Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2188(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0130/2019

Ingediende teksten :

A8-0130/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.32

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0273

Aangenomen teksten
PDF 158kWORD 54k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)
P8_TA-PROV(2019)0273A8-0130/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2188(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring(2) van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0078/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid(5), en met name artikel 19,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0130/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 75.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 75.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2188(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring(2) van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0078/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid(5), en met name artikel 19,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0130/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 75.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 75.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2188(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0130/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (hierna "het Agentschap") voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn financiële staten(1) 86 276 654,33 EUR bedroeg, hetgeen een toename met 22,87 % ten opzichte van 2016 betekent; overwegende dat de toename voornamelijk verband hield met het verruimde mandaat van het Agentschap; overwegende dat de begroting van het Agentschap volledig afkomstig is uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid voor het begrotingsjaar 2017 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 98,04 %, oftewel een lichte daling met 0,03 % ten opzichte van 2016, en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 96,25 % bedroeg, oftewel een daling met 1,55 %;

Annulering van overdrachten

2.  betreurt ten zeerste het hoge annuleringspercentage van overdrachten van 2016 naar 2017, die 792 182 EUR bedroegen, 23,30 % dus van het totale overgedragen bedrag, wat een aanzienlijke stijging van 12,12 % ten opzichte van 2016 betekent;

Prestaties

3.  stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap gebruikmaakt van een aantal specifieke prestatie-indicatoren om de uitvoering van zijn jaarlijkse werkprogramma te meten en dat de evaluatie van het Agentschap het belangrijkste instrument is om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen; neemt kennis van de constructieve benadering van het Agentschap, waarbij zowel de nadruk wordt gelegd op meerjarige als op jaarlijkse strategische doelstellingen en op een behoorlijke evaluatie van de verwezenlijking van deze doelstellingen; merkt op dat het Agentschap alleen het uitvoeringspercentage van de begroting gebruikt als belangrijkste specifieke prestatie-indicator ter verbetering van zijn begrotingsbeheer;

4.  stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap de operaties in verband met de uitbreiding van zijn mandaat met succes heeft uitgevoerd en dat zijn kwaliteitssysteem voor bezoeken en inspecties geconsolideerd is;

5.  stelt vast dat de hoge kwaliteit van de door het Agentschap ontwikkelde informatiesystemen en databanken heeft geleid tot een toenemende belangstelling van derde landen voor gebruik van de kennis van het Agentschap en, in het verlengde daarvan, de toepassing van EU-normen en -oplossingen over de geografische dimensie heen, met inachtneming van de middelen van het Agentschap en de belangen van de Unie;

6.  stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap synergieën deelt met het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving bij zakelijke en ondersteunende diensten en het beheer van gemeenschappelijke gebouwen in Lissabon; stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap samenwerkt met het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor de Europese kustwachtfunctie;

7.  is ingenomen met het feit dat het Agentschap streeft naar synergieën van maatregelen met andere agentschappen van de Unie met het oog op een verhoging van de effectiviteit en doelmatigheid, en een verlaging van de kosten; is verheugd over en steunt in dit kader de samenwerking van het Agentschap met andere agentschappen van de Unie ter ondersteuning van de EU-migratieagenda, zoals het leveren door het Agentschap van een toenemend aantal diensten aan Frontex; moedigt de samenwerking van het Agentschap met andere agentschappen van de Unie bij de vluchtelingencrisis aan, ook voor zeer belangrijke activiteiten die buiten zijn oorspronkelijke mandaat vallen, bijvoorbeeld bijdragen aan de bestrijding van de vluchtelingencrisis in de vorm van knowhow, operationele ondersteuning en personeel van het Agentschap;

8.  betreurt het dat de vertragingen bij de Remote Piloted Aircraft Services (RPAS) in een begrotingsamendement hebben geresulteerd met een verlaging van de subsidie van de Unie overeenkomstig het bedrag dat in 2017 onbenut is gebleven en dat betrekking had op de Europese samenwerking bij de kustwachtdiensten; verwelkomt daarentegen de inspanningen van het Agentschap om middels deze projecten operationele diensten, analyse, expertise en technische ondersteuning ter beschikking te stellen aan de Commissie, de lidstaten en de gebruikers in de maritieme sector; spoort het Agentschap dan ook aan meer te doen om de organisatorische, technische, juridische en contractuele problemen bij RPAS op te lossen;

9.  verzoekt het Agentschap RPAS maximaal te gebruiken; geeft aan dat RPAS multifunctioneel van aard is en gebruikt kan worden voor een waaier aan activiteiten, waaronder schepen en mensen in nood, monitoring en opsporing van mariene verontreiniging, zoals olielekken en afval, alsook algemene identificatie en tracking van schepen van allerlei grootte en hun activiteiten, inclusief identificatie van potentieel illegale activiteiten (zoals illegale visserij, drugshandel, illegale migratie, enz.);

10.  benadrukt dat de knowhow en de interne capaciteiten van het Agentschap de mogelijkheid bieden om zijn optreden en dienstverlening een meer mondiale dimensie te geven en daarmee bij te dragen aan de vergroting van de reikwijdte van de EU-rechtskaders en veiligheids- en milieunormen;

11.  merkt op dat de onafhankelijke externe evaluatie van de uitvoering van de oprichtingsverordening van het Agentschap plaatsvond in 2017; stelt met tevredenheid vast dat het resultaat positief was, met als conclusie dat het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid over het geheel genomen een meerwaarde biedt op al zijn gebieden en voor alle belanghebbenden;

Personeelsbeleid

12.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 98,58 % ingevuld was, aangezien 205 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 212 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 202 toegestane posten in 2016); stelt vast dat in 2017 bovendien 44 contractanten en 19 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap hebben gewerkt;

13.  betreurt het gebrek aan genderevenwicht onder de leden van de raad van bestuur van het Agentschap, waar 46 van de 56 leden man zijn, en 10 vrouw; verneemt van het Agentschap dat de benoeming van zijn raad van bestuur onder de bevoegdheid van de Commissie en de lidstaten valt; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur rekening te houden met het belang van het waarborgen van genderevenwicht;

14.  merkt op dat het Agentschap het modelbesluit van de Commissie voor een beleid ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie heeft overgenomen en dat vertrouwenspersonen worden aangewezen en opgeleid;

15.  is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer om vacatures ook op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie te plaatsen om er zo meer de aandacht op te vestigen; heeft begrip voor het antwoord van het Agentschap dat deze publicatie hoge vertaalkosten met zich meebrengt;

Aanbestedingsprocedures

16.  neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap eind 2017 nog niet alle instrumenten gebruikte die de Commissie heeft ingezet voor de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e-aanbesteding); neemt kennis van het antwoord van het Agentschap dat het de modules voor e-aanbesteding begin 2018 heeft ingevoerd;

17.  neemt met bezorgdheid kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap de prijzen en prijsverhogingen die met de offertes van de leveranciers in rekening werden gebracht en de aan de kadercontractant gerichte rekeningen voor de aanschaf van softwarelicenties niet systematisch heeft gecontroleerd; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap dat het de projectmedewerkers eraan zal herinneren deze prijzen op consistente wijze te controleren en dat het de aanbestedende dienst zal verzoeken de contractant te vragen informatie over de prijzen te verstrekken; verzoekt het Agentschap bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over ontwikkelingen in verband met deze kwestie;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

18.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Agentschap om transparantie te waarborgen, belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken, en klokkenluiders te beschermen; stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap zijn strategie voor het voorkomen en opsporen van fraude ten uitvoer legt en dat een aantal specifieke maatregelen voort wordt uitgevoerd, onder andere opleidingen over ethiek en integriteit;

19.  neemt kennis van het feit dat er in 2017 geen belangenconflicten zijn gemeld; is tevreden met de strenge interne controles, die erop gericht zijn het personeel bewust te maken van de verplichtingen in verband met de melding van belangenconflicten;

Interne controles

20.  neemt kennis van het feit dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie de projectgefinancierde acties van het Agentschap heeft gecontroleerd en tot de conclusie is gekomen dat de voor dit onderwerp ontworpen beheers- en controlesystemen op adequate wijze zijn ontworpen en doeltreffend worden uitgevoerd; wijst er met enige bezorgdheid op dat de IAS drie aanbevelingen heeft gedaan, waarvan het Agentschap er slechts één heeft aanvaard, ondanks het feit dat de twee verworpen aanbevelingen waren aangemerkt als "zeer belangrijk"; neemt kennis van de motivering van het Agentschap voor de verwerping, met het verzoek aan de Commissie om horizontale richtsnoeren te ontwikkelen inzake projectgefinancierde acties en de berekening van de kosten van de agentschappen met betrekking tot projectgefinancierde acties;

21.  merkt op dat de IAS de systemen voor personeelsbeheer en -controle van het Agentschap heeft gecontroleerd, met de conclusie dat deze toereikend zijn en het Agentschap kunnen ondersteunen bij de verwezenlijking van zijn strategische doelstellingen; merkt op dat de IAS drie aanbevelingen heeft gedaan die als "belangrijk" en twee die als "wenselijk" zijn aangemerkt, die het Agentschap heeft aanvaard en waarvoor het een actieplan heeft ontwikkeld met het oog op de vereiste verbeteringen; verzoekt het Agentschap bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de evolutie van de genomen maatregelen;

22.  stelt vast dat het risicoregister in 2017, overeenkomstig het risicobeheerbeleid, is geactualiseerd en dat daarbij geen kritieke risico's zijn geconstateerd die tot een formeel voorbehoud van de ordonnateur in de jaarlijkse betrouwbaarheidsverklaring zouden kunnen leiden; stelt verder vast dat geen van de eerder geïdentificeerde risico's zich in 2017 daadwerkelijk heeft voorgedaan;

Overige opmerkingen

23.  neemt kennis van de voorafgaande inspanningen van het Agentschap om een kosteneffectieve en milieuvriendelijke werkplek te garanderen; wijst er echter op dat het Bureau geen aanvullende maatregelen heeft genomen om CO2-emissies terug te dringen of te compenseren;

o
o   o

24.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 108 van 22.3.2018, blz. 225.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling