Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2187(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0131/2019

Ingediende teksten :

A8-0131/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.36

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0277

Aangenomen teksten
PDF 159kWORD 53k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europese Stichting voor opleiding (ETF)
P8_TA-PROV(2019)0277A8-0131/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding (ETF) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2187(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0077/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding(5), en met name artikel 17,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0131/2019),

1.  verleent de directeur van de Europese Stichting voor opleiding kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 184.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 184.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2187(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0077/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding(5), en met name artikel 17,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0131/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 184.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 184.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2187(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0131/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Stichting voor opleiding ("de Stichting") voor het begrotingsjaar 2017 volgens haar staat van ontvangsten en uitgaven(1) 20 144 089 EUR bedroeg, wat neerkomt op een daling met 3,62 % ten opzichte van 2016; overwegende dat de begroting van de Stichting bijna volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Stichting betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van de begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,93 %, hetgeen neerkomt op een lichte daling met 0,06 % ten opzichte van 2016; merkt op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 97,97 % bedroeg, een stijging met 0,31 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

Annulering van overdrachten

2.  stelt met bezorgdheid vast dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 bij de Stichting 42 925 EUR bedroegen, d.w.z. 9,16 % van het totale overgedragen bedrag, ondanks een aanzienlijke daling met 8,42 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

3.  stelt met tevredenheid vast dat de Stichting, naast andere productiviteits- en kwaliteitsindicatoren, bepaalde kernprestatie-indicatoren (KPI's) gebruikt om de toegevoegde waarde van haar activiteiten te beoordelen en haar begrotingsbeheer te verbeteren;

4.  is ingenomen met de steun van de Stichting aan en de complementariteit van de ETF met het extern beleid, met name het uitbreidings- en nabuurschapsbeleid, en de EU-instrumenten voor buitenlands beleid; is ingenomen met de bijdrage van de Stichting tot bilaterale externe bijstand die verband houdt met de beleidsdialoog en verslagleggingsprocessen van de Unie; onderkent de bereidheid van de Stichting om nauwer te worden betrokken bij kwesties op het gebied van beroepsonderwijs en ‑opleidingen met betrekking tot steun van de Unie die aan derde landen wordt toegekend, en bevordert de beschikbaarheid van de Stichting in het kader van steunverlening van de Unie ter versterking van hervormingsinspanningen inzake beroepsonderwijs en ‑opleidingen wereldwijd;

5.  erkent de werkzaamheden van de Stichting bij de ondersteuning van partnerlanden van de Unie om hun menselijk kapitaal te benutten via de hervorming van de onderwijs-, opleidings- en arbeidsmarktsystemen in het kader van het beleid inzake externe betrekkingen van de Unie; is ingenomen met de activiteiten van de Stichting inzake de ontwikkeling van vaardigheden en de bevordering van een leven lang leren om de partnerlanden te ondersteunen bij de verbetering van de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en de werkgelegenheidsvooruitzichten van hun burgers;

6.  is ingenomen met de steun van de Stichting aan de kandidaat-lidstaten van de Unie op gebieden zoals leren op de werkplek, bij- en nascholing van leraren in het beroepsonderwijs en de beroepsopleidingen en leren ondernemen; steunt de inspanningen van de Stichting in de Westelijke Balkan met betrekking tot de modernisering van kwalificaties en kwalificatiesystemen; onderkent de vorderingen die zijn gemaakt op het vlak van de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale kwalificatiekaders op verscheidene niveaus, en op het vlak van de validatie van niet-formeel en informeel leren; verheugt zich over het verslag van de Stichting over het opsporen van mensen met een beroepskwalificatie in de kandidaat-lidstaten van de EU ("Tracking vocational graduates in the EU candidate countries"); moedigt de verdere betrokkenheid van de Stichting in zowel regionale als landenspecifieke activiteiten in de landen van het Oostelijk Partnerschap aan, met het oog op de verbetering van de kwaliteit van beroepsscholen en van hun uitrusting en onderwijs;

7.  is ingenomen met de verrichte werkzaamheden en de geboden ondersteuning in Centraal-Azië in verband met het toezicht op de technische bijstand en budgettaire steun van de Unie in de landen aldaar, en in verband met de bevordering van regionale samenwerking in overeenstemming met het Centraal-Aziatisch Onderwijsplatform; steunt het blijvende engagement van Centraal-Azië bij de systeembrede beleidsanalyse en monitoring van de vooruitgang in beroepsonderwijs en -opleiding via het proces van Turijn;

8.  stelt vast dat de Stichting bij haar activiteiten een voltooiingspercentage van 93 % bereikte en dat 88 % tijdig werd voltooid, dat ze het forum voor kwaliteit in beroepsonderwijs en beroepsopleidingen heeft opgestart en dat ze erin slaagde haar streefdoelen te halen voor 13 van 14 KPI's;

9.  is ingenomen met de overeenkomsten en jaarlijkse actieplannen van de Stichting inzake samenwerking op terreinen van beleidsoverlapping met de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden en met het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding; stelt het op prijs dat de Stichting het voortouw heeft genomen bij het agentschapoverschrijdend contract voor de uitvoering van vergelijkende enquêtes naar de personeelsbetrokkenheid;

Personeelsbeleid

10.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 96,6 % ingevuld was, aangezien 85 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 88 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 90 toegestane posten in 2016); stelt vast dat in 2017 bovendien 40 contractanten en één gedetacheerde nationale deskundige voor de Stichting werkten;

11.  beklemtoont dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de Stichting over voldoende personele en financiële middelen beschikt om haar taken te kunnen uitvoeren;

12.  stelt vast dat de Stichting over verschillende maatregelen tegen intimidatie beschikt en dat alle nieuwkomers een informatiesessie van vertrouwenspersonen bijwonen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

13.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en lopende inspanningen van de Stichting om transparantie te waarborgen, belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken, en klokkenluiders te beschermen; stelt vast dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan voor klokkenluiders is ingesteld door de juridisch adviseur van de Stichting aan te wijzen als contactpersoon voor ethiek en integriteit van de Stichting; stelt vast dat de functies van contactpersoon voor het Europees Bureau voor fraudebestrijding en contactpersoon voor de Ombudsman zijn gecombineerd met de functie van contactpersoon voor ethiek en integriteit om één centraal kanaal te hebben waarlangs het personeel wanpraktijken kan melden, waarbij de onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid gewaarborgd zijn;

14.  is ingenomen met het feit dat de Stichting online een verplichte bewustmakingsactie inzake fraudebestrijding heeft opgezet voor zijn bestaand personeel, alsook voor nieuwe personeelsleden in de vorm van een verplichte kennismakingsoefening;

Interne controles

15.  stelt vast dat de Stichting in 2017 haar internecontrolekader heeft geëvalueerd en dat de raad van bestuur de internecontrolebeginselen heeft vastgesteld; neemt er kennis van dat bij de beoordeling werd uitgegaan van de 16 bestaande internecontrolenormen en dat 10 van die 16 internecontrolenormen slechts "kleine verbeteringen" bleken te behoeven, terwijl voor geen enkele internecontrolenorm "aanzienlijke verbeteringen" noodzakelijk werden geacht of "geen systeem beschikbaar" bleek; verzoekt de Stichting aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om de situatie te verbeteren;

16.  neemt er nota van dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie een audit heeft uitgevoerd in verband met de monitoring van de vooruitgang in beroepsonderwijs en -opleiding en dat die controle geleid heeft tot vier aanbevelingen, waarvan er drie werden aangemerkt als "belangrijk" en één als "wenselijk"; stelt vast dat de Stichting daarom een actieplan heeft uitgestippeld dat in 2018 diende uitgevoerd te worden; neemt er kennis van dat er bij de Stichting geen auditaanbevelingen van de IAS meer openstaan van vóór 2017;

Overige opmerkingen

17.  stelt het op prijs dat de Stichting van oordeel is dat de problemen rond het gebouw in Villa Gualino zijn opgelost en dat haar vestiging in het huidige gebouw voor de nabije toekomst veilig is gesteld;

o
o   o

18.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 84 van 17.3.2017, blz. 28.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling