Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0145(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0151/2019

Ingediende teksten :

A8-0151/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/04/2019 - 8.33
CRE 16/04/2019 - 8.33

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0391

Aangenomen teksten
PDF 427kWORD 142k
Dinsdag 16 april 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen wat de algemene veiligheid betreft ***I
P8_TA-PROV(2019)0391A8-0151/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 16 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, voor wat de algemene veiligheid ervan en de bescherming van de inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers betreft, tot wijziging van Verordening (EU) 2018/… en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 78/2009, (EG) nr. 79/2009 en (EG) nr. 661/2009 (COM(2018)0286 – C8-0194/2018 – 2018/0145(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0286),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0194/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 september 2018(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 29 maart 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie vervoer en toerisme (A8-0151/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  neemt kennis van de verklaring van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd, en die samen met de definitieve wetgevingstekst in de L-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie zal worden bekendgemaakt;

3.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 440 van 6.12.2018, blz. 90.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 16 april 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd wat de algemene veiligheid ervan en de bescherming van de inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers betreft, tot wijziging van Verordening (EU) 2018/858 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 78/2009, (EG) nr. 79/2009 en (EG) nr. 661/2009(1)
P8_TC1-COD(2018)0145

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad(4) bevat administratieve bepalingen en technische voorschriften voor de typegoedkeuring van nieuwe voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden om de goede werking van de interne markt te waarborgen en te zorgen voor een hoog niveau van veiligheids- en milieuprestaties.

(2)  Deze verordening is een regelgevingshandeling voor de toepassing van de EU‑typegoedkeuringsprocedure die is vastgesteld bij Verordening (EU) 2018/858, en daarom moet bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858 dienovereenkomstig worden gewijzigd. De administratieve bepalingen van Verordening (EU) 2018/858, met inbegrip van de bepalingen inzake corrigerende maatregelen en sancties zijn, volledig van toepassing op deze verordening.

(3)  In de afgelopen decennia hebben ontwikkelingen op het gebied van voertuigveiligheid aanzienlijk bijgedragen aan de algemene daling van het aantal doden en zwaargewonden in het verkeer. In 2017 zijn echter 25 300 mensen op de wegen van de EU om het leven gekomen, een aantal dat de afgelopen vier jaar ongewijzigd is gebleven. Daarnaast raken jaarlijks 135 000 mensen ernstig gewond bij botsingen(5). De Unie moet alles in het werk stellen om ongevallen en verwondingen in het wegvervoer te verminderen of uit te bannen. Daarom zijn er niet alleen veiligheidsmaatregelen nodig om de inzittenden van voertuigen te beschermen, maar moeten er ook concrete maatregelen worden getroffen ter voorkoming van doden en gewonden onder kwetsbare weggebruikers, zoals fietsers en voetgangers, teneinde de verkeersdeelnemers die zich buiten de voertuigen bevinden te beschermen. Zonder nieuwe initiatieven inzake algemene verkeersveiligheid zullen de veiligheidseffecten van de huidige benadering de gevolgen van het toenemende verkeersvolume niet meer kunnen ondervangen. Daarom moeten de veiligheidsprestaties van de voertuigen verder worden verbeterd, als onderdeel van een geïntegreerde aanpak voor verkeersveiligheid en om kwetsbare weggebruikers beter te beschermen.

(4)  Typegoedkeuringsbepalingen moeten waarborgen dat de prestaties van motorvoertuigen op reproduceerbare en reproduceerbare wijze kunnen worden beoordeeld. Daarom hebben de technische voorschriften in deze verordening alleen betrekking op voetgangers en fietsers, aangezien er momenteel alleen voor deze categorieën formele geharmoniseerde tests zijn uitgevoerd. Kwetsbare weggebruikers omvatten naast voetgangers en fietsers ook andere niet-gemotoriseerde weggebruikers die gebruik kunnen maken van persoonlijke mobiliteitsoplossingen, zonder beschermende carrosserie. Bovendien is het op grond van de huidige technologieën redelijk te verwachten dat geavanceerde systemen onder normale rijomstandigheden ook zullen reageren op andere kwetsbare weggebruikers, ook al zijn ze hier niet specifiek op getest. De technische voorschriften moeten verder worden aangepast aan de technische vooruitgang na aan proces van beoordeling en herziening, teneinde ervoor te zorgen dat de voorschriften betrekking hebben op alle weggebruikers zonder beschermingsconstructie, zoals autopeds, zelfbalancerende voertuigen en rolstoelgebruikers.

(5)  De technische vooruitgang op het gebied van geavanceerde voertuigveiligheidssystemen biedt nieuwe mogelijkheden om het aantal verkeersslachtoffers te verminderen. Om het aantal doden en zwaargewonden tot een minimum te beperken, moet een pakket nieuwe, relevante technologieën worden ingevoerd.

(6)  In het kader van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad(6) heeft de Commissie nagegaan of het haalbaar is, de in die verordening opgenomen verplichting om in bepaalde categorieën voertuigen bepaalde systemen te installeren (bv. geavanceerde noodremsystemen en systemen voor controle van de bandenspanning), uit te breiden tot alle voertuigcategorieën. De Commissie heeft ook de technische en economische haalbaarheid beoordeeld van de invoering van een nieuw voorschrift voor het installeren van andere geavanceerde veiligheidsvoorzieningen en heeft ook de marktrijpheid ervan geëvalueerd. Op basis van deze beoordelingen heeft de Commissie in december 2016 een verslag aan het Europees Parlement en de Raad uitgebracht met als titel "Mensenlevens redden: Verbeteren van de veiligheid van voertuigen in de EU" ▌. Het werkdocument bij dit verslag bevatte 19 mogelijke regelgevende maatregelen die op doeltreffende wijze het aantal verkeersongevallen en verkeersdoden verder zouden kunnen verminderen.

(7)  Om aangaande de systemen voor controle van de bandenspanning voor technologieneutraliteit te zorgen, moeten de prestatievoorschriften zowel directe als indirecte systemen toelaten.

(8)  De voorgestelde regelgevingsmaatregelen, die tot doel hebben het aantal verkeersdoden en -ongevallen en de ernst van verwondingen en schade te verminderen, kunnen doeltreffender zijn als zij zodanig worden opgezet dat ze eenvoudig door de weggebruikers kunnen worden toegepast. Daarom moeten voertuigfabrikanten hun uiterste best doen om ervoor te zorgen dat de systemen en voorzieningen waarin deze verordening voorziet op zodanige wijze ontwikkeld worden dat de bestuurder ondersteund wordt. De werking van de systemen en voorzieningen waar deze verordening in voorziet en de beperkingen ervan moeten in duidelijke en consumentvriendelijke bewoordingen worden toegelicht in de gebruiksinstructies van het voertuig.

(9)  Alle bestuurders, met inbegrip van ouderen of mensen met een handicap, moeten de veiligheidsvoorzieningen en ‑waarschuwingen die bij ondersteund rijden worden gebruikt, gemakkelijk kunnen opmerken.

(10)  Geavanceerde noodremsystemen, systemen voor intelligente snelheidsondersteuning, noodrijstrookassistentie, vermoeidheids- en aandachtswaarschuwing, geavanceerde afleidingswaarschuwing en achteruitrijdetectie zijn veiligheidssystemen die het aantal slachtoffers aanzienlijk kunnen doen verminderen. Sommige van deze veiligheidssystemen vormen bovendien de basis van technologieën die ook zullen worden gebruikt voor geautomatiseerde voertuigen. Al deze systemen moeten functioneren zonder enige vorm van biometrische informatie van de bestuurders of passagiers, met inbegrip van gezichtsherkenning. Daarom moeten er op het niveau van de Unie geharmoniseerde regels en testprocedures voor de typegoedkeuring van voertuigen met betrekking tot deze systemen en voor de typegoedkeuring van die systemen als technische eenheden worden vastgesteld. De technische vooruitgang op het gebied van deze systemen moet in acht worden genomen bij elke evaluatie van de bestaande wetgeving, teneinde deze toekomstbestendig te maken, met strikte inachtneming van het privacybeginsel en de regels inzake gegevensbescherming, en ter vermindering of uitbanning van ongelukken en verwondingen in het wegvervoer. Bovendien moet worden gewaarborgd dat die systemen gedurende de gehele levenscyclus van het voertuig veilig kunnen worden gebruikt.

(11)  Het moet mogelijk zijn de intelligente snelheidsondersteuning uit te schakelen wanneer een bestuurder bijvoorbeeld valse waarschuwingen of ongeëigende feedback krijgt als gevolg van slechte weersomstandigheden, tijdelijk conflicterende wegmarkeringen op plaatsen waar wordt gebouwd, en misleidende, beschadigde of ontbrekende verkeersborden. Deze uitschakelmogelijkheid moet onder de controle van de bestuurder zijn, zo lang voorhanden zijn als noodzakelijk is en op eenvoudige wijze door de bestuurder kunnen worden bediend. Wanneer het systeem is uitgeschakeld, kan informatie over de snelheidslimiet worden gegeven. Het systeem moet altijd ingeschakeld zijn op het moment dat de motor wordt gestart en de bestuurder moet te allen tijde kunnen zien of het systeem aan of uit staat.

(12)  Algemeen wordt erkend dat de veiligheidsgordel een van de belangrijkste en doeltreffendste veiligheidsvoorzieningen is. Om die reden zouden verklikkersystemen voor veiligheidsgordels het aantal doden verder kunnen terugdringen of de ernst van verwondingen kunnen verminderen door ervoor te zorgen dat meer mensen in de Unie een veiligheidsgordel dragen. Dit is de reden dat verklikkersystemen voor veiligheidsgordels voor bestuurders in alle nieuwe passagiersauto's op grond van Verordening (EG) nr. 661/2009 reeds sinds 2014 verplicht zijn. Dit werd verwezenlijkt middels de implementatie van VN-reglement 16 houdende de desbetreffende technische voorschriften. Op grond van de aanpassing van die VN-verordening aan de technische vooruitgang moeten alle voor- en achterstoelen van M1- en N1-voertuigen, alsmede alle voorstoelen van N2‑, N3-, M2- en M3-voertuigen vanaf 1 september 2019 (in het geval van nieuwe types), respectievelijk 1 september 2021 (alle nieuwe motorvoertuigen) met verklikkersystemen voor veiligheidsgordels uit te rusten.

(13)  De introductie van een gegevensrecorder voor incidenten ▌, die een reeks cruciale geanonymiseerde voertuiggegevens opslaat gedurende een korte tijdspanne vóór, tijdens en onmiddellijk na een verkeersongeval (bv. getriggerd door het opblazen van een airbag), samen met voorschriften inzake het bereik, accuratesse, resolutie en het verzamelen, het opslaan en de terugvindbaarheid van gegevens, wordt beschouwd als een waardevolle stap voor het verkrijgen van accuratere, diepgaande ongevalsgegevens. Daarom moet het verplicht worden alle motorvoertuigen met dergelijke recorders uit te rusten. Deze recorders moeten de gegevens op zodanige wijze kunnen registreren en opslaan dat uitsluitend de lidstaten die gegevens kunnen gebruiken om de verkeersveiligheid te analyseren en de doeltreffendheid van ingevoerde specifieke maatregelen te evalueren, zonder dat de eigenaar of houder van het voertuig aan de hand van de opgeslagen gegevens kan worden geïdentificeerd.

(14)  De verwerking van persoonsgegevens, zoals informatie over de bestuurder die verwerkt wordt in gegevensrecorders voor incidenten ▌of informatie over de bestuurder in het kader van het systeem voor vermoeidheids- en aandachtsdetectie of geavanceerde afleidingsdetectie, moet altijd geschieden overeenkomstig de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming, in het bijzonder Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(7). Gegevensrecorders voor incidenten moeten functioneren met een systeem met gesloten circuit, waarbij de opgeslagen gegevens overschreven worden. Het systeem mag bovendien geen identificatie van het voertuig of de bestuurder mogelijk maken. Daarnaast moeten de systemen voor vermoeidheids- en aandachtswaarschuwing of geavanceerde afleidingswaarschuwing niet continu gegevens opslaan of bewaren, behalve die gegevens die noodzakelijk zijn voor de doeleinden waarvoor ze opgeslagen of anderszins verwerkt zijn binnen het systeem met een gesloten circuit. Verder gelden er specifieke waarborgen voor de verwerking van persoonsgegevens die verzameld worden via op de 112-dienst gebaseerde eCall-boordsysteem(8).

(15)  Geavanceerde rem- of rijstrookassistentiesystemen zijn in sommige gevallen mogelijkerwijs niet volledig gebruiksklaar, in het bijzonder als gevolg van tekortkomingen van de weginfrastructuur. In die gevallen moeten de systemen zichzelf buiten werking stellen en de bestuurder daarvan op de hoogte stellen. Als de systemen zichzelf niet automatisch buiten werking stellen, moet het mogelijk zijn ze met de hand uit te schakelen. Een dergelijke buitenwerkingstelling moet tijdelijk zijn en alleen zolang duren als het systeem niet volledig gebruiksklaar is. Bestuurders moeten de geavanceerde rem- of rijstrookassistentiesystemen ook kunnen negeren in gevallen waarin de werking ervan grotere risico's of schade tot gevolg zou kunnen hebben. Dit garandeert dat de bestuurder te allen tijde de controle over zijn voertuig behoudt. De systemen moeten echter ook situaties kunnen onderkennen waarin de bestuurder zijn voertuig niet langer kan besturen, en derhalve kunnen ingrijpen om ernstiger ongevallen te voorkomen.

(16)  Bij Verordening (EG) nr. 661/2009 zijn bestelauto's, SUV's en multifunctionele voertuigen van veiligheidsvoorschriften vrijgesteld vanwege de kenmerken daarvan in verband met de zithoogte en de voertuigmassa. Gezien het toenemende marktaandeel van dergelijke voertuigen (van slechts 3 % in 1996 naar 14 % in 2016) en de technologische ontwikkelingen op het vlak van controles van de elektrische veiligheid na ongevallen, zijn deze vrijstellingen achterhaald en niet gerechtvaardigd. Daarom moeten de vrijstellingen worden geschrapt en moet de hele reeks van geavanceerde voertuigsysteemvoorschriften worden toegepast op al die voertuigen.

(17)  Verordening (EG) nr. 661/2009 heeft geleid tot een beduidende vereenvoudiging van de wetgeving van de Unie, aangezien 38 richtlijnen werden vervangen door gelijkwaardige reglementen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN-reglementen), die krachtens Besluit 97/836/EG van de Raad(9) verplicht moeten worden toegepast. Om te komen tot een verdere vereenvoudiging, moeten meer regels van de Unie worden vervangen door bestaande VN-reglementen waarvan de toepassing in de Unie verplicht is. Daarnaast moet de Commissie de op het niveau van de Verenigde Naties lopende werkzaamheden stimuleren en ondersteunen om ervoor te zorgen dat er zo snel mogelijk technische voorschriften voor de typegoedkeuring van de in deze verordening voorziene systemen voor voertuigveiligheid worden vastgesteld, die aan de hoogste verkeersveiligheidsnormen beantwoorden.

(18)  De VN-reglementen en de wijzigingen daarvan waar de Unie voor heeft gestemd of die de Unie overeenkomstig Besluit 97/836/EG toepast, moeten in de typegoedkeuringswetgeving van de Unie worden opgenomen. Daarom moet aan de Commissie de bevoegdheid worden toegekend om de lijst van VN-reglementen waarvan de toepassing verplicht is, te wijzigen om ervoor te zorgen dat deze lijst actueel blijft.

(19)  Bij Verordening (EG) nr. 78/2009 van het Europees Parlement en de Raad(10) zijn voorschriften voor de bescherming van voetgangers, fietsers en andere kwetsbare weggebruikers vastgesteld in de vorm van conformiteitstests en grenswaarden voor de goedkeuring van voertuigen met betrekking tot hun frontstructuur en voor de goedkeuring van frontbeschermingsinrichtingen (bv. koeienvangers). Sinds de goedkeuring van Verordening (EG) nr. 78/2009 zijn de technische voorschriften en de testprocedures voor voertuigen op het niveau van de Verenigde Naties verder ontwikkeld om rekening te houden met de technische vooruitgang. VN-Reglement nr. 127(11) is momenteel ook in de Unie van toepassing voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen.

(20)  Na de goedkeuring van de Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad(12) zijn de technische voorschriften en de testprocedures voor de goedkeuring van waterstofvoertuigen, waterstofsystemen en onderdelen van waterstofsystemen bij de Verenigde Naties verder ontwikkeld in het licht van de technische vooruitgang. VN-Reglement nr. 134(13) is momenteel ook in de Unie van toepassing voor de typegoedkeuring van waterstofsystemen in motorvoertuigen. Naast die voorschriften moeten er op het niveau van de Unie criteria worden vastgesteld voor de kwaliteit van het materiaal en de vulrecipiënten die gebruikt worden in de systemen van voertuigen op ▌waterstof ▌.

(21)  Om redenen van duidelijkheid, rationaliteit en vereenvoudiging moeten de Verordeningen (EG) nr. 78/2009, (EG) nr. 79/2009 en (EG) nr. 661/2009 worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen.

(22)  Van oudsher wordt de totale lengte van vrachtwagencombinaties beperkt door regels van de Unie, met als resultaat de typische structuur "cabine boven motor" die zorgt voor een maximale laadruimte. De hoge positie van de bestuurder heeft echter geleid tot een grotere dode hoek en tot een geringe directe zichtbaarheid rondom de vrachtwagencabine. Dit is een belangrijke factor voor ongevallen waarbij vrachtwagens en kwetsbare weggebruikers betrokken zijn. Het aantal slachtoffers zou aanzienlijk verminderd kunnen worden door verbetering van het directe zicht. Er moeten dus voorschriften worden ingevoerd om het directe zicht te verbeteren, zodat de directe zichtbaarheid van voetgangers, fietsers en andere kwetsbare weggebruikers vanuit de bestuurderspositie wordt verbeterd door dode hoeken vóór en aan weerszijden van de bestuurder zoveel mogelijk op te heffen. Er moet rekening worden gehouden met de bijzondere kenmerken van de verschillende voertuigcategorieën.

(23)  Geautomatiseerde ▌voertuigen kunnen aanzienlijk helpen bij het verminderen van het aantal verkeersdoden, want naar schatting is ruim 90 % van de verkeersongevallen tot op zekere hoogte het gevolg van een menselijke fout. Aangezien geautomatiseerde voertuigen geleidelijk de taken van de bestuurder zullen overnemen, moeten er op het niveau van de Unie geharmoniseerde regels en technische voorschriften voor geautomatiseerde voertuigsystemen, waaronder met betrekking tot controleerbare veiligheidswaarborgen voor de besluitvorming door geautomatiseerde voertuigen, worden vastgesteld en op internationaal niveau in het kader van VN/ECE WP.29 worden bevorderd.

(24)  Weggebruikers zoals voetgangers en fietsers, alsmede bestuurders van niet-geautomatiseerde voertuigen die niet zijn uitgerust met apparatuur voor de ontvangst van elektronische uitwisseling van informatie tussen voertuigen over het gedrag van een geautomatiseerd voertuig, moeten met behulp van conventionele middelen worden geïnformeerd, zoals bepaald in VN-reglementen of andere reguleringsbesluiten, en wel zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding daarvan.

(25)  Voertuigplatooning kan in de toekomst zorgen voor veiliger, schoner en efficiënter vervoer. Met het oog op de introductie van platooningtechnologie en de daarmee samenhangende normen zal een regelgevingskader met geharmoniseerde regels en procedures moeten worden vastgesteld. ▌

(26)  De mogelijkheid om de in het voertuig aanwezige gegevens wederrechtelijk in te zien en de software langs draadloze weg illegaal aan te passen nemen toe als gevolg van de connectiviteit en automatisering van voertuigen. Om dit risico tegen te gaan, dienen VN-reglementen of andere reguleringsbesluiten inzake cyberveiligheid verplicht te worden toegepast zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding ervan.

(27)  Wijzigingen van de software kunnen de functionaliteiten van een voertuig ingrijpend beïnvloeden. Daarom moeten er geharmoniseerde regels en technische voorschriften voor softwarewijzigingen komen die in overeenstemming zijn met de procedures voor typegoedkeuring. VN-reglementen of andere reguleringsbesluiten inzake software-updates moeten dan ook verplicht worden toegepast zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding ervan. Deze veiligheidsmaatregelen ontslaan de voertuigfabrikant niet van de verplichting om toegang te verschaffen tot uitgebreide diagnostische informatie en de in het voertuig aanwezige gegevens die nodig zijn om een voertuig te repareren en te onderhouden.

(28)  De Unie moet de ontwikkeling van technische voorschriften voor het rolgeluid, de rolweerstand en de grip op nat wegdek van banden op het niveau van de Verenigde Naties blijven stimuleren. Die nadere bepalingen zijn nu namelijk opgenomen in VN-Reglement nr. 117. Het proces van aanpassing van de voorschriften voor banden om rekening te houden met de technische vooruitgang moet snel en ambitieus op het niveau van de Verenigde Naties worden voortgezet, met name om ervoor te zorgen dat de prestaties van banden ook aan het einde van de levensduur van de banden, in versleten toestand, worden beoordeeld en om het idee te bevorderen dat banden gedurende hun volledige levensduur aan de voorschriften moeten beantwoorden en niet voortijdig moeten worden vervangen. De in Verordening (EG) nr. 661/2009 opgenomen voorschriften voor de prestaties van banden moeten worden vervangen door gelijkwaardige VN-reglementen.

(29)  Om de doeltreffendheid van deze verordening te garanderen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen ten aanzien van de typegoedkeuringsvoorschriften voor geavanceerde voertuigsystemen, en teneinde bijlage II te wijzigen om rekening te houden met de technische vooruitgang en ontwikkelingen in de regelgeving. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(14). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(30)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(15).

(31)  Om de wetgeving van de Unie waarin wordt verwezen naar de regelgevingsprocedure met toetsing af te stemmen op het wettelijke kader dat bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is ingevoerd, en om de wetgeving van de Unie op het gebied van voertuigveiligheid verder te vereenvoudigen, moeten de volgende verordeningen worden ingetrokken en vervangen door krachtens de onderhavige verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen:

   Verordening (EG) nr. 631/2009 van de Commissie(16),
   Verordening (EU) nr. 406/2010 van de Commissie(17),
   Verordening (EU) nr. 672/2010 van de Commissie(18),
   Verordening (EU) nr. 1003/2010 van de Commissie(19),
   Verordening (EU) nr. 1005/2010 van de Commissie(20),
   Verordening (EU) nr. 1008/2010 van de Commissie(21),
   Verordening (EU) nr. 1009/2010 van de Commissie(22),
   Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie(23),
   Verordening (EU) nr. 109/2011 van de Commissie(24),
   Verordening (EU) nr. 458/2011 van de Commissie(25),
   Verordening (EU) nr. 65/2012 van de Commissie(26),
   Verordening (EU) nr. 130/2012 van de Commissie(27),
   Verordening (EU) nr. 347/2012 van de Commissie(28),
   Verordening (EU) nr. 351/2012 van de Commissie(29),
   Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie(30),
   Verordening (EU) 2015/166 van de Commissie(31).

(32)  Aangezien overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 78/2009, (EG) nr. 79/2009, en (EG) nr. 661/2009 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan verleende goedkeuringen als gelijkwaardig moeten worden beschouwd, tenzij de desbetreffende voorschriften bij deze verordening worden gewijzigd of totdat zij bij de uitvoeringswetgeving worden gewijzigd, moeten overgangsbepalingen ervoor zorgen dat dergelijke goedkeuringen hun geldigheid niet verliezen.

(33)  De data voor weigering van de verlening van EU-typegoedkeuring, weigering van voertuigregistratie en verbod op het in de handel of het in het verkeer brengen van onderdelen en technische eenheden moeten voor elke gereglementeerd item worden vastgesteld.

(34)  Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het garanderen van de goede werking van de interne markt door de invoering van geharmoniseerde technische voorschriften betreffende de veiligheid en de milieuprestaties van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(35)  Gedetailleerde technische voorschriften en adequate testprocedures, alsook bepalingen betreffende uniforme procedures en technische specificaties voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, en van systemen, onderdelen en technische eenheden moeten tijdig vóór de datum van toepassing ervan in gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen worden vastgesteld om de fabrikanten voldoende tijd te geven om zich aan te passen aan de voorschriften van deze verordening en de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. Sommige voertuigen worden in kleine aantallen geproduceerd. Daarom moeten dergelijke voertuigen of voertuigklassen voor de voorschriften in deze verordening en de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen in aanmerking worden genomen indien die voorschriften niet stroken met het gebruik of ontwerp van de betrokken voertuigen, of indien deze voorschriften een onevenredige extra last met zich meebrengen. Daarom moet de toepassing van deze verordening worden uitgesteld,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld betreffende:

(a)   de typegoedkeuring van voertuigen en voor voertuigen ontworpen en gebouwde systemen, onderdelen en technische eenheden wat betreft de algemene kenmerken en veiligheid ervan en de bescherming en veiligheid van de inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers;

(b)   de typegoedkeuring van voertuigen wat betreft systemen voor bandenspanningscontroles, met betrekking tot de veiligheid, brandstofefficiëntie en CO2-emissies ervan; en

(c)   de typegoedkeuring van nieuw geproduceerde banden wat betreft de veiligheid en de milieuprestaties ervan.

Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op voertuigen van de categorieën M, N en O, zoals gedefinieerd in artikel 4 van Verordening (EU) 2018/858, en op systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen worden ontworpen en gebouwd, behoudens de artikelen 4 tot en met 11 van deze verordening.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 3 van Verordening (EU) 2018/858.

Daarnaast wordt verstaan onder:

(1)  "kwetsbare weggebruikers": ▌ niet-gemotoriseerde weggebruikers, waaronder met name fietsers en voetgangers, alsook gebruikers van gemotoriseerde tweewielers;

(2)  "bandenspanningscontrolesysteem": op een voertuig gemonteerd systeem dat de bandenspanning of de variatie ervan in de tijd kan meten en de gebruiker daarover informatie kan verstrekken terwijl het voertuig rijdt;

(3)  "intelligente snelheidsondersteuning": systeem ▌om de bestuurder te helpen de juiste snelheid voor de wegomgeving aan te houden door hem specifieke en gepaste informatie te geven ▌;

(4)  "ondersteuning van de installatie van een alcoholslot": gestandaardiseerde interface die de montage van aftermarket-alcoholsloten in motorvoertuigen vergemakkelijkt;

(5)  "vermoeidheids- en aandachtswaarschuwing": systeem dat de alertheid van de bestuurder beoordeelt door de voertuigsystemen te analyseren en dat de bestuurder zo nodig waarschuwt;

(6)  "geavanceerde afleidingswaarschuwing": systeem dat de bestuurder helpt om alert te blijven met betrekking tot de verkeerssituatie en dat de bestuurder zo nodig waarschuwt zodra hij afgeleid raakt;

(7)  "noodstopsignaal": lichtsignaalfunctie die wordt gebruikt om andere weggebruikers achter het voertuig erop te attenderen dat het voertuig sterk vertraagt in verband met de heersende omstandigheden op de weg;

(8)  "achteruitrijdetectie": systeem om de bestuurder attent te maken op mensen en voorwerpen die zich achter het voertuig bevinden met als voornaamste doel botsingen te vermijden bij het achteruitrijden;

(9)  "waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook": systeem om de bestuurder te waarschuwen wanneer zijn voertuig de rijstrook onbedoeld verlaat;

(10)  "geavanceerd noodremsysteem": systeem dat automatisch een mogelijke botsing kan detecteren en het remsysteem van het voertuig kan activeren om het voertuig af te remmen teneinde een botsing te vermijden of te verzachten;

(11)  "noodrijstrookassistentiesysteem": systeem dat de bestuurder helpt het voertuig op veilige afstand te houden ten opzichte van de grens van de rijstrook of weg wanneer de rijstrook (bijna) wordt verlaten en een botsing mogelijk is;

(12)  "hoofdbesturingsschakelaar van het voertuig": de voorziening waarmee het boordelektronicasysteem van het voertuig van de uitgeschakelde toestand, waarin het voertuig zich bevindt wanneer het is geparkeerd en de bestuurder afwezig is, in de normale bedrijfstoestand wordt gebracht;

(13)  "gegevensrecorder voor ▌ongevallen": systeem dat uitsluitend tot doel heeft kritische, botsinggerelateerde parameters en informatie kort vóór, tijdens en onmiddellijk na een botsing te registreren en op te slaan;

(14)  "frontbeschermingsinrichting": een of meer afzonderlijke structuren, zoals een koeienvanger, of een bijkomende bumper die bedoeld is om in combinatie met de tot de originele uitrusting behorende bumper het buitenoppervlak van het voertuig te beschermen bij een botsing met een object; structuren met een massa van minder dan 0,5 kg die bedoeld zijn om uitsluitend de lampen van het voertuig te beschermen, vallen niet onder deze definitie;

(15)  "bumper": het onderste deel van de frontconstructie aan de buitenkant van een voertuig, met inbegrip van eventuele aanzetstukken, dat bedoeld is om het voertuig te beschermen wanneer het betrokken raakt bij een frontale botsing bij lage snelheid met een ander voertuig; echter met uitzondering van een eventuele frontbeschermingsinrichting;

(16)  "waterstofvoertuig": motorvoertuig dat met waterstof wordt aangedreven;

(17)  "waterstofsysteem": een samenstel van onderdelen van een waterstofsysteem en verbindingsstukken die op waterstofvoertuigen zijn geïnstalleerd, met uitzondering van het waterstofaandrijfsysteem en de hulpenergiesystemen;

(18)  "waterstofaandrijfsysteem": de energie-omzetter waarmee het voertuig wordt aangedreven;

(19)  "onderdeel van een waterstofsysteem": de waterstoftanks en alle andere delen van waterstofvoertuigen die rechtstreeks met waterstof in contact komen of die deel uitmaken van een waterstofsysteem;

(20)  "waterstoftank": onderdeel van het waterstofsysteem waarin het primaire volume van de waterstofbrandstof is opgeslagen;

(21)  "geautomatiseerd voertuig": motorvoertuig dat ontworpen en gebouwd is om zich gedurende bepaalde tijd autonoom te verplaatsen zonder permanent ▌toezicht van de bestuurder, maar waarbij de bestuurder nog steeds wordt geacht of verplicht is in te grijpen;

(22)  "volledig geautomatiseerd voertuig": motorvoertuig dat ontworpen en gebouwd is om zich autonoom te verplaatsen zonder enig toezicht van de bestuurder;

(23)  "controlesysteem voor bestuurderbeschikbaarheid": systeem dat controleert of de bestuurder in staat is de rijfunctie in bepaalde situaties van een geautomatiseerd voertuig over te nemen, indien dit passend is;

(24)  "voertuigplatooning": verbinding van twee of meer voertuigen in een konvooi met behulp van connectiviteitstechnologie en systemen voor ondersteuning van geautomatiseerd rijden, waardoor de voertuigen een vooraf bepaalde, kleine afstand tot elkaar kunnen houden wanneer ze gedurende bepaalde delen van een reis met elkaar verbonden zijn en zich kunnen aanpassen aan veranderingen in de beweging van het leidende voertuig en waarbij de bestuurders nauwelijks of niet hoeven in te grijpen;

(25)  "maximummassa": de door de fabrikant opgegeven technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand;

(26)  "A-stijl": de voorste en buitenste daksteun, van het chassis tot aan het dak van het voertuig.

HOOFDSTUK II

VERPLICHTINGEN VAN DE FABRIKANTEN

Artikel 4

Algemene verplichtingen en technische voorschriften

1.  De fabrikanten tonen aan dat voor alle nieuwe voertuigen die in de handel gebracht, geregistreerd of in het verkeer gebracht worden, en voor alle nieuwe systemen, onderdelen en technische eenheden die in de handel of in het verkeer gebracht worden, typegoedkeuring overeenkomstig deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen is verleend.

2.  Typegoedkeuring overeenkomstig de in bijlage I vermelde VN-reglementen wordt beschouwd als EU-typegoedkeuring overeenkomstig deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage I vast te stellen om rekening te houden met de technische vooruitgang en regelgevingsontwikkelingen door verwijzingen naar VN-reglementen en desbetreffende wijzigingenreeksen, waarvan de toepassing verplicht is, op te nemen en te actualiseren.

4.  De fabrikanten zorgen ervoor dat de voertuigen zodanig worden ontworpen, gebouwd en geassembleerd dat het risico van letsel voor inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zo klein mogelijk is.

5.  De fabrikanten zorgen er tevens voor dat de voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden vanaf de in bijlage II vermelde data in overeenstemming zijn met de in die bijlage vermelde toepasselijke voorschriften, alsook dat zij in overeenstemming zijn met de nadere technische voorschriften en testprocedures die zijn vastgesteld in de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen en met de uniforme procedures en technische specificaties die zijn vastgesteld in de krachtens deze verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen, met inbegrip van de voorschriften betreffende:

(a)  beveiligingssystemen, botsproeven, integriteit van het brandstofsysteem en elektrische veiligheid bij hoogspanning;

(b)  kwetsbare weggebruikers, zicht en zichtbaarheid;

(c)  chassis van het voertuig, remmen, banden en stuurinrichting;

(d)  boordinstrumenten, elektrisch systeem, voertuigverlichting en bescherming tegen onrechtmatig gebruik, inclusief cyberaanvallen;

(e)  gedrag van bestuurder en systeem;

(f)  algemene constructie en kenmerken van het voertuig.

6.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage II vast te stellen om rekening te houden met de technische vooruitgang en ontwikkelingen in de regelgeving, in het bijzonder met betrekking tot de in lid 5, onder a) tot en met f), van dit artikel, alsmede de in artikel 6, lid 1, onder a) tot en met g), artikel 7, lid 2, 3, 4 en 5, artikel 9, lid 2, 3 en 5, en artikel 11, lid 1, vermelde aspecten, en teneinde te zorgen voor een hoog algemeen veiligheidsniveau van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden, alsmede een hoog niveau van bescherming van de inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers, en wel door VN-reglementen en gedelegeerde en uitvoeringshandelingen van toepassing te verklaren en deze zo nodig te actualiseren.

7.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vast betreffende de uniforme procedures en technische specificaties voor de typegoedkeuring van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden met betrekking tot de in bijlage II vermelde voorschriften.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Ze worden ten minste 15 maanden voor de in bijlage II genoemde relevante data gepubliceerd.

Artikel 5

Specifieke bepalingen betreffende bandenspanningscontrolesystemen en banden

1.  De voertuigen worden uitgerust met een nauwkeurig bandenspanningscontrolesysteem dat de bestuurder in het voertuig waarschuwt wanneer in een band spanningsverlies optreedt ▌ bij uiteenlopende weg- en omgevingsomstandigheden ▌.

2.  De bandenspanningscontrolesystemen moeten zo ontworpen worden dat resetting of herkalibrering bij lage bandenspanning wordt vermeden.

3.  Alle in de handel gebrachte banden moeten voldoen aan de voorschriften voor veiligheid en milieuprestaties die zijn vastgesteld in de desbetreffende regelgevingsteksten die zijn vermeld in bijlage II.

4.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vast betreffende de uniforme procedures en technische specificaties voor:

(a)  de typegoedkeuring van voertuigen wat betreft de bandenspanningscontrolesystemen ervan;

(b)  de typegoedkeuring van banden, met inbegrip van de technische specificaties voor de montage ervan.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Ze worden ten minste 15 maanden voor de in bijlage II genoemde relevante data gepubliceerd.

Artikel 6

Geavanceerde voertuigsystemen voor alle categorieën motorvoertuigen

1.  De motorvoertuigen worden uitgerust met de volgende geavanceerde voertuigsystemen:

(a)  intelligente snelheidsondersteuning;

(b)  ondersteuning van de installatie van een alcoholslot;

(c)  vermoeidheids- en aandachtswaarschuwing;

(d)  geavanceerde afleidingswaarschuwing;

(e)  noodstopsignaal;

(f)  achteruitrijdetectie;

(g)  datarecorder voor incidenten.

2.  Wat betreft de systemen voor intelligente snelheidsondersteuning gelden de volgende minimumspecificaties:

(a)  de bestuurder moet er via de versnellingsbediening, of via specifieke, geëigende en doeltreffende feedback attent op kunnen worden gemaakt dat de toepasselijke snelheidslimiet is overschreden;

(b)  het systeem moet kunnen worden uitgeschakeld ▌. Er kan nog steeds informatie over de maximumsnelheid worden verstrekt en het systeem voor intelligente snelheidsondersteuning moet zich telkens wanneer de hoofdbesturingsschakelaar van het voertuig wordt ingeschakeld in de normale bedrijfstoestand bevinden;

(c)  deze specifieke en gepaste feedback moet gebaseerd zijn op informatie betreffende de maximumsnelheid die is verkregen door waarneming van verkeersborden en ‑signalen, op basis van infrastructuursignalen of op elektronische-kaartgegevens, dan wel op beide; deze informatie moet in het voertuig beschikbaar zijn;

(d)  het systeem mag de bestuurder niet beletten de door het systeem aangegeven voertuigsnelheid te overschrijden;

(e)  de prestatiedoelstellingen van het systeem worden op zodanige wijze vastgelegd dat de foutenkans in reële rijomstandigheden tot nul of tot een minimum wordt beperkt.

3.  De systemen voor vermoeidheids- en aandachtswaarschuwing of geavanceerde afleidingswaarschuwing worden op zodanige wijze ontworpen dat zij niet continu gegevens opslaan of bewaren, behalve die gegevens die noodzakelijk zijn voor de doeleinden waarvoor ze opgeslagen of anderszins verwerkt worden binnen het systeem met een gesloten circuit. Daarnaast worden deze gegevens op geen enkel moment toegankelijk gemaakt voor of ter beschikking gesteld aan derde partijen, en onmiddellijk na verwerking verwijderd. Deze systemen worden verder op zodanige wijze ontworpen dat overlappingen worden vermeden en de bestuurder niet afzonderlijk en gelijktijdig, of op verwarrende wijze, wordt gewaarschuwd in gevallen waarin één actie beide systemen activeert.

4.  Datarecorders voor incidenten moeten in het bijzonder voldoen aan de volgende voorschriften:

(a)  de gegevens die kort vóór, tijdens en onmiddellijk na een botsing door de recorders kunnen worden geregistreerd en opgeslagen betreffen onder andere de snelheid van het voertuig, het remmen, de positie en de overhelling van het voertuig op de weg, de toestand en de mate van activering van alle veiligheidssystemen van het voertuig, een op de 112‑dienst gebaseerd eCall-boordsysteem, remactivering en de relevante inputparameters van de systemen voor actieve veiligheid en ongevalpreventie aan boord van het voertuig; deze gegevens moeten een hoge mate van nauwkeurigheid hebben en ook na een ongeval beschikbaar blijven;

(b)  het mag niet mogelijk zijn de voorzieningen uit te schakelen;

(c)  de gegevens moeten op zodanige wijze kunnen worden geregistreerd en opgeslagen dat:

(i)  zij functioneren met een systeem met gesloten circuit;

(ii)  zij geanonimiseerd zijn, en beschermd tegen manipulatie en misbruik;

(iii)  type, uitvoering en variant van het voertuig precies kunnen worden geïdentificeerd, in het bijzonder de systemen voor actieve veiligheid en ongevalpreventie aan boord van het voertuig;

(d)  zij via een gestandaardiseerde interface op basis van Unie- of nationale wetgeving en uitsluitend met het oog op onderzoek naar en analyse van ongevallen, waaronder voor typegoedkeuring van systemen en onderdelen en in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679, aan nationale autoriteiten ter beschikking kunnen worden gesteld.

5.  Een gegevensrecorder voor ongevallen mag niet de laatste vier cijfers van het voertuigidentificatiedeel van het voertuigidentificatienummer kunnen registreren en opslaan, noch enige andere informatie waaruit het individuele voertuig zelf, of de eigenaar of bezitter, kunnen worden afgeleid.

6.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen met nadere voorschriften voor specifieke testprocedures en technische voorschriften ▌betreffende:

(a)  de typegoedkeuring van voertuigen wat betreft de in lid 1 vermelde geavanceerde voertuigsystemen;

(b)  de typegoedkeuring van de in de punten a), f) en g) van ▌lid 1 vermelde geavanceerde voertuigsystemen als technische eenheden.

Deze gedelegeerde handelingen worden ten minste 15 maanden voor de in bijlage II genoemde relevante data gepubliceerd.

Artikel 7

Specifieke voorschriften voor personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen

1.  Voertuigen van de categorieën M1 en N1 moeten behalve aan de toepasselijke andere voorschriften van deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen ook voldoen aan de voorschriften in de leden 2 tot en met 5 en in de krachtens lid 6 vastgestelde uitvoeringshandelingen.

2.  Voertuigen van de categorieën M1 en N1 worden uitgerust met geavanceerde noodremsystemen die tweefasig zijn ontworpen en gemonteerd en die zorgen voor:

(a)  detectie van obstakels en van bewegende voertuigen ▌ vóór het motorvoertuig in de eerste fase;

(b)  uitbreiding van het detectievermogen in de tweede fase tot voetgangers en fietsers die zich vóór het motorvoertuig bevinden.

3.  Voertuigen van de categorieën M1 en N1 worden uitgerust met een noodrijstrookassistentiesysteem.

4.  Geavanceerde noodremsystemen en noodrijstrookassistentiesystemen moeten in het bijzonder voldoen aan de volgende voorschriften:

(a)  de systemen moeten uitsluitend één voor één kunnen worden uitgeschakeld ▌door middel van een ▌reeks acties die door de bestuurder moeten worden uitgevoerd;

(b)  als de hoofdbesturingsschakelaar van het voertuig wordt geactiveerd, moeten de systemen zich altijd in normale werkmodus bevinden;

(c)  geluidssignalen moeten op eenvoudige wijze kunnen worden uitgeschakeld, maar deze handeling mag niet tegelijk leiden tot het onderdrukken van andere systeemfuncties dan de geluidssignalen;

(d)  de bestuurder moet kunnen voorbijgaan aan de systemen.

5.  Voertuigen van de categorieën M1 en N1 worden ontworpen en gebouwd met een grotere botsbeschermingszone voor het hoofd om kwetsbare weggebruikers beter te beschermen en ervoor te zorgen dat zij bij een ongeval minder ernstige letsels oplopen.

6.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vast betreffende de uniforme procedures en technische specificaties voor ▌de typegoedkeuring van voertuigen met betrekking tot de voorschriften in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Ze worden ten minste 15 maanden voor de in bijlage II genoemde relevante data gepubliceerd.

Artikel 8

Frontbeschermingsinrichtingen voor personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen

1.  Frontbeschermingsinrichtingen die tot de originele uitrusting van voertuigen van de categorieën M1 en N1 behoren of als technische eenheden voor dergelijke voertuigen op de markt worden aangeboden, moeten voldoen aan de voorschriften in lid 2 en aan de technische specificaties die zijn vastgelegd in de in lid 3 bedoelde uitvoeringshandelingen.

2.  Frontbeschermingsinrichtingen die als technische eenheden op de markt worden aangeboden, gaan vergezeld van een gedetailleerde lijst van de voertuigtypen, varianten en uitvoeringen waarvoor typegoedkeuring aan het frontbeschermingssysteem is verleend, alsook van een duidelijke montagehandleiding.

3.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vast betreffende de uniforme procedures en technische specificaties voor de typegoedkeuring van de in lid 1 van dit artikel bedoelde frontbeschermingsinrichtingen, met inbegrip van technische specificaties voor de constructie en installatie ervan.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Ze worden ten minste 15 maanden voor de in bijlage II genoemde relevante data gepubliceerd.

Artikel 9

Specifieke voorschriften voor bussen en vrachtwagens

1.  Voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3 moeten behalve aan de toepasselijke andere voorschriften van deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen ook voldoen aan de voorschriften in de leden 2 tot en met 5 en aan de technische specificaties vastgelegd in de krachtens lid 7 vastgestelde uitvoeringshandelingen. Voertuigen van de categorieën M2 en M3 moeten ook voldoen aan het voorschrift van lid 6.

2.  Voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3 worden uitgerust met een waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook en met een geavanceerd noodremsysteem; deze systemen voldoen aan de technische specificaties vastgelegd in de krachtens lid 7 vastgestelde uitvoeringshandelingen.

3.  Voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3 worden uitgerust met geavanceerde systemen die voetgangers en fietsers in de nabijheid van de voor- of zijkant van het voertuig kunnen detecteren, die een waarschuwing geven of botsingen met deze kwetsbare weggebruikers vermijden.

4.  De in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde systemen moeten in het bijzonder voldoen aan de volgende voorschriften:

(a)  de systemen moeten uitsluitend één voor één kunnen worden uitgeschakeld ▌door middel van een ▌reeks acties die door de bestuurder moeten worden uitgevoerd;

(b)  de bestuurder moet kunnen voorbijgaan aan de systemen;

(c)  als de hoofdbesturingsschakelaar van het voertuig wordt geactiveerd, moeten de systemen zich altijd in normale werkmodus bevinden;

(d)  geluidssignalen moeten op eenvoudige wijze kunnen worden uitgeschakeld, maar deze actie mag niet tegelijk leiden tot het onderdrukken van andere systeemfuncties dan de geluidssignalen.

5.  Voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3 worden zo ontworpen en gebouwd dat zij een betere directe zichtbaarheid van kwetsbare weggebruikers bieden vanuit de bestuurdersstoel, door dode hoeken vóór en aan weerszijden van de bestuurder zoveel mogelijk op te heffen, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de verschillende voertuigcategorieën.

6.  Voertuigen van de categorieën M2, M3 met een capaciteit van meer dan 22 passagiers, de bestuurder niet meegerekend, die gebouwd zijn met ruimte voor staande passagiers, zodat passagiers vaak kunnen in- en uitstappen, moeten zo ontworpen en gebouwd zijn, dat zij toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, waaronder rolstoelgebruikers.

7.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vast betreffende de uniforme procedures en technische specificaties voor:

(a)  de typegoedkeuring van voertuigen met betrekking tot in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel bedoelde de voorschriften;

(b)  de typegoedkeuring van de in lid 3 van dit artikel bedoelde systemen als technische eenheden.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Indien deze uitvoeringshandelingen betrekking hebben op de in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel vastgestelde voorschriften, worden zij ten minste 15 maanden voor de in bijlage II genoemde relevante data gepubliceerd.

Indien deze uitvoeringshandelingen betrekking hebben op de in lid 5 van dit artikel vastgestelde voorschriften, worden zij ten minste 36 maanden voor de in bijlage II genoemde relevante data gepubliceerd.

Artikel 10

Specifieke voorschriften voor waterstofvoertuigen

1.  Waterstofvoertuigen van de categorieën M en N, alsook de waterstofsystemen ervan en de onderdelen van die systemen, moeten behalve aan de andere voorschriften van deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die van toepassing zijn op voertuigen van die categorieën, ook voldoen aan de technische specificaties in de in lid 3 bedoelde uitvoeringshandelingen.

2.  De fabrikanten zorgen ervoor dat de waterstofsystemen en de onderdelen van waterstofsystemen overeenkomstig de technische specificaties van de in de krachtens lid 3 vastgestelde uitvoeringshandelingen worden geïnstalleerd. De fabrikanten stellen zo nodig ook informatie beschikbaar met het oog op de inspectie van de waterstofsystemen en de onderdelen van de waterstofsystemen tijdens de levensduur van de waterstofvoertuigen.

3.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vast betreffende de uniforme procedures en technische specificaties voor de typegoedkeuring van waterstofvoertuigen met betrekking tot de waterstofsystemen ervan, inclusief de compatibiliteit van materialen en vulrecipiënten, en betreffende de typegoedkeuring van de onderdelen van waterstofsystemen, met inbegrip van de voorschriften voor de installatie ervan.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Ze worden ten minste 15 maanden voor de in bijlage II genoemde relevante data gepubliceerd.

Artikel 11

Specifieke voorschriften voor geautomatiseerde voertuigen en volledig geautomatiseerde voertuigen

1.  Geautomatiseerde voertuigen en volledig geautomatiseerde voertuigen moeten behalve aan de andere voorschriften van deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die van toepassing zijn op voertuigen van de betrokken categorieën, ook voldoen aan de technische specificaties in de in lid 3 bedoelde uitvoeringshandelingen met betrekking tot:

(a)  systemen die dienen om de besturing van het voertuig, met inbegrip van signaleren, sturen, versnellen en remmen, door de bestuurder te vervangen;

(b)  systemen die dienen om aan het voertuig realtime informatie te geven over de toestand van het voertuig en de omgeving;

(c)  systemen die de beschikbaarheid van de bestuurder controleren;

(d)  gegevensrecorders voor ▌ongevallen voor geautomatiseerde voertuigen;

(e)  een geharmoniseerd formaat voor de uitwisseling van gegevens, bijvoorbeeld voor vehicle platooning met voertuigen van verschillende merken;

(f)  systemen om veiligheidsinformatie te verstrekken aan andere weggebruikers.

2.  De in lid 1, onder c) bedoelde systemen die de beschikbaarheid van de bestuurder controleren gelden niet voor volledig geautomatiseerde voertuigen.

3.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vast betreffende de uniforme procedures en technische specificaties voor de in lid 1, onder a) tot en met f), van dit artikel vermelde systemen en andere elementen en voor de typegoedkeuring van geautomatiseerde en volledig geautomatiseerde voertuigen met betrekking tot die systemen teneinde de veilige werking van geautomatiseerde en volledig geautomatiseerde voertuigen op de openbare weg te waarborgen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Hoofdstuk III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 12

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, leden 3 en 6, en artikel 6, lid 6, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van 5 jaar met ingang van [▌de datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, leden 3 en 6 en artikel 6, lid 6, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, leden 3 en 6, en artikel 6, lid 6, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 13

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het Technisch Comité motorvoertuigen (TCMV). Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Indien het comité geen advies uitbrengt, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 14

Evaluatie en verslaglegging

1.  Uiterlijk op ... [vijf jaar na de datum van toepassing van deze verordening] en vervolgens om de vijf jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag in over de resultaten van de veiligheidsmaatregelen en ‑systemen en over hun penetratiegraad en het gebruikersgemak. De Commissie onderzoekt of deze maatregelen en systemen functioneren als bedoeld in deze verordening. Indien nodig gaat het verslag vergezeld van aanbevelingen en van een wetgevingsvoorstel om de voorschriften voor de algemene veiligheid en de bescherming en veiligheid van de inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers aan te passen, ter vermindering of uitbanning van ongelukken en verwondingen in het wegvervoer.

De Commissie evalueert met name de betrouwbaarheid en efficiëntie van nieuwe systemen voor intelligente snelheidsondersteuning en de nauwkeurigheid en het foutenpercentage van dergelijke systemen in reële rijomstandigheden. In voorkomend geval dient de Commissie een wetgevingsvoorstel in.

2.  Uiterlijk op 31 januari van elk jaar dient de Commissie met betrekking tot het voorgaande jaar bij het Europees Parlement en de Raad een voortgangsverslag in over de activiteiten van het Wereldforum voor de harmonisatie van reglementen voor voertuigen van de VN-ECE (WP.29) inzake de vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van de voertuigveiligheidsnormen met betrekking tot de in de artikelen 5 tot en met 11 bedoelde voorschriften en het standpunt van de Unie inzake deze aangelegenheden.

Artikel 15

Overgangsbepalingen

1.  Deze verordening leidt niet tot ongeldigverklaring van EU-typegoedkeuringen die aan voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden zijn verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 78/2009, Verordening (EG) nr. 79/2009, Verordening (EG) nr. 661/2009 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan uiterlijk [▌de datum onmiddellijk voorafgaand aan de datum van toepassing van deze verordening ▌], tenzij de voorschriften voor dergelijke voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden zijn gewijzigd of er door de onderhavige nieuwe verordening en de uitvoerings- en gedelegeerde handelingen welke op grond daarvan zijn vastgesteld, nieuwe voorschriften zijn toegevoegd, zoals nader gespecificeerd in de krachtens deze verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen.

2.  De goedkeuringsinstanties blijven uitbreidingen toestaan van de in lid 1 van dit artikel bedoelde EU-typegoedkeuringen.

3.  In afwijking van deze verordening blijven de lidstaten tot de in bijlage IV genoemde data toestaan dat voertuigen worden geregistreerd, en onderdelen worden verkocht en in het verkeer gebracht, die niet voldoen aan de in bijlage IV genoemde respectieve VN-reglementen.

Artikel 16

Data voor toepassing van de voorschriften

Met betrekking tot voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden moeten de nationale instanties:

(a)  vanaf de in bijlage II voor een bepaald voorschrift vermelde data, weigeren EU‑typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring te verlenen voor nieuwe typen voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die niet voldoen aan de voorschriften van deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, om redenen die verband houden met dat voorschrift;

(b)  vanaf de in bijlage II voor een bepaald voorschrift vermelde data, conformiteitscertificaten van nieuwe voertuigen als niet langer beschouwen voor de toepassing van artikel 48 van Verordening (EU) 2018/858, en de registratie van dergelijke voertuigen verbieden indien zij niet voldoen aan de voorschriften van deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, om redenen die verband houden met dat voorschrift;

(c)  vanaf de in bijlage II voor een bepaald voorschrift vermelde data, het in de handel of in het verkeer brengen van onderdelen en technische eenheden verbieden, indien zij niet voldoen aan de voorschriften van deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, om redenen die verband houden met dat voorschrift.

Artikel 17

Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/858

Bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

Artikel 18

Intrekking

1.  De Verordeningen (EG) nr. 78/2009, (EG) nr. 79/2009, (EG) nr. 631/2009 en (EG) nr. 661/2009 en de Verordeningen (EU) nr. 406/2010, (EU) nr. 672/2010, (EU) nr. 1003/2010, (EU) nr. 1005/2010, (EU) nr. 1008/2010, (EU) nr. 1009/2010, (EU) nr. 19/2011, (EU) nr. 109/2011, (EU) nr. 458/2011, (EU) nr. 65/2012, (EU) nr. 130/2012, (EU) nr. 347/2012, (EU) nr. 351/2012, (EU) nr. 1230/2012 en (EU) 2015/166 worden met ingang van de datum van toepassing van deze verordening ingetrokken.

2.  Verwijzingen naar de Verordeningen (EG) nr. 78/2009, (EG) nr. 79/2009 en (EG) nr. 661/2009 gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 19

Inwerkingtreding en datum van toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van [30 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Artikel 4, lid 3, artikel 4, lid 6, artikel 4, lid 7, artikel 5, lid 4, artikel 6, lid 6, artikel 7, lid 6, artikel 8, lid 3, artikel 9, lid 7, artikel 10, lid 3, artikel 11, lid 3, artikel 12 en artikel 13 zijn evenwel van toepassing vanaf ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te …,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

BIJLAGE I

 

Lijst van VN-reglementen, bedoeld in artikel 4, lid 2

Reglement nr.

Onderwerp

In het PB gepubliceerde wijzigingenreeks

Verwijzing naar het PB

Toepassingsgebied van het VN‑reglement

1

Koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen van categorie R2 en/of HS1

Wijzigingenreeks 02

PB L 177 van 10.7.2010, blz. 1

M, N (a)

3

Retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen

▌Wijzigingenreeks 02

PB L 323 van 6.12.2011, blz. 1

M, N, O

4

Achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 4 van 7.1.2012, blz. 7

M, N, O

6

Richtingaanwijzers voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

▌Wijzigingenreeks 01

PB L 213 van 18.7.2014, blz. 1

M, N, O

7

Breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

▌Wijzigingenreeks 02

PB L 285 van 30.9.2014, blz. 1

M, N, O

8

Voor motorvoertuigen bestemde koplampen (H1, H2, H3, HB3, HB4, H7, H8, H9, HIR1, HIR2 en/of H11)

Wijzigingenreeks 05, corrigendum 1 op herziening 4

PB L 177 van 10.7.2010, blz. 71

M, N (a)

10

Elektromagnetische compatibiliteit

▌Wijzigingenreeks 05

PB L 41 van 17.2.2017, blz. 1

M, N, O

11

Deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen

▌Wijzigingenreeks 03

PB L 120 van 13.5.2010, blz. 1

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1, N1

12

Bescherming van de bestuurder tegen de stuurvoorziening bij een botsing

▌Wijzigingenreeks 04

PB L 89 van 27.3.2013, blz. 1

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1, N1

13

Remsysteem van voertuigen en aanhangwagens

▌Wijzigingenreeks 11

PB L 42 van 18.2.2016, blz. 1

M2, M3, N, O (b)

13-H

Remsysteem van personenwagens

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 335 van 22.12.2015, blz. 1

M1, N1

14

Veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen en Isofix-toptetherverankeringen

▌Wijzigingenreeks 07

PB L 218 van 19.8.2015, blz. 27

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N

16

Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen

▌Wijzigingenreeks 07

PB L 109 van 27.4.2018, blz. 1

M, N

17

Stoelen, stoelverankeringen en eventuele hoofdsteunen

Wijzigingenreeks 08

PB L 230 van 31.8.2010, blz. 81

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N

18

Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik

▌Wijzigingenreeks 03

PB L 120 van 13.5.2010, blz. 29

M2, M3, N2, N3

19

Mistvoorlichten voor motorvoertuigen

▌Wijzigingenreeks 04

PB L 250 van 22.8.2014, blz. 1

M, N

20

Koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van halogeengloeilampen (H4)

Wijzigingenreeks 03

PB L 177 van 10.7.2010, blz. 170

M, N (a)

21

Binnenuitrusting

▌Wijzigingenreeks 01

PB L 188 van 16.7.2008, blz. 32

M1

23

Achteruitrijlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 237 van 8.8.2014, blz. 1

M, N, O

25

Al dan niet in voertuigstoelen ingebouwde hoofdsteunen

Wijzigingenreeks 04 corrigendum 2 op herziening 1

PB L 215 van 14.8.2010, blz. 1

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1

26

Naar buiten uitstekende delen

▌Wijzigingenreeks 03

PB L 215 van 14.8.2010, blz. 27

M1

28

Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 323 van 6.12.2011, blz. 33

M, N

29

Bescherming van de inzittenden van de cabine van bedrijfsvoertuigen

Wijzigingenreeks 03

PB L 304 van 20.11.2010, blz. 21

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

N

30

Luchtbanden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klasse C1)

▌Wijzigingenreeks 02

PB L 307 van 23.11.2011, blz. 1

M, N, O

31

Voor motorvoertuigen bestemde sealed-beamkoplampen (SB) die Europees asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen

▌Wijzigingenreeks 02

PB L 185 van 17.7.2010, blz. 15

M, N

34

Brandpreventie (tanks voor vloeibare brandstof)

▌Wijzigingenreeks 03

PB L 231 van 26.8.2016, blz. 41

M, N, O

37

Gloeilampen voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

▌Wijzigingenreeks 03

PB L 213 van 18.7.2014, blz. 36

M, N, O

38

Mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 4 van 7.1.2012, blz. 20

M, N, O

39

Snelheidsmeter en de installatie ervan

Wijzigingenreeks 01

PB L 120 van 13.5.2010, blz. 40

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N

43

Veiligheidsruiten

▌Wijzigingenreeks 01

PB L 42 van 12.2.2014, blz. 1

M, N, O

44

Beveiligingssystemen voor kinderen aan boord van motorvoertuigen ("kinderbeveiligingssystemen")

▌Wijzigingenreeks 04

PB L 265 van 30.9.2016, blz. 1

M, N

45

Koplampwissers

▌Wijzigingenreeks 01

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N

46

Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan

▌Wijzigingenreeks 04

PB L 237 van 8.8.2014, blz. 24

M, N

48

Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op motorvoertuigen

▌Wijzigingenreeks 06

PB L 265 van 30.9.2016, blz. 125

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N, O (c)

54

Luchtbanden voor bedrijfsvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klasse C2 en C3)

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 307 van 23.11.2011, blz. 2

M, N, O

55

Mechanische onderdelen van koppelingen van voertuigcombinaties

▌Wijzigingenreeks 01

PB L 153 van 15.6.2016, blz. 179

M, N, O (c)

58

Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden

Wijzigingenreeks 03

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N, O

61

Bedrijfsvoertuigen wat betreft de naar buiten uitstekende delen vóór de achterwand van de cabine

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 164 van 30.6.2010, blz. 1

N

64

Reserve-eenheid voor tijdelijk gebruik, runflatbanden/-systeem (en bandenspanningscontrolesysteem)

▌Wijzigingenreeks 02

PB L 310 van 26.11.2010, blz. 18

M1, N1

66

Sterkte van de bovenbouw van grote passagiersvoertuigen

Wijzigingenreeks 02

PB L 84 van 30.3.2011, blz. 1

M2, M3

67

Motorvoertuigen die LPG gebruiken

▌Wijzigingenreeks 01

PB L 285 van 20.10.2016, blz. 1

M, N

73

Zijdelingse bescherming van vrachtwagens

Wijzigingenreeks 01

PB L 122 van 8.5.2012, blz. 1

N2, N3, O3, O4

77

Parkeerlichten voor motorvoertuigen

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 4 van 7.1.2012, blz. 21

M, N

79

Stuurinrichting

▌ Wijzigingenreeks 03, corrigendum

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N, O

80

Stoelen van grote passagiersvoertuigen

Wijzigingenreeks 03 van het reglement

PB L 226 van 24.8.2013, blz. 20

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M2, M3

87

Dagrijlichten voor motorvoertuigen

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 4 van 7.1.2012, blz. 24

M, N

89

Snelheidsbegrenzers

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 4 van 7.1.2012, blz. 25

M, N (d)

90

Vervangingsremvoeringsets en trommelremvoeringen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

Wijzigingenreeks 02

PB L 185 van 13.7.2012, blz. 24

M, N, O

91

Zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 4 van 7.1.2012, blz. 27

M, N, O

93

Beschermingsinrichtingen aan de voorzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de voorzijde tegen klemrijden

Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 185 van 17.7.2010, blz. 56

N2, N3

94

Bescherming van de inzittenden bij een frontale botsing

Wijzigingenreeks 03

PB L 35 van 8.2.2018, blz. 1

M1

95

Bescherming van de inzittenden bij een zijdelingse botsing

▌Wijzigingenreeks 03

PB L 183 van 10.7.2015, blz. 91

M1, N1

97

Voertuigalarmsystemen (VAS)

▌Wijzigingenreeks 01

PB L 122 van 8.5.2012, blz. 19

M, N (g)

98

Voor motorvoertuigen bestemde koplampen met gasontladingslichtbronnen

▌Wijzigingenreeks 01

PB L 176 van 14.6.2014, blz. 64

M, N

99

Gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 285 van 30.9.2014, blz. 35

M, N

100

Elektrische veiligheid

▌Wijzigingenreeks 02

PB L 87 van 31.3.2015, blz. 1

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N

102

Kortkoppelinrichting; montage van een goedgekeurd type kortkoppelinrichting

Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 351 van 30.12.2008, blz. 44

N2, N3, O3, O4

104

Retroflectoren (zware en lange voertuigen)

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 75 van 14.3.2014, blz. 29

M2, M3, N, O2, O3, O4

105

Voertuigen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen

Wijzigingenreeks 05

PB L 4 van 7.1.2012, blz. 30

N,O

107

Voertuigen van de categorieën M2 en M3

▌Wijzigingenreeks 07

PB L 52 van 23.2.2018, blz. 1

M2, M3

108

Gecoverde banden voor personenauto’s en aanhangwagens daarvan

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 181 van 4.7.2006, blz. 1

M1, O1, O2

109

Gecoverde banden voor bedrijfsvoertuigen en aanhangwagens daarvan

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 181 van 4.7.2006, blz. 1

M2, M3, N, O3, O4

110

Specifieke onderdelen voor gecomprimeerd aardgas (CNG)

Wijzigingenreeks 01

PB L 166 van 30.6.2015, blz. 1

M, N

112

Voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules

▌Wijzigingenreeks 01

PB L 250 van 22.8.2014, blz. 67

M, N

114

Vervangingsairbag

Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 373 van 27.12.2006, blz. 272

M1, N1

115

LPG- en CNG-retrofitsystemen

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 323 van 7.11.2014, blz. 91

M, N

116

Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 45 van 16.2.2012, blz. 1

M1, N1 (e)

117

Banden met betrekking tot rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand (klasse C1, C2 en C3)

▌Wijzigingenreeks 02

PB L 218 van 12.8.2016, blz. 1

M, N, O

118

Brandwerendheid van in bussen gebruikte interieurmaterialen

▌Wijzigingenreeks 02

PB L 102 van 21.4.2015, blz. 67

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M3

119

Hoeklichten

Wijzigingenreeks 01

PB L 89 van 25.3.2014, blz. 101

M, N

121

Plaats en identificatie van handbedieningen, verklikkerlichten en meters

Wijzigingenreeks 01

PB L 5 van 8.1.2016, blz. 9

M, N

122

Verwarmingssysteem van voertuigen

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 164 van 30.6.2010, blz. 231

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N, O

123

Adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen

Wijzigingenreeks 01

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N

124

Vervangingswielen

Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 375 van 27.12.2006, blz. 568

M1, N1, O1, O2

125

Gezichtsveld naar voren

▌Wijzigingenreeks 01

PB L 20 van 25.1.2018, blz. 16

M1

126

Scheidingssystemen

Oorspronkelijke versie van het reglement

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1

127

Veiligheid van de voetgangers

Wijzigingenreeks 02

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1, N1

128

Ledlichtbronnen

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 162 van 29.5.2014, blz. 43

M, N, O

129

Verbeterde kinderbeveiligingssystemen

▌Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 97 van 29.3.2014, blz. 21

M, N

130

Waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook

Oorspronkelijke versie van het reglement

PB L 178 van 18.6.2014, blz. 29

M2, M3, N2, N3 (f)

131

Geavanceerd noodremsysteem

Wijzigingenreeks 01

PB L 214 van 19.7.2014, blz. 47

M2, M3, N2, N3 (f)

134

Veiligheid van waterstof

▌Oorspronkelijke versie van de wijzigingen

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M, N

135

Zijdelingse impact paal

▌Wijzigingenreeks 01

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1, N1

137

Frontale botsing op volle breedte

Wijzigingenreeks 01

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1

139

Remhulp

Oorspronkelijke versie van het reglement

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1, N1

140

Stabiliteitscontrole

Oorspronkelijke versie van het reglement

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1, N1

141

Bandenspanningscontrole

Oorspronkelijke versie van het reglement

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1, N1 (g)

142

Montage van banden

Oorspronkelijke versie van het reglement

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1

145

Kinderbeveiligingsverankeringen

Oorspronkelijke versie van het reglement

[PB: gepland voor vertaling in 2018, gelieve de verwijzingen te actualiseren wanneer deze beschikbaar zijn]

M1

_______________________

Opmerkingen bij de tabel

De in de tabel vermelde wijzigingenreeks verwijst naar de in het Publicatieblad bekendgemaakte versie en laat de wijzigingenreeksen onverlet waaraan op grond van de daarin vervatte overgangsbepalingen moet worden voldaan.

De naleving van een wijzigingenreeks die na de in de tabel vermelde reeks is goedgekeurd, wordt als alternatief aanvaard.

De data die gespecificeerd zijn in de in de tabel vermelde wijzigingenreeksen van de VN-reglementen ten aanzien van de verplichtingen van de overeenkomstsluitende partijen bij de "Herziene Overeenkomst van 1958"(32) in verband met de eerste registratie, het in het verkeer brengen, het op de markt aanbieden, de verkoop, de erkenning van typegoedkeuringen en soortgelijke bepalingen, zijn verplicht van toepassing voor de doeleinden van de artikelen 48 en 50 van Verordening (EU) 2018/858, behalve indien alternatieve data zijn bepaald in artikel 16 van deze verordening, die in dat geval van toepassing zijn.

In sommige gevallen is in de overgangsbepalingen van een in deze tabel vermeld VN-reglement bepaald dat de overeenkomstsluitende partijen bij de "Herziene Overeenkomst van 1958" die een bepaalde wijzigingenreeks van dat VN-reglement toepassen, vanaf een bepaalde datum niet verplicht zijn een overeenkomstig een eerdere wijzigingenreeks goedgekeurd type te aanvaarden of een dergelijk type mogen weigeren te aanvaarden voor nationale of regionale typegoedkeuring, dan wel bewoordingen met een soortgelijke bedoeling en strekking. Dit moet worden opgevat als een bindende bepaling voor nationale instanties om de conformiteitscertificaten niet langer als geldig te beschouwen voor de doeleinden van artikel 48 van Verordening (EU) 2018/858, behalve indien alternatieve data zijn vermeld in bijlage II bij deze verordening, die in dat geval van toepassing zijn.

(a)

De VN-Reglementen nrs. 1, 8 en 20 gelden niet voor de EU-typegoedkeuring van voertuigen.

(b)

De verplichte montage van een functie voor stabiliteitscontrole is krachtens de VN-reglementen vereist. Dit is evenwel ook verplicht voor voertuigen van categorie N1.

(c)

Wanneer de voertuigfabrikant verklaart dat een voertuig geschikt is voor het trekken van lasten (punt 2.11.5 van het in artikel 24, lid 1, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde inlichtingenformulier) en een deel van een al dan niet in het type motorvoertuig gemonteerde geschikte mechanische koppelinrichting een verlichtingselement en/of de ruimte voor de montage en bevestiging van de achterkentekenplaat (gedeeltelijk) aan het gezicht zou kunnen onttrekken, is het volgende van toepassing:

—  in de gebruiksinstructies van het motorvoertuig (bv. de gebruikershandleiding of instructieboekje van het voertuig) moet duidelijk vermeld staan dat de installatie van een mechanische koppelinrichting die niet gemakkelijk kan worden verwijderd of verplaatst, verboden is;

—  in de instructies moet ook duidelijk worden bepaald dat indien er een mechanische koppelinrichting wordt gemonteerd, deze verwijderd of verplaatst moet worden zij niet in gebruik is; en

—  bij typegoedkeuring van het voertuigsysteem krachtens VN-Reglement nr. 55 moet worden gewaarborgd dat de bepalingen inzake verwijdering, herpositionering en/of alternatieve plaatsing ook volledig zijn nageleefd met betrekking tot de verlichtingsinstallatie en de ruimte voor het monteren en bevestigen van de achterkentekenplaat.

(d)

Alleen met betrekking tot snelheidsbegrenzers en de verplichte installatie daarvan op voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3.

(e)

Op voertuigen van de categorieën M1 en N1 moeten voorzieningen ter beveiliging tegen onrechtmatig gebruik worden gemonteerd en op voertuigen van categorie M1 moeten immobilisatiesystemen worden gemonteerd.

(f)

Zie toelichting 4 bij de tabel in bijlage II.

(g)  

Voor voertuigen van de categorieën M1 met een maximummassa van ≤ 3 500 kg) en N1 die niet zijn uitgerust met dubbele wielen van een as.

BIJLAGE II

Lijst van voorschriften, bedoeld in artikel 4, lid 5, en artikel 5, lid 3, alsook van data bedoeld in artikel 16

Onderwerp

Regelgeving

Aanvullende specifieke technische bepalingen

M1

M2

M3

N1

N2

N3

O1

O2

O3

O4

S

T

U

On

der

deel

Voorschriften betreffende

A BEVEILIGINGSSYSTEMEN, BOTSPROEVEN, INTEGRITEIT VAN HET BRANDSTOFSYSTEEM EN ELEKTRISCHE VEILIGHEID BIJ HOOGSPANNING

A1 Binnenuitrusting

VN-Reglement nr. 21

 

A

A2 Stoelen en hoofdsteunen

VN-Reglement nr. 17

 

A

A

A

A

A

A

A3 Busstoelen

VN-Reglement nr. 80

 

A

A

A

A4 Verankeringen veiligheidsgordels

VN-Reglement nr. 14

 

A

A

A

A

A

A

A5 Veiligheidsgordels en beveiligingssystemen

VN-Reglement nr. 16

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A6 Veiligheidsgordel­verklikkers

 

 

A

A

A

A

A

A

 

 

 

 

 

 

A7 Scheidingssystemen

VN-Reglement nr. 126

 

X

B

A8 Kinderbeveiligings­verankeringen

VN-Reglement nr. 145

 

A

A9 Kinderbeveiligings­systemen

VN-Reglement nr. 44

 

A1

A1

A1

A1

A1

A1

A

A

A10 Verbeterde kinderbeveiligings­systemen

VN-Reglement nr. 129

 

X

X

X

X

X

X

B

B

A11 Beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden

VN-Reglement nr. 93

 

A

A

A

A

A12 Beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden

VN-reglement nr. 58

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A13 Zijdelingse bescherming

VN-Reglement nr. 73

 

A

A

A

A

A14 Veiligheid van de brandstoftank

VN-Reglement nr. 34

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A15 Veiligheid van vloeibaar petroleumgas

VN-Reglement nr. 67

 

A

A

A

A

A

A

A

A16 Veiligheid van gecomprimeerd en vloeibaar aardgas

VN-Reglement nr. 110

 

A

A

A

A

A

A

A

A17 Veiligheid van waterstof

VN-Reglement nr. 134

 

A

A

A

A

A

A

A

A18 Materiaalkwalificatie waterstofsysteem

 

A

A

A

A

A

A

A

A19 Elektrische veiligheid tijdens gebruik

VN-Reglement nr. 100

 

A

A

A

A

A

A

A20 Frontale offset-botsing

VN-Reglement nr. 94

Van toepassing op voertuigen van de categorieën M1 met een maximummassa van ≤ 3 500 kg en N1 met een maximummassa 2 500 kg. Voor voertuigen met een maximummassa > 2 500 kg zijn de opmerkingen in Noot B van toepassing.

A

A

A21 Frontale botsing op volle breedte

VN-Reglement nr. 137

Het gebruik van de antropomorfe testpop "Hybrid III" is toegestaan totdat de testinrichting voor bescherming van inzittenden "THOR" beschikbaar is in het VN‑reglement.

B

B

A22 Beveiligingsvoorzieningen die op de stuurinrichting werken

VN-Reglement nr. 12

 

A

A

A

A23 Vervangingsairbag

VN-Reglement nr. 114

 

X

X

B

A24 Botsing cabine

VN-Reglement nr. 29

 

A

A

A

A25 Zijdelingse botsing

VN-Reglement nr. 95

Van toepassing op alle voertuigen van de categorieën M1 en N1, inclusief voertuigen waarbij het R-punt van de laagste zitplaats zich > 700 mm boven de grond bevindt. Voor voertuigen waarvan het R-punt van de laagste zitplaats zich > 700 mm van het wegdek bevindt, zijn de data in Noot B van toepassing.

A

A

A26 Zijdelingse impact paal

VN-Reglement nr. 135

 

B

B

A27 Zijdelingse botsing

VN-Reglement nr. 34

Van toepassing op voertuigen van de categorieën M1 met een maximummassa ≤ 3 500 kg en N1 ▌. Er moet voldaan zijn aan de voorschriften voor elektrische veiligheid na de botsing.

B

B

Voorschriften betreffende

B KWETSBARE WEGGEBRUIKERS, ZICHT EN ZICHTBAARHEID

B1 Been- en hoofdbescherming voetgangers

VN-Reglement nr. 127

 

A

A

B2 Vergrote trefzone van het hoofd ▌

VN-Reglement nr. 127

Het botslichaam in de vorm van het hoofd van een kind of een volwassene wordt begrensd door de "omwikkelafstand voor volwassenen" van 2 500 mm of, als deze zich meer naar voren bevindt, de "referentielijn bovenrand voorruit". Contact van het botslichaam in de vorm van een hoofd met de A-stijlen en de bovenkant en het frame van de voorruit is uitgesloten, maar moet worden gecontroleerd.

C

C

B3 Frontbeschermingsinrichting

 

X

X

A

B4 Geavanceerde noodrem voor voetgangers en fietsers

 

 

C

C

B5 Botswaarschuwing voetgangers en fietsers

 

 

B

B

B

B

B

B6 Informatiesysteem dode hoek

 

 

B

B

B

B

B

B7 Achteruitrijdetectie

 

 

B

B

B

B

B

B

B

B8 Voorwaarts zicht

VN-Reglement nr. 125

Is van toepassing op voertuigen van de categorieën M1 en N1

A

C

B9 Direct zicht zware voertuigen

 

 

D

D

D

D

B10 Veiligheidsruiten

VN-Reglement nr. 43

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B11 Ontdooiings- en ontwasemings­inrichtingen

 

 

A

A2

A2

A2

A2

A2

B12 Ruitenwissers en ‑sproeiers

 

 

A

A3

A3

A3

A3

A3

A

B13 Inrichtingen voor indirect zicht

VN-Reglement nr. 46

 

A

A

A

A

A

A

A

Voorschriften betreffende

C VOERTUIGCHASSIS, REMMEN, BANDEN EN STUURINRICHTING

C1 Stuurinrichting

VN-Reglement nr. 79

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

C2 Waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook

VN-Reglement nr. 130

 

A4

A4

A4

A4

C3 Systeem voor rijstrookassistentie in noodsituaties

 

 

B6

B6

C4 Remsysteem

VN-reglement nr. 13

VN-Reglement nr. 13-H

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

C5 Vervangingsdelen voor rem

VN-Reglement nr. 90

 

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

A

C6 Remhulp

VN-Reglement nr. 139

 

A

A

C7 Stabiliteitscontrole

VN-reglement nr. 13

VN-reglement nr. 140

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

C8 Geavanceerde noodrem op zware voertuigen

VN-Reglement nr. 131

 

A4

A4

A4

A4

C9 Geavanceerde noodrem op lichte bedrijfsvoertuigen

 

 

B

B

C10 Bandenveiligheid en milieuprestaties

VN-reglement nr. 30

VN-reglement nr. 54

VN-reglement nr. 117

Er wordt ook gezorgd voor een testprocedure voor gebruikte banden; van toepassing zijn de data in noot C.

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

A

C11 Reservewielen en runflatsystemen

VN-Reglement nr. 64

 

A1

A1

C12 Gecoverde banden

VN-Reglement nr. 108

VN-Reglement nr. 109

 

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

A

C13 Bandenspanningscontrole voor lichte bedrijfsvoertuigen

VN-Reglement nr. 141

Van toepassing op voertuigen van de categorieën M1 met een maximummassa ≤ 3 500 kg en N1

A

B

C14 Bandenspanningscontrole voor zware voertuigen

 

 

B

B

B

B

B

B

C15 Montage van banden

VN-Reglement nr. 142

Van toepassing op alle voertuigcategorieën

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

C16 Vervangingswielen

VN-Reglement nr. 124

 

X

X

X

X

B

Voorschriften betreffende

D BOORDINSTRUMENTEN, ELEKTRISCH SYSTEEM, VOERTUIGVERLICHTING EN BESCHERMING TEGEN ONRECHTMATIG GEBRUIK, INCLUSIEF CYBERAANVALLEN

D1 Akoestische waarschuwing

VN-Reglement nr. 28

 

A

A

A

A

A

A

A

D2 Radiostoring (elektromagnetische compatibiliteit)

VN-Reglement nr. 10

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

D3 Bescherming tegen onrechtmatig gebruik, ▌immobilisatie- en alarmsystemen

VN-reglement nr. 18

VN-reglement nr. 97

VN-reglement nr. 116

 

A

A1

A1

A

A1

A1

A

A

D4 Bescherming van het voertuig tegen cyberaanvallen

 

 

B

B

B

B

B

B

 

 

 

 

B

B

D5 Snelheidsmeter

VN-Reglement nr. 39

 

A

A

A

A

A

A

D6 Kilometerteller

VN-Reglement nr. 39

 

A

A

A

A

A

A

D7 Snelheidsbegrenzers

VN-Reglement nr. 89

 

A

A

A

A

A

D8 Intelligente snelheidsondersteuning

 

 

B

B

B

B

B

B

B

D9 Identificatie van bedieningsinstrumenten, verklikkerlichten en meters

VN-Reglement nr. 121

 

A

A

A

A

A

A

D10 Verwarmingssystemen

VN-Reglement nr. 122

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

D11 Lichtsignaalinrichtingen

VN-reglement nr. 4

VN-reglement nr. 6

VN-reglement nr. 7

VN-reglement nr. 19

VN-reglement nr. 23

VN-reglement nr. 38

VN-reglement nr. 77

VN-reglement nr. 87

VN-reglement nr. 91

 

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

A

D12 Wegverlichtingsinrichtingen

VN-reglement nr. 31

VN-reglement nr. 98

VN-reglement nr. 112

VN-reglement nr. 119

VN-reglement nr. 123

 

X

X

X

X

X

X

A

D13 Retroflecterende voorzieningen

VN-Reglement nr. 3

VN-reglement nr. 104

 

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

A

D14 Lichtbronnen

VN-reglement nr. 37

VN-reglement nr. 99

VN-reglement nr. 128

 

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

A

D15 Installatie van lichtsignaal-, wegverlichtings- en retroflecterende inrichtingen

VN-Reglement nr. 48

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

D16 Noodstopsignaal

 

 

B

B

B

B

B

B

 

 

D17 Koplampwissers

VN-Reglement nr. 45

 

A1

A1

A1

A1

A1

A1

A

D18 Schakelindicatoren

 

 

A

Voorschriften betreffende

E BESTUURDER- EN SYSTEEMGEDRAG

E1 Ondersteuning van de installatie van een alcoholslot

 

EN 50436:2016

B

B

B

B

B

B

E2 Vermoeidheids- en aandachtswaarschuwing

 

 

B

B

B

B

B

B

E3 Geavanceerde afleidings­waarschuwing

 

Het vermijden van afleiding door technische middelen kan ook in aanmerking worden genomen ▌.

C

C

C

C

C

C

E4 Systeem dat de gereedheid van de bestuurder controleert

 

 

B5

B5

B5

B5

B5

B5

 

 

 

 

 

 

E5 Gegevensrecorder voor incidenten ▌

 

 

B

D

D

B

D

D

B

E6 Systemen die dienen om de besturing door de bestuurder te vervangen

 

 

B5

B5

B5

B5

B5

B5

 

 

 

 

 

 

E7 Systemen die dienen om aan het voertuig informatie te geven over de toestand van het voertuig en de omgeving

 

 

B5

B5

B5

B5

B5

B5

 

 

 

 

 

 

E8 Platooning

 

 

B1

B1

B1

B1

 

 

 

 

 

 

Voorschriften betreffende

F ALGEMENE BOUW EN KENMERKEN VAN HET VOERTUIG

F1 Ruimte voor de kentekenplaat

 

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

F2 Achteruitrijbeweging

 

 

A

A

A

A

A

A

F3 Hang- en sluitwerk van deuren

VN-Reglement nr. 11

 

A

A

F4 Deuropstapjes, handgrepen en treeplanken

 

 

A

A

A

A

F5 Naar buiten uitstekende delen

VN-Reglement nr. 26

 

A

F6 Naar buiten uitstekende delen van cabines van bedrijfsvoertuigen

VN-Reglement nr. 61

 

A

A

A

F7 Voorgeschreven plaat en voertuigidentificatienummer

 

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

F8 Sleepinrichtingen

 

 

A

A

A

A

A

A

F9 Wielbeschermers

 

 

A

F10 Opspatafschermings­systemen

 

 

A

A

A

A

A

A

A

F11 Massa's en afmetingen

 

 

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

F12 Mechanische koppelingen

VN-reglement nr. 55

VN-reglement nr. 102

 

A1

A1

A1

A1

A1

A1

A

A

A

A

A

F13 Voertuigen bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen

VN-Reglement nr. 105

 

A

A

A

A

A

A

A

F14 Algemene constructie van bussen

VN-Reglement nr. 107

 

A

A

F15 Sterkte van de bovenbouw van bussen

VN-Reglement nr. 66

 

A

A

F16 Ontvlambaarheid in bussen

VN-Reglement nr. 118

 

A

A

_______________________

Opmerkingen bij de tabel

A:

Verbodsdatum voor de registratie van voertuigen en het in de handel en in het verkeer brengen van onderdelen en technische eenheden:

[▌ de datum van toepassing van deze verordening].

B:

Datum voor weigering van de verlening van EU-typegoedkeuring:

[▌ de datum van toepassing van deze verordening].

Verbodsdatum voor de registratie van voertuigen en het in de handel en in het verkeer brengen van onderdelen en technische eenheden:

[▌24 maanden na de toepassingsdatum van deze verordening].

C:

Datum voor weigering van de verlening van EU-typegoedkeuring:

[▌24 maanden na de toepassingsdatum van deze verordening].

Verbodsdatum voor de registratie van voertuigen en het in de handel en in het verkeer brengen van onderdelen en technische eenheden:

[▌48 maanden na de toepassingsdatum van deze verordening].

D:

Datum voor weigering van de verlening van EU-typegoedkeuring:

[42 maanden na de toepassingsdatum van deze verordening].

Verbodsdatum voor de registratie van voertuigen en het in de handel en in het verkeer brengen van onderdelen en technische eenheden:

[78 maanden na de toepassingsdatum van deze verordening].

X:

Het onderdeel of de technische eenheid geldt voor de aangegeven voertuigcategorieën.

1

Naleving is vereist indien het onderdeel is gemonteerd.

2

Voertuigen van deze categorie moeten voorzien zijn van een geschikte ontdooiings- en ontwasemingsvoorziening.

3

Voertuigen van deze categorie moeten voorzien zijn van geschikte ruitensproei- en ruitenwisinrichtingen.

4

De volgende voertuigen zijn vrijgesteld:

—  opleggertrekkers van categorie N2 met een maximummassa van meer dan 3,5 ton, maar niet meer dan 8 ton;

—  voertuigen van de categorieën M2 en M3 van klasse A, klasse I en klasse II, zoals gedefinieerd in punt 2.1 van VN-Reglement nr. 107;

—  gelede bussen van categorie M3 van klasse A, klasse I en klasse II, zoals gedefinieerd in punt 2.1 van VN-Reglement nr. 107;

—  terreinwagens van de categorieën M2, M3, N2 en N3;

—  voertuigen voor speciale doeleinden van de categorieën M2, M3, N2 en N3; en

—  voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3 met meer dan drie assen;

5

Naleving is vereist in het geval van geautomatiseerde voertuigen.

6

Op motorvoertuigen met een hydraulisch bekrachtigde stuurinrichting zijn de data in opmerking C van toepassing. Deze voertuigen moeten evenwel in plaats daarvan zijn uitgerust met een waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook.

BIJLAGE III

Wijziging van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858

Bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858 wordt als volgt gewijzigd:

1)  in deel I wordt in de tabel bij de gegevens voor nummer 3A de verwijzing in de derde kolom naar "Verordening (EG) nr. 661/2009" vervangen door:

"Verordening (EU) 2019/…*(33)

_______________

Verordening (EU) 2019/… van het Europees Parlement en de Raad van […] betreffende de voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, wat de algemene veiligheid ervan en de bescherming van de inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers betreft, tot wijziging van Verordening (EU) 2018/858 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 78/2009, (EG) nr. 79/2009 en (EG) nr. 661/2009 [PB … van ..., blz.…]"

en elke latere verwijzing naar "Verordening (EG) nr. 661/2009" in bijlage II wordt vervangen door een verwijzing naar "Verordening (EU) 2019/…", tenzij anders bepaald in de volgende bepalingen van deze bijlage;

2)  deel I wordt als volgt gewijzigd:

(a)  de tabel wordt als volgt gewijzigd:

i)  de volgende gegevens worden op grond van het nummer op de juiste plaats ingevoegd:

"55A

Zijdelingse impact paal

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 135

X

X";

ii)  de gegevens voor nummer 58 worden vervangen door:

"58

Bescherming van voetgangers

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 127

X

X

X";

iii)  de gegevens voor de nummers 62 en 63 worden vervangen door:

"62

Waterstofsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 134

X

X

X

X

X

X

X

63

Algemene veiligheid

Verordening (EU) 2019/…+

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)";

iv)  de gegevens voor de nummers 65 en 66 worden vervangen door:

"65

Geavanceerd noodremsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 131

X

X

X

X

66

Waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 130

X

X

X

X";

b)  de toelichtingen worden als volgt gewijzigd:

i)  de toelichtingen 3 en 4 worden vervangen door:

"(3) Overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EU) 2019/…+ is de montage van een voertuigstabiliteitsfunctie vereist.

(4)  Overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EU) 2019/...+ is de montage van een elektronisch stabiliteitscontrolesysteem vereist.

ii)  toelichting 9A wordt vervangen door:

(9A)  Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2019/...+ is de montage van een bandenspanningscontrolesysteem vereist;

iii)  toelichting 15 wordt vervangen door:

"(15) Naleving van Verordening (EU) 2019/...+ is verplicht. Typegoedkeuring in het kader van dit specifieke item wordt echter niet beoogd, aangezien het slechts gaat om de verzameling van individuele items die elders in de tabel zijn vermeld, met verwijzing naar Verordening (EU) 2019/...+.";

3)

in deel I, aanhangsel 1, wordt tabel 1 als volgt gewijzigd:

a)  de gegevens voor nummer 46A worden vervangen door:

"46A

Montage van banden

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 142

 

B";

 

b)  de gegevens voor nummer 58 worden vervangen door:

"58

Bescherming van voetgangers

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 127

 

C

Datum voor weigering van de verlening van EU-typegoedkeuring:

[42 maanden na de toepassingsdatum van deze verordening].

Verbodsdatum voor de registratie van voertuigen:

[144 maanden na de toepassingsdatum van deze verordening]";

 

c)  de gegevens voor de nummers 62 en 63 worden vervangen door:

"62

Waterstofsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 134

 

X

63

Algemene veiligheid

Verordening (EU) 2019/…+

 

Naleving van Verordening (EU) 2019/...+ is verplicht. Typegoedkeuring in het kader van dit specifieke item wordt echter niet beoogd, aangezien het slechts gaat om de verzameling van individuele items die elders in de tabel zijn vermeld, met verwijzing naar Verordening (EU) 2019/...+.";

4)

in aanhangsel 1 wordt in de toelichting bij tabel 1 de laatste alinea geschrapt;

5)

in deel I, aanhangsel 1, wordt tabel 2 als volgt gewijzigd:

a)  de gegevens voor nummer 46A worden vervangen door:

"46A

Montage van banden

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 142

 

B";

 

b)  de gegevens voor nummer 58 worden vervangen door:

"58

Bescherming van voetgangers

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 127

 

C

Datum voor weigering van de verlening van EU-typegoedkeuring:

[42 maanden na de toepassingsdatum van deze verordening].

Verbodsdatum voor de registratie van voertuigen:

[144 maanden na de toepassingsdatum van deze verordening]";

 

c)  de gegevens voor de nummers 62 en 63 worden vervangen door:

"62

Waterstofsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 134

 

X

63

Algemene veiligheid

Verordening (EU) 2019/…+

 

Naleving van Verordening (EU) 2019/...+ is verplicht. Typegoedkeuring in het kader van dit specifieke item wordt echter niet beoogd, aangezien het slechts gaat om de verzameling van individuele items die elders in de tabel zijn vermeld, met verwijzing naar Verordening (EU) 2019/...+.";

(6)

in deel I, aanhangsel 2, wordt punt 4 als volgt gewijzigd:

a)  de tabel met de titel "Deel I: Voertuigen van categorie M1" wordt als volgt gewijzigd:

i)  de gegevens voor nummer 58 worden vervangen door:

"58

VN-Reglement nr. 127

Verordening (EU) 2019/…+

(Bescherming van voetgangers)

De voertuigen moeten worden voorzien van een elektronisch antiblokkeersysteem dat op alle wielen werkt.

De voorschriften van VN-Reglement nr. 127 zijn van toepassing.

Frontale beschermingsinrichtingen moeten hetzij een integrerend deel van het voertuig vormen en voldoen aan de voorschriften van de VN-Reglement nr. 127, hetzij typegoedkeuring hebben verkregen als technische eenheid";

 

ii)  de volgende gegevens worden op grond van het nummer op de juiste plaats ingevoegd:

"62

VN-Reglement nr. 134

Verordening (EU) 2019/…+

(Waterstofsysteem)

De voorschriften van VN-Reglement nr. 134 zijn van toepassing.

Bij wijze van alternatief kan worden aangetoond dat het voertuig voldoet aan:

—  de materiële voorschriften van Verordening (EG) nr. 79/2009 in de versie die van toepassing is op [▌de datum onmiddellijk voorafgaand aan de datum van toepassing van deze verordening];

—  aanhangsel 100 – Technische norm voor brandstofsystemen van motorvoertuigen aangedreven door gecomprimeerd waterstofgas (Japan);

—  GB/T 24549-2009 Elektrische voertuigen aangedreven door brandstofcellen – veiligheidsvoorschriften (China);

—  internationale norm ISO 23273:2013 deel 1: Functionele veiligheid voor voertuigen en deel 2: Bescherming tegen waterstofgevaren voor voertuigen met samengeperst waterstof; of

—  SAE J2578 – Algemene veiligheid van voertuigen aangedreven door brandstofcellen";

 

b)  de tabel met de titel "Deel II: Voertuigen van categorie N1" wordt als volgt gewijzigd:

i)  de gegevens voor nummer 58 worden vervangen door:

"58

VN-Reglement nr. 127

Verordening (EU) 2019/…+

(Bescherming van voetgangers)

De voertuigen moeten worden voorzien van een elektronisch antiblokkeersysteem dat op alle wielen werkt.

De voorschriften van VN-Reglement nr. 127 zijn van toepassing.

Frontale beschermingsinrichtingen moeten hetzij een integrerend deel van het voertuig vormen en voldoen aan de voorschriften van de VN-Reglement nr. 127, hetzij typegoedkeuring hebben verkregen als technische eenheid";

 

ii)  de volgende gegevens worden op grond van het nummer op de juiste plaats ingevoegd:

"62

VN-Reglement nr. 134

Verordening (EU) 2019/…+

(Waterstofsysteem)

De voorschriften van VN-Reglement nr. 134 zijn van toepassing.

Bij wijze van alternatief kan worden aangetoond dat het voertuig voldoet aan:

—  de materiële voorschriften van Verordening (EG) nr. 79/2009 in de versie die van toepassing is op [▌de datum onmiddellijk voorafgaand aan de datum van toepassing van deze verordening];

—  aanhangsel 100 – Technische norm voor brandstofsystemen van motorvoertuigen aangedreven door gecomprimeerd waterstofgas (Japan);

—  GB/T 24549-2009 Elektrische voertuigen aangedreven door brandstofcellen – veiligheidsvoorschriften (China);

—  internationale norm ISO 23273:2013 deel 1: Functionele veiligheid voor voertuigen en deel 2: Bescherming tegen waterstofgevaren voor voertuigen met samengeperst waterstof; of

—  SAE J2578 – Algemene veiligheid van voertuigen aangedreven door brandstofcellen";

7)

in deel II worden in de tabel de gegevens voor de nummers 58, 65 en 66 geschrapt;

8)

deel III wordt als volgt gewijzigd:

a)  in aanhangsel 1 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

i)  de gegevens voor nummer 58 worden vervangen door:

 

"58

Bescherming van voetgangers

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 127

X

X";

 

 

 

ii)  de gegevens voor de nummers 62 en 63 worden vervangen door:

 

"62

Waterstofsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 134

X

X

X

X

 

63

Algemene veiligheid

Verordening (EU) 2019/…+

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)';

 

iii)  de gegevens voor de nummers 65 en 66 worden vervangen door:

 

"65

Geavanceerd noodremsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 131

 

 

N.v.t.

N.v.t.

 

66

Waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 130

 

 

N.v.t.

N.v.t.";

 

b)  In aanhangsel 2 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

i)  de volgende gegevens worden op grond van het nummer op de juiste plaats ingevoegd:

"55A

Zijdelingse impact paal

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 135

N.v.t.

 

 

N.v.t.";

 

 

 

 

 

 

 

ii)  de gegevens voor nummer 58 worden vervangen door:

"58

Bescherming van voetgangers

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 127

N.v.t.

 

 

N.v.t.";

 

 

 

 

 

 

 

iii)  de gegevens voor de nummers 62 en 63 worden vervangen door:

"62

Waterstofsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 134

X

X

X

X

X

X

 

 

 

 

63

Algemene veiligheid

Verordening (EU) 2019/…+

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)';

 

iv)  de gegevens voor de nummers 65 en 66 worden vervangen door:

"65

Geavanceerd noodremsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 131

 

N.v.t.

N.v.t.

 

N.v.t.

N.v.t.

 

 

 

 

66

Waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 130

 

N.v.t.

N.v.t.

 

N.v.t.

N.v.t.";

 

 

 

 

 

c)  aanhangsel 3 wordt als volgt gewijzigd:

i)  in de tabel worden de volgende gegevens op grond van het nummer op de juiste plaats ingevoegd:

"55A

Zijdelingse impact paal

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 135

N.v.t.";

 

ii)  in de tabel worden de gegevens voor nummer 58 vervangen door:

"58

Bescherming van voetgangers

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 127

G";

 

iii)  in de tabel worden de gegevens voor de nummers 62 en 63 vervangen door:

"62

Waterstofsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 134

X

63

Algemene veiligheid

Verordening (EU) 2019/…+

X(15)";

 

iv)  het volgende punt wordt toegevoegd:

"5. De punten 1 tot en met 4.2 zijn ook van toepassing op voertuigen van categorie M1 die niet als voertuigen voor speciale doeleinden zijn ingedeeld, maar wel toegankelijk zijn voor rolstoelen.";

 

d)  In aanhangsel 4 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

i)  de volgende gegevens worden op grond van het nummer op de juiste plaats ingevoegd:

"55A

Zijdelingse impact paal

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 135

 

 

A";

 

 

 

 

 

 

 

ii)  de gegevens voor nummer 58 worden vervangen door:

"58

Bescherming van voetgangers

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 127

 

 

A";

 

 

 

 

 

 

 

iii)  de gegevens voor de nummers 62, 63, 65 en 66 worden vervangen door:

"62

Waterstofsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 134

X

X

X

X

X

 

 

 

 

63

Algemene veiligheid

Verordening (EU) 2019/…+

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

X(15)

65

Geavanceerd noodremsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 131

N.v.t.

N.v.t.

 

N.v.t.

N.v.t.

 

 

 

 

66

Waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 130

N.v.t.

N.v.t.

 

N.v.t.

N.v.t.";

 

 

 

 

 

e)  in aanhangsel 5 worden in de tabel de gegevens voor de nummers 62, 63, 65 en 66 vervangen door:

"62

Waterstofsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 134

X

63

Algemene veiligheid

Verordening (EU) 2019/…+

X(15)

65

Geavanceerd noodremsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 131

N.v.t.

66

Waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 130

N.v.t.";

 

f)  in aanhangsel 6 worden in de tabel de gegevens voor de nummers 62, 63, 65 en 66 vervangen door:

"62

Waterstofsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 134

X

 

63

Algemene veiligheid

Verordening (EU) 2019/…+

X(15)

X(15)

65

Geavanceerd noodremsysteem

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 131

N.v.t.

 

66

Waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook

Verordening (EU) 2019/…+

VN-Reglement nr. 130

N.v.t.";

 

 

g)  de toelichting wordt als volgt gewijzigd:

i)  de toelichting voor X wordt vervangen door:

"X De voorschriften in de desbetreffende regelgevingshandeling zijn van toepassing.";

ii)  de toelichtingen 3 en 4 worden vervangen door:

"(3) Overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EU) 2019/…+ is de montage van een voertuigstabiliteitsfunctie vereist.

(4)  Overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EU) 2019/…+ is de montage van een elektronisch stabiliteitscontrolesysteem vereist.";

iii)  toelichting 9A wordt vervangen door:

"(9A) Alleen van toepassing als de voertuigen voorzien zijn van uitrustingsstukken die onder VN-Reglement nr. 64 vallen. Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2019/...+ is de montage van een bandenspanningscontrolesysteem echter verplicht.";

iv)  toelichting 15 wordt vervangen door:

 

"(15) Naleving van Verordening (EU) 2019/...+ is verplicht. Typegoedkeuring in het kader van dit specifieke item wordt echter niet beoogd, aangezien het slechts gaat om de verzameling van individuele items die elders in de desbetreffende tabel zijn vermeld.";

 

v)  de toelichtingen 16 en 17 worden geschrapt.

BIJLAGE IV

Overgangsbepalingen als bedoeld in artikel 16, lid 3

VN-reglement

Specifieke voorschriften

Uiterste datum voor de registratie van niet-conforme voertuigen en voor de verkoop en het in het verkeer brengen van niet-conforme onderdelen (1)

▌117

Banden wat betreft rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand

30 april 2023

Banden van klasse C3 moeten voldoen aan de voorschriften inzake rolweerstand in fase 2

_______________________

Opmerkingen bij de tabel

(1)

De data die zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 661/2009 met betrekking tot typen voertuigen, systemen en onderdelen die voldoen aan de voorschriften van de versie ervan die geldig is op [ ▌de datum onmiddellijk voorafgaand aan de datum van toepassing van deze verordening] en Verordening (EG) nr. 78/2009 met betrekking tot typen voertuigen en systemen die voldoen aan de voorschriften van de versie ervan die geldig is op [ ▌de datum onmiddellijk voorafgaand aan de datum van toepassing van deze verordening].

BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Verklaring van de Commissie over versleten banden

De Commissie is van mening dat het, met het oog op de verkeersveiligheid, consumentenbescherming, afvalbeperking en de circulaire economie, belangrijk is dat banden niet alleen in nieuwe, maar ook in versleten staat worden getest. Daartoe zal de Commissie in het kader van het Wereldforum voor de harmonisatie van de regelgeving voor motorvoertuigen van de Verenigde Naties de ontwikkeling van geschikte testprotocollen ondersteunen. Als dit proces echter niet is afgerond tegen juli 2023 wil de Commissie EU‑wetgeving voorstellen die specifiek voorziet in het testen van banden in versleten staat.

(1)* AAN DEZE TEKST IS IN JURIDISCH-TAALKUNDIG OPZICHT NOG NIET DE LAATSTE HAND GELEGD.
(2)PB C 440 van 6.12.2018, blz. 90.
(3)Standpunt van het Europees Parlement van 16 april 2019.
(4)Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1)
(5) https://ec.europa.eu/transport/road_safety/sites/roadsafety/files/vademecum_2018.pdf
(6)Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1).
(7) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(8) Verordening (EU) 2015/758 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 inzake typegoedkeuringseisen voor de uitrol van het op de 112-dienst gebaseerde eCall-boordsysteem en houdende wijziging van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 77).
(9)Besluit 97/836/EG van de Raad van 27 november 1997 (PB L 346 van 17.12.1997, blz. 78).
(10)Verordening (EG) nr. 78/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van Richtlijn 2003/102/EG en Richtlijn 2005/66/EG (PB L 35 van 4.2.2009, blz. 1).
(11)Reglement nr. 127 tot vaststelling van uniforme bepalingen voor de goedkeuring van motorvoertuigen wat de veiligheidsprestaties voor voetgangers ervan betreft.
(12)Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van m3otorvoertuigen op waterstof en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 35, 4.2.2009, blz. 32).
(13)VN-Reglement nr. 134 tot vaststelling van uniforme voorschriften voor de goedkeuring van motorvoertuigen en onderdelen daarvan wat de veiligheidsprestaties van motorvoertuigen op waterstof (HFCV) betreft.
(14)PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(15) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(16)Verordening (EG) nr. 631/2009 van de Commissie van 22 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor bijlage I bij Verordening (EG) nr. 78/2009 van het Europees Parlement en de Raad inzake de typegoedkeuring van motorvoertuigen wat de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers betreft, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2003/102/EG en 2005/66/EG (PB L 195 van 25.7.2009, blz. 1).
(17)Verordening (EU) nr. 406/2010 van de Commissie van 26 april 2010 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof (PB L 122 van 18.5.2010, blz. 1).
(18)Verordening (EU) nr. 672/2010 van de Commissie van 27 juli 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit van bepaalde motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 196 van 28.7.2010, blz. 5).
(19)Verordening (EU) nr. 1003/2010 van de Commissie van 8 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 291 van 9.11.2010, blz. 22).
(20)Verordening (EU) nr. 1005/2010 van de Commissie van 8 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor sleepvoorzieningen voor motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 291 van 9.11.2010, blz. 36).
(21)Verordening (EU) nr. 1008/2010 van de Commissie van 9 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor wis- en sproeisystemen voor de voorruit van bepaalde motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 292 van 10.11.2010, blz. 2).
(22)Verordening (EU) nr. 1009/2010 van de Commissie van 9 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor wielafschermingen van bepaalde motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 292 van 10.11.2010, blz. 21).
(23)Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie van 11 januari 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat en voor het voertuigidentificatienummer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 8 van 12.1.2011, blz. 1).
(24)Verordening (EU) nr. 109/2011 van de Commissie van 27 januari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan wat opspatafschermingssystemen betreft (PB L 34 van 9.2.2011, blz. 2).
(25)Verordening (EU) nr. 458/2011 van de Commissie van 12 mei 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan wat de montage van de banden betreft en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 124 van 13.5.2011, blz. 11).
(26)Verordening (EU) nr. 65/2012 van de Commissie van 24 januari 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat schakelindicatoren betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 28 van 31.1.2012, blz. 24).
(27)Verordening (EU) nr. 130/2012 van de Commissie van 15 februari 2012 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor motorvoertuigen wat de toegang en manoeuvreerbaarheid betreft en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 43 van 16.2.2012, blz. 6).
(28)Verordening (EU) nr. 347/2012 van de Commissie van 16 april 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor bepaalde categorieën motorvoertuigen wat geavanceerde noodsystemen betreft (PB L 109 van 21.4.2012, blz. 1).
(29)Verordening (EU) nr. 351/2012 van de Commissie van 23 april 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat typegoedkeuringsvoorschriften voor de installatie van waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook betreft (PB L 110 van 24.4.2012, blz. 18).
(30)Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de typegoedkeuringsvoorschriften voor massa's en afmetingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 353 van 21.12.2012, blz. 31).
(31)Verordening (EU) 2015/166 van de Commissie van 3 februari 2015 tot aanvulling en wijziging van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad teneinde specifieke procedures, beoordelingsmethoden en technische voorschriften toe te voegen, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, en de Verordeningen (EU) nr. 1003/2010, (EU) nr. 109/2011 en (EU) nr. 458/2011 van de Commissie (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3).
(32)Besluit van de Raad van 27 november 1997 inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen ("Herziene Overeenkomst van 1958") (PB L 346 van 17.12.1997, blz. 78).
(33)+ [PB: Gelieve de relevante bijzonderheden in de tekst en in de voetnoot in te voegen.]

Laatst bijgewerkt op: 17 april 2019Juridische mededeling