Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2203(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0137/2019

Ingediende teksten :

A8-0137/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.28

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0269

Aangenomen teksten
PDF 158kWORD 54k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa)
P8_TA-PROV(2019)0269A8-0137/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2203(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0093/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening(EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie(5), en met name artikel 64,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0137/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L‑serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 61.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 61.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2203(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0093/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening(EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie(5), en met name artikel 64,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0137/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 61.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 61.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2203(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0137/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (de "Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2017 volgens haar staat van ontvangsten en uitgaven(1) 23 999 257 EUR bedroeg, hetgeen een toename met 10,28 % ten opzichte van 2016 betekent; overwegende dat de Autoriteit wordt gefinancierd door een bijdrage van de Unie (8 946 404 EUR, goed voor 37 %) en bijdragen van de nationale toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten (15 052 852 EUR, goed voor 63 %);

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2017 (hierna: "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Autoriteit betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,79 %, wat betekent dat het streefdoel van de Autoriteit is bereikt en wat neerkomt op een toename met 0,11 % ten opzichte van 2016; merkt daarnaast op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 88,09 % bedroeg, een lichte daling met 0,88 % ten opzichte van 2016;

2.  neemt kennis van de inspanningen van de Autoriteit om haar begroting en personeel intern te herschikken, aangezien haar werklast in toenemende mate verschuift van regelgevingstaken naar toezichtsconvergentie en handhaving; wijst er in dit verband op dat een passend niveau van prioritering gewaarborgd moet zijn met betrekking tot de toewijzing van middelen;

Annulering van overdrachten

3.  merkt bezorgd op dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 127 694 EUR bedroegen, d.w.z. 5,47 % van het totale overgedragen bedrag, een vergelijkbaar percentage als in 2016;

Prestaties

4.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit 13 streefdoelen op strategisch niveau heeft vastgesteld, welke worden gemeten aan de hand van kernprestatie-indicatoren (KPI's) die verdeeld zijn over haar drie operationele strategische doelstellingen, om de meerwaarde van haar activiteiten te bepalen en haar begrotingsbeheer te verbeteren, naast andere intern gebruikte indicatoren;

5.  stelt vast dat de Autoriteit voor acht KPI's haar streefdoel heeft bereikt; neemt ter kennis dat ze voor de resterende vijf KPI's, waarvan sommige vrij ambitieus waren, het streefdoel net niet heeft gehaald maar slechts op een haar na heeft gemist;

6.  onderstreept dat de centrale rol van de Autoriteit erin bestaat bij te dragen tot de invoering van kwalitatief hoogstaande gemeenschappelijke regulerings- en toezichtnormen en -praktijken en tot de consistente toepassing van de juridisch bindende handelingen van de Unie, de delegatie van taken en verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten te stimuleren en vergemakkelijken, marktontwikkelingen binnen de grenzen van haar bevoegdheden te volgen en beoordelen, en de bescherming van verzekeringnemers, deelnemers aan pensioenregelingen en begunstigden te bevorderen;

7.  wijst uitdrukkelijk op de rol van de Autoriteit bij het vergemakkelijken en bevorderen van de coördinatie tussen nationale toezichthoudende autoriteiten, en in voorkomend geval met instellingen die belast zijn met internationaal toezicht;

8.  wijst er evenwel op dat de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen te maken had met beperkingen wat betreft de architectuur van het toezichtsysteem, de schaarste van middelen en, in sommige gevallen, onvoldoende ondersteuning van en medewerking met nationale bevoegde autoriteiten; wijst erop dat de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, wetgevers en de nationale bevoegde autoriteiten nog veel moeten doen om convergentie van het toezicht te bewerkstelligen;

9.  benadrukt dat de Autoriteit ervoor moet zorgen dat alle opdrachten volledig en tijdig worden uitgevoerd, de taken moet vervullen die haar door het Europees Parlement en de Raad zijn opgedragen, en daarbij binnen haar mandaat moet blijven; verzoekt de Autoriteit te zorgen voor een degelijke follow-up en implementatie van de aanbevelingen van de Rekenkamer;

10.  is van mening dat de Autoriteit bij de uitvoering van haar taken en in het bijzonder bij de opstelling van uitvoeringsbepalingen, het Europees Parlement en de Raad geregeld en uitgebreid op de hoogte dient te stellen van haar werkzaamheden; benadrukt dat het voor de Autoriteit van essentieel belang is, gezien de aard van haar taken, om transparantie aan de dag te leggen, niet alleen jegens het Europees Parlement en de Raad, maar ook jegens de burgers van de Unie;

11.  beklemtoont dat de Autoriteit bij de uitoefening van haar mandaat in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel in acht moet nemen; onderstreept dat, vooral bij het formuleren van maatregelen van niveau 2 en niveau 3, aandacht moet worden besteed aan de specifieke kenmerken van nationale financiële markten;

12.  benadrukt dat voldoende middelen moeten worden toegekend voor het invullen van de bestaande bevoegdheden op het gebied van witwaspraktijken, alsmede voor het waarborgen van een snelle uitwisseling met de Europese Bankautoriteit (EBA) ten aanzien van witwaspraktijken en de aanpak van terrorismefinanciering;

13.  is in verband met de toezichthoudende functie van de Autoriteit ten aanzien van de bestrijding van witwaspraktijken en van terrorismefinanciering ingenomen over de vaststelling van richtsnoeren betreffende klokkenluiders en beklemtoont dat nationale toezichthoudende autoriteiten soortgelijke beleidsmaatregelen dienen vast te stellen;

14.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit proactief naar mogelijkheden voor efficiëntieverhoging en synergieën met andere agentschappen speurt, met name met de EBA en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA), via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten en door middel van gezamenlijke aanbestedingen; verzoekt de Autoriteit samen met de EBA en de ESMA richtsnoeren op te stellen over de integratie van AML/CFT-risico's in het prudentieel toezicht;

15.  is uitermate verheugd over de reorganisatie van de Autoriteit, die onder andere kostenbesparingen en een grotere efficiëntie moet opleveren door diensten samen te voegen of beter te coördineren, door een proces van voortschrijdende begrotingsprognose in te voeren of door nieuwe financiële procedures in het leven te roepen;

16.  stelt vast dat de Autoriteit haar elektronische systeem voor personeelsbeheer aan het vervangen is door Sysper, dat door de Commissie is opgezet; neemt ter kennis dat de Autoriteit de organisatie zal laten profiteren van lagere kosten, synergievoordelen en efficiëntie; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de concrete resultaten in dit verband;

17.  neemt voorts kennis van het feit dat de overgang van regelgeving naar toezicht volgens de Rekenkamer een bijzondere uitdaging voor de Autoriteit vormt, vanwege de beperkte middelen voor toezichtstaken (14 % van het personeel van de Autoriteit), met name voor toezicht met betrekking tot grensoverschrijdende zaken en interne modellen;

18.  stelt echter vast dat de beoordeling van de Rekenkamer zeer beknopt is en weinig suggesties bevat voor een efficiënter begrotingsbeheer door de Autoriteit; verzoekt de Autoriteit te zorgen voor een degelijke follow-up en implementatie van de aanbevelingen van de Rekenkamer;

19.  merkt op dat er in 2017 een externe evaluatie van de drie Europese toezichthoudende autoriteiten werd uitgevoerd; verzoekt de Autoriteit bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die de Autoriteit heeft genomen om de bij de externe evaluatie aan het licht gekomen tekortkomingen aan te pakken;

Personeelsbeleid

20.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 99,01 % ingevuld was, aangezien 100 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 101 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan, (tegenover 93 toegestane posten in 2016); stelt vast dat er in 2017 bovendien 34 contractanten en 17 gedetacheerde nationale deskundigen voor de Autoriteit werkten;

21.  merkt op dat de Autoriteit beleidsmaatregelen heeft goedgekeurd ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie;

22.  is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer om vacatures te publiceren op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie om er meer de aandacht op te vestigen; begrijpt het antwoord van de Autoriteit dat deze publicatie gepaard gaat met hoge vertaalkosten;

Aanbestedingsprocedures

23.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit als een van de eerste agentschappen in de Unie een project heeft gelanceerd waarmee e-aanbestedingen werden ingevoerd; is ingenomen met het feit dat het aanbestedingsproces hierdoor efficiënter en transparanter verloopt, hetgeen zowel de Autoriteit als haar potentiële leveranciers ten goede komt;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

24.  neemt kennis van de maatregelen die de Autoriteit reeds heeft genomen en van haar voortdurende inspanningen om transparantie te waarborgen, belangenconflicten te voorkomen en te beheersen en klokkenluiders te beschermen; is verheugd over het feit dat de Autoriteit op haar website een register van vergaderingen met externe belanghebbenden publiceert;

25.  stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer de onafhankelijkheid van de rekenplichtige moet worden versterkt door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de directeur en de raad van bestuur van de Autoriteit; neemt met voldoening kennis van de maatregelen die al zijn genomen om die onafhankelijkheid te versterken;

26.  stelt vast dat er begin 2017 een speciale ethisch functionaris voor het personeel van de Autoriteit is aangesteld om bij te dragen aan het versterken van de functie van de ethisch functionaris; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de vooruitgang die op dit vlak wordt geboekt;

Interne controles

27.  neemt ter kennis dat de dienst Interne Audit van de Commissie een audit heeft uitgevoerd om te beoordelen in hoeverre de managementcontroles tijdens het stresstestproces van de Autoriteit doeltreffend zijn; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resultaten van deze audit;

28.  is ingenomen met het feit dat de Autoriteit twee nieuwe diensten voor toezicht op processen en convergentie in het leven heeft geroepen om een grotere klemtoon te leggen op controle;

Overige opmerkingen

29.  stelt vast dat het besluit van het Verenigd Koninkrijk om de Unie te verlaten een toekomstige daling van de ontvangsten van de Autoriteit tot gevolg kan hebben; merkt op dat de continuïteit van contracten en de samenhang van benaderingen ten aanzien van toezicht op grensoverschrijdende bankgroepen in de Unie andere risico's zijn die hiermee verband houden; verzoekt de Autoriteit zich bewust te blijven van die risico's en voorbereidingen te treffen om ze te beperken;

o
o   o

30.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 84/37 van 17.3.2017, blz. 179.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling