Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2194(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0121/2019

Ingediende teksten :

A8-0121/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0259

Aangenomen teksten
PDF 159kWORD 54k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol)
P8_TA-PROV(2019)0259A8-0121/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2194(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0084/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad(5), en met name artikel 20,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0121/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Academie voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 112.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 112.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 319 van 4.12.2015, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2194(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0084/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad(5), en met name artikel 20,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0121/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 112.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 112.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 319 van 4.12.2015, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2194(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0121/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving ("het Agentschap") voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) 10 524 359 EUR bedroeg, een stijging van 2,26 % ten opzichte van 2016; overwegende dat de begroting van het Agentschap volledig wordt gefinancierd met middelen uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2017 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 97,09 %, een stijging met 1,14 % ten opzichte van 2016; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 84,02 % bedroeg, een stijging van 5,17 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

Annulering van overdrachten

2.  betreurt de vele annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017, die 189 154 EUR bedroegen, d.w.z. 12,81 % van het totale overgedragen bedrag, een lichte stijging van 1,44 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

3.  stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap kernprestatie-indicatoren gebruikt om zijn opleidingsactiviteiten en het effect ervan – met name de tevredenheid van de deelnemers – te meten om de toegevoegde waarde ervan te beoordelen, en prestatie-indicatoren gebruikt om zijn begrotingsbeheer te verbeteren;

4.  neemt er nota van dat het veranderingsmanagementplan van het Agentschap met het oog op de nodige voorbereidingen om in het kader van zijn nieuwe, uitgebreide mandaat te functioneren, voor 83 % ten uitvoer is gelegd; merkt op dat 93 % van de deelnemers aan de opleidingsactiviteiten van het Agentschap verklaarde ten minste tevreden te zijn over de opleidingen, en dat het Agentschap de tenuitvoerlegging van het EU/MENA-partnerschapsprogramma voor opleidingen op het gebied van terrorismebestrijding heeft afgerond;

5.  stelt met voldoening vast dat het Agentschap nauw samenwerkt met het netwerk van agentschappen voor justitie en binnenlandse zaken en de negen agentschappen die daar deel van uitmaken; merkt op dat zij opleidingen delen en samen cursussen organiseren;

6.  is ingenomen met de toezegging van het Agentschap om gevolg te geven aan het verslag van de dienst Interne Audit van de Commissie over behoeftenanalyse, planning en budgettering met betrekking tot opleidingsactiviteiten; benadrukt dat het belangrijk is dat het Agentschap zijn toezegging gestand doet;

7.  merkt op dat bij de vijfjaarlijkse periodieke externe evaluatie die in januari 2016 is afgesloten, 17 aanbevelingen zijn gedaan en dat het Agentschap van plan is alle corrigerende maatregelen tegen eind 2018 uit te voeren; verzoekt het Agentschap om bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de acties die ondernomen zijn om aan deze aanbevelingen gevolg te geven;

8.  betreurt het dat het Agentschap en Europol ver van elkaar af liggen, hetgeen belemmerend werkt voor het tot stand brengen van synergie-effecten met dit andere agentschap dat zich met politiezaken bezighoudt; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit een verslag te doen toekomen met een overzicht van de mogelijke belemmeringen voor de interactie met Europol en de genomen en te nemen maatregelen voor het elimineren daarvan;

Personeelsbeleid

9.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 96,77 % ingevuld was, aangezien 30 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 31 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 28 toegestane posten in 2016); stelt vast dat in 2017 verder nog 16 arbeidscontractanten en 6 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten;

10.  acht het een goede zaak dat het Agentschap webinars is blijven organiseren om rechtshandhavers toe te rusten met informatie en beste praktijken inzake het herkennen en onderzoeken van haatmisdrijven en de verschillende vormen van gendergerelateerd geweld, en dat het training heeft aangeboden om meer begrip bij te brengen voor de problemen die Roma-gemeenschappen en LGBTI's ondervinden (zoals te veel of te weinig politietoezicht en het wantrouwen jegens politiemensen), en te leren hoe een en ander op het niveau van rechtshandhaving op te lossen is; dringt aan op voortzetting van de aangeboden training op het gebied van grondrechten en de bewustmaking van de politie daaromtrent;

11.  verzoekt het Agentschap in zijn opleidingsprogramma en trainingsactiviteiten ook een aanzienlijk element van antiradicalisering, antiracisme en non-discriminatie op te nemen; verzoekt het Agentschap voorts specifieke opleidingen te ontwikkelen over de procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure;

12.  neemt er nota van dat het Agentschap beleidsmaatregelen heeft goedgekeurd ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie; merkt op dat dit beleid informatie-uitwisseling, opleidingen en vertrouwelijke counseling mogelijk maakt;

13.  merkt op dat de verhuizing van het Verenigd Koninkrijk naar Hongarije en de daaruit voortvloeiende lagere aanpassingscoëfficiënt die op de salarissen van het personeel wordt toegepast, als gevolg had dat het personeelsverloop hoog was en dat het geografische evenwicht niet altijd gewaarborgd is doordat er minder sollicitaties zijn uit andere lidstaten dan het gastland; neemt er met bezorgdheid nota van dat een aantal personeelsleden nog een juridisch geschil heeft lopen over de verhuizing; merkt op dat er een aantal maatregelen is genomen om dit te ondervangen; wijst er met bezorgdheid op dat dit gevolgen kan hebben voor de bedrijfscontinuïteit en het vermogen van het Agentschap om activiteiten uit te voeren; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van eventuele ontwikkelingen op dit gebied;

14.  is het met de Rekenkamer eens dat de publicatie van vacatures op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) relevant en nuttig zou zijn, omdat daarmee de transparantie en publiciteit worden gediend en burgers in staat worden gesteld om kennis te nemen van alle vacatures van de verschillende Europese instellingen en agentschappen; verzoekt het Agentschap daarom al zijn vacatures ook op de EPSO-website te publiceren; verzoekt de Commissie maatregelen te overwegen om de financiële lasten voor de agentschappen in verband met de vertaling van vacatures te verlichten, onder meer door daarover een kaderovereenkomst te sluiten met het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT);

15.  is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer om vacatures op de EPSO-website te publiceren om er meer de aandacht op te vestigen; heeft begrip voor het antwoord van het Agentschap dat deze publicatie hoge vertaalkosten met zich meebrengt; neemt voorts ter kennis dat het Agentschap voornemens is al zijn vacatures te publiceren op het door het netwerk van EU-agentschappen ontwikkelde banenportaal;

Aanbesteding

16.  stelt vast dat het Agentschap volgens het verslag van de Rekenkamer eind 2017 nog niet alle instrumenten had geïmplementeerd die de Commissie heeft ingezet voor de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e-aanbesteding); merkt op dat het Agentschap in zijn antwoord aangeeft dat het van plan is e-inschrijving in 2019 in te voeren; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de vooruitgang die op dit vlak wordt geboekt;

17.  stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap in december 2016 een vierjarig kadercontract voor de terbeschikkingstelling van tijdelijk personeel ter waarde van 1,6 miljoen EUR heeft ondertekend met slechts één marktdeelnemer, uitsluitend op grond van de prijs, zonder rekening te houden met kwaliteitscriteria; neemt nota van het antwoord van het Agentschap dat het van mening is dat de kwaliteit deel uitmaakt van de technische specificaties en dat de keuze om één enkel contract te gunnen, is gemaakt op basis van eerdere ervaringen en specifieke nationale kenmerken;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

18.  is verheugd over het feit dat het Agentschap in 2017 een herziene fraudebestrijdingsstrategie heeft vastgesteld; betreurt het dat het Agentschap per 31 december 2017 nog geen interne voorschriften inzake klokkenluiders had opgesteld en ingevoerd; neemt er echter nota van dat naar verwachting eind 2018 agentschapsspecifieke interne regels zullen worden vastgesteld; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging daarvan;

Overige opmerkingen

19.  benadrukt dat de verplaatsing van het Agentschap naar Boedapest in 2014 en de herziening van zijn mandaat in 2016 aanleiding hebben gegeven tot wijzigingen in de boekhoudprocedures van het Agentschap, die sinds 2013 niet opnieuw zijn gevalideerd; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap dat de hervalidering momenteel binnen DG BUDG wordt besproken en gepland;

20.  merkt op dat het Agentschap in februari 2017 met succes de ISO 9001:2015-certificering van zijn managementsysteem heeft afgerond om zijn inzet voor kwaliteit te verbeteren en beter aan te tonen;

21.  stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap, in tegenstelling tot de meeste andere agentschappen, geen alomvattende analyse heeft uitgevoerd van de waarschijnlijke gevolgen van het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Europese Unie terug te trekken voor zijn organisatie, activiteiten en rekeningen; maakt uit het antwoord van het Agentschap op dat de betreffende risico's informeel als laag zijn beoordeeld; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om een formelere analyse te verrichten als voorbereiding op het beperken van potentiële risico's;

22.  neemt kennis van de inspanningen van het Agentschap om een kosteneffectieve en milieuvriendelijke werkplek te garanderen; wijst erop dat het Agentschap niet over een koolstofcompensatieregeling beschikt, maar neemt er nota van dat het overweegt een dergelijke regeling in te voeren en dat het zijn personeel aanmoedigt om het openbaar vervoer te gebruiken om de emissies te verminderen;

o
o   o

23.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 258/01 van 8.8.2017, blz. 4.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0259.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling