Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/0121(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0206/2018

Ingediende teksten :

A8-0206/2018

Debatten :

PV 03/07/2018 - 18
CRE 03/07/2018 - 18
PV 27/03/2019 - 8
CRE 27/03/2019 - 8

Stemmingen :

PV 14/06/2018 - 7.7
CRE 14/06/2018 - 7.7
PV 04/07/2018 - 9.1
CRE 04/07/2018 - 9.1
Stemverklaringen
PV 04/04/2019 - 6.7
CRE 04/04/2019 - 6.7
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0339

Aangenomen teksten
PDF 282kWORD 86k
Donderdag 4 april 2019 - Brussel Voorlopige uitgave
Handhavingsvoorschriften en specifieke regels voor het detacheren van bestuurders in de sector van het wegvervoer ***I
P8_TA-PROV(2019)0339A8-0206/2018

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 4 april 2019 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en tot vaststelling van specifieke regels met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor de terbeschikkingstelling van bestuurders in de wegvervoersector (COM(2017)0278 – C8-0170/2017 – 2017/0121(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0278),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 91, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0170/2017,

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 januari 2018(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0206/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 764
Voorstel voor een richtlijn
Titel 1
Voorstel voor een
Voorstel voor een
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en tot vaststelling van specifieke regels met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor de terbeschikkingstelling van bestuurders in de wegvervoersector
tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en tot vaststelling van specifieke regels met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor de terbeschikkingstelling van bestuurders in de wegvervoersector en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening")
Amendement 765
Voorstel voor een richtlijn
Overweging -1 (nieuw)
(-1)   Gezien de grote mobiliteit van het personeelsbestand in de wegvervoersector zijn sectorspecifieke regels nodig om het evenwicht te waarborgen tussen de vrijheid van ondernemers om grensoverschrijdende diensten te verrichten, het vrije verkeer van goederen en de sociale bescherming van bestuurders. Deze richtlijn heeft derhalve ten doel rechtszekerheid en duidelijkheid te bieden en bij te dragen tot de harmonisatie en bevordering van de handhaving, de bestrijding van illegale praktijken en de beperking van de administratieve lasten.
Amendement 766
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  Om tot een veilige, efficiënte en sociaal verantwoordelijke wegvervoersector te komen, moeten enerzijds correcte arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming voor bestuurders worden verzekerd en anderzijds passende bedrijfsomstandigheden en eerlijke concurrentievoorwaarden voor ondernemers.
(1)  Om tot een veilige, efficiënte en sociaal verantwoordelijke wegvervoersector te komen, moeten het vrije verkeer van goederen en het vrij verrichten van diensten, correcte arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming voor bestuurders worden verzekerd en moet worden gezorgd voor een passend zakelijk en concurrerend klimaat voor ondernemers, dit alles met inachtneming van de in de Verdragen gewaarborgde fundamentele vrijheden en met name het vrije verkeer van goederen en het vrij verrichten van diensten.
Amendement 767
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)   Nationale regels die worden toegepast op het wegvervoer moeten evenredig en gerechtvaardigd zijn en mogen de uitoefening van in het Verdrag gewaarborgde fundamentele vrijheden, zoals het vrije verkeer van diensten, niet belemmeren of minder aantrekkelijk maken, teneinde de concurrentie binnen de Unie in stand te houden of zelfs te vergroten, maar wel met inachtneming van de arbeidsomstandigheden en sociale bescherming van bestuurders.
Amendement 768
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  Wegvervoersdiensten worden gekenmerkt door een hoge mobiliteit; derhalve moet bijzondere aandacht uitgaan naar het verzekeren dat bestuurders de rechten genieten waarop zij aanspraak kunnen maken en dat ondernemers niet worden geconfronteerd met buitensporige administratieve hinderpalen die hun vrijheid om grensoverschrijdende diensten te verlenen uitermate beperken.
(2)  Wegvervoersdiensten worden gekenmerkt door een hoge mobiliteit; derhalve moet bijzondere aandacht uitgaan naar het verzekeren dat bestuurders de rechten genieten waarop zij aanspraak kunnen maken en dat ondernemers, grotendeels (90 %) kmo's met minder dan tien werknemers, niet worden geconfronteerd met buitensporige administratieve hinderpalen of ongegronde en discriminerende controles die hun vrijheid om grensoverschrijdende diensten te verlenen uitermate beperken.
Amendement 769
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)   Eventuele nationale regels die van toepassing zijn op het wegvervoer moeten evenredig en gerechtvaardigd zijn en mogen de uitoefening van de in het Verdrag gewaarborgde fundamentele vrijheden, zoals het vrije verkeer van goederen en de vrijheid om diensten te verrichten, niet belemmeren of minder aantrekkelijk maken, teneinde het concurrentievermogen van de Unie in stand te houden of zelfs te vergroten, met inbegrip van de kosten van producten en diensten, met inachtneming van de arbeidsvoorwaarden en de sociale bescherming van de bestuurders en de specifieke kenmerken van de sector, aangezien bestuurders zeer mobiele werknemers en geen ter beschikking gestelde werknemers zijn.
Amendement 770
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)  Het evenwicht tussen betere sociale en arbeidsvoorwaarden voor bestuurders en de vrijheid om wegvervoersdiensten te verlenen op basis van eerlijke concurrentie tussen binnen- en buitenlandse ondernemers is van cruciaal belang voor de goede werking van de interne markt.
(3)  Het evenwicht tussen betere sociale en arbeidsvoorwaarden voor bestuurders en de vrijheid om wegvervoersdiensten te verlenen op basis van eerlijke, evenredige en niet-discriminerende concurrentie tussen binnen- en buitenlandse ondernemers is van cruciaal belang voor de goede werking van de interne markt. Derhalve moeten alle nationale wetten en beleidsmaatregelen die op nationaal niveau worden toegepast in de vervoersector positief bijdragen aan de ontwikkeling en versterking van de interne Europese vervoersruimte en mogen deze in geen geval leiden tot versnippering van de interne markt. 
Amendement 771
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
(4)  Uit een evaluatie van de effectiviteit en efficiëntie van de huidige sociale Unieregelgeving inzake wegvervoer is gebleken dat de bestaande wetgeving achterpoortjes bevat en de handhaving tekortschiet. Bovendien worden de regels in de lidstaten op verschillende wijze geïnterpreteerd, toegepast en uitgevoerd. Dat zorgt voor rechtsonzekerheid en een ongelijke behandeling van bestuurders en ondernemers, met nadelige gevolgen voor de arbeidsomstandigheden, de sociale voorwaarden en de concurrentie in de sector.
(4)  Uit een evaluatie van de effectiviteit en efficiëntie van de huidige sociale Unieregelgeving inzake wegvervoer is gebleken dat de bestaande wetgeving achterpoortjes bevat, dat de handhaving tekortschiet en dat er sprake is van illegale praktijken, zoals het gebruik van brievenbusmaatschappijen. Er moet meer nadruk worden gelegd op het tegengaan van zwartwerk in de vervoersector. Bovendien worden de regels in de lidstaten op verschillende wijze geïnterpreteerd, toegepast en uitgevoerd, waardoor bestuurders en ondernemers te maken krijgen met zware administratieve lasten. Dat zorgt voor rechtsonzekerheid, met nadelige gevolgen voor de arbeidsomstandigheden, de sociale voorwaarden en de concurrentie in de sector.
Amendement 772
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  Om ervoor te zorgen dat Richtlijn 96/71/EG1 bis en Richtlijn 2014/67/EU1 ter van het Europees Parlement en de Raad juist worden toegepast, moeten de controles en de samenwerking op EU-niveau ter bestrijding van fraude op het gebied van de terbeschikkingstelling van bestuurders worden aangescherpt, en moeten er strengere controles worden verricht om ervoor te zorgen dat de sociale bijdragen voor ter beschikking gestelde bestuurders ook echt worden betaald.
_________________
1 bis Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1).
1 ter Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening") (PB L 159 van 28.5.2014, blz. 11).
Amendement 773
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
(5)  Een geschikte, doeltreffende en consequente handhaving van de bepalingen inzake arbeidstijden is van cruciaal belang om de arbeidsomstandigheden van bestuurders te beschermen en concurrentieverstoringen als gevolg van niet-naleving te voorkomen. Daarom is het wenselijk de bestaande eenvormige handhavingsvoorschriften zoals vastgelegd in Richtlijn 2006/22/EG uit te breiden tot de controle op de naleving van de bepalingen inzake arbeidstijd zoals vastgelegd in Richtlijn 2002/15/EU.
(5)  Een geschikte, doeltreffende en consequente handhaving van de bepalingen inzake arbeids- en rusttijden is van cruciaal belang om de verkeersveiligheid te verbeteren, de arbeidsomstandigheden van bestuurders te beschermen en concurrentieverstoringen als gevolg van niet-naleving te voorkomen. Daarom is het wenselijk de bestaande eenvormige handhavingsvoorschriften zoals vastgelegd in Richtlijn 2006/22/EG uit te breiden tot de controle op de naleving van de bepalingen inzake arbeidstijd zoals vastgelegd in Richtlijn 2002/15/EU. De mogelijkheid om controles van rij- en arbeidstijden te combineren met controles op de naleving van de regels voor de terbeschikkingstelling van bestuurders moet ook beschikbaar worden gesteld zonder aanvullende administratieve lasten. Controles op de naleving van de arbeidstijden moeten worden beperkt tot controles die ter plaatse bij vervoersondernemingen worden uitgevoerd zolang er nog geen technologie voorhanden is waarmee controles van de arbeidstijden doeltreffend langs de weg kunnen worden uitgevoerd.
Amendement 774
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)   Gezien het specifieke karakter van vervoersdiensten en de directe impact op het vrije verkeer van goederen, en vooral vanwege de verkeersveiligheid, moeten controles langs de weg tot een minimum worden beperkt. Bestuurders mogen niet aansprakelijk worden gesteld voor aanvullende administratieve verplichtingen van hun onderneming. Regels inzake de arbeidstijden mogen uitsluitend ter plaatse bij vervoerondernemingen worden gecontroleerd.
Amendement 775
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 ter (nieuw)
(5 ter)   Om efficiëntere, snellere en meer controles langs de weg mogelijk te maken en tegelijkertijd de administratieve druk voor bestuurders te beperken, moet de naleving van Richtlijn 2002/15/EG worden gecontroleerd in het kader van controles bij ondernemingen in plaats van via controles langs de weg.
Amendement 776
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6 bis (nieuw)
(6 bis)  Om een doeltreffende administratieve samenwerking en informatie-uitwisseling te bevorderen, moeten de lidstaten hun nationale elektronische registers (NER's) aan elkaar koppelen via het systeem van het Europees register van ondernemingen voor vervoer over de weg (ERRU), met als rechtsgrondslag artikel 16, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1071/2009. De lidstaten moeten alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de nationale elektronische registers aan elkaar gekoppeld zijn, zodat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, waaronder weginspecteurs, rechtstreeks en onmiddellijk toegang hebben tot de gegevens en informatie die zijn opgenomen in het ERRU.
Amendement 777
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6 ter (nieuw)
(6 ter)  Om een betere en uniformere toepassing van de minimumvoorwaarden voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 561/2006, Verordening (EU) nr. 165/2014 en Richtlijn 2002/15/EG mogelijk te maken en het voor wegvervoerondernemingen eenvoudiger te maken om te voldoen aan de administratieve eisen bij de terbeschikkingstelling van bestuurders, moet de Commissie een of meer IMI-modules ontwikkelen voor het indienen van verklaringen van terbeschikkingstelling, alsook een elektronische applicatie waarmee inspecteurs tijdens controles langs de weg rechtstreeks en onmiddellijk toegang hebben tot het ERRU en het IMI.
Amendement 778
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  Teneinde te zorgen voor eerlijke concurrentie en een gelijk speelveld voor werknemers en ondernemingen, moet vooruitgang worden geboekt op het vlak van slimme handhaving en moet alle mogelijke ondersteuning worden geboden voor de volledige invoering en het gebruik van risicoclassificatiesystemen. Daartoe moeten de handhavingsinstanties onmiddellijke toegang krijgen tot de nationale elektronische registers (NER's) en tegelijkertijd optimaal gebruik kunnen maken van het Europees register van ondernemingen voor vervoer over de weg (ERRU).
Amendement 779
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)   Regels inzake de terbeschikkingstelling van werknemers die van toepassing zijn op het wegvervoer moeten evenwichtig en eenvoudig zijn, met beperkte administratieve lasten voor de lidstaten en vervoerondernemingen. Deze regels mogen er niet op gericht zijn activiteiten buiten het land van vestiging van een onderneming te ontmoedigen.
Amendement 780
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9
(9)  Er zijn ook problemen vastgesteld bij de toepassing op de zeer mobiele wegvervoersector van de regels inzake de terbeschikkingstelling van werknemers zoals gespecificeerd in Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad15 en de regels inzake administratieve voorschriften zoals vastgelegd in Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad16. De ongecoördineerde nationale maatregelen voor de toepassing en handhaving van de bepalingen inzake de terbeschikkingstelling van werknemers in de wegvervoersector veroorzaken een hoge administratieve druk op ondernemingen die in een ander land van de Unie zijn gevestigd. Daardoor wordt de vrijheid om grensoverschrijdende wegvervoersdiensten te verlenen uitermate beperkt, wat negatieve neveneffecten heeft op de werkgelegenheid.
(9)  Er zijn ook problemen vastgesteld bij de toepassing op de zeer mobiele wegvervoersector van de regels inzake de terbeschikkingstelling van werknemers zoals gespecificeerd in Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad15 en de regels inzake administratieve voorschriften zoals vastgelegd in Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad16. De ongecoördineerde nationale maatregelen voor de toepassing en handhaving van de bepalingen inzake de terbeschikkingstelling van werknemers in de wegvervoersector veroorzaken rechtsonzekerheid, concurrentieverstoringen in de vervoersector en een hoge administratieve druk op ondernemingen die in een ander land van de Unie zijn gevestigd. Daardoor wordt de vrijheid om grensoverschrijdende wegvervoersdiensten te verlenen uitermate beperkt, wat negatieve neveneffecten heeft op de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van vervoerondernemingen. Het is noodzakelijk de administratieve vereisten en controlemaatregelen te harmoniseren om te voorkomen dat vervoerders worden geconfronteerd met onnodige en willekeurige vertragingen.
_________________
_________________
15 Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1).
15 Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1).
16 Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening") (PB L 159 van 28.5.2014, blz. 11).
16 Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening") (PB L 159 van 28.5.2014, blz. 11).
Amendement 781
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis)  Lidstaten moeten gegevens en informatie uitwisselen, op administratief gebied samenwerken en elkaar bijstand verlenen via het Informatiesysteem interne markt (IMI), met als rechtsgrondslag Verordening (EU) nr. 1034/2012, om volledige naleving van de voorschriften te bewerkstelligen. Ook moet het IMI worden gebruikt voor het indienen van verklaringen van terbeschikkingstelling tussen vervoerondernemingen en de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaten en voor het actualiseren van deze verklaringen. Om deze laatste doelstelling te kunnen verwezenlijken, moet er binnen het IMI-systeem een parallelle openbare interface worden ontwikkeld waartoe vervoerondernemingen toegang hebben.
Amendement 782
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 ter (nieuw)
(9 ter)  Alle deelnemers aan de toeleveringsketen voor goederen moeten hun eigen deel van de verantwoordelijkheid op zich nemen voor inbreuken op de in deze richtlijn vastgelegde voorschriften. Dit geldt voor gevallen waarin deelnemers weet hebben van een inbreuk of daar gezien de omstandigheden weet van zouden moeten hebben.
Amendement 783
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 quater (nieuw)
(9 quater)  Om ervoor te zorgen dat controlemaatregelen voor de terbeschikkingstelling van bestuurders in de wegvervoersector correct worden toegepast zoals bepaald in de Richtlijnen 96/71/EG en 2014/67/EU, moeten de controles en samenwerking op Unieniveau ter bestrijding van fraude in verband met de terbeschikkingstelling van bestuurders worden aangescherpt.
Amendement 784
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 quinquies (nieuw)
(9 quinquies)  Contractanten moeten ertoe worden aangespoord maatschappelijk verantwoord te handelen door gebruik te maken van vervoersondernemingen die voldoen aan de regels van deze richtlijn. Om het gemakkelijker te maken voor contractanten om dergelijke vervoersondernemingen te vinden, moet de Commissie een beoordeling uitvoeren van de bestaande instrumenten en beste praktijken waarmee maatschappelijk verantwoord gedrag van alle actoren in de toeleveringsketen voor goederen wordt gestimuleerd, eventueel met het oog op de totstandbrenging van een Europees platform van betrouwbare vervoersondernemingen.
Amendement 785
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 sexies (nieuw)
(9 sexies)  Door niet-naleving van de vestigingsregels voor ondernemingen voor internationaal wegvervoer ontstaan er verschillen binnen de interne markt en neemt de oneerlijke concurrentie tussen ondernemingen toe. Er moeten dus strengere en beter te controleren vestigingsvoorwaarden komen voor ondernemingen voor internationaal wegvervoer, met name om de oprichting van brievenbusondernemingen tegen te gaan.
Amendement 786
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis)   Aangezien er in Europa een gebrek aan bestuurders bestaat, moeten de arbeidsomstandigheden aanzienlijk worden verbeterd om de aantrekkelijkheid van het beroep te vergroten.
Amendement 787
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11
(11)  Om de doeltreffende en evenredige uitvoering van Richtlijn 96/71/EG in de wegvervoersector te waarborgen, is het noodzakelijk sectorspecifieke regels op te stellen die zijn afgestemd op de bijzondere aard van het zeer mobiele personeelsbestand van de wegvervoersector en een evenwicht te creëren tussen de sociale bescherming van bestuurders en de vrijheid van ondernemers om grensoverschrijdende diensten te verlenen.
(11)  Om de doeltreffende en evenredige uitvoering van Richtlijn 96/71/EG in de wegvervoersector te waarborgen, is het noodzakelijk sectorspecifieke regels op te stellen die zijn afgestemd op de bijzondere aard van het zeer mobiele personeelsbestand van de wegvervoersector en een evenwicht te creëren tussen de sociale bescherming van bestuurders en de vrijheid van ondernemers om grensoverschrijdende diensten te verlenen. De bepalingen van Richtlijn 96/71/EG inzake de terbeschikkingstelling van werknemers en van Richtlijn 2014/67/EU inzake de handhaving van die bepalingen moeten onder de voorwaarden van deze richtlijn van toepassing zijn op de wegvervoersector.
Amendement 788
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
(12)  Dergelijke evenwichtige criteria moeten gebaseerd zijn op het concept van voldoende verbondenheid van een bestuurders met het grondgebied van een gastlidstaat. Daarom moet een tijdsdrempel worden ingesteld, waarbij het minimumloon en de minimale jaarlijkse betaalde vakantie van de gastlidstaat op het internationaal wegvervoer van toepassing worden zodra die drempel wordt overschreden. Die tijdsdrempel dient niet van toepassing te zijn op cabotage zoals gedefinieerd bij de Verordeningen (EG) nr. 1072/2009 en 1073/2009, aangezien de volledige vervoersoperatie plaatsvindt in een gastlidstaat. Bijgevolg dienen het minimumloon en de minimale jaarlijkse betaalde vakantie van de gastlidstaat, ongeacht de frequentie en de duur van de door de bestuurder uitgevoerde activiteiten, van toepassing te zijn op cabotage.
(12)  Dergelijke evenwichtige criteria moeten gebaseerd zijn op het concept van voldoende verbondenheid van een bestuurders met het grondgebied van een gastlidstaat. Er is sprake van voldoende verbondenheid bij cabotage zoals gedefinieerd bij de Verordeningen (EG) nr. 1072/2009 en 1073/2009, aangezien de volledige vervoersoperatie plaatsvindt in een gastlidstaat. Bijgevolg dienen Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU van toepassing te zijn op cabotage.
Amendement 789
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)  In het geval van internationaal vervoer zou een bestuurder in het bilaterale internationale vervoer voornamelijk verbonden zijn met een lidstaat van vestiging van de vervoersonderneming, aangezien de bestuurder regelmatig terugkeert naar de lidstaat van vestiging van de vervoersonderneming. Een bestuurder kan in één rit meerdere bilaterale vervoersactiviteiten verrichten. Anderzijds kan men spreken van een voldoende verbondenheid met het grondgebied van een gastlidstaat wanneer een bestuurder in die lidstaat andere soorten activiteiten verricht, met name niet-bilateraal internationaal vervoer.
Amendement 790
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 ter (nieuw)
(12 ter)  Om te zorgen voor een efficiënt gebruik van de middelen voor vervoer, rekening te houden met de operationele realiteit en het aantal lege ritten te beperken, wat een belangrijk rol speelt voor het behalen van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs inzake de beperking van CO2-emissies, moet een beperkt aantal aanvullende vervoersactiviteiten mogelijk zijn zonder dat dit aanleiding geeft tot de toepassing van de regels inzake terbeschikkingstelling. Dergelijke activiteiten worden verricht gedurende een periode in de loop van of na afloop van een bilaterale internationale vervoersactiviteit vanuit de lidstaat van vestiging en vóór de terugrit naar de lidstaat van vestiging.
Amendement 791
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 quater (nieuw)
(12 quater)  Als de bestuurder betrokken is bij gecombineerd vervoer is de aard van de dienstverlening tijdens het begin- en eindtraject nauw verbonden met de lidstaat van vestiging mits het wegtraject als bilateraal vervoer wordt afgelegd. Anderzijds kan men spreken van een voldoende verbondenheid met het grondgebied van een gastlidstaat wanneer het vervoer tijdens het wegtraject binnen de gastlidstaat of als niet-bilateraal internationaal vervoer wordt verricht, en derhalve zouden de regels inzake terbeschikkingstelling in een dergelijk geval wel moeten gelden.
Amendement 792
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 quinquies (nieuw)
(12 quinquies)   Aangezien er onvoldoende verbondenheid bestaat tussen een bestuurder en het grondgebied van een lidstaat van doorvoer, dient doorvoer niet te worden beschouwd als een situatie van terbeschikkingstelling. Er moet bovendien worden verduidelijkt dat wanneer passagiers de bus om hygiënische redenen verlaten, dit niet tot wijziging van de kwalificatie van de vervoersactiviteit leidt.
Amendement 793
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 sexies (nieuw)
(12 sexies)  Het wegvervoer is een uiterst mobiele sector en vergt een gemeenschappelijke aanpak met betrekking tot bepaalde loonaspecten. vervoersondernemingen moeten rechtszekerheid hebben over de regels en vereisten waaraan zij moeten voldoen. Die regels en vereisten moeten duidelijk, begrijpelijk en gemakkelijk toegankelijk zijn voor vervoersondernemingen en moeten doeltreffende controles mogelijk maken. Het is van belang dat nieuwe regels geen onnodige administratieve lasten met zich meebrengen en dat zij naar behoren rekening houden met de belangen van kmo's.
Amendement 794
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 septies (nieuw)
(12 septies)  Wanneer overeenkomstig het nationale recht en nationale tradities en praktijken, en met inachtneming van de autonomie van de sociale partners, de in artikel 3 van Richtlijn 96/71/EG bedoelde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden zijn neergelegd in collectieve overeenkomsten in de zin van artikel 3, leden 1 en 8, van die richtlijn, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat die voorwaarden en omstandigheden overeenkomstig Richtlijn 2014/67/EU op een toegankelijke en transparante wijze beschikbaar worden gesteld voor vervoerondernemingen uit andere lidstaten en ter beschikking gestelde bestuurders, en moeten zij hierbij de sociale partners inschakelen. De relevante informatie dient met name de verschillende beloningen en de componenten daarvan, met inbegrip van de componenten van beloningen waarin in de lokaal of regionaal toepasselijke collectieve overeenkomsten is voorzien, de wijze waarop de verschuldigde beloning wordt berekend en, in voorkomend geval, de criteria voor indeling in de verschillende salarisschalen te bevatten. In overeenstemming met Richtlijn (EU) 2018/957 tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG mogen vervoerondernemingen niet worden bestraft voor de niet-naleving van componenten van lonen, de methode aan de hand waarvan het verschuldigde loon wordt berekend en, in voorkomend geval, de criteria voor indeling in de verschillende salarisschalen die niet openbaar beschikbaar zijn.
Amendement 795
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
(13)  Om een effectieve en efficiënte handhaving van de specifieke regels inzake terbeschikkingstelling van werknemers te verzekeren en onevenredige administratieve lasten voor ondernemers uit andere lidstaten te vermijden, moeten specifieke administratieve en controlemaatregelen voor de wegvervoersector worden vastgesteld, waarbij controle-instrumenten zoals de digitale tachograaf ten volle worden benut.
(13)  Om een effectieve en efficiënte handhaving van de specifieke regels inzake terbeschikkingstelling van werknemers te verzekeren en onevenredige administratieve lasten voor ondernemers uit andere lidstaten te vermijden, moeten specifieke administratieve en controlemaatregelen voor de wegvervoersector worden vastgesteld, waarbij controle-instrumenten zoals de digitale tachograaf ten volle worden benut. Om de complexiteit van de in deze richtlijn en in Richtlijn 96/71/EG vastgestelde verplichtingen beheersbaar te houden, mogen de lidstaten ervoor kiezen alleen de in deze richtlijn opgenomen en de op de wegvervoersector afgestemde administratieve eisen op te leggen aan wegvervoerondernemingen.
Amendement 796
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)   Om de administratieve lasten en het papierwerk voor bestuurders tot een minimum te beperken, verstrekken de vervoerondernemingen alle noodzakelijke documenten die zijn genoemd in de bepalingen over wederzijdse bijstand en samenwerking tussen de lidstaten van hoofdstuk III van Richtlijn 2014/67/EU, als de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging van de vervoerder hierom verzoeken.
Amendement 797
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 ter (nieuw)
(13 ter)   Teneinde de uitvoering, toepassing en handhaving van deze richtlijn te vergemakkelijken, moet het Informatiesysteem interne markt (IMI) dat werd ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1024/2012, in de lidstaten worden gebruikt voor de verbeterde grensoverschrijdende uitwisseling van informatie tussen regionale en lokale autoriteiten. Het kan ook van voordeel zijn om de functies van het IMI uit te breiden en daarin de indiening en overdracht van eenvoudige verklaringen op te nemen.
Amendement 798
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 quater (nieuw)
(13 quater)   Teneinde de administratieve lasten te beperken voor vervoerondernemingen – vaak kleine en middelgrote ondernemingen – is het zaak om het proces voor de verzending van verklaringen van terbeschikkingstelling door vervoerondernemingen te vereenvoudigen aan de hand van gestandaardiseerde formulieren met een aantal vooraf vastgestelde elementen die zijn vertaald in alle officiële talen van de Unie.
Amendement 799
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 quinquies (nieuw)
(13 quinquies)   Een algemene uitvoering en toepassing van de regels inzake de terbeschikkingstelling van werknemers in het wegvervoer kan gevolgen hebben voor de structuur van de sector goederenvervoer over de weg in de Unie. De lidstaten en de Commissie moeten daarom de impact van dit proces nauwlettend blijven volgen.
Amendement 800
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 sexies (nieuw)
(13 sexies)   De handhaving moet gericht zijn op inspecties die ter plaatse worden uitgevoerd bij de ondernemingen. Controles langs de weg dienen niet te worden uitgesloten, maar moeten uitsluitend en op niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd voor vrachtbrieven of de elektronische versies daarvan, bevestigingen van inschrijvingen vooraf en verklaringen van terugkeer naar het land van vestiging van de ondernemer of het land van verblijf van de bestuurder. Bij controles langs de weg moeten in de eerste plaats de gegevens van tachografen worden onderzocht, die belangrijk zijn voor het vaststellen van de activiteiten van een bestuurder en voertuig gedurende een voortschrijdende periode van vier weken en de geografische dekking van deze activiteiten. De registratie van de landcode kan hierbij nuttig zijn.
Amendement 801
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 septies (nieuw)
(13 septies)   Het effect van de toepassing en de handhaving van de regels inzake de terbeschikkingstelling van werknemers op de wegvervoersector moet herhaaldelijk worden geëvalueerd door de Commissie. Zij moet hierover verslag uitbrengen aan het Parlement en de Raad en voorstellen indienen voor de verdere vereenvoudiging van de regels en de beperking van de administratieve lasten.
Amendement 802
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 octies (nieuw)
(13 octies)   Aangezien het noodzakelijk is specifieke regelingen te hebben voor de vervoersector, waar verplaatsing de essentie vormt van het werk van bestuurders, moet de toepassing van Richtlijn 96/71/EU op de wegvervoersector samenvallen met de datum van de inwerkingtreding van de wijziging van Richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en de vaststelling van specifieke regels met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor de terbeschikkingstelling van bestuurders in de wegvervoersector.
Amendement 803
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 nonies (nieuw)
(13 nonies)   Om de bijlagen bij deze richtlijn aan te passen aan de ontwikkelingen op het gebied van beste praktijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van deze bijlagen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.
Amendement 804
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14 bis (nieuw)
(14 bis)  De informatie-uitwisseling in het kader van een doeltreffende administratieve samenwerking en wederzijdse bijstand tussen de lidstaten moet in overeenstemming zijn met de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, die zijn vervat in Verordening (EU) 2016/679.
Amendement 805
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14 ter (nieuw)
(14 ter)   De regels ter waarborging van goede sociale voorwaarden op de Europese markt voor goederenvervoer over de weg moeten door alle partners in de toeleveringsketen worden geëerbiedigd. Teneinde een economisch en sociaal duurzame Europese interne markt tot stand te brengen, moet een keten van verantwoordelijkheid worden vastgesteld en toegepast die alle actoren in de logistieke keten omvat. Het afdwingen van transparantie en aansprakelijkheid en het verbeteren van sociale en economische gelijkheid zal het beroep van bestuurder aantrekkelijker maken en gezonde concurrentie aanwakkeren.
Amendement 806
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter a
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 2 – lid 1 – alinea 2
Deze controles bestrijken ieder jaar een breed en representatief staal van de mobiele werknemers, bestuurders, ondernemingen en voertuigen die binnen het toepassingsgebied van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 vallen en van de mobiele werknemers en bestuurders die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2002/15/EG vallen.
Deze controles bestrijken ieder jaar een breed en representatief staal van de mobiele werknemers, bestuurders, ondernemingen en voertuigen die binnen het toepassingsgebied van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 vallen en, in het geval van controles die ter plaatse bij ondernemingen worden uitgevoerd, van de mobiele werknemers en bestuurders die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2002/15/EG vallen. Alleen na de invoering van technologie die doeltreffende wegcontroles mogelijk maakt, voeren de lidstaten wegcontroles uit om de uitvoering van Richtlijn 2002/15/EG te controleren. Tot die tijd worden die controles uitsluitend ter plaatse bij de vervoersondernemingen uitgevoerd.
Amendement 807
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter b
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 2 – lid 3 – alinea 1
Iedere lidstaat organiseert de controles op zulke wijze dat ten minste 3 % van de dagen die zijn gewerkt door bestuurders van voertuigen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 561/2006, Verordening (EU) nr. 165/2014 en Richtlijn 2002/15/EG vallen, wordt gecontroleerd.
Iedere lidstaat organiseert de controles op zulke wijze dat ten minste 3 % van de dagen die zijn gewerkt door bestuurders van voertuigen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 561/2006, Verordening (EU) nr. 165/2014 en Richtlijn 2002/15/EG vallen, wordt gecontroleerd. Indien de bestuurder bij een wegcontrole een of meer van de verlangde documenten niet kan overleggen, moet hij in de gelegenheid worden gesteld zijn vervoersactiviteit voort te zetten en is de wegvervoeronderneming in de lidstaat van vestiging verplicht de vereiste documenten via de bevoegde autoriteiten over te leggen.
Amendement 808
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter c
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 2 – lid 4
4.  De overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 561/2006 aan de Commissie verstrekte informatie omvat het aantal langs de weg gecontroleerde bestuurders, het aantal controles ter plaatse bij ondernemingen, het aantal gecontroleerde werkdagen en het aantal en de aard van de gerapporteerde inbreuken, samen met de vermelding of het personen- of goederenvervoer betreft.
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)
Amendement 809
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 5
(3 bis)  artikel 5 wordt vervangen door:
Artikel 5
"Artikel 5
Gezamenlijke controles
Gezamenlijke controles
De lidstaten ondernemen ten minste zesmaal per jaar gezamenlijke wegcontroles waarbij bestuurders en voertuigen die binnen het toepassingsgebied van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 vallen, aan wegcontroles worden onderworpen. Deze controles worden tegelijkertijd door de handhavingsinstanties van twee of meer lidstaten elk op hun eigen grondgebied uitgevoerd.
De lidstaten ondernemen ten minste zesmaal per jaar gezamenlijke wegcontroles en controles ter plaatse bij ondernemingen waarbij bestuurders en voertuigen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 561/2006 of Verordening (EU) nr. 165/2014 vallen, aan wegcontroles en controles ter plaatse bij ondernemingen worden onderworpen. Deze controles worden tegelijkertijd door de handhavingsinstanties van twee of meer lidstaten elk op hun eigen grondgebied uitgevoerd. De samengevatte resultaten van de gezamenlijke controles worden openbaar gemaakt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens."
Amendement 810
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 6 – lid 1
1.  De controles ter plaatse bij ondernemingen worden georganiseerd in het licht van de ervaringen die in het verleden met de verschillende soorten van vervoer en van ondernemingen zijn opgedaan. Deze controles worden ook verricht indien er bij wegcontroles ernstige inbreuken zijn vastgesteld op de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 of (EU) nr. 165/2014 of Richtlijn 2002/15/EG.
1.  De controles ter plaatse bij ondernemingen worden georganiseerd in het licht van de ervaringen die in het verleden met de verschillende soorten van vervoer en van ondernemingen zijn opgedaan. Deze controles worden ook verricht indien er bij wegcontroles ernstige inbreuken zijn vastgesteld op de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014.
Amendement 811
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 7 – lid 1 – letter b
(4 bis)  in artikel 7, lid 1, wordt punt b) vervangen door:
b)  het verstrekt de Commissie de tweejaarlijkse statistische gegevens overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3820/85;
"b) het verstrekt de Commissie de tweejaarlijkse statistische gegevens overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 561/2006;"
Amendement 812
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter -a (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 8 – lid 1 – inleidende formule
(-a)  De inleidende formule van artikel 8, lid 1, wordt vervangen door:
1.  De in het kader van artikel 17, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 3820/85 of artikel 19, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 3821/85 bilateraal ter beschikking gestelde informatie wordt uitgewisseld tussen de aangewezen organen waarvan overeenkomstig artikel 7, lid 2, aan de Commissie mededeling is gedaan. Dit geschiedt:
1.  De in het kader van artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 561/2006 of artikel 40 van Verordening (EU) nr. 165/2014 bilateraal ter beschikking gestelde informatie wordt uitgewisseld tussen de aangewezen organen waarvan overeenkomstig artikel 7 aan de Commissie mededeling is gedaan. Dit geschiedt:
Amendement 813
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter a
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 8 – lid 1 – letter b
(b)  in afzonderlijke gevallen op uitdrukkelijk verzoek van een lidstaat.
(b)  in afzonderlijke gevallen op specifiek verzoek van een lidstaat, mits de vereiste informatie niet kan worden verkregen door middel van rechtstreekse raadpleging van nationale elektronische registers als bedoeld in artikel 16, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1071/2009.
Amendement 814
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 8 – lid 1 bis – alinea 1
1 bis.  De lidstaat zal de door andere lidstaten krachtens lid 1, onder b), van dit artikel gevraagde informatie bezorgen binnen 25 werkdagen na ontvangst van het verzoek in gevallen die een grondig onderzoek vereisen of in het geval van controles ter plaatse bij de betrokken ondernemingen. De lidstaten kunnen in onderling overleg een kortere termijn overeenkomen. In dringende gevallen of gevallen waarin een eenvoudige raadpleging van de registers volstaat, zoals een risicoclassificatiesysteem, wordt de gevraagde informatie binnen drie werkdagen bezorgd.
1 bis.  De lidstaat zal de door andere lidstaten krachtens lid 1, onder b), van dit artikel gevraagde informatie bezorgen binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek. In terdege gemotiveerde gevallen die een grondig onderzoek vereisen of in het geval van controles ter plaatse bij de betrokken ondernemingen bedraagt de termijn twintig werkdagen. De lidstaten kunnen in onderling overleg een kortere termijn overeenkomen. In dringende gevallen of gevallen waarin een eenvoudige raadpleging van de registers volstaat, zoals een risicoclassificatiesysteem, wordt de gevraagde informatie binnen drie werkdagen bezorgd.
Amendement 815
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 8 – lid 1 bis – alinea 2
Als de lidstaat die het verzoek ontvangt van mening is dat het verzoek onvoldoende is gemotiveerd, zal hij de verzoekende lidstaat daarvan binnen tien werkdagen in kennis stellen. De verzoekende lidstaat moet het verzoek dan nader motiveren. Als dat niet mogelijk is, kan de lidstaat het verzoek afwijzen.
Als de lidstaat die het verzoek ontvangt van mening is dat het verzoek onvoldoende is gemotiveerd, zal hij de verzoekende lidstaat daarvan binnen vijf werkdagen in kennis stellen. De verzoekende lidstaat moet het verzoek dan nader motiveren. Als dat niet mogelijk is, kan de lidstaat het verzoek afwijzen.
Amendement 816
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 8 – lid 1 bis – alinea 3
Als het moeilijk of onmogelijk is om aan een informatieverzoek te voldoen of controles, inspecties of onderzoeken te verrichten, stelt de lidstaat in kwestie de verzoekende lidstaat daarvan binnen tien werkdagen in kennis, met vermelding van de redenen. De betrokken lidstaten zoeken in onderling overleg naar een oplossing voor eventuele moeilijkheden.";
Als het moeilijk of onmogelijk is om aan een informatieverzoek te voldoen of controles, inspecties of onderzoeken te verrichten, stelt de lidstaat die het verzoek ontvangt de verzoekende lidstaat daarvan binnen vijf werkdagen in kennis, en geeft hij daarbij de redenen op waarmee de moeilijkheid of onmogelijkheid om de relevante informatie te verstrekken naar behoren wordt gerechtvaardigd. De betrokken lidstaten zoeken in onderling overleg naar een oplossing voor eventuele moeilijkheden.";
Amendement 817
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 8 – lid 1 bis – alinea 3 bis (nieuw)
Als de Commissie zich bewust wordt van een aanhoudend probleem bij de uitwisseling van informatie, of wanneer men blijft weigeren informatie te verstrekken, kan zij passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen, onder meer door zo nodig een onderzoek in te stellen en in het uiterste geval sancties aan de lidstaat op te leggen.
Amendement 818
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6– letter b bis (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 8 – lid 2
(b bis)  lid 2 wordt vervangen door:
2.  De lidstaten streven ernaar systemen voor elektronische informatie-uitwisseling op te zetten. Volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure, stelt de Commissie een gemeenschappelijke methodologie voor efficiënte informatie-uitwisseling vast.
2.  In afwijking van artikel 21 van Richtlijn 2014/67/EU vindt de in de leden 1 en 1 bis van dit artikel vastgestelde informatie-uitwisseling tussen de bevoegde instanties van de lidstaten plaats via het bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 opgezette Informatiesysteem interne markt (IMI). De bevoegde autoriteiten van de lidstaten hebben rechtstreekse en onmiddellijke toegang tot gegevens in de nationale elektronische registers via het Europees register van ondernemingen voor vervoer over de weg (ERRU), als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1071/2009.
Amendement 819
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b ter (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 8 – lid 2 bis
(b ter)  aan artikel 8 wordt het volgende lid toegevoegd:
"2 bis. De Commissie ontwikkelt een elektronische applicatie waarvan alle EU-lidstaten gebruikmaken en waarmee inspecteurs uiterlijk in 2020 rechtstreeks en onmiddellijk toegang zullen hebben tot het ERRU en het IMI tijdens controles langs de weg en ter plaatse bij vervoerondernemingen. Deze applicatie wordt ontwikkeld door middel van een proefproject.";
Amendement 820
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter a
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 9 – lid 1 – alinea 2
De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een gemeenschappelijke formule vast voor het berekenen van een risicoclassificatie voor ondernemingen, waarbij zowel rekening wordt gehouden met het aantal, de ernst en de frequentie van de inbreuken als met de resultaten van controles waarbij geen inbreuk is vastgesteld en met het feit of alle voertuigen van een vervoersonderneming al dan niet zijn uitgerust met een slimme tachograaf overeenkomstig hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 165/2014. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 12, lid 2, van deze richtlijn bedoelde onderzoeksprocedure.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om een gemeenschappelijke formule vast te stellen voor het berekenen van een risicoclassificatie voor ondernemingen, waarbij zowel rekening wordt gehouden met het aantal, de ernst en de frequentie van de inbreuken als met de resultaten van controles waarbij geen inbreuk is vastgesteld en met het feit of de voertuigen van een vervoersonderneming al dan niet zijn uitgerust met een slimme tachograaf overeenkomstig hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 165/2014.
Amendement 821
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7– letter b bis (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 9 – lid 3 – alinea 1
(b bis)  in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:
3.  Een lijst van inbreuken op de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 is opgenomen in bijlage III.
3.  Een lijst van inbreuken op de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 is opgenomen in bijlage III.
Amendement 822
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b ter (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 9 – lid 3 – alinea 2
(b ter)  in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:
Met het oog op het aanbieden van richtsnoeren voor de waardering van inbreuken op de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85, kan de Commissie in overeenstemming met artikel 12, lid 2, zo nodig bijlage III aanpassen om richtsnoeren op te stellen over een gemeenschappelijk scala van inbreuken die overeenkomstig de ernst ervan worden ingedeeld in categorieën.
"Met het oog op het aanbieden van richtsnoeren voor de waardering van inbreuken op Verordening (EG) nr. 561/2006 of (EU) nr. 165/2014, is de Commissie in overeenstemming met artikel 15 bis bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III om richtsnoeren op te stellen over een gemeenschappelijk scala van inbreuken die overeenkomstig de ernst ervan worden ingedeeld in categorieën.";
Amendement 823
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b ter (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 9 – lid 3 – alinea 3
(b ter)  in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:
De categorie met betrekking tot de ernstigste inbreuken omvatten de inbreuken die door de niet-naleving van de relevante bepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 een hoog risico meebrengen voor dood of zware verwondingen.
"De categorie met betrekking tot de ernstigste inbreuken omvatten de inbreuken die door de niet-naleving van de relevante bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 of (EU) nr. 165/2014 een hoog risico meebrengen voor dood of zware verwondingen.";
Amendement 824
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter c
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 9 – lid 4
4.  Om gerichte wegcontroles te vergemakkelijken zijn de gegevens in het nationale risicoclassificatiesysteem ten tijde van de controle toegankelijk voor alle bevoegde controle-instanties van de betrokken lidstaat.
4.  Om gerichte wegcontroles te vergemakkelijken zijn de gegevens in het nationale risicoclassificatiesysteem en in de nationale registers van vervoerondernemingen en -activiteiten ten tijde van de controle, ten minste via een elektronische applicatie waarvan alle lidstaten gebruikmaken en die rechtstreeks en onmiddellijk toegang biedt tot het ERRU, toegankelijk voor alle bevoegde controle-instanties van de betrokken lidstaat.
Amendement 825
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter c
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 9 – lid 5
5.  De lidstaten stellen de in het nationaal risicoclassificatiesysteem opgeslagen informatie op verzoek beschikbaar van of maken die rechtstreeks toegankelijk voor alle bevoegde autoriteiten van andere lidstaten, overeenkomstig de in artikel 8 vastgelegde termijnen.
5.  De lidstaten maken de in het nationaal risicoclassificatiesysteem opgeslagen informatie rechtstreeks toegankelijk voor alle bevoegde autoriteiten van andere lidstaten via interoperabele nationale elektronische registers, als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1071/2009. Op deze manier wordt de uitwisseling van informatie en gegevens over inbreuken van vervoerders en risicoclassificaties geconcentreerd en vindt deze uitwisseling plaats via de onderlinge koppeling die het ERRU aanbrengt tussen de verschillende nationale registers van de lidstaten.
Amendement 826
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 11 – lid 3
3.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een gemeenschappelijke aanpak vast voor het registreren en controleren van perioden die aan andere werkzaamheden zijn besteed, zoals gedefinieerd in artikel 4, onder e), van Verordening (EG) nr. 561/2006, en van perioden van ten minste één week gedurende welke de chauffeur zich niet in of bij het voertuig bevindt. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure;
3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om een gemeenschappelijke aanpak vast te stellen voor het registreren en controleren van perioden die aan andere werkzaamheden zijn besteed, zoals gedefinieerd in artikel 4, onder e), van Verordening (EG) nr. 561/2006, met inbegrip van de vorm en de specifieke gevallen waarin registratie plaatsvindt, en voor het registreren en controleren van perioden van ten minste één week gedurende welke de chauffeur zich niet in of bij het voertuig bevindt en niet in staat is werkzaamheden uit te voeren met dat voertuig.
Amendement 827
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 12
(8 bis)  Artikel 12 wordt vervangen door:
Artikel 12
"Artikel 12
Comitéprocedure
Comitéprocedure
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 18, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3821/85 ingestelde comité.
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) nr. 165/2014 ingestelde comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing."
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
3.  Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
Amendement 828
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 ter (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 13 – letter b
(8 ter)  Lid 13, onder b), wordt vervangen door:
b)  de samenhang in aanpak en een geharmoniseerde interpretatie van Verordening (EEG) nr. 3820/85 tussen verschillende handhavingsinstanties aanmoedigen;
"b) de samenhang in aanpak en een geharmoniseerde interpretatie van Verordening (EG) nr. 561/2006 tussen verschillende handhavingsinstanties aanmoedigen;
Amendement 829
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 quater (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 14
(8 quater)  Artikel 14 wordt vervangen door:
Artikel 14
"Artikel 14
Onderhandelingen met derde landen
Onderhandelingen met derde landen
Wanneer deze richtlijn in werking is getreden opent de Gemeenschap onderhandelingen met de daarvoor in aanmerking komende derde landen met het oog op de toepassing van regels die gelijkwaardig zijn aan die welke in deze richtlijn zijn vastgelegd.
Wanneer deze richtlijn in werking is getreden, opent de Unie onderhandelingen met de daarvoor in aanmerking komende derde landen met het oog op de toepassing van regels die gelijkwaardig zijn aan die welke in deze richtlijn zijn vastgelegd.
In afwachting van de voltooiing van deze onderhandelingen, nemen de lidstaten in hun verslagen aan de Commissie overeenkomstig artikel 16, lid 2 van Verordening (EEG) nr. 3820/85 gegevens op met betrekking tot controles op voertuigen van derde landen.
In afwachting van de voltooiing van deze onderhandelingen, nemen de lidstaten in hun verslagen aan de Commissie overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 561/2006 gegevens op met betrekking tot controles op voertuigen van derde landen."
Amendement 830
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 quinquies (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 15
(8 quinquies)  Artikel 15 wordt vervangen door:
Artikel 15
"Artikel 15
Bijwerking van de bijlagen
Bijwerking van de bijlagen
De wijzigingen van de bijlagen die nodig zijn om ze aan te passen aan de ontwikkeling van de beste praktijken worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I en II te wijzigen teneinde de nodige aanpassingen in te voeren aan de ontwikkeling van de beste praktijken.”
Amendement 831
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 sexies (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Artikel 15 bis (nieuw)
(8 sexies)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 15 bis
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2.   De in artikel 9, lid 3, en artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze richtlijn]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging bezwaar maakt.
3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9, lid 3, en artikel 15 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6.   Een overeenkomstig artikel 9, lid 3, en artikel 15 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd."
Amendement 832
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter -a (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Bijlage I – deel A – punt 1
-a)  in deel A wordt punt 1 vervangen door:
(1)  dagelijkse en wekelijkse rijtijden, onderbrekingen en dagelijkse en wekelijkse rusttijden; de registratiebladen van de voorgaande dagen, die volgens artikel 15, lid 7, van Verordening (EEG) nr. 3821/85 aan boord van het voertuig moeten zijn en/of de gegevens die voor dezelfde periode worden opgeslagen op de bestuurderskaart en/of in het geheugen van het controleapparaat overeenkomstig bijlage II bij deze richtlijn en/of op afdrukken;
"(1)dagelijkse en wekelijkse rijtijden, onderbrekingen en dagelijkse en wekelijkse rusttijden; de registratiebladen van de voorgaande dagen, die volgens artikel 36, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 165/2014 aan boord van het voertuig moeten zijn en/of de gegevens die voor dezelfde periode worden opgeslagen op de bestuurderskaart en/of in het geheugen van het controleapparaat overeenkomstig bijlage II bij deze richtlijn en/of op afdrukken;
Amendement 833
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter -a bis (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Bijlage I – deel A – punt 2
-a bis) in deel A wordt punt 2 vervangen door:
(2)   voor de in artikel 15, lid 7, van Verordening (EEG) nr. 3821/85 bedoelde periode, alle gevallen van overschrijding van de toegestane snelheid door het voertuig, d.w.z. alle perioden van meer dan 1 minuut waarin de snelheid van het voertuig meer dan 90 km/h voor voertuigen van de categorie N3, respectievelijk 105 km/h voor voertuigen van de categorie M3 bedraagt (de categorieën N3 en M3 zijn gedefinieerd in bijlage II, deel A, bij Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan1bis.
"(2) voor de in artikel 36, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 165/2014 bedoelde periode, alle gevallen van overschrijding van de toegestane snelheid door het voertuig, d.w.z. alle perioden van meer dan 1 minuut waarin de snelheid van het voertuig meer dan 90 km/h voor voertuigen van de categorie N3, respectievelijk 105 km/h voor voertuigen van de categorie M3 bedraagt (de categorieën N3 en M3 als gedefinieerd in Richtlijn 2007/46/EG1bis)."
__________________
__________________
1bis PB L 42 van 23.2.1970, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/28/EG van de Commissie (PB L 65 van 7.3.2006, blz. 27).
1bis Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn)."
Amendement 834
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter -a ter (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Bijlage I – deel A – punt 4
(-a ter) in deel A wordt punt 4 vervangen door:
(4)  de correcte werking van het controleapparaat (vaststelling van eventueel misbruik van het controleapparaat en/of de bestuurderskaart en/of de registratiebladen) of, indien van toepassing, de aanwezigheid van de in artikel 14, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 3820/85 bedoelde documenten;
"(4) de correcte werking van het controleapparaat (vaststelling van eventueel misbruik van het controleapparaat en/of de bestuurderskaart en/of de registratiebladen) of, indien van toepassing, de aanwezigheid van de in artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 561/2006 bedoelde documenten;"
Amendement 835
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a
Richtlijn 2006/22/EG
Bijlage I – deel A – punt 6
(6)  wekelijkse werktijden zoals bedoeld in de artikelen 4 en 5 van Richtlijn 2002/15/EG.
(6)  wekelijkse werktijden zoals bedoeld in de artikelen 4 en 5 van Richtlijn 2002/15/EG, mits de technologie doeltreffende controles mogelijk maakt.
Amendement 836
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter b bis (nieuw)
Richtlijn 2006/22/EG
Bijlage I – deel B – alinea 2
b bis)  in deel B wordt de tweede alinea vervangen door:
Bij vaststelling van een inbreuk mogen de lidstaten, waar passend, nagaan of er sprake is van medeaansprakelijkheid bij andere aanstichters of medeplichtigen in de transportketen, zoals bevrachters, expediteurs of onderaannemers, waarbij ook nagegaan mag worden of, in geval van vastgestelde inbreuk, de vervoerscontracten naleving van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 mogelijk maken.
"Bij vaststelling van een inbreuk mogen de lidstaten, waar passend, nagaan of er sprake is van medeaansprakelijkheid bij andere aanstichters of medeplichtigen in de transportketen, zoals bevrachters, expediteurs of onderaannemers, waarbij ook nagegaan mag worden of, in geval van vastgestelde inbreuk, de vervoerscontracten naleving van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 mogelijk maken."
Amendement 837
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 2 – alinea 1
1 bis.  Deze specifieke regels zijn van toepassing op bestuurders die werken voor in een lidstaat gevestigde ondernemingen die een van de in artikel 1, lid 3, onder a) van Richtlijn 96/71/EG bedoelde transnationale maatregelen nemen.
2.  De lidstaten passen de punten b) en c) van de eerste alinea van artikel 3, lid 1, van Richtlijn 96/71/EG niet toe op bestuurders in de wegvervoersector die voor de in artikel 1, lid 3, onder a), bedoelde ondernemingen werken, wanneer zij internationale vervoersactiviteiten verrichten zoals gedefinieerd in de Verordeningen (EG) nr. 1072/2009 en 1073/2009 als de periode waarin die bestuurders voor de uitvoering van die activiteiten op hun grondgebied ter beschikking zijn gesteld, korter is dan of even lang is als [3] dagen in één kalendermaand.
2.  Een bestuurder wordt niet geacht ter beschikking te zijn gesteld in de zin van Richtlijn 96/71/EG wanneer hij bilaterale vervoersactiviteiten verricht.
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder bilaterale vervoersactiviteit met betrekking tot goederen verstaan: het vervoer van goederen op basis van een vervoersovereenkomst, van de lidstaat van vestiging als omschreven in artikel 2, punt 8, van Verordening (EG) nr. 1071/2009, naar een andere lidstaat of een derde land, of van een andere lidstaat of een derde land naar de lidstaat van vestiging.
2 bis.  Vanaf de datum waarop bestuurders grensoverschrijdende gegevens handmatig registreren, zoals vereist op grond van artikel 34, lid 7, van Verordening (EU) nr. 165/2014, passen de lidstaten tevens de in lid 2 bedoelde vrijstelling met betrekking tot goederenvervoer toe indien:
—  de bestuurder die een bilaterale vervoersactiviteit verricht, daarnaast één laad- en/of losactiviteit verricht in de lidstaten of derde landen die de bestuurder doorkruist, mits de bestuurder geen goederen laadt en weer lost in dezelfde lidstaat.
Indien een in de lidstaat van vestiging aangevangen bilaterale vervoersactiviteit waarbij geen extra activiteit werd verricht, wordt gevolgd door een bilaterale vervoersactiviteit naar de lidstaat van vestiging, is de vrijstelling van toepassing op ten hoogste twee extra laad- en/of losactiviteiten, onder de bovengenoemde voorwaarden.
Deze vrijstelling is uitsluitend van toepassing tot de datum waarop de slimme tachograaf, die voldoet aan de vereisten inzake de registratie van grensoverschrijdingen en extra activiteiten als bedoeld in artikel 8, lid 1, alinea 1, van Verordening (EU) nr. 165/2014, wordt aangesloten in de voertuigen die voor het eerst worden geregistreerd in een lidstaat, zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, alinea 2, van die verordening. Vanaf die datum is de in de eerste alinea bedoelde vrijstelling slechts van toepassing op bestuurders die gebruikmaken van voertuigen waarin een slimme tachograaf is aangesloten, zoals bedoeld in de artikelen 8, 9 en 10 van die verordening.
2 ter.  Bestuurders die ongeregeld of regelmatig activiteiten voor internationaal passagiersvervoer verrichten, zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1073/2009, worden niet beschouwd als ter beschikking gesteld met het oog op de toepassing van Richtlijn 96/71/EG indien:
—  zij passagiers meenemen vanuit de lidstaat van vestiging en afzetten in een andere lidstaat of een derde land; of
—  zij passagiers meenemen vanuit een lidstaat of derde land en afzetten in de lidstaat van vestiging; of
—  zij passagiers meenemen en afzetten in de lidstaat van vestiging met het oog op plaatselijke excursies, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1073/2009.
2 quater.  Een bestuurder die cabotage verricht als omschreven in Verordening (EG) nr. 1072/2009 en Verordening (EG) nr. 1073/2009, wordt geacht ter beschikking te zijn gesteld in de zin van Richtlijn 96/71/EG.
2 quinquies.  In afwijking van artikel 2, lid 1, van Richtlijn 96/71/EG wordt een bestuurder niet geacht ter beschikking te zijn gesteld op het grondgebied van een lidstaat waardoorheen de doorvoer verloopt zonder dat er vracht wordt geladen of gelost en zonder dat er passagiers in- of uitstappen.
2 sexies.  Wanneer de bestuurder het begin- of eindtraject uitvoert van gecombineerd vervoer als omschreven in Richtlijn 92/106/EEG wordt hij niet beschouwd als ter beschikking gesteld in de zin van Richtlijn 96/71/EG indien het wegtraject op zich bestaat uit bilaterale vervoersactiviteiten zoals gedefinieerd in lid 2.
2 septies.  De lidstaten zorgen er in overeenstemming met Richtlijn 2014/67/EU voor dat de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden als bedoeld in artikel 3 van Richtlijn 96/71/EG, die zijn vastgelegd in collectieve overeenkomsten overeenkomstig artikel 3, leden 1 en 8, van die richtlijn, op toegankelijke en transparante wijze beschikbaar worden gesteld voor vervoerondernemingen uit andere lidstaten en ter beschikking gestelde bestuurders. De desbetreffende informatie bevat met name de verschillende lonen en de componenten daarvan, met inbegrip van componenten van lonen waarin is voorzien in de lokaal of regionaal toepasselijke collectieve overeenkomsten, alsook de methode aan de hand waarvan het verschuldigde loon wordt berekend en, in voorkomend geval, de criteria voor indeling in de verschillende salarisschalen. In overeenstemming met Richtlijn (EU) 2018/957 tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG worden vervoerondernemingen niet bestraft voor de niet-naleving van componenten van lonen, de methode aan de hand waarvan het verschuldigde loon wordt berekend en, in voorkomend geval, de criteria voor indeling in de verschillende salarisschalen die niet openbaar beschikbaar zijn.
2 octies.  Vervoerondernemingen die gevestigd zijn in een land dat geen lidstaat is, mogen geen gunstiger behandeling krijgen dan in een lidstaat gevestigde ondernemingen.
De lidstaten voeren in hun bilaterale overeenkomsten met derde landen maatregelen uit die gelijkwaardig zijn aan Richtlijn 96/71/EG en deze Richtlijn [XX/XX] (lex specialis) wanneer zij toegang verlenen tot de EU-markt aan wegvervoerondernemingen die zijn gevestigd in dergelijke derde landen. De lidstaten streven er bovendien naar dergelijke gelijkwaardige maatregelen uit te voeren in het kader van multilaterale overeenkomsten met derde landen. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de relevante bepalingen van hun bilaterale en multilaterale overeenkomsten met derde landen.
Met het oog op de waarborging van de passende controle van deze gelijkwaardige maatregelen inzake de terbeschikkingstelling door ondernemers uit derde landen zien de lidstaten erop toe dat de herziene regels van Verordening (EU) XXX/XXX met betrekking tot positionering door middel van tachografen [Verordening tot wijziging van Verordening (EU) nr. 165/2014] worden uitgevoerd in het kader van de Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR).
Amendement 838
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 2 – alinea 2
Als de periode van terbeschikkingstelling langer is dan [3] dagen passen de lidstaten de punten b) en c) van de eerste alinea van artikel 3, lid 1, van Richtlijn 96/71/EG toe op de volledige periode van terbeschikkingstelling op hun grondgebied gedurende de in de eerste alinea genoemde periode van één kalendermaand.
Schrappen
Amendement 839
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 3 – inleidende formule
3.   Ten behoeve van de berekening van de in lid 2 bedoelde perioden van terbeschikkingstelling:
Schrappen
Amendement 840
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 3 – letter a
(a)   een dagelijkse werktijd van minder dan zes uur op het grondgebied van een gastlidstaat wordt beschouwd als een halve dag;
Schrappen
Amendement 841
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 3 – letter b
(b)   een dagelijkse werktijd van zes uur of langer op het grondgebied van een gastlidstaat wordt beschouwd als een volledige dag;
Schrappen
Amendement 842
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 3 – letter c
(c)  onderbrekingen, rusttijden en perioden van beschikbaarheid op het grondgebied van een gastlidstaat worden beschouwd als werktijd.
Schrappen
Amendement 843
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – inleidende formule
4.  De lidstaten mogen alleen de volgende administratieve eisen en controlemaatregelen opleggen:
4.  In afwijking van artikel 9 van Richtlijn 2014/67/EU mogen de lidstaten alleen de volgende administratieve eisen en controlemaatregelen opleggen:
Amendement 844
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter a – inleidende formule
a)  de verplichting voor een in een andere lidstaat gevestigde wegvervoerondernemer om uiterlijk bij aanvang van de terbeschikkingstelling een verklaring van terbeschikkingstelling te sturen aan de nationale bevoegde autoriteiten, in elektronische vorm en in een officiële taal van de gastlidstaat of in het Engels, waarin alleen de volgende gegevens zijn opgenomen:
a)  de verplichting voor een in een andere lidstaat gevestigde wegvervoerondernemer om uiterlijk bij aanvang van de terbeschikkingstelling een verklaring en eventuele nieuwe versies daarvan in elektronische vorm bij de nationale bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin een bestuurder ter beschikking is gesteld in te dienen met behulp van het informatiesysteem voor de interne markt (IMI) als opgezet bij Verordening (EU) nr. 1024/2012, in een officiële taal van de Europese Unie, waarin alleen de volgende gegevens zijn opgenomen:
Amendement 845
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter a – punt i
i)  de identiteit van de wegvervoeronderneming;
i)  de identiteit van de wegvervoeronderneming, middels haar intracommunautaire btw-identificatienummer of het nummer van haar communautaire vergunning;
Amendement 846
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter a – punt iii
iii)  het verwachte aantal ter beschikking gestelde bestuurders en hun identiteit;
iii)  informatie over de ter beschikking gestelde bestuurder, waaronder: de identiteit, het land van verblijf, het land van afdracht van sociale bijdragen, het socialezekerheidsnummer en het rijbewijsnummer;
Amendement 847
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter a – punt iv
iv)  de verwachte duur, de voorgenomen begin- en einddatum van de terbeschikkingstelling;
iv)  de voorgenomen begindatum, de geschatte duur en de einddatum van de terbeschikkingstelling en de wetgeving die van toepassing is op de arbeidsovereenkomst;
Amendement 848
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter a – punt iv bis (nieuw)
iv bis)  voor de wegvervoerders: de identiteit en de contactgegevens van de ontvangers, mits de vervoeronderneming geen elektronische vrachtbrief (e-CMR) gebruikt;
Amendement 849
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter a – punt vi bis (nieuw)
vi bis)  voor de wegvervoerders: het adres/de adressen waar wordt geladen en gelost, mits de vervoeronderneming geen elektronische vrachtbrief (e-CMR) gebruikt.
Amendement 850
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter b
b)  de verplichting voor de bestuurder om in het voertuig een papieren of elektronische kopie te bewaren van de verklaring van terbeschikkingstelling en een bewijs dat het vervoer plaatsvindt in de gastlidstaat, zoals een elektronische vrachtbrief (e-CMR) of een in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad bedoeld bewijs, en om die tijdens een wegcontrole op verzoek beschikbaar te stellen;
b)  de verplichting voor de wegvervoeronderneming om ervoor te zorgen dat de bestuurder, wanneer daarom bij een wegcontrole wordt gevraagd, in het voertuig beschikt over een papieren of elektronische kopie van de verklaring en een bewijs dat het vervoer plaatsvindt in de gastlidstaat, zoals een elektronische vrachtbrief (e-CMR) of een in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad bedoeld bewijs.
Amendement 851
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter c
c)  de verplichting voor de bestuurder om in het voertuig de tachograafgegevens te bewaren, met name de landencodes van de lidstaten waar de bestuurder zich bevond tijdens internationaal vervoer over de weg of cabotage, en om die tijdens een wegcontrole op verzoek beschikbaar te stellen;
c)  de verplichting voor de wegvervoeronderneming om ervoor te zorgen dat de bestuurder, wanneer daarom bij een wegcontrole wordt verzocht, beschikt over de tachograafgegevens, met name de landencodes van de lidstaten waar de bestuurder zich bevond tijdens internationaal vervoer over de weg of cabotage;
Amendement 852
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter c bis (nieuw)
c bis)  de mogelijkheid voor de bestuurder om tijdens een in punt b) en c) van dit artikel bedoelde wegcontrole contact op te nemen met het hoofdkantoor, de vervoersmanager of een andere persoon of entiteit die de gevraagde documenten kan aanleveren;
Amendement 854
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter d
d)  de verplichting voor de bestuurder om in het voertuig een papieren of elektronische kopie te bewaren van de arbeidsovereenkomst of een gelijkwaardig document in de zin van artikel 3 van Richtlijn 91/533/EEG20 van de Raad, vertaald in een officiële taal van de gastlidstaat of in het Engels, en om die tijdens een wegcontrole op verzoek beschikbaar te stellen;
Schrappen
__________________
20 Richtlijn 91/533/EEG van de Raad van 14 oktober 1991 betreffende de verplichting van de werkgever om de werknemer te informeren over de voorwaarden die op zijn arbeidsovereenkomst of -verhouding van toepassing zijn (PB L 288 van 18.10.1991, blz. 32).
Amendement 855
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter e
e)  de verplichting voor de bestuurder om tijdens een wegcontrole op verzoek een papieren of elektronische kopie van de loonstroken van de laatste twee maanden beschikbaar te stellen; de bestuurder mag tijdens een wegcontrole contact opnemen met het hoofdkantoor, de vervoersmanager of een andere persoon of entiteit die deze kopie kan bezorgen;
Schrappen
Amendement 853
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 4 – letter f
f)  de verplichting voor de wegvervoeronderneming om na de periode van terbeschikkingstelling papieren of elektronische kopieën van de onder b), c) en e) genoemde documenten beschikbaar te stellen op verzoek van de autoriteiten van de gastlidstaat, binnen een redelijke termijn.
f)   de verplichting voor de wegvervoeronderneming om na de periode van terbeschikkingstelling via de openbare IMI-interface [...] kopieën van de onder b) en c) genoemde documenten te versturen op verzoek van de autoriteiten van de lidstaat waarin een bestuurder ter beschikking is gesteld, alsmede documentatie over de beloning van ter beschikking gestelde bestuurders in verband met de periode van terbeschikkingstelling en hun arbeidsovereenkomst of een gelijkwaardig document in de zin van artikel 3 van Richtlijn 91/533/EEG van de Raad1 bis, arbeidstijdenoverzichten van het werk van de bestuurder en betalingsbewijzen.
De wegvervoeronderneming verstrekt de documentatie waarom is verzocht binnen twee maanden na indiening van het verzoek via de openbare IMI-interface.
Wanneer de wegvervoeronderneming niet binnen de vastgestelde termijn alle documentatie waarom is verzocht via de openbare IMI-interface overlegt, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de terbeschikkingstelling heeft plaatsgevonden overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2014/67 verzoeken om bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging van de onderneming. Indien een dergelijk verzoek via het IMI wordt gedaan, hebben de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging van de onderneming toegang tot de verklaring van terbeschikkingstelling en andere relevante informatie die door de onderneming via de openbare IMI-interface is ingediend.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging van de onderneming zorgen ervoor dat de documenten waarom is verzocht door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de terbeschikkingstelling heeft plaatsgevonden binnen 25 werkdagen na indiening van het verzoek via het IMI worden verstrekt.
__________________
1 bis Richtlijn 91/533/EEG van de Raad van 14 oktober 1991 betreffende de verplichting van de werkgever de werknemer te informeren over de voorwaarden die op zijn arbeidsovereenkomst of -verhouding van toepassing zijn (PB L 288 van 18.10.1991, blz. 32).
Amendement 856
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 5
5.  Voor de toepassing van lid 4, onder a), mag de wegvervoerondernemer een verklaring van terbeschikkingstelling indienen voor een periode van maximaal zes maanden.
5.  Voor de toepassing van lid 4, onder a), mag de wegvervoerondernemer een verklaring indienen voor een periode van maximaal zes maanden.
Amendement 857
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 5 bis (nieuw)
5 bis.  De informatie uit de verklaring wordt voor een periode van 18 maanden bewaard in het register van het IMI met het oog op controles, en is rechtstreeks en onmiddellijk toegankelijk voor alle bevoegde instanties van andere lidstaten, die zijn aangewezen volgens artikel 3 van Richtlijn 2014/67/EU, artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1071/2009 en artikel 7 van Richtlijn 2006/22/EG.
De nationale bevoegde autoriteit mag de sociale partners overeenkomstig het nationale recht en de nationale praktijken toegang verlenen tot de verstrekte informatie, mits de informatie:
—  verband houdt met de terbeschikkingstelling op het grondgebied van de betrokken lidstaat;
—  wordt gebruikt met het oog op de handhaving van de regels inzake terbeschikkingstelling;
—  de verwerking van de gegevens in overeenstemming is met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.
Amendement 858
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 5 ter (nieuw)
5 ter.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om een gestandaardiseerd formulier in alle officiële talen van de Unie op te stellen dat zal worden gebruikt om verklaringen in te dienen via de openbare IMI-interface, specificeert de functies van de verklaring in het IMI en de manier waarop de in lid 4, onder a), i) t/m vi bis), bedoelde informatie moet worden gepresenteerd in de verklaring en ziet erop toe dat die informatie uit de verklaringen automatisch wordt vertaald in een taal van de gastlidstaat. De uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 2 bis, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 859
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 5 quater (nieuw)
5 quater.   De lidstaten voorkomen bij de uitvoering van de controlemaatregelen onnodige vertragingen die de duur en de data van de terbeschikkingstelling kunnen beïnvloeden.
Amendement 860
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 5 quinquies (nieuw)
5 quinquies.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten werken nauw samen, verlenen elkaar wederzijdse bijstand en verstrekken alle relevante informatie, onder de in Richtlijn 2014/67/EU en in Verordening (EG) nr. 1071/2009 gestelde voorwaarden.
Amendement 861
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 bis (nieuw)
Artikel 2 bis
1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) nr. 165/2014 ingestelde comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Amendement 862
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 ter (nieuw)
Artikel 2 ter
De lidstaten voorzien in sancties tegen verzenders, expediteurs, contractanten en subcontractanten wegens niet-naleving van artikel 2 van deze richtlijn, wanneer ze weten of, rekening houdend met alle relevante omstandigheden, zouden moeten weten dat de vervoersdiensten waartoe zij opdracht geven een inbreuk vormen op deze richtlijn.
De lidstaten stellen de regels voor sancties vast die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze richtlijn en nemen alle maatregelen die nodig zijn om de toepassing van die sancties te garanderen. Die sancties moeten doeltreffend, evenredig, afschrikkend en niet-discriminerend zijn.
Amendement 863
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 quater (nieuw)
Artikel 2 quater
De Commissie voert een beoordeling uit van de bestaande instrumenten en optimale werkmethoden waarmee maatschappelijk verantwoord gedrag van alle deelnemers aan de toeleveringsketen voor goederen wordt gestimuleerd en doet vóór [twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] een wetgevingsvoorstel om een Europees vertrouwensplatform op te zetten, als daar behoefte aan is.
Amendement 864
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 quinquies (nieuw)
Artikel 2 quinquies
Slimme handhaving
1.   Onverminderd Richtlijn 2014/67/EU en om de verplichtingen op grond van artikel 2 van deze richtlijn verder te handhaven, zorgen de lidstaten ervoor dat er op hun grondgebied een samenhangende nationale handhavingsstrategie wordt toegepast. Deze strategie is vooral gericht op ondernemingen met een hoge risicoclassificatie als bedoeld in artikel 9 van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad.
2.   Elke lidstaat zorgt ervoor dat de controles als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2006/22/EG in voorkomend geval ook een controle op terbeschikkingstelling omvatten en dat deze controles op niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd, met name zonder discriminatie op basis van de nummerplaten van voertuigen die worden gebruikt voor de terbeschikkingstelling.
3.   De lidstaten richten hun controles op ondernemingen die geclassificeerd zijn als ondernemingen met een verhoogd risico op inbreuken op de bepalingen van artikel 2 van deze richtlijn, die op hen van toepassing zijn. Daartoe behandelen de lidstaten, in het kader van het risicoclassificatiesysteem dat door hen is ingesteld overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad en dat is uitgebreid overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad, het risico op dergelijke inbreuken als een risico op zich.
4.   Voor de toepassing van lid 3 hebben de lidstaten toegang tot relevante informatie en gegevens die zijn geregistreerd, verwerkt of opgeslagen door de in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 165/2014 bedoelde slimme tachograaf, de in artikel 2, lid 4, van deze richtlijn bedoelde verklaringen van terbeschikkingstelling en elektronische vervoersdocumenten, zoals elektronische vrachtbrieven in het kader van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (eCMR).
5.   De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de kenmerken van de gegevens waartoe de lidstaten toegang hebben, de voorwaarden voor het gebruik ervan en de technische specificaties voor de doorgifte ervan of voor de toegang ertoe, en met name:
a)   een gedetailleerde lijst van informatie en gegevens waartoe de nationale bevoegde autoriteiten toegang hebben, die ten minste de tijd en plaats van grensoverschrijdingen, laad- en losverrichtingen, de kentekenplaat van het voertuig en de bestuurdersgegevens omvat;
b)   de toegangsrechten van de bevoegde autoriteiten, zo nodig gedifferentieerd naar het soort bevoegde autoriteiten, het soort toegang en het doel waarvoor de gegevens worden gebruikt;
c)   de technische specificaties voor de doorgifte van of de toegang tot de onder a) bedoelde gegevens, in voorkomend geval met inbegrip van de maximale duur van bewaring van de gegevens, zo nodig gedifferentieerd naar het soort gegevens.
6.   Persoonsgegevens als bedoeld in dit artikel worden niet langer ingezien of opgeslagen dan strikt noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of waarvoor zij verder worden verwerkt. Persoonsgegevens die niet meer nodig zijn voor deze doeleinden worden vernietigd.
7.   Minstens drie keer per jaar verrichten de lidstaten gezamenlijke controles van terbeschikkingstelling langs de weg, die kunnen samenvallen met de controles die worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2006/22/EG. Dergelijke controles worden tegelijk uitgevoerd door de voor de handhaving van de regels op het gebied van terbeschikkingstelling bevoegde nationale autoriteiten van twee of meer lidstaten, elk op hun eigen grondgebied. De lidstaten wisselen informatie uit over het aantal en het type overtredingen dat is vastgesteld nadat de gezamenlijke controles langs de weg zijn uitgevoerd.
De samengevatte resultaten van de gezamenlijke controles worden openbaar gemaakt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.
Amendement 865
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 sexies (nieuw)
Artikel 2 sexies
Wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012
Aan de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 worden de volgende punten toegevoegd:
"12 bis. Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 en van Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad: Artikel 8
12 ter.   Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en tot vaststelling van specifieke regels met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor de terbeschikkingstelling van bestuurders in de wegvervoersector: artikel 2, lid 5.
Amendement 866
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3
Artikel 3
Rapportage en herziening
1.  De Commissie evalueert de uitvoering van deze richtlijn, met name het effect van artikel 2, uiterlijk [drie jaar na de omzettingsdatum van deze richtlijn] en brengt bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze richtlijn. Het verslag van de Commissie gaat indien nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.
1.  De lidstaten brengen jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de uitvoering van deze richtlijn, en met name over de uitvoering van de slimme handhaving als bedoeld in artikel 2 quinquies en de eventuele problemen bij de handhaving.
Om ervoor te zorgen dat de doeltreffendheid van de handhavingsinformatie kan worden beoordeeld, omvat het verslag informatie over de doeltreffendheid van:
—  de slimme tachograaf, als bedoeld in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 165/2014;
—  het gebruik van IMI's, als bedoeld in artikel 2, leden 5 bis en 5 ter, van deze richtlijn;
—  het gebruik van elektronische vervoersdocumenten, zoals elektronische vrachtbrieven, volgens het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (eCMR);
—  de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten via het ERRU en het IMI, evenals informatie over de doeltreffendheid van de rechtstreekse en onmiddellijke toegang van de autoriteiten tot zowel het ERRU als het IMI via de EU-applicatie tijdens controles langs de weg, als bedoeld in de artikelen 8 en 9 van Richtlijn 2006/22/EG; en
—  de uitvoering van het opleidingsprogramma dat erop gericht is bestuurders en alle andere bij de procedure betrokken actoren, met inbegrip van ondernemingen, overheden en inspecteurs, te helpen zich aan te passen aan de nieuwe regels en vereisten die voor hen gelden.
2.  Volgend op het in lid 1 bedoelde verslag verricht de Commissie geregeld een evaluatie van deze richtlijn en dient de resultaten daarvan in bij het Europees Parlement en de Raad.
2.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de vorm van de verslaglegging als bedoeld in lid 1 wordt gespecificeerd en richtsnoeren voor deze verslaglegging worden vastgesteld.
Deze uitvoeringshandelingen kunnen regels omvatten die vereisen dat de lidstaten de Commissie voorzien van gegevens over verkeersstromen en gegevens over de lidstaat van registratie van voertuigen die door tolheffingssystemen in de lidstaten worden verzameld, wanneer dergelijke gegevens bestaan, met het oog op de beoordeling van de doeltreffendheid van de handhaving van deze richtlijn.
3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde verslagen gaan indien nodig vergezeld van relevante voorstellen.
3.  Uiterlijk op 31 december 2025 dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering en effecten van deze richtlijn, met name met betrekking tot de doeltreffendheid van de handhaving, met inbegrip van een kosten-batenanalyse van het gebruik van weegsensoren voor de automatische registratie van laad-/losplaatsen. De Commissie laat haar verslag in voorkomend geval vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.
Amendement 867
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 bis (nieuw)
Artikel 3 bis
Opleiding
Teneinde de bepalingen van deze richtlijn na te leven, moeten zowel de Commissie als de lidstaten een alomvattend en geïntegreerd programma instellen voor opleiding inzake en aanpassing aan de nieuwe regels en vereisten, zowel voor bestuurders als voor alle andere partijen in de procedure: ondernemingen, overheidsinstanties en inspecteurs.
Amendement 868
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 – alinea 1
De lidstaten dienen uiterlijk tegen [...] [de omzettingstermijn dient zo kort mogelijk te zijn en mag in het algemeen niet meer dan twee jaar bedragen] de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.
De lidstaten stellen uiterlijk op 30 juli 2020 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan deze richtlijn te voldoen en maken deze bekend. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.
Amendement 869
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
De vervoersector is, vanwege zijn erkende zeer mobiele aard, vrijgesteld van de maatregelen die voortvloeien uit de wetgevingshandeling tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG totdat deze richtlijn van toepassing wordt.
Amendement 870
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 ter (nieuw)
De vervoersector is vrijgesteld van de maatregelen die voortvloeien uit de wetgevingshandeling tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG tot aan de inwerkingtreding van de handhavingsvoorschriften tot vaststelling van specifieke regels voor de vervoersector van deze richtlijn.

(1) Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

Laatst bijgewerkt op: 8 april 2019Juridische mededeling