Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2181(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0139/2019

Ingediende teksten :

A8-0139/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.31

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0272

Aangenomen teksten
PDF 151kWORD 52k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD)
P8_TA-PROV(2019)0272A8-0139/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2181(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Centrum(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0071/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1920/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving(5), en met name artikel 15,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0139/2019),

1.  verleent de directeur van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Centrum voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 149.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 149.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 376 van 27.12.2006, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2181(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Centrum(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0071/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1920/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving(5), en met name artikel 15,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0139/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 149.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 149.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 376 van 27.12.2006, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2181(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0139/2019),

A.  overwegende dat volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) de definitieve begroting voor het begrotingsjaar 2017 van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving ("het Centrum") 15 828 389 EUR bedroeg, een stijging met 2,64 % in vergelijking met 2016; overwegende dat de begroting van het Centrum voornamelijk wordt gefinancierd uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2017 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Centrum betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt met waardering op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 %, hetgeen neerkomt op een lichte stijging van 0,05 % ten opzichte van het jaar 2016; merkt bovendien op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 94,70 % bedroeg, wat neerkomt op een daling met 0,94 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

Annulering van overdrachten

2.  stelt vast dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 18 245 EUR bedroegen, d.w.z. 3,90 % van het totale overgedragen bedrag, een stijging van 0,15 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

3.  stelt met tevredenheid vast dat het Centrum de verwezenlijking van zijn 68 jaarlijkse streefdoelen meet aan de hand van 50 kernprestatie-indicatoren die onderverdeeld zijn in acht strategische doelstellingen, om de meerwaarde van zijn activiteiten te bepalen en zijn begrotingsbeheer te verbeteren;

4.  constateert dat het Centrum 90 % van de jaarlijkse streefdoelen voor 2017 heeft behaald en dat het eerste jaar van zijn strategie voor 2025 met succes ten uitvoer is gelegd;

5.  waardeert het dat het Centrum synergieën deelt met het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid bij zakelijke en ondersteunende diensten en het beheer van gemeenschappelijke gebouwen in Lissabon; stelt vast dat er operationele synergieën tot stand zijn gebracht met andere agentschappen van de Unie op het vlak van justitie, binnenlandse zaken en gezondheid;

Personeelsbeleid

6.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 93,51 % was ingevuld, aangezien er 72 ambtenaren en tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 77 ambtenaren en tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 79 toegestane posten in 2016); stelt vast dat er in 2017 verder nog 29 contractanten en 1 gedetacheerde nationale deskundige voor het Centrum werkten;

7.  merkt op dat het Centrum beschikt over algemene bepalingen over het scheppen en in stand houden van een werkcultuur die gebaseerd is op waardigheid en respect om intimidatie te voorkomen en te bestrijden; constateert dat er mogelijkheden zijn voor vertrouwelijke begeleiding;

8.  is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer om vacatures ook te publiceren op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie om er meer de aandacht op te vestigen; constateert dat het Centrum zich volgens zijn antwoord inzet om de kosten en baten van deze actie te evalueren en daarnaast plant om alle toekomstige vacatures in de door het netwerk van EU-agentschappen ingestelde vacaturebank te publiceren;

Aanbestedingsprocedures

9.  waardeert het dat het Centrum een aanbestedingsplan heeft opgesteld dat in nauwe samenwerking met alle afdelingen met succes is uitgevoerd;

10.  stelt vast dat het Centrum volgens het verslag van de Rekenkamer eind 2017 nog geen gebruik maakte van instrumenten die de Commissie heeft ingezet met het oog op de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e-aanbesteding); merkt op dat het Centrum in zijn antwoord aangaf dat het de instrumenten die nodig zijn voor "e-facturering" heeft opgezet en de voorbereidende werkzaamheden heeft gepland die nodig zijn om vanaf oktober 2018 gebruik te kunnen maken van "e-aanbesteding" en "e-inschrijving", zoals vereist op grond van het desbetreffende rechtskader; verzoekt het Centrum aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

11.  stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer de onafhankelijkheid van de rekenplichtige moet worden versterkt door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de directeur en de raad van bestuur van het Centrum; constateert dat uit het antwoord van het Centrum blijkt dat de huidige organisatiestructuur geen afbreuk heeft gedaan aan de onafhankelijkheid van de rekenplichtigen; stelt verder vast dat het Centrum wel bereid is gevolg te geven aan de aanbeveling van de Rekenkamer;

Interne controles

12.  merkt op dat de dienst Interne Audit van de Commissie (DIA) heeft aangegeven dat er een analyse moet worden uitgevoerd van de noodzaak van processen voor gegevensverzameling, validering en kwaliteitsborging en een evaluatie van zijn beheerskader voor de gegevenskwaliteit dat moet worden afgestemd op de strategie van het Centrum voor 2025; stelt vast dat het Centrum in december 2017 een actieplan heeft opgesteld om gevolg te geven aan deze aanbevelingen; verzoekt het Centrum om de kwijtingsautoriteit van de ontwikkelingen op dit gebied op de hoogte te houden;

13.  betreurt het dat een van de aanbevelingen, die is aangemerkt als "belangrijk" in de DIA-audit van 2013 over "begroting en monitoring", nog steeds niet volledig ten uitvoer is gelegd; merkt met bezorgdheid op dat volgens het verslag van de Rekenkamer diverse aanbevelingen die zijn opgenomen in de DIA-audit van 2015 over IT-projectmanagement slechts ten dele ten uitvoer zijn gelegd en nog steeds lopen; verzoekt het Centrum aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van deze aanbevelingen;

o
o   o

14.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 25 van 24.1.2018, blz. 1.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling