Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2200(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0154/2019

Ingediende teksten :

A8-0154/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.42

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0283

Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 54k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol)
P8_TA-PROV(2019)0283A8-0154/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) (vóór 1 mei 2017: Europese Politieacademie) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2200(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van Europol(1),

–  gezien de verklaring(2) van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan Europol te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0090/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol)(5), en met name artikel 43,

–  gezien Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad(6), en met name artikel 60,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8‑0154/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) kwijting voor de uitvoering van de begroting van Europol voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 165.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 165.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.
(6) PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) (vóór 1 mei 2017: Europese Politieacademie) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2200(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van Europol(1),

–  gezien de verklaring(2) van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan Europol te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0090/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol)(5), en met name artikel 43,

–  gezien Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad(6), en met name artikel 60,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8‑0154/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 165.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 165.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.
(6) PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Europol) (vóór 1 mei 2017: Europese Politieacademie) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2200(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8‑0154/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving ("Europol") voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) 119 234 720 EUR bedroeg, hetgeen een verhoging van 14,35 % is ten opzichte van 2016; overwegende dat deze verhoging verband hield met de uitvoering van extra taken vanwege de uitbreiding van zijn mandaat; overwegende dat de begroting van Europol voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) betreffende het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van Europol betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,72 %, hetgeen neerkomt op een lichte daling met 0,03 % ten opzichte van 2016; stelt voorts vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 89,01 % bedroeg, een daling van 1,97 % ten opzichte van 2016;

2.  merkt op dat er, uitgaande van de groeiprognose voor Europol, vanaf 2023 een extra permanent gebouw nodig zal zijn; verzoekt Europol waakzaam te zijn met het oog op deze extra kosten;

Annulering van overdrachten

3.  stelt met bezorgdheid vast dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 834 972 EUR bedroegen, d.w.z. 9,08 % van het totale overgedragen bedrag, een aanzienlijke daling met 6,35 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

4.  stelt met tevredenheid vast dat Europol zijn prestaties heeft gemonitord aan de hand van 33 kernprestatie-indicatoren, 36 andere prestatie-indicatoren en de tenuitvoerlegging van ongeveer 140 specifieke acties die in zijn werkprogramma waren opgenomen, en dat het kader voor de verslaglegging over prestaties in zijn algemeenheid gericht is op de beoordeling van de meerwaarde van de activiteiten van Europol en de verbetering van het begrotingsbeheer;

5.  stelt vast dat Europol 78 % van de in het kader van de prestatie-indicatoren vastgestelde doelstellingen heeft bereikt (in 2016 was dat 86 %) en dat het uitvoeringspercentage van acties in het werkprogramma 2017 is gestegen naar 80 % (in 2016 was dat 76 %);

6.  stelt met tevredenheid vast dat sinds mei 2017 Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad(2) van toepassing is, waardoor het mandaat van Europol werd verruimd en Europol meer mogelijkheden kreeg om in te spelen op de voortdurend veranderende dreigingen in verband met grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme overal in de Unie en buiten de Unie;

7.  verzoekt Europol om meer informatie te verstrekken over de taken en gevolgen voor de begroting van de eenheid voor de melding van internetuitingen (EU-IRU), die niet uitdrukkelijk in de begroting is opgenomen, maar wel deel uitmaakt van het Europees Centrum voor terrorismebestrijding (ECTC); herinnert eraan dat in artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2016/794 wordt verwezen naar het melden van terrorismegerelateerde internetcontent bij aanbieders van onlinediensten, terwijl Europol in nauwe samenwerking met de sector onderzoeken van bevoegde autoriteiten ondersteunt; vraagt specifiek om informatie over de verdere follow-up van vastgestelde en gemelde gevallen van terroristische internetcontent, ook op verzoek van de bevoegde autoriteiten in de lidstaten;

8.  wijst op het belang en de meerwaarde van Europol bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit in Europa en wijst met name op de rol van Europol in het kader van de financiering van gezamenlijke onderzoeksteams; is in dit verband ingenomen met het feit dat Europol en Eurojust recentelijk een memorandum van overeenstemming hebben gesloten(3) waarin criteria en voorwaarden zijn neergelegd voor de financiële ondersteuning van gezamenlijke onderzoeksteams door de beide agentschappen;

9.  stelt met voldoening vast dat Europol bij de uitvoering van veiligheidstaken samenwerkt met het Europees Grens- en kustwachtagentschap, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en nationale autoriteiten; stelt voorts vast dat Europol juridische adviezen heeft uitgewisseld met andere in Nederland gevestigde agentschappen en heeft samengewerkt in het kader van diverse instantieoverschrijdende en interinstitutionele inschrijvingsprocedures; spoort Europol aan om zijn samenwerking met de andere instellingen, organen en instanties van de Unie die actief zijn op het gebied van justitie en binnenlandse zaken verder te ontwikkelen;

10.  benadrukt dat Europol een van de negen agentschappen van de Unie is die actief zijn op het gebied van justitie en binnenlandse zaken; spreekt zijn teleurstelling uit over het resultaat van de interinstitutionele werkgroep gedecentraliseerde agentschapsmiddelen (IIWG), aangezien er geen specifieke voorstellen zijn ontwikkeld om agentschappen die zich met aanverwante beleidsgebieden bezighouden, samen te voegen of een locatie te laten delen; verzoekt Europol samen met de overige acht agentschappen van de Unie die op dit gebied actief zijn, onderzoek te doen naar de fusiemogelijkheden;

Personeelsbeleid

11.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 97,27 % ingevuld was, aangezien 535 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 550 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 505 toegestane posten in 2016); stelt vast dat er in 2017 bovendien 159 arbeidscontractanten en 71 gedetacheerde nationale deskundigen voor Europol werkten; dringt er bij Europol op aan om niet te zeer te vertrouwen op arbeidscontractanten en om vast personeel niet te vervangen door duurdere arbeidscontractanten;

12.  betreurt het gebrek aan genderevenwicht in het hoger management van Europol, waar 133 van de 151 personen man zijn en 18 vrouw, alsook onder de leden van de raad van bestuur, waar 11 van de 53 personen vrouw zijn; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur rekening te houden met het belang van het waarborgen van genderevenwicht; verzoekt daarnaast Europol voor een beter genderevenwicht te zorgen binnen zijn hoger management;

13.  neemt er nota van dat Europol beleidsmaatregelen heeft goedgekeurd ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie; neemt kennis van het feit dat Europol opleidingssessies heeft georganiseerd en vertrouwelijke counseling mogelijk heeft gemaakt;

14.  stelt met bezorgdheid vast dat er in 2017 vier formele administratieve onderzoeken zijn geopend op grond van klachten over seksuele intimidatie en ongepast gedrag; stelt vast dat Europol de administratieve onderzoeken snel, en in voorkomend geval aan de hand van tuchtmaatregelen, heeft afgerond en in het kader hiervan maatregelen heeft genomen, alsook dat geen van deze gevallen aan een rechter is voorgelegd; merkt op dat Europol in 2018 geen administratief onderzoek heeft ingesteld naar vermeende seksuele intimidatie; dringt er bij Europol op aan om er alles aan te doen om structurele tekortkomingen in verband met ongepast gedrag te verhelpen, om te voorkomen dat zich verder nog dergelijke voorvallen voordoen;

15.  is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer om meer publiciteit te geven aan vacatures door deze ook te publiceren op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie; begrijpt de bezorgdheid van Europol over de vertaalkosten;

16.  moedigt Europol aan de goedkeuring te overwegen van een grondrechtenstrategie, inclusief een verwijzing naar de grondrechten in een gedragscode waarin de taken van zijn personeel en de opleiding van het personeel kunnen worden vastgelegd; de instelling van mechanismen om ervoor te zorgen dat elke schending van de grondrechten wordt opgespoord en gemeld en dat risico’s van dergelijke schendingen snel onder de aandacht worden gebracht van de belangrijkste organen van het Europol; de instelling, indien nodig, van de functie van een grondrechtenfunctionaris die rechtstreeks rapporteert aan de raad van bestuur, om een bepaalde mate van onafhankelijkheid te garanderen ten opzichte van andere personeelsleden, teneinde ervoor te zorgen dat bedreigingen voor de grondrechten onmiddellijk worden aangepakt en dat het grondrechtenbeleid in de organisatie voortdurend wordt verbeterd; de ontwikkeling van een regelmatige dialoog over grondrechtenvraagstukken met maatschappelijke organisaties en internationale organisaties die actief zijn op dit gebied; en de vaststelling van de eerbiediging van de grondrechten als centraal element van de criteria voor een mandaat van Europol om samen te werken met externe actoren, en met name met de leden van de nationale overheden waarmee het op operationeel niveau samenwerkt;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

17.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en lopende inspanningen van Europol die erop gericht zijn transparantie te waarborgen, belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken, en klokkenluiders te beschermen; verneemt dat in 2017 in verband met vier potentiële gevallen van belangenconflicten proactieve maatregelen genomen zijn; stelt vast dat Europol verklaringen inzake afwezigheid van belangenconflicten heeft gepubliceerd in plaats van belangenverklaringen; neemt niettemin kennis van de goedkeuring door de raad van bestuur in oktober 2018 van een nieuwe modelverklaring met betrekking tot belangenverklaringen, die gebaseerd is op een voorstel van Europol; stelt met tevredenheid vast dat deze nieuwe modelverklaring voor alle leden van de raad van bestuur wordt toegepast, alsook voor de uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeuren; merkt echter op dat nog niet alle verklaringen aan het nieuwe model zijn aangepast; verzoekt Europol in dit verband snel te werk te gaan en de nieuwe verklaringen te publiceren;

Interne controles

18.  merkt op dat de dienst Interne Audit van de Commissie in 2016 een controle heeft verricht met betrekking tot aanbestedingen en dat in 2017 het definitieve auditverslag over aanbestedingen werd gepubliceerd, met daarin drie aanbevelingen die als "belangrijk" werden aangemerkt; stelt vast dat Europol in 2017 een actieplan heeft opgesteld en in augustus 2018 aan de dienst Interne Audit verslag heeft uitgebracht over de follow-up van die aanbevelingen; stelt voorts vast dat de dienst Interne Audit een risicobeoordeling heeft uitgevoerd met betrekking tot alle processen binnen de organisatie, maar in dat kader de processen op geen enkel gebied heeft ingedeeld in de categorie "risicobeperkende maatregelen verbeteren";

o
o   o

19.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(4) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 108 van 22.3.2018, blz. 245.
(2) Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
(3) Memorandum van overeenstemming tussen Europol en Eurojust inzake de gezamenlijke vaststelling van regels en voorwaarden voor de toekenning van financiële steun voor activiteiten van gezamenlijke onderzoeksteams, ondertekend op 1 juni 2018.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling