Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/0122(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0205/2018

Ingediende teksten :

A8-0205/2018

Debatten :

PV 03/07/2018 - 18
CRE 03/07/2018 - 18
PV 27/03/2019 - 8
CRE 27/03/2019 - 8

Stemmingen :

PV 14/06/2018 - 7.8
CRE 14/06/2018 - 7.8
PV 04/07/2018 - 9.2
CRE 04/07/2018 - 9.2
Stemverklaringen
PV 04/04/2019 - 6.8
CRE 04/04/2019 - 6.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0340

Aangenomen teksten
PDF 249kWORD 91k
Donderdag 4 april 2019 - Brussel Voorlopige uitgave
Dagelijkse en wekelijkse rijtijden, minimumonderbrekingen en rusttijden en plaatsbepaling door middel van tachografen ***I
P8_TA-PROV(2019)0340A8-0205/2018

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 4 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 wat betreft de minimumeisen voor maximale dagelijkse en wekelijkse rijtijden, minimumonderbrekingen en dagelijkse en wekelijkse rusttijden, en Verordening (EU) nr. 165/2014 wat betreft positionering door middel van tachografen (COM(2017)0277 – C8-0167/2017 – 2017/0122(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0277),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 91, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0167/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 januari 2018(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio’s van 1 februari 2018(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0205/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 346
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
(1)  Goede arbeidsvoorwaarden voor bestuurders en eerlijke concurrentievoorwaarden voor wegvervoerondernemingen zijn uiterst belangrijk om te komen tot een veilige, efficiënte en sociaal verantwoordelijke wegvervoersector. Om dat proces te bevorderen is het essentieel dat de sociale EU-regelgeving in het wegvervoer duidelijk, geschikt en gemakkelijk toe te passen en te handhaven is, en dat ze in de hele Unie op een doeltreffende en consequente manier wordt uitgevoerd.
(1)  Goede arbeidsvoorwaarden voor bestuurders en eerlijke concurrentievoorwaarden voor wegvervoerondernemingen zijn uiterst belangrijk om te komen tot een veilige, efficiënte en sociaal verantwoordelijke, en niet-discriminerende wegvervoersector, die in staat is gekwalificeerde werknemers aan te trekken. Om dat proces te bevorderen is het essentieel dat de sociale EU-regelgeving in het wegvervoer duidelijk, evenredig, geschikt en gemakkelijk toe te passen en te handhaven is, en dat ze in de hele Unie op een doeltreffende en consequente manier wordt uitgevoerd.
Amendement 347
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
(2)  Bij de evaluatie van de effectiviteit en de efficiëntie van de uitvoering van de bestaande reeks sociale regels van de Unie in het wegvervoer, en met name Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad9, zijn een aantal tekortkomingen van het bestaande rechtskader aan het licht gekomen. Onduidelijke en ongeschikte regels voor de wekelijkse rusttijd, rustfaciliteiten en onderbrekingen bij een meervoudige bemanning en het gebrek aan regels inzake de terugkeer van bestuurders naar huis, leiden tot uiteenlopende interpretaties en handhavingspraktijken in de lidstaten. Verscheidene lidstaten hebben onlangs unilaterale maatregelen vastgesteld waardoor de rechtsonzekerheid en de ongelijke behandeling van bestuurders en ondernemingen nog is toegenomen.
(2)  Bij de evaluatie van de effectiviteit en de efficiëntie van de uitvoering van de bestaande reeks sociale regels van de Unie in het wegvervoer, en met name Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad9, zijn een aantal tekortkomingen bij de tenuitvoerlegging van het rechtskader aan het licht gekomen. Onduidelijke regels voor de wekelijkse rusttijd, rustfaciliteiten en onderbrekingen bij een meervoudige bemanning en het gebrek aan regels inzake de terugkeer van bestuurders naar huis of naar een andere, door de bestuurder gekozen locatie, leiden tot uiteenlopende interpretaties en handhavingspraktijken in de lidstaten. Verscheidene lidstaten hebben onlangs unilaterale maatregelen vastgesteld waardoor de rechtsonzekerheid en de ongelijke behandeling van bestuurders en ondernemingen nog is toegenomen.
De maximumrijtijd per dag en per week, zoals vastgelegd in Verordening (EG) nr. 561/2006, vormt daarentegen een doeltreffende bijdrage aan de verbetering van de sociale omstandigheden van bestuurders en aan de verkeersveiligheid in het algemeen, en daarom moeten er stappen worden ondernomen om de naleving ervan te waarborgen.
–––––––––––––––––––––––
––––––––––––––––––––––
9 Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 1).
9 Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 1).
Amendement 348
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)   Het is in het belang van de verkeersveiligheid en de handhaving dat alle bestuurders zich volledig bewust zijn van de regels op het gebied van rij- en rusttijden en de beschikbaarheid van rustfaciliteiten. Het is daarom passend voor de lidstaten om richtsnoeren op te stellen waarin deze verordening op een duidelijke en eenvoudige manier wordt weergegeven, nuttige informatie wordt verschaft over parkeer- en rustfaciliteiten en het belang van vermoeidheidsbestrijding wordt benadrukt.
Amendement 349
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 ter (nieuw)
(2 ter)   Het is in het belang van de verkeersveiligheid om vervoersondernemingen te stimuleren een veiligheidscultuur te creëren die het volgende omvat: beleid en procedures op het gebied van de veiligheid die worden vastgesteld door het hogere management, de inzet door het middenmanagement om het veiligheidsbeleid ten uitvoer te leggen en de bereidheid bij de werknemers om de veiligheidsvoorschriften in acht te nemen. Er moet een duidelijke focus komen op problemen met de veiligheid van het vervoer over de weg, waaronder vermoeidheid, aansprakelijkheid, routeplanning, roosters, betaling op basis van prestaties en "just in time"-management.
Amendement 350
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
(3)  De ex-postevaluatie van Verordening (EG) nr. 561/2006 heeft bevestigd dat de onsamenhangende en ondoelmatige handhaving van de sociale regelgeving van de Unie hoofdzakelijk te wijten was aan onduidelijke regels, inefficiënt gebruik van controle-instrumenten en onvoldoende administratieve samenwerking tussen de lidstaten.
(3)  De ex-postevaluatie van Verordening (EG) nr. 561/2006 heeft bevestigd dat de onsamenhangende en ondoelmatige handhaving van de sociale regelgeving van de Unie hoofdzakelijk te wijten was aan onduidelijke regels, inefficiënt en ongelijkwaardig gebruik van controle-instrumenten en onvoldoende administratieve samenwerking tussen de lidstaten, waardoor de versnippering van de Europese interne markt toeneemt.
Amendement 351
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  Duidelijke, geschikte en eenvormig gehandhaafde regels zijn ook van cruciaal belang om de beleidsdoelstelling inzake betere arbeidsvoorwaarden voor bestuurders te verwezenlijken, en met name te zorgen voor onvervalste concurrentie tussen ondernemers en bij te dragen tot meer verkeersveiligheid voor alle weggebruikers.
(4)  Duidelijke, geschikte en eenvormig gehandhaafde regels zijn ook van cruciaal belang om de beleidsdoelstelling inzake betere arbeidsvoorwaarden voor bestuurders te verwezenlijken, en met name te zorgen voor onvervalste en eerlijke concurrentie tussen ondernemers en bij te dragen tot meer verkeersveiligheid voor alle weggebruikers.
Amendement 352
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)   Nationale regels voor het wegvervoer moeten evenredig en gerechtvaardigd zijn en mogen de uitoefening van grondrechten die zijn gegarandeerd in het Verdrag, zoals het vrije verkeer van goederen en de vrijheid om diensten aan te bieden, niet belemmeren of minder aantrekkelijk maken, teneinde het concurrentievermogen van de Europese Unie te behouden of zelfs te vergroten.
Amendement 353/rev
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 ter (nieuw)
(4 ter)  Teneinde in heel Europa een gelijk speelveld te waarborgen op het gebied van wegvervoer, moet deze verordening van toepassing zijn op alle voertuigen van meer dan 2,4 ton die worden ingezet bij internationaal vervoer.
Amendement 354
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)   Goederenvervoer verschilt sterk van personenvervoer. Bestuurders van touringcars staan in nauw contact met hun passagiers en moeten in staat zijn flexibele pauzes in te lassen zonder de rijtijd te verlengen of de rusttijden en pauzes te verkorten.
Amendement 355
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
(6)  Bestuurders die betrokken zijn bij internationaal langeafstandsvervoer, zijn lange tijd weg van huis. Door de huidige voorschriften inzake de wekelijkse rusttijd worden die perioden onnodig verlengd. Het is dus wenselijk om de bepaling inzake de wekelijkse rusttijd zodanig aan te passen dat het voor bestuurders gemakkelijker is om in overeenstemming met de regels te rijden en toch de normale wekelijkse rusttijd thuis te nemen, en dat zij volledig worden gecompenseerd voor alle verkorte wekelijkse rusttijden. Ook moet worden bepaald dat ondernemers de werkzaamheden zodanig moeten plannen dat de bestuurders niet buitensporig lang van huis weg zijn.
(6)  Bestuurders die betrokken zijn bij internationaal langeafstandsvervoer, zijn lange tijd weg van huis. Door de huidige voorschriften inzake de wekelijkse rusttijd worden die perioden onnodig verlengd. Het is dus wenselijk om de bepaling inzake de wekelijkse rusttijd zodanig aan te passen dat het voor bestuurders gemakkelijker is om in overeenstemming met de regels te rijden en toch de normale wekelijkse rusttijd thuis of op een bestemming naar hun keuze te nemen, en dat zij volledig worden gecompenseerd voor alle verkorte wekelijkse rusttijden. Ook moet worden bepaald dat ondernemers de werkzaamheden zodanig moeten plannen dat de bestuurders niet buitensporig lang van huis weg zijn. Wanneer een bestuurder ervoor kiest zijn rust thuis te nemen, moet de vervoeronderneming de bestuurder de middelen verstrekken om terug te keren naar huis.
Amendement 356
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 bis (nieuw)
6 bis)   Wanneer het werk van een bestuurder voorspelbaar andere activiteiten voor de werkgever omvat dan zijn/haar professionele rijtaken, zoals laden/lossen, het vinden van een parkeerplek, onderhoud aan het voertuig, voorbereiden van de route, enz. moet de tijd die hij/zij nodig heeft om deze taken uit te voeren in aanmerking worden genomen bij het bepalen van zowel zijn/haar arbeidstijd als de mogelijkheid van passende rust en beloning.
Amendement 357
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 ter (nieuw)
(6 ter)   Om de arbeidsomstandigheden van bestuurders op de plaatsen van laden en lossen te beschermen, moeten eigenaars en exploitanten van dergelijke voorzieningen de bestuurder toegang bieden tot hygiënische voorzieningen.
Amendement 358
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 quater (nieuw)
(6 quater)  De snelle technologische vooruitgang leidt tot de ontwikkeling van steeds geavanceerdere autonome rijsystemen. In de toekomst zouden deze systemen een gedifferentieerd gebruik van voertuigen mogelijk kunnen maken waarbij geen bestuurder betrokken is. Dit kan leiden tot nieuwe operationele mogelijkheden, zoals "platooning" van vrachtwagens. Bijgevolg moet de bestaande wetgeving, met inbegrip van de voorschriften inzake rij- en rusttijden, worden aangepast, waarvoor vooruitgang op het niveau van de VN/ECE-werkgroep van essentieel belang is. De Commissie dient een evaluatieverslag in over het gebruik van autonome rijsystemen in de lidstaten, indien nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel om rekening te houden met de voordelen van technologieën voor zelfstandig rijden. Het doel van deze wetgeving is de verkeersveiligheid, een gelijk speelveld en goede arbeidsomstandigheden te garanderen en de EU tegelijkertijd in staat te stellen een pioniersrol te vervullen op het gebied van nieuwe innovatieve technologieën en praktijken.
Amendement 359
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  De interpretatie en tenuitvoerlegging van de voorschriften inzake de wekelijkse rusttijd verschillen van lidstaat tot lidstaat wat betreft de plaats waar de wekelijkse rusttijd moet worden genomen. Het is daarom aangewezen dat voorschrift toe te lichten om te waarborgen dat bestuurders over een passend verblijf beschikken als zij hun wekelijkse rusttijd buitenshuis nemen.
(7)  De interpretatie en tenuitvoerlegging van de voorschriften inzake de wekelijkse rusttijd verschillen van lidstaat tot lidstaat wat betreft de plaats waar de wekelijkse rusttijd moet worden genomen. Om te zorgen voor goede arbeidsomstandigheden en de veiligheid van bestuurders is het daarom aangewezen dat voorschrift toe te lichten om te waarborgen dat bestuurders over een kwalitatief hoogwaardig en gendervriendelijk verblijf of een andere door de bestuurder gekozen en door de werkgever betaalde locatie beschikken als zij hun wekelijkse rusttijd buitenshuis nemen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er voldoende veilige parkeerterreinen beschikbaar zijn die zijn afgestemd op de behoeften van de bestuurders.
Amendement 360
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  Speciale parkeerterreinen moeten alle faciliteiten hebben die nodig zijn voor goede rustomstandigheden, dat wil zeggen op onder andere sanitair, culinair en veiligheidsgebied.
Amendement 361
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 ter (nieuw)
(7 ter)  Passende rustfaciliteiten zijn van cruciaal belang om de arbeidsomstandigheden van bestuurders in de sector te verbeteren en de verkeersveiligheid op peil te houden. Aangezien rusten in de cabine kenmerkend is voor de vervoerssector en in bepaalde gevallen wenselijk is vanuit het oogpunt van comfort en geschiktheid, moeten bestuurders hun rust kunnen nemen in het voertuig, indien het voertuig voorzien is van passende slaapfaciliteiten. Daarom mag de aanleg van speciale parkeerterreinen niet onevenredig worden gehinderd of bemoeilijkt door de lidstaten.
Amendement 362
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 quater (nieuw)
(7 quater)  De herziene TEN-V-richtsnoeren voorzien in de ontwikkeling van parkeerterreinen langs snelwegen op ongeveer elke 100 km met parkeerplaatsen voor commerciële weggebruikers met een passend veiligheids- en beveiligingsniveau, en de lidstaten moeten dan ook worden aangespoord om de TEN-V-richtsnoeren ten uitvoer te leggen en voldoende steun te verlenen aan en te investeren in veilige en op passende wijze aangepaste parkeerterreinen.
Amendement 363
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 quinquies (nieuw)
(7 quinquies)  Teneinde hoogwaardige en betaalbare rustfaciliteiten te bieden, moeten de Commissie en de lidstaten de oprichting van sociale, commerciële, openbare en andere ondernemingen voor de exploitatie van speciale parkeerterreinen bevorderen.
Amendement 364
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)  Bij vele wegvervoersactiviteiten binnen de Unie wordt voor een gedeelte van de rit gebruikgemaakt van veerboten en treinen. Voor dergelijke activiteiten zouden daarom duidelijke, passende bepalingen betreffende rusttijden en onderbrekingen moeten worden vastgesteld.
Amendement 365
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis)  Teneinde een doeltreffende handhaving te kunnen garanderen, is het van essentieel belang dat de bevoegde instanties bij wegcontroles kunnen nagaan of de rij- en rusttijden naar behoren zijn nageleefd op de dag van de controle en tijdens de voorafgaande 56 dagen.
Amendement 366
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 ter (nieuw)
(9 ter)   Om te waarborgen dat de regels duidelijk, eenvoudig te begrijpen en handhaafbaar zijn, moet er informatie toegankelijk worden gemaakt voor de bestuurders. Dit moet worden bereikt door middel van coördinatie door de Commissie. Bestuurders moeten ook informatie ontvangen over rustplaatsen en veilige parkeerterreinen zodat ze hun ritten beter kunnen plannen. Daarnaast moet er door middel van coördinatie door de Commissie een hotline worden opgericht om de controlediensten te waarschuwen in geval van buitensporige druk op bestuurders, fraude of illegaal gedrag.
Amendement 367
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 quater (nieuw)
(9 quater)  In artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1071/2009 worden de lidstaten verplicht een algemene indeling van inbreuken toe te passen bij de beoordeling van de betrouwbaarheid. De lidstaten moeten alle noodzakelijke maatregelen nemen om te waarborgen dat de nationale regels inzake sancties die van toepassing zijn op inbreuken op grond van Verordening (EG) nr. 561/2006 en Verordening (EU) nr. 165/2014 op doeltreffende, evenredige en ontmoedigende wijze ten uitvoer worden gelegd. Er zijn verdere maatregelen nodig om te waarborgen dat alle door de lidstaten toegepaste sancties niet-discriminerend zijn en evenredig zijn aan de ernst van de inbreuk.
Amendement 368
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
(11)  Om de kosteneffectiviteit van de handhaving van de sociale regelgeving te verbeteren, moet het potentieel van de huidige en de toekomstige tachograafsystemen ten volle worden benut. De functies van de tachograaf moeten derhalve worden verbeterd om preciezere positionering mogelijk te maken, met name bij internationaal vervoer.
(11)  Om de kosteneffectiviteit van de handhaving van de sociale regelgeving te verbeteren, moeten de huidige en slimme tachograafsystemen verplicht worden gesteld in het internationaal vervoer. De functies van de tachograaf moeten derhalve worden verbeterd om preciezere positionering mogelijk te maken.
Amendement 369
Voorstel voor een verordening
Overweging 11 bis (nieuw)
(11 bis)   Met het oog op de snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën en digitalisering in de economie van de Unie en de behoefte aan een gelijk speelveld voor bedrijven in het internationale wegvervoer moet de overgangsperiode voor de installatie van de slimme tachograaf in geregistreerde voertuigen worden bekort. Met behulp van slimme tachografen zullen controles eenvoudiger zijn, hetgeen het werk van nationale autoriteiten zal vergemakkelijken.
Amendement 370
Voorstel voor een verordening
Overweging 11 ter (nieuw)
(11 ter)   Rekening houdend met het wijdverbreide gebruik van smartphones en de voortdurende ontwikkeling van de bijbehorende functies, en met het oog op de stationering van Galileo, dat steeds meer mogelijkheden biedt voor lokalisatie in real time, die door veel mobiele telefoons al wordt gebruikt, moet de Commissie de mogelijkheid onderzoeken om een mobiele toepassing te ontwikkelen en te certificeren die dezelfde voordelen biedt als die door de slimme tachograaf worden geboden, tegen dezelfde kosten.
Amendement 371
Voorstel voor een verordening
Overweging 11 quater (nieuw)
(11 quater)  Om behoorlijke gezondheids- en veiligheidsnormen te kunnen waarborgen voor bestuurders moeten veilige parkeerterreinen en adequate sanitaire voorzieningen en kwaliteitsvolle accommodaties worden aangelegd of verbeterd. Binnen de Unie zou er een toereikend netwerk van parkeerterreinen moeten bestaan.
Amendement 372
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)  Is zich ervan bewust dat goederenvervoer sterk verschilt van personenvervoer. Bestuurders van touringcars staan in nauw contact met hun passagiers en voor hen moet in het kader van deze verordening worden voorzien in passender voorwaarden zonder de rijtijd te verlengen of de rusttijden en pauzes te verkorten. Daarom zal de Commissie evalueren of er voor deze sector specifieke regels kunnen worden vastgesteld, met name in het geval van ongeregeld vervoer als gedefinieerd in artikel 2, eerste alinea, punt 4 van Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten.
Amendement 373
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 2 – lid 1 – letter -a bis (nieuw)
-1)  aan artikel 2, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:
"(-a bis) van goederen in het internationaal vervoer waarbij de toegestane maximummassa van de voertuigen, dat van de aanhangwagens of opleggers inbegrepen, meer dan 2,4 ton bedraagt; of"
Amendement 374
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 3 – lid 1 – letter a bis
1 bis)  in artikel 3 is punt (a bis) vervangen door:
a bis)  voertuigen of combinaties van voertuigen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 7,5 ton die gebruikt worden voor het vervoer van materiaal, uitrusting of machines die de bestuurder nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep en die enkel binnen een straal van 100 km rond de vestigingsplaats van de onderneming worden gebruikt en op voorwaarde dat het besturen van het voertuig niet de hoofdactiviteit van de bestuurder is;
a bis)  voertuigen of combinaties van voertuigen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 7,5 ton die gebruikt worden voor het vervoer van materiaal, uitrusting of machines die de bestuurder nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep of voor het leveren van goederen die in de onderneming waar de bestuurder werkzaam is op ambachtelijke wijze zijn vervaardigd en die enkel binnen een straal van 150 km rond de vestigingsplaats van de onderneming worden gebruikt en op voorwaarde dat het besturen van het voertuig niet de hoofdactiviteit van de bestuurder is;
Amendement 375
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 3 – letter h bis (nieuw)
1 bis)  aan artikel 3 wordt het volgende punt toegevoegd:
"h bis) lichte bedrijfsvoertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van goederen, indien het vervoer niet wordt verzorgd voor rekening van derden, maar voor rekening van de onderneming of de bestuurder, en het besturen van het voertuig niet de hoofdactiviteit is van de persoon die het voertuig bestuurt;"
Amendement 376
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 4 – letter r
r)  "niet-commercieel vervoer": elk vervoer over de weg, anders dan vervoer voor rekening van derden of voor eigen rekening, waarvoor geen vergoeding wordt ontvangen en dat geen inkomsten genereert.";
r)  "niet-commercieel vervoer": elk vervoer over de weg, anders dan vervoer voor rekening van derden of voor eigen rekening, waarvoor geen vergoeding wordt ontvangen en dat geen inkomsten of omzet genereert.";
Amendement 377
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 4 – letter r bis (nieuw)
2 bis)   aan artikel 4 wordt het volgende punt toegevoegd:
"r bis) "thuis": het geregistreerde woonadres van een bestuurder in een lidstaat;";
Amendement 378
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 ter (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 5 – lid 1
2 ter)   artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:
1.  De minimumleeftijd van conducteurs wordt vastgesteld op 18 jaar.
"1. De minimumleeftijd van bestuurders wordt vastgesteld op 18 jaar.";
Amendement 379
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 8 – lid 6 – alinea 1
a)  in lid 6 wordt de eerste alinea vervangen door:
Schrappen
"6. Per periode van vier opeenvolgende weken moet een bestuurder ten minste:
a)  vier normale wekelijkse rusttijden, of
b)  twee normale wekelijkse rusttijden van ten minste 45 uur en twee verkorte wekelijkse rusttijden van ten minste 24 uur nemen.
Voor de toepassing van punt b) moeten de verkorte wekelijkse rusttijden evenwel worden gecompenseerd door een equivalente periode van rust die voor het einde van de derde week na de betrokken week en bloc moet worden genomen.
Amendement 381
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 8 – lid 7
7.  Rust die wordt genomen ter compensatie van een verkorte wekelijkse rusttijd moet onmiddellijk voorafgaand aan of aansluitend op een normale wekelijkse rusttijd van ten minste 45 uur worden genomen.";
7.  Rust die wordt genomen ter compensatie van een verkorte wekelijkse rusttijd moet aansluitend op een normale wekelijkse rusttijd van ten minste 45 uur worden genomen.
Amendement 382
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 8 – lid 8 bis – inleidende formule
8 bis.  De normale wekelijkse rusttijden en wekelijkse rusttijden van meer dan 45 uur ter compensatie van eerdere verkorte wekelijkse rusttijden, mogen niet in een voertuig worden genomen. Zij worden genomen in een passend verblijf met geschikte slaapfaciliteiten en sanitaire voorzieningen,
8 bis.  De normale wekelijkse rusttijden en wekelijkse rusttijden van meer dan 45 uur ter compensatie van eerdere verkorte wekelijkse rusttijden, mogen niet in een voertuig worden genomen. Zij worden genomen in een kwalitatief hoogstaand en gendervriendelijk verblijf buiten de cabine, met geschikte sanitaire voorzieningen en slaapfaciliteiten voor de bestuurder. Dat verblijf:
Amendement 383
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 8 – lid 8 bis – letter a
a)  dat ter beschikking wordt gesteld of betaald door de werkgever, of
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)
Amendement 384
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 8 – lid 8 bis – letter b
b)  thuis of op een andere privélocatie die door de bestuurder wordt gekozen.
b)  bij de bestuurder thuis of op een andere privélocatie die door de bestuurder wordt gekozen.
Amendement 385
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 8 – lid 8 ter – alinea 1
8 ter.  Een vervoeronderneming plant de werkzaamheden van een bestuurder zodanig dat deze per periode van drie opeenvolgende weken ten minste één normale wekelijkse rusttijd of een wekelijkse rusttijd van meer dan 45 uur ter compensatie van een verkorte wekelijkse rusttijd thuis kan nemen.
8 ter). Een vervoersonderneming plant de werkzaamheden van een bestuurder zodanig dat deze voor het einde van elke periode van vier opeenvolgende weken ten minste één normale wekelijkse rusttijd of een wekelijkse rusttijd van meer dan 45 uur ter compensatie van een verkorte wekelijkse rusttijd thuis of op een andere locatie naar keuze van de bestuurder kan nemen. De bestuurder informeert de vervoersonderneming schriftelijk uiterlijk twee weken voorafgaand aan een dergelijke rusttijd als deze plaatsvindt op een andere locatie dan bij de bestuurder thuis. Wanneer een bestuurder ervoor kiest zijn rust thuis te nemen, verstrekt de vervoersonderneming de bestuurder de nodige middelen om terug te keren naar huis. De onderneming licht toe hoe zij deze verplichting zal vervullen en houdt de documentatie bij op haar zetel om deze op verzoek ter beschikking te kunnen stellen van de controleautoriteiten.";
Amendement 386
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 8 – lid 8 ter – alinea 1 bis
aan artikel 8, lid 8 ter, wordt de volgende alinea toegevoegd:
"De bestuurder verklaart dat een normale wekelijkse rusttijd of een wekelijkse rusttijd van meer dan 45 uur die wordt genomen ter compensatie van een verkorte wekelijkse rusttijd, is genomen op een locatie naar keuze van de bestuurder. De verklaring wordt ter plaatse bij de onderneming bewaard.";
Amendement 380
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 8 – lid 9 bis (nieuw)
c bis)  de volgende alinea wordt toegevoegd:
9 bis)  Uiterlijk [twee jaar na inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] beoordeelt de Commissie of meer geschikte regels kunnen worden vastgesteld ten aanzien van bestuurders die ongeregeld vervoer verrichten van personen, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4 van Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten, en brengt daarvan verslag uit aan het Parlement en de Raad.
Amendement 387
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 8 bis (nieuw)
5 bis)  het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 8 bis
1.  Uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] delen de lidstaten de Commissie de locaties mede waar op hun grondgebied speciale parkeerterreinen (hierna "DPA's" genoemd) beschikbaar zijn, en delen zij nadien alle wijzigingen in deze gegevens mede. De Commissie vermeldt alle openbaar toegankelijke DPA's op één officiële website die regelmatig wordt geactualiseerd.
2.  Alle parkeerterreinen die minstens beschikken over de faciliteiten en voorzieningen zoals beschreven in bijlage 1 en die overeenkomstig lid 2 zijn gepubliceerd door de Commissie mogen bij hun ingang vermelden dat zij een DPA zijn.
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat er regelmatig willekeurige controles worden uitgevoerd om de overeenstemming van de kenmerken van parkeerterreinen met de criteria voor DPA's van de bijlage te controleren.
4.  De lidstaten onderzoeken klachten over gecertificeerde DPA's die niet aan de criteria van de bijlage voldoen.
5.  De lidstaten moedigen de aanleg van speciale parkeerterreinen aan overeenkomstig artikel 39, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 1315/2013.
De Commissie dient uiterlijk op 31 december 2020 een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de beschikbaarheid van geschikte rustfaciliteiten voor bestuurders en beveiligde parkeerfaciliteiten. Dit verslag gaat vergezeld van de ontwerpverordening waarin de in lid 4 van dit artikel bedoelde certificeringsnormen en ‑procedures voor DPA's zijn vastgelegd. Dit verslag wordt jaarlijks bijgewerkt op basis van informatie die de Commissie krachtens lid 5 verzamelt en bevat een lijst van voorgestelde maatregelen om het aantal en de kwaliteit van geschikte rustfaciliteiten voor bestuurders en beveiligde parkeerfaciliteiten te vergroten.";
Amendement 388
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 9 – lid 1
1.  In afwijking van artikel 8 mag, wanneer een bestuurder een voertuig begeleidt dat per veerboot of trein wordt vervoerd, en op voorwaarde dat hij een normale dagelijkse rusttijd of verkorte wekelijkse rusttijd neemt, die rusttijd hooguit tweemaal worden onderbroken door andere activiteiten die niet langer dan één uur duren. Tijdens die normale dagelijkse rusttijd of verkorte wekelijkse rusttijd moet de bestuurder kunnen beschikken over een bed of slaapbank.
1.  In afwijking van artikel 8 mag, wanneer een bestuurder een voertuig begeleidt dat per veerboot of trein wordt vervoerd, en op voorwaarde dat hij een normale dagelijkse rusttijd of verkorte wekelijkse rusttijd neemt, die rusttijd hooguit tweemaal worden onderbroken door andere activiteiten die niet langer dan één uur duren. Tijdens die normale dagelijkse rusttijd of verkorte wekelijkse rusttijd moet de bestuurder kunnen beschikken over een slaapcabine, bed of slaapbank.
Amendement 389
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 9 – lid 1 bis (nieuw)
6 bis)  in artikel 9 wordt het volgende lid ingevoegd:
"1 bis) De afwijking in lid 1 kan worden uitgebreid naar normale wekelijkse rusttijden wanneer de veerbootreis twaalf uur of langer duurt. Tijdens die wekelijkse rusttijd heeft de bestuurder toegang tot een slaapcabine.";
Amendement 390
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 10 – lid 1
6 bis)  artikel 10, lid 1, wordt vervangen door:
1.  Een vervoersonderneming mag bestuurders die zij in dienst heeft of die haar ter beschikking zijn gesteld, niet betalen, zelfs niet wanneer dit geschiedt in de vorm van premies of loontoeslagen naar gelang van de afgelegde afstand en/of de hoeveelheid vervoerde goederen, ingeval dergelijke betalingen van die aard zijn de verkeersveiligheid in gevaar te brengen en/of inbreuken op deze verordening aan te moedigen.
"1. Een vervoersonderneming mag bestuurders die zij in dienst heeft of die haar ter beschikking zijn gesteld, niet extra betalen, zelfs niet wanneer dit geschiedt in de vorm van premies of loontoeslagen naar gelang van de afgelegde afstand, de snelheid van de levering en/of de hoeveelheid vervoerde goederen, ingeval dergelijke betalingen inbreuken op deze verordening aanmoedigen.";
Amendement 391
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 12 – alinea 2
Mits de verkeersveiligheid niet in gevaar komt, mag de bestuurder afwijken van artikel 8, lid 2, en de tweede alinea van artikel 8, lid 6, om een geschikt verblijf zoals bedoeld in artikel 8, lid 8 bis, te kunnen bereiken voor het nemen van een dagelijkse of wekelijkse rusttijd. Een dergelijke afwijking mag niet leiden tot de overschrijding van de dagelijkse of wekelijkse rijtijden of tot verkorte dagelijkse of wekelijkse rusttijden. De bestuurder moet uiterlijk bij aankomst bij een geschikt verblijf de reden van een dergelijke afwijking met de hand aantekenen op het registratieblad of op een afdruk van zijn controleapparaat of in het dienstrooster.
Mits de verkeersveiligheid niet in gevaar komt, mag de bestuurder in uitzonderlijke gevallen afwijken van artikel 6, leden 1 en 2, na een rusttijd van 30 minuten, om binnen de twee uur het operationeel centrum van de werkgever waar de bestuurder normaal gezien gestationeerd is en waar de normale wekelijkse rusttijd van de bestuurder begint te kunnen bereiken. De bestuurder moet de reden van een dergelijke afwijking met de hand aantekenen op de afdruk van zijn controleapparaat. Deze periode van maximaal twee uur wordt gecompenseerd door een equivalente periode van rust, die tegen het einde van de derde week na de betrokken week en bloc in combinatie met een rusttijd moet worden genomen.
Amendement 392
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 13 – lid 1 – letter d
7 bis)  artikel 13, lid 1, onder d), wordt vervangen door:
d)  voertuigen of combinaties van voertuigen met een toegestane maximummasse van ten hoogste 7,5 ton, die worden gebruikt door leveranciers van de universele dienst als gedefinieerd in artikel 2, lid 13, van Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst voor het bezorgen van goederen in het kader van de universele dienst.
"d) voertuigen of combinaties van voertuigen met een toegestane maximummassa van ten hoogste 7,5 ton, die worden gebruikt door leveranciers van de universele dienst als gedefinieerd in artikel 2, lid 13, van Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst voor het bezorgen van postzendingen als gedefinieerd in artikel 2, lid 6, van Richtlijn 97/67/EG."
Amendement 393
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 ter (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 13 – lid 1 – letter e
7 ter)   artikel 13, lid 1, onder e), wordt vervangen door:
e)  voertuigen die uitsluitend rijden op eilanden waarvan de oppervlakte niet meer dan 2 300 km2 bedraagt en die niet met de rest van het nationale grondgebied zijn verbonden door een brug, een wad of een tunnel, geschikt voor het verkeer van motorvoertuigen;
"e) voertuigen die uitsluitend rijden op eilanden of regio's die geïsoleerd zijn van de rest van het nationale grondgebied en waarvan de oppervlakte niet meer dan 2 300 km2 bedraagt en die niet met de rest van het nationale grondgebied zijn verbonden door een brug, een wad of een tunnel, geschikt voor het verkeer van motorvoertuigen, en niet grenzen aan een andere lidstaat;";
Amendement 394
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 quater (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 13 – lid 1 – letter p bis (nieuw)
7 quater)  aan artikel 13, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
"p bis) voertuigen of combinaties van voertuigen met een toegestane maximummassa van hoogstens 44 ton, die worden ingezet door een bouwbedrijf binnen een straal van 100 km rond de vestigingsplaats van het bedrijf, op voorwaarde dat het besturen van de voertuigen niet de hoofdactiviteit van de bestuurder is;".
Amendement 395
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 14 – lid 2
2.  In dringende gevallen kunnen de lidstaten onder uitzonderlijke omstandigheden voor een periode van ten hoogste 30 dagen een tijdelijke uitzondering toestaan, die onmiddellijk ter kennis van de Commissie wordt gebracht.
2.  In dringende gevallen kunnen de lidstaten onder uitzonderlijke omstandigheden voor een periode van ten hoogste 30 dagen een tijdelijke uitzondering toestaan, die naar behoren wordt gerechtvaardigd en onmiddellijk ter kennis van de Commissie wordt gebracht.
Deze informatie wordt bekendgemaakt op een speciale openbare website die door de Commissie wordt onderhouden in alle EU-talen.
Amendement 396
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 15
De lidstaten zorgen ervoor dat bestuurders van de in artikel 3, onder a), omschreven voertuigen onder de toepassing vallen van nationale regels die een adequate bescherming bieden in de vorm van toegestane rijtijden en voorgeschreven onderbrekingen en rusttijden. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de relevante nationale regels die op dergelijke bestuurders van toepassing zijn.
De lidstaten zorgen ervoor dat bestuurders van de in artikel 3, onder a), omschreven voertuigen onder de toepassing vallen van nationale regels die een adequate bescherming bieden in de vorm van toegestane rijtijden en voorgeschreven onderbrekingen en rusttijden. Het is in het belang van de arbeidsomstandigheden van bestuurders en van de verkeersveiligheid en de handhaving dat de lidstaten voorzien in parkeerterreinen en rustplaatsen die in de winter sneeuw- en ijsvrij zijn, met name in de ultraperifere en/of perifere regio's van de Europese Unie.
Amendement 397
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 17 – lid 3 bis (nieuw)
9 bis)  In artikel 17 wordt het volgende lid ingevoegd:
"3 bis. Het verslag bevat een evaluatie van het gebruik van autonome rijsystemen in de lidstaten en de mogelijkheid voor de bestuurder om de periode waarin een autonome rijinrichting wordt geactiveerd, te registreren en gaat zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze verordening, met inbegrip van de nodige voorschriften voor de bestuurder om deze gegevens in de slimme tachograaf te registreren.";
Amendement 398
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 19 – lid 1
1.  De lidstaten stellen regelgeving vast inzake sancties voor inbreuken op deze verordening en op Verordening (EU) nr. 165/2014 en nemen alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering ervan. Die sancties dienen doeltreffend, in verhouding met de ernst als bepaald overeenkomstig bijlage III van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad12, en niet-discriminerend te zijn en een afschrikkende werking te hebben. Geen enkele inbreuk op deze verordening en op Verordening (EU) nr. 165/2014 mag aan meer dan één sanctie of procedure onderworpen worden. De lidstaten doen de Commissie uiterlijk op de in artikel 29, tweede alinea, vermelde datum mededeling van deze maatregelen en van de regelgeving inzake sancties. Zij delen eventuele latere wijzigingen van de bepalingen onmiddellijk mee. De Commissie stelt de lidstaten hiervan in kennis.
1.  De lidstaten stellen regelgeving vast inzake sancties voor inbreuken op deze verordening en op Verordening (EU) nr. 165/2014 en nemen alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering ervan. Die sancties dienen doeltreffend en in verhouding met de ernst van de inbreuken, zoals vermeld in bijlage III van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad12, en niet-discriminerend te zijn en een afschrikkende werking te hebben. Geen enkele inbreuk op deze verordening en op Verordening (EU) nr. 165/2014 mag aan meer dan één sanctie of procedure onderworpen worden. De lidstaten doen de Commissie uiterlijk op de in artikel 29, tweede alinea, vermelde datum mededeling van deze regels en maatregelen, samen met de op nationaal niveau gekozen methode en criteria voor de beoordeling van de evenredigheid. De lidstaten delen eventuele latere wijzigingen die van invloed zijn op de bepalingen onmiddellijk mee. De Commissie stelt de lidstaten in kennis van deze regels en maatregelen en van eventuele wijzigingen daarvan.
Deze informatie wordt bekendgemaakt op een speciale openbare website die door de Commissie wordt onderhouden in alle EU-talen, met gedetailleerde informatie over dergelijke sancties die van toepassing zijn in de lidstaten van de EU.
__________________
__________________
12 Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 35).
12 Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 35).
Amendement 399
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Verordening (EG) nr. 561/2006
Artikel 25 – lid 2
2.  In de gevallen bedoeld in lid 1 stelt de Commissie uitvoeringshandelingen inzake de gemeenschappelijke aanpak vast, overeenkomstig de adviesprocedure zoals bedoeld in artikel 24, lid 2.
2.  In de gevallen bedoeld in lid 1 stelt de Commissie uitvoeringshandelingen inzake de gemeenschappelijke aanpak voor de tenuitvoerlegging van deze verordening vast, overeenkomstig de adviesprocedure zoals bedoeld in artikel 24, lid 2.
Amendement 400
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 561/2006
Bijlage (nieuw)
12 bis)  De volgende bijlage wordt toegevoegd:
"Minimumvereisten voor de parkeerterreinen
Deel A: Dienstfaciliteiten
1)  Schone en werkende toiletten met waterkranen, regelmatig gecontroleerd:
—  tot 10 plaatsen: ten minste één toiletblok met vier toiletten;
—  van 10 tot 25 plaatsen: ten minste één toiletblok met acht toiletten;
—  van 25 tot 50 plaatsen: ten minste twee toiletblokken met elk tien toiletten;
—  van 50 tot 75 plaatsen: ten minste twee toiletblokken met elk vijftien toiletten;
—  van 75 tot 125 plaatsen: ten minste vier toiletblokken met elk vijftien toiletten;
—  meer dan 125 plaatsen: ten minste zes toiletblokken met elk vijftien toiletten.
2)  Schone en werkende douches, regelmatig gecontroleerd:
—  tot 10 plaatsen: ten minste één doucheblok met twee douches;
—  van 25 tot 50 plaatsen: ten minste twee doucheblokken met elk vijf douches;
—  van 50 tot 75 plaatsen: ten minste twee doucheblokken met elk tien douches;
—  van 75 tot 125 plaatsen: ten minste vier doucheblokken met elk twaalf douches;
—  meer dan 125 plaatsen: ten minste zes doucheblokken met elk vijftien douches.
3)  Toereikende toegang tot drinkwater;
4)  Geschikte kookgelegenheid, snackbar of restaurant;
5)  Winkel met diverse etenswaren, dranken enz. op de locatie of in de buurt;
6)  Toereikend aantal beschikbare vuilnisbakken met voldoende capaciteit;
7)  Schuilplaats tegen regen of zon bij parkeerterrein;
8)  Noodplan/-beheer beschikbaar / noodcontacten bekend bij het personeel;
9)  Redelijk aantal picknicktafels met banken of alternatieven;
10)  Speciale wifiservice;
11)  Reserverings-, betalings- en factureringssysteem zonder contant geld;
12)  Systeem voor de vermelding van de beschikbaarheid van plaatsen, zowel op de locatie als online;
13)  De faciliteiten zijn gendervriendelijk.
Deel B: Veiligheidskenmerken
1)  Een doorlopende scheiding van het parkeerterrein en de omgeving, zoals omheiningen of alternatieve slagbomen, die toevallige binnenkomst en opzettelijke onrechtmatige binnenkomst verhindert of de binnenkomst vertraagt;
2)  Alleen aan gebruikers van het vrachtwagenparkeerterrein en personeel wordt toegang verleend tot het parkeerterrein;
3)  Digitale opname (minstens 25 beelden per seconde) aanwezig; het systeem filmt ononderbroken of wordt door de bewegingsdetector geactiveerd;
4)  Er is een operationeel CCTV-systeem waarmee de volledige omheining bewaakt wordt en duidelijke opnames worden gemaakt van alle bewegingen die zich in de nabijheid van of naast de omheining voordoen (CCTV-opnamecontrole);
5)  Toezicht ter plaatse door patrouilles of anderszins;
6)  Criminele incidenten moeten aan het personeel van het vrachtwagenparkeerterrein en aan de politie worden gerapporteerd; indien mogelijk moet het voertuig in afwachting van instructies van de politie stil blijven staan;
7)  Te allen tijde verlichte rij- en voetgangersbanen;
8)  Voetgangersveiligheid op de speciale parkeerterreinen;
9)  Bewaking van het parkeergedeelte door passende en evenredige beveiligingscontroles;
10)  Duidelijk aangegeven telefoonnummer(s) van hulpdiensten.";
Amendement 401
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 1 – lid 1
-1)  Artikel 1, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
1.  Deze verordening bepaalt de verplichtingen en voorschriften met betrekking tot de constructie, de installatie, het gebruik, het testen en de controle van tachografen die in het wegvervoer worden gebruikt om de naleving van Verordening (EG) nr. 561/2006, Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad14 en Richtlijn 92/6/EEG van de Raad15 te verifiëren.
1.  Deze verordening bepaalt de verplichtingen en voorschriften met betrekking tot de constructie, de installatie, het gebruik, het testen en de controle van tachografen die in het wegvervoer worden gebruikt om de naleving van Verordening (EG) nr. 561/2006, Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad14, Richtlijn 92/6/EEG van de Raad15, Verordening (EG) nr. 1072/2009, Richtlijn 92/106/EEG van de Raad15 bis, Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor wat de terbeschikkingstelling van werknemers in het wegvervoer betreft, en de richtlijn houdende vaststelling van specifieke voorschriften met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor de terbeschikkingstelling van bestuurders in het wegvervoer te verifiëren.
__________________
__________________
14 Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 35).
14 Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 35).
15 Richtlijn 92/6/EEG van de Raad van 10 februari 1992 betreffende de installatie en het gebruik, in de Gemeenschap, van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen (PB L 57 van 2.3.1992, blz. 27).
15 Richtlijn 92/6/EEG van de Raad van 10 februari 1992 betreffende de installatie en het gebruik, in de Gemeenschap, van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen (PB L 57 van 2.3.1992, blz. 27).
15 bis Richtlijn 92/106/EEG van de Raad van 7 december 1992 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen Lid-Staten (PB L 368 van 17.12.1992, blz. 38).
Amendement 402
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt -1 bis (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 2 – lid 2 – letter h bis (nieuw)
-1 bis) In artikel 2, lid 2, wordt het volgende punt ingevoegd:
"h bis) "slimme tachograaf": een digitale tachograaf die gebruikmaakt van een positioneringsdienst op basis van een satellietnavigatiesysteem dat automatisch zijn positie bepaalt in overeenstemming met deze verordening;";
Amendement 403
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt -1 ter (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 3 – lid 4
-1 ter) Artikel 3, lid 4, wordt vervangen door:
4.  Vijftien jaar nadat nieuw ingeschreven voertuigen een tachograaf moeten hebben zoals bepaald in de artikelen 8, 9 en 10, worden voertuigen die in een andere lidstaat dan de lidstaat van inschrijving worden gebruikt, van zo'n tachograaf voorzien.
“4. Uiterlijk1 [PB: drie jaar na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] worden de volgende voertuigen voorzien van een slimme tachograaf:
a)  voertuigen die in een andere lidstaat dan de lidstaat van registratie worden gebruikt en die voorzien zijn van een analoge tachograaf;
b)  voertuigen die in een andere lidstaat dan de lidstaat van registratie worden gebruikt en die voorzien zijn van een digitale tachograaf die voldoet aan de voorschriften van bijlage IB bij Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad, die tot 30 september 2011 van toepassing waren; of
c)  voertuigen die in een andere lidstaat dan de lidstaat van registratie worden gebruikt en die voorzien zijn van een digitale tachograaf die voldoet aan de voorschriften van bijlage IB bij Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad, die sinds 1 oktober 2011 van toepassing zijn.”
__________________
Ervan uitgaande dat het wegenpakket in 2019 in werking treedt en het uitvoeringsbesluit van de Commissie voor versie 2 van de slimme tachograaf uiterlijk in 2019/2020 (zie artikel 11 hieronder), waarna een gefaseerde aanpak van de aanpassing wordt toegepast.";
Amendement 404
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt -1 quater (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 3 – lid 4 bis (nieuw)
-1 quater) In artikel 3 wordt het volgende lid ingevoegd:
"4 bis Uiterlijk [PB: vier jaar na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] worden alle voertuigen die in een andere lidstaat dan de lidstaat van registratie worden gebruikt en die voorzien zijn van een digitale tachograaf die voldoet aan bijlage IB bij Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad, die sinds 1 oktober 2012 van toepassing zijn, voorzien van een slimme tachograaf."
Amendement 405
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt -1 sexies (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 3 – lid 4 ter (nieuw)
-1 sexies) In artikel 3 wordt het volgende lid ingevoegd:
"4 ter. Uiterlijk [PB: vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] worden alle voertuigen die in een andere lidstaat dan de lidstaat van registratie worden gebruikt en die voorzien zijn van een slimme tachograaf die voldoet aan bijlage IC bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/7991 van de Commissie, voorzien van een slimme tachograaf."
____________________
1 Uitvoeringsverordening (EU) 2016/799 van de Commissie van 18 maart 2016 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de eisen voor de constructie, het testen, de installatie, de exploitatie en de reparatie van tachografen en tachograafonderdelen (PB L 139 van 26.5.2016, blz. 1).
Amendement 406
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt -1 sexies (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 4 – lid 2 – streepje 3 bis (nieuw)
-1 sexies) in artikel 4, lid 2, wordt het volgende streepje ingevoegd:
"– beschikken over voldoende geheugencapaciteit om alle gegevens op te slaan die krachtens deze verordening vereist zijn;";
Amendement 407
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt -1 septies (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 7 – lid 1
-1 septies) in artikel 7 wordt lid 1 vervangen door:
1.  De lidstaten zien erop toe dat persoonsgegevens in het kader van deze verordening alleen worden verwerkt om te controleren of deze verordening en Verordening (EG) nr. 561/2006 worden nageleefd en of de verwerking geschiedt overeenkomstig de Richtlijnen 95/46/EG en 2002/58/EG en onder toezicht van de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat in de zin van artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG.
"1. De lidstaten zien erop toe dat persoonsgegevens in het kader van deze verordening alleen worden verwerkt om te controleren of deze verordening en Verordening (EG) nr. 561/2006, Richtlijn 2002/15/EG, Richtlijn 92/6/EEG van de Raad, Richtlijn 92/106/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1072/2009, Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor zover de terbeschikkingstelling van werknemers in het wegvervoer betreft, en de richtlijn houdende vaststelling van specifieke voorschriften met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor wat de terbeschikkingstelling van werknemers in het wegvervoer betreft worden nageleefd en of de verwerking geschiedt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn 2002/58/EG en onder toezicht van de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat in de zin van artikel 51 van Verordening (EU) 2016/679.";
Amendement 408
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt -1 octies (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 7 – lid 2 – inleidende formule
-1 octies) In artikel 7 wordt de inleidende formule van lid 2 vervangen door:
2.  De lidstaten zien er met name op toe dat persoonsgegevens worden beschermd tegen ander gebruik dan het gebruik dat strikt verbonden is met deze verordening en Verordening (EG) nr. 561/2006, overeenkomstig lid 1 met betrekking tot:
2.  De lidstaten zien er met name op toe dat persoonsgegevens worden beschermd tegen ander gebruik dan het gebruik dat strikt verbonden is met deze verordening en Verordening (EG) nr. 561/2006, Richtlijn 2002/15/EG, Richtlijn 92/6/EEG van de Raad, Richtlijn 92/106/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1072/2009, Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor wat de terbeschikkingstelling van werknemers in het wegvervoer betreft, en de richtlijn houdende vaststelling van specifieke voorschriften met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor de detachering van werknemers in het wegvervoer overeenkomstig lid 1 met betrekking tot:
Amendement 409
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 8 – lid 1 – alinea 1 – streepje 2
–  iedere drie uur van de bij elkaar opgetelde rijtijd en telkens wanneer het voertuig de grens oversteekt;
–  iedere drie uur van de bij elkaar opgetelde rijtijd en telkens wanneer het voertuig de grens van een lidstaat oversteekt;
Amendement 410
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 8 – lid 1 – alinea 1 – streepje 2 bis (nieuw)
–  telkens wanneer laad- of losactiviteiten met betrekking tot het voertuig worden verricht;
Amendement 411
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 8 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
1 bis)  aan artikel 8, lid 1, wordt de volgende alinea ingevoegd:
"Om de controle op de naleving door de controleautoriteiten te vergemakkelijken, registreert de slimme tachograaf ook, indien het voertuig in het goederen- of personenvervoer is gebruikt, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 561/2006.";
Amendement 412
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 8 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)
1 ter)  aan artikel 8, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:
"Voertuigen die voor de eerste keer geregistreerd worden vanaf [24 maanden na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] worden uitgerust met een tachograaf overeenkomstig artikel 8, lid 1, eerste alinea, tweede streepje, en artikel 8, lid 1, tweede alinea, van deze verordening.";
Amendement 413/rev
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 quater (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 9 – lid 2
1 quater)  artikel 9, lid 2, wordt vervangen door:
2.  Vijftien jaar nadat nieuw ingeschreven voertuigen een tachograaf moeten hebben, zoals bepaald in dit artikel en in de artikelen 8 en 10, rusten de lidstaten hun controleautoriteiten in passende mate uit met apparatuur voor vroegtijdige detectie op afstand die noodzakelijk is om de in dit artikel bedoelde gegevensoverdracht mogelijk te maken, met inachtneming van hun specifieke handhavingsvoorschriften en -strategieën. Tot die tijd mogen de lidstaten besluiten of hun controleautoriteiten worden uitgerust met dergelijke vroegtijdige detectieapparatuur op afstand.
"2. Uiterlijk op [PB: één jaar na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] rusten de lidstaten hun controleautoriteiten in passende mate uit met apparatuur voor vroegtijdige detectie op afstand die noodzakelijk is om de in dit artikel bedoelde gegevensoverdracht mogelijk te maken, met inachtneming van hun specifieke handhavingsvoorschriften en -strategieën. Tot die tijd mogen de lidstaten besluiten of hun controleautoriteiten worden uitgerust met dergelijke vroegtijdige detectieapparatuur op afstand.";
Amendement 414
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 quinquies (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 9 – lid 3
1 quinquies)  artikel 9, lid 3 wordt vervangen door:
3.  De in lid 1 bedoelde communicatieverbinding met de tachograaf wordt uitsluitend tot stand gebracht door toedoen van het apparaat van de controleautoriteiten. Het apparaat wordt beveiligd, om de gegevensintegriteit en de legitimatie van het registratie- en controleapparaat te garanderen. Toegang tot de uitgewisselde gegevens wordt beperkt tot voor controle bevoegde autoriteiten die gemachtigd zijn inbreuken op Verordening (EG) nr. 561/2006 en deze verordening te controleren, en tot werkplaatsen voor zover het noodzakelijk is te controleren of de tachograaf goed functioneert.
"3. De in lid 1 bedoelde communicatieverbinding met de tachograaf wordt uitsluitend tot stand gebracht door toedoen van het apparaat van de controleautoriteiten. Het apparaat wordt beveiligd, om de gegevensintegriteit en de legitimatie van het registratie- en controleapparaat te garanderen. Toegang tot de uitgewisselde gegevens wordt beperkt tot voor controle bevoegde autoriteiten die gemachtigd zijn inbreuken op de in artikel 7, lid 1, vermelde rechtshandelingen van de Unie en deze verordening te controleren, en tot werkplaatsen voor zover het noodzakelijk is te controleren of de tachograaf goed functioneert.";
Amendement 415
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 sexies (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 11 – alinea 1
1 sexies)  in artikel 11 wordt alinea 1 vervangen door:
Om te waarborgen dat de slimme tachografen en voldoen aan de beginselen en vereisten van deze verordening stelt de Commissie, via uitvoeringshandelingen, gedetailleerde bepalingen vast die nodig zijn voor de eenvormige uitvoering van de artikelen 8, 9 en 10, maar geen bepalingen die de registratie van aanvullende gegevens door de tachograaf mogelijk maken. De uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
"Om te waarborgen dat de slimme tachografen en voldoen aan de beginselen en vereisten van deze verordening stelt de Commissie, via uitvoeringshandelingen, gedetailleerde bepalingen vast die nodig zijn voor de eenvormige uitvoering van de artikelen 8, 9 en 10, maar geen bepalingen die de registratie van aanvullende gegevens door de tachograaf mogelijk maken.
Uiterlijk ... [PB: 12 maanden na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast met gedetailleerde regels voor de registratie van de in artikel 8, lid 1, eerste alinea, tweede streepje, en artikel 8, lid 1, tweede alinea, bedoelde grensoverschrijdingen van voertuigen.
De uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.";
Amendement 416
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 septies (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 34 – lid 5 – letter b – punt iv
1 septies)  in artikel 34, lid 5, onder b), wordt punt iv) vervangen door:
iv)  onder het teken 20190404-P8_TA-PROV(2019)0340_NL-p0000002.png: onderbrekingen of rust.
"iv) onder het teken 20190404-P8_TA-PROV(2019)0340_NL-p0000003.png: onderbrekingen, rust, jaarlijks verlof of ziekteverlof;
onder het teken "veerboot/trein", naast het teken20190404-P8_TA-PROV(2019)0340_NL-p0000004.png: de op een veerboot of trein doorgebrachte rusttijd als vereist in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 561/2006."
Amendement 417
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 34 – lid 7 – alinea 1
7.  De bestuurder vermeldt in de digitale tachograaf het symbool van het land waar de werkperiode van de dag is begonnen en geëindigd, en bij aankomst op een geschikte stopplaats ook waar en wanneer hij in het voertuig een grens is overgestoken. Een lidstaat kan de bestuurder van voertuigen die op zijn grondgebied binnenlands vervoer verrichten echter verplichten bij het landsymbool nadere geografische gegevens te verstrekken, mits deze nadere geografische gegevens door de betrokken lidstaat vóór 1 april 1998 aan de Commissie zijn meegedeeld.
7.  Wanneer de tachograaf de grensoverschrijding niet automatisch kan registreren, vermeldt de bestuurder op de eerst mogelijke en beschikbare stopplaats het symbool van het land waar de werkperiode van de dag is begonnen en geëindigd, en waar en wanneer hij een grens is overgestoken. De code van het land na het overschrijden van een grens naar een nieuw land wordt in de tachograaf onder het kopje "BEGIN" vermeld. Een lidstaat kan de bestuurders van voertuigen die op zijn grondgebied binnenlands vervoer verrichten echter verplichten bij het landsymbool nadere geografische gegevens te verstrekken, mits deze nadere geografische gegevens door de betrokken lidstaat vóór 1 april 1998 aan de Commissie zijn meegedeeld.
Amendement 418
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 34 – lid 7 bis (nieuw)
2 bis)   Aan artikel 34 wordt het volgende lid toegevoegd:
"7 bis. Bestuurders krijgen een opleiding over het correcte gebruik van een tachograaf om de apparatuur volledig te kunnen gebruiken. De bestuurder is niet verantwoordelijk voor de kosten van de opleiding, die door de werkgever moet worden verstrekt."
Amendement 419
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 ter (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 34 – lid 7 ter (nieuw)
2 ter)   Aan artikel 34 wordt het volgende lid toegevoegd:
"7 ter. Zo veel mogelijk controleautoriteiten moeten worden opgeleid in het correct lezen en gebruiken van een tachograaf."
Amendement 420
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 quater (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 36 – lid 1 – punt i
2 quater)  in artikel 36, lid 1, wordt punt i) vervangen door:
i)   de registratiebladen van de lopende dag en die welke de bestuurder de voorgaande 28 dagen heeft gebruikt;
"i) de registratiebladen van de lopende dag en die welke de bestuurder de voorgaande 56 dagen heeft gebruikt;"
Amendement 421
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 quinquies (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 36 – lid 1 – punt iii
2 quinquies)  in artikel 36, lid 1, wordt punt iii) vervangen door:
iii)  alle handmatig opgetekende gegevens en alle afdrukken van de lopende dag en van de voorgaande 28 dagen, zoals vereist bij deze verordening en bij Verordening (EG) nr. 561/2006.
"iii) alle handmatig opgetekende gegevens en alle afdrukken van de lopende dag en van de voorgaande 56 dagen, zoals vereist bij deze verordening en bij Verordening (EG) nr. 561/2006."
Amendement 422
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 sexies (nieuw)
Verordening (EU) nr. 165/2014
Artikel 36 – lid 2 – punt ii
2 sexies)  artikel 36, lid 2, wordt punt ii), vervangen door:
ii)   alle handmatig opgetekende gegevens en alle afdrukken van de lopende dag en van de voorgaande 28 dagen, zoals vereist bij deze verordening en bij Verordening (EG) nr. 561/2006.
"ii) alle handmatig opgetekende gegevens en alle afdrukken van de lopende dag en van de voorgaande 56 dagen, zoals vereist bij deze verordening en bij Verordening (EG) nr. 561/2006."

(1) PB C 197 van 8.6.2018, blz. 45.
(2) PB C 176 van 23.5.2018, blz. 57.

Laatst bijgewerkt op: 8 april 2019Juridische mededeling