Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2179(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0143/2019

Ingediende teksten :

A8-0143/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.40

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0281

Aangenomen teksten
PDF 157kWORD 55k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)
P8_TA-PROV(2019)0281A8-0143/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2179(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0069/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(5), en met name artikel 16,

–  gezien Verordening (EU) 2019/127 van het Europees Parlement en de Raad van 16 januari 2019 tot oprichting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad(6),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0143/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 94.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 94.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(6) PB L 30 van 31.1.2019, blz. 74.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2179(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0069/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(5), en met name artikel 16,

–  gezien Verordening (EU) 2019/127 van het Europees Parlement en de Raad van 16 januari 2019 tot oprichting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad(6),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0143/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 94.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 94.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(6) PB L 30 van 31.1.2019, blz. 74.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2179(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0143/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden ("de Stichting") voor het begrotingsjaar 2017 volgens haar staat van ontvangsten en uitgaven(1) 20 480 000 EUR bedroeg, een daling van 1,49 % ten opzichte van 2016; overwegende dat de begroting van de Stichting voornamelijk wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Stichting betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 %, hetzelfde als in 2016; neemt nota van het feit dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 80,7 % bedroeg, wat neerkomt op een daling van 4,1 % ten opzichte van 2016;

Annulering van overdrachten

2.  verwelkomt het feit dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 in totaal 37 528 EUR bedroegen, d.w.z. 1,2 % van het totale overgedragen bedrag, een daling van 3,7 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

3.  stelt met tevredenheid vast dat de Stichting gebruikmaakt van bepaalde essentiële prestatie-indicatoren (KPI's), die deel uitmaken van haar systeem voor prestatietoezicht, dat naast de KPI's bestaat uit "metriek" (andere indicatoren voor operationele processen) en kwalitatieve beoordeling en evaluatie, om de toegevoegde waarde, met inbegrip van het resultaat en de impact van haar activiteiten te beoordelen, en om haar begrotingsbeheer te verbeteren;

4.  wijst erop dat de voor 2017 geplande outputs van het werkprogramma voor 90 % werden verwezenlijkt (35 van de 39 outputs), terwijl vier outputs moesten worden uitgesteld als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen, en begin 2018 opnieuw werden gepland, en dat de Stichting bijdroeg aan 194 evenementen op het niveau van de Unie voor beleidsontwikkeling (49 % daarvan waren prioritaire evenementen op het niveau van de Unie);

5.  waardeert dat de kwalitatief hoogwaardige werkzaamheden van de Stichting voor het vergroten en verspreiden van kennis hebben bijgedragen aan het uitwerken en realiseren van betere levens- en arbeidsomstandigheden in de Unie; onderkent dat de Stichting een actieve en essentiële bijdrage levert aan de ontwikkeling van beleid en een actieve rol speelt als bron van informatie voor lopende EU-initiatieven, zoals de implementatie van de Europese pijler van sociale rechten, het combineren van werk en privéleven, toegang tot sociale bescherming en het verbeteren van de arbeidsomstandigheden; verwelkomt de analyse en input van de Stichting wat betreft trends op het gebied van levenskwaliteit tegen de achtergrond van het veranderende sociale en economische profiel in het "overview report" van de vierde Europese levenskwaliteitsenquête;

6.  neemt nota van de door de Stichting geboekte vooruitgang bij het voltooien van haar vierjarige programma waarin vier specifieke, prioritaire beleidsterreinen zijn vastgesteld voor het toekomstige werkprogramma van de Stichting;

7.  stelt met tevredenheid vast dat de Stichting de samenwerking met andere EU-agentschappen heeft voortgezet en acties heeft uitgevoerd die zijn overeengekomen in jaarplannen met het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (EU-OSHA), het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, het Europees Instituut voor gendergelijkheid, de Europese Stichting voor opleiding (ETF) en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop), en in samenwerking met het Cedefop verder heeft gewerkt aan de vierde Europese bedrijfsenquête en de verdeling van de enquêtekosten; wijst erop dat de Stichting het initiatief heeft genomen tot een nieuw kadercontract tussen agentschappen voor evaluatie- en feedbackdiensten, waaraan acht agentschappen deelnemen;

8.  merkt op dat de Stichting samen met het Cedefop, EU-OSHA en de ETF het onderwerp was van de externe evaluatie van de agentschappen, die betrekking had op de periode 2012-2016 en zich toespitste op de beoordeling van de werkzaamheden van de agentschappen wat betreft relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie, coherentie en toegevoegde waarde van de Unie, alsook op de toekomst van de vier agentschappen; verzoekt de Stichting aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resultaten van het eindverslag, met name wat betreft de evaluatie van de toegevoegde waarde die de Stichting levert voor de Unie, en de standpunten over de toekomst van de Stichting;

9.  stelt met voldoening vast dat het voorstel van de Commissie voor een nieuwe oprichtingsverordening voorziet in de verplichting om elke vijf jaar een externe evaluatie uit te voeren;

Personeelsbeleid

10.  wijst erop dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 95,70 % ingevuld was, aangezien 89 ambtenaren of tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 93 ambtenaren en tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (95 toegestane posten in 2016); stelt vast dat in 2017 bovendien tien contractanten en één gedetacheerde nationale deskundige voor de Stichting werkten;

11.  verwelkomt de resultaten van het functieonderzoek dat in december 2017 is uitgevoerd, en dat een relatief hoge mate van stabiliteit van jaar tot jaar liet zien;

12.  merkt op dat de Stichting in 2017 beleid heeft vastgesteld ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie, en bovendien een programma voor waardigheid en respect heeft ingevoerd;

13.  stelt op grond van het verslag van de Rekenkamer vast dat de Stichting melding heeft gemaakt van te lage en te hoge betalingen aan 30 personeelsleden in de periode 2005-2014 in verband met de overgang naar het nieuwe Statuut van de Unie in 2005; wijst erop dat de Stichting alle te lage betalingen heeft gecorrigeerd, maar de te hoge betalingen niet zal terugvorderen; merkt op dat er een volledige evaluatie van de salarisadministratie is uitgevoerd en dat er maatregelen zijn genomen, maar dat de kwestie nog niet is afgerond; verzoekt de Stichting zich te blijven inspannen om het probleem op te lossen en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de voortgang;

Aanbestedingen

14.  merkt op dat de raadgevende commissie voor aankopen en overeenkomsten (ACPC) van de Stichting in 2017 in totaal 30 dossiers heeft onderzocht; wijst erop dat de ACPC een jaarlijkse ex-postverificatie uitvoert van een aantal willekeurig gekozen gegunde opdrachten van lage waarde; stelt met tevredenheid vast dat de ACPC in het algemeen tevreden was over de naleving van de aanbestedingsprocedures door de Stichting in 2017;

15.  neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat de Stichting eind 2017 nog niet alle instrumenten gebruikte die de Commissie heeft ingezet voor de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e‑aanbesteding); maakt uit het antwoord van de Stichting op dat sommige van de instrumenten reeds worden gebruikt; verzoekt de Stichting alle nodige instrumenten voor het beheer van aanbestedingsprocedures in te voeren en bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering daarvan;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

16.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en lopende inspanningen van de Stichting met het oog op transparantie, preventie van en omgang met belangenconflicten en bescherming van klokkenluiders; is verheugd dat de Stichting in 2017 een ethische code heeft ingevoerd en heeft toegezegd de kwijtingsautoriteit te zullen informeren over alle vermoedelijke of feitelijke gevallen van belangenconflicten;

17.  neemt kennis van de vaststelling in het verslag van de Rekenkamer dat de onafhankelijkheid van de rekenplichtige moet worden versterkt door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de uitvoerend directeur en de raad van bestuur van de Stichting; is ingenomen met de reeds ondernomen stappen om de onafhankelijkheid van de rekenplichtige te waarborgen;

Interne controles

18.  wijst erop dat de Stichting het internecontrolekader heeft aangepast om het beter af te stemmen op de context van de Stichting, met bijzondere aandacht voor het toezicht op de prestaties van het internecontrolesysteem;

19.  stelt met tevredenheid vast dat de uitvoering van het actieplan voor de bevindingen van de interne auditdienst (IAS) van de Commissie met betrekking tot het projectbeheer is afgerond en dat alle overeengekomen maatregelen zijn ingevoerd;

20.  stelt met tevredenheid vast dat de Stichting en de IAS zijn overeengekomen om in 2018 een doelmatigheidscontrole uit te voeren met betrekking tot de "Prioritering van activiteiten en toewijzing van middelen"; verzoekt de Stichting de resultaten van deze controle aan de kwijtingsautoriteit te rapporteren;

Overige opmerkingen

21.  wijst op de voorlopige inspanningen van de Stichting om een kosteneffectieve en milieuvriendelijke werkplek te garanderen; wijst er echter op dat de Stichting geen aanvullende maatregelen heeft genomen om CO2-emissies terug te dringen of te compenseren;

o
o   o

22.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 108/40 van 22.3.2018, blz. 207.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling