Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0089(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0447/2018

Ingediende teksten :

A8-0447/2018

Debatten :

PV 25/03/2019 - 17
CRE 25/03/2019 - 17

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 7.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0222

Aangenomen teksten
PDF 261kWORD 82k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten ***I
P8_TA-PROV(2019)0222A8-0447/2018

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (COM(2018)0184 – C8-0149/2018 – 2018/0089(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0184),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0149/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn ingediend door de Oostenrijkse Bondsraad en de Zweedse Rijksdag, en waarin het ontwerp van wetgevingshandeling in strijd met het subsidiariteitsbeginsel wordt geacht,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s(2)

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie vervoer en toerisme (A8-0447/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  Deze richtlijn heeft ten doel het voor bevoegde instanties die de collectieve belangen van consumenten vertegenwoordigen, mogelijk te maken verhaal te halen door het instellen van representatieve vorderingen in geval van inbreuken op bepalingen van het Unierecht. De bevoegde instanties moeten om de beëindiging of het verbod van een inbreuk of om de bevestiging dat een inbreuk heeft plaatsgevonden, kunnen verzoeken, en verhaal kunnen halen, onder meer in de vorm van schadeloosstelling, reparatie of prijsvermindering, al naar gelang de mogelijkheden die de nationale wetgeving biedt.
(1)  Deze richtlijn heeft ten doel het voor bevoegde vertegenwoordigende instanties die de collectieve belangen van consumenten vertegenwoordigen, mogelijk te maken verhaal te halen door het instellen van representatieve vorderingen in geval van inbreuken op bepalingen van het Unierecht. De bevoegde vertegenwoordigende instanties moeten om de beëindiging of het verbod van een inbreuk of om de bevestiging dat een inbreuk heeft plaatsgevonden, kunnen verzoeken, en verhaal kunnen halen, onder meer in de vorm van schadeloosstelling, terugbetaling van het betaalde bedrag, reparatie, vervanging, terugname of beëindiging van de overeenkomst, al naar gelang de mogelijkheden die de nationale wetgeving biedt.
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad29 maakte het voor bevoegde instanties mogelijk om representatieve vorderingen in te stellen die hoofdzakelijk strekten tot de beëindiging en het verbod van inbreuken op het Unierecht die de collectieve belangen van consumenten schaden. Die richtlijn bood echter onvoldoende oplossingen voor problemen in verband met de handhaving van consumentenrecht. Om onrechtmatige praktijken beter tegen te gaan en ervoor te zorgen dat consumenten minder schade lijden, moet het mechanisme voor de bescherming van collectieve belangen van consumenten worden verbeterd. Gelet op het grote aantal wijzigingen is het omwille van de duidelijkheid passend om Richtlijn 2009/22/EG te vervangen.
(2)  Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad maakte het voor bevoegde vertegenwoordigende instanties mogelijk om representatieve vorderingen in te stellen die hoofdzakelijk strekten tot de beëindiging en het verbod van inbreuken op het Unierecht die de collectieve belangen van consumenten schaden. Die richtlijn bood echter onvoldoende oplossingen voor problemen in verband met de handhaving van consumentenrecht. Om onrechtmatige praktijken beter tegen te gaan, goed en verantwoord ondernemen te bevorderen en ervoor te zorgen dat consumenten minder schade lijden, moet het mechanisme voor de bescherming van collectieve belangen van consumenten worden verbeterd. Gelet op het grote aantal wijzigingen is het omwille van de duidelijkheid passend om Richtlijn 2009/22/EG te vervangen. Er is een grote behoefte aan optreden door de Unie overeenkomstig artikel 114 VWEU, teneinde de toegang tot de rechter en een goede rechtsbedeling te waarborgen, omdat daarmee de kosten en lasten in verband met individuele vorderingen zullen afnemen.
__________________
__________________
29 PB L 110 van 1.5.2009.
29 PB L 110 van 1.5.2009.
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)  Een representatieve vordering moet een effectieve en efficiënte manier bieden om de collectieve belangen van consumenten te beschermen. Zij moet het mogelijk maken dat bevoegde instanties optreden om ervoor te zorgen dat de relevante bepalingen van het Unierecht worden nageleefd en hindernissen overwinnen waarmee consumenten in geval van individuele vorderingen te maken hebben, zoals de onzekerheid over hun rechten en de beschikbare procedurele mechanismen, psychologische barrières om actie te ondernemen en het negatieve evenwicht tussen de verwachte kosten en baten van de individuele vordering.
(3)  Een representatieve vordering moet een effectieve en efficiënte manier bieden om de collectieve belangen van alle consumenten te beschermen tegen zowel binnenlandse als grensoverschrijdende inbreuken. Zij moet het mogelijk maken dat bevoegde vertegenwoordigende instanties optreden om ervoor te zorgen dat de relevante bepalingen van het Unierecht worden nageleefd en hindernissen worden overwonnen waarmee consumenten in geval van individuele vorderingen te maken hebben, zoals de onzekerheid over hun rechten en de beschikbare procedurele mechanismen, eerdere ervaringen met niet-succesvolle vorderingen, buitengewoon lange procedures, psychologische barrières om actie te ondernemen en het negatieve evenwicht tussen de verwachte kosten en baten van de individuele vordering, en daarmee een bijdrage leveren aan de rechtszekerheid voor zowel eisers als gedaagden, en tevens aan de rechtszekerheid binnen het rechtsstelsel.
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
(4)  Het is belangrijk te zorgen voor de noodzakelijke balans tussen toegang tot de rechter en procedurele waarborgen tegen misbruik van procesrecht, die de mogelijkheid voor ondernemingen om op de interne markt te opereren, zouden kunnen belemmeren zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. Om misbruik van representatieve vorderingen te voorkomen, moeten elementen als punitieve schadevergoeding en gebrek aan beperkingen met betrekking tot het recht een vordering in te stellen namens de benadeelde consumenten, worden vermeden en duidelijke regels worden vastgesteld inzake diverse procedurele aspecten, zoals de aanwijzing van bevoegde instanties, de herkomst van hun financiële middelen en de aard van de informatie die ter ondersteuning van de representatieve vordering wordt vereist. Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan nationale regels inzake de verwijzing in proceskosten.
(4)  Het is belangrijk te zorgen voor de noodzakelijke balans tussen toegang tot de rechter en procedurele waarborgen tegen misbruik van procesrecht, die de mogelijkheid voor ondernemingen om op de interne markt te opereren, zouden kunnen belemmeren zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. Om misbruik van representatieve vorderingen te voorkomen, moeten elementen als punitieve schadevergoeding en gebrek aan beperkingen met betrekking tot het recht een vordering in te stellen namens de benadeelde consumenten, worden vermeden en duidelijke regels worden vastgesteld inzake diverse procedurele aspecten, zoals de aanwijzing van bevoegde vertegenwoordigende instanties, de herkomst van hun financiële middelen en de aard van de informatie die ter ondersteuning van de representatieve vordering wordt vereist. De in het ongelijk gestelde partij dient in de proceskosten te worden verwezen. Het gerecht moet de in het ongelijk gestelde partij echter niet veroordelen tot het betalen van kosten die onnodig zijn gemaakt of die niet in verhouding staan tot de vordering.
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
(6)  De richtlijn dient een reeks gebieden te bestrijken, zoals gegevensbescherming, financiële diensten, reizen en toerisme, energie, telecommunicatie en milieu. Zij dient inbreuken te omvatten op bepalingen van het Unierecht die de belangen van consumenten beschermen, ongeacht of deze laatsten in de relevante Uniewetgeving worden aangeduid als consumenten dan wel als reizigers, gebruikers, klanten, niet-professionele beleggers, niet-professionele beleggers cliënten, of anderszins. Om een passende reactie te waarborgen op de zich qua vorm en omvang snel ontwikkelende inbreuken op het Unierecht, moet telkens wanneer een nieuwe handeling van de Unie wordt vastgesteld die relevant is voor de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, worden overwogen of de bijlage bij de onderhavige richtlijn niet moet worden gewijzigd zodat deze richtlijn op die handeling van toepassing wordt.
(6)  De richtlijn dient een reeks gebieden te bestrijken, zoals gegevensbescherming, financiële diensten, reizen en toerisme, energie, telecommunicatie, milieu en gezondheid. Zij dient inbreuken te omvatten op bepalingen van het Unierecht die de collectieve belangen van consumenten beschermen, ongeacht of deze laatsten in de relevante Uniewetgeving worden aangeduid als consumenten dan wel als reizigers, gebruikers, klanten, niet-professionele beleggers, niet-professionele cliënten, of anderszins, alsook de collectieve belangen van personen op wie gegevens betrekking hebben ("betrokkenen") in de zin van de algemene verordening gegevensbescherming. Om een passende reactie te waarborgen op de zich qua vorm en omvang snel ontwikkelende inbreuken op het Unierecht, moet telkens wanneer een nieuwe handeling van de Unie wordt vastgesteld die relevant is voor de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, worden overwogen of de bijlage bij de onderhavige richtlijn niet moet worden gewijzigd zodat deze richtlijn op die handeling van toepassing wordt.
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6 bis (nieuw)
(6 bis)  Deze richtlijn is van toepassing op representatieve vorderingen die worden ingesteld wegens inbreuken met grote gevolgen voor consumenten die verband houden met de in bijlage I opgenomen bepalingen van het recht van de Unie. Gevolgen worden geacht groot te zijn als twee consumenten geraakt worden.
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9
(9)  Deze richtlijn mag geen regels vaststellen van internationaal privaatrecht betreffende de rechtsmacht, de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of toepasselijk recht. Op de in deze richtlijn vermelde representatieve vorderingen zijn de bestaande rechtsinstrumenten van de Unie van toepassing.
(9)  Deze richtlijn mag geen regels vaststellen van internationaal privaatrecht betreffende de rechtsmacht, de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of toepasselijk recht. Op de in deze richtlijn vermelde representatieve vorderingen zijn de bestaande rechtsinstrumenten van de Unie van toepassing, waarbij een toename van forumshopping wordt voorkomen.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis)  Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de toepassing de voorschriften van de Unie inzake internationaal privaatrecht in grensoverschrijdende zaken. Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking – Brussel I), Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) en Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) zijn van toepassing op de in deze richtlijn vermelde representatieve vorderingen.
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
(10)  Aangezien alleen bevoegde entiteiten representatieve vorderingen kunnen instellen, moeten zij voldoen aan de door deze richtlijn vastgestelde criteria, om ervoor te zorgen dat de collectieve belangen van consumenten passend worden vertegenwoordigd. Met name moeten zij naar behoren zijn opgericht volgens het recht van een lidstaat, waarbij het bij voorbeeld kan gaan om vereisten ten aanzien van het aantal leden en de mate van permanentie of om vereisten inzake transparantie over relevante aspecten van hun structuur, zoals hun oprichtingsstatuten, beheersstructuur, doelstellingen en werkmethoden. Ook mogen zij geen winstoogmerk hebben en dienen zij een legitiem belang te hebben bij het verzekeren van de naleving van het desbetreffende Unierecht. Deze criteria dienen zowel op de van tevoren aangewezen bevoegde entiteiten van toepassing te zijn, als op de entiteiten met een ad hoc-bevoegdheid die met het oog op een specifieke vordering in het leven zijn geroepen.
(10)  Aangezien alleen bevoegde vertegenwoordigende instanties representatieve vorderingen kunnen instellen, moeten zij voldoen aan de door deze richtlijn vastgestelde criteria, om ervoor te zorgen dat de collectieve belangen van consumenten passend worden vertegenwoordigd. Met name moeten zij naar behoren zijn opgericht volgens het recht van een lidstaat, waarbij het bijvoorbeeld moet gaan om vereisten inzake transparantie over relevante aspecten van hun structuur, zoals hun oprichtingsstatuten, beheersstructuur, doelstellingen en werkmethoden. Ook mogen zij geen winstoogmerk hebben en dienen zij een legitiem belang te hebben bij het verzekeren van de naleving van het desbetreffende Unierecht. Voorts moeten de bevoegde vertegenwoordigende instanties onafhankelijk zijn, onder meer in financieel opzicht, van marktdeelnemers. Daarnaast moeten bevoegde vertegenwoordigende instanties beschikken over een vaste procedure ter voorkoming van belangenconflicten. De lidstaten mogen geen criteria hanteren die verder gaan dan de in deze richtlijn vastgestelde criteria.
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
(15)  De bevoegde entiteit die de representatieve vordering krachtens deze richtlijn instelt, dient partij bij de procedure te zijn. De consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, moeten over passende mogelijkheden beschikken om voordeel te hebben van de relevante resultaten van de representatieve vordering. Een krachtens deze richtlijn uitgevaardigd bevel mag geen afbreuk doen aan individuele vorderingen die zijn ingesteld door consumenten die schade hebben geleden door de praktijk waarop het bevel van toepassing is.
(15)  De bevoegde instantie die de representatieve vordering krachtens deze richtlijn instelt, dient partij bij de procedure te zijn. De consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, moeten passende informatie krijgen over de relevante resultaten van de representatieve vordering en over de manier waarop zij daarvan kunnen profiteren. Een krachtens deze richtlijn uitgevaardigd bevel mag geen afbreuk doen aan individuele vorderingen die zijn ingesteld door consumenten die schade hebben geleden door de praktijk waarop het bevel van toepassing is.
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16
(16)  Bevoegde instanties dienen ook om maatregelen te kunnen verzoeken tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk. Deze maatregelen dienen de vorm aan te nemen van een bevel tot herstel waarbij de handelaar wordt verplicht om te zorgen voor onder andere schadeloosstelling, reparatie, vervanging, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van de betaalde prijs, al naargelang dat passend en op grond van nationale wetgeving mogelijk is.
(16)  Bevoegde vertegenwoordigende instanties dienen ook om maatregelen te kunnen verzoeken tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk. Deze maatregelen dienen de vorm aan te nemen van een bevel tot herstel waarbij de handelaar wordt verplicht om te zorgen voor onder andere schadeloosstelling, reparatie, vervanging, terugname, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van de betaalde prijs, al naargelang dat passend en op grond van nationale wetgeving mogelijk is.
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18
(18)  De lidstaten kunnen van bevoegde instanties eisen dat zij voldoende informatie verstrekken ter ondersteuning van een representatieve vordering tot herstel, zoals een beschrijving van de groep consumenten waarop een inbreuk betrekking heeft en de feitelijke en juridische kwesties die in het kader van de representatieve vordering moeten worden opgelost. Van de bevoegde instantie mag niet worden geëist dat deze alle consumenten op wie een inbreuk betrekking heeft individueel identificeert alvorens de vordering in te stellen. Bij representatieve vorderingen tot herstel moet de rechter of administratieve autoriteit zo vroeg mogelijk in de procedure nagaan of de zaak geschikt is om het voorwerp van een representatieve vordering te vormen, gelet op de aard van de inbreuk en de kenmerken van de door de betrokken consumenten geleden schade.
(18)  De lidstaten moeten van bevoegde vertegenwoordigende instanties eisen dat zij voldoende informatie verstrekken ter ondersteuning van een representatieve vordering tot herstel, zoals een beschrijving van de groep consumenten waarop een inbreuk betrekking heeft en de feitelijke en juridische kwesties die in het kader van de representatieve vordering moeten worden opgelost. Van de bevoegde instantie mag niet worden geëist dat deze alle consumenten op wie een inbreuk betrekking heeft individueel identificeert alvorens de vordering in te stellen. Bij representatieve vorderingen tot herstel moet de rechter of administratieve autoriteit zo vroeg mogelijk in de procedure nagaan of de zaak geschikt is om het voorwerp van een representatieve vordering te vormen, gelet op de aard van de inbreuk en de kenmerken van de door de betrokken consumenten geleden schade. Met name moeten de vorderingen controleerbaar en uniform zijn, moeten de gevraagde maatregelen een gemeenschappelijk karakter hebben, en moet de regeling inzake financiering door derden van de bevoegde instantie transparant zijn en mag er daarbij geen sprake zijn van enig belangenconflict. De lidstaten moeten tevens waarborgen dat de rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid heeft om kennelijk ongegronde zaken in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure te verwerpen.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 19
(19)  Lidstaten moeten kunnen beslissen of hun rechter of nationale autoriteit bij wie een representatieve vordering tot herstel is ingediend, bij wijze van uitzondering in plaats van een bevel tot herstel een declaratoir besluit mag uitvaardigen inzake de aansprakelijkheid van de handelaar jegens de consumenten die schade hebben geleden door een inbreuk, waarop individuele consumenten zich bij een volgende vordering tot herstel rechtstreeks kunnen beroepen. Deze mogelijkheid moet beperkt blijven tot naar behoren gemotiveerde gevallen waarin de kwantificering van de individuele schadeloosstelling die moet worden toegekend aan elk van de consumenten op wie de representatieve vordering betrekking heeft, complex is en het niet efficiënt zou zijn deze in het kader van de representatieve vordering uit te voeren. Declaratoire besluiten mogen niet worden uitgevaardigd in situaties die niet complex zijn, met name niet wanneer de betrokken consumenten kunnen worden geïdentificeerd en de consumenten een vergelijkbare schade hebben geleden met betrekking tot een bepaalde periode of aankoop. Evenzo mogen er geen declaratoire besluiten worden uitgevaardigd wanneer het bedrag van de door elk van de consumenten geleden schade zo klein is dat het niet waarschijnlijk is dat individuele consumenten individueel herstel zullen vorderen. De rechter of nationale autoriteit dient zijn keuze voor een declaratoir besluit in plaats van een bevel tot herstel in een specifiek geval, naar behoren te motiveren.
Schrappen
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20
(20)  Wanneer consumenten op wie eenzelfde praktijk betrekking heeft, geïdentificeerd kunnen worden en vergelijkbare schade hebben geleden met betrekking tot bepaalde een periode of aankoop, zoals in het geval van langdurige consumentenovereenkomsten, kan de rechter of administratieve autoriteit de groep consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, in de loop van de behandeling van de representatieve vordering duidelijk definiëren. Met name zou de rechter of administratieve autoriteit de handelaar die inbreuk maakt, kunnen vragen om relevante informatie te verstrekken, zoals de identiteit van de betrokken consumenten en de duur van de praktijk. Om redenen van snelheid en efficiëntie zouden lidstaten in deze gevallen kunnen overwegen om consumenten overeenkomstig hun nationale wetgeving de mogelijkheid te bieden rechtstreeks voordeel te genieten van een bevel tot herstel na de uitvaardiging daarvan, zonder dat zij vóór de uitvaardiging van het bevel tot herstel hun individuele mandaat hoeven te verlenen.
Schrappen
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 21
(21)  In zaken waarin het om een geringe waarde gaat, zullen consumenten waarschijnlijk geen vordering instellen om hun rechten te doen gelden, aangezien het individuele voordeel niet zou opwegen tegen de vereiste inspanning. Wanneer eenzelfde praktijk een aantal consumenten betreft, kan het gecumuleerde verlies echter aanzienlijk zijn. In dergelijke gevallen kan een rechter of autoriteit van mening zijn dat het onevenredig is om de schadevergoeding aan de betrokken consumenten uit te keren, bijvoorbeeld omdat dit te belastend of onuitvoerbaar is. De schadevergoeding die via een representatieve vordering is verkregen, zou daarom beter de bescherming van collectieve belangen van consumenten ten goede komen en moeten worden aangewend voor een relevant publiek doel, zoals een fonds voor rechtsbijstand aan consumenten, voorlichtingscampagnes of consumentenbewegingen.
Schrappen
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 23
(23)  Deze richtlijn voorziet in een procedureel mechanisme, dat niet van invloed is op de regels tot vaststelling van materiele rechten van consumenten op contractuele en niet-contractuele rechtsmiddelen wanneer hun belangen door een inbreuk zijn geschonden, zoals het recht op schadevergoeding, beëindiging van de overeenkomst, terugbetaling, vervanging, reparatie of prijsvermindering. Een representatieve vordering waarbij op grond van deze richtlijn herstel wordt gevorderd, kan alleen worden ingesteld wanneer het Unierecht of het nationale recht in dergelijke materiële rechten voorziet.
(23)  Deze richtlijn voorziet in een procedureel mechanisme, dat niet van invloed is op de regels tot vaststelling van materiële rechten van consumenten op contractuele en niet-contractuele rechtsmiddelen wanneer hun belangen door een inbreuk zijn geschonden, zoals het recht op schadevergoeding, beëindiging van de overeenkomst, terugbetaling, vervanging, terugname, reparatie of prijsvermindering. Een representatieve vordering waarbij op grond van deze richtlijn herstel wordt gevorderd, kan alleen worden ingesteld wanneer het Unierecht of het nationale recht in dergelijke materiële rechten voorziet.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 24
(24)  Deze richtlijn vervangt bestaande nationale mechanismen voor collectief verhaal niet. Rekening houdend met de rechtstradities van de lidstaten, laat deze richtlijn het aan de beslissing van deze laatstgenoemde over of zij de hierin bedoelde representatieve vordering vorm geven als onderdeel van een bestaand of toekomstig mechanisme voor collectief verhaal dan wel als een alternatief daarvoor, mits het nationale mechanisme voldoet aan de in deze richtlijn vastgestelde modaliteiten.
(24)  Deze richtlijn beoogt minimumharmonisatie en vervangt bestaande nationale mechanismen voor collectief verhaal niet. Rekening houdend met de rechtstradities van de lidstaten, laat deze richtlijn het aan de beslissing van deze laatstgenoemde over of zij de hierin bedoelde representatieve vordering vorm geven als onderdeel van een bestaand of toekomstig mechanisme voor collectief verhaal dan wel als een alternatief daarvoor, mits het nationale mechanisme voldoet aan de in deze richtlijn vastgestelde modaliteiten. Deze richtlijn belet de lidstaten niet hun bestaande kaders te behouden en verplicht de lidstaten evenmin tot het wijzigen van hun bestaande kaders. De lidstaten krijgen de mogelijkheid om de in deze richtlijn opgenomen regels in hun eigen systeem voor collectief verhaal te integreren of ze in een afzonderlijke procedure op te nemen.
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25
(25)  Bevoegde instanties dienen volledig transparant te zijn over de bron van financiering van hun activiteit in het algemeen en over de middelen ter ondersteuning van een specifieke representatieve vordering tot herstel, om rechters of administratieve autoriteiten in staat te stellen te beoordelen of er een belangenconflict kan bestaan tussen een derde partij-financier en de bevoegde instantie en om het gevaar van misbruik van procesrecht te vermijden, alsook om te beoordelen of de derde partij-financier over voldoende middelen beschikt om aan zijn financiële verplichtingen jegens de bevoegde instantie te voldoen. De informatie die de bevoegde instantie aan de rechter of administratieve autoriteit verstrekt die de representatieve vordering beoordeelt, moet deze in staat stellen om te beoordelen of de derde partij procedurele beslissingen van de bevoegde entiteit in het kader van de representatieve vordering kan beïnvloeden, onder meer in geval van schikkingen, en of de derde partij financiële middelen verstrekt voor een representatieve vordering tot herstel jegens een verweerder die zijn concurrent is of jegens een verweerder van wie hij afhankelijk is. Als van een van deze situaties sprake blijkt te zijn, dient de rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid te hebben om de bevoegde instantie ertoe te verplichten om de desbetreffende financiering te weigeren en om, zo nodig, de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in een specifiek geval te verwerpen.
(25)  Bevoegde vertegenwoordigende instanties dienen volledig transparant te zijn over de bron van financiering van hun activiteit in het algemeen en over de middelen ter ondersteuning van een specifieke representatieve vordering tot herstel, om rechters of administratieve autoriteiten in staat te stellen te beoordelen of er een belangenconflict kan bestaan tussen een derde partij-financier en de bevoegde instantie en om het gevaar van misbruik van procesrecht te vermijden, alsook om te beoordelen of de bevoegde instantie over voldoende middelen beschikt om de belangen van de betrokken consumenten te dienen en de proceskosten te dragen als de vordering uitmondt in een afwijzing. De informatie die de bevoegde instantie in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure aan de rechter of administratieve autoriteit verstrekt die de representatieve vordering beoordeelt, moet deze in staat stellen om te beoordelen of de derde partij procedurele beslissingen van de bevoegde instantie in het algemeen en in het kader van de representatieve vordering kan beïnvloeden, onder meer in geval van schikkingen, en of de derde partij financiële middelen verstrekt voor een representatieve vordering tot herstel jegens een verweerder die zijn concurrent is of jegens een verweerder van wie hij afhankelijk is. Als van een van deze situaties sprake blijkt te zijn, dient de rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid te hebben om de bevoegde instantie ertoe te verplichten om de desbetreffende financiering te weigeren en om, zo nodig, de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in een specifiek geval te verwerpen. De lidstaten moeten voorkomen dat advocatenkantoren bevoegde vertegenwoordigende instanties oprichten. Indirecte financiering van de vordering door middel van donaties, waaronder donaties van handelaren in het kader van initiatieven voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, komt in aanmerking als financiering door derden, mits voldaan is aan de vereisten inzake transparantie, onafhankelijkheid en het ontbreken van belangenconflicten als bedoeld in de artikelen 4 en 7.
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 26
(26)  Collectieve buitengerechtelijke schikkingen waarbij benadeelde consumenten herstel wordt geboden, moeten worden aangemoedigd, zowel vóór de instelling van de representatieve vordering als tijdens eender welk stadium daarvan.
(26)  Collectieve buitengerechtelijke schikkingen, zoals bemiddeling, waarbij benadeelde consumenten herstel wordt geboden, moeten worden aangemoedigd, zowel vóór de instelling van de representatieve vordering als tijdens eender welk stadium daarvan.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 27
(27)  Lidstaten kunnen bepalen dat een bevoegde instantie en een handelaar die een schikking hebben getroffen over herstel voor consumenten die het slachtoffer zijn van een beweerdelijk illegale praktijk van die handelaar, gezamenlijk een rechter of administratieve autoriteit kunnen verzoeken om die schikking goed te keuren. Een dergelijk verzoek mag door de rechter of administratieve autoriteit alleen worden toegelaten wanneer er geen andere representatieve vordering inzake dezelfde praktijk aanhangig is. Een bevoegde rechter of administratieve autoriteit die een dergelijke collectieve schikking goedkeurt, dient rekening te houden met de belangen en rechten van alle betrokken partijen, met inbegrip van individuele consumenten. De betrokken individuele consumenten dienen de mogelijkheid te krijgen om te aanvaarden of te weigeren door een dergelijke schikking gebonden te zijn.
(27)  Lidstaten kunnen bepalen dat een bevoegde instantie en een handelaar die een schikking hebben getroffen over herstel voor consumenten die het slachtoffer zijn van een beweerdelijk illegale praktijk van die handelaar, gezamenlijk een rechter of administratieve autoriteit kunnen verzoeken om die schikking goed te keuren. Een dergelijk verzoek mag door de rechter of administratieve autoriteit alleen worden toegelaten wanneer er geen andere representatieve vordering inzake dezelfde praktijk aanhangig is. Een bevoegde rechter of administratieve autoriteit die een dergelijke collectieve schikking goedkeurt, dient rekening te houden met de belangen en rechten van alle betrokken partijen, met inbegrip van individuele consumenten. Schikkingen moeten onherroepelijk zijn en bindend voor alle partijen.
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 29
(29)   Teneinde herstel voor individuele consumenten dat wordt gevorderd op basis van in het kader van representatieve vorderingen afgegeven declaratoire definitieve besluiten inzake de aansprakelijkheid van de handelaar jegens de consumenten die schade van een inbreuk hebben ondervonden, te vereenvoudigen, moet de rechter of administratieve autoriteit die het besluit heeft uitgevaardigd, de bevoegdheid krijgen om van de bevoegde instantie en de handelaar te verlangen dat zij tot een collectieve schikking komen.
Schrappen
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30
(30)  Elke buitengerechtelijke schikking die wordt bereikt in het kader van een representatieve vordering of is gebaseerd op een definitief declaratoir besluit, moet door de relevante rechter of administratieve autoriteit worden goedgekeurd, om ervoor dat te zorgen dat deze rechtmatig en billijk is, rekening houdend met de belangen en rechten van alle betrokken partijen. De betrokken individuele consumenten dienen de mogelijkheid te krijgen om te aanvaarden of te weigeren door een dergelijke schikking gebonden te zijn.
(30)  Elke buitengerechtelijke schikking die wordt bereikt in het kader van een representatieve vordering moet door de relevante rechter of administratieve autoriteit worden goedgekeurd, om ervoor dat te zorgen dat deze rechtmatig en billijk is, rekening houdend met de belangen en rechten van alle betrokken partijen. Schikkingen moeten bindend zijn voor alle partijen, onverminderd eventuele andere rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van het recht van de Unie of het nationale recht genieten.
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32
(32)  Om doeltreffend te zijn, dient de informatie te passen bij de omstandigheden van het geval en daarmee in verhouding te staan. De handelaar die inbreuk maakt, dient alle betrokken consumenten te informeren over definitieve bevelen tot staking en bevelen tot herstel die in het kader van een representatieve vordering zijn uitgevaardigd alsook over een door een rechter of administratieve autoriteit goedgekeurde schikking. Dergelijke informatie kan bijvoorbeeld worden verstrekt via de website van de handelaar, sociale media, online marktplaatsen, of bekende kranten, waaronder kranten die uitsluitend via elektronische communicatiemiddelen worden verspreid. Zo mogelijk moeten consumenten individueel worden geïnformeerd via elektronische of papieren brieven. Deze informatie moet op verzoek worden verstrekt in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap.
(32)  Om doeltreffend te zijn, dient de informatie te passen bij de omstandigheden van het geval en daarmee in verhouding te staan. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de rechter en de administratieve autoriteit van de in het ongelijk gestelde partij kunnen verlangen dat deze alle betrokken consumenten naar behoren informeert over onherroepelijke besluiten betreffende staking en herstel die met betrekking tot de representatieve vordering zijn uitgevaardigd, en dat in geval van een door een rechter of administratieve autoriteit goedgekeurde schikking beide partijen worden geïnformeerd. Dergelijke informatie kan bijvoorbeeld worden verstrekt via een website, sociale media, online marktplaatsen, of bekende kranten, waaronder kranten die uitsluitend via elektronische communicatiemiddelen worden verspreid. Deze informatie moet op verzoek worden verstrekt in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap. De kosten van het informeren van de consumenten moeten door de in het ongelijk gestelde partij worden gedragen.
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32 bis (nieuw)
(32 bis)   De lidstaten moeten worden aangespoord om een gratis nationaal register van representatieve vorderingen op te zetten, waarmee de naleving van de transparantieverplichtingen verder kan worden verbeterd.
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 33
(33)  Om de rechtszekerheid te vergroten, inconsistentie bij de toepassing van het Unierecht te vermijden en de effectiviteit en procedurele efficiëntie van representatieve vorderingen en mogelijke vervolgvorderingen tot herstel te vergroten, mag de vaststelling van een inbreuk in een door een administratieve autoriteit of rechterlijke instantie uitgevaardigd definitief besluit, met inbegrip van een definitief bevel krachtens deze richtlijn, niet opnieuw het voorwerp van een geschil vormen in het kader van volgende rechtsvorderingen inzake dezelfde inbreuk door dezelfde handelaar, wat betreft de aard van de inbreuk en de materiele, persoonlijke, temporele en territoriale werkingssfeer daarvan, als bepaald bij dat definitieve besluit. Wanneer een vordering die is gericht op maatregelen tot het beëindigen van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk, met inbegrip van herstelmaatregelen, wordt ingesteld in een andere lidstaat dan de lidstaat waar een definitief besluit waarbij de betreffende inbreuk is vastgesteld, werd uitgevaardigd, dient er op grond van dat besluit een weerlegbaar vermoeden te bestaan dat de inbreuk heeft plaatsgevonden.
(33)  Om de rechtszekerheid te vergroten, inconsistentie bij de toepassing van het Unierecht te vermijden en de effectiviteit en procedurele efficiëntie van representatieve vorderingen en mogelijke vervolgvorderingen tot herstel te vergroten, moet de vaststelling van een inbreuk of een niet-inbreuk in een door een administratieve autoriteit of rechterlijke instantie uitgevaardigd definitief besluit, met inbegrip van een definitief bevel krachtens deze richtlijn, bindend zijn voor alle aan de representatieve vordering deelnemende partijen. Het onherroepelijke besluit moet geen afbreuk doen aan eventuele andere rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van het recht van de Unie of het nationale recht genieten. Het door de procedure verkregen herstel moet ook bindend zijn voor andere zaken die betrekking hebben op dezelfde praktijk, dezelfde handelaar en dezelfde consument. Wanneer een vordering die is gericht op maatregelen tot het beëindigen van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk, met inbegrip van herstelmaatregelen, wordt ingesteld in een andere lidstaat dan de lidstaat waar een definitief besluit waarbij de betreffende inbreuk of niet-inbreuk is vastgesteld, werd uitgevaardigd, moet dat besluit in gelijksoortige zaken dienen als bewijs voor het bestaan, respectievelijk niet-bestaan, van de inbreuk. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de vaststelling van het bestaan of niet-bestaan van een inbreuk bij een onherroepelijk besluit van een rechter van een lidstaat, in het kader van een andere vordering tot herstel tegen dezelfde handelaar wegens dezelfde inbreuk bij de nationale rechter van een andere lidstaat opgevat moet worden als een weerlegbaar vermoeden van het bestaan, respectievelijk niet-bestaan, van een dergelijke inbreuk.
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
(35)  Vorderingen tot herstel die zijn gebaseerd op de vaststelling van een inbreuk bij een definitief bevel of bij een definitief declaratoir besluit inzake de aansprakelijkheid van de handelaar op grond van deze richtlijn jegens de consumenten die schade hebben geleden, mogen niet worden belemmerd door nationale regels inzake verjaringstermijnen. De instelling van een representatieve vordering moet leiden tot opschorting of onderbreking van de verjaringstermijnen voor eventuele vorderingen tot herstel voor de consumenten waarop deze representatieve vordering betrekking heeft.
(35)  Vorderingen tot herstel die zijn gebaseerd op de vaststelling van een inbreuk bij een definitief bevel inzake de aansprakelijkheid van de handelaar op grond van deze richtlijn jegens de consumenten die schade hebben geleden, mogen niet worden belemmerd door nationale regels inzake verjaringstermijnen. De instelling van een representatieve vordering moet leiden tot opschorting of onderbreking van de verjaringstermijnen voor eventuele vorderingen tot herstel voor de consumenten waarop deze representatieve vordering betrekking heeft.
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 39
(39)  Gelet op het feit dat met representatieve vorderingen een algemeen belang wordt nagestreefd in de zin van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, moeten lidstaten ervoor zorgen dat de kosten van de procedures bevoegde instanties niet ervan weerhouden om krachtens deze richtlijn representatieve vorderingen in te stellen.
(39)  Gelet op het feit dat met representatieve vorderingen een algemeen belang wordt nagestreefd in de zin van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, moeten lidstaten ervoor zorgen dat de kosten van de procedures bevoegde vertegenwoordigende instanties er niet van weerhouden om krachtens deze richtlijn representatieve vorderingen in te stellen. Dit laat echter onverlet dat de partij van wie de collectieve vordering wordt afgewezen de door de in het gelijk gestelde partij gedragen noodzakelijke proceskosten dient te vergoeden (het beginsel dat de verliezer betaalt), onder de voorwaarden van het toepasselijke nationale recht. De rechter of de administratieve autoriteit moeten de in het ongelijk gestelde partij echter niet veroordelen tot het betalen van kosten die onnodig zijn gemaakt of die niet in verhouding staan tot de vordering.
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 39 bis (nieuw)
(39 bis)   De lidstaten dienen erop toe te zien dat resultaatafhankelijke honoraria worden voorkomen en dat vergoedingen voor advocaten en de wijze waarop deze worden berekend geen stimulans vormen voor het voeren van rechtszaken die niet in het belang van consumenten of andere betrokken partijen zijn of consumenten belemmeren om ten volle gebruik te maken van de mogelijkheid om een collectieve vordering in te stellen. De lidstaten die resultaatafhankelijke honoraria toestaan, moeten waarborgen dat dergelijke honoraria er niet voor zorgen dat consumenten niet een volledige vergoeding krijgen uitgekeerd.
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 40
(40)  Samenwerking en uitwisseling van informatie tussen bevoegde instanties van verschillende lidstaten is nuttig gebleken voor de aanpak van grensoverschrijdende inbreuken. Het is nodig de maatregelen op het gebied van capaciteitsopbouw en samenwerking in stand te houden en uit te breiden tot een groter aantal bevoegde instanties in de Unie, zodat vaker representatieve acties met grensoverschrijdende gevolgen worden ingesteld.
(40)  Samenwerking en uitwisseling van informatie, goede praktijken en ervaringen tussen bevoegde vertegenwoordigende instanties van verschillende lidstaten is nuttig gebleken voor de aanpak van grensoverschrijdende inbreuken. Het is nodig de maatregelen op het gebied van capaciteitsopbouw en samenwerking in stand te houden en uit te breiden tot een groter aantal bevoegde vertegenwoordigende instanties in de Unie, zodat vaker representatieve acties met grensoverschrijdende gevolgen worden ingesteld.
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 41 bis (nieuw)
(41 bis)   Om de mogelijkheid van een procedure voor grensoverschrijdende representatieve vorderingen op het niveau van de Unie te onderzoeken, moet de Commissie onderzoeken of het mogelijk is een Europese Ombudsman voor collectief verhaal in te stellen.
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – lid 1
1.  Deze richtlijn bevat regels op grond waarvan bevoegde instanties representatieve vorderingen kunnen instellen ten behoeve van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, met passende waarborgen ter vermijding van misbruik van procesrecht.
1.  Deze richtlijn bevat regels op grond waarvan bevoegde vertegenwoordigende instanties representatieve vorderingen kunnen instellen ten behoeve van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, met name om een hoog niveau van bescherming en toegang tot de rechter te verwezenlijken en te handhaven en tegelijkertijd te zorgen voor passende waarborgen ter voorkoming van misbruik van procesrecht.
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – lid 2
2.  Deze richtlijn belet de lidstaten niet bepalingen vast te stellen of te handhaven waarbij bevoegde instanties of eventuele andere betrokkenen andere procedurele middelen worden geboden om vorderingen in te stellen met het oog op de bescherming van de collectieve belangen van consumenten op nationaal niveau.
2.  Deze richtlijn belet de lidstaten niet bepalingen vast te stellen of te handhaven waarbij bevoegde vertegenwoordigende instanties of eventuele andere overheidsinstanties andere procedurele middelen worden geboden om vorderingen in te stellen met het oog op de bescherming van de collectieve belangen van consumenten op nationaal niveau. De uitvoering van deze richtlijn vormt onder geen beding een reden voor verlaging van het niveau van consumentenbescherming op de door het recht van de Unie bestreken gebieden.
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 1
1.  Deze richtlijn is van toepassing op representatieve vorderingen die worden ingesteld inzake inbreuken door handelaren op de in bijlage I vermelde bepalingen van Unierecht die de collectieve belangen van consumenten schaden of kunnen schaden. Zij is van toepassing op binnenlandse en grensoverschrijdende inbreuken, ook wanneer deze inbreuken zijn beëindigd voordat de representatieve vordering werd ingesteld of voordat de representatieve vordering werd afgesloten.
1.  Deze richtlijn is van toepassing op representatieve vorderingen met grote gevolgen voor consumenten die worden ingesteld inzake inbreuken door handelaren op de in bijlage I vermelde bepalingen van Unierecht ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten. Zij is van toepassing op binnenlandse en grensoverschrijdende inbreuken, ook wanneer deze inbreuken zijn beëindigd voordat de representatieve vordering werd ingesteld of voordat de representatieve vordering werd afgesloten.
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 3
3.  Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de voorschriften van de Unie inzake internationaal privaatrecht, in het bijzonder voorschriften met betrekking tot de rechterlijke bevoegdheid en het toepasselijke recht.
3.  Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de voorschriften van de Unie inzake internationaal privaatrecht, in het bijzonder voorschriften met betrekking tot de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken en regels betreffende het recht dat van toepassing is op contractuele en niet-contractuele verbintenissen, van toepassing op de in deze richtlijn vermelde representatieve vorderingen.
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Deze richtlijn laat andere vormen van collectief verhaal uit hoofde van het nationale recht onverlet.
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter.  Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, met name het recht op een eerlijk en onpartijdig proces en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte.
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)
(1 bis)  "consumentenorganisatie": elke groep die zich ten doel stelt de belangen van consumenten te beschermen tegen onrechtmatige handelingen of onrechtmatig nalaten door handelaren;
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 2
(2)  "handelaar": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze in publieke of private handen is, die handelt voor doeleinden die betrekking hebben op zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep, waaronder via een andere persoon die in zijn naam of namens hem handelt;
(2)  "handelaar": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze in publieke of private handen is, die in civiele capaciteit krachtens het burgerlijk recht handelt voor doeleinden die betrekking hebben op zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep, waaronder via een andere persoon die in zijn naam of namens hem handelt;
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 3
(3)  "collectieve belangen van consumenten": de belangen van een aantal consumenten;
(3)  "collectieve belangen van consumenten": de belangen van een aantal consumenten of van personen op wie gegevens betrekking hebben ("betrokkenen") in de zin van Verordening (EU) 2016/679 (de algemene verordening gegevensbescherming);
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 6 bis (nieuw)
(6 bis)  "consumentenrecht": het recht van de Unie en het nationale recht ter bescherming van de belangen van consumenten;
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – titel
Bevoegde instanties
Bevoegde vertegenwoordigende instanties
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – inleidende formule
De lidstaten of hun rechtbanken wijzen binnen hun respectieve grondgebied/jurisdictie ten minste een bevoegde vertegenwoordigende instantie aan die bevoegd is om representatieve vorderingen in de zin van artikel 3, lid 4, in te stellen.
De lidstaten wijzen een instantie als bevoegde instantie aan wanneer deze aan de volgende criteria voldoet:
De lidstaten wijzen een instantie als bevoegde vertegenwoordigende instantie aan wanneer deze aan elk van de volgende criteria voldoet:
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter b
(b)  zij heeft er een legitiem belang bij ervoor te zorgen dat de bepalingen van het Unierecht waarop deze richtlijn betrekking heeft, in acht worden genomen;
(b)  uit haar statuut of ander governancedocument en uit haar permanente activiteiten op het gebied van de verdediging en bescherming van de belangen van consumenten blijkt dat zij een legitiem belang heeft bij het waarborgen van de naleving van de bepalingen van het Unierecht waarop deze richtlijn betrekking heeft;
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  zij handelt onafhankelijk van andere instanties en van personen die geen consumenten zijn en voor wie de uitkomst van de representatieve vordering in economisch opzicht van belang kan zijn, en met name onafhankelijk van marktdeelnemers;
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c ter (nieuw)
(c ter)  zij heeft geen financiële banden met advocatenkantoren die de belangen van eisers behartigen die verder gaan dan een normaal dienstencontract;
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c quater (nieuw)
(c quater)  zij heeft interne procedures ingevoerd ter voorkoming van belangenconflicten tussen de bevoegde instantie zelf en haar financiers;
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 – alinea 3
De lidstaten verlangen van bevoegde vertegenwoordigende instanties dat zij in eenvoudige en duidelijke taal en op passende wijze, bijvoorbeeld op hun website, duidelijk maken hoe zij worden gefinancierd, hoe hun organisatorische structuur en hun bestuursstructuur eruitzien, wat hun doelstellingen en werkmethodes zijn en wat voor activiteiten zij ontplooien.
De lidstaten beoordelen regelmatig of een bevoegde entiteit nog aan deze criteria voldoet. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde instantie haar status uit hoofde van deze richtlijn verliest wanneer zij niet langer aan een of meer van de in lid 1 genoemde criteria voldoet.
De lidstaten beoordelen regelmatig of een bevoegde vertegenwoordigende instantie nog aan deze criteria voldoet. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde vertegenwoordigende instantie haar status uit hoofde van deze richtlijn verliest wanneer zij niet langer aan een of meer van de in lid 1 genoemde criteria voldoet.
De lidstaten stellen een lijst op van vertegenwoordigende instanties die aan de in lid 1 bedoelde criteria voldoen en maken deze lijst openbaar. Zij doen deze lijst aan de Commissie toekomen en werken deze zo nodig bij.
De Commissie publiceert de lijsten van vertegenwoordigende instanties die zij van de lidstaten ontvangt op een publiek toegankelijk onlineportaal.
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  De lidstaten kunnen bepalen dat reeds vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn overeenkomstig het nationaal recht aangewezen overheidsinstanties voor de status van vertegenwoordigende instantie in de zin van dit artikel in aanmerking blijven komen.
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 2
2.  De lidstaten kunnen een bevoegde instantie op haar verzoek ad hoc aanwijzen met het oog op een bepaalde representatieve vordering, wanneer zij voldoet aan de in lid 1 genoemde criteria.
Schrappen
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat met name consumentenorganisaties en onafhankelijke openbare instanties in aanmerking komen voor de status van bevoegde instantie. De lidstaten kunnen consumentenorganisaties die leden uit meer dan één lidstaat vertegenwoordigen, aanwijzen als bevoegde instantie.
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat consumentenorganisaties die aan de in lid 1 vermelde criteria voldoen en openbare instanties in aanmerking komen voor de status van bevoegde vertegenwoordigende instantie. De lidstaten kunnen consumentenorganisaties die leden uit meer dan één lidstaat vertegenwoordigen, aanwijzen als bevoegde vertegenwoordigende instantie.
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 4
4.  De lidstaten kunnen regels vaststellen die nader omschrijven welke bevoegde instanties al de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen kunnen vorderen en welke bevoegde instanties slechts een of meer van deze maatregelen kunnen vorderen.
Schrappen
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 5
5.  De vervulling door een bevoegde instantie van de in lid 1 bedoelde criteria doet geen afbreuk aan het recht van de rechter of administratieve autoriteit om te onderzoeken of de doelstelling van de bevoegde instantie rechtvaardigt dat zij in een specifiek geval een vordering instelt overeenkomst artikel 5, lid 1.
5.  De vervulling door een bevoegde instantie van de in lid 1 bedoelde criteria doet geen afbreuk aan de verplichting van de rechter of administratieve autoriteit om te onderzoeken of de doelstelling van de bevoegde instantie rechtvaardigt dat zij in een specifiek geval een vordering instelt overeenkomstig artikel 4 en artikel 5, lid 1.
Amendement 53
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties representatieve vorderingen kunnen instellen bij nationale rechters of administratieve autoriteiten, mits er een direct verband bestaat tussen de voornaamste doelstellingen van de instantie en de krachtens het Unierecht toegekende rechten die beweerdelijk zijn geschonden en ten aanzien waarvan de vordering is ingesteld.
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat uitsluitend overeenkomstig artikel 4, lid 1, aangewezen bevoegde vertegenwoordigende instanties representatieve vorderingen kunnen instellen bij nationale rechters of administratieve autoriteiten, mits er een direct verband bestaat tussen de voornaamste doelstellingen van de instantie en de krachtens het Unierecht toegekende rechten die beweerdelijk zijn geschonden en ten aanzien waarvan de vordering is ingesteld.
Het staat de bevoegde vertegenwoordigende instanties vrij om te kiezen voor elke procedure waarin het nationale recht of het Unierecht voorziet, om het hoogste niveau van bescherming van de belangen van consumenten te waarborgen.
De lidstaten bepalen dat er uitsluitend een vordering kan worden ingesteld als er voor een rechter of administratieve autoriteit van de lidstaat geen andere vordering is ingesteld ter zake van dezelfde praktijk, dezelfde handelaar en dezelfde consumenten.
Amendement 54
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties het recht hebben representatieve vorderingen in te stellen waarbij de volgende maatregelen worden gevraagd:
De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde vertegenwoordigende instanties, waaronder vooraf daartoe aangewezen overheidsinstanties, het recht hebben representatieve vorderingen in te stellen waarbij de volgende maatregelen worden gevraagd:
Amendement 55
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2 – alinea 2
Om een vordering tot uitvaardiging een bevel in te kunnen stellen, hoeven bevoegde instanties geen mandaat van de betrokken individuele consumenten te verkrijgen of bewijs over te leggen van door de betrokken consumenten daadwerkelijk geleden verlies of schade, noch van opzet of onachtzaamheid van de handelaar.
Om een vordering tot uitvaardiging van een bevel in te kunnen stellen, hoeven bevoegde vertegenwoordigende instanties geen mandaat van de betrokken individuele consumenten te verkrijgen of bewijs over te leggen van door de betrokken consumenten daadwerkelijk geleden verlies of schade, noch van opzet of onachtzaamheid van de handelaar.
Amendement 56
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2 – alinea 2 – letter a
(a)  een bevel, als voorlopige maatregel, tot staken van de praktijk dan wel, wanneer de praktijk nog niet heeft plaatsgevonden, maar op het punt staat plaats te vinden, waarbij de praktijk wordt verboden;
(a)  een bevel, als voorlopige maatregel, tot staken van de illegale praktijk dan wel, wanneer de praktijk nog niet heeft plaatsgevonden, maar op het punt staat plaats te vinden, waarbij de illegale praktijk wordt verboden;
Amendement 57
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 3
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties het recht hebben representatieve vorderingen in te stellen waarbij maatregelen worden gevraagd om de aanhoudende gevolgen van de inbreuk op te heffen. Deze maatregelen worden gevorderd op grond van een definitief besluit waarbij wordt vastgesteld dat een praktijk een inbreuk op het in bijlage I vermelde Unierecht inhoudt die de collectieve belangen van consumenten schaadt, waaronder een in lid 2, onder b), bedoeld definitief bevel.
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde vertegenwoordigende instanties het recht hebben representatieve vorderingen in te stellen waarbij maatregelen worden gevraagd om de aanhoudende gevolgen van de inbreuk op te heffen.
Amendement 58
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 4
4.  Onverminderd artikel 4, lid 4, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde instanties in het kader van een enkele representatieve vordering zowel maatregelen tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk kunnen vorderen, als de in lid 2 bedoelde maatregelen.
Schrappen
Amendement 59
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 bis (nieuw)
Artikel 5 bis
Register van collectieve vorderingen
1.  De lidstaten kunnen een nationaal register van collectieve vorderingen opzetten, dat door geïnteresseerden langs elektronische weg of op andere wijze en zonder kosten geraadpleegd moet kunnen worden.
2.  De websites waarop de registers gepubliceerd worden, bieden toegang tot omvattende en objectieve informatie over de beschikbare methoden om schadevergoeding te verkrijgen, onder meer buitengerechtelijke methoden, en over lopende representatieve vorderingen.
3.  De nationale registers worden aan elkaar gekoppeld. Artikel 35 van Verordening (EG) 2017/2394 is van toepassing.
Amendement 60
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1 – alinea 1
1.  Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 3, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde entiteiten het recht hebben om representatieve vorderingen in te stellen waarbij om een bevel tot herstel wordt verzocht dat de handelaar verplicht om te zorgen voor, onder meer, schadeloosstelling, reparatie, vervanging, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van het betaalde bedrag, al naar gelang het geval. Een lidstaat kan voorschrijven dat de betrokken individuele consumenten een mandaat moeten verlenen alvorens een declaratoir besluit wordt genomen of een bevel tot herstel wordt uitgevaardigd.
1.  Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 3, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde vertegenwoordigende instanties het recht hebben om representatieve vorderingen in te stellen waarbij om een bevel tot herstel wordt verzocht dat de handelaar verplicht om te zorgen voor, onder meer, schadeloosstelling, reparatie, vervanging, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van het betaalde bedrag, al naar gelang het geval. Een lidstaat kan al dan niet voorschrijven dat de betrokken individuele consumenten een mandaat moeten verlenen alvorens een bevel tot herstel wordt uitgevaardigd.
Amendement 61
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
1 bis.  Indien een lidstaat voor het instellen van een representatieve vordering geen mandaat van individuele consumenten verlangt, biedt deze lidstaat desondanks personen die niet hun gewone verblijfplaats hebben in de lidstaat waar de vordering wordt ingesteld, de mogelijkheid zich in de procedure te voegen als zij binnen de daarvoor gestelde termijn hun uitdrukkelijke mandaat hebben verleend voor het instellen van de representatieve vordering.
Amendement 62
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1 – alinea 2
De bevoegde instantie verstrekt voldoende informatie als vereist krachtens nationaal recht ter ondersteuning van de vordering, waaronder een omschrijving van de consumenten waarop de vordering betrekking heeft en van de feitelijke en juridische kwesties die moeten worden opgelost.
De bevoegde vertegenwoordigende instantie verstrekt ter ondersteuning van de vordering alle noodzakelijke informatie die krachtens het nationale recht wordt verlangd, waaronder een omschrijving van de consumenten waarop de vordering betrekking heeft en van de feitelijke en juridische kwesties die moeten worden opgelost.
Amendement 63
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2
2.  In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten een rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid verlenen om, in naar behoren gemotiveerde gevallen, waarin vanwege de kenmerken van de individuele schade van de betrokken consumenten de kwantificering van individueel herstel complex is, in plaats van een bevel tot herstel, een declaratoir besluit uit te vaardigen inzake de aansprakelijkheid van de handelaar jegens de consument die schade heeft geleden door een inbreuk op het in bijlage I vermelde Unierecht.
Schrappen
Amendement 64
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 3
3.  Lid 2 geldt niet in gevallen waarin:
Schrappen
(a)  de consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, kunnen worden geïdentificeerd en vergelijkbare schade hebben geleden als gevolg van dezelfde praktijk met betrekking tot een bepaalde periode of aankoop. In dergelijke gevallen vormt het vereiste dat de betrokken individuele consumenten een mandaat verlenen geen voorwaarde voor het inleiden van de vordering. De vergoeding is bestemd voor de betrokken consumenten;
(b)  de consumenten een verlies van geringe waarde hebben geleden en het onevenredig zou zijn om de vergoeding aan hen uit te keren. In dergelijke gevallen zorgen de lidstaten ervoor dat er geen mandaat van de betrokken individuele consumenten is vereist. De vergoeding is bestemd voor een openbaar doel dat de collectieve belangen van consumenten dient.
Amendement 65
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 4
4.  De uit hoofde van een definitief besluit overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 verkregen vergoeding doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten.
4.  De uit hoofde van een definitief besluit overeenkomstig lid 1 verkregen vergoeding doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten. Bij de toepassing van deze bepaling wordt het beginsel van het gezag van gewijsde geëerbiedigd.
Amendement 66
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.  De maatregelen tot herstel hebben ten doel de betrokken consumenten volledige vergoeding van de door hen geleden schade te bieden. Indien er na vergoeding van de schade een niet-opgevraagd bedrag resteert, besluit de rechter aan welke begunstigde dat bedrag toekomt. Niet-opgevraagde bedragen komen niet toe aan de bevoegde vertegenwoordigende instantie of de handelaar.
Amendement 67
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 4 ter (nieuw)
4 ter.  Met name is punitieve schadevergoeding die leidt tot overcompensatie van de schade van de eisende partij verboden. Zo is schadevergoeding die consumenten wordt toegekend in geval van massaschade niet hoger dan het bedrag dat de handelaar overeenkomstig de toepasselijke nationale of Uniewetgeving verschuldigd is om de feitelijke schade te dekken die de consumenten individueel hebben geleden.
Amendement 68
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – titel
Financiering
Ontvankelijkheid van een representatieve vordering
Amendement 69
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 1
1.  De bevoegde instantie die een bevel tot herstel vordert als bedoeld in artikel 6, lid 1, vermeldt in een vroeg stadium van de vordering de bron van de middelen die zij voor haar activiteiten in het algemeen aanwendt en de middelen die zij ter ondersteuning van de vordering aanwendt. Zij toont aan dat zij over voldoende financiële middelen beschikt om de belangen van de betrokken consumenten zo goed mogelijk te dienen en om de eventuele kosten van de tegenpartij te dragen wanneer de vordering mocht worden afgewezen.
1.  De bevoegde vertegenwoordigende instantie die een bevel tot herstel vordert als bedoeld in artikel 6, lid 1, legt aan de rechter of administratieve autoriteit in het vroegste stadium van de vordering een volledig financieel overzicht voor van alle financieringsbronnen die zij voor haar activiteiten in het algemeen aanwendt en de middelen die zij ter ondersteuning van de vordering aanwendt, om aan te tonen dat er geen sprake is van belangenverstrengeling. Zij toont aan dat zij over voldoende financiële middelen beschikt om de belangen van de betrokken consumenten zo goed mogelijk te dienen en om de eventuele kosten van de tegenpartij te dragen wanneer de vordering mocht worden afgewezen.
Amendement 70
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2
2.  De lidstaten zorgen ervoor dat in gevallen waarin een representatieve vordering tot herstel door een derde partij wordt gefinancierd, het de derde partij verboden is om:
2.  De nationale rechter kan de representatieve vordering niet-ontvankelijk verklaren als hij vaststelt dat de financiering door de derde partij ten doel heeft:
Amendement 71
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – letter a
(a)  besluiten van de bevoegde instantie in het kader van een representatieve vordering, onder meer inzake schikkingen, te beïnvloeden;
(a)  besluiten van de bevoegde vertegenwoordigende instantie in het kader van een representatieve vordering, waaronder het inleiden van representatieve vorderingen en besluiten inzake schikkingen, te beïnvloeden;
Amendement 72
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 3
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat rechters en administratieve autoriteiten de bevoegdheid hebben om de in lid 2 bedoelde omstandigheden te beoordelen en om de bevoegde instantie in voorkomend geval ertoe te verplichten de betreffende financiering te weigeren en om, zo nodig, de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in een specifiek geval te verwerpen.
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat rechters en administratieve autoriteiten zich een oordeel vormen over de afwezigheid van een belangenconflict als bedoeld in lid 1, en dat zij de in lid 2 bedoelde omstandigheden beoordelen ten tijde van de beslissing over de ontvankelijkheid van de representatieve vordering, alsmede in een later stadium van de procedure als de omstandigheden zich pas dan voordoen.
Amendement 73
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  De lidstaten waarborgen tevens dat de rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid heeft om kennelijk ongegronde zaken in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure te verwerpen.
Amendement 74
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 bis (nieuw)
Artikel 7 bis
Het beginsel dat de in het ongelijk gestelde partij betaalt
De lidstaten waarborgen dat de partij die in een zaak met betrekking tot een collectieve vordering in het ongelijk gesteld wordt, de proceskosten van de in het gelijk gestelde partij vergoedt, onder de voorwaarden van het toepasselijke nationale recht. Het gerecht wijst de in het ongelijk gestelde partij echter geen vergoeding toe voor kosten die onnodig zijn gemaakt of die niet in verhouding staan tot de vordering.
Amendement 75
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 1
1.  Lidstaten kunnen bepalen dat een bevoegde instantie en een handelaar die een schikking hebben getroffen over herstel voor consumenten die het slachtoffer zijn van een beweerdelijk illegale praktijk van die handelaar, gezamenlijk een rechter of administratieve autoriteit kunnen verzoeken om die schikking goed te keuren. Een dergelijk verzoek wordt door de rechter of administratieve autoriteit alleen in behandeling genomen wanneer er bij de rechter of administratie autoriteit van dezelfde lidstaat geen representatieve vordering aanhangig is met betrekking tot dezelfde handelaar en dezelfde praktijk.
1.  Lidstaten kunnen bepalen dat een bevoegde vertegenwoordigende instantie en een handelaar die een schikking hebben getroffen over herstel voor consumenten die het slachtoffer zijn van een beweerdelijk illegale praktijk van die handelaar, gezamenlijk een rechter of administratieve autoriteit kunnen verzoeken om die schikking goed te keuren.
Amendement 76
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 6
6.  De betrokken individuele consumenten krijgen de mogelijkheid om te aanvaarden dan wel te weigeren door de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde schikkingen gebonden te zijn. Het uit hoofde van een overeenkomstig lid 4 goedgekeurde schikking verkregen herstel doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten.
6.  Het uit hoofde van een overeenkomstig lid 4 goedgekeurde schikking verkregen herstel is bindend voor alle partijen en doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten.
Amendement 77
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid -1 (nieuw)
-1 De lidstaten zorgen ervoor dat de vertegenwoordigende instanties:
a)  de consumenten informeren over de vermeende schending van aan het recht van de Unie ontleende rechten en over hun voornemen om de staking van die schending te vorderen of een vordering tot schadevergoeding in te stellen;
b)  de betrokken consumenten reeds vooraf in kennis stellen van de mogelijkheid om zich in de procedure te voegen om ervoor te zorgen dat de relevante documenten en andere in het kader van de vordering noodzakelijke gegevens bewaard blijven;
c)  zo nodig informatie verstrekken over vervolgstappen en eventuele juridische gevolgen.
Amendement 78
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit de handelaar die inbreuk maakt ertoe verplicht om de betrokken consumenten op zijn eigen kosten te informeren over de definitieve besluiten waarbij wordt voorzien in de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen, alsmede over de in artikel 8 bedoelde schikkingen, op een wijze die past bij de omstandigheden van het geval en binnen gespecificeerde termijnen, onder meer, waar passend, door al de betrokken consumenten individueel op de hoogte te stellen.
1.  Als een schikking of onherroepelijk besluit voordelen heeft voor consumenten die daar wellicht niet van op de hoogte zijn, zorgen de lidstaten ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit de in het ongelijk gestelde partij of beide partijen ertoe verplicht om de betrokken consumenten op zijn eigen kosten te informeren over de definitieve besluiten waarbij wordt voorzien in de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen, alsmede over de in artikel 8 bedoelde schikkingen, op een wijze die past bij de omstandigheden van het geval en binnen gespecificeerde termijnen. De lidstaten kunnen bepalen dat aan deze verplichting om de consumenten te informeren kan worden voldaan door middel van publicatie op een openbaar toegankelijke en gebruikersvriendelijke website.
Amendement 79
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  De in het ongelijk gestelde partij draagt de kosten van het informeren van de consumenten, overeenkomstig het in artikel 7 neergelegde beginsel.
Amendement 80
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 2
2.  De in lid 1 bedoelde informatie omvat een uitleg in begrijpelijke taal van het onderwerp van de representatieve vordering, de juridische gevolgen ervan en, indien relevant, de door de betrokken consumenten te nemen vervolgstappen.
2.  De in lid 1 bedoelde informatie omvat een uitleg in begrijpelijke taal van het onderwerp van de representatieve vordering, de juridische gevolgen ervan en, indien relevant, de door de betrokken consumenten te nemen vervolgstappen. De modaliteiten voor het informeren van de consumenten en de daarvoor geldende termijn worden in samenspraak met de rechter of administratieve autoriteit vastgesteld.
Amendement 81
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat als een rechter heeft besloten dat de vordering ontvankelijk is, aan het publiek op toegankelijke wijze, onder meer via de media en online via een openbare website, informatie ter beschikking wordt gesteld over komende, lopende en afgeronde vorderingen.
Amendement 82
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 2 ter (nieuw)
2 ter.  De lidstaten zien erop toe dat publieke mededelingen van bevoegde instanties over vorderingen feitelijk zijn en zowel rekening houden met het recht van consumenten op informatie als met het recht van gedaagden op bescherming van de goede naam en het zakengeheim.
Amendement 83
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 1
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de vaststelling van een inbreuk die de collectieve belangen van consumenten schaadt bij een definitief besluit van een administratieve autoriteit of een rechter, met inbegrip van een definitief bevel als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b), geacht wordt onweerlegbaar het bestaan van die inbreuk vast te stellen met het oog op eventuele andere vorderingen waarbij herstel wordt gevorderd bij hun nationale rechter jegens dezelfde handelaar inzake dezelfde inbreuk.
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat een definitief besluit van een administratieve autoriteit of een rechter, met inbegrip van een definitief bevel als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b), in het kader van andere vorderingen tot herstel voor de nationale rechter tegen dezelfde handelaar op grond van dezelfde feiten beschouwd wordt als bewijs voor het bestaan respectievelijk niet-bestaan van die inbreuk, om te waarborgen dat dezelfde schade niet twee keer aan de betrokken consumenten wordt vergoed.
Amendement 84
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 2
2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een definitief besluit als bedoeld in lid 1, dat in een andere lidstaat is uitgevaardigd, door hun nationale rechters of administratieve autoriteiten geacht wordt een weerlegbaar vermoeden op te leveren dat een inbreuk heeft plaatsgevonden.
2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een definitief besluit als bedoeld in lid 1, dat in een andere lidstaat is uitgevaardigd, door hun nationale rechters of administratieve autoriteiten ten minste beschouwd wordt als bewijs dat er een inbreuk heeft plaatsgevonden.
Amendement 85
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de vaststelling van het bestaan of niet-bestaan van een inbreuk bij een onherroepelijk besluit van een rechter van een lidstaat, in het kader van een andere vordering tot herstel tegen dezelfde handelaar wegens dezelfde inbreuk bij de nationale rechter van een andere lidstaat opgevat moet worden als een weerlegbaar vermoeden van het bestaan, respectievelijk niet-bestaan, van een dergelijke inbreuk.
Amendement 86
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 3
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat een definitief declaratoir besluit als bedoeld in artikel 6, lid 2, geacht wordt onweerlegbaar de aansprakelijkheid vast te stellen van de handelaar jegens de consumenten die schade door de inbreuk hebben geleden, met het oog op eventuele vorderingen waarbij herstel wordt gevorderd bij hun nationale rechter jegens dezelfde handelaar inzake die inbreuk. De lidstaten zorgen ervoor dat voor dergelijke vorderingen tot herstel die consumenten individueel instellen, snelle en eenvoudige procedures beschikbaar zijn.
3.  De lidstaten worden aangespoord om een gegevensbank op te richten met definitieve besluiten inzake vorderingen tot herstel, waarvan gebruik gemaakt kan worden bij andere maatregelen tot herstel, en om hun beste praktijken op dit gebied te delen.
Amendement 87
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – alinea 1
De lidstaten zorgen ervoor dat de indiening van een representatieve vordering als bedoeld in de artikelen 5 en 6 tot gevolg heeft dat de verjaringstermijnen die van toepassing zijn op eventuele vorderingen tot herstel voor de betrokken consumenten worden opgeschort of onderbroken, wanneer voor de relevante rechten een verjaringstermijn krachtens het Unierecht of het nationale recht bestaat.
Overeenkomstig het nationale recht zorgen de lidstaten ervoor dat de indiening van een representatieve vordering als bedoeld in de artikelen 5 en 6 tot gevolg heeft dat de verjaringstermijnen die van toepassing zijn op eventuele vorderingen tot herstel voor de betrokken personen worden opgeschort of onderbroken, wanneer voor de relevante rechten een verjaringstermijn krachtens het Unierecht of het nationale recht bestaat.
Amendement 88
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – alinea 1
De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit, op verzoek van een bevoegde instantie die redelijkerwijs beschikbare feiten en bewijzen heeft overgelegd die volstaan om de representatieve vordering te onderbouwen en naar verder bewijsmateriaal heeft verwezen waarover de verweerder de beschikking heeft, in overeenstemming met het nationaal procesrecht kan gelasten dat de verweerder dergelijk bewijsmateriaal overlegt, onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid.
De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit, op verzoek van een van de partijen die redelijkerwijs beschikbare feiten, voldoende bewijs en een inhoudelijke toelichting ter onderbouwing van haar standpunt heeft overgelegd en naar verder specifiek en duidelijk omschreven bewijsmateriaal heeft verwezen waarover de andere partij de beschikking heeft, in overeenstemming met het nationaal procesrecht kan gelasten, zo nauwkeurig mogelijk omschreven als redelijkerwijs mogelijk is op basis van de beschikbare feiten, dat deze partij dergelijk bewijsmateriaal overlegt, onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid. Dit bevel moet evenredig en passend zijn in het betreffende geval, en mag het evenwicht tussen de twee betrokken partijen niet verstoren.
Amendement 89
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – alinea 1 bis (nieuw)
1 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de rechterlijke instanties slechts gelasten tot het overleggen van bewijsmateriaal in een omvang als evenredig is. Om te bepalen of het overleggen van bewijsmateriaal waarom een vertegenwoordigende instantie verzoekt evenredig is, houdt de rechter rekening met de rechtmatige belangen van alle betrokken partijen, en met name met de vraag in hoeverre het verzoek om overlegging van bewijsmateriaal gesteund wordt door de beschikbare feiten en de vraag of het bewijsmateriaal waarvan overlegging gevraagd wordt vertrouwelijke informatie bevat.
Amendement 90
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – alinea 1 ter (nieuw)
1 ter.  De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale rechterlijke instanties bevoegd zijn om in het kader van schadevorderingen overlegging te gelasten van bewijsmateriaal dat vertrouwelijke gegevens bevat, indien zij dat bewijsmateriaal relevant achten voor de schadevordering.
Amendement 91
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 2
2.  De lidstaten zorgen ervoor dat sancties de vormen kunnen aannemen van boetes.
2.  De lidstaten zorgen ervoor dat sancties onder meer de vorm kunnen aannemen van boetes.
Amendement 92
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 3
3.  Bij de beslissing over de aanwending van de inkomsten uit boetes houden de lidstaten rekening met de collectieve belangen van consumenten.
3.  Bij de beslissing over de aanwending van de inkomsten uit boetes houden de lidstaten rekening met de collectieve belangen. De lidstaten kunnen bepalen dat deze inkomsten worden toegewezen aan een fonds dat is opgericht om representatieve vorderingen te financieren.
Amendement 93
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – titel
Bijstand voor bevoegde instanties
Bijstand voor bevoegde vertegenwoordigende instanties
Amendement 94
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 1
1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat proceskosten in verband met representatieve vorderingen voor bevoegde instanties geen financiële belemmering vormen om het recht de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen te vorderen, doeltreffend uit te oefenen, zoals de beperking van de toepasselijke gerechts- of administratieve kosten of het zo nodig bieden van toegang tot rechtshulp aan deze instanties of het met dit oogmerk verstrekken van publieke middelen daaraan.
1.  De lidstaten worden aangespoord om, in overeenstemming met artikel 7, te waarborgen dat bevoegde vertegenwoordigende instanties over voldoende middelen beschikken voor representatieve vorderingen. Zij nemen de nodige maatregelen om de toegang tot de rechter te vergemakkelijken en waarborgen dat proceskosten in verband met representatieve vorderingen voor bevoegde instanties geen financiële belemmering vormen om het recht de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen te vorderen, doeltreffend uit te oefenen, zoals de beperking van de toepasselijke gerechts- of administratieve kosten of het zo nodig bieden van toegang tot rechtshulp aan deze instanties of het met dit oogmerk verstrekken van publieke middelen daaraan.
Amendement 95
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  De lidstaten bieden structurele steun aan instanties die optreden als bevoegde instanties in de zin van deze richtlijn.
Amendement 96
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 bis (nieuw)
Artikel 15 bis
Vertegenwoordiging in rechte en het honorarium van de advocaat
De lidstaten zien erop toe dat vergoedingen voor advocaten en de wijze waarop deze worden berekend, geen stimulans vormen voor het voeren van rechtszaken die, gelet op de belangen van elk van de partijen, onnodig zijn. In het bijzonder verbieden de lidstaten resultaatafhankelijke honoraria.
Amendement 97
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 – lid 1
1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke bevoegde instantie die van tevoren in een lidstaat is aangewezen overeenkomstig artikel 4, lid 1, de rechters en administratieve autoriteiten van een andere lidstaat kan adiëren na overlegging van de in dat artikel bedoelde openbaar toegankelijke lijst. De rechters of administratieve autoriteiten aanvaarden deze lijst als bewijs van de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie, onverminderd hun recht om na te gaan of de doelstelling van de bevoegde instantie het instellen van een vordering in een specifiek geval rechtvaardigt.
1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke bevoegde vertegenwoordigende instantie die van tevoren in een lidstaat is aangewezen overeenkomstig artikel 4, lid 1, de rechters en administratieve autoriteiten van een andere lidstaat kan adiëren na overlegging van de in dat artikel bedoelde openbaar toegankelijke lijst. De rechters of administratieve autoriteiten kunnen de procesbevoegdheid van de bevoegde vertegenwoordigende instantie beoordelen, onverminderd hun recht om na te gaan of de doelstelling van de bevoegde vertegenwoordigende instantie het instellen van een vordering in een specifiek geval rechtvaardigt.
Amendement 98
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Een lidstaat waar een procedure inzake collectief verhaal plaatsvindt kan van de in deze lidstaat wonende consumenten een mandaat verlangen, en verlangt van individuele consumenten die in een andere lidstaat woonachtig zijn een mandaat als de vordering grensoverschrijdend is. In dergelijke omstandigheden wordt in het eerste stadium van de procedure aan de rechter of de administratieve autoriteit een geconsolideerde lijst verstrekt van alle consumenten uit andere lidstaten die een dergelijk mandaat hebben verleend.
Amendement 99
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 – lid 4
4.  Wanneer een lidstaat of de Commissie bezwaren opwerpt met betrekking tot de vervulling door een bevoegde instantie van de in artikel 4, lid 1, vastgestelde criteria, onderzoekt de lidstaat die deze instantie heeft aangewezen deze bezwaren en herroept hij, indien passend, de aanwijzing wanneer een of meer van de criteria niet zijn vervuld.
4.  Wanneer een lidstaat of de Commissie of de handelaar bezwaren opwerpt met betrekking tot de vervulling door een bevoegde vertegenwoordigende instantie van de in artikel 4, lid 1, vastgestelde criteria, onderzoekt de lidstaat die deze instantie heeft aangewezen deze bezwaren en herroept hij, indien passend, de aanwijzing wanneer een of meer van de criteria niet zijn vervuld.
Amendement 100
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 bis (nieuw)
Artikel 16 bis
Openbaar register
De lidstaten waarborgen dat de relevante nationale bevoegde autoriteiten een openbaar register opzetten van onrechtmatige handelingen die het voorwerp zijn geweest van een bevel overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn.
Amendement 101
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 – lid 2
2.  Uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn beoordeelt de Commissie of de regels op het gebied van de rechten van vliegtuigpassagiers en treinreizigers een afdoende niveau van consumentenbescherming bieden dat vergelijkbaar is met dat waarin deze richtlijn voorziet. De Commissie is voornemens om, wanneer dat het geval is, passende voorstellen te doen, die met name kunnen bestaan in het schrappen van de in de punten 10 en 15 van bijlage I genoemde handelingen uit het toepassingsgebied van deze richtlijn als gedefinieerd in artikel 2.
Schrappen
Amendement 102
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 bis (nieuw)
Artikel 18 bis
Evaluatieclausule
Onverminderd artikel 16 beoordeelt de Commissie of grensoverschrijdende representatieve vorderingen het best op Unieniveau aangepakt kunnen worden door de instelling van een Europese Ombudsman voor collectief verhaal. Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn stelt de Commissie hierover een verslag op en dient zij dit verslag, indien passend vergezeld van een voorstel ter zake, in bij het Europees Parlement en de Raad.
Amendement 103
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – punt 59 bis (nieuw)
(59 bis)   Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4).
Amendement 104
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – punt 59 ter (nieuw)
(59 ter)   Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 357).
Amendement 105
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – punt 59 quater (nieuw)
(59 quater)   Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden.
Amendement 106
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – punt 59 quinquies (nieuw)
(59 quinquies)   Richtlijn 2014/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van niet-automatische weegwerktuigen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 107).
Amendement 107
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – punt 59 sexies (nieuw)
(59 sexies)   Verordening (EEG) nr. 2136/89 van de Raad van 21 juni 1989 tot vaststelling van gemeenschappelijke normen voor het in de handel brengen van sardineconserven en van verkoopbenamingen voor conserven van sardines en van sardineachtigen.
Amendement 108
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – punt 59 septies (nieuw)
(59 septies)   Verordening (EG) Nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005.

(1) PB C 440 van 6.12.2018, blz. 66.
(2) PB C 461 van 21.12.2018, blz. 232.

Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2019Juridische mededeling