Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2215(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0104/2019

Ingediende teksten :

A8-0104/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.50

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0291

Aangenomen teksten
PDF 160kWORD 54k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kwijting 2017: Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 (IMI 2)
P8_TA-PROV(2019)0291A8-0104/2019
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2215(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 ("Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2") voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05827/2019 – C8‑0104/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 71,

–  gezien Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2(5), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0104/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming IMI 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 452 van 14.12.2018, blz.57.
(2) PB C 452 van 14.12.2018, blz. 59.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 54.
(6) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.


2. Besluit van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2215(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 ("Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2") voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05827/2019 – C8‑0104/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 71,

–  gezien Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2(5), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0104/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 452 van 14.12.2018, blz.57.
(2) PB C 452 van 14.12.2018, blz.59.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 54.
(6) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2017 (2018/2215(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0104/2019),

A.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen ("Gemeenschappelijke Onderneming IMI") in december 2007 voor een periode van tien jaar werd opgericht met als doel de efficiëntie en doeltreffendheid van het ontwikkelingsproces van geneesmiddelen aanzienlijk te verbeteren, zodat de farmaceutische sector op de lange termijn doeltreffendere en veiligere innovatieve geneesmiddelen kan ontwikkelen;

B.  overwegende dat na de vaststelling in mei 2014 van Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad(1), de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 ("Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2") in juni 2014 de Gemeenschappelijke Onderneming IMI heeft vervangen met het oog op de afronding van de onderzoeksactiviteiten voor het zevende kaderprogramma en zodoende de looptijd van de Gemeenschappelijke Onderneming heeft verlengd tot en met 31 december 2024;

C.  overwegende dat de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en de Europese Federatie van Verenigingen van farmaceutische bedrijven (EFPIA) de oprichtende leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn;

D.  overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI voor de periode van tien jaar 1 000 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van KP7, en dat de oprichtende leden in gelijke mate aan de lopende kosten bijdragen, elk voor ten hoogste 4 % van de totale bijdrage van de Unie;

E.  overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor de periode van tien jaar 1 638 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van Horizon 2020, en dat de leden, met uitzondering van de Commissie, voor 50 % aan de lopende kosten moeten bijdragen en middels contanten of in natura (of beide) in gelijke mate met de financiële bijdrage van de Unie aan de operationele kosten moeten bijdragen;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  neemt er nota van dat de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor het op 31 december 2017 afgesloten jaar volgens de Europese Rekenkamer op alle materiële punten een getrouw beeld geven van de financiële situatie van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 per 31 december 2017, van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen en van de veranderingen van de nettoactiva in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig haar financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels, en zijn gebaseerd op internationaal aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector;

2.  neemt kennis van de verklaring zonder beperking van de Rekenkamer dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor 2017 op alle materiële punten wettig en regelmatig waren;

3.  stelt vast dat de definitieve begroting 2017 die voor de uitvoering van KP7 en Horizon 2020 beschikbaar was, 322 396 498 EUR aan vastleggingskredieten en 206 372 367 EUR aan betalingskredieten omvatte; stelt vast dat het uitvoeringspercentage voor de vastleggingskredieten 97,07 % bedroeg (een stijging met 2,99 % ten opzichte van 2016);

4.  stelt met teleurstelling vast dat de betalingskredieten voor het vierde achtereenvolgende jaar minder dan 75 % bedroegen: in 2017 bedroegen ze 71,96 %; merkt op dat deze lage uitvoeringsgraad met name werd veroorzaakt door een daling of uitstel van klinische proeven in het kader van enkele grote en complexe projecten binnen de antimicrobiële resistentie- en Ebola+-programma's en door vertragingen bij het afsluiten van subsidieovereenkomsten voor oproepen in het kader van Horizon 2020; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 geactualiseerde informatie aan de kwijtingsautoriteit te verstrekken en de betalingskredieten voor de procedure van volgend jaar te verbeteren;

5.  is ingenomen dat het aantal betalingen met 9,33 % (van 75 % tot 82 %) is toegenomen; wijst erop dat het betaalde bedrag is gedaald, omdat de kosten hoger zijn uitgevallen ten opzichte van de voorfinanciering die reeds voor de projecten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 1 en IMI 2 is uitbetaald (de verrekening is met 189 % toegenomen, d.w.z. van 20 347 000 EUR naar 58 846 383 EUR);

6.  neemt kennis van de inherente beperkingen binnen het proces voor de raming van betalingskredieten; merkt met teleurstelling op dat deze beperkingen leiden tot tekortkomingen in de planning van en het toezicht op de betalingskredieten, die tot uiting komen in 78 700 000 EUR (tegen het einde van 2017) aan ongebruikte betalingskredieten van voorgaande jaren; is ingenomen met de corrigerende maatregelen die de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 heeft genomen om de overbudgetteringscyclus te doorbreken; merkt op dat de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 heeft besloten de operationele betalingskredieten van het betrokken jaar met 56 000 000 EUR te verlagen en het gecumuleerde ongebruikte bedrag van voorgaande jaren met 25 800 000 EUR te verlagen;

7.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 van de 1 000 000 000 EUR aan KP7-middelen die aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI waren toegewezen, eind 2017 voor 966 060 000 EUR aan vastleggingen en voor 719 978 000 EUR aan betalingen had gedaan; merkt op dat het hoge niveau van niet-afgewikkelde betalingen van 246 082 000 EUR (25,47 %) voornamelijk werd veroorzaakt door de uitgestelde start van KP7-activiteiten in de eerste jaren van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI;

8.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 van de 1 000 000 000 EUR die de deelnemers uit de sector aan de activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI moesten bijdragen, aan het einde van 2017 551 800 000 EUR aan bijdragen in natura en contante bijdragen had gevalideerd (529 900 000 EUR in natura en 21 900 000 EUR in contanten); wijst erop dat de deelnemers nog eens 153 000 000 EUR aan bijdragen in natura zonder validatie aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 hebben gerapporteerd; wijst erop dat de totale bijdragen in natura en contante bijdragen van de deelnemers uit de industrie aan het einde van 2017 dus 705 100 000 EUR bedroegen, terwijl de Unie 827 200 000 EUR in contanten had bijgedragen aan de KP7-activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI;

9.  merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 van de 1 680 000 000 EUR aan Horizon 2020-middelen die aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI waren toegewezen, eind 2017 voor 819 010 000 EUR (50 %) aan vastleggingen en voor 179 650 000 EUR aan betalingen (10,97 % van de toegewezen middelen en 21,93 % van de vastgelegde middelen) had gedaan voor de uitvoering van dertien oproepen tot het indienen van voorstellen; erkent dat het lage niveau van de betalingen voornamelijk het gevolg is van de tijd die de projectconsortia nodig hebben om Horizon 2020-subsidieovereenkomsten af te sluiten met partners uit de industrie, waardoor de geplande voorfinanciering van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI voor het betreffende jaar vertraging oploopt, alsook van de duur van de projecten, die vaak over vijf jaar worden gespreid, waardoor een groot deel van de betalingen pas na 2020 kan worden gedaan;

10.  stelt vast dat van de 1 638 000 000 EUR aan bijdragen in natura en contante bijdragen die de deelnemers uit de sector en geassocieerde partners aan de activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 moesten leveren, aan het einde van 2017 82 500 000 EUR door de uitvoerend directeur was gevalideerd en een bijkomend bedrag van 50 300 000 EUR was gerapporteerd; merkt op dat de uitvoerend directeur 7 600 000 EUR aan bijdragen in contanten van de leden van de sector heeft gevalideerd; stelt bovendien vast dat de totale bijdragen van de deelnemers uit de sector aan de Horizon 2020-activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 eind 2017 dus 140 400 000 EUR bedroegen, vergeleken met een EU-bijdrage in contanten van 157 300 000 EUR; wijst erop dat er in deze fase van programma-uitvoering 391 000 000 EUR aan vastleggingen van EU-middelen en 381 000 000 EUR aan bijdragen in natura van de industrie zijn toegewezen aan 40 projecten in het kader van Horizon 2020 (waarvan 37 eind 2017 nog steeds uitgevoerd werden);

11.  merkt op dat op 31 december 2017 het totaal aantal bezette posten in de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 49 bedroeg, 8 meer dan het jaar daarvoor;

Prestaties

12.  is ingenomen dat het ontbreken van vastgelegde kernprestatie-indicatoren (KPI's) niet langer een probleem is in het kader van Horizon 2020; betreurt de trage vooruitgang bij de verwezenlijking van een aantal specifieke KPI's voor de Gemeenschappelijke Onderneming IMI die voor de gehele duur van het programma waren vastgesteld (van de derde reeks KPI’s is minder dan 60 % van de doelstellingen voor 2017 bereikt); is verheugd over het besluit van de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 om een nieuwe reeks specifieke KPI’s goed te keuren die beter op de doelstellingen van het programma zijn afgestemd;

13.  merkt op dat de beheerkostenratio (administratieve/operationele begroting) onder de 5 % blijft, wat wijst op een vrij slanke en efficiënte organisatiestructuur van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2;

14.  is ingenomen dat de tussentijdse waarde van het hefboomeffect voor 2016 (0,69) bijna overeenkomt met de hefboomdoelstelling voor de gehele periode 2014-2020;

15.  merkt op dat de oproepen van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 langs verschillende wegen openstaan voor nieuwkomers; merkt echter op dat de deelname van geassocieerde partners nog steeds laag is gezien de doelstellingen die zijn vastgesteld in de verordening van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 en in de resterende jaren zal moeten worden opgeschaald;

16.  is ingenomen met het feit dat alle oproepen tot het indienen van voorstellen zijn gepubliceerd en afgesloten volgens de respectieve werkprogramma’s en dat de resultaten met betrekking tot de termijnen voor subsidietoekenning en betaling ruim onder de vastgestelde doelstellingen bleven;

17.  is ingenomen met de strategie om kmo’s als begunstigden van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI aan te merken en zo bij te dragen aan de totstandbrenging van een waardeketen; is voorts verheugd over de betrokkenheid van patiëntenorganisaties; neemt kennis van het feit dat er eind 2017 bij ongeveer 50 % van de projecten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI op de een of andere manier patiëntenorganisaties betrokken waren;

Fraudebestrijdingsstrategie

18.  neemt er nota van dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 een fraudebestrijdingsstrategie heeft die is afgestemd op de fraudebestrijdingsstrategie van het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie; is ingenomen met het feit dat in 2017 geen nieuwe gevallen zijn gemeld bij het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF); merkt echter op dat er twee verzoeken om informatie zijn ontvangen van OLAF, waarvan er voor één geen maatregelen nodig waren en één waarvoor de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 de terugvorderingsprocedure heeft ingesteld;

Interne audit

19.  neemt er nota van dat in februari 2017 de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie het definitieve verslag heeft uitgebracht van de audit van de subsidieprocedure van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 in het kader van Horizon 2020; wijst erop dat de IAS de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 heeft aanbevolen de activiteiten van haar adviesorganen en hun interactie met onder meer de Europese Federatie van Verenigingen van farmaceutische bedrijven (EFPIA) uit te leggen, informatie te verstrekken over de rol en activiteiten van vertegenwoordigers van de EFPIA, of ervoor te zorgen dat alle beoordelaars hun respectieve belangenverklaringen vóór de aanvang van de beoordeling op afstand ondertekenen;

20.  is verheugd dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 een actieplan heeft opgesteld en dat alle vier de aanbevelingen aan het einde van 2017 zijn uitgevoerd;

21.  is verheugd dat de Gemeenschappelijke Onderneming in november 2017 een actieplan heeft opgesteld dat een brede reeks uit te voeren acties omvat, waarvan enkele acties, zoals de ontwikkeling van webinars en de deelname van kmo’s, reeds zijn gestart;

Internecontrolesystemen

22.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming betrouwbare procedures voor controles vooraf heeft opgezet die gebaseerd zijn op financiële en operationele controles van stukken; merkt op dat voor tussentijdse en saldobetalingen in het kader van KP7 de Gemeenschappelijke Onderneming controles achteraf bij de begunstigden verricht, terwijl voor declaraties van projectkosten in het kader van Horizon 2020 de gemeenschappelijke auditdienst van de Commissie (GAD) verantwoordelijk is voor controles achteraf; constateert dat het foutenpercentage voor controles achteraf dat eind 2017 werd gerapporteerd door de Gemeenschappelijke Onderneming, 1,29 % voor KP7-projecten bedroeg en 0,81 % voor Horizon 2020-projecten;

23.  is ingenomen met het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 in 2017 de vertragingen bij de administratieve betalingen aan contractanten heeft kunnen terugbrengen van 34 % tot 11,1 % en de betalingstermijn voor tussentijdse betalingen aan de begunstigden van projecten van 94 tot 65 dagen; stelt in dit verband vast dat de gemiddelde betalingstermijn voor eindbetalingen van door de begunstigden gedeclareerde kosten 52 dagen bedroeg;

24.  neemt er kennis van dat de Commissie de eindevaluatie van de activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 (2008-2016) en de tussentijdse evaluatie van de activiteiten in het kader van Horizon 2020 in 2017 heeft afgerond met een gunstige beoordeling en vier aanbevelingen waarvoor actieplannen zijn opgesteld;

25.  stelt vast dat eind 2017 het gemeenschappelijk ondersteuningscentrum van de Commissie de specifieke ontwikkeling in het kader van de instrumenten voor subsidiebeheer en monitoring voor Horizon 2020 om tegemoet te komen aan de verslagleggings- en verwerkingsbehoeften van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor bijdragen in natura nog niet had voltooid; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de vorderingen;

26.  is verheugd over de nieuwe in 2017 gelanceerde website die gebaseerd is op de suggesties van de voornaamste belanghebbenden van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI en haar eigen communicatiedoelstellingen, en de zichtbaarheid van de Gemeenschappelijke Onderneming verder bevordert.

(1) Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 54).

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling