Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2183(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0138/2019

Ingediende teksten :

A8-0138/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.38

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0279

Aangenomen teksten
PDF 158kWORD 55k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)
P8_TA-PROV(2019)0279A8-0138/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (EU-OSHA) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2183(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0073/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk(5), en met name artikel 14,

–  gezien Verordening (EU) 2019/126 van het Europees Parlement en de Raad van 16 januari 2019 tot oprichting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (EU-OSHA) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad(6),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0138/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 90.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 90.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 216 van 20.8.1994, blz. 1.
(6) PB L 30 van 31.1.2019, blz. 58.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2183(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0073/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk(5), en met name artikel 14,

–  gezien Verordening (EU) 2019/126 van het Europees Parlement en de Raad van 16 januari 2019 tot oprichting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (EU-OSHA) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad(6),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0138/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 90.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 90.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 216 van 20.8.1994, blz. 1.
(6) PB L 30 van 31.1.2019, blz. 58.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2183(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0138/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting(1) van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk ("het Agentschap") voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven 15 656 308 EUR bedroeg, wat neerkomt op een daling met 6,10 % ten opzichte van 2016; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap betreffende het begrotingsjaar 2017 (hierna: "het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geleid tot een uitvoeringspercentage van de begroting van 96,03 %, wat neerkomt op een lichte daling met 0,28 % ten opzichte van 2016; stelt met bezorgdheid vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 72,23 % bedroeg, wat neerkomt op slechts een lichte toename met 1,88 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

Annulering van overdrachten

2.  stelt vast dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 194 467,98 EUR bedroegen, d.w.z. 4,93 % van het totale overgedragen bedrag, een stijging met 1,17 % ten opzichte van 2016; neemt voorts kennis van het vrij hoge niveau van ongeplande overdrachten van 2017 naar 2018 voor titel II, goed voor 200 000 EUR, hoofdzakelijk vanwege de reorganisatie van interne kantoorruimte;

Prestaties

3.  stelt vast dat het Agentschap bepaalde kernprestatie-indicatoren hanteert om zijn prestaties te meten en zijn begrotingsbeheer te verbeteren; stelt voorts met tevredenheid vast dat het Agentschap voornemens is in 2018 een herzien kader voor prestatiebeheer in te voeren dat zinvollere prestatie-indicatoren moet opleveren om de toegevoegde waarde van de activiteiten van het Agentschap beter te evalueren; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van dit kader;

4.  stelt vast dat het Agentschap weliswaar goed presteerde wat het gebruik van de beschikbare middelen betreft, maar op het vlak van webcommunicatie en de uitvoering van het werkprogramma iets onder de streefdoelen bleef;

5.  ondersteunt de activiteiten en analyses van het Agentschap op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, die bijdragen tot de beleidsvorming van de Unie ter bevordering van gezonde en veilige werkplekken in de hele Unie, en beklemtoont met het oog hierop dat het belangrijk is dat het Agentschap over voldoende personele en financiële middelen beschikt om zijn taken uit te voeren;

6.  juicht het toe dat het Agentschap zich er krachtig voor blijft inzetten dat alle werknemers, ongeacht de omvang van de onderneming, het soort arbeidsovereenkomst of de soort arbeidsbetrekking, dezelfde rechten inzake gezondheid en veiligheid op het werk hebben;

7.  waardeert de permanente ondersteuning door het Agentschap van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen in de vorm van praktische instrumenten en richtsnoeren, teneinde ze in staat te stellen zich aan de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk te houden; verwelkomt de afronding van het project "Gezonde werkplekken voor alle leeftijden", gericht op het bevorderen van veilige en gezonde arbeidsomstandigheden gedurende het hele werkzame leven;

8.  stelt vast dat in 2017 drie externe evaluaties werden voltooid: een tussentijdse evaluatie van het meerjarig strategisch programma 2014-2020, een ex-postevaluatie van het project "Veiliger en gezonder werk op elke leeftijd", en een ex-postevaluatie van de tweede editie van de Europese bedrijvenenquête naar nieuwe en opkomende risico's; neemt ter kennis dat die allemaal een positief resultaat opleverden en dat de aanbevelingen al zijn uitgevoerd;

9.  juicht het toe dat het Agentschap eraan werkt meertaligheid in zijn producten te mainstreamen, en neemt er kennis van dat de Europese Ombudsman het Agentschap samen met het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie en het Vertaalbureau voor de organen van de Europese unie in 2017 de prijs van de Ombudsman voor goed bestuur in de categorie "Excellence in citizen/customer focused services delivery" heeft toegekend voor hun gezamenlijke innovatieve project gericht op het vergemakkelijken van het vertaalproces van meertalige websites;

10.  stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap proactief taken met andere agentschappen deelt op terreinen als veiligheid, faciliteitenbeheer of bankdiensten, en voornemens is de samenwerking in de toekomst verder op te voeren; beklemtoont het belang van goede samenwerking tussen de agentschappen op het gebied van werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie, en in het bijzonder tussen het Agentschap, Eurofound, Cedefop en het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE);

Personeelsbeleid

11.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 97,5 % ingevuld was, aangezien 39 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 40 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 41 toegestane posten in 2016); stelt vast dat er in 2017 bovendien 24 contractanten voor het Agentschap werkten;

12.  merkt op dat het Agentschap beschikt over een beleid inzake de bescherming van de waardigheid van de persoon en het voorkomen van intimidatie; stelt met bezorgdheid vast dat in 2016 een onderzoek in verband met intimidatie werd opgestart en in 2017 werd afgesloten; betreurt dat hierbij een schending van artikel 12 bis, lid 3, van het Statuut werd vastgesteld; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de getroffen tuchtmaatregelen en de voorgenomen maatregelen om dergelijke risico's in de toekomst te beperken;

Aanbestedingsprocedures

13.  neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap eind 2017 nog geen gebruik maakte van de instrumenten die de Commissie heeft ingezet voor de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e‑aanbesteding); verzoekt het Agentschap alle nodige instrumenten in te voeren en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de in dit verband geboekte vooruitgang;

14.  is er verheugd over dat het Agentschap in november 2018 zijn eerste succesvolle e‑inschrijving heeft gehouden;

15.  verneemt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap een kaderovereenkomst voor de levering van IT-adviesdiensten van 2014 tot en met 2017 sloot, waarvoor de prijzen afhingen van de aan de projecten bestede tijd en niet gekoppeld waren aan de levering, waarop het Agentschap maar weinig toezicht kon uitoefenen, aangezien bijvoorbeeld in 2016 de helft van de diensten buiten zijn gebouwen werd uitgevoerd; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit mee te delen welke maatregelen in dit verband zijn genomen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

16.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Agentschap om transparantie te waarborgen en belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken; verneemt tevens van het Agentschap dat het van plan is het modelbesluit inzake klokkenluiden aan te nemen waarvoor de Commissie voorafgaande toestemming heeft verleend(2);

17.  neemt kennis van de vaststelling in het verslag van de Rekenkamer dat de onafhankelijkheid van de rekenplichtige moet worden versterkt door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de uitvoerend directeur en de raad van bestuur van het Agentschap; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit mee te delen welke maatregelen daartoe zijn genomen; onderkent dat het Agentschap in reactie op deze aanbeveling van de Rekenkamer op dit moment een besluit voor de raad van bestuur voorbereidt om de positie van rekenplichtige bij DG BUDG onder te brengen;

18.  dringt er bij het Agentschap op aan gebruik te maken van de nieuwe oprichtingsverordening om de onafhankelijkheid van de rekenplichtige verder te vergroten;

Overige opmerkingen

19.  stelt vast dat het Agentschap een analyse heeft uitgevoerd van de impact die het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken waarschijnlijk op zijn organisatie, activiteiten en boekhouding zal hebben; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitkomst van die analyse;

o
o   o

20.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 248/01 van 29.7.2017, blz. 3.
(2) Besluit C(2018) 1362 van de Commissie van 27.2.2018.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling