Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2182(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0127/2019

Ingediende teksten :

A8-0127/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.24

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0265

Aangenomen teksten
PDF 164kWORD 53k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europees Milieuagentschap (EEA)
P8_TA-PROV(2019)0265A8-0127/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap (EEA) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2182(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0072/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk(5), en met name artikel 13,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0127/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 203.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 203.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 126 van 21.5.2009, blz. 13.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2182(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0072/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk(5), en met name artikel 13,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0127/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 203.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 203.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 126 van 21.5.2009, blz. 13.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2182(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0127/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Milieuagentschap (het "Agentschap") voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) 70 430 306 EUR bedroeg, dat wil zeggen een aanzienlijke toename van 39,44 % ten opzichte van 2016; overwegende dat deze toename verband hield met de nieuwe rol van het Agentschap en de nieuwe taken die hem zijn toegewezen; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk wordt gefinancierd uit de begroting van de Unie (59,19 %) en uit bijdragen in het kader van specifieke overeenkomsten, te weten het programma Copernicus en het Europees programma voor menselijke biomonitoring (40,80 %);

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Milieuagentschap betreffende het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,97 %, hetzelfde percentage als in 2016; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 89,04 % bedroeg, hetgeen neerkomt op een lichte stijging van 0,78 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

Annuleringen van overdrachten

2.  betreurt het hoge annuleringspercentage van overdrachten van 2016 naar 2017, die 443 566 EUR bedroegen, 10,55 % dus van het totale overgedragen bedrag, wat een aanzienlijke stijging van 5,16 % ten opzichte van 2016 betekent;

Prestaties

3.  stelt vast dat het Agentschap bepaalde kernprestatie-indicatoren gebruikt om de toegevoegde waarden van zijn activiteiten te meten, en dat het Agentschap in 2017 zijn kwaliteitsbeheer heeft verbeterd door een overkoepelende structuur voor prestatiebeheer te ontwikkelen, waarbij kernprestatie-indicatoren voor de periode 2019-2021 zijn vastgesteld; stelt voorts vast dat het Agentschap een evenwichtig scorebord gebruikt om zijn verbeteringen op het gebied van begrotingsbeheer te meten;

4.  onderkent dat het Agentschap volgens zijn raad van bestuur bevredigende resultaten heeft geboekt ten aanzien van de in het jaarlijks werkprogramma gestelde doelen voor 2017; merkt evenwel op dat bepaalde activiteiten niet volledig uitgevoerd konden worden wegens een aantal omstandigheden zoals beperkte personele middelen of de late aanlevering van inputgegevens; stelt vast dat het Agentschap effectief bleef samenwerken met zijn Europees milieuobservatie- en informatienetwerk (Eionet), en voorts betrokken bleef bij onder meer de Gemeenschap voor milieukennis, bij de gezamenlijke seminars van het Europees Milieuagentschap en het wetenschappelijk comité over prioriteitsgebieden van het Agentschap, en bij de EEAcademy; wijst erop dat het vermogen van het Agentschap om op beleidsontwikkelingen in te spelen, af zal hangen van de middelen die het in de toekomst toegewezen krijgt en/of van de discontinuering van delen van het huidige takenpakket;

5.  merkt met bezorgdheid op dat het Agentschap met andere agentschappen met soortgelijke activiteiten geen middelen deelt voor overlappende taken; neemt evenwel van het Agentschap ter kennis dat het voortdurend samenwerkt met de Commissie bij het vaststellen en overeenkomen van een taakverdeling met de betreffende diensten van de Commissie (bijvoorbeeld DG Milieu, DG CLIMA, het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek en Eurostat); verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit mee te delen welke ontwikkelingen op dit vlak hebben plaatsgevonden;

6.  neemt ter kennis dat de Commissie in 2016 is begonnen met een externe evaluatie van het Agentschap en het Eionet; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit in te lichten over de uitkomsten van deze evaluatie;

7.  is verheugd over de kwaliteit van het werk van het Agentschap in 2017, zoals het verslag "Klimaatverandering, gevolgen en kwetsbaarheid in Europa", de Europese index voor luchtkwaliteit en het Indicatorverslag inzake het milieu 2017;

Personeelsbeleid

8.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 99,21 % ingevuld was, aangezien 126 ambtenaren of tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 127 posten die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (130 toegestane posten in 2016); stelt vast dat in 2017 bovendien 66 contractanten en 20 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap hebben gewerkt;

9.  betreurt het genderonevenwicht in het hoger management van het Agentschap, waar 7 van de 8 personen mannen zijn en 1 een vrouw; verzoekt het Agentschap voor een beter genderevenwicht te zorgen binnen zijn hoger management;

10.  merkt op dat het Agentschap beleidsmaatregelen heeft goedgekeurd ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie; stelt vast dat het Agentschap e-learningcursussen aanbiedt en zijn personeel heeft opgeroepen tot het indienen van blijken van belangstelling voor de functie van vertrouwenspersoon;

11.  stelt met bezorgdheid vast dat in het verslag van de Rekenkamer wordt gewezen op diverse tekortkomingen in de door het Agentschap georganiseerde aanwervingsprocedures die leiden tot een gebrek aan transparantie en een potentieel ongelijke behandeling van sollicitanten; maakt op uit het antwoord van het Agentschap dat het voornemens is in het licht van de vastgestelde tekortkomingen zijn aanwervingsprocedures nader uit te werken; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit mee te delen welke ontwikkelingen op dit vlak hebben plaatsgevonden;

12.  is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer om vacatures ook te publiceren op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie om er meer de aandacht op te vestigen; heeft begrip voor het antwoord van het Agentschap met betrekking tot de vertaalkosten ; neemt voorts ter kennis dat het Agentschap voornemens is om al zijn vacatures te publiceren op het door het netwerk van EU-agentschappen ontwikkelde banenportaal;

Aanbesteding

13.  maakt met bezorgdheid op uit het verslag van de Rekenkamer dat in diverse aanbestedingsprocedures bepaalde tekortkomingen zijn vastgesteld, waaronder het feit dat in het door het Agentschap voor verschillende aanbestedingen gebruikte bestek geen minimumvereisten zijn gespecificeerd voor de selectiecriteria met betrekking tot economische en financiële draagkracht; maakt uit het antwoord van het Agentschap op dat deze vereisten in 2017 zijn gewijzigd;

14.  neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap eind 2017 nog niet alle instrumenten gebruikte die de Commissie heeft ingezet voor de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e-aanbesteding); maakt op uit het antwoord van het Agentschap dat voor bepaalde procedures elektronische facturering en elektronische aanbesteding zijn ingevoerd en dat deze thans worden uitgebreid tot alle procedures; verzoekt het Agentschap alle nodige instrumenten voor het beheer van aanbestedingsprocedures in te voeren en bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de op dit gebied geboekte vooruitgang;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

15.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Agentschap om te zorgen voor transparantie, preventie, beheer van belangenconflicten en bescherming van klokkenluiders;

16.  neemt kennis van de vaststelling in het verslag van de Rekenkamer dat de onafhankelijkheid van de rekenplichtige moet worden versterkt door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de uitvoerend directeur en de raad van bestuur van het Agentschap; maakt op uit het antwoord van het Agentschap dat het van mening is dat de functionele onafhankelijkheid van de rekenplichtige reeds gewaarborgd is;

Interne controles

17.  neemt ter kennis dat het Agentschap volgens de audit door de dienst Interne Audit van de Commissie in 2015, waarvan bepaalde aanbevelingen nog niet zijn opgevolgd, in zijn dagelijkse werking een kader voor gegevens- en informatiebeheer moet invoeren en de IT-strategie moet actualiseren en uitvoeren, waarbij deze in overeenstemming moet zijn met nieuwe informatietechnologieën en het nieuwe meerjarig werkprogramma; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit mee te delen welke maatregelen in dit verband zijn genomen;

18.  wijst erop dat de raad van bestuur een toetsing van de twee bestuursorganen van het Agentschap heeft bevolen en dat de resultaten daarvan tegen het eind van 2018 worden verwacht;

Overige opmerkingen

19.  merkt op dat de raad van bestuur van het Agentschap instemt met het voorstel het Agentschap en het Eionet een nieuwe rol te laten spelen bij de governance van de energie-unie, bij de monitoring en de rapportering van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen, en bij de maatregelen van de Commissie om milieuverslaglegging te stroomlijnen, en is ingenomen met het voorstel van de Commissie om het Agentschap extra middelen toe te kennen in de vorm van contractanten en financiering, zodat het zich van deze nieuwe taken kan kwijten;

o
o   o

20.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 360 van 24.10.2017, blz. 1.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling