Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2186(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0155/2019

Ingediende teksten :

A8-0155/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.41

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0282

Aangenomen teksten
PDF 156kWORD 56k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europese Eenheid voor justitiële samenwerking (Eurojust)
P8_TA-PROV(2019)0282A8-0155/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2186(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Eenheid voor justitiële samenwerking van de Europese Unie betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van Eurojust(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan Eurojust te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0076/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken(5), en met name artikel 36,

–  gezien Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), en tot vervanging en intrekking van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad(6) en met name artikel 63,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0155/2019),

1.  verleent de administratief directeur van Eurojust kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de administratief directeur van Eurojust, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 161.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 161.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1.
(6) PB L 295 van 21.11.2018, blz. 138.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van Eurojust voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2186(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Eenheid voor justitiële samenwerking van de Europese Unie betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van Eurojust(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan Eurojust te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0076/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken(5), en met name artikel 36,

–  gezien Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), en tot vervanging en intrekking van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad(6) en met name artikel 63,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0155/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van Eurojust voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de administratief directeur van Eurojust, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 161.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 161.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1.
(6) PB L 295 van 21.11.2018, blz. 138.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2186(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0155/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) 48 689 237 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 11,83 % is ten opzichte van 2016; overwegende dat de stijging van de begroting hoofdzakelijk verband houdt met de verhuizing van Eurojust naar het nieuwe gebouw; overwegende dat de begroting van Eurojust volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van Eurojust betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geleid tot een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,97 % (hetgeen neerkomt op een lichte stijging van 0,08 % ten opzichte van 2016), met inbegrip van een voor het nieuwe gebouw gereserveerd bedrag van 11 130 000 EUR; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 83,95 % bedroeg, een daling van 3,53 % ten opzichte van 2016;

2.  is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer geen opmerkingen heeft gemaakt over de uitvoering van de begroting 2017 door Eurojust; is met name ingenomen met het feit dat de meeste aanbevelingen van de Rekenkamer met betrekking tot eerdere jaren als afgesloten zijn aangemerkt;

Annulering van overdrachten

3.  stelt vast dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 234 228 EUR bedroegen, d.w.z. 2,96 % van het totale overgedragen bedrag, wijzend op een daling van 2,64 % ten opzichte van 2016;

4.  wijst er met name op dat de Rekenkamer met ingang van 2017 geen melding meer maakt van buitensporige overdrachten van vastgelegde kredieten voor titel II (uitgaven voor ondersteunende activiteiten) van het voorliggende begrotingsjaar (2016) naar het onderzochte begrotingsjaar (2017);

Prestaties

5.  stelt met tevredenheid vast dat Eurojust gebruikmaakt van kwantitatieve en kwalitatieve prestatie-indicatoren om de verwezenlijking van haar doelstellingen te meten, waaronder impact-, resultaats-, technische en operationele indicatoren, om haar begrotingsbeheer te verbeteren; waardeert de inspanningen van Eurojust die erop gericht zijn om haar prestatie-evaluatiekader te verbeteren, teneinde te voorzien in meer bruikbare informatie aan de hand waarvan de verwezenlijking van haar strategische doelstellingen en de toegevoegde waarde van haar activiteiten beter kunnen worden beoordeeld;

6.  stelt vast dat Eurojust haar administratie grondig heeft gereorganiseerd en dat er meer middelen beschikbaar zijn gesteld voor extra ondersteuning van operationele werkzaamheden, waardoor synergieën zijn gerealiseerd en er efficiënter wordt gewerkt; merkt op dat dit tot uiting komt in hoge percentages voor begrotingsuitvoering en uitvoering van de betalingen;

7.  stelt met tevredenheid vast dat Eurojust in 2017 heeft bijgedragen aan projecten op het gebied van terrorismebestrijding van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en andere partners op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, en daarnaast met Europol twee gezamenlijke inschrijvingsprocedures heeft georganiseerd; stelt met tevredenheid vast dat Eurojust voornemens is om een strategie inzake overheidsopdrachten te ontwikkelen met behulp waarvan nog meer geprofiteerd kan worden van instantieoverschrijdende en interinstitutionele samenwerking ter zake van inschrijvingsprocedures; spoort Eurojust met klem aan om samenwerkingsprojecten met de andere instellingen, organen en instanties van de Unie die actief zijn op het gebied van justitie en binnenlandse zaken verder te ontwikkelen;

8.  wijst op het belang en de meerwaarde van Eurojust bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit in Europa en wijst met name op de rol van Eurojust in het kader van de financiering van gezamenlijke onderzoeksteams; is in dit verband ingenomen met het feit dat Eurojust en Europol recentelijk een memorandum van overeenstemming hebben gesloten(2) waarin criteria en voorwaarden zijn neergelegd voor de financiële ondersteuning van gezamenlijke onderzoeksteams door de beide agentschappen;

Personeelsbeleid

9.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 97,2 % ingevuld was, aangezien 202 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 208 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 203 toegestane posten in 2016); stelt vast dat er in 2017 bovendien 21 arbeidscontractanten en 17 gedetacheerde nationale deskundigen voor Eurojust werkten;

10.  stelt met tevredenheid vast dat Eurojust beleid heeft vastgesteld ter voorkoming van intimidatie, op dit gebied trainingen heeft georganiseerd en bovendien mogelijkheden biedt voor vertrouwelijke begeleiding;

11.  is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer om meer bekendheid aan vacatures te geven door deze op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie te publiceren; begrijpt evenwel de bezorgdheid van Eurojust met betrekking tot de hoge vertaalkosten;

12.  moedigt Eurojust aan de goedkeuring te overwegen van een grondrechtenstrategie, inclusief een verwijzing naar de grondrechten in een gedragscode waarin de taken van zijn personeel en de opleiding van het personeel kunnen worden vastgelegd; het instellen van mechanismen om ervoor te zorgen dat elke schending van de grondrechten wordt opgespoord en gemeld en dat risico's van dergelijke schendingen snel onder de aandacht worden gebracht van de belangrijkste organen van het Eurojust; de instelling, indien nodig, van de functie van een grondrechtenfunctionaris die rechtstreeks rapporteert aan de raad van bestuur, om een bepaalde mate van onafhankelijkheid te garanderen ten opzichte van andere personeelsleden, teneinde ervoor te zorgen dat bedreigingen voor de grondrechten onmiddellijk worden aangepakt en dat het grondrechtenbeleid in de organisatie voortdurend wordt verbeterd, de ontwikkeling van een regelmatige dialoog over grondrechtenvraagstukken met maatschappelijke organisaties en internationale organisaties die actief zijn op dit gebied, en de vaststelling van de eerbiediging van de grondrechten als centraal element van de criteria voor een mandaat van Eurojust om samen te werken met externe actoren, en met name met de leden van de nationale overheden waarmee het op operationeel niveau samenwerkt;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

13.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van Eurojust om transparantie te waarborgen en belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken; betreurt dat het Eurojust het beleid hanteert om voor de administratief directeur en de leden van de raad van bestuur verklaringen inzake de afwezigheid van belangenconflicten te publiceren in plaats van belangenverklaringen; dringt aan op de publicatie van belangenverklaringen;

14.  stelt vast dat Eurojust in juni 2018 interne regels inzake klokkenluiders heeft vastgesteld, overeenkomstig het door de Commissie opgestelde model; vraagt Eurojust details te verschaffen over eventuele klokkenluiderszaken in 2017 en hoe daarmee is omgegaan; onderstreept het belang van bewustmaking en opleiding van personeelsleden als een manier om een positieve omgeving te creëren waarin een sfeer van vertrouwen heerst en klokkenluiden een geaccepteerd onderdeel is van de organisatiecultuur;

15.  betreurt het dat er eind 2017 nog niets was gedaan met de aanbeveling die de Rekenkamer in 2010 heeft gedaan om de omschrijving van de respectieve rol en verantwoordelijkheden van de administratieve directeur en het college van Eurojust te heroverwegen, om een einde te maken aan de bestaande, uit de oprichtingsverordening(3) voortvloeiende, overlapping van verantwoordelijkheden; erkent dat de aanpak van deze kwestie niet valt onder de controle van Eurojust maar in behandeling was bij de medewetgevers in het kader van de herziening van het mandaat van Eurojust; is verheugd over de vaststelling van Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad(4) en verwacht dat de genoemde problemen opgelost zullen worden door de nieuwe structuur en de duidelijke afbakening van de rollen en verantwoordelijkheden, onder meer van de nieuwe raad van bestuur;

Interne controles

16.  stelt vast dat het boekhoudkundig personeel van Eurojust sinds 2017 zelfstandig functioneert en niet langer deel uitmaakt van de eenheid Begroting, Financiering en Aanwerving, dit naar aanleiding van een aanbeveling van de dienst Interne Audit; constateert voorts dat de rekenplichtige, als hoofd van de dienst Boekhouding, benoemd wordt door het college van Eurojust;

Overige opmerkingen

17.  stelt vast dat de verhuizing van Eurojust naar het nieuwe gebouw in juni 2017 succesvol is verlopen en dat de verhuizing niet ten koste is gegaan van de operationele capaciteit, en dat alle noodzakelijke financiële, veiligheids-, juridische en andere praktische maatregelen tijdig zijn getroffen; stelt met betrekking tot de voor 2017 geplande investeringen in het nieuwe gebouw vast dat er 11 130 000 EUR was vastgelegd en dat er per 31 december 2017 een bedrag van 8 790 000 EUR (te weten 79 %) was uitbetaald; verzoekt Eurojust om aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over verdere ontwikkelingen op dit gebied;

o
o   o

18.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(5) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 279 van 8.8.2018, blz. 9.
(2) Memorandum van overeenstemming tussen Europol en Eurojust inzake de gezamenlijke vaststelling van regels en voorwaarden voor de toekenning van financiële steun voor activiteiten van gezamenlijke onderzoeksteams, ondertekend op 1 juni 2018.
(3) Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken (PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1).
(4) Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), en tot vervanging en intrekking van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 138).
(5) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling