Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2206(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0114/2019

Ingediende teksten :

A8-0114/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.15

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0256

Aangenomen teksten
PDF 154kWORD 54k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec)
P8_TA-PROV(2019)0256A8-0114/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2206(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0096/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau(5), en met name artikel 13,

–  Verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009(6), met name artikel 28,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0114/2019),

1.  verleent de directeur van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 38.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 38.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 337 van 18.12.2009, blz. 1.
(6) PB L 321 van 17.12.2018, blz. 1.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2206(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0096/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau(5), en met name artikel 13,

–  Verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009(6), met name artikel 28,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0114/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 38.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 38.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 337 van 18.12.2009, blz. 1.
(6) PB L 321 van 17.12.2018, blz. 1.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2206(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0114/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (het "Bureau") voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) 4 246 000 EUR bedroeg, hetzelfde bedrag als in 2016; overwegende dat de begroting van het Bureau volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,94 %, hetgeen neerkomt op een stijging met 3,74 % ten opzichte van 2016; stelt vast dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten 86,92 % bedroeg, een aanzienlijke stijging met 9,73 % ten opzichte van 2016;

2.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het Bureau om vertalingen van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT) vroeg voor vier oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling voor reservepersoneelslijsten; stelt vast dat de Rekenkamer tot de conclusie kwam dat het verzoek om vertaling niet gerechtvaardigd was, aangezien de lijst van ambten al volledig ingevuld was; neemt er kennis van dat volgens het antwoord van het Bureau het verzoek werd gedaan omdat het comité van beheer van het Bureau verzocht reservelijsten op te stellen voor 75 % van de functieprofielen om het vacaturepercentage onder 15 % te houden teneinde de risico's in verband met het grote personeelsverloop te beperken;

Annulering van overdrachten

3.  neemt ter kennis dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 20 412 EUR bedroegen, d.w.z. 2,53 % van het totale overgedragen bedrag, een daling met 4,76 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

4.  stelt met tevredenheid vast dat het Bureau verschillende soorten maatregelen als kernprestatie-indicatoren gebruikt om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen en zijn begrotingsbeheer te verbeteren;

5.  neemt ter kennis dat het Bureau zijn strategie heeft herzien, rekening houdend met de marktontwikkelingen en technologische vooruitgang, om zich aan te passen aan de nieuwe omgeving inzake elektronische communicatie, het waarborgen van open internettoegang en connectiviteit;

6.  merkt met bezorgdheid op dat het Bureau geen middelen deelt met andere agentschappen; verzoekt het Bureau verdere mogelijkheden te onderzoeken om diensten te delen en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de in dit verband ondernomen stappen;

7.  stelt vast dat het Bureau zijn boekhoudkundige diensten heeft uitbesteed aan de Commissie; verneemt echter met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat hoewel deze gebeurtenissen ingrijpende wijzigingen in de procedures en het boekhoudsysteem van het Bureau met zich brachten, het boekhoudsysteem sinds 2013 niet opnieuw is gevalideerd; neemt kennis van het antwoord van het Bureau dat de valideringsaanpak momenteel wordt ontwikkeld; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de ontwikkelingen op dit gebied;

8.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om in de oprichtingsverordening van het Bureau een verplichte periodieke externe prestatiebeoordeling om de vijf jaar op te nemen;

Personeelsbeleid

9.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 100 % ingevuld was, aangezien 14 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 14 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 15 toegestane posten in 2016); stelt vast dat er in 2017 bovendien negen contractanten en vier gedetacheerde nationale deskundigen voor het Bureau hebben gewerkt;

10.  stelt bezorgd vast dat het Bureau negatieve gevolgen heeft ondervonden van de hoogst mogelijke vermindering (12,5 %) van het personeelsbestand, zoals blijkt uit het op 21 december 2017 gepubliceerde verslag van de Rekenkamer over de tenuitvoerlegging van de vermindering van het aantal posten met 5 %, hoewel het krachtens Verordening (EU) 2015/2120 extra taken toegewezen heeft gekregen;

11.  betreurt het gebrek aan genderevenwicht onder de leden van de raad van bestuur van het Bureau, waar 24 van de 29 personen man zijn, en 5 vrouw; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur rekening te houden met het belang van het waarborgen van genderevenwicht;

12.  stelt vast dat het Bureau een besluit heeft genomen over het beleid inzake de bescherming van de waardigheid van de persoon en het voorkomen van intimidatie, en dat het voorts opleidingen voor vertrouwenspersonen mogelijk heeft gemaakt;

13.  stelt met bezorgdheid vast dat het personeel in 2017 gemiddeld slechts 2,7 jaar bij het Bureau in dienst was, wat wijst op een hoog personeelsverloop; begrijpt dat het Bureau problemen ondervindt om personeel aan te trekken, onder andere vanwege de lage salariscorrectiecoëfficiënt van het gastland (74,9 %); uit zijn bezorgdheid over het feit dat de werklast van het personeel van het Bureau is toegenomen als gevolg van de in de afgelopen jaren doorgevoerde vermindering van het aantal posten waarop het in het kader van de begroting van de Unie recht heeft, samen met de taken die het erbij heeft gekregen; wijst erop dat deze situatie risico's kan opleveren voor de uitvoering van zijn werkprogramma's; neemt ter kennis dat het management voortdurend aan risicobeperkende maatregelen werkt, en verzoekt het Bureau aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de in dit verband geboekte vooruitgang;

Aanbestedingsprocedures

14.  neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Bureau eind 2017 nog niet alle instrumenten ten uitvoer had gelegd die de Commissie heeft ingezet voor de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e-aanbesteding); neemt kennis van het antwoord van het Bureau dat het voornemens is deze tegen het einde van 2018 ten uitvoer te leggen; verzoekt het Bureau aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de vooruitgang die hiermee wordt geboekt;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

15.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Bureau om te zorgen voor transparantie en de preventie van en omgang met belangenconflicten; wijst er evenwel met bezorgdheid op dat het Bureau de cv's van de leden van de raad van bestuur niet op zijn website heeft geplaatst; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit mee te delen welke maatregelen in dit verband zijn genomen;

16.  betreurt dat het Bureau op 31 december 2017 niet over interne voorschriften inzake klokkenluiders beschikte; neemt echter ter kennis dat het Bureau voornemens is deze tegen het einde van 2018 vast te stellen; verzoekt het Bureau aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging daarvan;

Interne controles

17.  stelt met tevredenheid vast dat het Bureau in 2017 intern actie heeft ondernomen om zijn internecontrolesystemen tegen het licht te houden, waaruit bleek dat ze doeltreffend ten uitvoer zijn gelegd;

Overige opmerkingen

18.  stelt vast dat het Bureau, in tegenstelling tot de meeste andere agentschappen, geen uitgebreide analyse heeft uitgevoerd van de impact die het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Europese Unie terug te trekken waarschijnlijk op zijn organisatie, activiteiten en boekhouding zal hebben; verzoekt het Bureau te overwegen een dergelijke analyse uit te voeren en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de in dit verband getroffen maatregelen;

o
o   o

19.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 84/39 van 17.3.2017, blz. 189.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling