Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2195(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0153/2019

Ingediende teksten :

A8-0153/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.44

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0285

Aangenomen teksten
PDF 166kWORD 56k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex)
P8_TA-PROV(2019)0285A8-0153/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2195(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0085/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad(5), en met name artikel 76,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8‑0153/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L‑serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 173.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 173.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2195(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0085/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad(5), en met name artikel 76,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8‑0153/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L‑serie).

(1) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 173.
(2) PB C 434 van 30.11.2018, blz. 173.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2195(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8‑0153/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees grens- en kustwachtagentschap (hierna "het Agentschap") voor het begrotingsjaar 2017 volgens de staat van ontvangsten en uitgaven(1) 280 560 000 EUR bedroeg, een toename van 20,54 % ten opzichte van 2016; overwegende dat deze toename verband hield met de aanzienlijke uitbreiding van het mandaat van het Agentschap in 2017 in antwoord op de migratiecrisis waaraan de Unie het hoofd moest bieden; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees grens- en kustwachtagentschap (Frontex) voor het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geleid tot een uitvoeringspercentage van de begroting van 97,63 %, wat neerkomt op een lichte daling met 0,27 % ten opzichte van 2016; stelt met bezorgdheid vast dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten laag was en 66,42 % bedroeg, een daling met 0,35 % ten opzichte van 2016;

2.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat de oorspronkelijke begroting van het Agentschap een wettelijk voorgeschreven financiële operationele reserve ter waarde van 8 800 000 EUR bevatte voor de financiering van de inzet van snelle grensinterventies en terugkeerinterventies; constateert dat het Agentschap in het totaal 3 800 000 EUR uit de reserve naar zijn operationele begroting heeft overgeschreven om andere activiteiten te financieren; stelt met zorg vast dat de overschrijvingen niet in overeenstemming zijn met het financieel reglement van het Agentschap; verneemt uit het antwoord van het Agentschap dat het van mening is dat de wetgever duidelijkheid moet verschaffen over de tenuitvoerlegging van overschrijvingen uit de reserve; dringt er bij het Agentschap op aan dergelijke niet-conforme acties in de toekomst te vermijden en de kwijtingsautoriteit te informeren over de vraag welke verduidelijking het Agentschap noodzakelijk acht;

Annulering van overdrachten

3.  betreurt het hoge annuleringspercentage van overdrachten van 2016 naar 2017, die 11 125 174 EUR bedroegen, dat wil zeggen 14,96 % van het totale overgedragen bedrag, een vergelijkbaar percentage met dat van 2016; verzoekt het Agentschap om aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de te nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat de overgedragen middelen volledig worden gebruikt, teneinde te vermijden dat, net als in voorgaande jaren, substantiële middelen worden vrijgemaakt;

Prestaties

4.  merkt met tevredenheid op dat het Agentschap gebruik maakt van meerdere kernprestatie-indicatoren om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te meten; verneemt dat het Agentschap van plan is zijn indicatoren in 2019 te herzien; verzoekt het Agentschap de kernprestatie-indicatoren verder te ontwikkelen om zijn begrotingsbeheer te versterken, waarbij met name rekening moet worden gehouden met de uitbreiding van het mandaat van het Agentschap en de steeds grotere begroting, en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de voortgang die in dit opzicht wordt geboekt; spreekt zijn bezorgdheid uit over het deel van de begroting dat niet door het Agentschap kon worden opgenomen;

5.  herinnert eraan dat het mandaat van het Agentschap in 2016 naar aanleiding van de migratie- en asielsituatie in 2015 aanzienlijk is verruimd, om het Agentschap in staat te stellen beter in te spelen op de behoeften en problemen aan de buitengrenzen van de EU; wijst erop dat in 2017 nog werd gewerkt aan de aanpassing van systemen en procedures aan het nieuwe mandaat van het Agentschap, dat in 2016 werd geactualiseerd krachtens Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad(2);

6.  betreurt dat bij de meeste operationele programma's van het Agentschap de doelstellingen onvoldoende gekwantificeerd waren en dat bovendien specifieke streefwaarden voor de gezamenlijke operaties ontbraken; stelt bezorgd vast dat dit, samen met de ontoereikende informatie van samenwerkende landen, de evaluaties achteraf van de doeltreffendheid van gezamenlijke operaties op termijn kan bemoeilijken; verzoekt het Agentschap om relevante strategische doelstellingen vast te stellen voor zijn activiteiten en een doeltreffend en resultaatgericht toezicht- en rapportagesysteem vast te stellen met relevante en meetbare kernprestatie-indicatoren;

7.  verneemt dat de raad van bestuur in juni 2017 zijn goedkeuring heeft gehecht aan de reorganisatie van de structuren van het Agentschap, die gevolgen zal hebben voor de toewijzing van de middelen; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van deze nieuwe organisatiestructuur;

8.  stelt tevreden vast dat alle lidstaten en met Schengen geassocieerde landen aan ten minste één gezamenlijke operatie hebben deelgenomen, en dat 26 lidstaten als organisatoren dan wel als deelnemers hebben deelgenomen aan door het Agentschap gecoördineerde en medegefinancierde terugkeeroperaties, dat wil zeggen twee lidstaten meer dan in 2016;

9.  is ingenomen met het feit dat het Agentschap samenwerking tussen verschillende instanties bevordert, met name wat betreft het bewaken van kusten, maar ook op het gebied van douanewerkzaamheden en wetshandhaving, teneinde de voordelen van operaties met meervoudige doeleinden, die een belangrijk onderdeel vormen van geïntegreerd grensbeheer, volledig te benutten;

10.  stelt tevreden vast dat het Agentschap samenwerkt met andere agentschappen, onder meer door deze te ondersteunen bij aanwervingsprocedures, bouwprojecten en veiligheidsadviezen, en in het kader van de regionale taskforce van de EU in Italië en Griekenland kantoorruimte deelt met het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, de Europese Eenheid voor justitiële samenwerking en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken;

11.  dringt er bij het Agentschap op aan een alomvattend bedrijfscontinuïteitsplan te ontwikkelen;

Personeelsbeleid

12.  betreurt dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor slechts 74,43 % was ingevuld, waarbij 262 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 352 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 275 toegestane posten in 2016); stelt vast dat in 2017 bovendien 139 contractanten en 113 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap hebben gewerkt;

13.  stelt wederom met bezorgdheid vast dat er sprake is van een gebrek aan genderevenwicht in de raad van bestuur van het Agentschap; herinnert eraan dat het de lidstaten zijn die bevoegd zijn om de leden van de raad van bestuur te benoemen; spoort de lidstaten aan voor genderevenwicht te zorgen als zij leden benoemen voor de raad van bestuur van het Agentschap; spoort het Agentschap aan de lidstaten actief te herinneren aan het belang van genderevenwicht; wijst erop dat het wenselijk zou zijn maatregelen te nemen ter verbetering van het geografisch evenwicht in het personeelsbestand van het Agentschap;

14.  wijst erop dat 2017 het tweede jaar was van het vijfjarige groeiplan dat werd vastgesteld in Verordening (EU) 2016/1624, op grond waarvan de begrotings- en personele middelen van het Agentschap aanzienlijk werden verhoogd; merkt op dat uit het verslag van de Rekenkamer blijkt dat na de uitbreiding van het mandaat van het Agentschap het personeelsbestand met een toename van 365 in 2016 tot 1 000 in 2020 meer dan dubbel zo groot zal worden; merkt ook op dat voor de voorgenomen personeelsuitbreiding extra kantoorruimte nodig zal zijn; verzoekt het Agentschap bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om de uitdagingen in verband met het toegenomen personeelsbestand het hoofd te bieden en deze nauwlettend op de hoogte te houden van de verdere stappen, met inbegrip van de ramingen in verband met de bouw van het nieuwe hoofdkantoor;

15.  stelt met zorg vast dat het voor het Agentschap moeilijkheden ondervindt bij het vinden van personeel dat aan de gewenste profielen voldoet, vaak vanwege de lage salariscorrectiecoëfficiënt (66,7 %); dringt er bij het Agentschap op aan verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over de uitkomst van de gesprekken met de Commissie over mogelijke corrigerende maatregelen, alsook over de plannen van het Agentschap voor andere mogelijke maatregelen om nieuw personeel aan te trekken, waarbij met name rekening moet worden gehouden met het groeiende mandaat van het Agentschap en het toegenomen aantal aanwervingen; verzoekt het Agentschap onverwijld een nieuwe grondrechtenfunctionaris aan te stellen om ervoor te zorgen dat kwesties van bedreigingen van grondrechten onmiddellijk worden aangepakt en dat het grondrechtenbeleid binnen de organisatie voortdurend wordt bijgesteld;

16.  betreurt ten zeerste dat, ondanks herhaalde verzoeken van het Parlement en een aanzienlijke verruiming van het totale personeelsbestand van het agentschap, de grondrechtenfunctionaris nog steeds niet over voldoende personeel beschikt en daardoor duidelijk moeite heeft om de taken die haar krachtens de Verordening (EU) 2016/1624 zijn toebedeeld, naar behoren uit te voeren; dringt er bij het Agentschap op aan zijn grondrechtenfunctionaris voldoende middelen en personeel ter beschikking te stellen, met name voor het opzetten van een klachtenmechanisme en de verdere ontwikkeling en tenuitvoerlegging van de strategie voor toezicht op en het waarborgen van de bescherming van de grondrechten.

17.  is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer om vacatures ook op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie te plaatsen om er zo meer de aandacht op te vestigen; heeft begrip voor de bezorgdheid van het Agentschap in verband met de vertaalkosten;

18.  verneemt dat het Agentschap om intimidatiekwesties aan te pakken gebruik maakt van de "Gedragscode voor alle personen die deelnemen aan de operationele activiteiten van Frontex" alsook van kanalen voor het vertrouwelijk melden van intimidatie;

19.  verneemt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap ook in 2017 op irreguliere wijze personeel heeft aangeworven via externe selectieprocedures, waarbij het kandidaten op hogere AST-rangen heeft benoemd dan de in het Statuut bepaalde maximale rang; wijst erop dat in 2017 in dit verband twee aanwervingen als irregulier werden beschouwd; neemt kennis van de door het Agentschap gegeven rechtvaardiging voor de aanwervingen en erkent dat het Agentschap sinds maart 2017 geen externe kandidaten met een hogere rang dan AST 4 meer heeft aangenomen;

Aanbestedingsprocedures

20.  verneemt van het Agentschap dat het in 2017 zijn gehele financiële structuur heeft herzien met het doel die te vereenvoudigen, over te stappen van subsidies naar dienstverleningscontracten en met forfaitaire bedragen te gaan werken; verzoekt het Agentschap om aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van de nieuwe structuur;

21.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap eind 2017 nog niet alle instrumenten die door de Commissie zijn gelanceerd om één enkele oplossing in te voeren voor de elektronische uitwisseling en opslag van gegevens met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (elektronische aanbesteding) had ingevoerd; stelt vast dat het Agentschap voor bepaalde procedures e‑facturering en e‑aanbesteding heeft ingevoerd, maar nog geen e‑inschrijving; verzoekt het Agentschap alle nodige instrumenten voor het beheer van aanbestedingsprocedures in te voeren en bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering daarvan;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

22.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en lopende inspanningen van het Agentschap om transparantie te waarborgen, belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken, en klokkenluiders te beschermen; verneemt van het Agentschap dat het interne regels inzake klokkenluiders had opgesteld, maar dat het, op advies van de Commissie, het modelbesluit van de Commissie zal uitvoeren zodra dit aan de Agentschappen wordt medegedeeld; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van dit besluit en onverwijld zijn klokkenluidersregeling vast te stellen;

23.  herinnert eraan dat de bepalingen inzake voorlichting en communicatie als onderdeel van de verantwoordingsplicht van het Agentschap jegens het publiek in de Verordening (EU) 2016/1624 aanzienlijk zijn gewijzigd en het Agentschap tot grotere transparantie omtrent zijn activiteiten verplichten; betreurt dat het Agentschap deze nieuwe regels nog steeds niet volledig naleeft en spoort het Agentschap aan de regels onverwijld toe te passen;

Interne controle

24.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat de subsidie-uitgaven van het Agentschap aanzienlijk zijn toegenomen van 123 000 000 EUR in 2016 naar 167 000 000 EUR in 2017; stelt bezorgd vast dat het Agentschap in 2017 geen verificaties achteraf heeft verricht van vergoedingen van subsidie-uitgaven; neemt kennis van het feit dat het Agentschap van mening is dat zijn verificaties voorafgaand aan de vergoeding verbeterd waren en dat, zodra de dekking vooraf een bepaald niveau heeft bereikt, deze nu de nodige zekerheid kunnen bieden; wijst er evenwel op dat de Rekenkamer sinds 2014 consistent heeft gemeld dat er vaak onvoldoende bewijs is van de door de samenwerkende landen gedeclareerde uitgaven, hetgeen ook in 2017 werd bevestigd; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om deze risico's te beperken;

25.  neemt kennis van het feit dat het Agentschap zijn interne-controlekader heeft herzien en is overgestapt van een op naleving gebaseerde benadering naar een op risico gebaseerde benadering; erkent dat het aangepaste interne-controlekader in november 2017 is goedgekeurd en dat vervolgens een geconsolideerd verbeteringslogboek voor Frontex ("consolidated Frontex Improvement Log") werd ingevoerd;

26.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap steun aan de kustwacht van IJsland heeft gefinancierd voor de inzet van een vliegtuig in Griekenland, en dat het, alvorens de door IJsland gedeclareerde uitgaven te vergoeden, heeft gevraagd om facturen als bewijs voor een categorie gedeclareerde uitgaven; betreurt dat hoewel deze facturen nooit werden verstrekt het Agentschap toch de 440 000 EUR heeft vergoed, hetgeen aantoont dat de vooraf plaatsvindende verificatie ineffectief was; neemt kennis van de door het Agentschap gevolgde redenering dat de raming van de onderhoudskosten per uur voldoende was om de uitgaven goed te keuren;

27.  merkt op dat het Agentschap nog steeds geen uitgebreid bedrijfscontinuïteitsplan heeft dat is goedgekeurd door de raad van bestuur; verzoekt het Agentschap alle nodige maatregelen te nemen om een dergelijk plan vast te stellen en bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering daarvan;

28.  verzoekt de raad van bestuur van het Agentschap om duidelijke overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau vast te stellen voor de continuïteit van zijn activiteiten in geval van een ramp op zijn locatie, doelstellingen vast te stellen voor het herstel van de IT-infrastructuur, en het maximaal toegestane gegevensverlies te bepalen voor de meest kritieke systemen en -toepassingen; verzoekt het Agentschap om hiervoor ondersteuningsplannen te ontwikkelen, deze naar behoren te testen en de resultaten daarvan te laten goedkeuren door de raad van bestuur van het Agentschap;

Overige opmerkingen

29.  merkt op dat de overeenkomst inzake het hoofdkwartier tussen het Agentschap en de Poolse regering op 1 november 2017 in werking is getreden; wijst erop dat deze overeenkomst van invloed is op diverse procedures van het Agentschap met grote gevolgen voor de arbeidsomstandigheden en de beheerfaciliteiten; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resulterende projecten, met name de bouw van een nieuw hoofdkwartier en de oprichting van een Europese school in Warschau;

o
o   o

30.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 26 maart 2019(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 108 van 22.03.2018, blz. 112.
(2) Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).
(3) Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0254.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling