Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2216(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0105/2019

Ingediende teksten :

A8-0105/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.49

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0290

Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 53k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 (FCH2)
P8_TA-PROV(2019)0290A8-0105/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 (FCH2) voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2216(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05827/2019 – C8-0105/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 71,

–  gezien Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2(5), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0105/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 452 van 14.12.2018, blz. 48.
(2) PB C 452 van 14.12.2018, blz. 50.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108.
(6) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2216(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05827/2019 – C8-0105/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 71,

–  gezien Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2(5), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0105/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 452 van 14.12.2018, blz. 48.
(2) PB C 452 van 14.12.2018, blz. 50.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108.
(6) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2216(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0105/2019),

A.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof ("FCH") in mei 2008 bij Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad(1) als publiek-privaat partnerschap werd opgericht voor de periode tot 31 december 2017 met het oog op de ontwikkeling van markttoepassingen, teneinde aldus extra inspanningen van de industrie voor een snelle toepassing van brandstofcel- en waterstoftechnologieën te vergemakkelijken; overwegende dat Verordening (EG) nr. 521/2008 werd ingetrokken bij Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad(2);

B.  overwegende dat krachtens Verordening (EU) nr. 559/2014 in mei 2014 de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 ("FCH2") werd opgericht als vervanger en opvolger van de FCH voor de periode tot 31 december 2024;

C.  overwegende dat de leden van de FCH waren: de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, de Europese Industriegroepering gezamenlijk technologie-initiatief brandstofcellen en waterstof en de Onderzoeksgroepering N.ERGHY;

D.  overwegende dat de leden van de FCH2 zijn: de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, de ivzw New Energy World Industry Grouping (hierna de "industriegroepering"), die in 2016 werd omgedoopt tot Hydrogen Europe, en de ivzw New European Research Grouping on Fuel Cells and Hydrogen (hierna de "onderzoeksgroepering");

E.  overwegende dat de maximale EU-bijdrage aan de eerste fase van de activiteiten van de FCH2 470 miljoen EUR uit het zevende kaderprogramma bedraagt; overwegende dat de bijdragen van de andere leden minstens gelijk moeten zijn aan de EU-bijdrage;

F.  overwegende dat in de FCH2 de maximale bijdrage van de Unie 665 miljoen EUR uit het Horizon 2020-programma bedraagt en dat van de FCH2-leden uit de industrie- en de onderzoeksgroepering wordt verwacht dat zij minstens 380 miljoen EUR, inclusief bijdragen in natura, bijdragen aan de Horizon 2020-projecten die door de FCH2 worden gefinancierd, alsook bijdragen in natura voor aanvullende activiteiten (ter waarde van ten minste 285 miljoen EUR) en geldelijke bijdragen aan administratieve kosten;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat in het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de FCH2 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") wordt vastgesteld dat de jaarrekening 2017 op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van de financiële situatie van de FCH2 per 31 december 2017, van de resultaten van haar verrichtingen, de kasstromen en de veranderingen van de nettoactiva in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig haar financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels; merkt verder op dat de door de FCH2 gehanteerde boekhoudregels gebaseerd zijn op internationaal aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector;

2.  stelt vast dat in de definitieve begroting van de FCH2 voor het begrotingsjaar 2017 vastleggingskredieten ter hoogte van 127 800 000 EUR en betalingskredieten ter hoogte van 198 600 000 EUR waren opgenomen; stelt vast dat de betalingskredieten met 71,95 % zijn toegenomen en voornamelijk zijn gebruikt voor de prefinanciering van de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2016 en 2017;

3.  stelt vast dat de totale begrotingsuitvoering van de vastleggings- en betalingskredieten respectievelijk 96 % en 89 % bedroeg;

Meerjarige begrotingsuitvoering in het kader van het zevende kaderprogramma

4.  stelt vast dat de FCH2 van de 490 miljoen EUR aan middelen voor de activiteiten van de FCH (met inbegrip van 470 miljoen EUR aan bijdragen in contanten van de Unie en 20 miljoen EUR aan administratieve kosten van andere leden) eind 2017 voor 481 700 000 EUR aan vastleggingen en voor 418 500 000 EUR aan betalingen had gedaan; wijst erop dat volgens het betalingsplan van de FCH voor lopende projecten van het zevende kaderprogramma nog eens 25 700 000 EUR in 2018 zal worden betaald en 17 400 000 EUR in de daaropvolgende jaren, zodat het totaal op 94,3 % van de totale FCH-begroting komt;

5.  merkt op dat van de 470 miljoen EUR aan bijdragen in natura en in contanten die de deelnemers uit de industrie- en de onderzoeksgroepering aan de operationele activiteiten van de FCH moesten bijdragen, de raad van bestuur eind 2017 396 200 000 EUR aan bijdragen had gevalideerd; wijst erop dat eind 2017 nog eens 55 800 000 EUR aan bijdragen in natura aan de operationele activiteiten bij de FCH2 was gemeld en dat de totale bijdrage van de FCH2-deelnemers uit de industrie- en de onderzoeksgroepering daarmee eind 2017 uitkwam op 452 000 000 EUR, vergeleken met een bijdrage van de Unie van 405 800 000 EUR;

Meerjarige begrotingsuitvoering in het kader van Horizon 2020

6.  stelt vast dat de FCH2 van de 684 miljoen EUR aan middelen voor de activiteiten van Horizon 2020 (met inbegrip van 665 miljoen EUR aan bijdragen in contanten van de Unie en 19 miljoen EUR aan bijdragen in contanten aan administratieve kosten van de industrie- en onderzoeksdeelnemers) voor 407 200 000 EUR (59,53 %) aan vastleggingen en voor 223 300 000 EUR aan betalingen had gedaan;

Overige vraagstukken

7.  stelt vast dat de deelnemers uit de industrie- en de onderzoeksgroepering eind 2017 25 100 000 EUR aan bijdragen in natura aan de operationele activiteiten ten belope van 1 300 000 EUR hadden gerapporteerd, waarvan de raad van bestuur 600 000 EUR had gevalideerd;

8.  stelt vast dat de bijdrage in contanten van de Unie eind 2017 234 300 000 EUR bedroeg;

9.  merkt met betrekking tot het zevende kaderprogramma op dat er eind 2017 46 betalingen voor periodieke tussentijdse en vooral eindverslagen voor een totaalbedrag van 27 100 000 EUR waren gedaan; merkt op dat de begrotingsuitvoering (wat de betalingskredieten betreft) bij 73,8 % lag (tegenover 73,7 % in 2016);

10.  merkt met betrekking tot Horizon 2020 op dat uit de betalingskredieten 40 prefinancieringsbetalingen zijn verricht voor de projecten die na de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2016 en 2017 waren geselecteerd, alsmede 8 betalingen voor studies en 2 voor het gemeenschappelijk onderzoekscentrum; merkt verder op dat de begrotingsuitvoering (wat de betalingen betreft) bij 93,3 % lag (tegenover 98 % in 2016); is ingenomen met het feit dat de begrotingsuitvoering wat de vastleggingskredieten betreft 99,8 % bedroeg, tegenover 78,6 % in het voorgaande jaar, dankzij het besluit om twee bijkomende projecten van de reservelijst van de oproep tot het indienen van voorstellen van 2017 op te nemen;

11.  stelt vast dat de FCH2 in december 2017 haar goedkeuring hechtte aan het vierde aanvullende-activiteitenplan voor 2018, met inbegrip van certificeerbare aanvullende activiteiten ten belope van 250 160 000 EUR; merkt op dat de FCH2 een methode heeft ontwikkeld die zorgt voor grondige controles van het verzamelen, rapporteren en certificeren van aanvullende activiteiten, en dat deze methode een model-controleprogramma en -certificaat bevat dat onafhankelijke externe controleurs gebruiken voor hun certificering;

Prestaties

12.  is ingenomen met de herziening van de technische en economische kernprestatie-indicatoren (KPI's) die zijn opgenomen in het door de raad van bestuur van de FCH2 goedgekeurde addendum bij het meerjarig werkprogramma; merkt op dat de meeste KPI's voor 2017 zijn gehaald, terwijl de nog lopende projecten op schema zitten om de doelstellingen voor 2017 en daarna te halen;

13.  merkt op dat de beheerkostenratio (administratieve en operationele begroting) onder de 5 % blijft, wat wijst op een vrij slanke en efficiënte organisatiestructuur van de FCH2;

14.  is ingenomen met 1,95 als waarde van het hefboomeffect in 2017, welke de hefboomdoelstelling voor de gehele periode van 2014 tot 2020 overschrijdt;

15.  neemt kennis van het feit dat deskundigen hebben vastgesteld dat veel van de wereldbekende automerken op de FCH2-oproepen hebben gereageerd, evenals veel grote energie- en nutsbedrijven en topinnovatoren; wijst tevens op het engagement van de sector bij de planning en de uitvoering van het programma; stelt vast dat de deskundigen aanbevelen de waardeketenbenadering te versterken door middel van meer participatie van eindgebruikers en klanten;

16.  is ingenomen met het feit dat alle oproepen tot het indienen van voorstellen zijn gepubliceerd en afgesloten volgens de respectieve werkprogramma's en dat de resultaten met betrekking tot de termijnen voor subsidietoekenning en betaling ruim onder de vastgestelde doelstellingen bleven;

Interne audit

17.  merkt op dat de FCH2 in 2017 de uitvoering van alle actieplannen heeft afgerond waarin het ging om de aanbevelingen inzake audits van de dienst Interne Audit (IAS) inzake prestatiebeheer die de IAS in 2016 had uitgevoerd, met uitzondering van één actie; stelt vast dat de IAS in 2017 een nieuwe audit heeft uitgevoerd naar de coördinatie met het Central Support Centre van de Commissie en de toepassing van de desbetreffende instrumenten en diensten in de FCH2; merkt verder op dat de FCH2 op 7 december 2017 een eindverslag van de IAS over deze audit heeft ontvangen, waarin drie aanbevelingen vermeld waren; vindt het verheugend dat de FCH2 het met alle aanbevelingen eens was en de IAS op 15 januari 2018 een actieplan heeft toegezonden, dat vervolgens in januari 2018 door de IAS is goedgekeurd;

18.  merkt op dat het werk op het gebied van ex post uitgevoerde controles is voortgezet met de instelling van 16 nieuwe audits voor het zevende kaderprogramma, waarbij gebruik is gemaakt van het kadercontract onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie met een extern auditkantoor; stelt vast dat het restfoutenpercentage minder dan 2 % bedroeg; merkt op dat er in 2017 11 nieuwe audits voor Horizon 2020 zijn ingesteld; verzoekt de FCH2 aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resultaten van deze audits;

19.  merkt op dat de eindevaluatie van de FCH2 voor de periode 2008-2016 en de tussentijdse evaluatie van de FCH2-operaties in het kader van Horizon 2020 voor de periode 2014-2016 door de Commissie werden uitgevoerd, en dat de raad van bestuur akkoord is gegaan met een actieplan waarvan diverse acties reeds zijn opgestart, met de verwachting dat het programma in 2018-2019 grotendeels zal worden voltooid, maar dat een klein aantal acties wellicht in de volgende programmaperiode wordt uitgevoerd;

Interne controles

20.  juicht het toe dat de FCH2 procedures voor controles vooraf heeft opgezet die zijn gebaseerd op controles van financiële en operationele stukken, ex post audits van begunstigden van subsidies voor tussentijdse en eindbetalingen voor het zevende kaderprogramma en voor kostendeclaraties voor Horizon 2020-projecten, terwijl de Commissie verantwoordelijk is voor de ex post audits; is ingenomen met het feit dat het restfoutenpercentage voor ex post audits eind 2017 1,13 % bedroeg, hetgeen volgens de Rekenkamer onder de materialiteitsdrempel ligt;

21.  is ingenomen met het feit dat de FCH2 in november 2017 regels heeft vastgesteld voor de preventie van en de omgang met belangenconflicten met betrekking tot haar personeel en organen;

22.  neemt kennis van het feit dat de FCH2 in 2017 samen met de gemeenschappelijke auditdienst van het directoraat-generaal Onderzoek en innovatie van de Commissie de eerste ex post audit van een willekeurige steekproef van tussentijdse kostendeclaraties in het kader van Horizon 2020 heeft uitgevoerd; verzoekt de FCH2 aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resultaten van deze audit;

23.  merkt op dat de FCH2 op 31 december 2017 in totaal 26 bezette posten telde, waarmee 11 verschillende lidstaten vertegenwoordigd waren;

24.  is ingenomen met de talrijke communicatieactiviteiten die in 2017 zijn georganiseerd en die verder hebben bijgedragen aan een grotere zichtbaarheid van deFCH2.

(1) Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof (PB L 153 van 12.6.2008, blz. 1).
(2) Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108).

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling