Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2168(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0096/2019

Ingediende teksten :

A8-0096/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0246

Aangenomen teksten
PDF 152kWORD 52k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Algemene begroting EU - Europese Raad en Raad
P8_TA-PROV(2019)0246A8-0096/2019
Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, afdeling II - Europese Raad en Raad (2018/2168(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017 (COM(2018)0521 – C8‑0320/2018)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Raad aan de kwijtingsautoriteit over de in 2017 uitgevoerde interne controles,

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd(4), overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(6), en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0096/2019),

1.  stelt zijn besluit tot verlening van kwijting aan de secretaris-generaal van de Raad voor de uitvoering van de begroting van de Europese Raad en de Raad voor het begrotingsjaar 2017 uit;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese Ombudsman, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB L 51 van 28.2.2017.
(2) PB C 348 van 28.9.2018, blz. 1.
(3) PB C 357 van 4.10.2018, blz. 1.
(4) PB C 357 van 4.10.2018, blz. 9.
(5) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(6) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.


2. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, afdeling II – Europese Raad en Raad (2018/2168(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, afdeling II – Europese Raad en Raad,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0096/2019),

A.  overwegende dat alle instellingen van de Unie transparant moeten zijn en dat zij ten volle verantwoording verschuldigd zijn aan de burgers van de Unie voor de hun als instelling van de Unie toevertrouwde middelen;

B.  overwegende dat zowel voor een open en transparant bestuur van de Unie als voor de bescherming van de financiële belangen van de Unie beide een open en transparante kwijtingsprocedure vereist is, waarbij elke instelling van de Unie verantwoordelijk is voor de begroting die zij uitvoert;

C.  overwegende dat de Europese Raad en de Raad, als instellingen van de Unie, een democratische verantwoordingsplicht hebben tegenover de burgers van de Unie voor zover zij begunstigden zijn van middelen uit de algemene begroting van de Europese Unie;

D.  overwegende dat de rol van het Parlement bij het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting is vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en in het Financieel Reglement;

1.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag van 2017 opmerkt dat er geen significante tekortkomingen zijn vastgesteld met betrekking tot de gecontroleerde aspecten inzake personele middelen en aanbesteding door de Europese Raad en de Raad;

2.  merkt op dat de Europese Raad en de Raad in 2017 een totale begroting hadden van 561 576 000 EUR (tegen 545 054 000 EUR in 2016), met een gemiddeld uitvoeringspercentage van 93,8 %, tegen 93,5 % in 2016;

3.  is ingenomen met de inspanningen om het financieel beheer en de financiële prestaties verder te verbeteren, zoals de harmonisatie van de begrotingsplanning op centraal niveau door gebruikmaking van meerjarige activiteiten- en begrotingsplanning ("MABP"); merkt op dat de uitgavenplannen en de ontwerpbegroting gebaseerd zijn op activiteiten (projecten, programma's en terugkerende activiteiten);

4.  neemt kennis van de stijging met 16,5 miljoen EUR (3 %) in de begroting van de Europese Raad en de Raad in 2017, in vergelijking met een stijging van 0,6 % in 2016;

5.  herhaalt zijn bezorgdheid over het zeer hoge bedrag aan kredieten dat van 2017 naar 2018 is overgedragen, met name wat meubilair, technische uitrusting, transport en informatica betreft; herinnert de Raad eraan dat overdrachten als uitzonderingen op het beginsel van jaarperiodiciteit moeten worden gezien en werkelijke behoeften moeten weerspiegelen;

6.  herhaalt dat de begroting van de Europese Raad en de begroting van de Raad moeten worden gescheiden, om bij te dragen tot een transparant financieel beheer van de instellingen en om ervoor te zorgen dat beide instellingen beter aan hun verantwoordingsplicht kunnen voldoen;

7.  is tevreden met het feit dat over de periode 2013-2017 een personeelsinkrimping met 5 % is gerealiseerd, overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(1); neemt kennis van de inspanningen om de organisatie te stroomlijnen door middel van veranderingen in de personeelsformatie in het kader van voortdurende administratieve modernisering;

8.  merkt op dat in de Raad in totaal 1 629 vrouwen en 1 141 mannen in dienst waren; merkt op dat slechts 29 % van de posten in het hoger management bekleed werd door vrouwen; verzoekt de Raad de nodige maatregelen te nemen om het genderevenwicht in managementfuncties te verbeteren;

9.  merkt op dat op de webpagina's van de Raad een overzicht gepubliceerd is van de personele middelen, uitgesplitst naar geslacht en nationaliteit; herhaalt zijn verzoek aan de Raad om een gedetailleerder overzicht te verstrekken, uitgesplitst naar soort van contract, rang, geslacht en nationaliteit, alsmede een overzicht waarin deze cijfers vergeleken worden met die van het voorgaande jaar;

10.  is tevreden met de informatie over de beroepswerkzaamheden van een voormalige hoge ambtenaar van het secretariaat-generaal van de Raad die de dienst in 2017 heeft verlaten;

11.  is tevreden met de informatie over de gebouwenstrategie van de Raad in de definitieve financiële staten van 2017; merkt op dat de Belgische Staat en het secretariaat-generaal van de Raad in juli 2017 de onderhandelingen hebben afgerond over de uiteindelijke prijs voor het Europagebouw, waarbij een eindbedrag werd overeengekomen van 312 143 71,53 EUR, en over de aankoop van vier extra percelen rond de gebouwen van de Raad voor een bedrag van 4 672 944 EUR; merkt op dat de definitieve overeenkomst naar verwachting in 2018 zou worden ondertekend; merkt op dat alle bedragen in verband met de definitieve regeling voor het Europagebouw zijn betaald of toerekenbaar zijn geworden in 2017;

12.  is ingenomen met de overgang naar de nieuwe versie van het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) en ISO 14001 en met de publicatie van de milieuverklaring 2017, waarin het milieubeheersysteem van de Raad is opgenomen; is ingenomen met de maatregelen van de Raad om zijn afvalbeheer te verbeteren, zijn energie-efficiëntie te verhogen en zijn koolstofvoetafdruk te verkleinen, en moedigt de Raad aan zijn inspanningen in deze richting voort te zetten;

13.  merkt op dat op de website van de Raad de interne regels gepubliceerd zijn voor het melden van ernstige onregelmatigheden, samen met een gids voor ethiek en gedrag voor de personeelsleden van de Raad; verzoekt de Raad deze regels onder de aandacht te brengen en ervoor te zorgen dat alle personeelsleden naar behoren geïnformeerd zijn over hun rechten;

14.  neemt kennis van het feit dat, hoewel het mandaat om onderhandelingen te beginnen met het Parlement en de Commissie over de deelname van de Raad aan het transparantieregister op 6 december 2017 is vastgesteld, de Raad zich nog steeds niet bij het transparantieregister heeft aangesloten; dringt er bij de Raad op aan een vervolg te geven aan de onderhandelingen en samen met de vertegenwoordigers van het Parlement en de Commissie tot een akkoord te komen, zodat de Raad zich eindelijk bij het transparantieregister kan aansluiten;

Toekomstige samenwerking tussen de Raad en het Parlement

15.  betreurt het feit dat de Raad opnieuw geen antwoord heeft gegeven op de schriftelijke vragen van het Parlement en dat de secretaris-generaal van de Raad niet aanwezig was op de op 27 november 2018 in het kader van de jaarlijkse kwijting georganiseerde hoorzitting, wat eens te meer een totaal gebrek aan samenwerking van de kant van de Raad liet zien; benadrukt het feit dat de uitgaven van de Raad op dezelfde wijze moeten worden gecontroleerd als de uitgaven van andere instellingen en dat de essentiële onderdelen van deze controle zijn vastgelegd in zijn kwijtingsresoluties van de afgelopen jaren; brengt in herinnering dat het Parlement de enige instelling is die rechtstreeks door de burgers van de Unie wordt verkozen en dat de rol van het Parlement in de kwijtingsprocedure direct samenhangt met het recht van de burgers om in kennis te worden gesteld van de manier waarop overheidsmiddelen worden besteed;

16.  benadrukt dat het Parlement uit hoofde van de Verdragen de enige kwijtingsautoriteit van de Unie is, en dat er, weliswaar met volledige inachtneming van de rol van de Raad als een instelling die aanbevelingen geeft in het kader van de kwijtingsprocedure, een onderscheid moet blijven bestaan tussen de verschillende rollen van het Parlement en de Raad met het oog op de naleving van het in de Verdragen en het Financieel Reglement vastgelegde institutionele kader;

17.  herinnert aan de moeilijkheden die tot op heden herhaaldelijk in de kwijtingsprocedures zijn ondervonden als gevolg van een gebrek aan medewerking van de Raad, en herinnert eraan dat het Parlement heeft geweigerd de secretaris-generaal van de Raad kwijting te verlenen voor de begrotingsjaren 2009 tot en met 2016;

18.  merkt op dat het Parlement op 9 november 2018 een voorstel voor een samenwerkingsprocedure tussen beide instellingen heeft ingediend; merkt op dat de Raad op 2 mei 2018 het voorstel van het Parlement betreffende de kwijtingsprocedure voor de Raad heeft beantwoord met een gewijzigd voorstel en dat de Commissie begrotingscontrole van het Parlement haar reactie op het gewijzigde voorstel van de Raad op 21 juli 2018 heeft verzonden; dringt er bij de Raad op aan snel te reageren op de meest recente voorstellen van de Commissie begrotingscontrole, zodat de nieuwe regelingen voor de kwijtingsprocedure zo spoedig mogelijk kunnen worden toegepast;

19.  is ingenomen met het feit dat de Raad het noodzakelijk acht om aandacht te besteden aan de kwijtingsprocedure en bereid is om met het Parlement tot een oplossing te komen voor de wijze waarop in deze kwestie kan worden samengewerkt;

20.  herinnert eraan dat de Unie, ingevolge artikel 335 VWEU, "wordt vertegenwoordigd door elk van de instellingen, uit hoofde van hun administratieve autonomie, voor de aangelegenheden die verband houden met hun respectieve werking", en dat zij derhalve, met inachtneming van artikel 55 van het Financieel Reglement, individueel verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van hun begroting;

21.  onderstreept de bevoegdheid van het Parlement om kwijting te verlenen krachtens de artikelen 316, 317 en 319 van het VWEU, in overeenstemming met de tot nu toe gehanteerde interpretatie en praktijk, namelijk verlening van kwijting voor elk onderdeel van de begroting afzonderlijk, ter wille van de transparantie en om de democratische verantwoordingsplicht ten aanzien van de belastingbetalers van de Unie te waarborgen;

22.  dringt er bij de Raad op aan zijn procedure voor de kwijtingsaanbevelingen te bespoedigen, teneinde de kwijting te laten plaatsvinden in het jaar n+1; verzoekt de Raad zijn specifieke taken te vervullen en kwijtingsaanbevelingen te doen aan de andere instellingen van de Unie;

(1) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling