Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2557(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0231/2019

Ingediende teksten :

B8-0231/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/04/2019 - 6.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0338

Aangenomen teksten
PDF 136kWORD 55k
Donderdag 4 april 2019 - Brussel Voorlopige uitgave
Afvalbeheer
P8_TA-PROV(2019)0338B8-0231/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 4 april 2019 over afvalbeheer (2019/2557(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (kaderrichtlijn afvalstoffen)(1),

–  gezien Richtlijn (EU) 2018/850 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 1999/31/EG over het storten van afvalstoffen(2),

–  gezien Richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval(3),

–  gezien Richtlijn (EU) 2018/849 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van de Richtlijnen 2000/53/EG betreffende autowrakken, 2006/66/EG inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's, en 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur(4),

–  gezien Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013(5) (verordening klimaatmaatregelen),

–  gezien Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten(6) en de uitvoeringsverordeningen en vrijwillige overeenkomsten die krachtens die richtlijn zijn aangenomen,

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2018 over een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie(7),

–  gezien zijn resolutie van 17 april 2018 over de uitvoering van het zevende milieuactieprogramma(8),

–  gezien zijn resolutie van 6 juli 2017 over Europese duurzaamheidsmaatregelen(9),

–  gezien zijn resolutie van 4 juli 2017 over een langere levensduur voor producten: voordelen voor consumenten en bedrijven(10),

–  gezien zijn resolutie van 31 mei 2018 over de uitvoering van de richtlijn inzake ecologisch ontwerp (2009/125/EG)(11),

–  gezien het voorlopige politieke akkoord dat de medewetgevers op 19 december 2018 hebben gesloten over het voorstel voor een richtlijn betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 januari 2017 getiteld "De rol van energiewinning uit afval in de circulaire economie" (COM(2017)0034),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 16 januari 2018 over de tenuitvoerlegging van het pakket circulaire economie: opties om te werken aan het snijvlak van chemicaliën-, product- en afvalwetgeving (COM(2018)0032) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2018)0020),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 december 2015 getiteld "Maak de cirkel rond – Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015)0614),

–  gezien de meer dan 60 verzoekschriften over afvalbeheer die het Europees Parlement de afgelopen jaren heeft ontvangen uit België, Bulgarije, Griekenland, Italië, Polen, Slowakije, Spanje en het Verenigd Koninkrijk,

–  gezien de informatiebezoeken van de Commissie verzoekschriften aan Bulgarije, Griekenland en Italië in de afgelopen jaren met betrekking tot kwesties in verband met afvalbeheer, en in het bijzonder de conclusies en specifieke aanbevelingen in de daaropvolgende verslagen,

–  gezien zijn resolutie van 2 februari 2012 over de in verzoekschriften opgeworpen vragen betreffende de toepassing van de afvalstoffenrichtlijn en aanverwante richtlijnen in de lidstaten van de Europese Unie(12),

–  gezien artikel 216, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in de EU vooruitgang is geboekt bij het beperken van de gevolgen van afvalproductie voor het milieu en de menselijke gezondheid, maar dat nog vele uitdagingen blijven bestaan en dringend maatregelen moeten worden genomen om een duurzaam beheer van hulpbronnen te waarborgen, met name met betrekking tot de relatief hoge hoeveelheden onbehandeld afval die in veel lidstaten nog steeds worden gestort;

B.  overwegende dat twee van de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst erin bestaan de afvalproductie te verminderen en de doelstellingen inzake afvalbeheer af te stemmen op die van de circulaire economie, met name door de percentages voor hergebruik en recycling te verhogen;

C.  overwegende dat preventie is vastgesteld als de hoogste prioriteit van de afvalhiërarchie door middel van de kaderrichtlijn afvalstoffen 2008/98/EG;

D.  overwegende dat inadequate praktijken op het gebied van afvalbeheer ernstige gevolgen hebben voor het milieu in de vorm van bodem-, water- en luchtverontreiniging; overwegende dat indieners van verzoekschriften erop hebben gewezen dat stortplaatsen en verbrandingsovens zijn toegelaten en operationeel zijn gemaakt in de onmiddellijke nabijheid van woonwijken en landbouwgebieden en in gebieden waar de bevoegde autoriteiten van de lidstaten niet naar behoren rekening hebben gehouden met de geologische en hydrogeologische omstandigheden, en een rechtstreekse bedreiging vormen voor de volksgezondheid;

E.  overwegende dat meer dan 80 % van het milieueffect van een product wordt bepaald in de ontwerpfase, die dus een belangrijke rol speelt bij de bevordering van afvalpreventie en van alle aspecten van de circulaire economie, zoals de duurzaamheid, de verbeterbaarheid, de herstelbaarheid, het hergebruik en de recycling van een product;

F.  overwegende dat naast het maken van duurzamere en hulpbronnenefficiëntere producten de beginselen van de deeleconomie en de diensteneconomie ook kunnen dienen om de afvalproductie in Europa te verminderen;

G.  overwegende dat de Commissie talrijke inbreukprocedures heeft ingeleid met betrekking tot inbreuken op de EU-wetgeving inzake afvalbeheer in diverse lidstaten; overwegende dat verscheidene van deze zaken zijn doorverwezen naar het Hof van Justitie van de Europese Unie, een aantal ervan onlangs;

H.  overwegende dat uit het laatste verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de EU-afvalwetgeving, met inbegrip van het vroegtijdige waarschuwingsverslag voor lidstaten die het risico lopen achterop te raken bij hun voorbereidingen voor het bereiken van de doelstelling inzake hergebruik/recycling van stedelijk afval voor 2020, is gebleken dat er ernstige lacunes zijn die snel moeten worden aangepakt om ervoor te zorgen dat Europa de milieu- en economische voordelen van de circulaire economie kan plukken;

I.  overwegende dat uit recente gegevens bij talrijke verzoekschriften is gebleken dat de situatie inzake afvalbeheer in diverse lidstaten en regio's nog steeds hoogst problematisch is, hetgeen duidelijk aantoont dat de tenuitvoerlegging van de kaderrichtlijn afvalstoffen en de rest van de EU-wetgeving met betrekking tot afvalpreventie- en behandelingsmaatregelen aanzienlijk moeten worden verbeterd;

J.  overwegende dat een economie waarin voorrang wordt gegeven aan reparatie, hergebruik, herproductie en recycling van materialen, arbeidsintensiever is dan een economie die gebaseerd is op een filosofie van verwijdering, waardoor meer kansen op een baan worden gecreëerd; overwegende dat een behoorlijke tenuitvoerlegging van de bestaande wetgeving inzake afvalpreventie en -beheer het werkgelegenheidspotentieel van de sectoren hergebruik en recycling kan ontsluiten;

K.  overwegende dat een behoorlijk beheer van afval en afvalpreventie van essentieel belang is voor de verbetering van de levenskwaliteit in Europa en de verwezenlijking van een niet-toxische omgeving;

1.  benadrukt het feit dat in talrijke verzoekschriften die zijn ingediend over het verzuim van de lidstaten om de afvalwetgeving ten uitvoer te leggen, wordt gewezen op diverse gezondheids- en milieuproblemen die verband houden met inadequate praktijken op het gebied van afvalbeheer, zoals slechte luchtkwaliteit in stedelijke gebieden, verontreiniging van ondergrondse waterreserves, overmatige geluidsniveaus en stinkende emissies;

2.  onderstreept het feit dat ter ondersteuning van de overgang naar een meer circulaire economie, de overheidsfinanciering van afvalbeheer, zowel op nationaal als op EU-niveau, consistent zijn met het doel van een opwaartse verschuiving in de tenuitvoerlegging van de afvalhiërarchie; is daarom van mening dat middelen moeten worden ingezet voor plannen en projecten op het gebied van preventie, hergebruik, gescheiden inzameling en recycling;

3.  verzoekt de lidstaten meer vooruitgang te boeken bij de vaststelling van effectieve plannen en projecten voor preventie, hergebruik, gescheiden inzameling en recycling, die van cruciaal belang zijn voor het verminderen van de milieubelasting van afval, het plukken van de economische voordelen van de circulaire economie en het verbeteren van de hulpbronnenefficiëntie; dringt er bij de Commissie op aan de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen voor de uitvoering, onder meer door middel van technische bijstand en de verstrekking van EU-middelen; stelt voor passende economische instrumenten vast te stellen, zoals vastgelegd in de kaderrichtlijn afvalstoffen, en efficiënte en kosteneffectieve regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid toe te passen om de overgang naar een circulaire economie te stimuleren;

4.  verzoekt de lidstaten maatregelen te nemen om zwerfafval te verwijderen en het beheer van afval (inzameling, sortering en recycling) te verbeteren, en economische instrumenten en bewustmakingscampagnes te ontwikkelen om zwerfafval te voorkomen;

5.  is ingenomen met de bereidheid van de Commissie om bezoeken op hoog niveau met betrekking tot de circulaire economie/afval af te leggen aan lidstaten die het risico lopen de doelstellingen inzake stedelijk afval voor 2020 niet te halen, en samen te werken met de belanghebbenden op dit gebied, waaronder verenigingen van lokale en regionale actoren en organisaties op Europees niveau die daadwerkelijk een nulafvalcultuur en aanverwant beleid bevorderen;

6.  benadrukt het feit dat de lidstaten de milieueffecten van afvalproductie moeten beperken, met name door de hoeveelheid stedelijk afval te verminderen; verzoekt de lidstaten met het oog hierop afvalpreventiemaatregelen te nemen als uiteengezet in de herziene kaderrichtlijn afvalstoffen;

7.  benadrukt het feit dat nationale, regionale en lokale actoren een cruciale rol spelen in het afvalbeheer en bij de beleidsontwikkeling en -uitvoering ter zake; herinnert eraan dat een coherent beleid, samen met de bevordering van de passende infrastructuur in overeenstemming met de afvalhiërarchie, alleen kan worden vastgesteld door coördinatie en samenwerking op alle niveaus in de EU; verzoekt de Commissie beste praktijken op alle niveaus te belonen en de uitwisseling ervan te vergemakkelijken, alsmede baanbrekende projecten concreet en adequaat te ondersteunen;

8.  verzoekt de lidstaten en de bedrijfssectoren, als belangrijke partners op het gebied van afvalbeheer, hun engagement voor de bevordering van circulaire toeleveringsketens te verbeteren om toegang te krijgen tot secundaire grondstoffen van hoge kwaliteit, vaak tegen concurrerende prijzen, die moeten worden teruggewonnen voor verder gebruik en verdere productie;

9.  roept op tot het aanbieden van opleidingen en het bevorderen van een reeks banentypes, met inbegrip van financiële steun voor opleidingen op hoog niveau en voor sociale functies, met name op het gebied van reparatie en voorbereiding voor hergebruik;

10.  is er sterk van overtuigd dat nieuwe bedrijfsmodellen die gericht zijn op afvalpreventie, hergebruik en recycling op passende wijze moeten worden bevorderd en ondersteund met het oog op een effectievere bevordering van de overgang naar een circulaire economie;

11.  onderstreept het feit dat de correcte tenuitvoerlegging van het pakket circulaire economie kansen biedt in de hele EU, met inbegrip van investeringen, die zullen bijdragen tot een rationalisering van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;

12.  benadrukt het feit dat het verhogen van de productiviteit van hulpbronnen door een verbetering van de efficiëntie en een vermindering van de verspilling van hulpbronnen door middel van maatregelen als hergebruik, recycling en herproductie kan leiden tot een aanzienlijke vermindering zowel van het verbruik van hulpbronnen als van de uitstoot van broeikasgassen, een doelstelling die centraal staat in de circulaire economie; onderstreept het feit dat de hulpbronnen in een circulaire economie behouden blijven in de economie en op productieve wijze voort worden gebruikt wanneer een product zijn levenseinde heeft bereikt, zodat het verbruik van hulpbronnen wordt verminderd; is met betrekking tot de afvalwetgeving van mening dat een beter ontwerp van circulaire producten zal bijdragen tot de sluiting van de productiecycli en een omschakeling zal teweegbrengen in de productie- en consumptiepatronen, waardoor de gehalten aan giftige stoffen en de totale hoeveelheid afval worden verminderd;

13.  verzoekt de lidstaten volledige transparantie te waarborgen over het volume en de eindbestemming van residuen van verschillende afvalbehandelingsopties, met name ten aanzien van gemeenschappen die potentieel getroffen worden door locaties en nieuwe projecten, en deze te raadplegen tijdens het besluitvormingsproces; dringt er bovendien bij de lidstaten op aan de bepalingen van Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (de milieueffectbeoordelingsrichtlijn)(13) en andere relevante EU-wetgeving ter bescherming van het milieu en de volksgezondheid volledig en grondig ten uitvoer te leggen;

14.  is van mening dat gescheiden afvalinzameling huis-aan-huis een doeltreffende manier is om de bevolking bewust te maken van het strategische belang van een circulaire economie, en om op doeltreffender wijze te komen tot een collectief engagement op dit gebied; onderstreept het feit dat deze systemen een betere boekhouding mogelijk maken met betrekking tot de soorten en hoeveelheden geproduceerd huishoudelijk afval en de daarmee verband houdende behoeften op het gebied van verwerking, met het oog op een zo groot mogelijke voorbereiding voor hergebruik en recycling, en om de invoering mogelijk te maken van eerlijkere stimulerende/ontradende economische maatregelen;

15.  herinnert eraan dat verbranding op de voorlaatste plaats staat in de afvalhiërarchie, met alleen storten als nog slechtere oplossing;

16.  herinnert eraan dat gevaarlijk afval specifieke uitdagingen op het gebied van verwerking met zich meebrengt die niet over het hoofd mogen worden gezien en specifiek moeten worden aangepakt; roept de lidstaten ertoe op de bepalingen van de kaderrichtlijn afvalstoffen met betrekking tot het beheer van gevaarlijk afval volledig ten uitvoer te leggen;

17.  steunt de Commissie bij haar lopende inbreukprocedures tegen lidstaten die de afvalwetgeving niet naleven; verzoekt de Commissie het potentieel van het systeem voor vroegtijdige waarschuwing, zoals vastgelegd in de herziene afvalrichtlijnen, ten volle te benutten; stelt voor dat de door de Commissie geïnde boetes opnieuw geïnvesteerd moeten worden in projecten die in overeenstemming zijn met de hoogste niveaus van de afvalhiërarchie;

18.  betreurt het feit dat volgens indieners van verzoekschriften stortplaatsen zijn toegelaten en aangelegd in de onmiddellijke nabijheid van woonwijken en landbouwgebieden; dringt er bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op aan te zorgen voor volledige bescherming van de menselijke gezondheid en structurele maatregelen te nemen om een oplossing te vinden voor de verontreiniging van het grondwater;

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 109.
(2) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 100.
(3) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 141.
(4) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 93.
(5) PB L 156 van 19.6.2018, blz. 26.
(6) PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0352.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0100.
(9) PB C 334 van 19.9.2018, blz. 151.
(10) PB C 334 van 19.9.2018, blz. 60.
(11) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0241.
(12) PB C 239 E van 20.8.2013, blz. 60.
(13) PB L 26 van 28.1.2012, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 8 april 2019Juridische mededeling