Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2191(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0134/2019

Ingediende teksten :

A8-0134/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.22

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0263

Aangenomen teksten
PDF 159kWORD 53k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC)
P8_TA-PROV(2019)0263A8-0134/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2191(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Centrum(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0081/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding(5), en met name artikel 23,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0134/2019),

1.  verleent de directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Centrum voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 128.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 128.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 142 van 30.4.2004, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2191(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Centrum(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0081/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding(5), en met name artikel 23,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0134/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 128.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 128.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 142 van 30.4.2004, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2191(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0134/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding ("het Centrum") voor het begrotingsjaar 2017 volgens de staat van ontvangsten en uitgaven(1) 58 042 653 EUR bedroeg, wat neerkomt op een lichte daling met 0,35 % ten opzichte van 2016; overwegende dat 97,80 % van de begroting van het Centrum afkomstig is uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2017 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Centrum betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,78 %, hetgeen neerkomt op een stijging van 1,76 % ten opzichte van het jaar 2016; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 81,71 % bedroeg, een stijging van 2,45 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

2.  herinnert eraan dat het Centrum als agentschap van de Unie een begroting heeft die in euro's is uitgedrukt; aangezien het echter buiten de eurozone (in Zweden) gevestigd is, zijn veel van zijn uitgaven in Zweedse kronen (SEK) uitgedrukt; stelt voorts vast dat het Centrum is blootgesteld aan wisselkoersschommelingen, aangezien het niet alleen bankrekeningen in Zweedse kronen heeft, maar ook bepaalde verrichtingen in andere vreemde valuta's uitvoert;

Annulering van overdrachten

3.  stelt met bezorgdheid vast dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 953 754 EUR bedroegen, d.w.z. 8,73 % van het totale overgedragen bedrag, maar een lichte daling met 3,11 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

4.  stelt met tevredenheid vast dat het Centrum gebruikmaakt van meerdere kernprestatie-indicatoren (KPI's) om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen en onder meer gebruikmaakt van de lijst van KPI's die is vervat in het werkdocument van de diensten van de Commissie van 13 maart 2015(2) om zijn begrotingsbeheer te verbeteren;

5.  constateert dat het Centrum de routekaart voor het vernieuwen van zijn ziektesurveillancesystemen heeft voltooid, evaluaties van nieuwe dreigingen voor de gezondheid in de Unie heeft gepubliceerd, en de monitoring van de capaciteiten van de microbiologische laboratoria in de Unie verder heeft ondersteund;

6.  herinnert eraan dat het Centrum tot taak heeft reeds aanwezige en zich ontwikkelende risico's voor de menselijke gezondheid als gevolg van overdraagbare ziekten op te sporen en te beoordelen en hiervan melding te doen; onderstreept dat het Centrum in 2017 heeft geantwoord op 59 officiële verzoeken om wetenschappelijk advies, waarvan er 35 van het Parlement afkomstig waren, en in totaal 210 verslagen heeft gepubliceerd (in 2016 waren dat er 158), waaronder 38 snelle risicobeoordelingen betreffende nieuwe ziektedreigingen in Europa, alsook 78 surveillanceverslagen;

7.  merkt op dat het Centrum ook het Ephesus-project heeft gelanceerd, dat tot doel heeft alle surveillancesystemen voor besmettelijke ziekten in de openbare gezondheidszorg in de Unie/EER te evalueren, en is begonnen met de evaluatie van zijn ziekteprogramma's;

8.  verheugt zich over het feit dat het Centrum voorrang heeft verleend aan activiteiten die verband houden met het aanpakken van het probleem van antimicrobiële resistentie en de daling van de vaccinatiegraad in de Unie;

9.  stelt met tevredenheid vast dat het Centrum goede praktijken deelt en regelmatig samenwerkt met andere agentschappen, met name de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, het Europees Geneesmiddelenbureau en het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; constateert voorts dat het Centrum deelneemt aan interinstitutionele aanbestedingen die worden georganiseerd door andere agentschappen; onderstreept dat het Centrum zich moet blijven inzetten voor samenwerking met andere agentschappen van de Unie en met internationale organisaties, en voor de dialoog met belanghebbenden en met de bevolking;

10.  neemt ter kennis dat in 2018-2019 een externe evaluatie voor de periode 2013-2017 zal plaatsvinden; verzoekt het Centrum aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over uitkomst ervan;

Personeelsbeleid

11.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 91,21 % ingevuld was, aangezien 166 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 182 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 186 toegestane posten in 2016); stelt vast dat er in 2017 bovendien 97 contractanten en 3 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Centrum werkten;

12.  merkt op dat het Centrum beleidsmaatregelen heeft vastgesteld ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie; stelt vast dat het Centrum vertrouwelijke begeleiding en opleidingen aanbiedt; stelt vast dat er in 2017 twee gevallen van intimidatie zijn gemeld en onderzocht;

Aanbestedingsprocedures

13.  stelt vast dat de aanbestedingsprocedures van het Centrum zijn verbeterd door het gebruik van elektronische workflows voor aanbestedingen, die zijn gebaseerd op de toepassing e-PRIOR van DG DIGIT van de Commissie, naast de verbeteringen op het gebied van het toezicht op aanbestedingen; stelt voorts vast dat het Centrum in 2017 316 aanbestedingsprocedures heeft afgerond;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

14.  constateert dat de belangenverklaring en het cv van de directeur van het Centrum op de website van het Centrum zijn gepubliceerd; stelt met bezorgdheid vast dat sommige belangenverklaringen en cv's van de raad van bestuur en het adviesforum ontbreken; verzoekt het Centrum de kwijtingsautoriteit mee te delen welke maatregelen in dit verband zijn genomen;

15.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en lopende inspanningen van het Centrum om te zorgen voor transparantie, preventie, beheer van belangenconflicten en bescherming van klokkenluiders; merkt op dat volgens het Centrum het Europees Bureau voor fraudebestrijding in 2017 één klokkenluiderszaak heeft afgesloten zonder verdere maatregelen; merkt op dat in 2017 zes potentiële belangenconflicten zijn vastgesteld en nader zijn onderzocht, waarvan één belangenconflict werd vastgesteld, wat er toe leidde dat een persoon werd gevraagd niet deel te nemen aan de bespreking van een bepaald agendapunt;

Interne controles

16.  stelt met bezorgdheid vast dat er in 2017 26 terzijdestellingen van controles en afwijkingen van gevestigde processen en procedures plaatsvonden, wat echter 14 minder is dan in 2016; stelt vast dat een actieplan is aangenomen om het aantal van deze terzijdestellingen te verminderen; verzoekt het Bureau om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten van de op dit gebied genomen corrigerende maatregelen;

17.  merkt op dat, naast de interne procedure voor ontmoetingen met de farmaceutische industrie, een interne procedure voor de sluiting van memoranda van overeenstemming en samenwerkingsovereenkomsten met derden in ontwikkeling is; verzoekt het Centrum om de kwijtingsautoriteit van de vorderingen op dit gebied op de hoogte te houden;

Overige opmerkingen

18.  stelt vast dat het Centrum in juli 2016 een nieuw huurcontract heeft ondertekend voor zijn nieuwe gebouw, dat eind februari 2018 in werking trad, en dat de looptijd van het nieuwe huurcontract 15 jaar bedraagt; stelt vast dat het Centrum in april 2018 naar het nieuwe gebouw is verhuisd;

o
o   o

19.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 108 van 22.3.2018, blz. 213.
(2) Werkdocument van de diensten van de Commissie van 13 maart 2015 getiteld "Guidelines on key performance indicators (KPI) for directors of EU decentralised agencies", SWD(2015)0062.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling