Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0090(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0029/2019

Ingediende teksten :

A8-0029/2019

Debatten :

PV 16/04/2019 - 23
CRE 16/04/2019 - 23

Stemmingen :

PV 17/04/2019 - 8.7
CRE 17/04/2019 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0399

Aangenomen teksten
PDF 307kWORD 107k
Woensdag 17 april 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU ***I
P8_TA-PROV(2019)0399A8-0029/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (COM(2018)0185 – C8-0143/2018 – 2018/0090(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0185),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0143/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn ingediend door de Oostenrijkse Bondsraad en de Zweedse Rijksdag, en waarin het ontwerp van wetgevingshandeling in strijd met het subsidiariteitsbeginsel wordt geacht,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 september 2018(1),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 29 maart 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0029/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 440 van 6.12.2018, blz. 66.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 17 april 2019 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad ▌, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU(1)
P8_TC1-COD(2018)0090

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  In artikel 169, lid 1, en artikel 169, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is bepaald dat de Unie moet bijdragen tot de verwezenlijking van een hoog niveau van consumentenbescherming door middel van maatregelen die op grond van artikel 114 VWEU worden genomen. Volgens artikel 38 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moet in het beleid van de Unie zorg worden gedragen voor een hoog niveau van consumentenbescherming.

(2)  De wetgeving inzake consumentenbescherming moet in de gehele Unie op doelmatige wijze worden toegepast. De uitgebreide geschiktheidscontrole van de consumenten- en marketingrichtlijnen die de Commissie in 2016 en 2017 heeft uitgevoerd in het kader van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit), leidde echter tot de conclusie dat de consumentenwetgeving van de Unie aan doeltreffendheid inboet doordat zij onvoldoende bekend is bij handelaren en consumenten en dat de bestaande verhaalsmogelijkheden als gevolg hiervan beter zouden kunnen worden benut.

(3)  De Unie heeft reeds een aantal maatregelen genomen om consumenten, handelaren en beoefenaars van juridische beroepen beter bekend te maken met consumentenrechten en te zorgen voor betere handhaving van consumentenrechten en verhaalsmogelijkheden voor consumenten. Er bestaan echter nog steeds lacunes ▌in de nationale wetgeving wat betreft werkelijk doeltreffende en evenredige sancties om inbreuken binnen de Unie te ontmoedigen en te bestraffen, onvoldoende individuele verhaalsmogelijkheden voor consumenten die schade hebben geleden door schending van de nationale wetgeving tot omzetting van Richtlijn 2005/29/EG(4) en tekortkomingen van de stakingsprocedure op grond van Richtlijn 2009/22/EG(5). De herziening van de stakingsprocedure moet worden aangepakt door middel van een afzonderlijk instrument tot wijziging en ter vervanging van Richtlijn 2009/22/EG.

(4)  De Richtlijnen 98/6/EG(6), 2005/29/EG en 2011/83/EU(7) bevatten verplichtingen voor de lidstaten om te voorzien in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties om inbreuken op de nationale bepalingen ter omzetting van deze richtlijnen aan te pakken. Bovendien verplicht artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394(8) betreffende samenwerking inzake consumentenbescherming de lidstaten handhavingsmaatregelen te nemen, met inbegrip van het opleggen van sancties op een doeltreffende, efficiënte en gecoördineerde wijze, om de wijdverbreide inbreuk of de wijdverbreide inbreuk met een Unie-dimensie te doen beëindigen of te verbieden.

(5)  De huidige nationale regels inzake sancties verschillen aanzienlijk binnen de Unie. Met name zorgen niet alle lidstaten ervoor dat er aan inbreuk makende handelaren doeltreffende, evenredige en afschrikkende geldboeten kunnen worden opgelegd voor wijdverbreide inbreuken of wijdverbreide inbreuken met een Unie-dimensie. Daarom moeten de bestaande regels over sancties van de Richtlijnen 98/6/EG, 2005/29/EG en 2011/83/EU worden verbeterd en moeten er tegelijkertijd nieuwe regels over sancties in Richtlijn 93/13/EEG(9) worden ingevoerd.

(6)   Het moet een verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven om het soort sanctie te kiezen dat moet worden opgelegd en om in hun nationale wetgeving de relevante procedures op te nemen voor het opleggen van sancties in het geval van inbreuken op de richtlijnen die bij deze richtlijn worden gewijzigd.

(7)  Om een meer consistente toepassing van sancties te bevorderen, met name voor inbreuken binnen de Unie, wijdverbreide inbreuken en wijdverbreide inbreuken met een Unie-dimensie als bedoeld in Verordening (EU) 2017/2394, dienen gemeenschappelijke niet-limitatieve en indicatieve criteria te worden ingevoerd voor de toepassing van sancties. De aard, ernst, schaal en duur van de inbreuk moeten bijvoorbeeld tot deze criteria behoren, evenals elke vergoeding die de handelaar de consumenten voor de geleden schade heeft aangeboden. Herhaalde inbreuken door dezelfde dader wijzen op een neiging tot het plegen van dergelijke inbreuken, en vormen daarom een belangrijke indicatie van de ernst van het gedrag en derhalve van de noodzaak om het niveau van de sanctie te verhogen teneinde een afschrikkend effect te bereiken. Indien de desbetreffende gegevens beschikbaar zijn, moet rekening worden gehouden met de als gevolg van de inbreuk gemaakte financiële winsten of vermeden verliezen. Ook kunnen andere voor de omstandigheden van de zaak toepasselijke verzwarende of verzachtende factoren in acht worden genomen.

(8)  Deze gemeenschappelijke niet-limitatieve en indicatieve lijst van criteria voor de toepassing van sancties is mogelijk niet relevant bij alle inbreuken waarvoor sancties worden opgelegd, met name voor niet-ernstige inbreuken. De lidstaten moeten ook rekening houden met andere algemene rechtsbeginselen die van toepassing zijn op het opleggen van sancties, zoals het beginsel non bis in idem.

(9)  Overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394 moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die zijn betrokken bij de gecoördineerde maatregelen in hun jurisdictie alle noodzakelijke handhavingsmaatregelen nemen tegen de handelaar die verantwoordelijk is voor de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Uniedimensie om die inbreuk te doen beëindigen of te verbieden. Waar passend, leggen zij sancties, zoals geldboeten of dwangsommen, op aan de handelaar die verantwoordelijk is voor de wijdverbreide inbreuk of de wijdverbreide inbreuk met een Uniedimensie. De handhavingsmaatregelen worden op een doeltreffende, efficiënte en gecoördineerde wijze genomen om de wijdverbreide inbreuk of de wijdverbreide inbreuk met een Uniedimensie te doen beëindigen of te verbieden. De betrokken bevoegde autoriteiten streven ernaar gelijktijdig handhavingsmaatregelen te nemen in de lidstaten die bij de inbreuk betrokken zijn.

(10)  Om ervoor te zorgen dat de autoriteiten van de lidstaten doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties kunnen opleggen voor wijdverbreide inbreuken op het consumentenrecht en voor wijdverbreide inbreuken met een Uniedimensie die overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2394 het voorwerp uitmaken van gecoördineerd onderzoek en handhaving, moeten geldboeten worden ingevoerd als een element van de sancties voor dergelijke inbreuken. Om de afschrikkende werking van de geldboeten te verzekeren, moeten de lidstaten in hun nationaal recht het maximumbedrag van de geldboete voor dergelijke inbreuken vaststellen op een niveau dat ten minste gelijk is aan 4 % van de jaaromzet van de handelaar in de betrokken lidstaat of lidstaten. De handelaar kan in bepaalde gevallen ook een groep bedrijven zijn.

(11)  Zoals wordt bepaald in artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) 2017/2394, moet bij het opleggen van sancties in voorkomend geval naar behoren rekening worden gehouden met de aard, ernst en duur van de betrokken inbreuk. Het opleggen van sancties moet evenredig en in overeenstemming zijn met Unie- en nationaal recht, waaronder met de toepasselijke procedurele waarborgen en met de beginselen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Ten slotte moeten de vastgestelde sancties passend zijn gezien de aard en de algehele daadwerkelijke of potentiële schadelijke gevolgen van de inbreuk op het Unierecht ter bescherming van de consumentenbelangen. De bevoegdheid om sancties op te leggen moet rechtstreeks, op eigen gezag van de bevoegde autoriteiten worden uitgeoefend of, indien noodzakelijk, door een beroep te doen op andere bevoegde autoriteiten of andere overheidsinstanties, of , in voorkomend geval, door aangewezen organen instructies te geven, of door een verzoek in te dienen bij de rechtbanken die bevoegd zijn het vereiste besluit te nemen, onder meer door, in voorkomend geval, beroep in te stellen ingeval het verzoek tot het geven van het vereiste besluit wordt afgewezen.

(12)  Wanneer, als gevolg van het coördinatiemechanisme van Verordening (EU) 2017/2394, één nationale bevoegde autoriteit in de zin van die verordening een geldboete oplegt aan de handelaar die verantwoordelijk is voor de wijdverbreide inbreuk of de wijdverbreide inbreuk met een Uniedimensie, moet die autoriteit een geldboete kunnen opleggen van ten minste 4 % van de jaaromzet van de handelaar in alle lidstaten die betrokken zijn bij de gecoördineerde handhavingsmaatregel.

(13)  De lidstaten dienen niet te worden belet om in hun nationaal recht hogere op omzet gebaseerde maximumboetes te handhaven of in te voeren voor wijdverbreide inbreuken en wijdverbreide inbreuken met een Uniedimensie op het consumentenrecht, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2017/2394. Het moet voor de lidstaten ook mogelijk zijn dergelijke geldboeten te baseren op de wereldwijde omzet van de handelaar of de regels inzake geldboeten uit te breiden naar andere inbreuken die niet onder de bepalingen van deze richtlijn vallen en verband houden met artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394. Daarnaast moet het de lidstaten, in gevallen dat er geen informatie beschikbaar is over de jaaromzet van de handelaar, niet worden belet andere regels inzake geldboeten te handhaven of in te voeren. De verplichting dat de geldboete ten minste 4 % van de omzet van de handelaar moet bedragen, dient niet van toepassing te zijn op aanvullende nationale regels inzake dwangsommen, zoals dagelijkse geldboeten wegens niet-naleving van een beslissing, een bevel, een tijdelijke maatregel, een verbintenis van de handelaar of een andere maatregel met als doel de inbreuk te stoppen.

(14)  Richtlijn 93/13/EEG moet voorzien in regels inzake sancties om de afschrikkende werking ervan te vergroten. Het staat de lidstaten vrij om de administratieve of justitiële procedure te kiezen voor de toepassing van sancties voor inbreuken op Richtlijn 93/13/EEG. Administratieve instanties of nationale rechtbanken kunnen in het bijzonder sancties opleggen wanneer zij het oneerlijke karakter van contractuele bedingen vaststellen, onder meer op basis van juridische procedures die worden ingeleid door de administratieve instantie. De sancties kunnen ook worden toegepast door nationale rechtbanken of administratieve instanties indien de handelaar contractuele bedingen gebruikt die op grond van de nationale wetgeving uitdrukkelijk en ongeacht de omstandigheden worden aangemerkt als oneerlijk, of indien de handelaar contractuele bedingen gebruikt die als oneerlijk zijn aangemerkt in een definitieve, bindende uitspraak. De lidstaten kunnen besluiten dat de administratieve instanties ook het recht hebben om het oneerlijke karakter van contractuele bedingen vast te stellen. Nationale rechtbanken of administratieve instanties kunnen de sanctie ook toepassen door middel van hetzelfde besluit waarin het oneerlijke karakter van de contractuele bedingen is vastgesteld. Het zijn ook de lidstaten die de passende mechanismen voor de coördinatie van eventuele maatregelen op binnenlands niveau met betrekking tot individuele schadevergoeding en sancties moeten vaststellen.

(15)  Wanneer de lidstaten ▌de inkomsten van de geldboeten toewijzen, dienen zij te overwegen de bescherming van het algemeen belang van consumenten, evenals van andere openbare belangen, hiermee aan te scherpen. ▌

(16)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er verhaalsmogelijkheden beschikbaar zijn voor consumenten die door oneerlijke handelspraktijken schade hebben geleden, om alle gevolgen van die oneerlijke handelspraktijken teniet te doen. Een duidelijk kader voor individuele verhaalsmogelijkheden zou particuliere handhaving gemakkelijker maken. De consument moet toegang hebben tot schadevergoeding en, in voorkomend geval, een prijsverlaging of beëindiging van de overeenkomst, op een manier die evenredig en doeltreffend is. Het moet voor de lidstaten mogelijk blijven om rechten op andere verhaalsmogelijkheden voor consumenten die schade hebben geleden door oneerlijke handelspraktijken, zoals reparatie of vervanging, te handhaven of in te voeren, zodat alle gevolgen van dergelijke praktijken kunnen worden weggenomen. Het moet voor de lidstaten mogelijk blijven de voorwaarden te bepalen voor de toepassing en rechtsgevolgen van verhaalsmogelijkheden voor consumenten. In voorkomend geval kan bij het toepassen van verhaalsmogelijkheden rekening worden gehouden met de ernst en aard van de oneerlijke handelspraktijk, de door de consument geleden schade en andere relevante omstandigheden, zoals wangedrag van de handelaar of schending van de overeenkomst.

(17)  Bij de geschiktheidscontrole van de richtlijnen over consumenten- en marketingrecht en de gelijktijdige evaluatie van Richtlijn 2011/83/EU werd ook een aantal gebieden aangewezen waarop de bestaande regels inzake consumentenbescherming moeten worden gemoderniseerd. In het kader van de permanente ontwikkeling van digitale instrumenten moet de wetgeving inzake consumentenbescherming constant worden aangepast.

(18)  Een hogere ranking of een meer prominente plaatsing van commerciële aanbiedingen in de onlinezoekresultaten van de aanbieders van onlinezoekfuncties heeft een grote impact op consumenten.

(19)  De ranking moet worden begrepen als het relatieve belang van de aanbiedingen van zakelijke handelaren of de relevantie die aan zoekresultaten wordt gegeven zoals gepresenteerd, georganiseerd of meegedeeld door aanbieders van onlinezoekfuncties, onder meer als gevolg van het gebruik van algoritmische volgordebepaling, rating- en beoordelingsmechanismen, visuele klemtonen of andere accentueringsinstrumenten, of combinaties daarvan.

(20)  In dit opzicht moet een nieuw element worden toegevoegd aan bijlage I bij Richtlijn 2005/29/EG om duidelijk te maken dat praktijken waarbij een handelaar informatie verschaft aan een consument in de vorm van zoekresultaten in reactie op een onlinezoekopdracht van de consument, zonder hierbij te onthullen dat het een betaalde reclame betreft of er een betaling is gedaan die specifiek was bedoeld om een hogere ranking van producten te verkrijgen, verboden zijn. Wanneer een handelaar de aanbieder van de onlinezoekfunctie direct of indirect heeft betaald voor een hogere ranking van een product binnen de zoekresultaten, moet de aanbieder van de onlinezoekfunctie de consumenten daarvan in een beknopte, eenvoudige en begrijpelijke vorm op de hoogte brengen. Indirecte betalingen kunnen de vorm aannemen van de aanvaarding door een handelaar van aanvullende verplichtingen, van welke aard dan ook, jegens de aanbieder van de onlinezoekfunctie met een hogere ranking als specifiek gevolg. De indirecte betaling kan de vorm aannemen van een hogere commissie per transactie, evenals verschillende vergoedingssystemen die specifiek leiden tot een hogere ranking. Betalingen voor algemene diensten, zoals vergoedingen voor vermelding of abonnementskosten, die betrekking hebben op een breed scala van functies die door de aanbieder van de onlinezoekfunctie aan de handelaar worden aangeboden, worden niet beschouwd als een betaling die specifiek is bedoeld om een hogere ranking voor producten te verkrijgen, mits deze betalingen niet voor dit doeleinde zijn gedaan. Onlinezoekfuncties kunnen worden aangeboden door verschillende soorten onlinehandelaren, waaronder tussenpersonen, zoals onlinemarktplaatsen, zoekmachines en vergelijkingswebsites.

(21)  De transparantievereisten met betrekking tot de belangrijkste parameters van de ranking worden ook gereguleerd door Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad(10)(11) ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten. De transparantievereisten uit hoofde van Verordening (EU) 2019/...(12)++ hebben betrekking op een breed scala van onlinetussenpersonen, waaronder onlinemarktplaatsen, maar ze zijn alleen van toepassing tussen handelaren en onlinetussenpersonen. Er moeten daarom vergelijkbare vereisten worden opgenomen in Richtlijn 2005/29/EG om adequate transparantie naar de consumenten toe te garanderen, behalve in het geval van aanbieders van onlinezoekmachines die uit hoofde van Verordening (EU) 2019/...++ al verplicht zijn de belangrijkste parameters toe te lichten die, individueel en collectief, het meest significant zijn voor de bepaling van de ranking, en het relatieve belang van die belangrijkste parameters, door een goed toegankelijke en openbaar beschikbare beschrijving van hun onlinezoekmachines in duidelijke, begrijpelijke bewoordingen te verschaffen.

(22)  Handelaren die consumenten in staat stellen te zoeken naar goederen en diensten, zoals reizen, accommodatie en recreatieve activiteiten, die worden aangeboden door verschillende handelaren of door consumenten, moeten consumenten op de hoogte brengen van de belangrijkste standaardparameters die worden gebruikt om de ranking te bepalen van aanbiedingen die aan de consument worden gepresenteerd als resultaat van de zoekopdracht en van hun relatieve belang ten opzichte van andere parameters. Deze informatie moet beknopt zijn en op eenvoudige en prominente wijze rechtstreeks beschikbaar worden gesteld. De parameters die de ranking bepalen zijn algemene criteria, processen, specifieke signalen die in algoritmes of andere aanpassings- of degradatiemechanismen zijn geïntegreerd die in verband met de ranking worden gebruikt.

(23)  De informatievereisten met betrekking tot de belangrijkste parameters van de ranking laten Richtlijn (EU) 2016/943(13) onverlet. Handelaren mogen niet worden verplicht de gedetailleerde werking van hun rankingmechanisme, met inbegrip van hun algoritmen, te onthullen. Handelaren moeten een algemene beschrijving geven van de belangrijkste parameters van de ranking, waarin wordt toegelicht welke belangrijkste standaardparameters door hen worden gebruikt en wat hun relatieve belang is ten opzichte van andere parameters. Deze informatie hoeft echter niet voor elke individuele zoekopdracht afzonderlijk te worden gepresenteerd.

(24)  Wanneer op onlinemarktplaatsen producten worden aangeboden aan consumenten, is zowel de onlinemarktplaats als de derde leverancier betrokken bij het verstrekken van de precontractuele informatie krachtens Richtlijn 2011/83/EU. Als gevolg daarvan is het mogelijk dat consumenten die gebruikmaken van de onlinemarktplaats, niet goed begrijpen wie hun contractuele partners zijn en welke de gevolgen zijn voor hun rechten en verplichtingen.

(25)  "Onlinemarktplaats" moet voor de toepassing van Richtlijn 2011/83/EU op dezelfde wijze worden gedefinieerd als in Verordening (EU) nr. 524/2013(14) en Richtlijn 2016/1148/EU(15). De definitie moet echter worden geactualiseerd en technologisch neutraler worden gemaakt zodat ook nieuwe technologieën eronder vallen. Daarom is het aangewezen om niet te verwijzen naar een "website", maar naar de software, met inbegrip van een website, deel van een website of een applicatie die door of namens de handelaar wordt beheerd, in overeenstemming met het begrip "online-interface" zoals omschreven in Verordening (EU) 2017/2394 en Verordening (EU) 2018/302(16).

(26)  Derhalve moeten in Richtlijn 2005/29/EU en Richtlijn 2011/83/EU specifieke transparantievereisten voor onlinemarktplaatsen worden opgenomen, om de consumenten die gebruikmaken van onlinemarktplaatsen, te informeren over de belangrijkste parameters op grond waarvan aanbiedingen worden gerangschikt, en over het feit of zij een overeenkomst aangaan met een handelaar dan wel met een niet-handelaar (bijvoorbeeld een andere consument) ▌.

(27)  Onlinemarktplaatsen moeten consumenten laten weten of de derde die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt, al dan niet een handelaar is, op basis van de verklaring van deze derde aan de onlinemarktplaats. Wanneer de derde partij die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt, verklaart geen handelaar te zijn, moeten onlinemarktplaatsen een korte verklaring verstrekken dat de consumentenrechten die voortvloeien uit de Uniewetgeving inzake consumentenbescherming niet van toepassing zijn op de gesloten overeenkomst. Verder moeten consumenten worden geïnformeerd over de manier waarop de verplichtingen met betrekking tot de overeenkomst worden verdeeld tussen de derde partij die de goederen, diensten of digitale inhoudt aanbiedt en de aanbieder van de onlinemarktplaats. De informatie moet op een duidelijke en begrijpelijke wijze worden verstrekt, en niet alleen via een verwijzing in de algemene voorwaarden of in soortgelijke contractuele documenten. De informatievereisten voor onlinemarktplaatsen moeten evenredig zijn en zorgen voor een juiste balans tussen een hoog niveau van consumentenbescherming en het concurrentievermogen van onlinemarktplaatsen. Onlinemarktplaatsen dienen niet te worden verplicht om een lijst met specifieke consumentenrechten te vermelden wanneer zij consumenten informeren over het feit of deze rechten al dan niet van toepassing zijn. Dit laat de vereisten met betrekking tot consumenteninformatie uit Richtlijn 2011/83/EU, in het bijzonder artikel 6, lid 1, onverlet. De informatie die moet worden verstrekt over de verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de consumentenrechten, hangt af van de contractuele regelingen tussen de onlinemarktplaats en de betrokken derde handelaren. De onlinemarktplaats mag verwijzen naar de derde handelaar als enige verantwoordelijke voor het waarborgen van de consumentenrechten of diens specifieke verantwoordelijkheden beschrijven, wanneer die de verantwoordelijkheid draagt voor bepaalde aspecten van de overeenkomst, zoals de levering of de uitoefening van het herroepingsrecht.

(28)  In overeenstemming met artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2000/31/EG(17) mogen onlinemarktplaatsen niet worden verplicht om de rechtsstatus van derde leveranciers na te gaan. De onlinemarktplaats moet daarentegen derde leveranciers van producten op de onlinemarktplaats verplichten te vermelden of zij wel of geen handelaar zijn, met het oog op de toepassing van het consumentenrecht, en om deze informatie aan de onlinemarktplaats te verstrekken.

(29)  Rekening houdend met de snelle technologische ontwikkelingen met betrekking tot onlinemarktplaatsen en de noodzaak om een hoger niveau van consumentenbescherming te waarborgen, moeten lidstaten specifieke aanvullende maatregelen voor dat doeleinde kunnen vaststellen of handhaven. Dergelijke bepalingen moeten evenredig en niet-discriminerend zijn en mogen geen afbreuk doen aan Richtlijn 2003/31/EG.

(30)  De definities van digitale inhoud en digitale diensten in Richtlijn 2011/83/EU moeten worden afgestemd op degene in Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad(18)(19). Bij digitale inhoud waarop Richtlijn (EU) 2019/...(20)+ betrekking heeft, kan sprake zijn van eenmalige levering, een reeks van dergelijke afzonderlijke leveringen of continue levering gedurende een bepaalde periode. Het continue karakter van een levering betekent niet noodzakelijk dat de levering gedurende een lange termijn dient plaats te vinden. De webstreaming van videoclips zou moeten worden beschouwd als een continue levering gedurende een periode, ongeacht de eigenlijke duur van het audiovisueel bestand. Het kan daarom moeilijk zijn onderscheid te maken tussen bepaalde soorten digitale inhoud en digitale diensten, aangezien bij beide sprake is van continue levering door de handelaar gedurende de looptijd van de overeenkomst ▌. Voorbeelden van digitale diensten zijn diensten voor het delen van video en audio en andere hostingdiensten voor bestanden, tekstverwerking of spellen die in de cloud worden aangeboden, opslag in de cloud, webmail, sociale media en cloudtoepassingen. De voortdurende betrokkenheid van de serviceprovider rechtvaardigt de toepassing van de regels inzake het herroepingsrecht van Richtlijn 2011/83/EU, die de consument daadwerkelijk in staat stellen om de dienstverlening uit te proberen en tijdens de periode van 14 dagen na de sluiting van de overeenkomst, te besluiten om de dienst al dan niet te blijven afnemen. Overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd, worden ▌gekenmerkt door een afzonderlijke levering aan de consument van een specifiek stuk of specifieke stukken digitale inhoud ▌, zoals specifieke muziek- of videobestanden. Hierop blijft de uitzondering op het herroepingsrecht uit artikel 16, onder m), op grond waarvan de consument het herroepingsrecht verliest wanneer met de uitvoering van de overeenkomst is begonnen, zoals het downloaden of streamen van de ▌inhoud, van toepassing, op voorwaarde dat de cliënt vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven om tijdens de herroepingstermijn te beginnen met de uitvoering en hierbij heeft erkend dat hij dit recht daardoor verliest. Indien niet geheel duidelijk is of een overeenkomst een dienstenovereenkomst is of een overeenkomst inzake digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd, moeten de regels inzake het herroepingsrecht voor diensten worden toegepast.

(31)  Digitale inhoud en digitale diensten worden dikwijls online verstrekt in het kader van overeenkomsten waarbij de consument geen prijs betaalt, maar de handelaar persoonsgegevens verstrekt. Richtlijn 2011/83/EU is reeds van toepassing op overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd (dat wil zeggen levering van online digitale inhoud), ongeacht het feit of de consument een geldprijs betaalt dan wel persoonsgegevens verstrekt. Richtlijn 2011/83/EU is daarentegen alleen van toepassing op dienstenovereenkomsten, met inbegrip van overeenkomsten voor digitale diensten, op grond waarvan de consument een prijs betaalt of zich ertoe verbindt een prijs te betalen. De richtlijn is derhalve niet van toepassing op overeenkomsten voor digitale diensten op grond waarvan de consument de handelaar persoonsgegevens verstrekt zonder een prijs te betalen. Gelet op de gelijkenissen tussen en de onderlinge verwisselbaarheid van betaalde digitale diensten en in ruil voor persoonsgegevens geleverde digitale diensten, moeten zij worden onderworpen aan dezelfde regels krachtens Richtlijn 2011/83/EU.

(32)  Er moet worden gezorgd voor coherentie tussen het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/83/EU en die van ▌Richtlijn (EU) 2019/...(21), die geldt voor overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud of digitale diensten op grond waarvan de consument de handelaar persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt deze te verstrekken.

(33)  Daarom moet het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/83/EU worden uitgebreid tot overeenkomsten waarbij de handelaar de consument een digitale dienst levert of zich ertoe verbindt de consument een digitale dienst te leveren, en waarbij de consument persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt persoonsgegevens te verstrekken. Evenals het geval is bij overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd, moet de richtlijn van toepassing zijn wanneer de consument persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt om persoonsgegevens te verstrekken aan de handelaar, tenzij de door de consument verstrekte persoonsgegevens uitsluitend door de handelaar worden verwerkt om de digitale inhoud of digitale dienst te leveren en de handelaar de gegevens niet voor andere doeleinden verwerkt. Elke verwerking van persoonsgegevens dient in overeenstemming te zijn met Verordening (EU) 2016/679.

(34)  Wanneer digitale inhoud en digitale diensten niet tegen betaling van een prijs worden geleverd, dient Richtlijn 2011/83/EU, teneinde volledige afstemming te garanderen met Richtlijn (EU) 2019/...(22), ook niet van toepassing te zijn op situaties waarin de handelaar persoonsgegevens uitsluitend verzamelt ▌om de wettelijke voorschriften na te leven die op hem van toepassing zijn. Bij dit soort situaties kan het onder meer gaan om gevallen waarin de registratie van de consument op grond van het toepasselijke recht voor veiligheids- en identificatiedoeleinden verplicht is ▌.

(35)  Richtlijn 2011/83/EU dient ook niet van toepassing te zijn op situaties waarin de handelaar alleen metagegevens verzamelt, zoals informatie met betrekking tot het apparaat van de consument of de browsegeschiedenis ▌, behalve wanneer deze situatie krachtens het nationale recht als een overeenkomst wordt beschouwd. Zij dient evenmin van toepassing te zijn op situaties waarin de consument, zonder een overeenkomst te hebben gesloten met de handelaar, uitsluitend om toegang te krijgen tot digitale inhoud of een digitale dienst, aan reclame wordt blootgesteld. Het moet de lidstaten evenwel vrij blijven staan de regels van Richtlijn 2011/83/EU ook voor dergelijke situaties te laten gelden of om dergelijke situaties die buiten het toepassingsgebied van die richtlijn vallen, anderszins te reguleren.

(36)  Het begrip "functionaliteit" dient te verwijzen naar de manieren waarop digitale inhoud of een digitale dienst kan worden gebruikt. De aan- of afwezigheid van technische beperkingen, zoals bescherming via Digital Rights Management of regiocodering, kan bijvoorbeeld effecten hebben op de mate waarin de digitale inhoud of digitale dienst alle beoogde functies kan vervullen. Het begrip "interoperabiliteit" beschrijft of en in welke mate digitale inhoud of een digitale dienst kan werken met hardware of software die anders is dan de hardware of software waarmee gelijksoortige digitale inhoud of diensten normaliter worden gebruikt. Bij een correcte werking zou de digitale inhoud of de digitale dienst bijvoorbeeld informatie kunnen uitwisselen met dergelijke andere software en hardware en de uitgewisselde informatie kunnen gebruiken. Het begrip "compatibiliteit" wordt gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2019/...(23).

(37)  Artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 8, van Richtlijn 2011/83/EU verplichten handelaren om, ten aanzien van respectievelijk buiten verkoopruimten en op afstand gesloten overeenkomsten, vooraf van de consument uitdrukkelijke toestemming te verkrijgen om vóór het verstrijken van de herroepingstermijn met de uitvoering te beginnen. Artikel 14, lid 4, onder a), voorziet in een contractuele sanctie ingeval de handelaar deze verplichting niet nakomt. In dat geval hoeft de consument namelijk niet te betalen voor de geleverde diensten. De verplichting om de uitdrukkelijke toestemming van de consument te verkrijgen, is derhalve alleen relevant voor diensten, met inbegrip van digitale diensten, die tegen de betaling van een prijs worden verleend. Het is daarom noodzakelijk wijzigingen aan te brengen in artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 8, om ervoor te zorgen dat de verplichting voor handelaren om voorafgaande toestemming van de consument te verkrijgen, uitsluitend van toepassing is op dienstenovereenkomsten waarbij de consument een betalingsverplichting heeft.

(38)  Artikel 16, onder m), van Richtlijn 2011/83/EU voorziet in een uitzondering op het herroepingsrecht voor digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, als de uitvoering vóór het verstrijken van de herroepingstermijn is begonnen met voorafgaande toestemming van de consument en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht daarmee verliest. Artikel 14, lid 4, onder b), van Richtlijn 2011/83/EU voorziet in een contractuele sanctie ingeval de handelaar deze verplichting niet nakomt. In dat geval hoeft de consument namelijk niet te betalen voor de verbruikte digitale inhoud. De bepaling dat uitdrukkelijke toestemming en erkenning van de consument moet worden verkregen, is derhalve alleen relevant voor digitale inhoud die tegen de betaling van een prijs wordt verstrekt. Het is daarom noodzakelijk wijzigingen aan te brengen in artikel 16, onder m), om ervoor te zorgen dat de verplichting voor handelaren om voorafgaande toestemming en erkenning van de consument te verkrijgen, uitsluitend van toepassing is op overeenkomsten waarbij de consument een betalingsverplichting heeft.

(39)  Artikel 7, lid 4, van Richtlijn 2005/29/EG bevat de informatievereisten voor de "uitnodiging tot aankoop" van een product tegen een bepaalde prijs. Deze informatievereisten gelden reeds in de reclamefase, terwijl Richtlijn 2011/83/EU dezelfde en andere, meer gedetailleerde, informatievereisten oplegt in de latere, precontractuele fase (dat wil zeggen kort voordat de consument een overeenkomst sluit). Bijgevolg is het mogelijk dat handelaren dezelfde informatie moeten verstrekken in reclame (bv. een advertentie op een mediawebsite) als in de precontractuele fase (bv. op de pagina's van hun onlinewebshops).

(40)  Een van de informatievereisten van artikel 7, lid 4, van Richtlijn 2005/29/EG betreft het informeren van de consument over het beleid van de handelaar inzake klachtenbehandeling. Uit de bevindingen van de geschiktheidscontrole blijkt dat deze informatie zeer relevant is in de precontractuele fase, die wordt beheerst door Richtlijn 2011/83/EU. Daarom dient de verplichting uit hoofde van Richtlijn 2005/29/EG om deze informatie te verstrekken in uitnodigingen tot aankoop in de reclamefase, te worden geschrapt.

(41)  Artikel 6, lid 1, onder h), van Richtlijn 2011/83/EU verplicht handelaren consumenten precontractuele informatie te verstrekken over het herroepingsrecht, inclusief het modelformulier voor herroeping dat is opgenomen in bijlage I, deel B, bij de richtlijn. Artikel 8, lid 4, van Richtlijn 2011/83/EU voorziet in eenvoudiger vereisten inzake precontractuele informatie wanneer de overeenkomst wordt gesloten via een middel voor communicatie op afstand dat beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie, zoals telefoon, spraakgestuurde winkelassistenten of sms. De verplicht te verstrekken precontractuele informatie bij of via die specifieke middelen voor communicatie op afstand omvat onder meer informatie over het herroepingsrecht als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder h). Derhalve moet ook het in bijlage I, deel B, van de richtlijn opgenomen modelformulier voor herroeping worden verstrekt. Dat is echter onmogelijk wanneer de overeenkomst wordt gesloten via middelen als de telefoon of een spraakgestuurde winkelassistent en het is mogelijk niet technisch haalbaar om dat op een gebruiksvriendelijke manier te doen op andere middelen voor communicatie op afstand die onder artikel 8, lid 4, vallen. Het is daarom aangewezen het verstrekken van het modelformulier voor herroeping uit te sluiten van de informatie die handelaren in elk geval moeten verstrekken bij of via de middelen voor communicatie op afstand die worden gebruikt voor het sluiten van de overeenkomst in het kader van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 2011/83/EU.

(42)  Artikel 16, onder a), van Richtlijn 2011/83/EU voorziet in een uitzondering op het herroepingsrecht met betrekking tot dienstenovereenkomsten die volledig zijn uitgevoerd, als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument, en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht verliest zodra de handelaar de overeenkomst volledig heeft uitgevoerd. Artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 8, van Richtlijn 2011/83/EU, die betrekking hebben op de verplichtingen van de handelaar in situaties waarin de uitvoering van de overeenkomst is begonnen vóór het verstrijken van de herroepingstermijn, vereisen daarentegen alleen dat de handelaar voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de consument verkrijgt, maar niet dat deze erkent dat hij het herroepingsrecht verliest zodra de uitvoering is voltooid. Om te zorgen voor consistentie tussen de bovengenoemde wettelijke bepalingen is het noodzakelijk om een verplichting voor de handelaar toe te voegen aan artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 8, van Richtlijn 2011/83/EU om ook erkenning van de consument te verkrijgen dat het herroepingsrecht verloren gaat wanneer de uitvoering wordt voltooid. Daarnaast moet de formulering van artikel 16, onder a), worden aangepast aan de wijzigingen in artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 8, op grond waarvan de verplichting voor handelaren om voorafgaande toestemming van de consument te verkrijgen, uitsluitend van toepassing is op dienstenovereenkomsten op grond waarvan de consument een betalingsverplichting heeft. De lidstaten moeten echter de mogelijkheid krijgen de verplichting om erkenning van de consument te verkrijgen dat het herroepingsrecht komt te vervallen wanneer de uitvoering van de dienstenovereenkomst is voltooid, niet toe te passen indien de consument specifiek heeft verzocht om een bezoek van de handelaar teneinde reparaties uit te voeren. Artikel 16, onder c), van Richtlijn 2011/83/EU voorziet in een uitzondering op het herroepingsrecht indien de geleverde goederen zijn vervaardigd volgens specificaties van de consument of duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn. Deze uitzondering heeft bijvoorbeeld betrekking op de vervaardiging en installatie van op maat gemaakte meubels bij de consument thuis indien dit wordt uitgevoerd op grond van een enkele verkoopovereenkomst.

(43)  De uitzondering op het herroepingsrecht waarin wordt voorzien in artikel 16, onder b), van Richtlijn 2011/83/EU, moet ook worden geacht van toepassing te zijn op overeenkomsten voor individuele leveringen van niet-netwerkenergie, omdat de prijs hiervan gebonden is aan schommelingen in de grondstoffen- en energiemarkten waarop de handelaar geen invloed heeft en die zich binnen de herroepingstermijn kunnen voordoen.

(44)  Artikel 14, lid 4, van Richtlijn 2011/83/EU bepaalt de voorwaarden waaronder, in het geval van de uitoefening van het herroepingsrecht, de consument niet de kosten draagt voor de uitvoering van diensten, de levering van openbare nutsvoorzieningen en de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd. Wanneer een van deze voorwaarden is vervuld, hoeft de consument niet de prijs te betalen van de vóór de uitoefening van het herroepingsrecht verleende dienst of geleverde openbare nutsvoorziening of digitale inhoud. Wat digitale inhoud betreft, is één van deze niet-cumulatieve voorwaarden uit hoofde van artikel 14, lid 4, letter b), onder iii), het niet verstrekken van een bevestiging van de overeenkomst, met inbegrip van de bevestiging van de voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de consument om de uitvoering van de overeenkomst te beginnen vóór het verstrijken van de herroepingstermijn, en de erkenning dat hij het herroepingsrecht als gevolg daarvan verliest. Deze voorwaarde wordt echter niet opgenomen in de voorwaarden voor het verlies van het herroepingsrecht in artikel 16, onder m), waardoor onzekerheid ontstaat met betrekking tot de mogelijkheid voor de consument om een beroep te doen op artikel 14, lid 4, letter b), onder iii), indien wordt voldaan aan de andere twee in artikel 14, lid 4, onder b), genoemde voorwaarden en het herroepingsrecht als gevolg hiervan op grond van artikel 16, onder m), is komen te vervallen. De voorwaarde in artikel 14, lid 4, letter b), onder iii), moet daarom worden toegevoegd aan artikel 16, onder m), om de consument in staat te stellen het herroepingsrecht uit te oefenen wanneer niet aan deze voorwaarde is voldaan en dientengevolge de rechten te claimen waarin artikel 14, lid 4, voorziet.

(45)  Handelaren kunnen de prijs van hun aanbiedingen personaliseren voor specifieke consumenten of specifieke categorieën consumenten aan de hand van geautomatiseerde besluitvorming en profilering van consumentengedrag, waarmee zij de koopkracht van de consument kunnen inschatten. Consumenten moeten duidelijk worden geïnformeerd wanneer de prijs die zij te zien krijgen, is gepersonaliseerd aan de hand van een geautomatiseerde beslissing, zodat zij in hun besluitvorming rekening kunnen houden met de potentiële risico's. Derhalve dient aan Richtlijn 2011/83/EU een specifieke informatievereiste te worden toegevoegd op grond waarvan de consument in kennis moet worden gesteld wanneer de prijs is gepersonaliseerd aan de hand van geautomatiseerde besluitvorming. Deze informatievereiste moet niet gelden voor technieken als "dynamische" en "realtime" prijsbepaling, waarbij de prijs zeer flexibel en snel wordt veranderd naar aanleiding van de vraag op de markt, maar geen sprake is van personalisering op basis van geautomatiseerde besluitvorming. Deze informatievereiste laat Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(24), die onder meer voorziet in het recht van de persoon om niet te worden onderworpen aan geautomatiseerde individuele besluitvorming, met inbegrip van profilering, onverlet.

(46)  Gezien de technologische ontwikkelingen is het noodzakelijk om de verwijzing naar de fax in de lijst van communicatiemiddelen in artikel 6, lid 1, onder c), van Richtlijn 2011/83/EU te schrappen, aangezien de fax slechts zelden wordt gebruikt en grotendeels verouderd is.

(47)  Consumenten gaan steeds meer af op beoordelingen en aanbevelingen van andere consumenten wanneer zij beslissingen nemen over aankopen. Daarom moeten handelaren, wanneer zij toegang bieden tot klantbeoordelingen van producten, aangeven welke processen of procedures zij volgen om te garanderen dat de gepubliceerde beoordelingen afkomstig zijn van consumenten die de producten hebben aangeschaft of gebruikt. Als dergelijke processen en procedures worden toegepast, moet aan de consument duidelijke informatie worden verstrekt over de manier waarop de controles worden uitgevoerd en de manier waarop de beoordelingen worden verwerkt, bijvoorbeeld of alle beoordelingen, positief en negatief, worden gepubliceerd, of er voor deze beoordelingen is betaald en of zij worden beïnvloed door een contractuele relatie met een handelaar. Bovendien moet het daarom als een oneerlijke handelspraktijk worden beschouwd om consumenten te misleiden met uitspraken waarin wordt beweerd dat beoordelingen van een product zijn ingediend door consumenten die het product daadwerkelijk hebben gebruikt of aangeschaft, wanneer er geen redelijke en evenredige stappen zijn genomen om te garanderen dat deze beoordelingen daadwerkelijk afkomstig zijn van dergelijke consumenten. Het kan bij dergelijke stappen onder meer gaan om technische middelen om de betrouwbaarheid te verifiëren van de persoon die een beoordeling plaatst, waarbij wordt verzocht om informatie om na te gaan of de consument het product daadwerkelijk heeft gebruikt of aangeschaft.

(48)  De bepalingen met betrekking tot beoordelingen en aanbevelingen van consumenten laten de gangbare, legitieme reclamepraktijk waarbij overdreven uitspraken worden gedaan of uitspraken die niet letterlijk dienen te worden genomen, onverlet.

(49)  Het moet handelaren ook worden verboden valse beoordelingen en aanbevelingen van consumenten te publiceren, zoals "likes" op sociale media, of andere de opdracht te geven dit te doen, teneinde hun producten te promoten, evenals om beoordelingen en aanbevelingen van consumenten te manipuleren, bijvoorbeeld door alleen positieve beoordelingen te publiceren en de negatieve te verwijderen. Dit kan ook gebeuren door middel van de extrapolatie van aanbevelingen op sociale media wanneer de positieve interactie van een gebruiker met bepaalde online-inhoud wordt gekoppeld aan of verplaatst naar andere, maar aanverwante inhoud, waardoor de indruk wordt gewekt dat de gebruiker ook positief tegenover de aanverwante inhoud staat.

(50)  Het moet handelaren worden verboden kaartjes voor culturele en sportevenementen die zij hebben aangeschaft door gebruik te maken van software als "bots", die hen in staat stelt meer kaartjes te kopen dan de technische limieten die worden opgelegd door de primaire kaartjesverkoper of om andere technische maatregelen te omzeilen die door de primaire verkoper zijn getroffen om te garanderen dat de kaartjes voor iedereen toegankelijk zijn, aan consumenten door te verkopen. Dit specifieke verbod doet geen afbreuk aan andere nationale maatregelen die de lidstaten kunnen treffen om de legitieme belangen van consumenten te beschermen en hun culturele beleid en een brede toegang voor alle personen tot culturele en sportevenementen te waarborgen, bijvoorbeeld door de wederverkoopprijs van kaartjes aan banden te leggen.

(51)  Artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie waarborgt de vrijheid van ondernemerschap overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken. De marketing van goederen in verschillende lidstaten, als zijnde identiek, terwijl de samenstelling of kenmerken van deze producten aanzienlijk verschillen, kan consumenten misleiden en hen aanzetten tot een transactie die zij anders niet hadden verricht.

(52)  Een dergelijke praktijk kan daarom worden aangemerkt als strijdig met Richtlijn 2005/29/EG op basis van een beoordeling per geval van relevante elementen. Om de toepassing van de bestaande wetgeving door de consumenten- en voedingsautoriteiten van de lidstaten te vergemakkelijken, werden in de mededeling van de Commissie van 26.9.2017 "betreffende de toepassing van de EU-wetgeving inzake levensmiddelen- en consumentenbescherming op kwesties in verband met tweevoudige kwaliteit van levensmiddelen – Het specifieke geval van levensmiddelen(25)" richtsnoeren vastgesteld voor de toepassing van de huidige EU-regels op situaties van tweevoudige kwaliteit van levensmiddelen. In dit verband heeft het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Commissie ▌een gemeenschappelijke aanpak gepresenteerd voor het verrichten van vergelijkende tests van levensmiddelen(26).

(53)  De ervaring met de handhaving heeft echter geleerd dat het voor consumenten, handelaren en nationale bevoegde autoriteiten onduidelijk kan zijn welke handelspraktijken in strijd zouden kunnen zijn met Richtlijn 2005/29/EG, door het ontbreken van een uitdrukkelijke bepaling. Daarom moet Richtlijn 2005/29/EG worden gewijzigd om zowel de handelaren als de handhavingsautoriteiten rechtszekerheid te bieden, door de marketing van een goed als zijnde identiek aan een goed dat in ▌andere lidstaten wordt gemarket, terwijl de samenstelling of kenmerken van dat goed aanzienlijk verschillen, uitdrukkelijk aan te pakken. De bevoegde autoriteiten moeten dergelijke praktijken per geval beoordelen en aanpakken volgens de bepalingen van de richtlijn. Bij haar beoordeling moet de bevoegde autoriteit rekening houden met het feit of een dergelijke differentiatie gemakkelijk herkenbaar is voor de consument, het recht van een handelaar om goederen van hetzelfde merk voor verschillende geografische markten aan te passen op grond van legitieme en objectieve factoren, zoals nationale wetgeving, de beschikbaarheid of seizoensgebondenheid van grondstoffen ▌of vrijwillige strategieën voor een betere toegang tot gezonde en voedzame levensmiddelen alsook het recht van handelaren om goederen van hetzelfde merk aan te bieden in verpakkingen van verschillend gewicht of volume in verschillende geografische markten. De bevoegde autoriteiten moeten beoordelen of dergelijke differentiatie voor consumenten gemakkelijk herkenbaar is en doet dit door de beschikbaarheid en toereikendheid van informatie te analyseren. Het is belangrijk dat consumenten op de hoogte worden gebracht van de differentiatie van goederen op grond van legitieme en objectieve factoren. Het moet handelaren vrij staan dergelijke informatie te verstrekken op verschillende manieren die consumenten in staat stellen de noodzakelijke informatie te raadplegen. Over het algemeen moeten handelaren de voorkeur geven aan alternatieven voor het verstrekken van informatie op het etiket van de goederen. De desbetreffende sectorale voorschriften en voorschriften inzake het vrije verkeer van goederen van de Unie moeten worden geëerbiedigd.

(54)  Hoewel verkoop buiten verkoopruimten een wettig en beproefd verkoopkanaal is, net zoals verkoop in verkoopruimten en verkoop op afstand, kunnen bepaalde bijzonder agressieve of misleidende marketing- of verkooppraktijken waarbij de consument ▌thuis wordt bezocht of tijdens ▌trips, als bedoeld in artikel 2, lid 8, van Richtlijn 2011/83/EU, consumenten onder druk zetten om producten of diensten te kopen die zij anders niet zouden kopen en/of producten aan te kopen tegen buitensporige prijzen, vaak met onmiddellijke betaling. Dergelijke praktijken zijn vaak gericht op ouderen of andere kwetsbare consumenten. Sommige lidstaten vinden deze praktijken onwenselijk en achten het noodzakelijk om bepaalde vormen en aspecten van buiten verkoopruimten gesloten verkopen in de zin van Richtlijn 2011/83/EU, zoals agressieve en misleidende marketing of verkoop van een product in het kader van ongevraagde huisbezoeken aan consumenten of van ▌trips, aan banden te leggen. Indien dergelijke beperkingen worden opgelegd op andere gronden dan de bescherming van de consument, zoals het openbaar belang of de eerbiediging van het privéleven van de consument, dat wordt beschermd door artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de EU, vallen zij buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2005/29/EG.

(55)  In overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel en teneinde de handhaving te vergemakkelijken, moet derhalve worden verduidelijkt dat Richtlijn 2005/29/EG geen afbreuk doet aan de vrijheid van de lidstaten om nationale bepalingen vast te stellen om de legitieme belangen van consumenten verder te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken in het kader van ongevraagde huisbezoeken door een handelaar om producten aan te bieden of te verkopen of trips die worden georganiseerd door een handelaar met als doel of gevolg producten te verkopen aan of te promoten bij consumenten, indien dergelijke bepalingen gerechtvaardigd zijn op grond van de consumentenbescherming. Dergelijke bepalingen moeten altijd evenredig en niet-discriminerend zijn en deze verkoopkanalen niet als zodanig verbieden. In nationale, door de lidstaten ingevoerde bepalingen kan bijvoorbeeld worden vastgesteld op welke tijdstippen huisbezoeken aan consumenten zonder hun expliciete toestemming niet zijn toegestaan, kunnen dergelijke bezoeken worden verboden indien de consument expliciet heeft aangegeven hiermee niet akkoord te gaan en kan de procedure voor betalingen worden voorgeschreven. Voort kunnen in dergelijke bepalingen meer beschermende regels worden opgenomen op de terreinen die door Richtlijn 2011/83/EU zijn geharmoniseerd. Richtlijn 2011/83/EU moet derhalve worden gewijzigd om de lidstaten in staat te stellen nationale maatregelen te treffen om te voorzien in een langere herroepingstermijn en om af te wijken van specifieke uitzonderingen op het herroepingsrecht. De lidstaten moeten aan de Commissie kennisgeven van de in dit verband vastgestelde nationale bepalingen, zodat de Commissie deze informatie beschikbaar kan maken voor alle belanghebbenden en de evenredigheid en wettigheid van deze maatregelen kan nagaan.

(56)  Wanneer het agressieve en misleidende praktijken betreft in het kader van evenementen die worden georganiseerd op andere locaties dan de verkoopruimten van de handelaar, doet Richtlijn 2005/29/EG geen afbreuk aan eventuele voorwaarden inzake vestiging en vergunning die lidstaten aan handelaren kunnen opleggen. Voorts laat Richtlijn 2005/29/EG het nationale verbintenissenrecht en, in het bijzonder, de regels betreffende de geldigheid, de opstelling en de rechtsgevolgen van contracten onverlet. Agressieve en misleidende praktijken in het kader van evenementen die worden georganiseerd op andere locaties dan de verkoopruimten van de handelaar, kunnen op basis van een individuele beoordeling van het specifieke geval overeenkomstig artikelen 5 tot en met 9 van Richtlijn 2005/29/EG worden verboden. Voorts bevat bijlage I bij Richtlijn 2005/29/EG een algemeen verbod op praktijken waarbij de handelaar de indruk wekt dat hij niet optreedt ten behoeve van zijn beroep en op praktijken die de indruk geven dat de consument het pand niet mag verlaten alvorens er een overeenkomst is opgesteld. De Commissie moet beoordelen of de huidige regels voorzien in een toereikend niveau van consumentenbescherming en toereikende instrumenten voor lidstaten om dergelijke praktijken op doeltreffende wijze aan te pakken.

(57)  Deze richtlijn mag derhalve geen afbreuk doen aan het nationale recht op het gebied van het verbintenissenrecht voor de verbintenisrechtelijke aspecten die niet door deze richtlijn worden geregeld. Deze richtlijn dient derhalve het nationale recht inzake bijvoorbeeld het sluiten of de geldigheid van een overeenkomst, zoals in het geval van het ontbreken van overeenstemming of onbevoegde commerciële activiteit, onverlet te laten.

(58)  Om te garanderen dat burgers toegang hebben tot actuele informatie over hun consumentenrechten en verhaalsmogelijkheden in de Unie, moet het onlinetoegangspunt dat de Commissie ontwikkelt gebruiksvriendelijk zijn, geschikt zijn voor mobiel gebruik, goed toegankelijk zijn en – voor zover mogelijk – voor iedereen bruikbaar zijn, ook voor personen met een handicap ("ontwerpen voor iedereen").

(59)  Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken(27) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om, in gerechtvaardigde gevallen, de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van die stukken gerechtvaardigd.

(60)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk betere handhaving en modernisering van de consumentenbescherming, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar doordat het probleem zich in de hele Unie voordoet, beter door de Unie kunnen worden bereikt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn 2005/29/EG

Richtlijn 2005/29/EG wordt als volgt gewijzigd:

(1)  artikel 2, alinea 1, wordt als volgt gewijzigd:

(a)  letter c) wordt vervangen door:"

"c) "product": een goed of dienst, met inbegrip van onroerende goederen, digitale dienst en digitale inhoud, evenals rechten en verplichtingen;";

"

(b)  de volgende letters worden toegevoegd:"

"m) "ranking": het relatieve belang dat door de handelaar wordt gegeven aan producten zoals gepresenteerd, georganiseerd of meegedeeld door de handelaar, ongeacht de technologische middelen die worden gebruikt voor een dergelijke presentatie, organisatie of mededeling;

   n) "onlinemarktplaats": een dienst die consumenten in staat stelt op afstand overeenkomsten te sluiten met andere handelaren of consumenten door middel van software, waaronder een website, deel van een website of een applicatie die wordt beheerd door of namens de handelaar.";

"

(2)  in artikel 3 worden de leden 5 en 6 vervangen door: ▌"

"5. Deze richtlijn belet de lidstaten niet om bepalingen vast te stellen ter bescherming van de gewettigde belangen van de consumenten met betrekking tot agressieve of misleidende marketing- of verkooppraktijken waarbij een handelaar een consument ongevraagd aan huis bezoekt of een handelaar ▌trips organiseert voor consumenten met als doel of gevolg producten te verkopen of te promoten. ▌Dergelijke bepalingen zijn evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigd op grond van consumentenbescherming.

6.   De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de nationale bepalingen die uit hoofde van lid 5 worden toegepast, alsook van eventuele latere wijzigingen. De Commissie stelt deze informatie op gemakkelijk toegankelijke wijze beschikbaar op een speciaal daarvoor gecreëerde website.";

"

(3)  aan artikel 6, lid 2, wordt de volgende letter toegevoegd:"

"c) marketing van een goed in één lidstaat als zijnde identiek aan een goed dat in ▌andere lidstaten wordt gemarket, terwijl de samenstelling of kenmerken van dat goed aanzienlijk verschillen, tenzij dit gerechtvaardigd is op grond van legitieme en objectieve factoren.";

"

(4)   artikel 7 ▌wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 4 wordt als volgt gewijzigd:

i)  letter d) wordt vervangen door:"

"d) de wijze van betaling, levering en uitvoering, indien deze afwijken van de vereisten van professionele toewijding;";

"

ii)  het volgende punt wordt toegevoegd:"

"f) voor producten die worden aangeboden op onlinemarktplaatsen, of de derde partij die de producten aanbiedt al dan niet een handelaar is, op basis van de verklaring van deze derde aan de onlinemarktplaats.";

"

b)  het volgende lid wordt ingevoegd:"

"4 bis. Wanneer consumenten de mogelijkheid wordt geboden om te zoeken naar producten die worden aangeboden door verschillende handelaren of door consumenten op basis van een zoekopdracht in de vorm van een trefwoord, zin of andere invoer, wordt het, ongeacht of de transacties uiteindelijk worden afgerond, essentieel geacht dat er algemene informatie beschikbaar wordt gesteld in een specifiek deel van de online-interface dat rechtstreeks en goed toegankelijk is vanaf de pagina waar de zoekresultaten worden gepresenteerd, over de belangrijkste parameters die zijn gebruikt voor het bepalen van de ranking van producten die aan de consument wordt gepresenteerd als resultaat van de zoekopdracht en het relatieve belang van die parameters ten opzichte van andere parameters. Dit lid geldt niet voor aanbieders van onlinezoekmachines als bedoeld in Verordening (EU) 2019/...*(28).

__________________

* Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ...(PB ...).";

"

c)  het volgende lid wordt toegevoegd:"

"6. Indien een handelaar toegang biedt tot klantbeoordelingen van producten, wordt informatie over of en hoe de handelaar garandeert dat de gepubliceerde beoordelingen afkomstig zijn van consumenten die het product hebben gebruikt of aangeschaft, beschouwd als essentieel.";

"

(5)  het volgende artikel ▌wordt ingevoegd:"

"Artikel 11 bis

Verhaal

1.  ▌consumenten die door oneerlijke handelspraktijken schade hebben geleden, krijgen toegang tot evenredige en doeltreffende verhaalsmogelijkheden, met inbegrip van vergoeding voor de schade die zij hebben geleden en, indien relevant, een prijsverlaging of de beëindiging van de overeenkomst. De lidstaten mogen de voorwaarden bepalen voor de toepassing en rechtsgevolgen van deze verhaalsmogelijkheden. De lidstaten kunnen in voorkomend geval rekening houden met de ernst en aard van de oneerlijke handelspraktijk, de schade die de consument heeft geleden en andere relevante omstandigheden.

2.  Deze verhaalsmogelijkheden doen geen afbreuk aan de toepassing van andere verhaalsmogelijkheden waarop consumenten op grond van de Unie- of nationaal recht een beroep kunnen doen.";

"

(6)  Artikel 13 wordt vervangen door:"

"Artikel 13

Sancties

1.  De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze ten uitvoer worden gelegd. De vastgestelde sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het opleggen van sancties in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de volgende niet-limitatieve en indicatieve criteria:

   a) de aard, de ernst, schaal en de duur ▌van de inbreuk;

   b) door de handelaar genomen maatregelen om de door de consumenten geleden schade te verzachten of te verhelpen;

   c) eerdere inbreuken van de handelaar;
   d) de door de handelaar als gevolg van de inbreuk gemaakte financiële winsten of vermeden verliezen, als daarover relevante informatie beschikbaar is;
   e) sancties die in grensoverschrijdende zaken in andere lidstaten aan de handelaar zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, wanneer de informatie over dergelijke sancties beschikbaar is via het mechanisme dat is opgericht bij Verordening (EU) 2017/2394;
   f) andere verzwarende of verzachtende factoren die van toepassing zijn op de omstandigheden van de zaak.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer er overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394 sancties moeten worden opgelegd, deze de mogelijkheid omvatten om geldboeten op te leggen door middel van administratieve procedures of om juridische procedures te starten voor het opleggen van geldboeten, of beide, waarbij het maximumbedrag ten minste 4 % van de jaaromzet van de handelaar in de betrokken lidstaat of lidstaten bedraagt. Zonder afbreuk te doen aan die verordening kunnen lidstaten de oplegging van geldboeten om redenen die verband houden met de nationale grondwet beperken tot:

   a) inbreuken op artikelen 6, 7, 8, 9 en op bijlage I; en
   b) de aanhoudende toepassing door de handelaar van een handelspraktijk die is aangemerkt als oneerlijk door de bevoegde nationale autoriteit of rechtbank, indien de inbreuk niet onder a) valt.

4.  In situaties waarin overeenkomstig lid 3 een geldboete moet worden opgelegd maar er geen informatie beschikbaar is over de jaaromzet van de handelaar, introduceert de lidstaat de mogelijkheid om geldboeten op te leggen waarvan het maximumbedrag ten minste 2 miljoen EUR bedraagt.

5.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [de omzettingsdatum van deze wijzigingsrichtlijn] van hun regels inzake sancties in kennis en delen haar eventuele latere wijzigingen onverwijld mede.";

"

(7)  ▌bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)  het volgende punt wordt ingevoegd:"

"11 bis. het verschaffen van zoekresultaten in reactie op een onlinezoekopdracht van een consument zonder duidelijk te onthullen dat het een betaalde reclame betreft of er een betaling is gedaan die specifiek was bedoeld om een hogere ranking voor producten te verkrijgen.";

"

b)  de volgende punten worden ingevoegd:"

"23 bis. het doorverkopen van kaartjes aan consumenten indien de handelaar deze heeft verkregen door gebruik te maken van elektronische middelen om eventuele beperkingen te omzeilen met betrekking tot het aantal kaartjes dat een persoon mag kopen of andere regels die van toepassing zijn op de aanschaf van kaartjes;

23 ter.  beweren dat beoordelingen van producten zijn ingediend door consumenten die het product daadwerkelijk hebben gebruikt of aangeschaft zonder redelijke en evenredige stappen te nemen om na te gaan of ze daadwerkelijk afkomstig zijn van dergelijke consumenten;

23 quater.  het indienen van valse beoordelingen of aanbevelingen van consumenten of het op misleidende wijze presenteren van beoordelingen van consumenten of aanbevelingen op sociale media om producten te promoten of een andere rechts- of natuurlijke persoon de opdracht geven dit te doen.".

"

Artikel 2

Wijzigingen van Richtlijn 2011/83/EU

Richtlijn 2011/83/EU wordt als volgt gewijzigd:

(1)  artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt 3 wordt vervangen door:"

"3. "goederen": goederen als gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad*(29);

__________________

* Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ... (PB …).";

"

b)   het volgende punt ▌wordt ingevoegd:"

"4 bis. persoonsgegevens als gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679;";

"

c)   de punten 5 en 6 worden vervangen door:"

"5. "verkoopovereenkomst": iedere overeenkomst waarbij de handelaar het eigendom van goederen aan de consument overdraagt of zich ertoe verbindt deze over te dragen, met inbegrip van elke overeenkomst die zowel goederen als diensten betreft;

   (6) "dienstenovereenkomst": iedere andere overeenkomst dan een verkoopovereenkomst, waarbij de handelaar de consument een dienst, waaronder een digitale dienst, levert ▌;";

"

d)   punt 11 wordt vervangen door:"

"11. "digitale inhoud": digitale inhoud als gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad*(30);";

__________________

* Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ... (PB …).";

"

(e)   de volgende punten worden toegevoegd:"

" ▌ 16. "digitale dienst": een digitale dienst als gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Richtlijn (EU) 2019/...(31)+;

   17. "onlinemarktplaats": een dienst die het consumenten mogelijk maakt op afstand overeenkomsten te sluiten met andere handelaren of consumenten door middel van software, waaronder een website, deel van een website of een applicatie die wordt beheerd door of namens de handelaar;
   18. "aanbieder van een onlinemarktplaats": een dienstverlener die consumenten een onlinemarktplaats aanbiedt;

   19. "compatibiliteit": compatibiliteit als gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Richtlijn (EU) 2019/...(32);
   20. "functionaliteit": functionaliteit als gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Richtlijn (EU) 2019/...+;
   21. "interoperabiliteit": interoperabiliteit als gedefinieerd in artikel 2, punt 12, van Richtlijn (EU) 2019/...+.";

"

(2)  artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

(a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Deze richtlijn is van toepassing, onder de voorwaarden en in die mate als aangegeven in de bepalingen ervan, op alle tussen een handelaar en een consument gesloten overeenkomsten waarbij de consument de prijs ervan betaalt of zich ertoe verbindt deze te betalen. Zij is van toepassing op overeenkomsten voor de levering van water, gas, elektriciteit of stadsverwarming, ook door openbare leveranciers, voor zover deze producten op een contractuele basis worden geleverd.";

"

b)  het volgende lid wordt ingevoegd:"

"1 bis. Deze richtlijn is ook van toepassing als de handelaar digitale inhoud die niet wordt geleverd op een materiële drager of een digitale dienst levert of zich ertoe verbindt deze te leveren aan de consument en de consument persoonsgegevens aan de handelaar verstrekt of zich ertoe verbindt deze te verstrekken, behalve wanner de door de consument verstrekte persoonsgegevens uitsluitend worden verwerkt door de handelaar voor het leveren van de digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd of de digitale dienst overeenkomstig deze richtlijn of om te voldoen aan de wettelijke vereisten die op de handelaar van toepassing zijn, en de handelaar deze gegevens voor geen enkel ander doeleinde verwerkt.";

"

c)  lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

i)  punt k) wordt vervangen door:"

"k) voor passagiersvervoerdiensten, met uitzondering van artikel 8, lid 2, en de artikelen 19, 21 en 22;";

"

ii)  het volgende punt wordt toegevoegd:"

"n) voor goederen die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht.";

"

(3)  artikel 5, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt e) wordt vervangen door:"

"e) naast een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen, digitale inhoud en digitale diensten, het bestaan en de voorwaarden van diensten na verkoop en commerciële garanties, voor zover van toepassing;

"

b)  de punten g) en h) worden vervangen door:"

"g) voor zover van toepassing, de functionaliteit van goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten, met inbegrip van toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen;

   h) voor zover van toepassing, de relevante compatibiliteit en interoperabiliteit van goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten ▌waarvan de handelaar op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn.";

"

(4)  artikel 6 ▌wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  punt c) wordt vervangen door:"

"c) het geografisch adres waar de handelaar gevestigd is en het telefoonnummer en e-mailadres van de handelaar. Daarnaast bevat de informatie, als de handelaar andere vormen van onlinecommunicatie verstrekt waarmee de consument de schriftelijke correspondentie met de handelaar, waaronder de datum en het tijdstip van dergelijke correspondentie, op een duurzame gegevensdrager kan bewaren, gedetailleerde informatie over deze andere vormen. Al deze communicatiemethoden die de handelaar aanbiedt, moeten de consument in staat stellen snel contact met de handelaar op te nemen en efficiënt met hem te communiceren. Indien van toepassing verstrekt de handelaar ook het geografische adres en de identiteit van de handelaar voor wiens rekening hij optreedt;";

"

ii)  het volgende punt wordt ingevoegd:"

"e bis) indien van toepassing, dat de prijs is gepersonaliseerd op basis van geautomatiseerde besluitvorming;";

"

iii)  het bepaalde onder l) wordt vervangen door:"

"l) een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen, digitale inhoud en digitale diensten;";

"

iv)  het bepaalde onder r) en s) wordt vervangen door:"

"r) voor zover van toepassing, de functionaliteit van goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten, met inbegrip van toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen;

   s) voor zover van toepassing, de relevante compatibiliteit en interoperabiliteit van goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten ▌waarvan de handelaar op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn.";

"

b)  lid 4 wordt vervangen door:"

"4. De in lid 1, onder h), i) en j), bedoelde informatie kan worden verstrekt door middel van de modelinstructies voor herroeping vermeld in bijlage I, deel A. De handelaar zal hebben voldaan aan de informatievereisten van lid 1, onder h), i) en j) als hij deze instructies correct heeft ingevuld en aan de consument heeft verstrekt. De verwijzing naar de herroepingstermijn van 14 dagen in de modelinstructies inzake herroeping die zijn opgenomen in bijlage I, punt A, worden vervangen door verwijzingen naar een herroepingstermijn van 30 dagen in gevallen waarin lidstaten regels hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 9, lid 1 bis.";

"

(5)  het volgende artikel ▌wordt ingevoegd:"

"Artikel 6 bis

Aanvullende specifieke informatievoorschriften voor op onlinemarktplaatsen gesloten overeenkomsten

1.  Voordat een consument door een overeenkomst op afstand of een daarmee overeenstemmend aanbod is gebonden, verstrekt de aanbieder van de onlinemarktplaats, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van Richtlijn 2005/29/EG, bovendien op een duidelijk en begrijpelijke manier die passend is voor communicatie op afstand, de volgende informatie:

   a) algemene informatie die beschikbaar wordt gesteld in een specifieke afdeling van de online-interface die rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk is vanaf de pagina waarop de aanbiedingen worden gepresenteerd, over de belangrijkste parameters die de rangschikking bepalen van de aanbiedingen die aan de consument worden gepresenteerd als gevolg van de zoekopdracht, als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder m), van Richtlijn 2005/29/EG, en het relatieve belang van die parameters ten opzichte van andere parameters;
   b) het feit of de derde die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt, al dan niet een handelaar is, op basis van de verklaring van deze derde aan de onlinemarktplaats;
   c) wanneer de derde partij die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt, geen handelaar is, dat de consumentenrechten die uit de consumentenwetgeving van de Unie voortvloeien ▌niet van toepassing zijn op de ▌overeenkomst; ▌
   d) indien van toepassing, de manier waarop de verplichtingen met betrekking tot de overeenkomst worden verdeeld tussen de derde partij die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt en de aanbieder van de onlinemarktplaats. Deze informatie doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid die de onlinemarktplaats of handelaar eventueel heeft ▌met betrekking tot ▌de overeenkomst op grond van Unie- of nationaal recht.

2.  Zonder afbreuk te doen aan Richtlijn 2000/31/EG, verbiedt dit artikel het lidstaten niet aanvullende informatievereisten op te leggen aan onlinemarktplaatsen. Dergelijke bepalingen zijn evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigd op grond van consumentenbescherming.";

"

(6)   artikel 7, lid 3, wordt vervangen door:"

"3. Indien de consument wenst dat de verrichting van diensten of de levering van water, gas of elektriciteit, die niet zijn gereed voor verkoop gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, of van stadsverwarming aanvangt tijdens de in artikel 9, lid 2, bedoelde herroepingstermijn, en de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, eist de handelaar dat de consument daar uitdrukkelijk om verzoekt op een duurzame gegevensdrager. De handelaar verzoekt de consument ook te erkennen dat hij, zodra de overeenkomst volledig is uitgevoerd door de handelaar, niet langer een beroep kan doen op het herroepingsrecht.";

"

(7)  artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 4 wordt vervangen door:"

"4. Wanneer de overeenkomst gesloten wordt met behulp van een middel voor communicatie op afstand dat beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie, verstrekt de handelaar, bij of via dat specifieke middel voordat de overeenkomst gesloten wordt, ten minste de precontractuele informatie betreffende de voornaamste kenmerken van de goederen of diensten, de identiteit van de handelaar, de totale prijs, het herroepingsrecht, de duur van de overeenkomst en, in geval van overeenkomsten voor onbepaalde tijd, de voorwaarden om de overeenkomst op te zeggen, zoals bedoeld in respectievelijk artikel 6, lid 1, onder a), b), e), h) en o), met uitzondering van het onder h) bedoelde modelformulier voor herroeping dat is opgenomen in bijlage I, deel B. De overige in artikel 6, lid 1, bedoelde informatie, waaronder het herroepingsformulier, wordt door de handelaar op passende wijze aan de consument verstrekt, overeenkomstig lid 1 van dit artikel.";

"

b)  lid 8 wordt vervangen door:"

"8. Indien de consument wenst dat de verrichting van diensten of de levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, of van stadsverwarming aanvangt tijdens de in artikel 9, lid 2, bepaalde herroepingstermijn, en de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, eist de handelaar dat de consument daar uitdrukkelijk om verzoekt. De handelaar verzoekt de consument ook te erkennen dat hij, zodra de overeenkomst volledig is uitgevoerd door de handelaar, niet langer een beroep kan doen op het herroepingsrecht.";

"

(8)  artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)  het volgende lid wordt ingevoegd:"

"1 bis. De lidstaten kunnen regels vaststellen op grond waarvan de in lid 1 bedoelde herroepingstermijn van 14 dagen wordt verlengd naar 30 dagen voor overeenkomsten die worden gesloten in het kader van ongevraagde huisbezoeken door een handelaar of trips die door de handelaar worden georganiseerd met als doel of gevolg producten te verkopen aan of te promoten bij consumenten, teneinde de legitieme belangen van consumenten met betrekking tot agressieve of misleidende marketing- of verkooppraktijken te beschermen. Dergelijke regels zijn evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigd op grond van consumentenbescherming.";

"

b)  in lid 2 wordt het inleidende deel vervangen door:"

"2. Zonder afbreuk te doen aan artikel 10, verstrijkt de herroepingstermijn als bedoeld in lid 1 van dit artikel na 14 dagen, of na 30 dagen in gevallen waarin de lidstaten op grond van lid 1 bis van dit artikel regels hebben vastgesteld.";

"

(9)  in artikel 10 wordt lid 2 vervangen door:"

"2. Indien de handelaar de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie aan de consument heeft verstrekt binnen twaalf maanden na de in artikel 9, lid 2, bedoelde dag, verstrijkt de herroepingstermijn 14 dagen – of 30 dagen in gevallen waarin de lidstaten regels hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 9, lid 1 bis – na de dag waarop de consument die informatie heeft ontvangen.";

"

(10)  aan artikel 13 worden de volgende leden toegevoegd:"

"4. Met betrekking tot de persoonsgegevens van de consument voldoet de handelaar aan de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679.

5.  De handelaar weerhoudt zich ervan enige inhoud anders dan persoonsgegevens te gebruiken die door de consument zijn verstrekt of gemaakt tijdens het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, behalve indien dergelijke inhoud:

   a) geen gebruikswaarde heeft buiten de context van de digitale inhoud of digitale dienst die door de handelaar wordt geleverd;
   b) alleen verband houdt met de activiteit van de consument wanneer deze de digitale inhoud of digitale dienst gebruikt die door de handelaar wordt geleverd;
   c) door de handelaar is gecombineerd met andere gegevens en niet, of alleen met onevenredige inspanningen, kan worden gescheiden; of
   d) door de consument en anderen gezamenlijk is gegenereerd en de andere consumenten gebruik kunnen blijven maken van de inhoud.

6.  Behalve in de situaties waarnaar wordt verwezen in lid 5, onder a), b) en c), stelt de handelaar op verzoek van de consument aan de consument alle inhoud, met uitzondering van persoonsgegevens, beschikbaar die door de consument is verstrekt of gecreëerd tijdens het gebruik van de digitale inhoud of de digitale dienst die door de handelaar wordt geleverd.

7.  De consument heeft het recht die digitale inhoud kosteloos, binnen een redelijke termijn, en in een gangbaar, machineleesbaar gegevensformaat op te vragen, zonder belemmeringen van de kant van de handelaar.

8.  In het geval van herroeping van de overeenkomst kan de leverancier elk verder gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst door de consument beletten, met name door de digitale inhoud of digitale dienst ontoegankelijk te maken voor de consument, of het gebruikersaccount van de consument onbruikbaar te maken, onverminderd lid 6.";

"

(11)  artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

a)   het volgende lid wordt ingevoegd:"

"2 bis. In het geval van herroeping van de overeenkomst onthoudt de consument zich van het gebruik van de digitale inhoud of de digitale dienst, en van de terbeschikkingstelling daarvan aan derden.";

"

b)   in lid 4 wordt letter b), punt i, vervangen door:"

"i) de consument er van tevoren niet uitdrukkelijk mee heeft ingestemd dat de uitvoering kan beginnen vóór het einde van de in artikel 9 bedoelde periode van 14 of 30 dagen;";

"

(12)  artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)  het bepaalde onder a) wordt vervangen door:"

"a) dienstenovereenkomsten na volledige uitvoering van de dienst en, als de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument, en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht verliest zodra de handelaar de overeenkomst volledig heeft uitgevoerd;";

"

b)   het bepaalde onder m) wordt vervangen door:"

"m) overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, als de uitvoering is begonnen en, ingeval de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, als:

   i) de consument van tevoren expliciet heeft ingestemd met de aanvang van de uitvoering tijdens de herroepingstermijn;
   ii) de consument heeft erkend dat hij daarmee zijn herroepingsrecht verliest; en
   iii) de handelaar bevestiging heeft verstrekt overeenkomstig artikel 7, lid 2 of artikel 8, lid 7.";

"

c)   de volgende leden worden toegevoegd:"

De lidstaten kunnen afwijken van de uitzonderingen op het herroepingsrecht die zijn opgenomen in lid 1, onder a), b), c) en e), voor overeenkomsten die worden gesloten in het kader van ongevraagde huisbezoeken door een handelaar of trips die door de handelaar worden georganiseerd met als doel of gevolg producten te verkopen aan of te promoten bij consumenten, teneinde de legitieme belangen van consumenten met betrekking tot agressieve of misleidende marketing- of verkooppraktijken te beschermen. Dergelijke bepalingen zijn evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigd op grond van consumentenbescherming.

Lidstaten mogen bepalen dat de consument het herroepingsrecht verliest nadat de dienst in het kader van een dienstenovereenkomst volledig is verleend indien de consument specifiek heeft verzocht om een bezoek van de handelaar voor de uitvoering van reparaties, de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument en de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt.";

"

(13)  artikel 24 wordt vervangen door:"

"Artikel 24

Sancties

1.  De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze ten uitvoer worden gelegd. De vastgestelde sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het opleggen van sancties in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de volgende niet-limitatieve en indicatieve criteria:

   a) de aard, de ernst, schaal en de duur ▌van de inbreuk;

   b) door de handelaar genomen maatregelen om de door de consumenten geleden schade te verzachten of te verhelpen;

   c) eerdere inbreuken van de handelaar;
   d) de door de handelaar als gevolg van de inbreuk gemaakte financiële winsten of vermeden verliezen, als daarover relevante informatie beschikbaar is;
   e) sancties die in grensoverschrijdende zaken in andere lidstaten aan de handelaar zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, wanneer de informatie over dergelijke sancties beschikbaar is via het mechanisme dat is opgericht bij Verordening (EU) 2017/2394;
   f) andere verzwarende of verzachtende factoren die van toepassing zijn op de omstandigheden van de zaak.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer er overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394 sancties moeten worden opgelegd, deze de mogelijkheid omvatten om geldboeten op te leggen door middel van administratieve procedures of om juridische procedures te starten voor het opleggen van geldboeten, of beide, waarbij het maximumbedrag ten minste 4 % van de jaaromzet van de handelaar in de betrokken lidstaat of lidstaten bedraagt.

4.  In situaties waarin overeenkomstig lid 3 een geldboete moet worden opgelegd maar er geen informatie beschikbaar is over de jaaromzet van de handelaar, introduceert de lidstaat de mogelijkheid om geldboeten op te leggen waarvan het maximumbedrag ten minste 2 miljoen EUR bedraagt.

5.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [de omzettingsdatum van deze wijzigingsrichtlijn] van hun regels inzake sancties in kennis en delen haar eventuele latere wijzigingen onverwijld mede.";

"

(14)  in artikel 29 wordt lid 1 vervangen door:"

"1. Indien een lidstaat gebruikmaakt van één van de in artikel 3, lid 4, artikel 6, leden 7 en 8, artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 6, artikel 9, leden 1 bis en 3 en de tweede alinea van artikel 16 vermelde regelgevingsopties, stelt hij de Commissie daarvan uiterlijk ... [de omzettingsdatum die wordt vermeld in artikel 5 van deze wijzigingsrichtlijn] in kennis, alsook van eventuele latere wijzigingen.";

"

(15)  bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)   punt A wordt als volgt gewijzigd:

i)   de derde alinea ▌onder "Herroepingsrecht" wordt vervangen door:"

"Om het herroepingsrecht uit te oefenen, moet u ons [2] via een ondubbelzinnige verklaring (bv. schriftelijk per post of e‑mail) op de hoogte stellen van uw beslissing de overeenkomst te herroepen. U kunt hiervoor gebruikmaken van het bijgevoegde modelformulier voor herroeping, maar bent hiertoe niet verplicht. [3]";

"

ii)   punt 2, onder "Instructies voor het invullen van het formulier" wordt vervangen door:"

"[2.] Vul hier uw naam, woonadres en uw telefoonnummer en e‑mailadres in.";

"

b)   in punt B wordt het eerste streepje vervangen door:"

"Aan [hier dient de handelaar zijn naam, adres en ▌zijn e‑mailadres in te vullen]:".

"

Artikel 3

Wijzigingen van Richtlijn 93/13/EG

Richtlijn 93/13/EEG wordt als volgt gewijzigd:

het volgende artikel ▌wordt ingevoegd:"

"Artikel 8 ter

1.  De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze ten uitvoer worden gelegd. De vastgestelde sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

2.  De lidstaten kunnen dergelijke sancties beperken tot situaties waarin de contractuele bedingen op grond van de nationale wetgeving uitdrukkelijk en ongeacht de omstandigheden worden aangemerkt als oneerlijk of indien een verkoper of leverancier contractuele bedingen blijft toepassen die als oneerlijk zijn aangemerkt in een definitieve beslissing die overeenkomstig artikel 7, lid 2, is genomen.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het opleggen van sancties in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de volgende niet-limitatieve en indicatieve criteria:

   a) de aard, de ernst, schaal en de duur ▌van de inbreuk;

   b) door de verkoper of leverancier genomen maatregelen om de door de consumenten geleden schade te verzachten of te verhelpen;

   c) eerdere inbreuken van de verkoper of leverancier;
   d) de door de verkoper of leverancier als gevolg van de inbreuk gemaakte financiële winsten of vermeden verliezen, als daarover relevante informatie beschikbaar is;
   e) sancties die in grensoverschrijdende zaken in andere lidstaten aan de verkoper of leverancier zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, wanneer de informatie over dergelijke sancties beschikbaar is via het mechanisme dat is opgericht bij Verordening (EU) 2017/2394;
   f) andere verzwarende of verzachtende factoren die van toepassing zijn op de omstandigheden van de zaak.

4.  Zonder afbreuk te doen aan lid 2, zorgen de lidstaten ▌ervoor dat, wanneer er overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394 sancties moeten worden opgelegd, deze de mogelijkheid omvatten om geldboeten op te leggen door middel van administratieve procedures of om juridische procedures te starten voor het opleggen van geldboeten, of beide, waarbij het maximumbedrag ten minste 4 % van de jaaromzet van de handelaar in de betrokken lidstaat of lidstaten bedraagt.

5.  In situaties waarin overeenkomstig lid 4 een geldboete moet worden opgelegd maar er geen informatie beschikbaar is over de jaaromzet van de verkoper of leverancier, introduceert de lidstaat de mogelijkheid om geldboeten op te leggen waarvan het maximumbedrag ten minste 2 miljoen EUR bedraagt.

6.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [de omzettingsdatum van deze wijzigingsrichtlijn] van hun regels inzake sancties in kennis en delen haar eventuele latere wijzigingen onverwijld mede.".

"

Artikel 4

Wijzigingen van Richtlijn 98/6/EG

Richtlijn 98/6/EG wordt als volgt gewijzigd:

a)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 6 bis

1.  Bij aankondigingen van prijsverlagingen wordt de vorige prijs aangegeven die door de handelaar is toegepast gedurende een bepaalde periode voorafgaand aan de toepassing van de prijsverlaging.

2.  De vorige prijs betekent de laagste prijs die door de handelaar is toegepast tijdens een periode die niet korter mag zijn dan één maand voor de toepassing van de prijsverlaging.

3.  De lidstaten kunnen andere regels vaststellen voor goederen die snel bederven of een beperkte houdbaarheid hebben.

4.  Indien het product minder dan 30 dagen op de markt is, mogen de lidstaten ook een kortere periode vaststellen dan de periode die in lid 2 wordt gespecificeerd.

5.  De lidstaten mogen bepalen dat, wanneer de prijsverlaging progressief wordt verhoogd, de vorige prijs de prijs zonder prijsverlaging voorafgaand aan de eerste toepassing van de prijsverlaging is.";

"

b)   artikel 8 wordt vervangen door:"

"Artikel 8

1.  De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze ten uitvoer worden gelegd. De vastgestelde sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het opleggen van sancties in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de volgende niet-limitatieve en indicatieve criteria:

   a) de aard, de ernst, schaal en de duur ▌van de inbreuk;

   b) door de handelaar genomen maatregelen om de door de consumenten geleden schade te verzachten of te verhelpen;

   c) eerdere inbreuken van de handelaar;
   d) de door de handelaar als gevolg van de inbreuk gemaakte financiële winsten of vermeden verliezen, als daarover relevante informatie beschikbaar is;
   e) sancties die in grensoverschrijdende zaken in andere lidstaten aan de handelaar zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, wanneer de informatie over dergelijke sancties beschikbaar is via het mechanisme dat is opgericht bij Verordening (EU) 2017/2394;
   f) andere verzwarende of verzachtende factoren die van toepassing zijn op de omstandigheden van de zaak.

3.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [de omzettingsdatum van deze wijzigingsrichtlijn] van hun regels inzake sancties in kennis en delen haar eventuele latere wijzigingen onverwijld mede.".

"

Artikel 5

Informatie over consumentenrechten

De Commissie garandeert dat burgers die zoeken naar informatie over hun rechten als consument of over geschillenbeslechting buiten de rechtbank, gebruik kunnen maken van een onlinetoegangspunt in de vorm van de enkele digitale toegangspoort die is opgericht bij Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad (33)dat hen in staat stelt om:

a)  toegang te krijgen tot actuele informatie over hun rechten als consumenten in de Unie op een duidelijke, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke manier; en

b)  een klacht in te dienen via het onlineplatform voor geschillenbeslechting dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad(34) en het bevoegde Europese consumentencentrum, afhankelijk van de betrokken partijen.

Artikel 6

Verslaglegging door de Commissie en evaluatie

De Commissie dient uiterlijk [2 jaar na de toepassing van deze richtlijn] bij het Europees Parlement en de Raad een rapport in over de toepassing ervan. Dit verslag omvat met name een evaluatie van de bepalingen van deze richtlijn die betrekking hebben op:

a)  evenementen die worden georganiseerd op andere locaties dan de verkoopruimten van de handelaar; en

b)  gevallen van goederen die worden gemarket als identiek maar waarvan de samenstelling of kenmerken aanzienlijk verschillen, onder meer met betrekking tot de vraag of in die gevallen strengere vereisten moeten gelden, waaronder een verbod in bijlage I bij Richtlijn 2005/29/EG, en of er meer gedetailleerde bepalingen nodig zijn inzake informatie over de differentiatie van goederen.

Dit verslag gaat zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Artikel 7

Omzetting

1.  De lidstaten dienen uiterlijk [vierentwintig maanden na vaststelling] de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Zij passen die bepalingen toe vanaf [zes maanden na de termijn voor omzetting].

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 9

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1)* AAN DEZE TEKST IS IN JURIDISCH-TAALKUNDIG OPZICHT NOG NIET DE LAATSTE HAND GELEGD.
(2)PB C 440, 6.12.2018, blz. 66.
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 17 april 2019.
(4)Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22).
(5)Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen (PB L 110 van 1.5.2009, blz. 30).
(6)Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten (PB L 80 van 18.3.1998, blz. 27).
(7)Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).
(8)Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1).
(9)Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95 van 21.4.1993, blz. 29).
(10) Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ... (PB ...).
(11)+ PB: Gelieve in de tekst het serienummer van de verordening in te voegen dat in document PE-CONS No/YY (2018/0112(COD)) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die richtlijn.
(12)++ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de verordening vervat in document PE-CONS No/YY (2018/0112(COD)) in te voegen.
(13) Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1).
(14)Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR-consumenten), PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1.
(15)Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie, PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1.
(16)Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2018 inzake de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt, en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2006/2004 en (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, PB L 60 I van 2.3.2018, blz. 1.)
(17)Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("richtlijn inzake elektronische handel"), PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.
(18) Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ... (PB ...).
(19)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn in te voegen die in document PE‑CONS 26/19 (2015/0287(COD)) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die richtlijn in te voegen.
(20)++ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(21)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(22)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(23)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(24)Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(25)C(2017)6532.
(26)https://ec.europa.eu/jrc/sites/jrcsh/files/eu_harmonised_testing_methodology__framework_for_selecting_and_testing_of_food_products_to_assess_quality_related_characteristics.pdf
(27)PB C 369, 17.12.2011, blz. 14.
(28)+ PB: Gelieve in de tekst het serienummer van de verordening in te voegen dat in document PE-CONS No/YY (2018/0112(COD)) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die verordening.
(29)+ PB: gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn in te voegen die in document PE-CONS 27/19 (2015/0288(COD)) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die richtlijn in te voegen.
(30)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn in te voegen die in document PE‑CONS 26/19 (2015/0287(COD)) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die richtlijn in te voegen.
(31)++ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(32)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(33) Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012, PB L 295, 21.11.2018, blz. 1.
(34) Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR-consumenten), PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 25 april 2019Juridische mededeling