzoek, ontwikkeling en invoering op dit gebied opvoeren. Om schaalvoordelen te realiseren en een vergelijkbaar niveau van bescherming in de gehele Unie te bereiken, moeten de lidstaten hun inspanningen in een Europees kader plaatsen door waar nodig te investeren via het mechanisme van het kenniscentrum.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 quater (nieuw)
8 quater)  Het kenniscentrum en de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging moeten, ter bevordering van het concurrentievermogen van de Unie en de hoogste cyberbeveiligingsnormen op internationaal niveau, streven naar uitwisseling van cyberbeveiligingsoplossingen, -producten en -normen met de internationale gemeenschap. Technische normen zijn onder meer de creatie van referentieimplementaties, die worden gepubliceerd in het kader van open standaardlicenties. Het veilige ontwerp van met name referentie-implementaties is cruciaal voor de algehele betrouwbaarheid en weerbaarheid van veelgebruikte netwerk- en informatiesystemen zoals het internet en kritieke infrastructuur.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
9)  Rekening houdend met het feit dat de doelstellingen van dit initiatief het best kunnen worden bereikt als alle of zoveel mogelijk lidstaten deelnemen, en om de lidstaten aan te moedigen deel te nemen, moeten alleen lidstaten die financieel bijdragen aan de administratieve en operationele kosten van het kenniscentrum, stemrecht hebben.
9)  Rekening houdend met het feit dat de doelstellingen van dit initiatief het best kunnen worden bereikt als alle of zoveel mogelijk lidstaten bijdragen, en om de lidstaten aan te moedigen deel te nemen, moeten alleen lidstaten die financieel bijdragen aan de administratieve en operationele kosten van het kenniscentrum, stemrecht hebben.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
12)  De nationale coördinatiecentra moeten door de lidstaten worden geselecteerd. Naast de noodzakelijke administratieve capaciteit moeten de centra beschikken over, of directe toegang hebben tot, technologische expertise op het gebied van cyberbeveiliging, met name op gebieden als cryptografie, ICT-beveiligingsdiensten, indringerdetectie, systeembeveiliging, netwerkbeveiliging, beveiliging van software en toepassingen, of de menselijke en maatschappelijke aspecten van beveiliging en privacy. Zij moeten ook over de capaciteit beschikken om effectief in dialoog te gaan en samen te werken met de industrie, de onderzoeksgemeenschap en de overheidssector, met inbegrip van overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad23 aangewezen autoriteiten.
12)  De nationale coördinatiecentra moeten door de lidstaten worden geselecteerd. Naast de noodzakelijke administratieve capaciteit moeten de centra beschikken over, of directe toegang hebben tot, technologische expertise op het gebied van cyberbeveiliging, met name op gebieden als cryptografie, ICT-beveiligingsdiensten, indringerdetectie, systeembeveiliging, netwerkbeveiliging, beveiliging van software en toepassingen, of de menselijke, ethische, maatschappelijke en milieuaspecten van beveiliging en privacy. Zij moeten ook over de capaciteit beschikken om effectief in dialoog te gaan en samen te werken met de industrie, de onderzoeksgemeenschap en de overheidssector, met inbegrip van overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad23 aangewezen autoriteiten, teneinde een permanente dialoog tussen overheid en samenleving over cyberbeveiliging tot stand te brengen. Bovendien moet het grote publiek door middel van passende communicatiemiddelen bewuster worden gemaakt van cyberbeveiliging.
__________________
__________________
23 Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1).
23 Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1).
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
14)  Opkomende technologieën, zoals kunstmatige intelligentie (KI), het internet der dingen, high-performance computing (HPC) en kwantumcomputers, blockchain en concepten zoals veilige digitale identiteiten, bieden oplossingen en brengen tegelijk nieuwe cyberbeveiligingsuitdagingen met zich mee. Om de robuustheid van bestaande of toekomstige ICT-systemen te beoordelen en te valideren, zullen beveiligingsoplossingen voor aanvallen op HPC- en kwantumcomputers moeten worden getest. Het kenniscentrum, het netwerk en de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging moeten bijdragen aan de bevordering en verspreiding van de nieuwste cyberbeveiligingsoplossingen. Tegelijkertijd moeten het kenniscentrum en het netwerk ten dienste staan van ontwikkelaars en exploitanten in kritieke sectoren zoals vervoer, energie, gezondheidszorg, financiën, telecommunicatie, maakindustrie, defensie en ruimtevaart, en hen helpen hun uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging op te lossen.
14)  Opkomende technologieën, zoals kunstmatige intelligentie (KI), het internet der dingen, high-performance computing (HPC) en kwantumcomputers, alsook concepten zoals veilige digitale identiteiten, brengen nieuwe cyberbeveiligingsuitdagingen met zich mee en leiden tegelijk ook tot de creatie van producten en processen. Om de robuustheid van bestaande of toekomstige ICT-systemen te beoordelen en te valideren, zullen beveiligingsproducten en -processen voor aanvallen op HPC- en kwantumcomputers moeten worden getest. Het kenniscentrum, het netwerk, de Europese digitale-innovatiehubs en de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging moeten bijdragen aan de bevordering en verspreiding van de nieuwste cyberbeveiligingsproducten en -processen, inclusief voor tweeërlei gebruik, in het bijzonder degene die organisaties helpen om constant bezig te zijn met capaciteitsopbouw, weerbaarheid en passende governance . Het kenniscentrum en het netwerk moeten de hele innovatiecyclus stimuleren en bijdragen aan het overbruggen van de vallei des doods op het gebied van innovatie met betrekking tot cyberbeveiligingstechnologieën en -diensten. Tegelijkertijd moeten het kenniscentrum, het netwerk en de gemeenschap ten dienste staan van ontwikkelaars en exploitanten in kritieke sectoren zoals vervoer, energie, gezondheidszorg, financiën, telecommunicatie, maakindustrie, defensie en ruimtevaart, en hen helpen hun uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging op te lossen en de diverse oorzaken van aanvallen op de integriteit van netwerken en informatiesystemen te onderzoeken, bijvoorbeeld misdaad, bedrijfsspionage, laster en desinformatie.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 14 bis (nieuw)
14 bis)   Vanwege de snel veranderende aard van cyberdreigingen en cyberbeveiliging moet de Unie in staat zijn om zich snel en voortdurend aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Het kenniscentrum, het netwerk en de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging moeten daarom flexibel genoeg zijn om het vereiste reactievermogen te waarborgen. Zij moeten oplossingen vergemakkelijken die entiteiten helpen in staat te zijn continu capaciteit op te bouwen om hun weerbaarheid en die van de Unie te vergroten.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 14 ter (nieuw)
14 ter)   Het kenniscentrum moet als doel hebben de leidende rol van de Unie en expertise op het gebied van cyberbeveiliging te vestigen, en daarmee de hoogste beveiligingsnormen in de Unie te waarborgen, de bescherming van gegevens, informatiesystemen, netwerken en kritieke infrastructuur in de Unie te garanderen, nieuwe hoogwaardige banen in de sector te creëren, hersenvlucht van Europese deskundigen op het gebied van cyberbeveiliging naar derde landen tegen te gaan en Europese waarde aan de reeds bestaande nationale cyberbeveiligingsmaatregelen toe te voegen.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
15)  Het kenniscentrum moet verschillende sleutelfuncties hebben. Ten eerste moet het kenniscentrum de werkzaamheden van het Europees kennisnetwerk voor cyberbeveiliging bevorderen en helpen coördineren, alsook de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging vooruithelpen. Het kenniscentrum moet een drijvende kracht zijn achter de agenda voor cyberbeveiligingstechnologie en de toegang tot de bij het netwerk en de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging verzamelde knowhow vergemakkelijken. Ten tweede moet het uitvoering geven aan de desbetreffende onderdelen van de programma’s Digitaal Europa en Horizon Europa door subsidies toe te kennen, doorgaans na een oproep tot het indienen van voorstellen. Ten derde moet het kenniscentrum gezamenlijke investeringen door de Unie, de lidstaten en/of de industrie vergemakkelijken.
15)  Het kenniscentrum moet verschillende sleutelfuncties hebben. Ten eerste moet het kenniscentrum de werkzaamheden van het netwerk bevorderen en helpen coördineren, alsook de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging vooruithelpen. Het kenniscentrum moet een drijvende kracht zijn achter de agenda voor cyberbeveiligingstechnologie en de toegang tot de bij het netwerk en de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging verzamelde knowhow en tot cyberbeveiligingsinfrastructuur bundelen, delen en vergemakkelijken. Ten tweede moet het uitvoering geven aan de desbetreffende onderdelen van de programma’s Digitaal Europa en Horizon Europa door subsidies toe te kennen, doorgaans na een oproep tot het indienen van voorstellen. Ten derde moet het kenniscentrum gezamenlijke investeringen door de Unie, de lidstaten en/of de industrie vergemakkelijken, alsook gezamenlijke opleidingsmogelijkheden en bewustmakingsprogramma's overeenkomstig het programma Digitaal Europa om burgers en bedrijven te helpen de vaardigheidskloof te dichten. Het moet bijzondere aandacht besteden aan de mogelijkheden van kmo's op het gebied van cyberbeveiliging.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
16)  Het kenniscentrum moet een stimulans geven en ondersteuning bieden voor samenwerking en coördinatie van de activiteiten van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging, die bestaat uit een grote, open en diverse groep actoren die zich met cyberbeveiligingstechnologie bezighouden. Die kennisgemeenschap moet met name onderzoeksorganen, industrieën aan de aanbod- en vraagzijde, en de publieke sector omvatten. De kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging moet input leveren voor de activiteiten en het werkplan van het kenniscentrum en moet ook profiteren van de gemeenschapsvormende activiteiten van het kenniscentrum en het netwerk, maar mag verder geen voorkeursbehandeling krijgen bij oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen.
16)  Het kenniscentrum moet een stimulans geven en ondersteuning bieden voor langdurige strategische samenwerking en coördinatie van de activiteiten van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging, die bestaat uit een grote, open, interdisciplinaire en diverse groep Europese actoren die zich met cyberbeveiligingstechnologie bezighouden. Die kennisgemeenschap moet met name onderzoeksorganen, inclusief organen die zich bezighouden met ethiek op het gebied van cyberbeveiliging, industrieën aan de aanbod- en vraagzijde, inclusief kmo's, en de publieke sector omvatten. De kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging moet input leveren voor de activiteiten en het werkplan van het kenniscentrum en moet ook profiteren van de gemeenschapsvormende activiteiten van het kenniscentrum en het netwerk, maar mag verder geen voorkeursbehandeling krijgen bij oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 16 bis (nieuw)
16 bis)   Het kenniscentrum moet het Enisa passende steun verlenen bij zijn taken zoals gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2016/1148 ("NIS-richtlijn") en Verordening (EU) 2019/XXX van het Europees Parlement en de Raad1 bis ("cyberbeveiligingsverordening"). Daarom moet het Enisa relevante input aan het kenniscentrum verschaffen bij zijn taak om financieringsprioriteiten vast te stellen.
__________________
1 bis Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van... inzake Enisa, het agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging, tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013, en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie ("de cyberbeveiligingsverordening") (PB L ...) (2017/0225 (COD)).
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
17)  Om tegemoet te komen aan de behoeften van de industrieën aan zowel de vraag- als de aanbodzijde, moet het kenniscentrum zich bij de uitvoering van zijn taak om industrieën kennis en technische bijstand op het gebied van cyberbeveiliging te verlenen, zowel richten op ICT-producten en -diensten als op alle andere industriële en technologische producten en oplossingen waarin cyberbeveiligingstechnologie wordt ingebouwd.
17)  Om tegemoet te komen aan de behoeften van de publieke sector en de industrieën aan zowel de vraag- als de aanbodzijde, moet het kenniscentrum zich bij de uitvoering van zijn taak om de publieke sector en industrieën kennis en technische bijstand op het gebied van cyberbeveiliging te verlenen, zowel richten op ICT-producten, -processen en -diensten als op alle andere industriële en technologische producten en processen waarin cyberbeveiligingstechnologie wordt ingebouwd. Het kenniscentrum moet met name zorgen voor het vergemakkelijken van de aanwending van dynamische oplossingen op ondernemingsniveau die zijn gericht op capaciteitsopbouw van complete organisaties, met inbegrip van mensen, processen en technologie, om de organisaties effectief te beschermen tegen voortdurend veranderende cyberdreigingen.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 bis (nieuw)
17 bis)  Het kenniscentrum moet bijdragen tot de ruime aanwending van geavanceerde cyberbeveiligingsproducten en -oplossingen, met name die welke internationaal worden erkend.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
18)  Terwijl het kenniscentrum en het netwerk moeten streven naar synergieën op het vlak van cyberbeveiliging tussen de civiele en de defensie-industrie, worden de in het kader van het programma Horizon Europa gefinancierde projecten uitgevoerd overeenkomstig Verordening XXX [Verordening Horizon Europa], waarin is bepaald dat onderzoeks- en innovatieactiviteiten in het kader van Horizon Europa op civiele toepassingen zijn gericht.
18)  Terwijl het kenniscentrum en het netwerk moeten streven naar synergieën en coördinatie op het vlak van cyberbeveiliging tussen de civiele en de defensie-industrie, worden de in het kader van het programma Horizon Europa gefinancierde projecten uitgevoerd overeenkomstig Verordening XXX [Verordening Horizon Europa], waarin is bepaald dat onderzoeks- en innovatieactiviteiten in het kader van Horizon Europa op civiele toepassingen zijn gericht.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
19)  Om te zorgen voor gestructureerde en duurzame samenwerking moeten de relaties tussen het kenniscentrum en de nationale coördinatiecentra op een contractuele overeenkomst worden gebaseerd.
19)  Om te zorgen voor gestructureerde en duurzame samenwerking moeten de relaties tussen het kenniscentrum en de nationale coördinatiecentra op een op het niveau van de Unie geharmoniseerde contractuele overeenkomst worden gebaseerd.
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
20)  Er moet worden voorzien in passende regelingen inzake de aansprakelijkheid en de transparantie van het kenniscentrum.
20)  Er moet worden voorzien in passende regelingen inzake de aansprakelijkheid en de transparantie van het kenniscentrum en de ondernemingen die financiering ontvangen.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 20 bis (nieuw)
20 bis)   De uitvoering van uitrolprojecten - met name projecten met betrekking tot infrastructuur en capaciteiten die op Europees niveau of via een gezamenlijke aanbestedingsprocedure worden aangewend - kan in verschillende fasen worden verdeeld, zoals afzonderlijke aanbestedingen voor de architectuur van hardware en software, de productie ervan en de werking en het onderhoud ervan, waarbij bedrijven elk slechts in één fase kunnen deelnemen en met de eis dat de begunstigden in een of meer van die fasen aan bepaalde voorwaarden wat betreft Europese eigendom of zeggenschap voldoen.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 20 ter (nieuw)
20 ter)  Aangezien het Enisa het specifieke cyberbeveiligingsagentschap van de Unie is, moet het kenniscentrum de grootst mogelijke synergieën ermee nastreven en moet de raad van bestuur het Enisa raadplegen vanwege zijn praktische ervaring met alle kwesties op het gebied van cyberbeveiliging, in het bijzonder met betrekking tot onderzoeksgerelateerde projecten.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 20 quater (nieuw)
20 quater)  Bij het proces inzake de benoeming van de vertegenwoordiger in de raad van bestuur moet het Europees Parlement nadere gegevens over het mandaat verstrekken, inclusief de verplichting om regelmatig verslag uit te brengen aan het Europees Parlement of de bevoegde commissies.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
21)  Zowel het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Commissie als het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) moeten, gezien hun respectieve expertise op het gebied van cyberbeveiliging, een actieve rol spelen in de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging en in het industrieel en wetenschappelijk adviescomité.
21)  Zowel het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Commissie als het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) moeten, gezien hun respectieve expertise op het gebied van cyberbeveiliging en om zo groot mogelijke synergieën te garanderen, een actieve rol spelen in de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging en in het industrieel en wetenschappelijk adviescomité. Het Enisa moet zijn strategische doelstellingen blijven verwezenlijken, met name op het gebied van cyberbeveiligingscertificering zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2019/XXX [cyberbeveiligingsverordening]1 bis, terwijl het kenniscentrum moet optreden als een operationeel orgaan op het gebied van cyberbeveiliging.
__________________
1 bis Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van... inzake Enisa, het agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging, tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013, en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie ("de cyberbeveiligingsverordening") (PB L ...) (2017/0225 (COD)).
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
24)  De raad van bestuur van het kenniscentrum, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en van de Commissie, moet de algemene richting van de werkzaamheden van het kenniscentrum vaststellen en garanderen dat het zijn taken overeenkomstig deze verordening uitvoert. De raad van bestuur dient de noodzakelijke bevoegdheden toegewezen te krijgen voor de vaststelling van de begroting, de controle op de uitvoering ervan, de vaststelling van passende financiële regels, de opstelling van transparante werkprocedures voor besluitvorming door het kenniscentrum, de goedkeuring van het werkplan en het strategisch meerjarenplan van het kenniscentrum waarin de prioriteiten voor de verwezenlijking van de doelen en taken van het kenniscentrum hun weerslag vinden, de vaststelling van het reglement van orde, de benoeming van de uitvoerend directeur en de besluitvorming over de verlenging van de ambtstermijn van de uitvoerend directeur en de beëindiging ervan.
24)  De raad van bestuur van het kenniscentrum, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en van de Commissie, moet de algemene richting van de werkzaamheden van het kenniscentrum vaststellen en garanderen dat het zijn taken overeenkomstig deze verordening uitvoert. De raad van bestuur dient de noodzakelijke bevoegdheden toegewezen te krijgen voor de vaststelling van de begroting, de controle op de uitvoering ervan, de vaststelling van passende financiële regels, de opstelling van transparante werkprocedures voor besluitvorming door het kenniscentrum, de goedkeuring van het werkplan en het strategisch meerjarenplan van het kenniscentrum waarin de prioriteiten voor de verwezenlijking van de doelen en taken van het kenniscentrum hun weerslag vinden, de vaststelling van het reglement van orde, de benoeming van de uitvoerend directeur en de besluitvorming over de verlenging van de ambtstermijn van de uitvoerend directeur en de beëindiging ervan. Om synergieën te realiseren moet het Enisa een permanente waarnemer in de raad van bestuur zijn en aan de werkzaamheden van het kenniscentrum bijdragen, onder andere door advies te geven over het strategisch meerjarenplan, het werkplan en de lijst met acties die geselecteerd zijn voor financiering.
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 24 bis (nieuw)
24 bis)  De raad van bestuur moet actie ondernemen om het kenniscentrum in de hele wereld te promoten, teneinde de aantrekkelijkheid ervan te vergroten en er een instelling voor cyberbeveiliging van wereldklasse van te maken.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
25)  Omwille van de goede en doeltreffende werking van het kenniscentrum moeten de Commissie en de lidstaten erop toezien dat personen die worden benoemd tot lid van de raad van bestuur over passende professionele deskundigheid en ervaring op functionele gebieden beschikken. De Commissie en de lidstaten dienen zich tevens in te spannen om het verloop onder hun respectievelijke vertegenwoordigers in de raad van bestuur te beperken om de continuïteit van zijn werk zeker te stellen.
25)  Omwille van de goede en doeltreffende werking van het kenniscentrum moeten de Commissie en de lidstaten erop toezien dat personen die worden benoemd tot lid van de raad van bestuur over passende professionele deskundigheid en ervaring op functionele gebieden beschikken. De Commissie en de lidstaten dienen zich tevens in te spannen om het verloop onder hun respectievelijke vertegenwoordigers in de raad van bestuur te beperken om de continuïteit van zijn werk zeker te stellen en dienen actie ondernemen om te zorgen voor een genderevenwicht.
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Overweging 25 bis (nieuw)
25 bis)   Het gewicht van de stem van de Commissie in de besluiten van de raad van bestuur moet in overeenstemming zijn met de bijdrage van de begroting van de Unie aan het kenniscentrum, overeenkomstig de verantwoordelijkheid van de Commissie om te zorgen voor goed beheer van de begroting van de Unie in het belang van de Unie, zoals vastgelegd in de Verdragen.
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
26)  Voor een goede werking van het kenniscentrum is het noodzakelijk dat de uitvoerend directeur wordt benoemd op grond van zowel verdiensten en aantoonbare administratieve en bestuurskundige vaardigheden, als van bekwaamheid en ervaring die relevant is voor cyberbeveiliging; daarnaast dient hij of zij de taken op volledig onafhankelijke wijze uit te voeren.
26)  Voor een goede werking van het kenniscentrum is het noodzakelijk dat de uitvoerend directeur op transparante wijze wordt benoemd op grond van zowel verdiensten en aantoonbare administratieve en bestuurskundige vaardigheden, als bekwaamheid en ervaring die relevant is voor cyberbeveiliging; daarnaast dient hij of zij de taken op volledig onafhankelijke wijze uit te voeren.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
27)  Het kenniscentrum moet beschikken over een industrieel en wetenschappelijk adviescomité als adviserend orgaan teneinde regelmatig overleg met de private sector, consumentenorganisaties en andere relevante belanghebbenden te waarborgen. Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité moet zich richten op kwesties die relevant zijn voor de belanghebbenden en deze onder de aandacht van de raad van bestuur van het kenniscentrum brengen. Dankzij de samenstelling van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité en de daaraan toegewezen taken, zoals advies geven over het werkplan, moeten de belanghebbenden voldoende vertegenwoordigd zijn bij de werkzaamheden van het kenniscentrum.
27)  Het kenniscentrum moet beschikken over een industrieel en wetenschappelijk adviescomité als adviserend orgaan teneinde regelmatig en voldoende transparant overleg met de private sector, consumentenorganisaties en andere relevante belanghebbenden te waarborgen. Het moet tevens de uitvoerend directeur en de raad van bestuur onafhankelijk advies verstrekken over uitrol en aankoop. Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité moet zich richten op kwesties die relevant zijn voor de belanghebbenden en deze onder de aandacht van de raad van bestuur van het kenniscentrum brengen. Dankzij de samenstelling van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité en de daaraan toegewezen taken, zoals advies geven over het werkplan, moeten de belanghebbenden voldoende vertegenwoordigd zijn bij de werkzaamheden van het kenniscentrum. Er moet een minimumaantal zetels worden toegewezen aan elke categorie belanghebbenden uit de sector, met bijzondere aandacht voor de vertegenwoordiging van kmo's
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
28)  Het kenniscentrum moet, via het industrieel en wetenschappelijk adviescomité, profiteren van de specifieke deskundigheid en de brede en relevante vertegenwoordiging van belanghebbenden die gedurende de looptijd van Horizon 2020 is opgebouwd door middel van het contractuele publiek-private partnerschap voor cyberbeveiliging.
28)  Het kenniscentrum en zijn activiteiten moeten, via het industrieel en wetenschappelijk adviescomité, profiteren van de specifieke deskundigheid en de brede en relevante vertegenwoordiging van belanghebbenden die gedurende de looptijd van Horizon 2020 is opgebouwd, alsook van de proefprojecten in het kader van Horizon 2020 inzake het kennisnetwerk voor cyberbeveiliging, door middel van het contractuele publiek-private partnerschap voor cyberbeveiliging. Het kenniscentrum en het industrieel en wetenschappelijk adviescomité moeten in voorkomend geval imitaties overwegen van bestaande structuren, bijvoorbeeld met werkgroepen.
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Overweging 28 bis (nieuw)
28 bis)  Het kenniscentrum en zijn organen moeten gebruikmaken van de ervaring en bijdragen uit eerdere en lopende initiatieven, zoals het contractuele publiek-private partnerschap (cPPP) voor cyberbeveiliging, de Europese cyberveiligheidsorganisatie (European Cyber Security Organisation, ECSO) en het proefproject en de voorbereidende actie inzake Free and Open Source Software Audits (EU FOSSA).
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
29)  In het kenniscentrum moeten er regels gelden ter voorkoming en beheersing van belangenconflicten. Het kenniscentrum moet verder de relevante bepalingen van de Unie inzake publieke toegang tot documenten toepassen, zoals uiteengezet in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad24. Op de verwerking van persoonsgegevens door het kenniscentrum is Verordening (EU) nr. XXX/2018 van het Europees Parlement en de Raad van toepassing. Het kenniscentrum dient in het bijzonder de bepalingen na te leven die van toepassing zijn op de EU-instellingen alsmede de nationale wetgeving inzake de behandeling van informatie, in het bijzonder gevoelige niet-gerubriceerde informatie en gerubriceerde EU-informatie.
29)  In het kenniscentrum moeten er regels gelden ter voorkoming, vaststelling en oplossing van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden, organen en personeel, de raad van bestuur, alsook het industrieel en wetenschappelijk adviescomité en de kennisgemeenschap. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat belangenconflicten met betrekking tot de nationale coördinatiecentra worden voorkomen, vastgesteld en opgelost. Het kenniscentrum moet verder de relevante bepalingen van de Unie inzake publieke toegang tot documenten toepassen, zoals uiteengezet in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad24. Op de verwerking van persoonsgegevens door het kenniscentrum is Verordening (EU) nr. XXX/2018 van het Europees Parlement en de Raad van toepassing. Het kenniscentrum dient in het bijzonder de bepalingen na te leven die van toepassing zijn op de EU-instellingen alsmede de nationale wetgeving inzake de behandeling van informatie, in het bijzonder gevoelige niet-gerubriceerde informatie en gerubriceerde EU-informatie.
__________________
__________________
24 Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
24 Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
31)  Het kenniscentrum dient op een open en transparante manier te functioneren door alle relevante informatie tijdig ter beschikking te stellen en zijn activiteiten, waaronder informatie- en verspreidingsactiviteiten, bij het bredere publiek te bevorderen. Het reglement van orde van de organen van het kenniscentrum moet openbaar worden gemaakt.
31)  Het kenniscentrum dient op een open en transparante manier te functioneren door volledige informatie tijdig ter beschikking te stellen en zijn activiteiten, waaronder informatie- en verspreidingsactiviteiten, bij het bredere publiek te bevorderen. Het dient het publiek en alle belanghebbenden lijst te verstrekken van de leden van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging en dient de belangenverklaringen openbaar te maken die zij overeenkomstig artikel 42 hebben ingediend. Het reglement van orde van de organen van het kenniscentrum moet openbaar worden gemaakt.
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 bis (nieuw)
31 bis)   Het is raadzaam dat zowel het kenniscentrum als de nationale coördinatiecentra de internationale normen zoveel mogelijk monitoren en volgen, om de ontwikkeling in de richting van mondiale beste praktijken te stimuleren.
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Overweging 33 bis (nieuw)
33 bis)  Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van het bepalen van de inhoud van contractuele overeenkomsten tussen het kenniscentrum en de nationale coördinatiecentra en ten aanzien van het specificeren van criteria voor de beoordeling en accreditatie van entiteiten als leden van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden passend overleg pleegt, onder meer op deskundigenniveau, en dat bij dit overleg de beginselen worden geëerbiedigd die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven1 bis. Met name ontvangen het Europees Parlement en de Raad, om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.
__________________
1 bis PB J L 123 van 12.5.2013, blz. 1.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Overweging 34
34)  Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk het behouden en verder ontwikkelen van de technologische en industriële capaciteiten van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging, het vergroten van het concurrentievermogen van de cyberbeveiligingsbranche van de Unie en het omzetten van cyberbeveiliging in een concurrentievoordeel voor andere bedrijfstakken in de Unie, niet in voldoende mate door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt omdat de bestaande, beperkte middelen versnipperd zijn en omdat de benodigde investeringen aanzienlijk zijn, maar beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt omdat zo dubbel werk wordt vermeden, er een kritische massa van investeringen kan worden bereikt en de overheidsfinanciering optimaal wordt benut, kan de Unie maatregelen treffen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,
34)  De doelstellingen van deze verordening, namelijk het vergroten van het concurrentievermogen en de capaciteiten van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging door middel van, en het verminderen van de digitale afhankelijkheid van de Unie door het gebruik te vergroten van binnen de Unie ontwikkelde cyberbeveiligingsproducten, -processen en -diensten, het behouden en verder ontwikkelen van de technologische en industriële capaciteiten van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging, het vergroten van het concurrentievermogen van de cyberbeveiligingsbranche van de Unie en het omzetten van cyberbeveiliging in een concurrentievoordeel voor andere bedrijfstakken in de Unie, kunnen niet in voldoende mate door de lidstaten worden verwezenlijkt omdat de bestaande, beperkte middelen versnipperd zijn en omdat de benodigde investeringen aanzienlijk zijn, maar kunnen beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt omdat zo dubbel werk wordt vermeden, er een kritische massa van investeringen kan worden bereikt en de overheidsfinanciering optimaal wordt benut. Bovendien kunnen alleen acties op het niveau van de Unie de hoogste mate van cyberbeveiliging in alle lidstaten waarborgen en bijgevolg in sommige lidstaten bestaande leemten in de beveiliging die tot leemten voor de hele Unie leiden, dichten. De Unie kan derhalve maatregelen treffen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1
1.  Bij deze verordening worden het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging (het "kenniscentrum") en het netwerk van nationale coördinatiecentra opgericht en worden regels vastgesteld voor de aanwijzing van nationale coördinatiecentra en voor de oprichting van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging.
1.  Bij deze verordening worden het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging (het "kenniscentrum") en het netwerk van nationale coördinatiecentra (het "netwerk"), opgericht en worden regels vastgesteld voor de aanwijzing van nationale coördinatiecentra en voor de oprichting van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging (de “gemeenschap"). Het kenniscentrum en het netwerk dragen bij tot de algehele weerbaarheid en bewustmaking in de Unie ten aanzien van dreigingen op het gebied van cyberbeveiliging, waarbij grondig rekening wordt gehouden met de maatschappelijke implicaties.
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 3
3.  De zetel van het kenniscentrum bevindt zich in [Brussel, België].
Schrappen
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 4
4.  Het kenniscentrum heeft rechtspersoonlijkheid. In elke lidstaat bezit het de ruimste handelingsbevoegdheid die door de wetgeving van de betrokken lidstaat aan rechtspersonen wordt verleend. Het kan met name roerende en onroerende goederen verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.
Schrappen
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1
(1)  "cyberbeveiliging": de bescherming van netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers ervan en andere personen tegen cyberdreigingen;
(1)  "cyberbeveiliging": alle activiteiten die nodig zijn om netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers ervan en getroffen personen te beschermen tegen cyberdreigingen;
Amendement 183
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)
1 bis)  "cyberdefensie" en "defensieaspecten van cyberbeveiliging": uitsluitend defensieve en reactieve cyberdefensietechnologie die tot doel heeft kritieke infrastructuur, militaire netwerken en informatiesystemen, hun gebruikers en getroffen personen te beschermen tegen cyberdreigingen, waaronder situationeel bewustzijn, dreigingsdetectie en digitaal forensisch onderzoek;
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2
(2)  "cyberbeveiligingsproducten en -oplossingen": ICT-producten, -diensten of -processen met het specifieke doel om netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers ervan en getroffen personen tegen cyberdreigingen te beschermen;
(2)  "producten en processen": commerciële en niet-commerciële ICT-producten, -diensten of -processen met het specifieke doel om gegevens, netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers ervan en andere personen tegen dreigingen op het gebied van cyberbeveiliging te beschermen;
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)
(2 bis)  "cyberdreiging": elke potentiële omstandigheid, gebeurtenis of actie die netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers ervan en getroffen personen kan schaden, kan verstoren of op andere wijze negatief kan beïnvloeden;
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 3
(3)  "overheidsinstantie": elke regering of andere overheidsdienst, met inbegrip van publieke adviesorganen, op nationaal, regionaal of lokaal niveau, of elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die overeenkomstig het nationale recht publieke bestuursfuncties vervult, met inbegrip van specifieke taken;
(3)  "overheidsinstantie": elke regering of andere overheidsdienst, met inbegrip van publieke adviesorganen, op nationaal, regionaal of lokaal niveau, of elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die overeenkomstig het nationale en Unierecht publieke bestuursfuncties vervult, met inbegrip van specifieke taken;
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 4
(4)  "deelnemende lidstaat": een lidstaat die vrijwillig financieel bijdraagt aan de administratieve en operationele kosten van het kenniscentrum.
(4)  "bijdragende lidstaat": een lidstaat die vrijwillig financieel bijdraagt aan de administratieve en operationele kosten van het kenniscentrum.
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)
(4 bis)  "Europese digitale-innovatiehubs": een juridische entiteit als gedefinieerd in Verordening (EU) 2019/XXX van het Europees Parlement en de Raad1 bis.
__________________
1 bis Verordening (EU) 2019/XXX van het Europees Parlement en de Raad van … tot vaststelling van het programma Digitaal Europa voor de periode 2021-2027 (PB L ...) (2018/0227(COD)).
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter a
(a)  de technologische en industriële capaciteiten op het gebied van cyberbeveiliging die nodig zijn voor de beveiliging van de digitale eengemaakte markt, te behouden en te ontwikkelen;
(a)  de cyberbeveiligingscapaciteiten en -mogelijkheden op technologisch, industrieel, maatschappelijk, academisch en onderzoeksgebied die nodig zijn voor de beveiliging van de digitale eengemaakte markt, te ontwikkelen en de gegevens van burgers, bedrijven en overheidsdiensten van de Unie beter te beschermen;
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter a bis (nieuw)
(a bis)  de weerbaarheid en betrouwbaarheid te verbeteren van netwerk- en informatiesystemen, inclusief, kritieke infrastructuur, het internet en veelgebruikte hardware en software in de Unie;
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter b
(b)  het concurrentievermogen van de cyberbeveiligingsbranche in de Unie te vergroten en van cyberbeveiliging een concurrentievoordeel te maken voor andere industrieën in de Unie.
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  het bewustzijn met betrekking tot cyberbeveiligingsdreigingen en de daarmee verband houdende maatschappelijke en ethische implicaties en bezwaren in de Unie te vergroten en de kloof op het gebied van cyberbeveiligingsvaardigheden in de Unie te dichten;
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter b ter (nieuw)
(b ter)  de leidende rol van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging te ontwikkelen en de hoogste cyberbeveiligingsnormen in de gehele Unie te waarborgen;
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter b quater (nieuw)
(b quater)  het concurrentievermogen en de capaciteit van de Unie te vergroten en haar digitale afhankelijkheid te verminderen door het gebruik van binnen de Unie ontwikkelde cyberbeveiligingsproducten, -processen en -diensten te vergroten;
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter b quinquies (nieuw)
(b quinquies)  het vertrouwen van burgers, consumenten en bedrijven in de digitale wereld te versterken en zodoende bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de strategie inzake de digitale eengemaakte markt;
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 1
1.  de werkzaamheden van het in artikel 6 bedoelde netwerk van nationale coördinatiecentra ("het netwerk") en de in artikel 8 bedoelde kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging vergemakkelijken en helpen coördineren;
1.  het in artikel 6 bedoelde netwerk en de in artikel 8 bedoelde gemeenschap creëren, beheren en ondersteunen;
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 2
2.  bijdragen aan de uitvoering van het onderdeel cyberbeveiliging van het bij Verordening XXX26 vastgestelde programma Digitaal Europa, en met name aan acties met betrekking tot artikel 6 van Verordening (EU) XXX27 [programma Digitaal Europa], alsook van het bij Verordening XXX vastgestelde programma Horizon Europa, en met name punt 2.2.6 van pijler II van bijlage I bij Besluit nr. XXX tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie [referentienummer van het specifieke programma], en van andere programma's van de Unie indien hierin wordt voorzien in rechtshandelingen van de Unie;
2.  de uitvoering van het onderdeel cyberbeveiliging van het bij Verordening XXX26 vastgestelde programma Digitaal Europa, en met name aan acties met betrekking tot artikel 6 van Verordening (EU) XXX27 [programma Digitaal Europa], alsook van het bij Verordening XXX vastgestelde programma Horizon Europa, en met name punt 2.2.6 van pijler II van bijlage I bij Besluit nr. XXX tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie [referentienummer van het specifieke programma], coördineren, alsmede andere programma's van de Unie coördineren, indien hierin wordt voorzien in rechtshandelingen van de Unie, en bijdragen aan de tenuitvoerlegging van de acties die gefinancierd worden door het bij Verordening (EU) 2019/XXX opgerichte Europees Defensiefonds;
__________________
__________________
26 [voeg volledige titel en PB-referentie toe]
26 [voeg volledige titel en PB-referentie toe]
27 [voeg volledige titel en PB-referentie toe]
27 [voeg volledige titel en PB-referentie toe]
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – inleidende formule
3.  de capaciteit, de kennis en de infrastructuur op het gebied van cyberbeveiliging verbeteren ten behoeve van de industrie, de publieke sector en de onderzoeksgemeenschappen, door de volgende taken uit te voeren:
3.  de weerbaarheid, de mogelijkheden, de capaciteit, de kennis en de infrastructuur op het gebied van cyberbeveiliging verbeteren ten behoeve van de maatschappij, de industrie, de publieke sector en de onderzoeksgemeenschappen, door de volgende taken uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de geavanceerde industriële en onderzoeksinfrastructuren en aanverwante diensten op het gebied van cyberbeveiliging:
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – letter a
(a)  wat de geavanceerde industriële en onderzoeksinfrastructuren en aanverwante diensten op het gebied van cyberbeveiliging betreft, dergelijke infrastructuren en aanverwante diensten aankopen, upgraden, exploiteren en beschikbaar stellen aan een grote groep gebruikers uit de publieke sector, de onderzoeks- en wetenschapsgemeenschap en de industrie, waaronder het MKB, in de hele Unie;
(a)  de voorzieningen en aanverwante diensten van het kenniscentrum op billijke, open en transparante wijze aankopen, upgraden, exploiteren en beschikbaar stellen aan een grote groep gebruikers uit de publieke sector, de onderzoeks- en wetenschapsgemeenschap en de industrie, met name kmo's, in de hele Unie;
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – letter b
(b)  wat de geavanceerde industriële en onderzoeksinfrastructuren en aanverwante diensten op het gebied van cyberbeveiliging betreft, ondersteuning bieden, ook financieel, aan andere entiteiten om dergelijke infrastructuren en aanverwante diensten aan te kopen, te upgraden, te exploiteren en beschikbaar te stellen aan een grote groep gebruikers uit de publieke sector, de onderzoeks- en wetenschapsgemeenschap en de industrie, waaronder het MKB, in de hele Unie;
(b)  ondersteuning bieden, ook financieel, aan andere entiteiten om deze voorzieningen en aanverwante diensten aan te kopen, te upgraden, te exploiteren en beschikbaar te stellen aan een grote groep gebruikers uit de publieke sector, de onderzoeks- en wetenschapsgemeenschap en de industrie, met name kmo's, in de hele Unie;
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  financiële steun en technische bijstand bieden aan start-ups, kmo's, micro-ondernemingen, verenigingen, individuele deskundigen en civieltechnische projecten op het gebied van cyberbeveiliging;
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – letter b ter (nieuw)
(b ter)  financieren van audits van de beveiligingscode van software en van verbeteringen in verband hiermee voor projecten op het gebied van gratis en opensource-software die veel voor infrastructuur, producten en processen gebruikt worden;
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – letter c
(c)  kennis over cyberbeveiliging verstrekken en technische bijstand leveren aan de industrie en overheidsinstanties, met name door steun te verlenen aan maatregelen voor een gemakkelijkere toegang tot de in het netwerk en de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging beschikbare expertise;
(c)  het delen van kennis over cyberbeveiliging vergemakkelijken en technische bijstand leveren aan onder meer maatschappelijke organisaties, de industrie, overheidsinstanties en de wetenschappelijke en onderzoeksgemeenschap, met name door steun te verlenen aan maatregelen voor een gemakkelijkere toegang tot de in het netwerk en de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging beschikbare expertise, teneinde de weerbaarheid op het gebied van cyberbeveiliging in de Unie te vergroten;
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  "ingebouwde beveiliging" bevorderen als principe bij de ontwikkeling, het onderhoud, de exploitatie en het updaten van infrastructuur, producten en diensten, met name door geavanceerde veilige ontwikkelingsmethoden, adequate veiligheidstests en veiligheidsaudits te ondersteunen en door te voorzien in een verbintenis van de producent of de aanbieder om onverwijld updates beschikbaar te maken om nieuwe kwetsbaarheden of bedreigingen te remediëren, ook na de geschatte levensduur van het product, of een derde in staat te stellen deze updates te creëren en te verstrekken;
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – letter c ter (nieuw)
(c ter)  assisteren bij het beleid inzake bijdragen aan de broncode en de ontwikkeling hiervan, met name voor overheden waar gebruik wordt gemaakt van projecten op het gebied van gratis en opensource-software;
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – letter c quater (nieuw)
(c quater)  belanghebbenden uit de industrie, vakbonden, de academische wereld, onderzoeksinstellingen en publieke entiteiten bijeenbrengen met het oog op langdurige samenwerking voor het ontwikkelen en implementeren van cyberbeveiligingsproducten en -processen, waaronder indien nodig het bundelen en delen van middelen en informatie ten aanzien van deze producten en processen;
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 – inleidende formule
4.  bijdragen tot de ruime aanwending van geavanceerde cyberbeveiligingsproducten en -oplossingen in de hele economie, door:
4.  bijdragen tot de ruime aanwending van geavanceerde en duurzame cyberbeveiligingsproducten en -processen in de hele Unie, door:
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 – letter a
(a)  onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging, ontwikkeling en aanwending van cyberbeveiligingsproducten en -oplossingen in de Unie door overheidsinstanties en verwerkende industrieën te stimuleren;
(a)  onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging, ontwikkeling en aanwending van cyberbeveiligingsproducten en holistische processen gedurende de gehele innovatiecyclus in de Unie door overheidsinstanties, de industrie en de markt te stimuleren;
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 – letter b
(b)  overheidsinstanties, industrieën aan de vraagzijde en andere gebruikers te helpen om de meest recente cyberbeveiligingsoplossingen te gebruiken en te integreren;
(b)  overheidsinstanties, industrieën aan de vraagzijde en andere gebruikers te helpen om hun weerbaarheid te vergroten door veelgebruikte, geavanceerde cyberbeveiligingsproducten en ‑processen te gebruiken en te integreren;
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 – letter c
(c)  ondersteuning te bieden aan met name overheidsinstanties bij het plaatsen van overheidsopdrachten, of namens overheidsinstanties opdrachten voor geavanceerde cyberbeveiligingsproducten en -oplossingen te plaatsen;
(c)  ondersteuning te bieden aan met name overheidsinstanties bij het plaatsen van overheidsopdrachten, of namens overheidsinstanties opdrachten voor geavanceerde cyberbeveiligingsproducten en -processen te plaatsen, inclusief ondersteuning bij opdrachten om de veiligheid en de voordelen als gevolg van overheidsinvesteringen te vergroten;
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 – letter d
(d)  startende, kleine en middelgrote ondernemingen in de cyberbeveiligingsbranche financieel en technisch bij te staan zodat zij aansluiting vinden bij potentiële markten en investeringen aantrekken;
(d)  startende bedrijven, kmo's, micro-ondernemingen en individuele deskundigen in de cyberbeveiligingsbranche, alsook projecten op het gebied van veelgebruikte gratis en opensource-software en civieltechnische projecten financieel en technisch bij te staan zodat zij meer deskundigheid op het gebied van cyberbeveiliging verwerven, aansluiting vinden bij potentiële markten, toepassingsmogelijkheden vinden en investeringen aantrekken;
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 5 – inleidende formule
5.  zorgen voor een beter begrip van cyberbeveiliging en helpen om het gebrek aan cyberbeveiligingsvaardigheden in de Unie aan te pakken door:
5.  zorgen voor een beter begrip van cyberbeveiliging en helpen om het gebrek aan cyberbeveiligingsvaardigheden in de Unie aan te pakken en het niveau van de cyberbeveiligingsvaardigheden in de Unie te verhogen door:
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 5 – letter –a (nieuw)
(-a)  waar nodig, de verwezenlijking te ondersteunen van specifieke doelstelling 4 van het programma Digitaal Europa, geavanceerde digitale vaardigheden, in samenwerking met de Europese digitale-innovatiehubs;
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 5 – letter a
(a)  de verdere ontwikkeling van cyberbeveiligingsvaardigheden te ondersteunen, in voorkomend geval samen met de relevante EU-agentschappen en -organen, waaronder het Enisa;
(a)  de verdere ontwikkeling, de verdere bundeling en het verdere delen van cyberbeveiligingsvaardigheden op alle niveaus van het onderwijs op dit gebied te ondersteunen, de doelstelling te ondersteunen om een genderevenwicht te realiseren, een gemeenschappelijk hoog niveau van kennis op het gebied van cyberbeveiliging te faciliteren en bij te dragen tot de weerbaarheid van de gebruikers en de infrastructuur in de hele Unie, in samenwerking met het netwerk en, in voorkomend geval, hiervoor samen te werken met de relevante EU-agentschappen en -organen, waaronder het Enisa;
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 – letter a
(a)  financiële steun te verlenen voor onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging, op basis van een gemeenschappelijke, voortdurend geëvalueerde en verbeterde meerjarige strategische, industriële, agenda voor technologie en onderzoek;
(a)  financiële steun te verlenen voor onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging, op basis van een gemeenschappelijk, voortdurend geëvalueerd en verbeterd meerjarig strategisch, industrieel, plan voor technologie en onderzoek als bedoeld in artikel 13;
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 – letter b
(b)  in samenwerking met de industrie en het netwerk steun te verlenen aan grootschalige onderzoeks- en demonstratieprojecten voor technologische vermogens op het gebied van cyberbeveiliging van de volgende generatie;
(b)  in samenwerking met de industrie, de academische en onderzoeksgemeenschap, de publieke sector en overheidsinstanties, waaronder het netwerk en de gemeenschap, steun te verlenen aan grootschalige onderzoeks- en demonstratieprojecten voor technologische vermogens op het gebied van cyberbeveiliging van de volgende generatie;
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  eerbiediging te garanderen van de grondrechten en regels inzake ethisch gedrag in het kader van onderzoeksprojecten op het gebied van cyberbeveiliging die door het kenniscentrum worden ondersteund;
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 – letter b ter (nieuw)
(b ter)  meldingen van door de gemeenschap ontdekte kwetsbaarheden te controleren en de bekendmaking van kwetsbaarheden, de ontwikkeling van patches, fixes en oplossingen en de distributie hiervan te faciliteren;
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 – letter b quater (nieuw)
(b quater)  de onderzoeksresultaten met betrekking tot zelflerende algoritmen voor kwaadwillige cyberactiviteiten te controleren in samenwerking met het Enisa, ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van Richtlijn (EU) 2016/1148;
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 – letter b quinquies (nieuw)
(b quinquies)  onderzoek op het gebied van cybercriminaliteit te ondersteunen;
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 – letter b sexies (nieuw)
(b sexies)  de ontwikkeling te ondersteunen van producten en processen die vrijelijk kunnen worden onderzocht, gedeeld en uitgebouwd, met name op het gebied van geverifieerde en verifieerbare hardware en software, in nauwe samenwerking met de industrie, het netwerk en de gemeenschap;
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 – letter c
(c)  steun te verlenen aan onderzoek en innovatie op het gebied van de standaardisatie van cyberbeveiligingstechnologie;
(c)  steun te verlenen aan onderzoek en innovatie op het gebied van de formele en niet-formele standaardisatie en certificering van cyberbeveiligingstechnologie, rekening houdend met reeds verricht werk en in voorkomend geval in nauwe samenwerking met de Europese normalisatieorganisaties, certificeringsinstanties en het Enisa;
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  bijzondere ondersteuning te bieden aan kmo's door hun toegang tot kennis en opleiding te vergemakkelijken via op maat gesneden toegang tot de resultaten van onderzoek en ontwikkeling, versterkt door het kenniscentrum en het netwerk om het concurrentievermogen te vergroten;
Amendement 184
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 7 – inleidende formule
7.  de samenwerking tussen de civiele en de defensie-industrie verbeteren als het gaat om cyberbeveiligingstechnologieën en -toepassingen voor tweeërlei gebruik, door:
7.  de samenwerking tussen de civiele en de defensie-industrie verbeteren als het gaat om cyberbeveiligingstechnologieën en -toepassingen voor tweeërlei gebruik, door uitvoering van de volgende taken, die reactieve en defensieve cyberdefensietechnologie, -toepassingen en -diensten omvatten:
Amendement 185
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 8 – inleidende formule
8.  de synergieën tussen de civiele en de defensiedimensie van cyberbeveiliging versterken in verband met het Europees Defensiefonds, door:
8.  de synergieën tussen de civiele en de defensiedimensie van cyberbeveiliging versterken in verband met het Europees Defensiefonds, door uitvoering van de volgende taken, die reactieve en defensieve cyberdefensietechnologie, -toepassingen en -diensten omvatten:
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 8 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  de Commissie bij te staan en te adviseren over de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) 2019/XXX [herschikking van Verordening (EG) nr. 428/2009, zoals voorgesteld in COM(2016)616]1 bis.
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – punt 8 bis (nieuw)
8 bis.  bijdragen aan de inspanningen van de Unie om de internationale samenwerking op het gebied van cyberbeveiliging te verbeteren door:
(a)  het faciliteren van de deelname van het kenniscentrum aan internationale conferenties en gouvernementele organisaties, alsmede van bijdragen aan internationale normalisatieorganisaties;
(b)  samen te werken met derde landen en internationale organisaties binnen relevante internationale samenwerkingsverbanden.
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – titel
Investeringen in en gebruik van infrastructuur, capaciteit, producten of oplossingen
Investeringen in en gebruik van infrastructuur, capaciteit, producten of processen
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – inleidende formule
1.  Terwijl het kenniscentrum financiering voor infrastructuur, capaciteit, producten of oplossingen overeenkomstig artikel 4, punten 3 en 4, verstrekt in de vorm van een subsidie of een prijs, kan in het werkplan van het kenniscentrum met name het volgende worden gespecificeerd:
1.  Terwijl het kenniscentrum financiering voor infrastructuur, capaciteit, producten of processen overeenkomstig artikel 4, punten 3 en 4, verstrekt in de vorm van een overheidsopdracht, een subsidie of een prijs, kan in het werkplan van het kenniscentrum met name het volgende worden gespecificeerd:
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – letter a
(a)  regels voor de exploitatie van infrastructuur of capaciteit, waarbij eventueel de exploitatie aan een onderbrengende entiteit kan worden toevertrouwd op basis van door het kenniscentrum te bepalen criteria;
(a)  specifieke regels voor de exploitatie van infrastructuur of capaciteit, waarbij eventueel de exploitatie aan een onderbrengende entiteit kan worden toevertrouwd op basis van door het kenniscentrum te bepalen criteria;
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  specifieke regels voor verschillende uitvoeringsfasen;
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – letter b ter (nieuw)
(b ter)  dat, als gevolg van de bijdrage van de Unie, de toegang zo vrij is als mogelijk en zo beperkt als nodig en hergebruik mogelijk is.
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
2.  Het kenniscentrum kan verantwoordelijk zijn voor de algemene uitvoering van relevante gezamenlijke aanbestedingsacties, waaronder precommerciële aanbestedingen, namens leden van het netwerk, leden van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging, of andere derde partijen die gebruikers van cyberbeveiligingsproducten en -oplossingen vertegenwoordigen. Daartoe kan het kenniscentrum worden bijgestaan door een of meer nationale coördinatiecentra of leden van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging.
2.  Het kenniscentrum kan verantwoordelijk zijn voor de algemene uitvoering van relevante gezamenlijke aanbestedingsacties, waaronder precommerciële aanbestedingen, namens leden van het netwerk. Daartoe kan het kenniscentrum worden bijgestaan door een of meer nationale coördinatiecentra, leden van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging of relevante Europese digitale-innovatiehubs.
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid -1 (nieuw)
-1.  In elke lidstaat wordt één nationaal coördinatiecentrum opgericht.
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 4
4.  Het aangewezen nationale coördinatiecentrum beschikt over het vermogen om het kenniscentrum en het netwerk te ondersteunen bij de uitvoering van hun taken als bedoeld in artikel 3 van deze verordening. Het beschikt over of heeft rechtstreekse toegang tot technologische expertise op het gebied van cyberbeveiliging en kan effectief in dialoog gaan en samenwerken met de industrie, de overheidssector en de onderzoeksgemeenschap.
4.  Het aangewezen nationale coördinatiecentrum beschikt over het vermogen om het kenniscentrum en het netwerk te ondersteunen bij de uitvoering van hun taken als bedoeld in artikel 3 van deze verordening. Het beschikt over of heeft rechtstreekse toegang tot technologische expertise op het gebied van cyberbeveiliging en kan effectief in dialoog gaan en samenwerken met de industrie, de overheidssector, de academische en onderzoeksgemeenschap en burgers. De Commissie stelt richtsnoeren op waarin de beoordelingsprocedure verder wordt gepreciseerd en de toepassing van de criteria wordt uitgelegd.
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 5
5.  De betrekkingen tussen het kenniscentrum en de nationale coördinatiecentra worden onderhouden op basis van een contractuele overeenkomst tussen het kenniscentrum en elk van de nationale coördinatiecentra. De overeenkomst omvat de regels voor de betrekkingen en de verdeling van taken tussen het kenniscentrum en elk nationaal coördinatiecentrum.
5.  De betrekkingen tussen het kenniscentrum en de nationale coördinatiecentra worden onderhouden op basis van een contractuele standaardovereenkomst tussen het kenniscentrum en elk van de nationale coördinatiecentra. De overeenkomst bestaat uit identieke, geharmoniseerde algemene bepalingen met de regels voor de betrekkingen en de verdeling van taken tussen het kenniscentrum en elk nationaal coördinatiecentrum, en bijzondere bepalingen voor elk nationaal coördinatiecentrum afzonderlijk.
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 5 bis (nieuw)
5 bis.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 45 bis gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen door de in lid 5 van dit artikel bedoelde geharmoniseerde algemene bepalingen van de contractuele overeenkomsten vast te stellen, met inbegrip van de vorm ervan.
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter a
(a)  ze ondersteunen het kenniscentrum bij de verwezenlijking van zijn doelstellingen en in het bijzonder bij de coördinatie van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging;
(a)  ze ondersteunen het kenniscentrum bij de verwezenlijking van zijn doelstellingen en in het bijzonder bij de creatie en coördinatie van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging;
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter b
(b)  ze bevorderen op lidstaatniveau de deelname van de industrie en andere actoren aan grensoverschrijdende projecten;
(b)  ze bevorderen, stimuleren en vergemakkelijken op lidstaatniveau de deelname van maatschappelijke organisaties, de industrie (met name start-ups en kmo's), de wetenschappelijke en onderzoeksgemeenschap en andere actoren aan grensoverschrijdende projecten;
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  in samenwerking met andere entiteiten die soortgelijke taken verrichten, fungeren ze als one-stop-shop voor cyberbeveiligingsoplossingen en -processen die worden gefinancierd door andere programma's van de Unie zoals InvestEU of het internemarktprogramma, met name voor kmo's;
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter c
(c)  samen met het kenniscentrum dragen ze bij aan de identificatie en de aanpak van sectorspecifieke industriële uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging;
(c)  samen met het kenniscentrum dragen ze bij aan de identificatie en de aanpak van sectorspecifieke uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging;
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  ze werken nauw samen met de nationale normalisatieorganisaties om het gebruik te bevorderen van de bestaande normen en alle relevante belanghebbenden, met name kmo's, te betrekken bij de vaststelling van nieuwe normen;
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter e
(e)  ze streven naar synergieën met relevante activiteiten op nationaal en regionaal niveau;
(e)  ze streven naar synergieën met relevante activiteiten op nationaal, regionaal en lokaal niveau;
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter f bis (nieuw)
(f bis)  ze bevorderen en verspreiden een gemeenschappelijk minimumprogramma voor het onderwijs over cyberbeveiliging in samenwerking met de relevante organen in de lidstaten;
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter g
(g)  ze bevorderen en verspreiden de relevante resultaten van de werkzaamheden van het netwerk, de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging en het kenniscentrum op nationaal of regionaal niveau;
(g)  ze bevorderen en verspreiden de relevante resultaten van de werkzaamheden van het netwerk, de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging en het kenniscentrum op nationaal, regionaal of lokaal niveau;
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter h
(h)  ze beoordelen verzoeken van een in dezelfde lidstaat als het coördinatiecentrum opgerichte entiteit om deel te gaan uitmaken van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging.
(h)  ze beoordelen verzoeken van entiteiten en personen die in dezelfde lidstaat als het coördinatiecentrum gevestigd of woonachtig zijn om deel te gaan uitmaken van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging.
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 4
4.  De nationale coördinatiecentra werken waar nodig via het netwerk samen om de in lid 1, onder a), b), c), e) en g) bedoelde taken uit te voeren.
4.  De nationale coördinatiecentra werken waar nodig via het netwerk samen en met de relevante Europese digitale-innovatiehubs om de in lid 1 bedoelde taken uit te voeren.
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
1.  De kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging draagt bij aan de in artikel 3 vastgelegde opdracht van het kenniscentrum en versterkt en verspreidt expertise over cyberbeveiliging in de hele Unie.
1.  De kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging draagt bij aan de in artikel 3 vastgelegde opdracht van het kenniscentrum, versterkt, bundelt, deelt en verspreidt expertise over cyberbeveiliging in de hele Unie en verleent technisch advies.
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
2.  De kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging bestaat uit industriële en academische organisaties, onderzoeksorganisaties zonder winstoogmerk, en uit verenigingen, publieke en andere entiteiten die zich bezighouden met operationele en technische aangelegenheden. De kennisgemeenschap brengt de voornaamste partijen bijeen die belang hebben bij de technologische en industriële capaciteit op het gebied van cyberbeveiliging in de Unie. Nationale coördinatiecentra en instellingen en organen van de Unie met relevante deskundigheid worden erbij betrokken.
2.  De kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging bestaat uit maatschappelijke organisaties, industrieën aan de aanbod- en vraagzijde, waaronder kmo's, de academische en onderzoeksgemeenschap, gebruikersverenigingen, individuele deskundigen, de relevante Europese normalisatieorganisaties en andere verenigingen, alsmede publieke en andere entiteiten die zich bezighouden met operationele en technische aangelegenheden op het gebied van cyberbeveiliging. De kennisgemeenschap brengt de voornaamste partijen bijeen die belang hebben bij de technologische, industriële, academische en onderzoeks-, alsmede maatschappelijke capaciteit en mogelijkheden op het gebied van cyberbeveiliging in de Unie. Nationale coördinatiecentra, Europese digitale-innovatiehubs en instellingen en organen van de Unie met relevante deskundigheid zoals bedoeld in artikel 10 van deze verordening worden erbij betrokken.
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 – inleidende formule
3.  Alleen entiteiten die in de Unie gevestigd zijn, kunnen als lid van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging worden geaccrediteerd. Zij tonen aan dat zij over deskundigheid op het gebied van cyberbeveiliging beschikken met betrekking tot ten minste één van de volgende domeinen:
3.  Alleen entiteiten en personen die in de Unie, de Europese Economische Ruimte (EER) of de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) gevestigd of woonachtig zijn, kunnen als lid van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging worden geaccrediteerd. Kandidaten tonen aan dat zij deskundigheid op het gebied van cyberbeveiliging kunnen verstrekken met betrekking tot ten minste één van de volgende domeinen:
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 – letter a
(a)  onderzoek;
(a)  academische expertise of onderzoek;
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  ethiek;
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 – letter c ter (nieuw)
(c ter)  formele en technische normalisatie en specificaties.
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
4.  Het kenniscentrum accrediteert entiteiten die naar nationaal recht zijn opgericht als lid van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging, nadat het nationaal coördinatiecentrum van de lidstaat waar de entiteit is gevestigd, heeft geoordeeld over de vraag of die entiteit voldoet aan de criteria van lid 3. Een accreditatie is niet in de tijd beperkt, maar kan te allen tijde door het kenniscentrum worden ingetrokken als het relevante nationale coördinatiecentrum of het kenniscentrum zelf van oordeel is dat de entiteit niet aan de criteria van lid 3 voldoet of onder de relevante bepalingen van artikel 136 van Verordening XXX [nieuw financieel reglement] valt.
4.  Het kenniscentrum accrediteert entiteiten die naar nationaal recht zijn opgericht, alsook personen als lid van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging, nadat het kenniscentrum, het nationaal coördinatiecentrum van de lidstaat waar de entiteit of persoon gevestigd of woonachtig is, een geharmoniseerde beoordeling heeft uitgevoerd met betrekking tot de vraag of die entiteit voldoet aan de criteria van lid 3. Een accreditatie is niet in de tijd beperkt, maar kan te allen tijde door het kenniscentrum worden ingetrokken als het relevante nationale coördinatiecentrum of het kenniscentrum zelf van oordeel is dat de entiteit of persoon niet aan de criteria van lid 3 voldoet of onder de relevante bepalingen van artikel 136 van Verordening XXX [nieuw financieel reglement] valt. De nationale coördinatiecentra van de lidstaten streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van belanghebbenden in de gemeenschap door actief de deelname te stimuleren van ondervertegenwoordigde categorieën, met name kmo's, en groepen personen.
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 45 bis gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen door de in lid 3 van dit artikel bedoelde criteria aan de hand waarvan kandidaten worden geselecteerd, alsmede de procedures voor de beoordeling en accreditatie van de entiteiten die aan de in lid 4 van dit artikel bedoelde criteria voldoen, te specificeren.
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)
(5 bis)  ondersteunen het kenniscentrum door kwetsbaarheden te melden en openbaar te maken, te helpen kwetsbaarheden te verminderen en advies te verlenen over de manier om ze te beperken, onder meer door middel van certificering in het kader van de regelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) 2019/XXX [de cyberbeveiligingsverordening].
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1
1.  Het kenniscentrum werkt samen met relevante instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie, waaronder het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging, het computercrisisresponsteam (CERT-EU), de Europese Dienst voor extern optreden, het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie, het Uitvoerend Agentschap onderzoek, het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken, het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit bij Europol en het Europees Defensieagentschap.
1.  Met het oog op samenhang en complementariteit werkt het kenniscentrum samen met relevante instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie, waaronder Enisa, het computercrisisresponsteam (CERT-EU), de Europese Dienst voor extern optreden, het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie, het Uitvoerend Agentschap onderzoek, het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken, relevante Europese digitale-innovatiehubs, het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit bij Europol en het Europees Defensieagentschap, met betrekking tot projecten, -diensten, -vaardigheden voor tweeërlei gebruik.
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
2.  Dergelijke samenwerking vindt plaats op basis van werkafspraken. Deze afspraken worden vooraf ter goedkeuring aan de Commissie voorgelegd.
2.  Dergelijke samenwerking vindt plaats op basis van werkafspraken. Deze afspraken worden vastgesteld door de raad van bestuur na vooarafgaande goedkeuring door de Commissie.
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1
1.  De raad van bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat en vijf vertegenwoordigers van de Commissie namens de Unie.
1.  De raad van bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat, één vertegenwoordiger die wordt aangewezen door het Europees Parlement als waarnemer en vier vertegenwoordigers van de Commissie namens de Unie, waarbij wordt gestreefd naar een genderevenwicht tussen de raadsleden en hun plaatsvervangers.
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3
3.  De leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers worden benoemd op grond van hun kennis op het gebied van technologie en op grond van hun relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden. De Commissie en de lidstaten spannen zich ter wille van de continuïteit van het werk van de raad van bestuur in om het verloop onder hun vertegenwoordigers in de raad van bestuur te beperken. De Commissie en de lidstaten streven naar een evenwichtige deelname van mannen en vrouwen in de raad van bestuur.
3.  De leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers worden benoemd op grond van hun kennis op het gebied van cyberbeveiliging en op grond van hun relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden. De Commissie en de lidstaten spannen zich ter wille van de continuïteit van het werk van de raad van bestuur in om het verloop onder hun vertegenwoordigers in de raad van bestuur te beperken. De Commissie en de lidstaten streven naar een evenwichtige deelname van mannen en vrouwen in de raad van bestuur.
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
6.  De Commissie kan indien nodig waarnemers uitnodigen, waaronder vertegenwoordigers van relevante organen, bureaus en agentschappen van de Unie, om deel te nemen aan de vergaderingen van de raad van bestuur.
6.  De raad van bestuur kan indien nodig waarnemers uitnodigen, waaronder vertegenwoordigers van relevante organen, bureaus en agentschappen van de Unie en leden van de gemeenschap, om deel te nemen aan de vergaderingen van de raad van bestuur.
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 7
7.  Enisa is een permanente waarnemer in de raad van bestuur.
7.  Enisa en het industrieel en wetenschappelijk adviescomité zijn permanente waarnemers in de raad van bestuur, als adviseur zonder stemrecht. De raad van bestuur houdt terdege rekening met de door de permanente waarnemers uiteengezette standpunten.
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3 – letter a
(a)  een strategisch meerjarenplan vaststellen dat een overzicht bevat van de belangrijkste prioriteiten en geplande initiatieven van het kenniscentrum, met inbegrip van een raming van de financieringsbehoeften en -bronnen;
(a)  een strategisch meerjarenplan vaststellen dat een overzicht bevat van de belangrijkste prioriteiten en geplande initiatieven van het kenniscentrum, met inbegrip van een raming van de financieringsbehoeften en -bronnen, rekening houdend met het advies van het Enisa;
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3 – letter b
(b)  op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur het werkplan, de jaarrekeningen en balans, alsook het jaarlijks activiteitenverslag van het kenniscentrum vaststellen;
(b)  op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur het werkplan, de jaarrekeningen en balans, alsook het jaarlijks activiteitenverslag van het kenniscentrum vaststellen, rekening houdend met het advies van het Enisa;
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3 – letter e
(e)  de criteria en procedures vaststellen voor de beoordeling en accreditatie van de entiteiten als leden van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging;
(e)  de procedures vaststellen voor de beoordeling en accreditatie van de entiteiten als leden van de gemeenschap;
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3 – letter e bis (nieuw)
(e bis)  de in artikel 10, lid 2, bedoelde werkafspraken vaststellen;
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3 – letter g bis (nieuw)
(g bis)  transparantiebepalingen voor het kenniscentrum vaststellen;
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3 – letter i
(i)  werkgroepen oprichten met leden van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging;
(i)  werkgroepen oprichten met leden van de gemeenschap, rekening houdend met het advies van de permanente waarnemers;
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3 – letter l
(l)  het kenniscentrum in de hele wereld promoten om de aantrekkelijkheid ervan te vergroten en ervoor te zorgen dat het een instelling voor cyberbeveiliging van wereldklasse wordt;
(l)  de samenwerking van het kenniscentrum met mondiale actoren bevorderen;
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3 – letter r
(r)  een fraudebestrijdingsstrategie vaststellen die in verhouding staat tot de frauderisico’s, rekening houdend met een kosten-batenanalyse van de uit te voeren maatregelen;
(r)  een fraudebestrijdings- en corruptiebestrijdingsstrategie vaststellen die in verhouding staat tot de fraude- en corruptierisico's, rekening houdend met een kosten-batenanalyse van de uit te voeren maatregelen, alsmede alomvattende beschermingsmaatregelen vaststellen voor personen die inbreuken op het recht van de Unie melden overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Unie;
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3 – letter s
(s)  de methode voor de berekening van de financiële bijdrage van de lidstaten vaststellen;
(s)  een uitgebreide definitie van financiële bijdragen van de lidstaten vaststellen alsook een methode voor de berekening van het bedrag van de vrijwillige bijdragen van de lidstaten die volgens deze definitie als financiële bijdragen kunnen worden beschouwd, waarbij deze berekening wordt uitgevoerd aan het einde van elk begrotingsjaar;
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1
1.  De raad van bestuur kiest onder zijn stemgerechtigde leden een voorzitter en een vicevoorzitter voor een periode van twee jaar. De raad van bestuur kan ertoe besluiten het mandaat van de voorzitter en de vicevoorzitter eenmaal te verlengen. Indien hun lidmaatschap van de raad van bestuur echter tijdens hun ambtstermijn afloopt, loopt hun ambtstermijn automatisch op diezelfde datum af. De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze is verhinderd zijn of haar taken te verrichten. De voorzitter neemt aan de stemming deel.
1.  De raad van bestuur kiest onder zijn stemgerechtigde leden een voorzitter en een vicevoorzitter voor een periode van twee jaar, waarbij wordt gestreefd naar een genderevenwicht. De raad van bestuur kan ertoe besluiten het mandaat van de voorzitter en de vicevoorzitter eenmaal te verlengen. Indien hun lidmaatschap van de raad van bestuur echter tijdens hun ambtstermijn afloopt, loopt hun ambtstermijn automatisch op diezelfde datum af. De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze is verhinderd zijn of haar taken te verrichten. De voorzitter neemt aan de stemming deel.
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3
3.  De uitvoerend directeur neemt deel aan de beraadslagingen, tenzij de raad van bestuur daar anders over beslist, maar heeft geen stemrecht. De raad van bestuur kan per geval andere personen uitnodigen om de vergaderingen als waarnemers bij te wonen.
3.  De uitvoerend directeur neemt deel aan de beraadslagingen, tenzij de raad van bestuur daar anders over beslist, maar heeft geen stemrecht.
Amendement 137
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 4
4.  Op uitnodiging van de voorzitter kunnen leden van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité zonder stemrecht deelnemen aan de vergaderingen van de raad van bestuur.
Schrappen
Amendement 138
Voorstel voor een verordening
Artikel 15
Artikel 15
Schrappen
Stemprocedure in de raad van bestuur
1.  De Unie heeft een aandeel van 50 % in de stemmen. De stemrechten van de Unie zijn ondeelbaar.
2.  Elke deelnemende lidstaat heeft één stem.
3.  De raad van bestuur neemt besluiten met een meerderheid van ten minste 75 % van alle stemmen, met inbegrip van de stemmen van de afwezige leden, die ten minste 75 % van de totale financiële bijdragen aan het kenniscentrum vertegenwoordigt. De financiële bijdrage wordt berekend op basis van de door de lidstaten voorgestelde geraamde uitgaven, als bedoeld in artikel 17, lid 2, onder c), en gebaseerd op het in artikel 22, lid 5, bedoelde verslag over de hoogte van de bijdragen van de deelnemende lidstaten.
4.  Alleen de vertegenwoordigers van de Commissie en de vertegenwoordigers van de deelnemende lidstaten hebben stemrecht.
5.  De voorzitter neemt aan de stemming deel.
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 bis (nieuw)
Artikel 15 bis
Stemprocedure in de raad van bestuur
1.  Besluiten waarover gestemd wordt, kunnen betrekking hebben op:
(a)  bestuur en organisatie van het kenniscentrum en het netwerk;
(b)  toewijzing van middelen aan het kenniscentrum en het netwerk;
(c)  gezamenlijke acties van diverse lidstaten, eventueel aangevuld met middelen van de Unie als gevolg van een toewijzingsbesluit overeenkomstig punt b).
2.  De raad van bestuur neemt zijn besluiten op basis van ten minste 75 % van de stemmen van alle leden. De stemrechten van de Unie worden vertegenwoordigd door de Commissie en zijn ondeelbaar.
3.  Voor besluiten overeenkomstig lid 1, onder a), worden alle lidstaten vertegenwoordigd en hebben zij gelijke stemrechten. Voor de resterende stemmen tot 100 % moet de Unie ten minste 50 % van de stemrechten hebben in overeenstemming met haar financiële bijdrage.
4.  Voor besluiten die vallen onder lid 1, onder b) of c), of elk ander besluit dat niet valt onder een andere categorie van lid 1, heeft de Unie ten minste 50 % van de stemrechten in overeenstemming met haar financiële bijdrage. Alleen de bijdragende lidstaten hebben stemrechten en deze stemmen overeen met de financiële bijdrage van elke lidstaat.
5.  Als de voorzitter gekozen is uit de vertegenwoordigers van de lidstaten, neemt de voorzitter aan de stemming deel als vertegenwoordiger van zijn lidstaat.
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 3
3.  De uitvoerend directeur wordt na een open en transparante selectieprocedure door de raad van bestuur aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten.
3.  De uitvoerend directeur wordt na een open, transparante en niet-discriminerende selectieprocedure door de raad van bestuur aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten, met voordrachten die gericht zijn op een genderevenwicht van de lidstaten.
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 5
5.  De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vier jaar. Aan het eind van deze termijn voert de Commissie een beoordeling uit waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de prestaties van de uitvoerend directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van het kenniscentrum.
5.  De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het eind van deze termijn voert de Commissie een beoordeling uit waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de prestaties van de uitvoerend directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van het kenniscentrum.
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 6
6.  Op voorstel van de Commissie, die rekening houdt met de in lid 5 bedoelde beoordeling, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen met ten hoogste vier jaar.
6.  Op voorstel van de Commissie, die rekening houdt met de in lid 5 bedoelde beoordeling, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen met ten hoogste vijf jaar.
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 8
8.  De uitvoerend directeur wordt uitsluitend uit zijn of haar functie ontheven bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.
8.  De uitvoerend directeur wordt uitsluitend uit zijn of haar functie ontheven bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van de raadsleden of van de Commissie.
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2 – letter c
(c)  na overleg met de raad van bestuur en de Commissie, het ontwerp van strategisch meerjarenplan en het ontwerp van jaarlijks werkplan van het kenniscentrum opstellen en ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur, en in dat werkplan een omschrijving geven van het toepassingsgebied van de oproepen tot het indienen van voorstellen, de oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling en de aanbestedingen die nodig zijn voor de uitvoering van het werkplan en de bijbehorende uitgavenramingen, zoals voorgesteld door de lidstaten en de Commissie;
(c)  na overleg met de raad van bestuur, het industrieel en wetenschappelijk adviescomité, het Enisa en de Commissie, het ontwerp van strategisch meerjarenplan en het ontwerp van jaarlijks werkplan van het kenniscentrum opstellen en ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur, en in dat werkplan een omschrijving geven van het toepassingsgebied van de oproepen tot het indienen van voorstellen, de oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling en de aanbestedingen die nodig zijn voor de uitvoering van het werkplan en de bijbehorende uitgavenramingen, zoals voorgesteld door de lidstaten en de Commissie;
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2 – letter h
(h)  een actieplan opstellen voor de follow-up van de conclusies van de beoordelingen achteraf, en om de twee jaar aan de Commissie verslag uitbrengen over de geboekte vooruitgang;
(h)  een actieplan opstellen voor de follow-up van de conclusies van de beoordelingen achteraf, en om de twee jaar aan de Commissie en het Europees Parlement verslag uitbrengen over de geboekte vooruitgang;
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2 – letter l
(l)  de lijst met acties goedkeuren die voor financiering zijn geselecteerd op basis van de door een panel van onafhankelijke deskundigen opgestelde ranglijst;
(l)  na overleg met het industrieel en wetenschappelijk adviescomité en het Enisa, de lijst met acties goedkeuren die voor financiering zijn geselecteerd op basis van de door een panel van onafhankelijke deskundigen opgestelde ranglijst;
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2 – letter s
(s)  een actieplan opstellen voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen, alsook van onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en verslag uitbrengen over de geboekte vooruitgang, tweemaal per jaar aan de Commissie en op regelmatige tijdstippen aan de raad van bestuur;
(s)  een actieplan opstellen voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen, alsook van onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en verslag uitbrengen over de geboekte vooruitgang, tweemaal per jaar aan de Commissie en het Europees Parlement, en op regelmatige tijdstippen aan de raad van bestuur;
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2 – letter v
(v)  zorgen voor doeltreffende communicatie met de instellingen van de Unie;
(v)  zorgen voor doeltreffende communicatie met de instellingen van de Unie en op verzoek verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad;
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1
1.  Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité bestaat uit maximaal 16 leden. De raad van bestuur kiest de leden uit de vertegenwoordigers van de entiteiten van de kennisgemeenschap voor cyberbeveiliging.
1.  Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité bestaat uit maximaal 25 leden. De raad van bestuur kiest de leden uit de vertegenwoordigers van de entiteiten van de gemeenschap of zijn eigen leden. Alleen vertegenwoordigers van entiteiten die niet onder de zeggenschap vallen van een derde land of een entiteit uit een derde land, met uitzondering van EER-landen en EVA-landen, komen in aanmerking. De aanstelling geschiedt volgens een open, transparante en niet-discriminerende procedure. Bij de samenstelling van de raad van bestuur wordt gestreefd naar het realiseren van een genderevenwicht en voorzien in een evenwichtige vertegenwoordiging van de groepen belanghebbenden uit het bedrijfsleven, de academische gemeenschap en het maatschappelijk middenveld.
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2
2.  De leden van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité beschikken over deskundigheid met betrekking tot onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging, industriële ontwikkeling, professionele diensten of de aanwending daarvan. De vereisten met betrekking tot dergelijke deskundigheid worden nader gespecificeerd door de raad van bestuur.
2.  De leden van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité beschikken over deskundigheid met betrekking tot onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging, industriële ontwikkeling of het aanbieden, uitvoeren of aanwenden van professionele diensten of producten. De vereisten met betrekking tot dergelijke deskundigheid worden nader gespecificeerd door de raad van bestuur.
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 5
5.  Vertegenwoordigers van de Commissie en van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging kunnen deelnemen en ondersteuning verlenen aan de werkzaamheden van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité.
5.  Vertegenwoordigers van de Commissie en van Enisa worden uitgenodigd om deel te nemen en ondersteuning te verlenen aan de werkzaamheden van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité. Het comité kan indien nodig per geval extra vertegenwoordigers uit de gemeenschap uitnodigen als waarnemer, adviseur of deskundige.
Amendement 152
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 1
1.  Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.
1.  Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité komt ten minste driemaal per jaar bijeen.
Amendement 153
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2
2.  Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité kan de raad van bestuur adviseren over de oprichting van werkgroepen voor specifieke kwesties die van belang zijn voor de werkzaamheden van het kenniscentrum, waarbij een of meer leden van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité eventueel instaan voor de algemene coördinatie.
2.  Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité doet de raad van bestuur suggesties over de oprichting van werkgroepen voor specifieke kwesties die van belang zijn voor de werkzaamheden van het kenniscentrum, wanneer deze kwesties vallen onder de in artikel 20 genoemde taken en bevoegdheden, waarbij een of meer leden van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité eventueel instaan voor de algemene coördinatie.
Amendement 154
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – alinea 1 – inleidende formule
Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité geeft het kenniscentrum advies met betrekking tot de uitoefening van de activiteiten van het kenniscentrum en heeft ook de volgende taken:
Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité geeft het kenniscentrum regelmatig advies met betrekking tot de uitoefening van de activiteiten van het kenniscentrum en heeft ook de volgende taken:
Amendement 155
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – alinea 1 – punt 1
(1)  het biedt de uitvoerend directeur en de raad van bestuur strategisch advies en input voor het opstellen van het werkplan en het strategisch meerjarenplan binnen de door de raad van bestuur vastgestelde termijnen;
(1)  het biedt de uitvoerend directeur en de raad van bestuur strategisch advies en input voor de aanwending door en de oriëntatie en werkzaamheden van het kenniscentrum met betrekking tot industrie en wetenschap, en voor het opstellen van het werkplan en het strategisch meerjarenplan binnen de door de raad van bestuur vastgestelde termijnen;
Amendement 156
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)
(1 bis)  het adviseert de raad van bestuur over het instellen van werkgroepen over specifieke kwesties die van belang zijn voor de activiteiten van het kenniscentrum;
Amendement 157
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – alinea 1 – punt 3
(3)  het bevordert het werkplan en het strategische meerjarenplan van het kenniscentrum en verzamelt er feedback over.
(3)  het bevordert het werkplan en het strategische meerjarenplan van het kenniscentrum en verzamelt er feedback over en het adviseert de raad van bestuur over de manier om de strategische oriëntatie en de werkzaamheden van het kenniscentrum te verbeteren.
Amendement 158
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – lid 1 – letter a
(a)  1 981 668 000 EUR uit het programma Digitaal Europa, waaronder tot 23 746 000 EUR voor administratieve kosten;
(a)  1 780 954 875 EUR in prijzen van 2018 (1 998 696 000 EUR in lopende prijzen) uit het programma Digitaal Europa, waaronder tot 21 385 465 EUR in prijzen van 2018 (23 746 000 EUR in lopende prijzen) voor administratieve kosten;
Amendement 159
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – lid 1 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  een bedrag uit het Europees Defensiefonds voor defensiegerelateerde acties van het kenniscentrum, waaronder alle hiermee verband houdende administratieve kosten zoals kosten die het kenniscentrum kan maken wanneer het optreedt als projectmanager voor in het kader van het Europees Defensiefonds uitgevoerde acties.
Amendement 160
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – lid 2
2.  De maximale bijdrage van de Unie wordt betaald uit de kredieten van de algemene begroting van de Unie die zijn toegewezen aan het [programma Digitaal Europa] en aan het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa, vastgesteld bij Besluit XXX.
2.  De maximale bijdrage van de Unie wordt betaald uit de kredieten van de algemene begroting van de Unie die zijn toegewezen aan het [programma Digitaal Europa], aan het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa, vastgesteld bij Besluit XXX., aan het Europees Defensiefonds en aan andere programma's en projecten die op het activiteitengebied van het kenniscentrum en het netwerk vallen.
Amendement 161
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – lid 4
4.  De financiële bijdrage van de Unie dekt de in artikel 4, lid 8, onder b), bedoelde taken niet.
4.  De financiële bijdrage van de Unie uit de programma's Digitaal Europa en Horizon Europa dekt de in artikel 4, lid 8, onder b), bedoelde taken niet. Deze kunnen worden gedekt door financiële bijdragen uit het Europees Defensiefonds.
Amendement 162
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 4
4.  De Commissie kan de financiële bijdrage van de Unie aan het kenniscentrum beëindigen, evenredig verlagen of schorsen, indien de deelnemende lidstaten de in lid 1 bedoelde bijdragen niet, slechts gedeeltelijk of te laat verstrekken.
4.  De Commissie kan de financiële bijdrage van de Unie aan het kenniscentrum beëindigen, evenredig verlagen of schorsen, indien de deelnemende lidstaten de in lid 1 bedoelde bijdragen niet of slechts gedeeltelijk verstrekken. De beëindiging, verlaging of schorsing door de Commissie van de financiële bijdrage van de Unie is evenredig qua bedrag en duur met de verlaging, beëindiging of schorsing van de bijdragen van de lidstaten.
Amendement 163
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 4 – letter a
(a)  de financiële bijdragen van de deelnemende lidstaten aan de administratieve kosten;
(a)  de financiële bijdragen van de Unie en de deelnemende lidstaten aan de administratieve kosten;
Amendement 164
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 4 – letter b
(b)  de financiële bijdragen van de deelnemende lidstaten aan de operationele kosten;
(b)  de financiële bijdragen van de Unie en de deelnemende lidstaten aan de operationele kosten;
Amendement 165
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 8 bis (nieuw)
8 bis.  Het kenniscentrum werkt nauw samen met andere instellingen, agentschappen en organen van de Unie om synergieën te realiseren en indien nodig de administratieve kosten te beperken.
Amendement 166
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1
1.  Het kenniscentrum neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie via de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende bestuurlijke sancties.
1.  Het kenniscentrum neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie via de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van regelmatige en doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende bestuurlijke sancties.
Amendement 167
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 7
7.  Het personeel van het kenniscentrum bestaat uit tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten.
7.  Het kenniscentrum streeft naar een genderevenwicht in zijn personeelsbestand. Het personeel bestaat uit tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten.
Amendement 168
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
(c bis)   de artikelen 22 [Eigendom van resultaten], 23 [Eigendom van resultaten] en 30 [Toepassing van de voorschriften inzake gerubriceerde informatie] van Verordening (EU) nr. 2019/XXX [Europees Defensiefonds] zijn van toepassing op deelname aan alle defensiegerelateerde acties door het kenniscentrum, indien het werkplan hierin voorziet, en de verlening van niet-exclusieve licenties kan worden beperkt tot derde partijen die zijn gevestigd of geacht worden te zijn gevestigd in de lidstaten en waarover door lidstaten en/of onderdanen van lidstaten zeggenschap wordt uitgeoefend.
Amendement 169
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 1
1.  Het kenniscentrum verricht zijn werkzaamheden met een hoge mate van transparantie.
1.  Het kenniscentrum verricht zijn werkzaamheden met de hoogste mate van transparantie.
Amendement 170
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 2
2.  Het kenniscentrum ziet erop toe dat geïnteresseerden en alle belanghebbenden van passende, objectieve, betrouwbare en gemakkelijk toegankelijke informatie worden voorzien, in het bijzonder met betrekking tot de resultaten van zijn werkzaamheden. Tevens maakt het de overeenkomstig artikel 41 afgelegde belangenverklaringen openbaar.
2.  Het kenniscentrum ziet erop toe dat geïnteresseerden en alle belanghebbenden tijdig van uitgebreide, passende, objectieve, betrouwbare en gemakkelijk toegankelijke informatie worden voorzien, in het bijzonder met betrekking tot de resultaten van de werkzaamheden van het kenniscentrum, het netwerk, het industrieel en wetenschappelijk adviescomité en de gemeenschap. Tevens maakt het de overeenkomstig artikel 42 afgelegde belangenverklaringen openbaar.
Amendement 171
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 3
3.  De in lid 2 bedoelde evaluatie omvat een beoordeling van de door het kenniscentrum behaalde resultaten met betrekking tot zijn doelstellingen, mandaat en taken. Indien de Commissie van oordeel is dat de voortzetting van het kenniscentrum gezien de daaraan toegewezen doelstellingen, taken en mandaat gerechtvaardigd is, kan zij voorstellen de in artikel 46 genoemde looptijd van het mandaat van het kenniscentrum te verlengen.
3.  De in lid 2 bedoelde evaluatie omvat een beoordeling van de door het kenniscentrum behaalde resultaten met betrekking tot zijn doelstellingen, mandaat en taken, alsmede zijn effectiviteit en efficiëntie. Indien de Commissie van oordeel is dat de voortzetting van het kenniscentrum gezien de daaraan toegewezen doelstellingen, taken en mandaat gerechtvaardigd is, kan zij voorstellen de in artikel 46 genoemde looptijd van het mandaat van het kenniscentrum te verlengen.
Amendement 172
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 bis (nieuw)
Artikel 38 bis
Rechtspersoonlijkheid van het kenniscentrum
1.  Het kenniscentrum heeft rechtspersoonlijkheid.
2.  In elke lidstaat bezit het kenniscentrum de ruimste handelingsbevoegdheid die door de wetgeving van de betrokken lidstaat aan rechtspersonen wordt verleend. Het kan met name roerende en onroerende goederen verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.
Amendement 173
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – alinea 1
De raad van bestuur van het kenniscentrum kan regels vaststellen om belangenconflicten met betrekking tot zijn leden, zijn organen en zijn personeel te voorkomen en te beheersen. Deze regels omvatten de bepalingen ter voorkoming van belangenconflicten met betrekking tot de vertegenwoordigers van de leden die zitting hebben in de raad van bestuur, alsook in het industrieel en wetenschappelijk adviescomité, overeenkomstig Verordening XXX [nieuw Financieel Reglement].
De raad van bestuur van het kenniscentrum kan regels vaststellen om belangenconflicten met betrekking tot zijn leden, organen en personeel, inclusief de uitvoerend directeur, de raad van bestuur, alsook het industrieel en wetenschappelijk adviescomité en de kennisgemeenschap te voorkomen, vast te stellen en op te lossen.
Amendement 174
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – alinea 1 bis (nieuw)
De lidstaten zorgen ervoor dat belangenconflicten met betrekking tot de nationale coördinatiecentra worden voorkomen, vastgesteld en opgelost.
Amendement 175
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 1 ter (nieuw)
De in lid 1 bedoelde regels moeten voldoen aan Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.
Amendement 176
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – titel
Ondersteuning door de onderbrengende lidstaat
Zetel en ondersteuning door de onderbrengende lidstaat
Amendement 177
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – alinea -1 (nieuw)
De zetel van het kenniscentrum wordt bepaald aan de hand van een procedure waarbij democratische verantwoording wordt afgelegd, waarbij gebruikgemaakt wordt van transparante criteria en die in overeenstemming is met het recht van de Unie.
Amendement 178
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – alinea –1 bis (nieuw)
De onderbrengende lidstaat verschaft de best mogelijke voorwaarden om een behoorlijke werking van het kenniscentrum te waarborgen, met inbegrip van één locatie en andere voorwaarden, bijvoorbeeld de bereikbaarheid van de passende onderwijsvoorzieningen voor de kinderen van personeelsleden en passende toegang tot de arbeidsmarkt, sociale zekerheid en medische zorg zowel voor de kinderen als voor de partners.
Amendement 179
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – alinea 1
Tussen het kenniscentrum en de lidstaat [België] waar zijn zetel zich bevindt, kan een administratieve overeenkomst worden gesloten betreffende voorrechten, immuniteiten en andere ondersteuning die door die lidstaat aan het kenniscentrum worden verleend.
Tussen het kenniscentrum en de onderbrengende lidstaat waar zijn zetel zich bevindt, wordt een administratieve overeenkomst gesloten betreffende voorrechten, immuniteiten en andere ondersteuning die door die lidstaat aan het kenniscentrum worden verleend.
Amendement 180
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 bis (nieuw)
Artikel 45 bis
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2.  De in de artikel 6, lid 5 bis en artikel 8, lid 4 ter, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze verordening].
3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 5 bis, en artikel 8, lid 4 ter, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een intrekkingsbesluit beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.  Voordat de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, raadpleegt zij de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven .
5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, geeft zij daarvan gelijktijdig kennis aan het Europees Parlement en de Raad.
6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 5 bis en artikel 8, lid 4 ter, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Deze termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0084/2019).

Laatst bijgewerkt op: 19 maart 2019Juridische mededeling