Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2180(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0136/2019

Ingediende teksten :

A8-0136/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.43

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0284

Aangenomen teksten
PDF 157kWORD 53k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)
P8_TA-PROV(2019)0284A8-0136/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2180(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0070/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten(5), en met name artikel 21,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8‑0136/2019),

1.  verleent de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 169.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 169.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2180(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0070/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten(5), en met name artikel 21,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0136/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 169.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 169.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2180(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0136/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (het "Bureau") voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn jaarrekening(1) 22 852 250 EUR bedroeg, d.w.z. 5,78 % meer dan in 2016; overwegende dat de begroting van het Bureau bijna uitsluitend afkomstig is uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten betreffende het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 %, hetzelfde als in 2016; stelt met bezorgdheid vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 72,11 % bedroeg, wat laag is en neerkomt op een daling van 1,1 % ten opzichte van het vorige jaar;

Annulering van overdrachten

2.  stelt vast dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 117 566 EUR bedroegen, d.w.z. 2,05 % van het totale overgedragen bedrag, een daling van 1,22 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

3.  merkt met tevredenheid op dat het Bureau in zijn kader voor prestatiemeting gebruikmaakt van 31 kernprestatie-indicatoren (KPI's) om de resultaten en impact van zijn activiteiten vast te stellen, en vijf aanvullende KPI’s hanteert om zijn begrotingsbeheer te verbeteren;

4.  verneemt met instemming dat het Bureau samenwerkt met andere agentschappen, met name het Europees Grens- en kustwachtagentschap, het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen, het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, teneinde gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen te verwezenlijken;

5.  spoort het Bureau aan intensiever samen te werken met internationale organisaties, zoals de Raad van Europa en de Verenigde Naties, om waar mogelijk synergieën te vinden en deze te benutten;

6.  merkt op dat de tweede externe evaluatie van het Bureau plaatsvond in 2017; stelt met tevredenheid vast dat de resultaten daarvan over het algemeen positief waren; neemt kennis van de aanbevelingen die de raad van bestuur van het Bureau heeft doen toekomen aan de Commissie;

7.  merkt op dat de Commissie voor de eerste keer aan het Bureau heeft gevraagd een effectbeoordeling met betrekking tot de grondrechten te verrichten voor een instrument van het Unierecht; verneemt voorts dat het Bureau een opleidingsmodule voor nationale autoriteiten heeft ontwikkeld om de naleving van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie te bevorderen (“het Handvest”);

8.  wijst op de waarde van de studies en adviezen van het Bureau voor de ontwikkeling van de wetgeving van de Unie; benadrukt dat het Bureau de mogelijkheid moet hebben op eigen initiatief adviezen over wetgevingsvoorstellen uit te brengen en dat zijn opdracht moet worden uitgebreid tot alle gebieden van de uit hoofde van het Handvest beschermde rechten, met inbegrip van kwesties van justitiële en politiële samenwerking in strafzaken; betreurt dat het huidige mandaat van het Bureau zijn mogelijkheden om maatregelen te nemen en studies uit te voeren op bepaalde thematische gebieden beperkt; pleit voor de opname van deze thematische gebieden in het nieuwe meerjarig financieel kader;

9.  is ingenomen met het feit dat het Bureau zijn onderzoek naar de situatie van minderheden in de Unie heeft voortgezet in het kader van de tweede enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie; is in dit verband met name verheugd over de publicatie van het meest recente thematische verslag over de discriminatie waarmee mensen van Afrikaanse afkomst in de Unie worden geconfronteerd; is voorts ingenomen met de publicatie van de studie over de overgang van onderwijs naar werk voor jonge Roma;

10.  is ingenomen met de voortdurende inspanningen van het Bureau wat betreft onderzoek naar de situatie van Roma in de Unie, waarmee het een bijdrage levert aan het toezicht op de doeltreffendheid en de tekortkomingen van de integratiestrategieën en het daarmee samenhangende beleid van de Unie en haar lidstaten; is met name ingenomen met de op onderzoek gebaseerde beleidsaanbevelingen van het Bureau met betrekking tot de succesvolle bestrijding van zigeunerhaat en de strijd voor de sociale integratie van de Roma;

11.  is ingenomen met de inzet van het Bureau voor de rechten van kinderen, die wordt voortgezet met de studies over de minimumleeftijd voor deelname van kinderen aan strafrechtelijke en civielrechtelijke procedures in de Unie, over leeftijdsbepaling en afname van vingerafdrukken van kinderen in asielprocedures en over kinderarmoede in de Unie.

Personeelsbeleid

12.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 97,22 % ingevuld was, aangezien 70 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 72 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 74 toegestane posten in 2016); stelt vast dat in 2017 verder nog 30 contractanten en 8 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Bureau werkten;

13.  merkt op dat het Bureau beleidsmaatregelen heeft vastgesteld ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie; stelt vast dat het Bureau vertrouwelijke begeleiding en opleidingen aanbiedt; merkt op dat in 2017 twee onderzoeken naar beschuldigingen van ongepast bedrag ingesteld werden, en dat deze onderzoeken in 2018 afgerond zijn;

Aanbesteding

14.  betreurt dat dit heeft geleid tot extra administratieve overheadkosten voor het Bureau en dat het, hoewel het van invloed is geweest op de timing van zijn activiteiten, geen vertraging heeft veroorzaakt bij de uitvoering van projecten; verneemt dat het Bureau maatregelen heeft genomen om de risico's in verband met onsuccesvolle aanbestedingsprocedures in de toekomst te beperken; neemt kennis van het verzoek om aanvullende financiering van het Bureau, maar wijst erop dat budgettaire beperkingen niet mogen leiden tot onsuccesvolle procedures voor openbare aanbestedingen; dringt er daarom bij het Bureau op aan passend marktonderzoek te verrichten alvorens een aanbesteding voor studies uit te schrijven en de doeltreffendheid van zijn procedures voor openbare aanbestedingen te blijven verbeteren;

15.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het Bureau eind 2017 nog niet alle instrumenten die door de Commissie waren opgestart om één enkele oplossing in te voeren voor de elektronische uitwisseling en opslag van gegevens met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (elektronische aanbesteding) hadden ingevoerd; merkt op dat het Bureau al enkele instrumenten heeft ingevoerd en momenteel bezig is met de invoering van de resterende instrumenten, tegen begin 2019; verzoekt het Bureau aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van alle nodige instrumenten;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

16.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Bureau om te zorgen voor transparantie, belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken, en klokkenluiders te beschermen; stelt vast dat het Bureau meldt in 2017 een aantal potentiële en vermeende belangenconflicten beoordeeld en aangepakt te hebben, waardoor er geen feitelijke conflicten zijn ontstaan;

17.  stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer de onafhankelijkheid van de rekenplichtige moet worden versterkt door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de directeur en de raad van bestuur van het Bureau; verneemt met instemming dat de daaruit voortvloeiende reorganisatie naar verwachting tegen eind 2018 zal zijn doorgevoerd; verzoekt het Bureau aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van de reorganisatie;

18.  stelt vast dat er de afgelopen jaren twee rechtszaken tegen het Bureau zijn aangespannen over vermeende onregelmatige aanwervingsbesluiten; merkt op dat het Gerecht van de Europese Unie beide zaken heeft geseponeerd en de aanklagers heeft opgedragen de kosten te betalen; neemt kennis van de beschuldigingen in de pers betreffende mogelijke belangenconflicten met betrekking tot het gebruik van consultingdiensten van een voormalige tijdelijke rechter van het Gerecht voor ambtenarenzaken; verzoekt het Bureau bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om mogelijke risico's op belangenconflicten te beperken;

Interne controles

19.  stelt vast dat de dienst Interne Audit van de Commissie in 2017 een controle heeft uitgevoerd met betrekking tot governance en ethiek in het Bureau, en dat in de periode 2013-2017 namens de Commissie een externe evaluatie van de prestaties van het Bureau werd verricht; stelt vast dat het Bureau actieplannen heeft opgesteld om terreinen die voor verbetering vatbaar waren, aan te pakken;

20.  is verheugd over de afsluiting van de aanbeveling van de Rekenkamer van 2016 met betrekking tot de verbetering van het proces voor formele (sub-)delegaties van ordonnateurs;

Overige opmerkingen

21.  neemt kennis van de inspanningen van het Bureau om een kosteneffectieve en milieuvriendelijke werkplek te garanderen; wijst er echter op dat het Bureau geen aanvullende maatregelen heeft genomen om CO2-emissies terug te dringen of te compenseren;

o
o   o

22.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 116/04 van 28.3.2018, blz. 17.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0284.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling