Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2190(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0128/2019

Ingediende teksten :

A8-0128/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.26

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0267

Aangenomen teksten
PDF 158kWORD 55k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)
P8_TA-PROV(2019)0267A8-0128/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2190(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0080/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(5), en met name artikel 44,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0128/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 132.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 132.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2190(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0080/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(5), en met name artikel 44,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0128/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 132.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 132.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2190(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien zijn resolutie van 16 januari 2019 over de toelatingsprocedure van de Unie voor pesticiden(1),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0128/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid ("de Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2017 volgens haar jaarrekening(2) 79 558 730,31 EUR bedroeg, wat een toename van 0,08 % is ten opzichte van 2016; overwegende dat de begroting van de Autoriteit voornamelijk wordt gefinancierd met middelen uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Autoriteit betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,98 %, wat neerkomt op een lichte daling van 0,02 % ten opzichte van 2016; merkt daarnaast op dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten 92,31 % bedroeg, wat een stijging van 2,65 % is ten opzichte van 2016;

2.  herhaalt zijn bezorgdheid over het aanhoudend lage niveau van de kredieten uit de begroting van de Unie voor de Autoriteit;

3.  betreurt de groter wordende kloof tussen het zich uitbreidende takenpakket enerzijds en de afnemende middelen anderzijds, hetgeen erin resulteert dat een aantal projecten aanzienlijke vertraging oploopt;

Annulering van overdrachten

4.  stelt vast dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 291 011,86 EUR bedroegen, d.w.z. 3,55 % van de totale overdrachten, wat een daling van 2,31 % is ten opzichte van 2016;

Prestaties

5.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit in haar omvattende prestatiegebaseerde beheersaanpak verschillende effect- en resultatenkernprestatieindicatoren (KPI's) heeft opgenomen om de toegevoegde waarde van haar activiteiten te meten; merkt verder op dat de Autoriteit nog andere KPI's gebruikt om haar begrotingsbeheer te verbeteren;

6.  erkent dat 2017 het eerste jaar was van de uitvoering van het plan voor de strategie 2020 van de Autoriteit en van het nieuwe beleid om de onafhankelijkheid van de bij de Autoriteit betrokken beroepsbeoefenaars te waarborgen; is ingenomen met het feit dat de prestaties bevredigend waren, met slechts negen indicatoren met een matige afwijking en twee met een relevante afwijking op een totaal van 65 indicatoren;

7.  is ingenomen met de bijdrage die de Autoriteit levert aan de veiligheid van de voedsel- en voederketen van de Unie, alsook met haar aanzienlijke inspanningen om risicomanagers in de Unie te voorzien van uitgebreid, onafhankelijk en geactualiseerd wetenschappelijk advies over vragen die verband houden met de voedselketen, om het publiek duidelijk voor te lichten over haar output en de informatie waarop deze gebaseerd is, en om samen te werken met belanghebbende partijen en institutionele partners bij de bevordering van de samenhang en het vertrouwen in het voedselveiligheidssysteem van de Unie;

8.  is van mening dat de Autoriteit bijzondere aandacht moet blijven besteden aan de publieke opinie en zich moet blijven inzetten voor openheid en transparantie;

9.  benadrukt dat de Autoriteit 779 vragen heeft afgehandeld door middel van wetenschappelijke adviezen, technische rapporten en ondersteunende publicaties;

10.  merkt op dat de externe evaluatie van de Autoriteit van start is gegaan in 2017 en dat de resultaten beschikbaar werden gesteld in 2018; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de conclusies van deze evaluatie en over de maatregelen die zijn genomen om eventuele aanbevelingen op te volgen;

11.  stelt met waardering vast dat de Autoriteit middelen en activiteiten deelt met het Europees Agentschap voor chemische stoffen, het Europees Geneesmiddelenbureau en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding op het gebied van gegevensverzameling, analyse en databanken en bij wetenschappelijke beoordelingen;

Personeelsbeleid

12.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 96,28 % was ingevuld, aangezien 311 ambtenaren en tijdelijke functionarissen waren aangesteld op de 323 posten die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 330 toegestane posten in 2016); stelt vast dat er in 2017 bovendien 120 arbeidscontractanten en 12 gedetacheerde nationale deskundigen voor de Autoriteit werkten;

13.  merkt op dat de Autoriteit het modelbesluit van de Commissie heeft goedgekeurd voor een beleid ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie; neemt kennis van het feit dat zij opleidingssessies heeft georganiseerd en vertrouwelijke counseling mogelijk heeft gemaakt;

14.  merkt met bezorgdheid op dat in 2017 twee formele klachten werden ontvangen, waarin werd verzocht om een formele procedure wegens intimidatie; neemt kennis van de conclusie van de Autoriteit dat er geen begin van bewijs was, wat een vereiste is om een administratief onderzoek te openen;

Aanbesteding

15.  stelt vast dat de Autoriteit volgens het verslag van de Rekenkamer drie kaderovereenkomsten op basis van het cascadesysteem heeft gegund namens negen agentschappen die zich bij de openbare aanbesteding hebben aangesloten; wijst op de opmerking van de Rekenkamer dat kaderovereenkomsten met hernieuwde oproep tot mededinging voor elke specifieke overeenkomst geschikter waren dan het cascadesysteem om een goede kostenefficiëntie te realiseren voor aanbestedingen waarbij de feitelijk te leveren diensten niet bekend zijn wanneer de oproep wordt gedaan; neemt kennis van de motivering van de Autoriteit en maakt verder uit haar antwoord op dat de Autoriteit het cascademechanisme geschikter acht gezien het langetermijnkarakter van de specifieke kaderovereenkomst;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

16.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van de Autoriteit om belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken en transparantie te waarborgen; verwelkomt het recente besluit van de Autoriteit inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot richtsnoeren voor de bescherming van klokkenluiders en de vertrouwelijkheid van hun identiteit; is ingenomen met het geactualiseerde beleid van de Autoriteit inzake onafhankelijkheid, dat in 2017 is goedgekeurd na raadpleging van belanghebbenden en het grote publiek en dat erop gericht is voort te bouwen op het beleid dat het vervangt, om ervoor te zorgen dat de Autoriteit een goed evenwicht kan vinden tussen het aantrekken van de relevante expertise uit de wetenschappelijke wereld en het beschermen van de activiteiten van de Autoriteit tegen ongepaste beïnvloeding; verwelkomt verder de nieuwe definitie van belangenconflict, die onderdeel vormt van het nieuwe beleid inzake onafhankelijkheid van de Autoriteit; juicht ook de publicatie toe — op de website van de Autoriteit — van de belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur; betreurt het dat hun cv's nog altijd niet zijn gepubliceerd; waardeert het dat de Autoriteit sinds juli 2018 voorschriften toepast inzake het beheer van botsende belangen, ter vervanging van de uit 2014 stammende voorschriften inzake belangenverklaringen;

17.  wijst erop dat het Parlement de Autoriteit in zijn jaarlijkse kwijtingsverslagen herhaaldelijk heeft opgeroepen om een wachttijd van twee jaar in te voeren om te voorkomen dat deskundigen met financiële belangen in bedrijven waarvan de stoffen door de Autoriteit worden beoordeeld zitting hebben in de wetenschappelijke panels of werkgroepen van de Autoriteit;

18.  is ervan overtuigd dat aan de Autoriteit voldoende financiële en andere middelen moeten worden toegewezen om te waarborgen dat zij onafhankelijke deskundigen kan aanwerven die geen belangenconflicten hebben;

19.  prijst de toezegging van de Autoriteit om jaarlijks een verslag over onafhankelijkheidsgerelateerde activiteiten goed te keuren, dat als bijlage bij het geconsolideerd jaarverslag zal worden opgenomen en de bevindingen van audits en nalevings- en echtheidscontroles zal bevatten;

20.  is verheugd over het feit dat deskundigen van de lidstaten nu een openbare belangenverklaring aan de Autoriteit zullen moeten voorleggen; dringt erop aan dat die verklaringen door de Autoriteit worden gecontroleerd en openbaar gemaakt;

21.  stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer de onafhankelijkheid van de rekenplichtige moet worden versterkt door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de uitvoerend directeur en de raad van bestuur van de Autoriteit; verneemt uit het antwoord van de Autoriteit dat zij reeds formele eisen hanteert om de onafhankelijkheid van de rekenplichtige te waarborgen;

22.  herinnert aan de aanbevelingen van het Parlement in zijn resolutie van 16 januari 2019 over de toelatingsprocedure van de Unie voor pesticiden, en in het bijzonder aan de oproep aan de Autoriteit om: haar risicocommunicatie te verbeteren, teneinde het publiek op passende, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke wijze te informeren; haar richtsnoeren regelmatig aan te passen aan de stand van de ontwikkelingen op alle relevante gebieden, met het oog op de beoordeling van de korte- en langetermijngevolgen van de residugehalten van werkzame stoffen, formuleringen en mengsels in oppervlaktewater, de bodem, wind en stof; de gebruiksvriendelijkheid van de informatie op haar websites te verbeteren en datamining te faciliteren; haar adviezen in collegiaal getoetste tijdschriften te publiceren, teneinde de constructieve dialoog te versterken en meer nationale deskundigen en andere wetenschappers te motiveren en aan te moedigen om deel te nemen aan haar werkzaamheden;

23.  merkt op dat een groep leden van het Europees Parlement een rechtszaak heeft aangespannen tegen de Autoriteit wegens beperking van de toegang tot documenten in de zaak rond glyfosaat; verzoekt de Autoriteit volledig en onverwijld uitvoering te geven aan het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 maart 2019;

Interne controles

24.  waardeert het feit dat de Autoriteit haar risicobeheersprocedure heeft herzien om ervoor te zorgen dat alle risico's worden gedekt, en dat zij tevens een fraudebestrijdingsstrategie heeft ontwikkeld na een interne risicobeoordeling die is uitgevoerd overeenkomstig de methodologie en richtsnoeren van het Europees Bureau voor fraudebestrijding;

25.   erkent dat de Autoriteit een strategie voor financiële controle achteraf heeft ingevoerd in de vorm van een evenredige controlebenadering in overeenstemming met de wettelijke verplichtingen, en dat zij verder het betrouwbaarheidsbeheer heeft vastgesteld en het kader voor interne controle heeft herzien met het oog op een op beginselen gebaseerde aanpak;

26.  wijst erop dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie de uitvoering heeft beoordeeld van het actieplan naar aanleiding van een aanbeveling van de IAS om het IT-beheer van de Autoriteit te actualiseren, en heeft geconcludeerd dat alle auditaanbevelingen naar behoren en daadwerkelijk zijn uitgevoerd;

27.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat de IAS een controleverslag heeft gepubliceerd over het proces ter evaluatie van gereguleerde producten en de beoordelingsfase bij de toelating van bestrijdingsmiddelen ("The process for Evaluation of Regulated Products: Assessment Phase in Pesticides Authorisation"), en hierin twee zeer belangrijke opmerkingen heeft gemaakt; merkt op dat de Autoriteit dienovereenkomstig een actieplan voorbereidt; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van dat actieplan;

o
o   o

28.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0023.
(2) PB C 311/03 van 19.9.2017, blz. 9.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling