Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2520(RPS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0138/2019

Ingediende teksten :

B8-0138/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/03/2019 - 19.7
CRE 13/03/2019 - 19.7

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0195

Aangenomen teksten
PDF 151kWORD 54k
Woensdag 13 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Bezwaar tegen een uitvoeringshandeling: Maximumresidugehalten voor verschillende stoffen, waaronder clothianidin
P8_TA-PROV(2019)0195B8-0138/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het ontwerp van verordening van de Commissie tot wijziging van de bijlagen II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van clothianidin, cycloxydim, epoxiconazool, flonicamid, haloxyfop, mandestrobin, mepiquat, Metschnikowia fructicola stam NRRL Y-27328 en prohexadione in of op bepaalde producten (D059754/02 – 2019/2520(RPS))

Het Europees Parlement,

–  gezien Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden(1),

–  gezien het ontwerp van verordening van de Commissie tot wijziging van de bijlagen II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van clothianidin, cycloxydim, epoxiconazool, flonicamid, haloxyfop, mandestrobin, mepiquat, Metschnikowia fructicola stam NRRL Y-27328 en prohexadione in of op bepaalde producten (D059754/02),

–  gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, en met name artikel 5, lid 1, en artikel 14, lid 1, onder a)(2),

–  gezien het op 4 december 2014 gepubliceerde met redenen omkleed advies van 25 november 2014 van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) inzake herziening van de bestaande maximumresidugehalten (MRL's) voor clothianidin en thiamethoxam(3), overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 396/2005,

–  gezien het op 20 september 2018 gepubliceerde met redenen omkleed advies van 30 augustus 2018 van de EFSA inzake het bestaande maximumresidugehalte voor clothianidin in aardappelen(4),

–  gezien het advies dat het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders op 27 november 2018 heeft uitgebracht,

–  gezien artikel 5 bis, lid 3, onder b) en artikel 5 bis, lid 5, van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(5),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3, en lid 4, onder c), van zijn Reglement,

A.  overwegende dat clothianidin een neonicotinoïden-insecticide en een belangrijke metaboliet van een andere neonicotinoïde, thiamethoxam, is dat gericht is op een reeks insecten, waaronder bestuivers;

B.  overwegende dat de EFSA op 21 september 2017 een advies heeft uitgebracht inzake de toxiciteit van neonicotinoïden;

C.  overwegende dat de EFSA op 28 februari 2018 geactualiseerde risicobeoordelingen heeft gepubliceerd voor drie neonicotinoïden – clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam –, waarbij zij bevestigde dat de meeste vormen van gebruik van neonicotinoïden-pesticiden een risico vormen voor wilde bijen en honingbijen(6);

D.  overwegende dat clothianidin een van de drie neonicotinoïden is die in de hele Unie verboden zijn;

E.  overwegende dat uit diverse studies blijkt dat clothianidin de stofwisseling in de lever en nieren beïnvloedt, en immunotoxische effecten heeft op zoogdieren(7);

F.  overwegende dat in artikel 191, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is bepaald dat het voorzorgsbeginsel een van de grondbeginselen van de Unie is;

G.  overwegende dat in artikel 168, lid 1, VWEU is bepaald dat "bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Unie [...] een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid [wordt] verzekerd";

H.  overwegende dat Richtlijn 2009/128/EG tot doel heeft een duurzaam gebruik van pesticiden in de Unie tot stand te brengen door de risico's en de effecten van het gebruik van pesticiden voor de menselijke en dierlijke gezondheid en het milieu te verminderen en door het gebruik van geïntegreerde plaagbestrijding en alternatieve benaderingswijzen of technieken, zoals niet-chemische alternatieven voor pesticiden, te bevorderen;

I.  overwegende dat in het ontwerp van verordening van de Commissie, op basis van ingediende aanvragen voor invoertoleranties voor clothianidin dat in de Verenigde Staten op aardappelen wordt gebruikt, wordt gesteld dat hogere MRL's noodzakelijk zijn om handelsbelemmeringen voor de invoer van die gewassen te vermijden;

J.  overwegende dat het voorstel van de Commissie om de MRL's voor clothianidin te verhogen vragen oproept met het oog op het voorzorgsbeginsel, gezien het gebrek aan gegevens en het feit dat er nog altijd onduidelijkheid bestaat over de effecten van clothianidin op de volksgezondheid, jonge zoogdieren en het milieu;

K.  overwegende dat de EFSA naar aanleiding van het verzoek om de MRL's te verhogen stelt dat de lidstaten overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2018/784 van de Commissie(8) de bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin als werkzame stof bevatten, uiterlijk op 19 september 2018 moeten wijzigen of intrekken; overwegende dat deze beperkingen met betrekking tot de voorwaarden voor de goedkeuring van clothianidin niet relevant zijn, aangezien de MRL-aanvraag betrekking heeft op een geïmporteerd gewas;

L.  overwegende dat de EFSA in haar advies van 30 augustus 2018 heeft vastgesteld dat Bayer CropScience AG bij de bevoegde nationale instantie van Duitsland (de evaluerende lidstaat) en in overeenstemming met artikel 6 van Verordening (EG) nr. 396/2005 een aanvraag heeft ingediend voor de vaststelling van een invoertolerantie voor de werkzame stof clothianidin in geïmporteerde aardappelen uit Canada, dat de evaluerende lidstaat overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 396/2005 een beoordelingsverslag heeft opgesteld, dat is ingediend bij de Europese Commissie en op 26 april 2018 is toegezonden aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), en dat de evaluerende lidstaat heeft voorgesteld voor geïmporteerde aardappelen uit Canada een invoertolerantie van 0,3 mg/kg vast te stellen;

M.  overwegende dat de verhoging van het MRL voor clothianidin in de conclusies van de EFSA in haar advies van 30 augustus 2018 enkel gerechtvaardigd wordt op basis van de noodzaak om te voldoen aan de waarden die door Canada zijn voorgeschreven, en dat een analyse van het cumulatieve effect van neonicotinoïden en hun gebruik op het milieu hierbij volledig over het hoofd wordt gezien;

N.  overwegende dat de conclusies van de EFSA geformuleerd zijn op basis van theoretische overwegingen, met name als het gaat om de raming van de maximale dagelijkse inname in verband met de kortetermijnrisico's; overwegende dat de theoretische aard van een aantal aspecten van de analyse van de EFSA twijfel doet rijzen over de vraag in hoeverre zij zich kan baseren op empirische feiten en, bijgevolg, in hoeverre haar resultaten de werkelijkheid weergeven;

O.  overwegende dat de EFSA heeft geconcludeerd dat het "onwaarschijnlijk" is dat een verhoging van de MRL's voor clothianidin de gezondheid van de consument in gevaar brengt; overwegende dat deze conclusie echter nog enige waarschijnlijkheid impliceert en dus twijfel laat bestaan over de daadwerkelijke veiligheid van de nieuwe maximumresidugehalten;

1.  maakt bezwaar tegen de aanneming van het ontwerp van verordening van de Commissie;

2.  is van mening dat dit ontwerp van verordening van de Commissie de in Verordening (EG) nr. 396/2005 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;

3.  is van mening dat het ontwerp van verordening van de Commissie niet verenigbaar is met het doel en de inhoud van Verordening (EG) nr. 396/2005;

4.  merkt op dat het bestaande MRL voor clothianidin van 0,03 mg/kg met het ontwerp van verordening verhoogd zou worden naar 0,3 mg/kg;

5.  is van mening dat het huidige maximumresidugehalte voor clothianidin van 0,03 mg/kg behouden moet blijven;

6.  is van mening dat het besluit om clothianidin te registeren niet te verantwoorden valt omdat er onvoldoende bewijs is dat dieren, de voedselveiligheid en bestuivers geen onaanvaardbare risico's lopen;

7.  merkt op dat zelfs al zou bij de procedure de bestaande Richtlijn 2009/128/EG inzake pesticiden in acht zijn genomen, het feit blijft dat het Duitse bedrijf dat de aanvraag heeft ingediend de Duitse bevoegde nationale autoriteit heeft gekozen als evaluerende lidstaat, hetgeen herinnert aan de vraagtekens die reeds door diverse belanghebbenden zijn geplaats bij het beoordelingsproces voor pesticiden, zoals gesteld in de overwegingen AJ en AK van de resolutie van het Parlement van 16 januari 2019 over de toelatingsprocedure van de Unie voor pesticiden(9);

8.  herinnert eraan dat het gebruik van clothianidin als pesticide wereldwijde gevolgen heeft voor bestuivers(10);

9.  is van oordeel dat de EFSA in haar advies geen rekening heeft gehouden met het cumulatieve risico voor de menselijke gezondheid en bijen; is van mening dat bij de beoordeling van MRL's rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor bestuivers en het milieu; verzoekt de lidstaten en de EFSA om bij de beoordeling van aanvragen betreffende maximumresidugehalten meer waakzaamheid aan de dag te leggen wat de volksgezondheid en de gezondheid van bestuivers betreft;

10.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van verordening in te trekken;

11.  verzoekt de Commissie op basis van het VWEU een nieuw wetgevingsvoorstel in te dienen waarin het voorzorgsbeginsel in acht wordt genomen;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 71.
(2) PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.
(3) DOI: 10.2903/j.efsa.2014.3918, EFSA Journal 2014;12(12):3918.
(4) DOI: 10.2903/j.efsa.2018.5413, EFSA Journal 2018;16(9):5413.
(5) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
(6) DOI: 10.2903/sp.efsa.2018.EN-1378.
(7) Bal R. et al., "Effects of clothianidin exposure on sperm quality, testicular apoptosis and fatty acid composition in developing male rats", Cell Biol Toxicol, Vol. 28, nr. 3, 2012, blz. 187-200; Tokumoto J. et al., "Effects of exposure to clothianidin on the reproductive system of male quails", J. Vet. Med. Sci., Vol. 75, nr. 6, 2013, blz. 755–760; Wang Y. et al., "Metabolism distribution and effect of thiamethoxam after oral exposure in Mongolian racerunner (Eremias argus)", J. Agric. Food Chem., Vol. 66, nr. 28, 2018, blz. 7376−7383; Wang X. et al., "Mechanism of neonicotinoid toxicity: Impact on oxidative stress and metabolism", Annu. Rev. Pharmacol. Toxicol., Vol. 58, nr. 1, 2018, blz. 471-507.
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/784 van de Commissie van 29 mei 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof clothianidin (PB L 132 van 30.5.2018, blz. 35).
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0023.
(10) El Hassani, A. K., Dacher, M., Gary, V., Lambin, M., Gauthier, M. en Armengaud, C., "Effets sublétaux de l'Acétamipride et du Thiamethoxam sur le comportement de l'abeille (Apis mellifera)", 23 mei 2014, https://www.researchgate.net/publication/255636607_Effets_subletaux_de_l%27Acetamipride_et_du_Thiamethoxam_sur_le_comportement_de_l%27abeille_Apis_mellifera

Laatst bijgewerkt op: 15 maart 2019Juridische mededeling