Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2209(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0145/2019

Ingediende teksten :

A8-0145/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.37

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0278

Aangenomen teksten
PDF 168kWORD 57k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA)
P8_TA-PROV(2019)0278A8-0145/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT‑systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (nu Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht) (eu-LISA) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2209(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0099/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht(5), en met name artikel 33,

–  gezien Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT‑systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu‑LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011(6), en met name artikel 47,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0145/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L‑serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 153.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 153.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1.
(6) PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT‑systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (nu Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT‑systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2209(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0099/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht(5), en met name artikel 33,

–  gezien Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT‑systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu‑LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011(6), en met name artikel 47,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0145/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 153.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 153.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1.
(6) PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT‑systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (nu Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2209(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT‑systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (nu Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht) voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0145/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT‑systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht ("het Agentschap") voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) in totaal 155 801 818 EUR bedroeg, een aanzienlijke stijging van 89,38 % ten opzichte van 2016; overwegende dat deze stijging verband hield met de aanvullende taken van het Agentschap in het kader van Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad(2), die op 11 december 2018 in werking is getreden; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 %, hetgeen neerkomt op een stijging van 2,1 % ten opzichte van het jaar 2016; merkt bovendien op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 91,53 % bedroeg, wat overeenkomt met een stijging van 0,68 % ten opzichte van 2016;

2.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat hoewel het Agentschap de volledige kosten voor de bouwwerkzaamheden voor zijn nieuwe kantoor in Straatsburg reeds in 2016 betaalde, de werkzaamheden nog steeds niet zijn afgerond, als gevolg van het onvermogen van de contractant, en dat er bij slechts 70 % van de werkzaamheden sprake is van aanvaarde voortgangsverslagen over de werkzaamheden; is ervan op de hoogte dat de vooruitbetalingen aan de contractant door bankgaranties worden gedekt, die worden vrijgegeven naarmate werken worden opgeleverd; merkt op dat de aannemer een financiële vordering heeft ingediend en een rechtszaak heeft aangespannen tegen het Agentschap; stelt vast dat het Agentschap verklaart dat het een verweerschrift heeft ingediend bij de administratieve rechtbank van Straatsburg, en dat de uitspraak van de rechter ophanden is; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de definitieve uitspraak van de administratieve rechtbank van Straatsburg;

Annulering van overdrachten

3.  betreurt dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 658 000 EUR bedroegen, hetgeen neerkomt op 12,20 % van het totale overgedragen bedrag, wat een aanmerkelijke stijging is van 7,11 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

4.  merkt met tevredenheid op dat het Agentschap gebruik maakt van meerdere kernprestatie-indicatoren, bijvoorbeeld op het gebied van systeemkwaliteit, veiligheid en de mate van klanttevredenheid, om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te meten, en gebruik maakt van verschillende andere kernprestatie-indicatoren om zijn begrotingsbeheer te verbeteren;

5.  is verheugd over de permanente samenwerking tussen het Agentschap en het netwerk van agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, met name de Europese Eenheid voor justitiële samenwerking, het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging, het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, waarmee het Agentschap optimale werkwijzen uitwisselt;

6.  merkt op dat er in 2016 een externe evaluatie van het Agentschap is verricht en dat de beoordelaars hebben geconcludeerd dat het Agentschap zijn taken doeltreffend uitvoert, specifieke maatregelen hebben voorgesteld om de werkzaamheden van het Agentschap te verbeteren, en potentiële mogelijkheden hebben aangedragen om het mandaat van het Agentschap uit te breiden; stelt vast dat het Agentschap in 2017 een actieplan voor de opvolging van deze aanbevelingen ten uitvoer heeft gelegd; merkt verder op dat de Commissie rekening heeft gehouden met deze aanbevelingen bij haar voorstel voor de herziening van de oprichtingsverordening van het Agentschap, dat is uitgemond in Verordening (EU) 2018/1726;

7.  benadrukt het belang van het eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau inzake informatiesystemen en interoperabiliteit, en is verheugd over de voorstellen van de Commissie voor verordeningen inzake interoperabiliteit tussen de EU‑informatiesystemen, met betrekking tot politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie, en grenzen en visa;

8.  maakt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Agentschap momenteel drie afzonderlijke, niet-geïntegreerde grootschalige IT-systemen beheert, die het Agentschap mogelijkerwijs belemmeren bij het realiseren van schaalvoordelen en synergie-effecten tussen de drie systemen in kwestie, en dat verwacht wordt dat het mandaat van het Agentschap in de komende jaren zal worden uitgebreid met het beheer van een aantal bijkomende IT-systemen; is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer dat het Agentschap een gedetailleerde kosten-batenanalyse moet opstellen met het oog op een discussie over de toekomstige ontwikkelingsstrategie voor de IT‑systemen die het beheert; maakt uit het antwoord van het Agentschap op dat er een studie is uitgevoerd om een duidelijk beeld te krijgen van de toekomstige architectuur van interoperabele IT-systemen; verzoekt het Agentschap om aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resultaten van deze studie en de geplande corrigerende maatregelen;

9.  neemt kennis van het feit dat de raad van bestuur in november 2017 een geactualiseerde langetermijnstrategie voor het Agentschap voor de periode 2018-2022 heeft vastgesteld, met een plan voor de toekomstige ontwikkeling van het Agentschap, en verwacht dat door de tenuitvoerlegging van deze strategie de prestaties van het Agentschap verder zullen verbeteren;

Personeelsbeleid

10.  stelt met bezorgdheid vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 slechts voor 87,02 % ingevuld was, aangezien 114 tijdelijke functionarissen werden aangesteld van de 131 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 118 toegestane posten in 2016); stelt vast dat het verschil tussen de 114 daadwerkelijk aangestelde en de 131 toegestane tijdelijke functionarissen kan worden verklaard door het feit dat twee posten zijn toegevoegd in afwachting van de herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad(3) en het feit dat 14 posten ter beschikking zijn gesteld in het kader van Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad(4), die op 29 december 2017 in werking is getreden, hetgeen betekende dat het Agentschap dus pas na die datum met aanwervingen kon beginnen; stelt met tevredenheid vast dat de vacature voor de functie van hoofd van de "Operations Information Unit" vóór eind 2017 was verstuurd en geaccepteerd; stelt vast dat in 2017 verder nog 32 contractanten en zeven gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten;

11.  merkt op dat het Agentschap het modelbesluit van de Commissie voor een beleid ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie heeft overgenomen; stelt het op prijs dat het Agentschap materiaal voor e-leren aanreikt en oproepen heeft gepubliceerd voor vertrouwenspersonen;

12.  betreurt het gebrek aan genderevenwicht in de raad van bestuur van het Agentschap, waar 46 van de 52 leden man zijn, en 6 vrouw; verzoekt de Commissie, de lidstaten en de overige betrokken partijen in dit verband bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur rekening te houden met het belang van het waarborgen van genderevenwicht;

13.  maakt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer op dat door het kleine personeelsbestand de continuïteit van de werkzaamheden van het Agentschap in het gedrang komt, vooral gezien het feit dat het hoofd van de eenheid Applicatiebeheer en ‑onderhoud ad interim ook de functies van hoofd van de operationele afdeling en hoofd van de operationele en infrastructuureenheid vervulde en dus de drie hoogste managementposten op de operationele afdeling combineerde; stelt vast dat het Agentschap zijn mandaat gedurende 2017 met succes heeft uitgevoerd, ondanks het gebrek aan middelen voor de operationele en horizontale taken van het Agentschap; steunt de permanente inspanningen gericht op personeelsbehoud en ‑ontwikkeling binnen het Agentschap; is in dit verband ingenomen met de maatregel van het Agentschap om een ander personeelslid te benoemen tot interim-hoofd van de operationele en infrastructuureenheid; verzoekt het Agentschap met klem onverwijld alle posten te bezetten met vaste personeelsleden;

14.  dringt er bij het Agentschap op aan zich te blijven inspannen voor personeelsbehoud en ‑ontwikkeling binnen het Agentschap; is ingenomen met de manier waarop het Agentschap in 2017 is omgegaan met de aanzienlijk toegenomen werklast, ondanks het sterke verloop van deskundig personeel;

15.  is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer om vacatures ook op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie te plaatsen om er zo meer de aandacht op te vestigen; begrijpt dat het Agentschap bezorgd is over de vertaalkosten;

Aanbestedingsprocedures

16.  maakt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Agentschap bij meerdere aanbestedingsprocedures voor opdrachten met een gemiddelde waarde moeite had met het aantrekken van voldoende concurrentie, en dat het Agentschap bij deze procedures slechts één aanbod ontving;

17.  betreurt dat bij de controle die is uitgevoerd door de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS) met betrekking tot de aanbestedingsprocedures van het Agentschap aanzienlijke tekortkomingen zijn geconstateerd, waaronder twee "zeer belangrijke" problemen inzake de schatting van de waarde van opdrachten en essentiële controles, en drie andere "belangrijke" problemen; beseft dat veel van de problemen verband houden met het personeelstekort bij de "Financial and Procurement Unit" en de sector aanbestedingen in het bijzonder; merkt op dat het Agentschap een actieplan heeft opgesteld om aan de slag te gaan met de bevindingen van deze controle en de aanbevelingen van de IAS; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om deze tekortkomingen te verhelpen;

18.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap op grote schaal gebruik maakt van externe contractanten en dat 90 % van de werkzaamheden met betrekking tot de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van IT-projecten wordt uitgevoerd door het Agentschap in het kader van een gemeenschappelijke inspanning met externe contractanten; merkt met bezorgdheid op dat het Agentschap weliswaar zeggenschap heeft over alle fases van de IT-projecten, maar dat de mate waarin de ontwikkeling van gevoelige IT-systemen wordt uitbesteed een aanzienlijk risico creëert op een te groot vertrouwen op en te grote afhankelijkheid van externe contractanten; neemt nota van het antwoord van het Agentschap dat, wil men dergelijke systemen volledig "in‑house" ontwikkelen en minder taken uitbesteden, dit aanzienlijk meer personeel bij het Agentschap vereist, en dat om een duidelijke scheiding van taken te waarborgen, contractanten die betrokken zijn bij kwaliteitsborging, geen externe ondersteuning bieden aan het operationele beheer van grootschalige IT-systemen; verzoekt het Agentschap dan ook de afhankelijkheid van externe contractanten te beperken door beter gebruik te maken van zijn eigen middelen, en beleid te ontwikkelen voor het beperken van het gebruik van externe contractanten;

19.  verzoekt het Agentschap alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat contractanten die toegang hebben tot gevoelige informatie over IT-systemen of tot de gegevens die zij verwerken, wettelijk gebonden zijn aan strikte vertrouwelijkheidsregels en te eisen dat dergelijke contractanten op het moment van de toegang tot die informatie formele nationale veiligheidsmachtigingen hebben; verzoekt het Agentschap erop toe te zien dat de contractanten niet gebonden zijn door wetgeving van derde landen die hen in conflict kan brengen met de vertrouwelijkheidsregelingen van het Agentschap;

20.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap eind 2017 nog niet alle instrumenten die door de Commissie waren opgestart om één enkele oplossing in te voeren voor de elektronische gegevensuitwisseling met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (elektronische aanbesteding) hadden ingevoerd; verneemt van het Agentschap dat voor bepaalde procedures reeds e‑facturering en e‑aanbesteding zijn ingevoerd, maar nog niet e‑inschrijving; verzoekt het Agentschap alle nodige instrumenten in te voeren en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering daarvan;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

21.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Agentschap om transparantie te waarborgen, belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken, en klokkenluiders te beschermen; stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap enkel het cv van zijn uitvoerend directeur publiceert en niet de cv's van de leden van zijn raad van bestuur of die van zijn leidinggevend personeel in het algemeen; verzoekt het Agentschap de cv's van alle leden van zijn raad van bestuur en al zijn leidinggevend personeel te publiceren, en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de in dit verband genomen maatregelen; spoort het Agentschap aan het onafhankelijkheidsbeleid van het Europees Agentschap voor chemische stoffen te gebruiken als goede praktijk en als voorbeeld van een systeem voor toezicht op en het voorkomen van belangenconflicten;

22.  betreurt dat het Agentschap – ondanks eerdere verzoeken daartoe – de belangenverklaringen van de leden van zijn raad van bestuur, zijn leidinggevend personeel in het algemeen, en van zijn uitvoerend directeur niet publiceert; dringt aan op de publicatie van belangenverklaringen met een overzicht van het lidmaatschap van alle andere organisaties; beklemtoont dat het niet aan de leden van de raad van bestuur, het leidinggevend personeel of de uitvoerend directeur zelf is om te besluiten dat er geen sprake is van een belangenconflict, maar dat een neutraal orgaan met een dergelijke beoordeling moet worden belast;

Interne controles

23.  stelt vast dat het Agentschap per 31 december 2017 nog geen gevolg had gegeven aan 23 "zeer belangrijke" auditaanbevelingen, waarvan negen aanbevelingen recentelijk werden gedaan, van drie aanbevelingen de termijn verlopen was en vier aanbevelingen nog in behandeling waren; merkt op dat er geen "kritieke" aanbevelingen meer open staan; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van deze auditaanbevelingen;

Overige opmerkingen

24.  wijst op de verbouwing van de operationele locatie van het Agentschap in Straatsburg, Frankrijk, en de bouw van het nieuwe hoofdkantoor in Tallinn, Estland; merkt op dat het Agentschap ook beschikt over een back-uplocatie in Sankt Johann im Pongau, Oostenrijk, en een liaisonbureau in Brussel, België; stelt met bezorgdheid vast dat er sprake is van aanzienlijke vertragingen bij de verhuizing naar het nieuwe kantoor in Straatsburg en meerdere tekortkomingen bij de verantwoordelijke aannemer;

o
o   o

25.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(5) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 108/56 van 22.3.2018, blz. 270.
(2) Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu‑LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99).
(3) Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1).
(4) Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20).
(5) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling