Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2654(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0221/2019

Ingediende teksten :

B8-0221/2019

Debatten :

Stemmingen :

CRE 27/03/2019 - 18.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0317

Aangenomen teksten
PDF 164kWORD 57k
Woensdag 27 maart 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Bepaalde vormen van gebruik van chroomtrioxide
P8_TA-PROV(2019)0317B8-0221/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 27 maart 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een autorisatie voor bepaalde vormen van gebruik van chroomtrioxide overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (Lanxess Deutschland GmbH en andere) (D060095/03 – 2019/2654(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een autorisatie voor bepaalde vormen van gebruik van chroomtrioxide overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (Lanxess Deutschland GmbH en andere) (D060095/03),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie(1) ("de Reach-verordening"), en met name artikel 64, lid 8,

–  gezien de adviezen van het Comité risicobeoordeling (Committee for Risk Assessment, RAC) en het Comité sociaaleconomische analyse (Committee for Socio-economic Analysis, SEAC)(2), overeenkomstig artikel 64, lid 5, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1907/2006,

–  gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie(3) controleren,

–  gezien het arrest van het Gerecht in zaak T-837/16(4) van 7 maart 2019,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat chroomtrioxide in 2010 is toegevoegd aan de lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden ingedeeld als zeer zorgwekkende stof uit hoofde van de Reach-verordening(5) omdat het is ingedeeld als kankerverwekkend (categorie 1A) en mutageen (categorie 1B);

B.  overwegende dat chroomtrioxide in 2013 in bijlage XIV bij de Reach-verordening is opgenomen(6) wegens die indeling, de grote hoeveelheden die momenteel in gebruik zijn, het grote aantal locaties waar het in de Unie wordt gebruikt en het risico van een aanzienlijke blootstelling van werknemers(7), met als verbodsdatum 21 september 2017;

C.  overwegende dat bedrijven die chroomtrioxide wilden blijven gebruiken, uiterlijk op 21 maart 2016 een autorisatieaanvraag moesten indienen;

D.  overwegende dat Lanxess en zes andere ondernemingen (hieronder "de indieners van de aanvraag") een consortium hebben gevormd waarvan meer dan 150 ondernemingen lid zijn, zonder dat het exacte ledenaantal gekend is, voor de indiening van een gezamenlijke aanvraag(8);

E.  overwegende dat, na de gezamenlijke indiening van een aanvraag vóór de uiterste datum van 21 maart 2016, de aanvragers en hun gebruikers verderop in de keten chroomtrioxide voort mochten blijven gebruiken, in afwachting van het autorisatiebesluit op grond van artikel 58 van de Reach-verordening, voor de vormen van gebruik waarvoor de aanvraag was ingediend;

F.  overwegende dat de Commissie in januari 2016 de adviezen van het RAC en het SEAC heeft ontvangen in september 2016; overwegende dat de vertraging die de Commissie bij de opstelling van het besluit heeft opgelopen, de facto tot gevolg heeft gehad dat het gebruik van chroomtrioxide anderhalf jaar na de verbodsdatum nog steeds wordt getolereerd;

G.  overwegende dat de primaire doelstelling van de Reach-Verordening, in het licht van overweging 16 ervan, zoals uitgelegd door het Hof van Justitie van de Europese Unie(9), is om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te waarborgen;

H.  overwegende dat overeenkomstig artikel 55 en in het licht van overweging 12 van de Reach-verordening, een centrale doelstelling van de autorisatie bestaat in de vervanging van zeer zorgwekkende stoffen door veiliger alternatieve stoffen of technologieën;

I.  overwegende dat het RAC heeft bevestigd dat het niet mogelijk is een afgeleide dosis zonder effect voor de carcinogene eigenschappen van chroomtrioxide te bepalen, en dat deze stof daarom voor de toepassing van artikel 60, lid 3, onder a), van de Reach-verordening als "stof zonder drempelwaarde" wordt beschouwd; overwegende dat dit betekent dat er voor deze stof geen theoretisch "veilig niveau van blootstelling" kan worden bepaald of worden gebruikt als benchmark om te beoordelen of het risico van het gebruik ervan afdoende wordt beheerst;

J.  overwegende dat het RAC van oordeel is dat de verlening van deze autorisatie zou leiden tot 50 statistische gevallen van dodelijke kanker per jaar;

K.  overwegende dat artikel 60, lid 4, van de Reach-verordening bepaalt dat een autorisatie voor het gebruik van een stof waarvan de risico's niet afdoende worden beheerst, alleen mag worden verleend als wordt aangetoond dat de sociaaleconomische voordelen zwaarder wegen dan het risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu van het gebruik van de stof en als er geen geschikte alternatieve stoffen of technieken zijn;

L.  overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op het gebruik van 20 000 ton chroomtrioxide per jaar;

M.  overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op een zeer groot aantal gebruikers verderop in de keten (meer dan 4 000 locaties), die actief zijn in industriële sectoren die variëren van cosmetica tot lucht- en ruimtevaart, van levensmiddelenverpakkingen tot motorvoertuigen en van sanitaire voorzieningen tot de bouw, met een ongekend aantal werknemers dat wordt blootgesteld (meer dan 100 000 werknemers);

N.  overwegende dat de aanvraag formeel betrekking heeft op zes vormen van gebruik; overwegende dat de gebruiksbeschrijvingen evenwel zo generisch zijn dat zij een zeer ruim toepassingsgebied beslaan, of zelfs een "uiterst breed toepassingsgebied"(10); overwegende dat dit zowel de sociaaleconomische beoordeling als de beoordeling van geschikte alternatieven verzwakt;

O.  overwegende dat artikel 62, lid 4, onder d), van de Reach-verordening bepaalt dat de aanvragers een chemischeveiligheidsrapport overeenkomstig bijlage I moeten indienen; overwegende dat dit een beoordeling van de blootstelling moet omvatten(11);

P.  overwegende dat het RAC een groot verschil heeft geconstateerd tussen het toepassingsgebied van de ingediende aanvraag en de daarin verstrekte informatie(12);

Q.  overwegende dat het RAC grote lacunes heeft vastgesteld in de door de aanvragers verstrekte informatie met betrekking tot de blootstellingsscenario's voor werknemers(13);

R.  overwegende dat het verzuim van de aanvragers om de nodige informatie over de blootstellingsscenario's voor werknemers te verstrekken, in het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie werd erkend(14);

S.  overwegende dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie, in plaats van te concluderen dat de aanvraag niet in overeenstemming is met artikel 60, lid 7, van de Reach-verordening, eenvoudigweg vereist dat de aanvragers de ontbrekende gegevens verstrekken in hun evaluatieverslag, jaren na de vaststelling van het ontwerpbesluit, verstrekken(15);

T.  overwegende dat het evaluatieverslag, overeenkomstig artikel 61 van de Reach-verordening, niet bedoeld is om ondernemingen extra tijd te geven om lacunes op te vullen in de informatie die vooraf had moeten worden verstrekt (aangezien deze informatie van essentieel belang is voor de besluitvorming), maar bedoeld is om ervoor te zorgen dat de aanvankelijk in de aanvraag verstrekte informatie nog actueel is;

U.  overwegende dat het Gerecht duidelijk heeft gesteld dat de voorwaarden voor autorisatie in artikel 60, leden 8 en 9, van de Reach-verordening niet kunnen worden gebruikt om mogelijke tekortkomingen of lacunes in de autorisatieaanvraag te remediëren(16);

V.  overwegende dat in het advies van het SEAC bovendien werd gewezen op ernstige onzekerheden in de analyse van alternatieven die de aanvragers hebben voorgelegd, en dat daar ook in het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie op wordt gewezen(17);

W.  overwegende dat een aanvrager krachtens artikel 55 en artikel 60, lid 4, van de Reach-verordening moet aantonen dat er geen geschikte alternatieve stoffen of technieken zijn voor de toepassingen waarvoor hij een aanvraag heeft ingediend;

X.  overwegende dat is aangetoond dat er geschikte alternatieven beschikbaar zijn voor vele van de toepassingen die vallen onder de gebruiksvormen waarvoor om autorisatie wordt verzocht(18),

Y.  overwegende dat het Gerecht de Commissie eraan heeft herinnerd dat zij om op wettige wijze een vergunning krachtens artikel 60, lid 4, van de Reach-verordening te verlenen, een voldoende hoeveelheid substantiële en betrouwbare informatie moet controleren om te concluderen dat er geen geschikte alternatieven beschikbaar zijn voor de toepassingen waarop de aanvraag betrekking heeft of dat de op de datum van goedkeuring van de vergunning resterende onzekerheden over het ontbreken van beschikbare alternatieven slechts verwaarloosbaar zijn(19);

Z.  overwegende dat in dit geval de onzekerheden met betrekking tot de analyse van alternatieven verre van verwaarloosbaar waren(20);

AA.  overwegende dat het feit dat de gebruiksvormen waarvoor de aanvragers hebben besloten een aanvraag in te dienen, zeer ruim zijn, geen legitieme rechtvaardiging kan zijn voor een onvolledige analyse van alternatieven;

AB.  overwegende dat artikel 62 van de Reach-verordening niet voorziet in een ontheffing van de verplichting tot informatieverstrekking voor ondernemingen die samen een aanvraag indienen als consortium;

AC.  overwegende dat de door de Commissie voorgestelde autorisatie bijgevolg in strijd is met artikel 60, leden 7 en 4, van de Reach-verordening;

AD.  overwegende dat bovendien een aantal gebruikers verderop in de keten die onder het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie vallen, reeds een afzonderlijke autorisatieaanvraag hebben ingediend; overwegende dat het RAC en het SEAC reeds een advies over een aantal van deze aanvragen hebben uitgebracht; overwegende dat sommige autorisaties voor gebruikers verderop in de keten reeds zijn verleend;

AE.  overwegende dat er evenwel specifieke toepassingen kunnen zijn onder de zeer brede gebruiksvormen in de door de aanvragers ingediende gezamenlijke aanvraag waarvoor gebruikers verderop in de keten geen afzonderlijke autorisatieaanvraag hebben ingediend, maar waarvoor aan de voorwaarden van artikel 60, lid 4, van de Reach-verordening voldaan kan zijn;

AF.  overwegende dat deze aanvragen betrekking kunnen hebben op belangrijke gebieden;

AG.  overwegende dat het daarom bij wijze van uitzondering passend zou zijn gebruikers verderop in de keten die nog geen specifieke aanvraag hebben ingediend, de kans te geven binnen een korte termijn een afzonderlijke aanvraag in te dienen;

1.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken en een nieuw ontwerp in te dienen;

2.  verzoekt de Commissie zorgvuldig te beoordelen of met volledige naleving van de Reach-verordening autorisaties kunnen worden verleend voor specifieke, duidelijk gedefinieerde toepassingen waarop de door de aanvragers ingediende aanvraag betrekking heeft;

3.  verzoekt de Commissie bij wijze van uitzondering aan gebruikers verderop in de keten wier gebruik onder de door de aanvragers ingediende aanvraag valt, zonder dat voor dit gebruik reeds een aparte autorisatieaanvraag is ingediend, en waarvoor de benodigde gegevens ontbreken, de mogelijkheid te verlenen binnen een korte termijn de ontbrekende gegevens in te dienen;

4.  dringt er bij het RAC en het SEAC op aan deze in een tweede stadium aangevulde aanvragen snel te beoordelen, met inbegrip van een behoorlijke controle op de opname in deze aanvragen van alle in artikel 62 van de Reach-verordening genoemde noodzakelijke informatie;

5.  dringt er bij de Commissie op aan snel besluiten te nemen met betrekking tot deze aanvragen, met volledige naleving van de Reach-verordening;

6.  verzoekt het RAC en het SEAC niet langer aanvragen te accepteren die niet de informatie bevatten die overeenkomstig artikel 62 van de Reach-verordening moet worden verstrekt;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.
(2) Gebruik 1: https://echa.europa.eu/documents/10162/a43a86ab-fcea-4e2b-87d1-78a26cde8f80 Gebruik 2: https://echa.europa.eu/documents/10162/dc9ea416-266e-4f49-88cb-35576f574f4a Gebruik 3:https://echa.europa.eu/documents/10162/fab6fe18-3d69-483b-8618-f781d18d472e Gebruik 4: https://echa.europa.eu/documents/10162/0f5571f8-d3aa-4031-9454-843cd7f765a8 Gebruik 5: https://echa.europa.eu/documents/10162/6ee57573-de19-43b5-9153-dad5d9de3c1e Gebruik 6: https://echa.europa.eu/documents/10162/ab92f048-a4df-4d06-a538-1329f666727a
(3) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(4) Arrest van het Gerecht van 7 maart 2019, Zweden/Commissie, T-837/16, ECLI:EU:T:2019:144. http://curia.europa.eu/juris/documents.jsf?oqp=&for=&mat=or&lgrec=en&jge=&td=%3BALL&jur=C%2CT%2CF&num=T-837%252F16&page=1&dates=&pcs=Oor&lg=&pro=&nat=or&cit=none%252CC%252CCJ%252CR%252C2008E%252C%252C%252C%252C%252C%252C%252C%252C%252C%252Ctrue%252Cfalse%252Cfalse&language=nl&avg=&cid=5266270
(5) https://echa.europa.eu/documents/10162/6b11ec66-9d90-400a-a61a-90de9a0fd8b1
(6) Verordening (EU) nr. 348/2013 van de Commissie van 17 april 2013 tot wijziging van bijlage XIV bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), (PB L 108 van 18.4.2013, blz. 1).
(7) https://echa.europa.eu/documents/10162/13640/3rd_a_xiv_recommendation20dec2011_en.pdf
(8) http://www.jonesdayreach.com/SubstancesDocuments/CTAC%20Press%20Release%20Conclusion%20plus%20Annex%20+%20Cons%20Agt+amendm.PDF
(9) Arrest van het Hof van 7 juli 2009, S.P.C.M. SA e.a. tegen Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs, C-558/07, ECLI:EU:C:2009:430, punt 45.
(10) Zie het advies van het RAC/SEAC over gebruik 2, blz. 25, of over gebruik 5, blz. 61.
(11) Reach, bijlage I, punt 5.1.
(12) Het RAC wijst op het verschil in elk gebruik waarop de aanvraag betrekking heeft, tussen a) het totale aantal potentiële locaties waarop de aanvraag volgens de aanvrager betrekking kan hebben (opgave van maximaal 1 590 locaties in de sociaaleconomische analyse) voor gebruik 2, b) het aantal CTAC-leden (meer dan 150) en c) de gemeten blootstellingsgegevens die worden verstrekt (van 6 tot 23 locaties voor de gebruiken 1 tot en met 5).
(13) Volgens het RAC vloeit de grootste onzekerheid voort uit het ontbreken van een duidelijk verband tussen de operationele voorwaarden, de risicobeheersmaatregelen en de blootstellingswaarden voor specifieke taken en locaties, dat de aanvraag een legitiem karakter kan geven. Het RAC beschouwt dit als een aanzienlijk zwak punt van de aanvraag (RAC-advies over gebruik 2, blz. 12).
(14) Daarin wordt gesteld dat het RAC heeft geconcludeerd dat er grote onzekerheid bestaat over de blootstelling van werknemers als gevolg van de beperkte beschikbaarheid van gemeten blootstellingsgegevens; dat het RAC voorts heeft geconcludeerd dat een overheersend gebrek aan contextuele informatie het moeilijk heeft gemaakt om een verband te leggen tussen de operationele voorwaarden en de risicobeheersmaatregelen die in de aanvraag worden beschreven, en de blootstellingsniveaus die er zouden zijn voor specifieke taken en locaties, zodat het RAC geen verdere beoordeling kan uitvoeren; dat deze onzekerheden betrekking hebben op de betrouwbaarheid en de representativiteit van de blootstellingsgegevens en op het verband hiervan met de bestaande specifieke risicobeheersmaatregelen (ontwerpbesluit, overweging 7).
(15) Ontwerpbesluit, overweging 25 en artikel 8.
(16) Arrest van het Gerecht van 7 maart 2019, Zweden/Commissie, ECLI:EU:T:2019:144, punten 82 en 83.
(17) 'Daarin wordt gesteld dat het SEAC, gezien het zeer brede toepassingsgebied van de beoogde vormen van gebruik, niet kon uitsluiten dat er onzekerheid bestaat over de technische haalbaarheid van alternatieven voor een beperkt aantal specifieke toepassingen die vallen onder de beschrijving van de gebruiksvormen waarop de aanvraag betrekking heeft (ontwerpbesluit, overweging 14).
(18) Alternatieven voor de toepassingen 2 t/m 5 PVD CROMATIPIC plasmacoating, zie https://marketplace.chemsec.org/Alternative/Eco-friendly-chrome-plating-based-on-nanotechnologies-94 EHLA-Process, zie https://marketplace.chemsec.org/Alternative/Effective-Protection-against-Wear-Corrosion-with-the-EHLA-Process--185 TripleHard, zie https://marketplace.chemsec.org/Alternative/TripleHard-REACH-compliant-hard-chrome-is-the-best-in-the-market-96 Hexigone Inhibitors, zie https://marketplace.chemsec.org/Alternative/Chrome-and-Zinc-free-Corrosion-Inhibitor-for-Coatings-Highly-Effective-Drop-In-Replacement-of-Hexavalent-Chromate--95 SUPERCHROME PVD COATING, zie https://marketplace.chemsec.org/Alternative/SUPERCHROME-PVD-COATING-a-green-alternative-to-hexavalent-chrome-plating-10 Oerlikon Balzers ePD, zie https://marketplace.chemsec.org/Alternative/Oerlikon-Balzers-ePD-Reach-compliant-Chrome-look-for-plastic-parts-on-a-new-level-69
(19) Arrest van het Gerecht van 7 maart 2019, Zweden/Commissie, ECLI:EU:T:2019:144, punt 86.
(20) In het SEAC-advies wordt gesteld dat toepassingen waarvoor vervanging reeds mogelijk is, volgens de aanvrager sowieso niet onder de aanvraag vallen; dat de aanvrager evenwel geen dergelijke toepassingen of de daarmee verband houdende technische eisen specificeert; dat het SEAC de aanpak van de aanvrager om deze kwestie op te lossen niet volledig geschikt acht en dat het benadrukt dat de aanvrager concreter moet aantonen vervanging reeds heeft plaatsgevonden waar zij werkelijk reeds haalbaar is; dat dit had kunnen worden gerealiseerd door een nauwkeuriger en gebruiksspecifiekere beoordeling van alternatieven uit te voeren (SEAC-advies over gebruik 2, blz. 25).

Laatst bijgewerkt op: 29 maart 2019Juridische mededeling