Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/0123(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0204/2018

Ingediende teksten :

A8-0204/2018

Debatten :

PV 03/07/2018 - 18
CRE 03/07/2018 - 18
PV 27/03/2019 - 8
CRE 27/03/2019 - 8

Stemmingen :

PV 14/06/2018 - 7.9
CRE 14/06/2018 - 7.9
PV 04/07/2018 - 9.3
CRE 04/07/2018 - 9.3
Stemverklaringen
PV 04/04/2019 - 6.9
CRE 04/04/2019 - 6.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0341

Aangenomen teksten
PDF 236kWORD 74k
Donderdag 4 april 2019 - Brussel Voorlopige uitgave
Aanpassing aan de ontwikkelingen in de wegvervoersector ***I
P8_TA-PROV(2019)0341A8-0204/2018

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 4 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1071/2009 en Verordening (EG) nr. 1072/2009 teneinde ze aan te passen aan de ontwikkelingen in de sector (COM(2017)0281 – C8-0169/2017 – 2017/0123(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0281),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 91, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0169/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité van 18 januari 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0204/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
(2)  Tenzij anders bepaald in nationale wetgeving, waren de regels inzake toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer tot dusver niet van toepassing op ondernemingen die uitsluitend vervoersactiviteiten uitvoerden met motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton of combinaties van voertuigen die dat maximum niet overschrijden. Het aantal van dergelijke ondernemingen, zowel op de nationale als internationale vervoersmarkten, gaat in stijgende lijn. Ten gevolge daarvan hebben verscheidene lidstaten besloten de regels inzake toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer, vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1071/2009 toe te passen op die ondernemingen. Teneinde aan de hand van gemeenschappelijke regels te zorgen voor een minimumniveau van professionalisering van de sector die voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton gebruikt en aldus de concurrentievoorwaarden tussen alle marktdeelnemers dichter bij elkaar te brengen, moet deze bepaling worden geschrapt; de eisen inzake werkelijke en duurzame vestiging en voldoende financiële draagkracht moeten daarentegen verplicht worden gesteld.
(2)  Tenzij anders bepaald in nationale wetgeving, waren de regels inzake toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer tot dusver niet van toepassing op ondernemingen die uitsluitend vervoersactiviteiten uitvoerden met motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van de aanhangwagens, van hoogstens 3,5 ton. Het aantal van dergelijke ondernemingen gaat in stijgende lijn. Ten gevolge daarvan hebben verscheidene lidstaten besloten de regels inzake toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer, vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1071/2009 toe te passen op die ondernemingen. Teneinde eventuele mazen te dichten en aan de hand van gemeenschappelijke regels te zorgen voor een minimumniveau van professionalisering van de sector die motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van de aanhangwagens, van 2,4 tot 3,5 ton gebruikt voor internationaal vervoer en aldus de concurrentievoorwaarden tussen alle marktdeelnemers dichter bij elkaar te brengen, moeten de eisen voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer voor iedereen op gelijke wijze van toepassing zijn, waarbij onevenredige administratieve lasten moeten worden vermeden. Aangezien deze verordening alleen van toepassing is op ondernemingen die goederen voor rekening van derden vervoeren, vallen ondernemingen die vervoer voor eigen rekening verrichten, niet onder deze bepaling.
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)  In haar effectbeoordeling raamt de Commissie dat bedrijven in de periode 2020-2035 tussen de 2,7 en 5,2 miljard EUR zullen besparen.
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat wegvervoersondernemingen die in een lidstaat zijn gevestigd, werkelijk en duurzaam in die lidstaat aanwezig zijn en hun bedrijfsactiviteiten vanuit die lidstaat uitvoeren. In het licht van de opgedane ervaring moeten de bepalingen inzake het bestaan van een werkelijke en duurzame vestiging dan ook worden verduidelijkt.
(4)  Om het verschijnsel van zogenaamde "brievenbusmaatschappijen" te bestrijden en eerlijke concurrentie en een gelijk speelveld op de interne markt te garanderen, zijn duidelijkere vestigingscriteria, intensievere monitoring en handhaving en een betere samenwerking tussen de lidstaten noodzakelijk. Wegvervoersondernemingen die in een lidstaat zijn gevestigd, moeten werkelijk en duurzaam in die lidstaat aanwezig zijn, hun vervoersactiviteiten daadwerkelijk vanuit die lidstaat uitvoeren en substantiële activiteiten vanuit die lidstaat verrichten. In het licht van de opgedane ervaring moeten de bepalingen inzake het bestaan van een werkelijke en duurzame vestiging dan ook worden verduidelijkt en verscherpt, waarbij onevenredige administratieve lasten moeten worden vermeden.
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  Aangezien ernstige schendingen van de regels van de Unie betreffende de detachering van werknemers en de wetgeving inzake contractuele verplichtingen, een aanzienlijk effect kunnen hebben op de eerlijke concurrentie op de wegvervoersmarkt en de sociale bescherming van werknemers, moeten dergelijke schendingen worden toegevoegd aan de punten die relevant zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheidsstatus.
(7)  Aangezien ernstige schendingen van de regels van de Unie betreffende de detachering van werknemers, cabotage en de wetgeving inzake contractuele verplichtingen, een aanzienlijk effect kunnen hebben op de eerlijke concurrentie op de wegvervoersmarkt en de sociale bescherming van werknemers, moeten dergelijke schendingen worden toegevoegd aan de punten die relevant zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheidsstatus.
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  Ondernemingen die goederenvervoer over de weg verrichten met uitsluitend motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton of combinaties van voertuigen die dat maximum niet overschrijden, moeten een minimumniveau van financiële draagkracht hebben teneinde te garanderen dat zij over de middelen beschikken om hun activiteiten op stabiele en duurzame basis te verrichten. Aangezien de activiteiten in kwestie meestal beperkt zijn in omvang, moeten de overeenkomstige eisen echter minder streng zijn dan die welke van toepassing zijn op exploitanten die gebruik maken van voertuigen of combinaties van voertuigen die het bovenvermelde maximum overschrijden.
(10)  Ondernemingen die goederenvervoer over de weg verrichten met uitsluitend motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van de aanhangwagens, van 2,4 tot 3,5 ton, en die internationale wegvervoersactiviteiten verrichten, moeten een minimale financiële draagkracht hebben teneinde te garanderen dat zij over de middelen beschikken om hun activiteiten op stabiele en duurzame basis te verrichten. Aangezien de activiteiten die met deze voertuigen worden verricht, meestal beperkt zijn in omvang, moeten de overeenkomstige eisen echter minder streng zijn dan die welke van toepassing zijn op exploitanten die gebruikmaken van voertuigen of combinaties van voertuigen die het bovenvermelde maximum overschrijden.
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
(11)  De informatie over vervoerders in de nationale elektronische registers moet zo volledig mogelijk zijn teneinde de bevoegde nationale autoriteiten die de relevante regels toepassen, een voldoende overzicht te bieden van de onderzochte vervoerders. Met name informatie over het registratiekenteken van de voertuigen waarover de vervoerder beschikt, het aantal werknemers dat hij in dienst heeft, zijn risicocategorie en financiële toestand moet betere nationale en grensoverschrijdende handhaving van de bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 1071/2009 en (EG) nr. 1072/2009 mogelijk maken. De regels betreffende het nationale elektronische register moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(11)  De informatie over vervoerders in de nationale elektronische registers moet volledig en actueel zijn teneinde de bevoegde nationale autoriteiten die de relevante regels toepassen, een voldoende overzicht te bieden van de onderzochte vervoerders. Met name informatie over het registratiekenteken van de voertuigen waarover de vervoerder beschikt, het aantal werknemers dat hij in dienst heeft en zijn risicocijfer, moet betere nationale en grensoverschrijdende handhaving van de bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 1071/2009 en (EG) nr. 1072/2009 en andere relevante Uniewetgeving mogelijk maken. Om ervoor te zorgen dat rechtshandhavers, waaronder functionarissen die controles langs de weg verrichten, een duidelijk en volledig overzicht hebben van de vervoerders die worden gecontroleerd, moeten zij rechtstreekse en realtimetoegang krijgen tot alle desbetreffende informatie. Daarom moeten de nationale elektronische registers echt interoperabel zijn en moeten de gegevens die hierin zijn opgenomen, rechtstreeks en in real time toegankelijk zijn voor alle aangewezen rechtshandhavers van alle lidstaten. De regels betreffende het nationale elektronische register moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
(13)  De regels betreffende nationaal vervoer dat op tijdelijke basis wordt verricht door niet-ingezeten vervoerders in een lidstaat van ontvangst ("cabotage"), moeten duidelijk, eenvoudig en gemakkelijk te handhaven zijn, waarbij het tot dusver bereikte niveau van liberalisering over het algemeen moet worden behouden.
(13)  De regels betreffende nationaal vervoer dat op tijdelijke basis wordt verricht door niet-ingezeten vervoerders in een lidstaat van ontvangst ("cabotage"), moeten duidelijk, eenvoudig en gemakkelijk te handhaven zijn.
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  Om de controle te vergemakkelijken en de onzekerheid weg te nemen, moet de beperking van het aantal cabotageritten na een internationale vervoersactiviteit worden afgeschaft en worden vervangen door een beperking van het aantal dagen dat voor dergelijke activiteiten beschikbaar is.
(14)  Om lege ritten te voorkomen moet cabotagevervoer, met specifieke beperkingen, worden toegestaan in de ontvangende lidstaat. Om de controle te vergemakkelijken en de onzekerheid weg te nemen, moet de beperking van het aantal cabotageritten na een internationale vervoersactiviteit worden afgeschaft en worden vervangen door een beperking van het aantal dagen dat voor dergelijke activiteiten beschikbaar is.
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Overweging 14 bis (nieuw)
(14 bis)  Om te voorkomen dat cabotagevervoer systematisch wordt verricht, waardoor een permanente of doorlopende activiteit zou kunnen ontstaan die de nationale markt verstoort, moet de periode die in één ontvangende lidstaat voor cabotagevervoer beschikbaar is, worden verkort. Bovendien mag het wegvervoerders niet worden toegestaan om binnen een bepaalde termijn in dezelfde ontvangende lidstaat opnieuw cabotagevervoer te verrichten zolang zij geen nieuw internationaal vervoer hebben verricht vanuit de lidstaat waar de onderneming is gevestigd. Deze bepaling laat de verrichting van internationaal vervoer onverlet.
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
(15)  De regels die wegvervoerders moeten volgen om aan te tonen dat zij de cabotageregels naleven, moeten worden verduidelijkt. Het gebruik en de verzending van elektronische vervoersinformatie moet daartoe worden erkend; dit moet de indiening van relevante bewijzen en de behandeling ervan door de bevoegde autoriteiten vergemakkelijken. Het formaat dat voor dat doel wordt gebruikt, moet de betrouwbaarheid en de authenticiteit garanderen. Aangezien in het vervoer en de logistiek steeds vaker gebruik wordt gemaakt van efficiënte elektronische uitwisseling van informatie, is het belangrijk ervoor te zorgen dat de regelgevingskaders en -bepalingen met betrekking tot de vereenvoudiging van de administratieve procedures coherent zijn.
(15)  Effectieve en efficiënte handhaving van de regels is een noodzakelijke voorwaarde voor eerlijke concurrentie op de interne markt. Een verdere digitalisering van de handhavingsinstrumenten is essentieel om handhavingscapaciteit vrij te maken, onnodige administratieve lasten voor internationale vervoerders en met name kleine en middelgrote ondernemingen te verminderen, zich beter te concentreren op vervoerders met een hoog risico en frauduleuze praktijken op te sporen. Opdat vervoersdocumenten papierloos worden, moet het gebruik van elektronische documenten in de toekomst de regel worden, met name de elektronische vrachtbrief in het kader van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (eCMR). De regels die wegvervoerders moeten volgen om aan te tonen dat zij de cabotageregels naleven, moeten worden verduidelijkt. Het gebruik en de verzending van elektronische vervoersinformatie moet daartoe worden erkend; dit moet de indiening van relevante bewijzen en de behandeling ervan door de bevoegde autoriteiten vergemakkelijken. Het formaat dat voor dat doel wordt gebruikt, moet de betrouwbaarheid en de authenticiteit garanderen. Aangezien in het vervoer en de logistiek steeds vaker gebruik wordt gemaakt van efficiënte elektronische uitwisseling van informatie, is het belangrijk ervoor te zorgen dat de regelgevingskaders en -bepalingen met betrekking tot de vereenvoudiging van de administratieve procedures coherent zijn.
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Overweging 15 bis (nieuw)
(15 bis)  De spoedige invoering van de slimme tachograaf is van het grootste belang, aangezien deze de handhavingsautoriteiten in staat zal stellen wegcontroles te verrichten om inbreuken en onregelmatigheden sneller en efficiënter vast te stellen, hetgeen tot een betere handhaving van deze verordening zou leiden.
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
(16)  De regels inzake internationaal vervoer zijn gericht tot vervoersondernemingen; deze ondernemingen moeten dan ook de gevolgen van eventuele schendingen van deze regels dragen. Om misbruiken te voorkomen door ondernemingen waaraan wegvervoerders hun vervoersdiensten uitbesteden, moeten de lidstaten ook voorzien in sancties voor bevrachters en expediteurs in geval zij bewust opdracht geven voor vervoersdiensten die schendingen inhouden van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1072/2009.
(16)  De regels inzake internationaal vervoer zijn gericht tot vervoersondernemingen; deze ondernemingen moeten dan ook de gevolgen van eventuele schendingen van deze regels dragen. Om misbruiken te voorkomen door ondernemingen waaraan wegvervoerders hun vervoersdiensten uitbesteden, moeten de lidstaten ook voorzien in sancties voor verzenders, bevrachters, expediteurs, contractanten en subcontractanten indien deze weten dat de vervoersdiensten waartoe zij opdracht geven, schendingen inhouden van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1072/2009. Wanneer ondernemingen die vervoersdiensten uitbesteden, deze diensten laten verrichten door vervoersondernemingen met een laag risicocijfer, moet hun aansprakelijkheid worden beperkt.
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Overweging 16 bis (nieuw)
(16 bis)   De voorgestelde Europese Arbeidsautoriteit [...] heeft tot doel de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de nationale bevoegde autoriteiten te ondersteunen en te vergemakkelijken met het oog op de effectieve handhaving van de betreffende Uniewetgeving. Ter ondersteuning en vergemakkelijking van de handhaving van deze verordening kan de Autoriteit een belangrijke rol spelen door de bevoegde autoriteiten bij te staan bij het uitwisselen van informatie, de lidstaten te ondersteunen bij capaciteitsopbouw door het uitwisselen en opleiden van personeel, en de lidstaten bij te staan bij het organiseren van gecoördineerde controles. Dit zou het wederzijdse vertrouwen tussen de lidstaten versterken, effectieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten bevorderen, en fraude en misbruik van de regels helpen bestrijden.
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Overweging 16 ter (nieuw)
(16 ter)   De wetgeving voor het wegvervoer moet worden aangescherpt om een goede toepassing en handhaving van de Rome I-verordening te garanderen zodat in arbeidscontracten wordt uitgegaan van de gebruikelijke werkplek van werknemers. De fundamentele voorschriften van Verordening (EG) nr. 1071/2009 om brievenbusmaatschappijen te bestrijden en passende vestigingscriteria voor ondernemingen te waarborgen, vormen een aanvulling op en houden rechtstreeks verband met de Rome I-verordening. Deze voorschriften moeten worden aangescherpt om de rechten van werknemers te garanderen als zij tijdelijk werkzaam zijn buiten het land van hun gebruikelijke werkplek, en om eerlijke concurrentie tussen vervoersondernemingen te waarborgen.
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a – punt i
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 1 – lid 4 – letter a
i)  punt a) wordt geschrapt;
i)  punt a) wordt vervangen door:
a)  ondernemingen die het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg uitsluitend uitoefenen met motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van de aanhangwagens, van minder dan 2,4 ton;
a bis)  ondernemingen die het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg uitsluitend uitoefenen met motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van de aanhangwagens, van minder dan 3,5 ton die uitsluitend nationale vervoersactiviteiten verrichten;
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a – punt ii
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 1 – lid 4 – letter b – alinea 2
Vervoer over de weg waarvoor geen vergoeding wordt ontvangen en dat geen inkomen creëert, zoals het vervoer van personen voor charitatieve doeleinden of strikt voor privégebruik, wordt beschouwd als vervoer dat uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden is bestemd;
Vervoer over de weg dat niet tot doel heeft winst te genereren voor de bestuurder of voor anderen, bijvoorbeeld wanneer de dienst wordt verleend op charitatieve of liefdadigheidsbasis, wordt beschouwd als vervoer dat uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden is bestemd;
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter b
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 1 – lid 6
b)  het volgende lid 6 wordt toegevoegd:
Schrappen
"6. Artikel 3, lid 1, onder b) en d), en de artikelen 4, 6, 8, 9, 14, 19 en 21, zijn niet van toepassing op ondernemingen die goederenvervoer over de weg verrichten met uitsluitend motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton of combinaties van voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton.
De lidstaten mogen echter:
a)  ondernemingen verplichten om sommige of alle van de in de eerste alinea bedoelde bepalingen toe te passen;
b)  het in de eerste alinea bedoelde maximum verlagen voor alle of voor sommige categorieën wegvervoersactiviteiten.";
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter a
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 5 – alinea 1 – letter a
"a) beschikken over gebouwen en/of terreinen waar zij de documenten inzake haar hoofdactiviteiten bewaart, met name de commerciële contracten, boekhoudkundige bescheiden, documenten inzake personeelsbeleid, arbeidsovereenkomsten, documenten met gegevens over de rij- en rusttijden en alle andere documenten waartoe de bevoegde instantie toegang moet krijgen om te kunnen controleren of aan de voorwaarden van deze verordening is voldaan;";
"a) beschikken over passende gebouwen en/of terreinen die in verhouding staan tot de activiteiten van de onderneming, waar zij toegang heeft tot de originelen van de documenten inzake haar hoofdactiviteiten, in elektronische of enige andere vorm, met name de commerciële contracten, boekhoudkundige bescheiden, documenten inzake personeelsbeleid, arbeidsovereenkomsten, socialezekerheidsdocumenten, documenten met gegevens over cabotage, detachering en rij- en rusttijden, en alle andere documenten waartoe de bevoegde instantie toegang moet krijgen om te kunnen controleren of aan de voorwaarden van deze verordening is voldaan;";
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter a bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 5 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)
a bis)  het volgende punt wordt ingevoegd:
"a bis) met de onder b) vermelde voertuigen in het kader van een vervoersovereenkomst ten minste één lading of lossing van goederen per vier weken verrichten in de lidstaat van vestiging;";
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter b
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 5 – alinea 1 – letter c
"c) haar administratieve en commerciële activiteiten effectief en permanent verrichten met passende administratieve uitrusting en voorzieningen in gebouwen en/of op terreinen die zich in die lidstaat bevinden;";
"c) haar administratieve en commerciële activiteiten effectief en permanent verrichten met passende uitrusting en voorzieningen in gebouwen en/of op terreinen als bedoeld onder a) die zich in die lidstaat bevinden;";
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter c
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 5 – alinea 1 – letter d
"d) de vervoersactiviteiten beheren die worden uitgevoerd met de onder b) vermelde voertuigen, met passende technische apparatuur die zich in die lidstaat bevindt;";
"d) effectief en doorlopend de vervoersactiviteiten beheren die worden uitgevoerd met behulp van de onder b) vermelde voertuigen, met passende technische apparatuur die zich in die lidstaat bevindt;";
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter d bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 5 – alinea 1 – letter f (nieuw)
d bis)  het volgende punt f) wordt toegevoegd:
"f) een duidelijke band tussen de verrichte vervoersactiviteiten en de lidstaat van vestiging hebben, over een exploitatievestiging beschikken en toegang hebben tot voldoende parkeerplaatsen voor regelmatig gebruik door de onder b) vermelde voertuigen;";
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter d ter (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 5 – alinea 1 – letter g (nieuw)
d ter)  het volgende punt g) wordt toegevoegd:
"g) bestuurders aanwerven en in dienst nemen volgens de wet die van toepassing is op arbeidsovereenkomsten van die lidstaat;";
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter d quater (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 5 – alinea 1 – letter h (nieuw)
d quater)  het volgende punt h) wordt toegevoegd:
"h) ervoor zorgen dat de vestiging de plaats is waar of van waaruit werknemers gewoonlijk hun arbeid verrichten in de zin van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad1 bis en/of het Verdrag van Rome.
_______________________
1 bis Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6)."
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter a – punt iii
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 6 – lid 3 – letter b
iii)  in de derde alinea, onder b), worden punten xi) en xii) toegevoegd:
iii)  in de derde alinea, onder b), worden punten xi), xii) en xiii) toegevoegd:
"xi) de detachering van werknemers;
"xi) de detachering van werknemers;
xii)  de wetgeving die van toepassing is op contractuele verplichtingen.
xii)  de wetgeving die van toepassing is op contractuele verplichtingen;
xiii)  cabotage.";
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter c
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 6 – lid 2 bis – alinea 2 – letter b
b)  de ernst van de inbreuken definiëren volgens het risico dat zij inhouden op overlijden of ernstige verwondingen en op concurrentieverstoring op de wegvervoersmarkt, onder meer door de werkomstandigheden van werknemers in het wegvervoer te ondermijnen;
b)  de ernst van de inbreuken definiëren volgens het risico dat zij inhouden op overlijden of ernstige verwondingen of op concurrentieverstoring op de wegvervoersmarkt, onder meer door de werkomstandigheden van werknemers in het wegvervoer te ondermijnen;
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 7 – lid 1 – alinea 1
"Om te voldoen aan artikel 3, lid 1, onder c), moet een onderneming op permanente basis in staat zijn haar financiële verplichtingen in het lopende boekjaar na te komen. De onderneming moet aan de hand van haar door een accountant of een daartoe naar behoren gemachtigde persoon gecertificeerde jaarrekeningen aantonen dat zij jaarlijks beschikt over eigen vermogen ter waarde van ten minste 9 000 EUR wanneer slechts één voertuig wordt gebruikt en 5 000 EUR per extra voertuig. Ondernemingen die goederenvervoer over de weg verrichten met uitsluitend motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton of combinaties van voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton, moeten op basis van door een accountant of een daartoe naar behoren gemachtigde persoon gecertificeerde jaarrekeningen aantonen dat zij elk jaar kunnen beschikken over eigen vermogen van minstens 1 800 euro wanneer slechts één voertuig wordt gebruikt en 900 euro per extra voertuig.";
"Om te voldoen aan artikel 3, lid 1, onder c), moet een onderneming op permanente basis in staat zijn haar financiële verplichtingen in het lopende boekjaar na te komen. De onderneming moet aan de hand van haar door een accountant of een daartoe naar behoren gemachtigde persoon gecertificeerde jaarrekeningen aantonen dat zij jaarlijks beschikt over eigen vermogen ter waarde van ten minste 9 000 EUR wanneer slechts één voertuig wordt gebruikt en 5 000 EUR per extra voertuig met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van de aanhangwagens, van meer dan 3,5 ton, en 900 EUR per extra voertuig met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van de aanhangwagens, tussen 2,4 en 3,5 ton. Ondernemingen die goederenvervoer over de weg verrichten met uitsluitend motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van de aanhangwagens, tussen 2,4 en 3,5 ton, moeten op basis van door een accountant of een daartoe naar behoren gemachtigde persoon gecertificeerde jaarrekeningen aantonen dat zij elk jaar kunnen beschikken over eigen vermogen van minstens 1 800 EUR wanneer slechts één voertuig wordt gebruikt en 900 EUR per extra voertuig.";
Amendement 137
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1
2.  Wanneer een onderneming niet over gecertificeerde jaarrekeningen beschikt, aanvaardt de bevoegde autoriteit, bij wijze van uitzondering op lid 1, dat die onderneming haar financiële draagkracht aantoont door middel van een certificaat, zoals een bankgarantie, een door een financiële instelling afgegeven document dat de onderneming toegang verschaft tot krediet, of een ander bindend document waaruit blijkt dat de onderneming over de in lid 1, eerste alinea, vermelde bedragen beschikt.
2.  Wanneer een onderneming niet over gecertificeerde jaarrekeningen beschikt, aanvaardt de bevoegde autoriteit, bij wijze van uitzondering op lid 1, dat die onderneming haar financiële draagkracht aantoont door middel van een certificaat, zoals een bankgarantie of een verzekering, inclusief een beroepsaansprakelijkheidsverzekering van één of meerdere banken of andere financiële instellingen, waaronder verzekeringsmaatschappijen, of een ander bindend document met een gezamenlijke en hoofdelijke garantie voor de onderneming ten aanzien van de in de eerste alinea van lid 1 vastgestelde bedragen.
Amendement 138
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 8 – lid 5
(5 bis)  artikel 8, lid 5, wordt vervangen door:
De lidstaten kunnen met tussenpozen van tien jaar periodieke bijscholing aanmoedigen met betrekking tot de in bijlage I genoemde onderwerpen, om te waarborgen dat vervoersmanagers op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in de sector.
De lidstaten kunnen met tussenpozen van drie jaar periodieke bijscholing aanmoedigen met betrekking tot de in bijlage I genoemde onderwerpen, om te waarborgen dat de in lid 1 bedoelde persoon of personen voldoende op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in de sector.
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 12 – lid 2 – alinea 2
(8)  artikel 12, lid 2, tweede alinea, wordt geschrapt;
(8)  artikel 12, lid 2, tweede alinea, wordt vervangen door:
De lidstaten voeren ten minste om de drie jaar controles uit om na te gaan of de ondernemingen aan de voorwaarden van artikel 3 voldoen.
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 14 – lid 2
(10 bis)   artikel 14, lid 2, wordt vervangen door:
2.  Zolang overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van nationaal recht geen rehabilitatiemaatregelen zijn getroffen, is het in artikel 8, lid 8, bedoelde getuigschrift van vakbekwaamheid van een ongeschikt verklaarde vervoersmanager in geen enkele lidstaat meer geldig.
2.  Zolang er overeenkomstig de betreffende bepalingen van nationaal recht geen rehabilitatiemaatregelen zijn getroffen, is het in artikel 8, lid 8, bedoelde getuigschrift van vakbekwaamheid van een ongeschikt verklaarde vervoersmanager in geen enkele lidstaat meer geldig. De Commissie stelt een lijst op van rehabilitatiemaatregelen waarmee de betrouwbaarheidsstatus kan worden hersteld.
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter a – punt i bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 16 – lid 2 – letter c
i bis)  punt c) wordt vervangen door:
c)  de namen van de vervoersmanagers die zijn aangewezen om te voldoen aan de vereisten inzake betrouwbaarheid en vakbekwaamheid of, in voorkomend geval, de naam van een juridische vertegenwoordiger;
c)  de namen van de vervoersmanagers die zijn aangewezen om te voldoen aan de in artikel 3 vastgestelde vereisten inzake betrouwbaarheid en vakbekwaamheid of, in voorkomend geval, de naam van een juridische vertegenwoordiger;
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter a – punt i
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 16 – lid 2 – letter h
h)  het aantal werknemers;
h)  het aantal mensen dat de onderneming gedurende het laatste kalenderjaar in dienst had;
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter a – punt i bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 16 – lid 2 – letter j bis (nieuw)
i bis)  het volgende punt j bis) wordt toegevoegd:
j bis)   arbeidsovereenkomsten van internationale bestuurders van de laatste zes maanden;
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter a – punt ii
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 16 – lid 2 – alinea 2
De lidstaten kunnen ervoor kiezen de gegevens als bedoeld in de eerste alinea, onder e) tot en met j), op te nemen in afzonderlijke registers. In dat geval zijn de relevante gegevens op verzoek beschikbaar of rechtstreeks toegankelijk voor alle bevoegde instanties van de betrokken lidstaat. De opgevraagde informatie wordt binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek verschaft. De onder a) tot en met d) van de eerste alinea bedoelde gegevens zijn openbaar toegankelijk, overeenkomstig de relevante bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens.
De onder a) tot en met d) van de eerste alinea bedoelde gegevens zijn openbaar toegankelijk, overeenkomstig de relevante bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens.
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter a – punt ii
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 16 – lid 2 – alinea 3
De gegevens als bedoeld in de eerste alinea, onder e) tot en met j), zijn alleen toegankelijk voor andere dan de bevoegde instanties, indien eerstgenoemde instanties naar behoren beschikken over controle- en sanctiebevoegdheden met betrekking tot het wegvervoer en de ambtenaren daarvan beëdigd zijn of een andere formele geheimhoudingsplicht hebben.
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter a – punt ii
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 16 – lid 2
"De lidstaten kunnen ervoor kiezen de gegevens als bedoeld in de eerste alinea, onder e) tot en met j), op te nemen in afzonderlijke registers. In dat geval zijn de relevante gegevens op verzoek beschikbaar of rechtstreeks toegankelijk voor alle bevoegde instanties van de betrokken lidstaat. De opgevraagde informatie wordt binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek verschaft. De onder a) tot en met d) van de eerste alinea bedoelde gegevens zijn openbaar toegankelijk, overeenkomstig de relevante bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens.
"De lidstaten kunnen ervoor kiezen de gegevens als bedoeld in de eerste alinea, onder e) tot en met j), op te nemen in afzonderlijke registers. In dat geval zijn de relevante gegevens op verzoek beschikbaar of rechtstreeks toegankelijk voor alle bevoegde instanties van de betrokken lidstaat. De opgevraagde informatie wordt binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek verschaft. De onder a) tot en met d) van de eerste alinea bedoelde gegevens zijn openbaar toegankelijk, overeenkomstig de relevante bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens.
De gegevens als bedoeld in de eerste alinea, onder e) tot en met j), zijn alleen toegankelijk voor andere dan de bevoegde instanties, indien eerstgenoemde instanties naar behoren beschikken over controle- en sanctiebevoegdheden met betrekking tot het wegvervoer en de ambtenaren daarvan beëdigd zijn of een andere formele geheimhoudingsplicht hebben.";
De gegevens als bedoeld in de eerste alinea, onder e) tot en met j), zijn alleen toegankelijk voor andere dan de bevoegde instanties, indien eerstgenoemde instanties naar behoren beschikken over controle- en sanctiebevoegdheden met betrekking tot het wegvervoer en de ambtenaren daarvan beëdigd zijn of een andere formele geheimhoudingsplicht hebben.
Voor de toepassing van artikel 14 bis van Verordening (EG) nr. 1072/2009 zijn de onder j) bedoelde gegevens op verzoek beschikbaar voor verzenders, expediteurs, contractanten en subcontractanten.";
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter b bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 16 – lid 5
b bis)  lid 5 wordt vervangen door:
5.  Onverminderd lid 1 en lid 2 nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de nationale elektronische registers vanuit de gehele Gemeenschap via de nationale contactpunten als aangegeven in artikel 18 onderling gekoppeld en toegankelijk zijn. De toegankelijkheid via de nationale contactpunten en de onderlinge koppeling moeten uiterlijk op 31 december 2012 zijn gerealiseerd en wel zodanig dat de bevoegde instanties uit alle lidstaten de nationale elektronische registers van alle andere lidstaten kunnen raadplegen.
"5. Om de grensoverschrijdende handhaving doeltreffender te maken, zorgen de lidstaten ervoor dat de nationale elektronische registers in de hele Unie via het in Verordening (EU) 2016/480 bedoelde European Registers of Road Transport Undertakings (ERRU) onderling gekoppeld en interoperabel zijn, zodat de in lid 2 bedoelde gegevens in real time rechtstreeks toegankelijk zijn voor alle bevoegde handhavingsautoriteiten en controleorganen van alle lidstaten.
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter b ter (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 16 – lid 6
b ter)  alinea 6 wordt vervangen door:
6.  Gemeenschappelijke regels voor de uitvoering van lid 5, zoals het formaat van de uitgewisselde gegevens, de technische procedures voor de elektronische raadpleging van de nationale elektronische registers van andere lidstaten en de bevordering van de interoperabiliteit van deze registers met andere relevante databanken worden door de Commissie vastgesteld overeenkomstig de in artikel 25, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure, en wel voor het eerst vóór 31 december 2010. Deze gemeenschappelijke regels moeten bepalen welke instantie verantwoordelijk is voor de toegang tot, het verdere gebruik en de bijwerking van de gegevens na raadpleging en moeten derhalve voorschriften bevatten over registratie van en toezicht op de gegevens.
"6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde gemeenschappelijke regels vast te stellen en bij te werken om ervoor te zorgen dat de nationale elektronische registers op zodanige wijze volledig onderling gekoppeld en interoperabel zijn dat een bevoegde autoriteit of een controleorgaan van om het even welke lidstaat rechtstreeks en in real time toegang heeft tot het nationale elektronische register van om het even welke lidstaat, als vastgesteld in lid 5. Dergelijke gemeenschappelijke regels omvatten regels inzake het formaat van de uitgewisselde gegevens, de technische procedures voor de elektronische raadpleging van de nationale elektronische registers van andere lidstaten en de interoperabiliteit van deze registers, alsook specifieke regels met betrekking tot de toegang tot, registratie van en toezicht op de gegevens.";
"
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 18 – lid 1
1.  De lidstaten wijzen een nationaal contactpunt aan dat wordt belast met de uitwisseling van gegevens met de andere lidstaten, voor wat de toepassing van deze verordening betreft. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 31 december 2018 in kennis van de naam en het adres van hun nationale contactpunt. De Commissie stelt een lijst op van alle nationale contactpunten en stuurt deze naar de lidstaten.De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van eventuele wijzigingen met betrekking tot de contactpunten.
1.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten werken nauw samen en bieden elkaar snel wederzijdse bijstand en andere relevante informatie teneinde de tenuitvoerlegging en handhaving van deze verordening te vergemakkelijken.
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 18 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Voor de toepassing van lid 1 wordt de administratieve samenwerking waarin dit artikel voorziet ten uitvoer gelegd via het bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad1 bis ingestelde Informatiesysteem interne markt (IMI), dat alle vervoerders in staat stelt gegevens in hun eigen taal te verstrekken.
__________________
1 bis Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt en tot intrekking van Beschikking 2008/49/EG van de Commissie ("de IMI-verordening") (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 1).
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 18 – lid 3
3.  De lidstaten beantwoorden verzoeken om informatie van alle bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en voeren, indien nodig, inspecties en onderzoeken uit met betrekking tot de naleving van de in artikel 3, lid 1, onder a), vastgestelde eis door de op hun grondgebied gevestigde wegvervoersondernemingen. Verzoeken om informatie van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten worden gemotiveerd. Zij moeten geloofwaardige aanwijzingen van mogelijke schendingen van artikel 3, lid 1, onder a), bevatten.
3.  De lidstaten beantwoorden verzoeken om informatie van alle bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en voeren inspecties en onderzoeken uit met betrekking tot de naleving van de in artikel 3, lid 1, onder a), vastgestelde eis door de op hun grondgebied gevestigde wegvervoersondernemingen. Verzoeken om informatie van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten naar behoren gerechtvaardigd en gemotiveerd worden. Zij moeten geloofwaardige aanwijzingen van mogelijke schendingen van artikel 3, lid 1, onder a), bevatten.
Amendement 152
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 18 – lid 4
4.  Als de lidstaat die om informatie wordt verzocht, van oordeel is dat het verzoek onvoldoende gemotiveerd is, stelt hij de verzoekende lidstaat daar binnen tien werkdagen van in kennis. De verzoekende lidstaat moet het verzoek verder onderbouwen. Als dit niet mogelijk is, kan het verzoek door de lidstaat worden afgewezen.
4.  Als de lidstaat die om informatie wordt verzocht, van oordeel is dat het verzoek onvoldoende gemotiveerd is, stelt hij de verzoekende lidstaat daar binnen vijf werkdagen van in kennis. De verzoekende lidstaat moet het verzoek verder onderbouwen. Als dit niet mogelijk is, kan het verzoek door de lidstaat worden afgewezen.
Amendement 153
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 18 – lid 5
5.  Als het moeilijk of onmogelijk is om te voldoen aan een verzoek om informatie of een verzoek tot het uitvoeren van controles of onderzoeken, stelt de lidstaat in kwestie de verzoekende lidstaat daar binnen tien werkdagen van in kennis, met opgave van redenen. De betrokken lidstaten plegen overleg om een oplossing voor eventuele problemen te vinden.
5.  Als het moeilijk of onmogelijk is om te voldoen aan een verzoek om informatie of een verzoek tot het uitvoeren van controles of onderzoeken, stelt de lidstaat in kwestie de verzoekende lidstaat daar binnen vijf werkdagen van in kennis, waarbij die moeilijkheid of onmogelijkheid naar behoren wordt gerechtvaardigd. De betrokken lidstaten werken samen om een oplossing voor eventuele problemen te vinden. In geval van aanhoudende problemen bij de uitwisseling van informatie, of een niet naar behoren gerechtvaardigde permanente weigering om informatie te verstrekken, kan de Commissie, na hiervan in kennis te zijn gesteld en na de betrokken lidstaten te hebben geraadpleegd, alle nodige maatregelen nemen om de situatie op te lossen.
Amendement 154
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 18 – lid 6
6.  In reactie op verzoeken uit hoofde van lid 3, verstrekken de lidstaten de gevraagde informatie en voeren zij de vereiste controles, inspecties en onderzoeken uit binnen 25 werkdagen na ontvangst van het verzoek, tenzij zij de verzoekende lidstaat ervan in kennis hebben gesteld dat het verzoek onvoldoende is gemotiveerd of dat het onmogelijk of moeilijk is eraan te voldoen, zoals bepaald in leden 4 en 5.
6.  In reactie op verzoeken uit hoofde van lid 3, verstrekken de lidstaten de gevraagde informatie en voeren zij de vereiste controles, inspecties en onderzoeken uit binnen 15 werkdagen na ontvangst van het verzoek, tenzij de betrokken lidstaten onderling een andere tijdslimiet overeenkomen of tenzij zij de verzoekende lidstaat ervan in kennis hebben gesteld dat het verzoek onvoldoende is gemotiveerd of dat het onmogelijk of moeilijk is eraan te voldoen, zoals bepaald in de leden 4 en 5, en er geen oplossing voor deze moeilijkheden kan worden gevonden.
Amendement 155
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 18 bis (nieuw)
12 bis)  Het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 18 bis
Flankerende maatregelen
1.  De lidstaten nemen flankerende maatregelen ter ontwikkeling, vergemakkelijking en bevordering van uitwisselingen tussen ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor administratieve samenwerking en wederzijdse bijstand tussen de lidstaten en ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de naleving van en voor de handhaving van de toepasselijke regels van deze verordening.
2.  De Commissie biedt in technische en andere ondersteuning om de administratieve samenwerking verder te verbeteren en het wederzijdse vertrouwen tussen de lidstaten te vergroten, onder meer door het bevorderen van uitwisseling van personeel en gezamenlijke opleidingsprogramma's, alsook de ontwikkeling, vergemakkelijking en bevordering van initiatieven voor good practices. De Commissie kan, onverminderd de prerogatieven van het Europees Parlement en de Raad in het kader van de begrotingsprocedure, beschikbare financieringsinstrumenten gebruiken om de capaciteitsopbouw en de administratieve samenwerking tussen de lidstaten verder uit te bouwen.
3.  De lidstaten stellen een programma voor collegiale toetsing vast waaraan alle bevoegde handhavingsautoriteiten moeten deelnemen, en zorgen daarbij voor een passende roulatie van de bevoegde handhavingsautoriteiten die de toetsing uitvoeren en die welke worden getoetst. De lidstaten stellen de Commissie om de twee jaar van deze programma's in kennis als onderdeel van het verslag over de activiteiten van de bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 26.";
Amendement 156
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 26 – lid 3 – inleidende formule
3.  de lidstaten stellen elk jaar een verslag op over het gebruik van motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton of combinaties van voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton op hun grondgebied en dienen dit uiterlijk op 30 juni van het jaar na het einde van de verslagperiode in bij de Commissie. Dit verslag bevat:
3.  De lidstaten stellen elk jaar een verslag op over het gebruik van motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van aanhangwagens, van 2,4 tot 3,5 ton die gebruikt worden voor internationale wegvervoersactiviteiten en die zich op hun grondgebied bevinden, en dienen dit uiterlijk op 30 juni van het jaar na het einde van de verslagperiode in bij de Commissie. Dit verslag bevat:
Amendement 157
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 26 – lid 3 – letter a
a)  het aantal vergunningen dat is toegekend aan vervoerders die goederenvervoer over de weg verrichten met uitsluitend motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton of combinaties van voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton;
a)  het aantal vergunningen dat is toegekend aan vervoerders die goederenvervoer over de weg verrichten met uitsluitend motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van aanhangwagens, van 2,4 tot 3,5 ton en die internationale wegvervoersactiviteiten verrichten;
Amendement 158
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 26 – lid 3 – letter b
b)  het aantal voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton dat in elk kalenderjaar in de lidstaat is ingeschreven;
b)  het aantal in elk kalenderjaar in de lidstaat ingeschrevenmotorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van aanhangwagens, van 2,4 tot 3,5 ton die internationale wegvervoersactiviteiten verrichten;
Amendement 159
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 26 – lid 3 – letter c
c)  het totale aantal voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton dat op 31 december van elk jaar in de lidstaat is ingeschreven;
c)  het totale aantal op 31 december van elk jaar in de lidstaat ingeschreven motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van aanhangwagens, van 2,4 tot 3,5 ton die internationale wegvervoersactiviteiten verrichten;
Amendement 160
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 26 – lid 3 – letter d
d)  een raming van het aandeel van motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton of combinaties van voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton in de totale wegvervoersactiviteiten van alle in de lidstaat ingeschreven voertuigen, opgesplitst in nationaal vervoer, internationaal vervoer en cabotagevervoer.
d)  een raming van het aandeel van motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van aanhangwagens, van 2,4 tot 3,5 ton, alsook van die van minder dan 2,4 ton, in de totale wegvervoersactiviteiten van alle in de lidstaat ingeschreven voertuigen, opgesplitst in nationaal vervoer, internationaal vervoer en cabotagevervoer.
Amendement 161
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 26 – lid 4
4.  Op basis van de informatie die de Commissie overeenkomstig lid 3 heeft vergaard en van verder bewijsmateriaal presenteert de Commissie uiterlijk op 31 december 2024 een verslag aan het Europees Parlement en de Raad over de ontwikkeling van het totale aantal motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton of combinaties van voertuigen met een toelaatbare maximummassa van hoogstens 3,5 ton die worden ingezet voor nationale en internationale wegvervoersactiviteiten. Op basis van dit verslag beoordeelt de Commissie of het nodig is aanvullende maatregelen voor te stellen.
4.  Op basis van de informatie die de Commissie overeenkomstig lid 3 heeft vergaard en van verder bewijsmateriaal presenteert de Commissie uiterlijk op 31 december 2024 een verslag aan het Europees Parlement en de Raad over de ontwikkeling van het totale aantal motorvoertuigen met een toelaatbare maximummassa, met inbegrip van die van de aanhangwagens, van 2,4 tot 3,5 ton die worden ingezet voor wegvervoersactiviteiten. Op basis van dit verslag beoordeelt de Commissie of het nodig is aanvullende maatregelen voor te stellen.
Amendement 162
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 26 – lid 5
5.  Elk jaar stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de verzoeken die zij hebben ontvangen uit hoofde van artikel 18, leden 3 en 4, van de antwoorden die zij van andere lidstaten hebben ontvangen en van de maatregelen die zij op basis van de verstrekte informatie hebben genomen.";
5.  Elk jaar stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de verzoeken die zij hebben ontvangen uit hoofde van artikel 18, van de antwoorden die zij van andere lidstaten hebben ontvangen en van de maatregelen die zij op basis van de verstrekte informatie hebben genomen.";
Amendement 163
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1071/2009
Artikel 26 – lid 5 bis (nieuw)
16 bis)  het volgende lid 5 bis wordt ingevoegd:
"5 bis. Op basis van de informatie die zij krachtens lid 5 heeft verzameld en verder bewijsmateriaal dient de Commissie uiterlijk op 31 december 2020 een gedetailleerd verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de mate van administratieve samenwerking tussen de lidstaten, mogelijke tekortkomingen in dit opzicht en mogelijke manieren om de samenwerking te verbeteren. Op basis van dit verslag beoordeelt de Commissie of het noodzakelijk is om aanvullende maatregelen voor te stellen.".
Amendement 164
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 1 – lid 1 – alinea 1 ter (nieuw)
1 bis)  aan artikel 1, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:
"De in artikel 8, leden 2 en 2 bis, van deze verordening genoemde termijnen zijn ook van toepassing op het aan- of uitrijden van goederen over de weg als eerste binnenlandse en/of laatste binnenlandse gedeelte van het traject van gecombineerd vervoer als vastgelegd in Richtlijn 92/106/EEG van de Raad."
Amendement 165
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 1 – lid 2
(1 ter)  Artikel 1, lid 2, wordt vervangen door:
2.  In geval van vervoer vanuit een lidstaat naar een derde land en omgekeerd is deze verordening van toepassing op het traject op het grondgebied van iedere lidstaat van doorvoer. Zij is niet van toepassing op het traject over het grondgebied van de lidstaat waar de goederen worden geladen of gelost, zolang niet de noodzakelijke overeenkomst tussen de Gemeenschap en het betrokken derde land is gesloten.
"2. In geval van vervoer vanuit een lidstaat naar een derde land en omgekeerd is deze verordening van toepassing op het traject op het grondgebied van iedere lidstaat van doorvoer. Dit doorvoertraject is echter uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn terbeschikkingstelling werknemers. Zij is niet van toepassing op het traject over het grondgebied van de lidstaat waar de goederen worden geladen of gelost, zolang niet de noodzakelijke overeenkomst tussen de Gemeenschap en het betrokken derde land is gesloten."
Amendement 166
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 quater (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 1 – lid 5 – letter c
(1 quater)  Lid 5, onder c), wordt vervangen door:
(c)  goederenvervoer met motorvoertuigen waarvan de toegestane massa in beladen toestand, met inbegrip van die van de aanhangwagen(s), niet meer dan 3,5 t bedraagt;
(c)  goederenvervoer met motorvoertuigen waarvan de toegestane massa in beladen toestand, met inbegrip van die van de aanhangwagen(s), minder dan 2,4 ton bedraagt;
Amendement 167
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – letter a bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 2 – punt 7 bis (nieuw)
(a bis)  Het volgende punt wordt toegevoegd:
7 bis.  "doorvoer": de verplaatsingen van een geladen voertuig via één of meer lidstaten of derde landen, waarvan het punt van vertrek en het punt van aankomst zich niet in die lidstaten of derde landen bevinden.
Amendement 168
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 – letter -a (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 4 – lid 1 – letter b bis (nieuw)
(-a)  In lid 1 wordt het volgende punt toegevoegd:
"(b bis) internationaal vervoer verrichten met voertuigen die zijn uitgerust met een slimme tachograaf als bedoeld in artikel 3 en hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad1 bis."
__________________
1 bis Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1).
Amendement 169
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 5 – letter a
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 8 – lid 2
2.  Zodra de goederen die worden vervoerd in het kader van inkomend internationaal vervoer uit een andere lidstaat of uit een derde land zijn geleverd, mogen de in lid 1 bedoelde vervoerders met hetzelfde voertuig of, in het geval van een samenstel van voertuigen, met de trekker van hetzelfde voertuig cabotageritten in de ontvangende lidstaat of in aangrenzende lidstaten uitvoeren. De laatste lossing in het kader van een cabotagerit vindt plaats binnen 5 dagen na de laatste lossing in de ontvangende lidstaat in het kader van het inkomend internationaal vervoer.
2.  Zodra de goederen die worden vervoerd in het kader van inkomend internationaal vervoer uit een andere lidstaat of uit een derde land zijn geleverd, mogen de in lid 1 bedoelde vervoerders met hetzelfde voertuig of, in het geval van een samenstel van voertuigen, met de trekker van hetzelfde voertuig cabotageritten in de ontvangende lidstaat uitvoeren. De laatste lossing in het kader van een cabotagerit vindt plaats binnen dagen na de laatste lossing in de ontvangende lidstaat in het kader van het inkomend internationaal vervoer, met inachtneming van de toepasselijke vervoersovereenkomst;
Amendement 170
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 5 – letter a bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)
a bis)  Het volgende lid wordt ingevoegd:
"2 bis. Na het verstrijken van de in lid 2 bedoelde termijn van drie dagen is het vervoerders niet toegestaan om binnen 60 uur na de terugkeer naar de lidstaat van vestiging van de vervoerder of totdat zij nieuw internationaal vervoer hebben verricht vanuit de lidstaat waar de onderneming is gevestigd, met hetzelfde voertuig of, in het geval van een samenstel van voertuigen, met het motorvoertuig van dat samenstel, cabotageritten te verrichten in dezelfde lidstaat van ontvangst."
Amendement 171
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 5 – letter c
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 8 – lid 4 bis
4 bis.  De in lid 3 bedoelde bewijzen worden op verzoek voorgelegd aan of verzonden naar de gemachtigde inspecteur van de ontvangen lidstaat, binnen de duur van de controle langs de weg. De bewijzen mogen elektronisch worden verzonden, met gebruik van een wijzigbaar gestructureerd formaat dat rechtstreeks gebruikt kan worden voor opslag en verwerking door computers, zoals eCMR*. Tijdens de controle langs de weg mag de bestuurder contact opnemen met het hoofdkantoor, de vervoersmanager of een andere persoon of entiteit die de in lid 3 bedoelde bewijzen kan verstrekken.
4 bis.  De in lid 3 bedoelde bewijzen worden op verzoek voorgelegd aan of verzonden naar de gemachtigde inspecteur van de ontvangen lidstaat, binnen de duur van de controle langs de weg. De lidstaten accepteren bewijzen die elektronisch worden verzonden, met gebruik van een wijzigbaar gestructureerd formaat dat rechtstreeks gebruikt kan worden voor opslag en verwerking door computers, zoals een elektronische vrachtbrief in het kader van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (eCMR). Tijdens de controle langs de weg mag de bestuurder contact opnemen met het hoofdkantoor, de vervoersmanager of een andere persoon of entiteit die de in lid 3 bedoelde bewijzen kan verstrekken.
Amendement 172
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 9 – lid 1 – letter e bis (nieuw)
(5 bis)  Aan artikel 9, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
"e bis) de bezoldiging en betaalde vakantiedagen als bedoeld in artikel 3, lid 1, eerste alinea, onder b) en c), van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis.
__________________
1 bis Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1)."
Amendement 173
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 10 bis – titel
Controles
Slimme handhaving
Amendement 174
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 10 bis – lid 1
1.  Elke lidstaat organiseert de controles op zodanige wijze dat, vanaf 1 januari 2020, in elk kalenderjaar ten minste 2 % van alle cabotageritten op zijn grondgebied worden gecontroleerd. Vanaf 1 januari 2022 verhogen zij dit percentage tot minstens 3 %. De basis voor de berekening van dat percentage wordt gevormd door de totale cabotageactiviteit in de lidstaat, uitgedrukt in tonkilometers in jaar t-2, zoals gerapporteerd door Eurostat.
1.  Om de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk verder te handhaven, zorgen de lidstaten ervoor dat er op hun grondgebied een samenhangende nationale handhavingsstrategie wordt toegepast. Deze strategie is vooral gericht op ondernemingen met een hoge risicocategorie als bedoeld in artikel 9 van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis.
__________________
1 bis Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 35).
Amendement 175
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 10 bis – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de controles als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2006/22/EG in voorkomend geval ook een controle op cabotageritten omvatten.
Amendement 176
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 10 bis – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Voor de toepassing van lid 2 hebben de lidstaten toegang tot relevante informatie en gegevens die zijn geregistreerd, verwerkt of opgeslagen door de in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 165/2014 bedoelde slimme tachograaf en in elektronische vervoersdocumenten, zoals elektronische vrachtbrieven in het kader van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (eCMR).
Amendement 177
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 10 bis – lid 2 ter (nieuw)
2 ter.  De lidstaten verlenen alleen bevoegde autoriteiten die bevoegd zijn om inbreuken op de in deze verordening genoemde rechtshandelingen te controleren, toegang tot deze gegevens. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de contactgegevens van alle bevoegde autoriteiten op hun grondgebied die zij hebben aangewezen om toegang te krijgen tot die gegevens. Uiterlijk [XXX] stelt de Commissie een lijst van alle bevoegde autoriteiten op en zendt zij deze toe aan de lidstaten. De lidstaten melden eventuele latere wijzigingen in de lijst onverwijld.
Amendement 178
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 10 bis – lid 2 quater (nieuw)
2 quater.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de kenmerken van de gegevens waartoe de lidstaten toegang hebben, de voorwaarden voor het gebruik ervan en de technische specificaties voor de doorgifte ervan of voor de toegang ertoe, en met name:
a)  een gedetailleerde lijst van informatie en gegevens waartoe de nationale bevoegde autoriteiten toegang hebben, die ten minste de tijd en plaats van grensoverschrijdingen, laad- en losverrichtingen, de kentekenplaat van het voertuig en de bestuurdersgegevens omvat;
b)  de toegangsrechten van de bevoegde autoriteiten, zo nodig gedifferentieerd naar het soort bevoegde autoriteiten, het soort toegang en het doel waarvoor de gegevens worden gebruikt;
c)  de technische specificaties voor de doorgifte van of de toegang tot de onder a) bedoelde gegevens, in voorkomend geval met inbegrip van de maximale duur van bewaring van de gegevens, zo nodig gedifferentieerd naar het soort gegevens.
Amendement 179
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 10 bis – lid 2 quinquies (nieuw)
2 quinquies.  Persoonsgegevens als bedoeld in dit artikel worden niet langer ingezien of opgeslagen dan strikt noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of waarvoor zij verder worden verwerkt. Persoonsgegevens die niet meer nodig zijn voor deze doeleinden worden vernietigd.
Amendement 180
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 10 bis – lid 3
3.  Minstens drie keer per jaar verrichten de lidstaten gezamenlijke controles van cabotagevervoer langs de weg. Dergelijke controles worden tegelijk uitgevoerd door de voor de handhaving van de regels op het gebied van wegvervoer bevoegde nationale autoriteiten van twee of meer lidstaten, elk op hun eigen grondgebied. De nationale contactpunten die overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad**** zijn aangewezen, wisselen informatie uit over het aantal en het type overtredingen dat is vastgesteld nadat de gezamenlijke controles langs de weg zijn uitgevoerd.
3.  Minstens drie keer per jaar verrichten de lidstaten gezamenlijke controles van cabotagevervoer langs de weg, die kunnen samenvallen met de controles die worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2006/22/EG. Dergelijke controles worden tegelijk uitgevoerd door de voor de handhaving van de regels op het gebied van wegvervoer bevoegde nationale autoriteiten van twee of meer lidstaten, elk op hun eigen grondgebied. De lidstaten wisselen informatie uit over het aantal en het type overtredingen dat is vastgesteld nadat de gezamenlijke controles langs de weg zijn uitgevoerd.
Amendement 181
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 8
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 14 bis – alinea 1
De lidstaten voorzien in sancties tegen verzenders, expediteurs, contractanten en subcontractanten wegens niet-naleving van de hoofdstukken II en III, als deze bewust opdracht geven voor vervoersdiensten die in strijd zijn met deze verordening.
De lidstaten voorzien in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties tegen verzenders, expediteurs, contractanten en subcontractanten wegens niet-naleving van de hoofdstukken II en III, als deze weten of redelijkerwijze moeten weten dat de vervoersdiensten waartoe zij opdracht geven, in strijd zijn met deze verordening.
Wanneer verzenders, expediteurs, contractanten en subcontractanten vervoersdiensten laten verrichten door vervoersondernemingen met een laag risicocijfer als bedoeld in artikel 9 van Richtlijn 2006/22/EG, zijn zij niet onderworpen aan sancties voor inbreuken, tenzij wordt aangetoond dat zij daadwerkelijk van die inbreuken op de hoogte waren.
Amendement 182
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 10
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 17 – lid 3
3.  Uiterlijk op 31 januari van elk jaar stellen de lidstaten de Commissie in kennis van het aantal cabotagecontroles dat in het voorgaande kalenderjaar is uitgevoerd overeenkomstig artikel 10 bis. Deze informatie omvat het aantal gecontroleerde voertuigen en het aantal gecontroleerde tonkilometers.
3.  Uiterlijk … [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] leggen de lidstaten hun overeenkomstig artikel 10 bis vastgestelde nationale handhavingsstrategie voor aan de Commissie. Uiterlijk op 31 januari van elk jaar stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de handhavingsactiviteiten die in het voorgaande kalenderjaar zijn uitgevoerd overeenkomstig artikel 10 bis, met inbegrip van het aantal verrichte controles, voor zover van toepassing. Deze informatie omvat het aantal gecontroleerde voertuigen en het aantal gecontroleerde tonkilometers.
Amendement 183
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 10
Verordening (EG) nr. 1072/2009
Artikel 17 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  De Commissie stelt uiterlijk eind 2022 een verslag op over de stand van de communautaire markt voor vervoer over de weg. Dit verslag bevat een analyse van de marktsituatie, met inbegrip van een evaluatie van de doeltreffendheid van de controles en de ontwikkeling van de in het beroep geldende arbeidsvoorwaarden.

(1) PB C 197 van 8.6.2018, blz. 38.
(2) PB C 176 van 23.5.2018, blz. 57.

Laatst bijgewerkt op: 8 april 2019Juridische mededeling