Index 
Aangenomen teksten
Woensdag 17 april 2019 - Straatsburg 
Redactie of wijziging van de titel van een resolutie die werd ingediend tot afsluiting van een debat (interpretatie van artikel 149 bis, lid 2, van het Reglement)
 Politieke verklaring voor de oprichting van een fractie (interpretatie van artikel 32, lid 5, eerste alinea, tweede streepje, van het Reglement)
 Protocol bij de overeenkomst EG-Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek en "Eurodac" ***
 Vaststelling van Horizon Europa – vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding ***I
 Programma tot uitvoering van Horizon Europa ***I
 Markttoezicht en naleving op productgebied ***I
 Bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten ***I
 Betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU ***I
 Transparantie en duurzaamheid van de EU-risicobeoordeling in de voedselketen ***I
 Aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen ***I
 Ruimtevaartprogramma van de Unie en het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma ***I
 Programma Digitaal Europa voor de periode 2021-2027 ***I
 Fiscalis-programma voor samenwerking op het gebied van belastingen ***I
 Programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) ***I
 Programma Justitie ***I
 Programma Rechten en waarden ***I
 Aantal interparlementaire delegaties, delegaties in gemengde interparlementaire commissies en delegaties in parlementaire samenwerkingscommissies en multilaterale parlementaire vergaderingen
 Aanpassing van een aantal rechtshandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 VWEU - deel II ***I
 Aanpassing van een aantal rechtshandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 VWEU – deel I ***I
 Aanpassing van een aantal rechtshandelingen op het gebied van justitie die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan artikel 290 VWEU ***I
 Uitvoering en financiering van de algemene begroting van de Unie voor 2019 in verband met de terugtrekking van het VK uit de Unie ***
 Overeenkomst EU-Rusland voor samenwerking op wetenschappelijk en technologisch gebied ***
 Wijziging van de statuten van de Europese Investeringsbank *
 Europese grens- en kustwacht ***I
 Visumcode ***I
 Instandhoudings- en controlemaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan ***I
 Regels ter vergemakkelijking van het gebruik van financiële en andere informatie ***I
 Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging en het netwerk van nationale coördinatiecentra ***I
 Connecting Europe Facility ***I
 Voorkoming van de verspreiding van terroristische online-inhoud ***I

Redactie of wijziging van de titel van een resolutie die werd ingediend tot afsluiting van een debat (interpretatie van artikel 149 bis, lid 2, van het Reglement)
PDF 116kWORD 47k
Besluit van het Europees Parlement van 17 april 2019 betreffende de redactie of wijziging van de titel van een resolutie die werd ingediend tot afsluiting van een debat (interpretatie van artikel 149 bis, lid 2, van het Reglement) (2019/2020(REG))
P8_TA-PROV(2019)0392

Het Europees Parlement,

–  gezien de brief van 3 april 2019 van de voorzitter van de Commissie constitutionele zaken,

–  gezien artikel 226 van zijn Reglement,

1.  besluit de volgende interpretatie te hechten aan artikel 149 bis, lid 2, van het Reglement:"“De redactie of wijziging van de titel van een resolutie die werd ingediend tot afsluiting van een debat op grond van artikel 123, 128 of 135, houdt geen wijziging in van de agenda voor zover de titel binnen het toepassingsgebied blijft van het in het debat aan de orde zijnde onderwerp.”"

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie.


Politieke verklaring voor de oprichting van een fractie (interpretatie van artikel 32, lid 5, eerste alinea, tweede streepje, van het Reglement)
PDF 115kWORD 47k
Besluit van het Europees Parlement van 17 april 2019 betreffende de politieke verklaring voor de oprichting van een fractie (interpretatie van artikel 32, lid 5, eerste alinea, tweede streepje, van het Reglement) (2019/2019(REG))
P8_TA-PROV(2019)0393

Het Europees Parlement,

–  gezien de brief van 3 april 2019 van de voorzitter van de Commissie constitutionele zaken,

–  gezien artikel 226 van zijn Reglement,

1.  besluit de volgende interpretatie te hechten aan artikel 32, lid 5, eerste alinea, tweede streepje, van het Reglement:"“De politieke verklaring van een fractie vermeldt de door de fractie verdedigde waarden alsook de voornaamste politieke doelstellingen die haar leden voornemens zijn samen na te streven in het kader van de uitoefening van hun mandaat. De verklaring bevat een wezenlijke, onderscheidende en waarachtige beschrijving van de gemeenschappelijke politieke strekking van de fractie.”"

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie.


Protocol bij de overeenkomst EG-Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek en "Eurodac" ***
PDF 123kWORD 49k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat wordt ingediend in Denemarken of een andere lidstaat van de Europese Unie en "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin, wat betreft de toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden (15822/2018 – C8-0151/2019 – 2018/0423(NLE))
P8_TA-PROV(2019)0394A8-0196/2019

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerpbesluit van de Raad (15822/2018),

–  gezien het ontwerpprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat wordt ingediend in Denemarken of een andere lidstaat van de Europese Unie en "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin, wat betreft de toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden (15823/2018),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 87, lid 2, onder a), artikel 88, lid 2, eerste alinea, onder a), en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0151/2019),

–  gezien artikel 99, leden 1 en 4, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0196/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van het protocol;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van het Koninkrijk Denemarken en van de andere lidstaten.


Vaststelling van Horizon Europa – vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding ***I
PDF 784kWORD 183k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding (COM(2018)0435 – C8-0252/2018 – 2018/0224(COD))
P8_TA(2019)0395A8-0401/2018

Deze tekst wordt nog verwerkt voor publicatie in uw taal. U kunt alvast de pdf- of Word-versie bekijken door op het icoontje rechtsboven te klikken.


Programma tot uitvoering van Horizon Europa ***I
PDF 540kWORD 212k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (COM(2018)0436 – C8-0253/2018 – 2018/0225(COD))
P8_TA(2019)0396A8-0410/2018

Deze tekst wordt nog verwerkt voor publicatie in uw taal. U kunt alvast de pdf- of Word-versie bekijken door op het icoontje rechtsboven te klikken.


Markttoezicht en naleving op productgebied ***I
PDF 397kWORD 119k
Resolutie
Geconsolideerde tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften en procedures voor de naleving en de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 305/2011, (EU) nr. 528/2012, (EU) 2016/424, (EU) 2016/425, (EU) 2016/426 en (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad en van de Richtlijnen 2004/42/EG, 2009/48/EG, 2010/35/EU, 2013/29/EU, 2013/53/EU, 2014/28/EU, 2014/29/EU, 2014/30/EU, 2014/31/EU, 2014/32/EU, 2014/33/EU, 2014/34/EU, 2014/35/EU, 2014/53/EU, 2014/68/EU en 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0795 – C8-0004/2018 – 2017/0353(COD))
P8_TA-PROV(2019)0397A8-0277/2018

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0795),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 33, 114 en 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0004/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door de Zweedse Rijksdag, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 23 mei 2018(1),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 15 februari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0277/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 17 april 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011

P8_TC1-COD(2017)0353


(voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 33 en 114 ▌,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Om het vrije verkeer van producten binnen de Unie te waarborgen, moet ervoor worden gezorgd dat de producten voldoen aan de harmonisatiewetgeving van de Unie en bijgevolg aan voorschriften die een hoog beschermingsniveau bieden voor openbare belangen, zoals de gezondheid en veiligheid in het algemeen, de gezondheid en veiligheid op het werk, de bescherming van consumenten, de bescherming van het milieu, de openbare veiligheid en de bescherming van andere openbare belangen die door die wetgeving worden beschermd. Een krachtige handhaving van deze voorschriften is van essentieel belang voor de goede bescherming van deze belangen, alsook voor de totstandbrenging van de voorwaarden waaronder op de goederenmarkt van de Unie eerlijke mededinging kan heersen. Er zijn bijgevolg voorschriften nodig om deze handhaving ▌te waarborgen, ongeacht of de producten via offline- dan wel online-kanalen in de handel worden gebracht en ongeacht of ze in de Unie worden vervaardigd.

(2)  De harmonisatiewetgeving van de Unie bestrijkt een groot deel van de vervaardigde producten. Niet-conforme en onveilige producten brengen burgers in gevaar en kunnen de concurrentie verstoren met marktdeelnemers die in de Unie conforme producten verkopen.

(3)  In de mededeling van de Commissie van 28 oktober 2015, met als titel "De eengemaakte markt verbeteren: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen", is voorrang gegeven aan versterking van de eengemaakte markt voor goederen door de inspanningen op te voeren om niet-conforme producten van de markt van de Unie te weren. Dit moet gebeuren door het markttoezicht te verscherpen, de marktdeelnemers duidelijke, transparante en volledige voorschriften te geven, de nalevingscontroles te intensiveren en een nauwere grensoverschrijdende samenwerking tussen de handhavingsautoriteiten te bevorderen, onder meer door samenwerking met de douaneautoriteiten.

(4)  De bestaande bepalingen in de harmonisatiewetgeving van de Unie met betrekking tot het waarborgen van de conformiteit van producten en het kader voor de samenwerking met organisaties die marktdeelnemers of eindgebruikers vertegenwoordigen, het markttoezicht op producten en de controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen, moeten door het bij deze verordening ingestelde kader voor markttoezicht worden aangevuld en versterkt. In overeenstemming met het beginsel dat meer specifieke bepalingen prevaleren op meer algemene bepalingen (lex specialis) dient deze verordening echter enkel van toepassing te zijn voor zover er geen specifieke bepalingen zijn met dezelfde doelstelling, van dezelfde aard of met hetzelfde effect als in andere harmonisatiewetgeving van de Unie. Daarom mogen op de gebieden waarvoor dergelijke specifieke bepalingen gelden, bijvoorbeeld die van Verordeningen (EG) nr. 1223/2009(4), (EU) 2017/745(5) en (EU) 2017/746(6), waaronder met betrekking tot het gebruik van de Europese databank voor medische hulpmiddelen (Eudamed), en (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad(7), de desbetreffende bepalingen van deze verordening niet van toepassing zijn.

(5)  Bij Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad(8) zijn de algemene veiligheidsvereisten voor alle consumentenproducten vastgesteld, hebben de lidstaten specifieke verplichtingen en bevoegdheden met betrekking tot gevaarlijke producten gekregen en is voorzien in de uitwisseling van informatie met het oog daarop via het systeem voor snelle informatie-uitwisseling (Rapex). Markttoezichtautoriteiten moeten de specifiekere maatregelen kunnen treffen waarin die richtlijn voorziet. Om een hoger veiligheidsniveau voor consumentenproducten te bereiken moeten de mechanismen voor de uitwisseling van informatie en voor situaties die een snel optreden vereisen die bij Richtlijn 2001/95/EG zijn ingesteld, doeltreffender worden gemaakt.

(6)  De bepalingen inzake markttoezicht van deze verordening moeten van toepassing zijn op alle producten waarop de in ▌bijlage I vermelde harmonisatiewetgeving van de Unie van toepassing is betreffende vervaardigde producten, met uitzondering van levensmiddelen, diervoeder, geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik, levende planten en dieren, producten van menselijke oorsprong en producten van planten en dieren, rechtstreeks verband houdend met toekomstige vermeerdering ervan. Aldus wordt een uniform kader voor het markttoezicht op die producten op het niveau van de Unie gewaarborgd en wordt bijgedragen tot de verhoging van het vertrouwen van de consument en andere eindgebruikers in producten die in de Unie in de handel worden gebracht. Als in de toekomst nieuwe harmonisatiewetgeving van de Unie wordt vastgesteld, moet daarin worden gepreciseerd of deze verordening ook op die wetgeving van toepassing is.

(7)  De artikelen 15 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad(9), waarin het communautaire kader voor markttoezicht en controles van producten die de communautaire markt binnenkomen, is vastgesteld, worden geschrapt en de respectieve bepalingen worden vervangen door deze verordening. Dat kader omvat de in de artikelen 27, 28 en 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008 vervatte bepalingen inzake controles op producten die de communautaire markt binnenkomen, die niet alleen van toepassing zijn op producten die onder het kader voor markttoezicht vallen, maar ook op alle producten voor zover ander Unierecht geen specifieke bepalingen bevat in verband met de controle op producten die de markt van de Unie binnenkomen. Het is derhalve noodzakelijk dat de werkingssfeer van de bepalingen van deze verordening met betrekking tot producten die de markt van de Unie binnenkomen, zich uitstrekt tot alle producten.

(8)  Om het algehele wetgevingskader te rationaliseren en te vereenvoudigen en tegelijkertijd te streven naar betere regelgeving, moeten de voorschriften die gelden voor controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen worden herzien en in één wetgevingskader voor controles op producten aan de buitengrenzen van de Unie worden opgenomen.

(9)  De verantwoordelijkheid voor de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie moet bij de lidstaten berusten en hun markttoezichtautoriteiten moeten erop toezien dat de wetgeving volledig wordt nageleefd. Daarom moeten de lidstaten systematische benaderingen vaststellen om de doeltreffendheid van het markttoezicht en de overige handhavingsactiviteiten te waarborgen. In dit verband moeten de methode en de criteria voor de risicobeoordeling in alle lidstaten verder worden geharmoniseerd om een gelijk speelveld voor alle marktdeelnemers te waarborgen.

(10)  Om de markttoezichtautoriteiten bij te staan om hun activiteiten in verband met de toepassing van deze verordening consistenter te maken, moet er een doeltreffend systeem van collegiale toetsing worden ontwikkeld voor de markttoezichtautoriteiten die daaraan willen deelnemen.

(11)  Bepaalde definities in Verordening (EG) nr. 765/2008 moeten worden aangepast aan de definities in andere rechtshandelingen van de Unie en moeten in voorkomend geval in overeenstemming worden gebracht met het verloop van moderne toeleveringsketens. De definitie van "fabrikant" in deze verordening mag fabrikanten niet ontheffen van de verplichtingen op grond van harmonisatiewetgeving van de Unie wanneer specifieke definities van fabrikant worden toegepast, waarbij het kan gaan om elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een reeds in de handel gebracht product zodanig wijzigt dat de conformiteit met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie in het gedrang kan komen, en het in de handel brengt, of een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een product onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt.

(12)  Van de marktdeelnemers in de hele toeleveringsketen moet worden verwacht dat zij bij het in de handel brengen of op de markt aanbieden van producten verantwoordelijk optreden en aan alle toepasselijke wettelijke voorschriften voldoen teneinde de conformiteit met de harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten te waarborgen. Deze verordening mag geen afbreuk doen aan de verplichtingen die krachtens specifieke bepalingen in de harmonisatiewetgeving van de Unie verbonden zijn aan de rol van de marktdeelnemers in de toeleverings- en distributieketen, en de fabrikant moet de eindverantwoordelijkheid behouden voor de conformiteit van het product met de voorschriften in de harmonisatiewetgeving van de Unie.

(13)  De uitdagingen van de mondiale markt, met steeds complexere toeleveringsketens, en de toename van het aantal producten die online te koop worden aangeboden aan eindgebruikers in de Unie, maken het noodzakelijk de handhavingsmaatregelen om de consumentenveiligheid te garanderen, aan te scherpen. Voorts blijkt uit praktische ervaring met markttoezicht dat bij zulke toeleveringsketens soms marktdeelnemers betrokken zijn die vanwege hun nieuwe vorm niet gemakkelijk onder te brengen zijn in de traditionele toeleveringsketens volgens het bestaande rechtskader. Dat is met name het geval met fulfilmentdienstverleners, die vaak dezelfde functies als importeurs uitoefenen maar mogelijk niet altijd overeenkomen met de traditionele definitie van importeur in het Unierecht. Om ervoor te zorgen dat de markttoezichtautoriteiten zich doeltreffend van hun verantwoordelijkheden kunnen kwijten en om een leemte in het handhavingssysteem te voorkomen, is het passend fulfilmentdienstverleners op te nemen in de lijst van marktdeelnemers tegen wie de markttoezichtautoriteiten handhavingsmaatregelen kunnen treffen. Door fulfilmentdienstverleners in het toepassingsgebied van deze verordening op te nemen, zullen de markttoezichtautoriteiten beter kunnen omgaan met nieuwe vormen van economische activiteit om de veiligheid van de consument en de goede werking van de interne markt te waarborgen, ook wanneer een marktdeelnemer met betrekking tot bepaalde producten als importeur actief is en met betrekking tot andere producten als fulfilmentdienstverlener fungeert.

(14)  Moderne toeleveringsketens omvatten zeer uiteenlopende marktdeelnemers en de harmonisatiewetgeving van de Unie moet ten aanzien van al die marktdeelnemers worden gehandhaafd, waarbij naar behoren rekening moet worden gehouden met hun respectieve rol in de toeleveringsketen en met de mate waarin zij bijdragen tot het op de markt van de Unie aanbieden van de producten. Daarom moet deze verordening van toepassing zijn op marktdeelnemers die rechtstreeks zijn betrokken door de in bijlage I bij deze Verordening vermelde harmonisatiewetgeving van de Unie, zoals de producent van een voorwerp en de downstreamgebruiker zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad(10) en in Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad(11), de installateur zoals gedefinieerd in Richtlijn 2014/33/EU van het Europees Parlement en de Raad(12), de leverancier zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad(13) of de handelaar zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad(14).

(15)  In het geval van een product dat online of via andere vormen van verkoop te koop wordt aangeboden, moet het product als op de markt aangeboden worden beschouwd indien het verkoopaanbod op eindgebruikers in de Unie is gericht. In overeenstemming met de toepasselijke Uniewetgeving inzake internationaal privaatrecht moet een analyse per geval worden verricht om vast te stellen of een aanbod op eindgebruikers in de Unie is gericht. Een verkoopaanbod moet als aan eindgebruikers in de Unie gericht worden beschouwd indien de betrokken marktdeelnemer zijn activiteiten op enigerlei wijze richt op een lidstaat. Bij de analyses per geval moet rekening worden gehouden met relevante factoren, zoals de geografische gebieden waaraan kan worden geleverd, de beschikbare talen voor het aanbod of de bestelling, of de betaalmogelijkheden. In geval van online verkoop volstaat het loutere feit dat de website van de marktdeelnemers of de intermediairs toegankelijk is in de lidstaat waar de eindgebruiker gevestigd is of zijn woonplaats heeft, niet.

(16)  De ontwikkeling van de elektronische handel is grotendeels ook het gevolg van de snelle toename van het aantal aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die, gewoonlijk via platforms en tegen betaling, als tussenpersoon optreden door inhoud van derden op te slaan, zonder enige controle op die inhoud uit te oefenen, en bijgevolg niet namens een marktdeelnemer handelen. Het verwijderen van inhoud die betrekking heeft op non-conforme producten, of het beperken van de toegang tot de via hun diensten aangeboden non-conforme producten als verwijdering niet mogelijk is, mag niet afdoen aan de voorschriften in Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad(15). In het bijzonder mag aan aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij geen algemene verplichting worden opgelegd toezicht uit te oefenen op de informatie die zij doorgeven of opslaan, of actief te zoeken naar feiten of omstandigheden die op onwettige activiteiten duiden. Daarnaast mogen aanbieders van hostingdiensten niet aansprakelijk worden gesteld indien zij geen feitelijke kennis hebben van onwettige activiteiten of informatie en zij zich niet bewust zijn van de feiten of de omstandigheden waaruit de onwettige activiteit of informatie blijkt.

(17)  Hoewel deze verordening geen betrekking heeft op de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten, mag niet worden vergeten dat namaakproducten vaak niet voldoen aan de voorschriften van de harmonisatiewetgeving van de Unie, een risico vormen voor de gezondheid en veiligheid van eindgebruikers, de mededinging verstoren, de openbare belangen in gevaar brengen en andere illegale activiteiten ondersteunen. De lidstaten moeten derhalve doeltreffende maatregelen blijven nemen om te voorkomen dat namaakproducten de markt van de Unie binnenkomen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad(16).

(18)  Een eerlijkere eengemaakte markt moet alle marktdeelnemers gelijke mededingingsvoorwaarden bieden en moet bovendien bescherming bieden tegen oneerlijke mededinging. Daartoe moet de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten worden versterkt. Goede samenwerking tussen de fabrikanten en markttoezichtautoriteiten is daarbij van wezenlijk belang, aangezien daardoor ten aanzien van een product onmiddellijk kan worden opgetreden en corrigerende maatregelen kunnen worden genomen. Het is belangrijk dat er voor bepaalde producten een in de Unie gevestigde marktdeelnemer is tot wie de markttoezichtautoriteiten zich kunnen richten als zij vragen hebben of informatie wensen over de conformiteit van een product met de harmonisatiewetgeving van de Unie, en die met de markttoezichtautoriteiten kan samenwerken om ervoor te zorgen dat er onmiddellijk corrigerende maatregelen worden genomen om gevallen van non-conformiteit te verhelpen. De marktdeelnemers die deze taken moeten uitvoeren, zijn de fabrikant, of de importeur wanneer de fabrikant niet in de Unie is gevestigd, of een hiertoe door de fabrikant aangewezen gemachtigde, of een in de Unie gevestigde fulfilmentdienstverlener voor door deze laatste afgehandelde producten wanneer er geen andere marktdeelnemer in de Unie is gevestigd.

(19)  De ontwikkeling van de elektronische handel brengt bepaalde uitdagingen voor de markttoezichtautoriteiten mee wat betreft het waarborgen dat online te koop aangeboden producten conform zijn en de daadwerkelijke handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie. Het aantal marktdeelnemers dat langs elektronische weg rechtstreeks producten aan de consumenten aanbiedt, neemt toe. Om die reden spelen marktdeelnemers die taken in verband met producten die onder bepaalde harmonisatiewetgeving van de Unie vallen vervullen, een essentiële rol om de markttoezichtautoriteiten een in de Unie gevestigde gesprekspartner te bieden, alsook om ervoor te zorgen dat specifieke taken tijdig worden uitgevoerd teneinde, in het belang van de consumenten, andere eindgebruikers en bedrijven in de Unie, te waarborgen dat de producten aan de voorschriften van de harmonisatiewetgeving van de Unie voldoen.

(20)  De verplichtingen van de marktdeelnemer die taken vervult in verband met producten die onder bepaalde harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, mogen geen afbreuk doen aan bestaande verplichtingen en verantwoordelijkheden die krachtens de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie op fabrikanten, importeurs en gemachtigden rusten.

(21)  De uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen waarbij van een marktdeelnemer wordt verlangd dat hij in de Unie is gevestigd om producten in de Unie in de handel te brengen, moeten alleen gelden voor gebieden waarvoor is vastgesteld dat er behoefte is aan een marktdeelnemer die als contactpunt met de markttoezichtautoriteiten fungeert, uitgaande van een op risico's gebaseerde benadering, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel en rekening houdend met een hoog niveau van bescherming van eindgebruikers in de Unie.

(22)  Bovendien moeten deze verplichtingen niet gelden wanneer bepaalde rechtshandelingen betreffende producten specifieke bepalingen bevatten waarmee hetzelfde effect wordt bewerkstelligd, namelijk Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad(17), Verordening (EG) nr. 1223/2009, Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad(18), Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad(19), Richtlijn 2014/28/EU van het Europees Parlement en de Raad(20), Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad(21), Verordening (EU) 2016/1628 van het Europees Parlement en de Raad(22), Verordening (EU) 2017/745, Verordening (EU) 2017/746, Verordening (EU) 2017/1369 en Verordening (EU) 2018/858. Er moet ook aandacht worden besteed aan situaties waarin de mogelijke risico's of gevallen van non-conformiteit beperkt zijn, of waarbij producten voornamelijk via traditionele toeleveringsketens worden verhandeld, wat bijvoorbeeld het geval is met Richtlijn 2014/33/EU, Verordening (EU) 2016/424/EU van het Europees Parlement en de Raad(23) en Richtlijn 2010/35/EU van het Europees Parlement en de Raad(24).

(23)  De contactgegevens van de marktdeelnemers die taken vervullen in verband met producten die onder bepaalde harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, moeten bij het product worden vermeld om controles in de hele toeleveringsketen te vergemakkelijken.

(24)  De marktdeelnemers moeten de markttoezichtautoriteiten en andere bevoegde autoriteiten volledige medewerking verlenen om ervoor te zorgen dat het markttoezicht soepel verloopt en om de autoriteiten in staat te stellen hun taken te verrichten. Dit omvat ook dat op verzoek van de autoriteiten de contactgegevens worden verstrekt van de marktdeelnemers die taken vervullen in verband met producten die onder bepaalde harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, indien zij over de desbetreffende gegevens beschikken.

(25)  De marktdeelnemers dienen gemakkelijk toegang te hebben tot uitgebreide informatie van goede kwaliteit. Aangezien de éne digitale toegangspoort die is opgericht bij Verordening (EU) 2018/1274 van het Europees Parlement en de Raad(25), voorziet in één online toegangspunt tot informatie, kan die toegangspoort worden gebruikt voor het verstrekken van relevante informatie over de harmonisatiewetgeving van de Unie aan marktdeelnemers. De lidstaten moeten evenwel procedures instellen voor het waarborgen van toegang tot het productcontactpunt dat is opgericht bij Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad(26)(27), om de marktdeelnemers bij te staan om hun verzoeken om informatie naar behoren in te dienen. Richtsnoeren voor kwesties in verband met technische specificaties of geharmoniseerde normen of het ontwerp van een specifiek product horen geen deel uit te maken van de verplichtingen van de lidstaten bij het verstrekken van dergelijke informatie.

(26)  Markttoezichtautoriteiten kunnen gezamenlijke activiteiten uitvoeren met andere autoriteiten of organisaties die marktdeelnemers of eindgebruikers vertegenwoordigen, teneinde de conformiteit te bevorderen, non-conformiteit op te sporen, het bewustzijn te vergroten en richtsnoeren over de harmonisatiewetgeving van de Unie en voor bepaalde categorieën producten, met inbegrip van online te koop aangeboden producten, te geven.

(27)  De lidstaten moeten hun eigen markttoezichtautoriteiten aanwijzen. Deze verordening mag de lidstaten niet beletten te kiezen welke autoriteiten voor de uitvoering van de markttoezichttaken bevoegd zijn. Om de administratieve bijstand en samenwerking te vergemakkelijken, moeten de lidstaten ook een verbindingsbureau aanwijzen. De verbindingsbureaus moeten op zijn minst het gecoördineerde standpunt van de markttoezichtautoriteiten en de autoriteiten die belast zijn met de controle op de producten die de markt van de Unie binnenkomen, vertegenwoordigen.

(28)  Elektronische handel brengt bepaalde uitdagingen voor de markttoezichtautoriteiten met zich mee met betrekking tot de bescherming van de gezondheid en veiligheid van eindgebruikers tegen non-conforme producten. Om die reden moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de organisatie van hun markttoezicht even doeltreffend is voor producten die online worden aangeboden als voor producten die offline worden aangeboden.

(29)  Bij het uitoefenen van markttoezicht op producten die online te koop worden aangeboden, krijgen markttoezichtautoriteiten, omdat zij geen fysieke toegang hebben tot producten, te maken met talrijke moeilijkheden, zoals het traceren van online te koop aangeboden producten, het vaststellen van de verantwoordelijke marktdeelnemers of het uitvoeren van risicobeoordelingen of tests. De lidstaten worden aangemoedigd om niet enkel gebruik te maken van de voorschriften zoals ingevoerd bij deze verordening, maar ook van aanvullende richtsnoeren en beste praktijken voor markttoezicht en de communicatie met bedrijven en consumenten.

(30)  Bijzondere aandacht moet gaan naar opkomende technologieën, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat consumenten in hun dagelijks leven steeds meer gebruikmaken van verbonden apparaten. Het regelgevingskader van de Unie moet de nieuwe risico's het hoofd bieden om de veiligheid van de eindgebruikers te waarborgen.

(31)  In deze tijd van constante ontwikkeling van digitale technologieën moeten nieuwe oplossingen worden verkend die zouden kunnen bijdragen tot doeltreffend markttoezicht binnen de Unie.

(32)  Het markttoezicht moet grondig en doeltreffend zijn om te waarborgen dat de harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten correct wordt toegepast. Aangezien controles belastend kunnen zijn voor marktdeelnemers, moeten de markttoezichtautoriteiten bij de organisatie en uitvoering van inspectieactiviteiten een op risico gebaseerde aanpak hanteren, rekening houden met de belangen van de marktdeelnemers en de belasting beperken tot hetgeen nodig is voor efficiënte en doeltreffende controles. Voorts moeten de bevoegde autoriteiten van een lidstaat bij de uitvoering van het markttoezicht altijd dezelfde zorgvuldigheid betrachten, ongeacht of de non-conformiteit van het product relevant is op het grondgebied van die lidstaat of waarschijnlijk gevolgen zal hebben op de markt van een andere lidstaat. Er kunnen door de Commissie uniforme voorwaarden worden vastgesteld voor bepaalde inspectieactiviteiten die door de markttoezichtautoriteiten worden uitgevoerd wanneer producten of categorieën producten bepaalde risico's met zich meebrengen of ernstig inbreuk plegen op de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie.

(33)  Bij het uitvoeren van hun taken worden de markttoezichtautoriteiten geconfronteerd met verschillende tekortkomingen op het vlak van middelen, coördinatiemechanismen en bevoegdheden met betrekking tot non-conforme producten. Die verschillen leiden ertoe dat de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie versnipperd is en dat het markttoezicht in sommige lidstaten strenger is dan in andere lidstaten, waardoor het gelijke speelveld voor bedrijven in het gedrang kan komen en er ook een verschil in het niveau van de productveiligheid in de Unie kan ontstaan.

(34)  Om te kunnen zorgen voor een correcte handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten moeten de markttoezichtautoriteiten een gemeenschappelijke reeks onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden hebben, zodat zij beter met elkaar kunnen samenwerken en een doeltreffender afschrikkend effect wordt uitgeoefend op marktdeelnemers die opzettelijk de harmonisatiewetgeving van de Unie overtreden. Deze bevoegdheden moeten ver genoeg reiken om de uitdagingen in verband met de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie, naast de uitdagingen van de elektronische handel en de digitale omgeving, aan te pakken en te voorkomen dat marktdeelnemers gebruikmaken van hiaten in het handhavingssysteem door zich te vestigen in lidstaten waar de markttoezichtautoriteiten niet toegerust zijn voor de aanpak van onrechtmatige praktijken. De bevoegdheden moeten in het bijzonder voorzien in de mogelijkheid om informatie en bewijsmateriaal tussen de bevoegde autoriteiten uit te wisselen, zodat de handhaving op gelijke voet kan plaatsvinden in alle lidstaten.

(35)  Deze verordening mag niet afdoen aan de vrijheid van de lidstaten om het handhavingssysteem te kiezen dat zij geschikt achten. De lidstaten moeten vrij kunnen kiezen of hun markttoezichtautoriteiten het onderzoek en de handhaving rechtstreeks op eigen gezag uitoefenen, met de hulp van andere overheidsinstanties, dan wel door een verzoek bij de bevoegde rechter in te dienen.

(36)  De markttoezichtautoriteiten moeten op eigen initiatief een onderzoek kunnen beginnen wanneer zij er kennis van krijgen dat er non-conforme producten in de handel zijn gebracht.

(37)  De markttoezichtautoriteiten moeten toegang hebben tot alle bewijsstukken, gegevens en informatie met betrekking tot het voorwerp van een onderzoek die noodzakelijk zijn om te bepalen of de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie is overtreden, en in het bijzonder om vast te stellen welke marktdeelnemer daarvoor verantwoordelijk is, ongeacht wie die bewijsstukken, gegevens of informatie in bezit heeft, waar ze zich bevinden en welke vorm ze hebben. De markttoezichtautoriteiten moeten marktdeelnemers, met inbegrip van marktdeelnemers in de digitale waardeketen kunnen verzoeken alle noodzakelijke bewijsstukken, gegevens en informatie te verstrekken.

(38)  De markttoezichtautoriteiten moeten de nodige inspecties ter plaatse kunnen verrichten en de bevoegdheid hebben gebouwen, terreinen en vervoermiddelen te betreden die de marktdeelnemer met betrekking tot zijn handels-, ondernemings-, ambachtelijke of beroepsactiviteiten gebruikt.

(39)  De markttoezichtautoriteiten moeten een vertegenwoordiger of een relevant personeelslid van de marktdeelnemer kunnen gelasten een toelichting te geven of feiten, informatie of documenten te verstrekken in verband met het voorwerp van de inspectie ter plaatse en moeten de antwoorden van die vertegenwoordiger of dat relevante personeelslid kunnen vastleggen.

(40)  De markttoezichtautoriteiten moeten kunnen controleren of producten die op de markt van de Unie worden aangeboden conform zijn met de harmonisatiewetgeving van de Unie en bewijsmateriaal betreffende non-conformiteit kunnen verkrijgen. Daarom moeten zij de bevoegdheid hebben producten te verkrijgen en, als het bewijsmateriaal niet op een andere wijze kan worden verkregen, producten onder valse identiteit aan te kopen.

(41)  In het bijzonder in de digitale omgeving moeten de markttoezichtautoriteiten non-conformiteit snel en doeltreffend kunnen beëindigen, met name wanneer de marktdeelnemer die de producten verkoopt zijn identiteit verhult of zich elders in de Unie of in een derde land vestigt om handhaving te ontlopen. Als een non-conformiteit het risico van ernstige en onherstelbare schade voor eindgebruikers met zich meebrengt, moeten de markttoezichtautoriteiten — wanneer er geen andere middelen voorhanden zijn om die schade te voorkomen of te beperken en wanneer dat naar behoren gemotiveerd en evenredig is — ▌maatregelen kunnen nemen, waarbij zo nodig de verwijdering van inhoud van de online interface of de vermelding van een waarschuwing wordt vereist. Indien niet aan een dergelijk verzoek wordt voldaan, moet de relevante autoriteit de bevoegdheid hebben aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij te verplichten de toegang tot een online interface te beperken. Deze maatregelen moeten worden genomen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in Richtlijn 2000/31/EG. ▌

(42)  De uitvoering van deze verordening en de uitoefening van de bevoegdheden ter toepassing van deze verordening moet ook in overeenstemming zijn met ander Unie- en nationaal recht, bijvoorbeeld Richtlijn 2000/31/EG, en in het bijzonder met de toepasselijke procedurele waarborgen en de beginselen van de grondrechten. Die uitvoering en die uitoefening van bevoegdheden moet ook evenredig en passend zijn gelet op de aard en de totale werkelijke of mogelijke schade die de inbreuk berokkent. De bevoegde autoriteiten moeten rekening houden met alle feiten en omstandigheden van het geval en de meest geschikte maatregelen kiezen die nodig zijn om de onder deze verordening vallende inbreuk aan te pakken. Die maatregelen moeten evenredig, doeltreffend en afschrikkend zijn. Het moet de lidstaten vrij blijven staan in het nationale recht voorwaarden en grenzen voor de uitoefening van de bevoegdheden voor de nakoming van verplichtingen te bepalen. Indien bijvoorbeeld volgens het nationale recht de voorafgaande goedkeuring van de gerechtelijke instantie van de betrokken lidstaat nodig is om toegang te krijgen tot de gebouwen van natuurlijke en rechtspersonen, mag de bevoegdheid om dergelijke locaties te betreden enkel worden uitgeoefend nadat een dergelijke voorafgaande toestemming is verkregen.

(43)  De markttoezichtautoriteiten handelen in het belang van marktdeelnemers, van eindgebruikers en van het publiek om te waarborgen dat de openbare belangen die onder de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten vallen, door middel van passende handhavingsmaatregelen consistent in stand gehouden en beschermd worden, en dat de naleving van die wetgeving in de hele toeleveringsketen door middel van passende controles wordt gewaarborgd, rekening houdend met het feit dat louter administratieve controles in veel gevallen geen fysieke of laboratoriumcontroles kunnen vervangen om na te gaan of producten aan de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie voldoen. De markttoezichtautoriteiten moeten bijgevolg uiterst transparant te werk gaan en alle informatie die zij relevant achten voor het beschermen van de belangen van eindgebruikers in de Unie, openbaar beschikbaar maken.

(44)  Deze verordening mag niet afdoen aan de werking van Rapex overeenkomstig Richtlijn 2001/95/EG ▌.

(45)  Deze verordening mag niet afdoen aan de procedure van de vrijwaringsclausule die krachtens artikel 114, lid 10, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in de sectorale harmonisatiewetgeving van de Unie is opgenomen. Teneinde in de hele Unie een gelijkwaardig niveau van bescherming te waarborgen, is het de lidstaten toegestaan ▌maatregelen te nemen in verband met producten die een risico voor de gezondheid of veiligheid met zich meebrengen of in verband met andere aspecten van de bescherming van het openbare belang. Zij zijn er ook toe verplicht de andere lidstaten en de Commissie van die maatregelen in kennis te stellen, zodat de Commissie met het oog op het waarborgen van de werking van de interne markt een standpunt kan innemen over de rechtvaardiging van nationale maatregelen die het vrije verkeer van producten beperken.

(46)  Bij de uitwisseling van informatie ▌tussen markttoezichtautoriteiten ▌en het gebruik van bewijsmateriaal en onderzoeksbevindingen moet het vertrouwelijkheidsbeginsel in acht worden genomen. De informatie dient overeenkomstig het toepasselijke nationale recht te worden behandeld op een wijze die het onderzoek niet in het gedrang brengt en de reputatie van de marktdeelnemer niet schaadt.

(47)  Wanneer het met het oog op de toepassing van deze verordening noodzakelijk is persoonsgegevens te verwerken, dient dit te gebeuren overeenkomstig het recht van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens. De Verordeningen (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(28) en (EU) nr. 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad(29) zijn van overeenkomstige toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening.

(48)  Om de doeltreffendheid en consistentie van de tests in de hele Unie in het kader van het markttoezicht te waarborgen met betrekking tot specifieke producten of een specifieke categorie of groep producten of voor specifieke risico's in verband met een categorie of groep producten, kan de Commissie eigen testfaciliteiten of overheidstestfaciliteiten van een lidstaat als Unietestfaciliteit aanwijzen. Alle Unietestfaciliteiten moeten zijn geaccrediteerd overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EG) nr. 765/2008. Om belangenconflicten te voorkomen, mogen Unietestfaciliteiten uitsluitend diensten verlenen aan markttoezichtautoriteiten, de Commissie, het Unienetwerk voor productconformiteit (“het netwerk”) en andere regerings- of intergouvernementele instanties.

(49)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er altijd voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om de markttoezichtautoriteiten naar behoren te voorzien van personeel en uitrusting. Efficiënt markttoezicht vergt veel middelen en er moet worden gezorgd voor stabiele middelen, op een niveau dat op elk moment voldoet aan de handhavingsbehoefte. De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om de financiering met overheidsgeld aan te vullen met inkomsten uit de terugvordering van de desbetreffende marktdeelnemers van de kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van markttoezicht voor non-conform bevonden producten ▌.

(50)  Er moeten mechanismen voor wederzijdse bijstand worden ontwikkeld, aangezien het voor de goederenmarkt van de Unie essentieel is dat de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten doeltreffend met elkaar samenwerken. De autoriteiten moeten te goeder trouw handelen en verzoeken om wederzijdse bijstand, met name die in verband met toegang tot EU-conformiteitsverklaringen, prestatieverklaringen en technische documentatie, in beginsel aanvaarden.

(51)  De lidstaten moeten de autoriteiten aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de douanewetgeving en eventuele andere autoriteiten die krachtens het nationale recht belast zijn met de controle op de producten die de markt van de Unie binnenkomen.

(52)  Een doeltreffende wijze om te voorkomen dat er in de Unie onveilige of non-conforme producten in de handel gebracht worden, zou zijn dergelijke producten op te sporen voordat zij in het vrije verkeer gebracht worden. De autoriteiten die belast zijn met de controle op de producten die de markt van de Unie binnenkomen, hebben ▌een volledig overzicht over de handelsstromen over de buitengrenzen van de Unie; daarom moeten zij worden verplicht op basis van een risicobeoordeling voldoende controles uit te voeren om bij te dragen tot een veiligere marktplaats, en daardoor een hoog niveau van bescherming van openbare belangen te waarborgen. Het is aan de lidstaten te bepalen welke specifieke autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de passende verificatie van de documenten en, indien nodig, de passende fysieke en laboratoriumcontroles van producten voordat die producten in het vrije verkeer worden gebracht. Alleen door systematische samenwerking en uitwisseling van informatie tussen de markttoezichtautoriteiten en andere aangewezen autoriteiten die belast zijn met de controle op de producten die de markt van de Unie binnenkomen, kan een uniforme handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten worden verwezenlijkt. Deze autoriteiten moeten van de markttoezichtautoriteiten ruim van tevoren alle vereiste informatie ontvangen over non-conforme producten of over marktdeelnemers waarvoor een hoger non-conformiteitsrisico is vastgesteld. De autoriteiten die belast zijn met de controle op de producten die het douanegebied van de Unie binnenkomen, moeten op hun beurt de markttoezichtautoriteiten tijdig op de hoogte brengen van het in het vrije verkeer brengen van producten en van de resultaten van controles wanneer die informatie van belang is voor de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten. Voorts moet de Commissie, wanneer zij verneemt dat een ingevoerd product een ernstig risico met zich meebrengt, de lidstaten over dat risico informeren om ervoor te zorgen dat de conformiteits- en handhavingscontroles bij de eerste punten van binnenkomst in de Unie worden gecoördineerd en doeltreffender zijn.

(53)  Importeurs moet erop worden gewezen dat in de artikelen 220, 254, 256, 257 en 258 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad(30) is bepaald dat producten die de markt van de Unie binnenkomen en die verdere veredeling vereisen om in conformiteit met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie te zijn, onder de geschikte douaneregeling worden geplaatst waarbij die veredeling door de importeur is toegestaan. In het algemeen mag de vrijgave voor het in het vrije verkeer brengen niet als bewijs van conformiteit met het Unierecht worden beschouwd, daar die vrijgave niet noodzakelijk een volledige conformiteitscontrole inhoudt.

(54)  Om het éénloketsysteem voor douane in de Unie te gaan gebruiken en zodoende de gegevensoverdracht tussen douane- en markttoezichtautoriteiten te optimaliseren en te ontlasten, is het noodzakelijk elektronische interfaces op te zetten waarmee automatische gegevensoverdracht mogelijk is. De douane- en markttoezichtautoriteiten moeten mee bepalen welke gegevens moeten worden doorgegeven. Extra belasting van de douaneautoriteiten moet worden beperkt en de interfaces moeten sterk geautomatiseerd en gebruiksvriendelijk zijn.

(55)  Er moet het door de Commissie beheerd netwerk worden opgericht met het oog op gestructureerde coördinatie en samenwerking tussen de handhavingsautoriteiten van de lidstaten en de Commissie en op het stroomlijnen van de markttoezichtpraktijken in de Unie teneinde de uitvoering van gezamenlijke handhavingsactiviteiten door de lidstaten, zoals gezamenlijke onderzoeken, te bevorderen. Deze structuur voor administratieve ondersteuning moet het mogelijk maken middelen te bundelen en een systeem voor de communicatie en informatie tussen de lidstaten en de Commissie te onderhouden en aldus bijdragen tot versterkte handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten en tot het tegengaan van overtredingen van die wetgeving. De betrokkenheid van de administratievesamenwerkingsgroepen (administrative cooperation groups - ADCO's) bij het netwerk mag niet beletten dat andere, soortgelijke groepen die administratieve samenwerking verrichten, erbij worden betrokken. De Commissie moet het netwerk de nodige administratieve en financiële steun bieden.

(56)  Er moet worden gezorgd voor een doeltreffende, snelle en accurate informatie-uitwisseling tussen de lidstaten en de Commissie. Een aantal bestaande instrumenten, zoals het Informatie- en communicatiesysteem voor markttoezicht (information and communication system for market surveillance - ICSMS) en Rapex, maken coördinatie onder de markttoezichtautoriteiten in de Unie mogelijk. Deze instrumenten moeten, samen met de interface voor gegevensoverdracht van ICSMS naar Rapex, worden gehandhaafd en verder ontwikkeld om het volledige potentieel ervan te benutten en het niveau van samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de lidstaten en de Commissie te verhogen.

(57)  ▌Het ICSMS moet met het oog op de verzameling van informatie over de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten worden geactualiseerd en moet toegankelijk zijn voor de Commissie, de verbindingsbureaus en de douane- en markttoezichtautoriteiten. Er moet tevens een elektronische interface worden ontwikkeld waarmee op doeltreffende wijze informatie kan worden uitgewisseld tussen de nationale systemen van de douane- en markttoezichtautoriteiten. Wat gevallen van verzoeken om wederzijdse bijstand betreft, moeten de verbindingsbureaus alle nodige steun verlenen voor samenwerking tussen de desbetreffende autoriteiten. Daarom moet het ICSMS de functies aanbieden die een automatische melding aan de verbindingsbureaus mogelijk maken wanneer termijnen niet worden nageleefd. Wanneer sectorale wetgeving al in elektronische systemen voor samenwerking en gegevensuitwisseling voorziet, zoals het geval is met Eudamed voor medische hulpmiddelen, moeten die systemen in voorkomend geval in gebruik blijven.

(58)  In het algemeen moet het ICSMS worden gebruikt voor het uitwisselen van informatie die nuttig wordt geacht voor andere markttoezichtautoriteiten. Dit kan controles omvatten in het kader van markttoezichtprojecten, ongeacht de uitkomst van de tests. Bij de hoeveelheid gegevens die in het ICSMS wordt ingevoerd, moet een evenwicht worden gehouden tussen een te grote belasting, wanneer het ingeven van de gegevens meer werk zou kosten dan de feitelijke controles, en een voldoende uitgebreidheid ten behoeve van de efficiëntie en doeltreffendheid van de autoriteiten. Bijgevolg moeten de in het ICSMS ingegeven gegevens ook eenvoudiger controles dan louter laboratoriumtests omvatten. Het moet echter niet nodig zijn louter korte visuele controles op te nemen. Bij wijze van richtsnoer moeten afzonderlijk gedocumenteerde controles ook in het ICSMS worden ingegeven.

(59)  De lidstaten worden aangespoord om het ICSMS te gebruiken voor interacties tussen de douane- en markttoezichtautoriteiten, als alternatief voor de nationale systemen. Dit mag het door de douaneautoriteiten gebruikte communautair systeem voor risicobeheer (CRMS) niet vervangen. Deze twee systemen kunnen naast elkaar werken aangezien ze een verschillende, elkaar aanvullende rol vervullen, waarbij het ICSMS de communicatie tussen de douane- en markttoezichtautoriteiten bevordert met het oog op een soepele verwerking van douaneaangiften wat productveiligheid en conformiteit betreft, terwijl het CRMS voor gemeenschappelijk risicobeheer en controles door de douane dient.

(60)  Door non-conforme producten veroorzaakte verwondingen zijn belangrijke informatie voor markttoezichtautoriteiten. Het ICSMS moet daarom voorzien in desbetreffende gegevensvelden zodat de markttoezichtautoriteiten de bij hun onderzoeken opgestelde direct beschikbare rapporten kunnen invoeren, en zo latere statistische beoordelingen vergemakkelijken.

(61)  De Commissie moet in het kader van overeenkomsten die zijn afgesloten tussen de Unie en derde landen of internationale organisaties markttoezichtinformatie met de regelgevende autoriteiten van derde landen of met internationale organisaties kunnen uitwisselen, zodat de conformiteit van de producten kan worden gewaarborgd voordat zij naar de markt van de Unie worden uitgevoerd.

(62)  Om een hoge mate van naleving van de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten te bereiken en tegelijkertijd een doeltreffende toewijzing van middelen en een kostenefficiënte controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen, te waarborgen moet de Commissie specifieke systemen van controles vóór uitvoer kunnen goedkeuren. Producten die onder dergelijke goedgekeurde systemen vallen, kunnen in het kader van de risicobeoordeling door de autoriteiten die belast zijn met de controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen, een grotere betrouwbaarheid genieten dan vergelijkbare producten die niet aan een controle vóór uitvoer zijn onderworpen.

(63)  Deze verordening moet door de Commissie worden geëvalueerd in het licht van de beoogde doelstellingen, waarbij zij rekening moet houden met nieuwe technologische, economische, commerciële en juridische ontwikkelingen. Die evaluatie moet overeenkomstig punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(31) gebaseerd zijn op efficiëntie, doeltreffendheid, relevantie, samenhang en meerwaarde en de basis vormen voor effectbeoordelingen van opties voor verdere acties, met name inzake het toepassingsgebied van deze verordening, de toepassing en handhaving van de bepalingen inzake de taken van de marktdeelnemers die een product in de handel brengen, en het systeem van productcontroles vóór uitvoer.

(64)  De financiële belangen van de Unie moeten worden beschermd met evenredige maatregelen in de hele uitgavencyclus, onder meer op het gebied van preventie, opsporing en onderzoek van onregelmatigheden, terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist bestede financiële middelen, en waar nodig met administratieve en financiële sancties.

(65)  De diversiteit van de sancties in de Unie is een van de hoofdredenen waarom de afschrikkende werking onvoldoende is en de bescherming ongelijk is. De voorschriften voor de vaststelling van sancties, waaronder geldboetes, vallen onder de nationale bevoegdheid en worden dan ook bij nationaal recht bepaald. ▌

(66)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend in verband met: de vaststelling van uniforme voorwaarden voor controles, criteria voor het bepalen van de frequentie van de controles en het aantal monsters dat moet worden gecontroleerd in verband met bepaalde producten of categorieën producten, indien aanhoudend specifieke risico's of ernstige schendingen van de harmonisatiewetgeving van de Unie zijn vastgesteld; de precisering van de procedures voor de aanwijzing van Unietestfaciliteiten ▌ de vaststelling van benchmarks en technieken voor controles op basis van een gemeenschappelijke risicoanalyse op Unieniveau; de precisering van details van de statistische gegevens over de controles die door de aangewezen autoriteiten zijn uitgevoerd op producten die onder het Unierecht vallen; ▌de precisering van de nadere uitvoeringsvoorschriften voor het informatie- en communicatiesysteem en het bepalen van de gegevens over het onder de douaneregeling „in het vrije verkeer brengen” plaatsen van producten die door de douaneautoriteiten worden doorgegeven; en de goedkeuring van specifieke systemen van productcontroles vóór uitvoer en de intrekking van dergelijke goedkeuringen ▌. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(32).

(67)  Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het verbeteren van de werking van de interne markt door het versterken van het markttoezicht op onder de harmonisatiewetgeving van de Unie vallende producten, gezien de noodzaak van een zeer grote mate van samenwerking, interactie en samenhangend optreden van alle bevoegde autoriteiten in alle lidstaten niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar, vanwege de omvang en de gevolgen ervan, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(68)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in de grondwettelijke tradities van de lidstaten worden bevestigd. Derhalve dient deze verordening te worden uitgelegd en toegepast in overeenstemming met deze rechten en beginselen, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de vrijheid en de pluriformiteit van de media. Met deze verordening wordt in het bijzonder beoogd volledige naleving te garanderen van consumentenbescherming, de vrijheid van ondernemerschap, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op eigendom en de bescherming van persoonsgegevens.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Hoofdstuk I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp

1.  Deze verordening beoogt de werking van de interne markt te verbeteren door het markttoezicht op de in artikel 2 bedoelde producten waarvoor de harmonisatiewetgeving van de Unie geldt, te verbeteren om te waarborgen dat op de markt van de Unie alleen conforme producten worden aangeboden die voldoen aan voorschriften die een hoog beschermingsniveau bieden voor openbare belangen, zoals de gezondheid en veiligheid in het algemeen, de gezondheid en veiligheid op het werk, de bescherming van consumenten, de bescherming van het milieu en de openbare veiligheid, en andere openbare belangen die door die wetgeving worden beschermd.

2.  Deze verordening bevat regels en procedures voor marktdeelnemers betreffende producten die onder bepaalde harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, en er wordt een kader voor samenwerking met marktdeelnemers in vastgesteld.

3.   Voorts verschaft deze verordening een kader voor de controles op ▌producten wanneer zij de markt van de Unie binnenkomen.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.  Deze verordening is van toepassing op ▌producten waarop de in ▌bijlage I vermelde harmonisatiewetgeving van de Unie van toepassing is (hierna „de harmonisatiewetgeving van de Unie” genoemd), voor zover de harmonisatiewetgeving van de Unie geen specifieke bepalingen met hetzelfde doel bevat, waarin bepaalde aspecten van markttoezicht en handhaving specifieker zijn geregeld.

2.   De artikelen 25 tot en met 28 zijn van toepassing op producten die onder het Unierecht vallen, voor zover het Unierecht geen specifieke bepalingen bevat in verband met de controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen.

3.  De toepassing van deze verordening laat onverlet dat de markttoezichtautoriteiten specifiekere maatregelen nemen zoals bepaald in Richtlijn 2001/95/EG.

4.  Deze verordening laat de artikelen 12 tot en met 15 van Richtlijn 2000/31/EG onverlet.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)  "op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;

2)  "in de handel brengen": het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van een product;

3)  "markttoezicht": activiteiten die worden verricht en maatregelen die worden genomen door markttoezichtautoriteiten om ervoor te zorgen dat producten voldoen aan de voorschriften die zijn opgenomen in de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie, en ▌dat de bescherming van het onder die wetgeving vallende openbaar belang is gewaarborgd;

4)  "markttoezichtautoriteit": een autoriteit die krachtens artikel 10 door een lidstaat is aangewezen als verantwoordelijk voor het uitvoeren van markttoezicht op het grondgebied van die lidstaat;

5)  "verzoekende autoriteit": de markttoezichtautoriteit die een verzoek om wederzijdse bijstand doet;

6)  "aangezochte autoriteit": de markttoezichtautoriteit die een verzoek om wederzijdse bijstand ontvangt;

7)  "non-conformiteit": het niet voldoen van een product aan de ▌voorschriften van de harmonisatiewetgeving van de Unie of van deze verordening;

8)  "fabrikant": een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een product vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en het onder zijn naam of handelsmerk verhandelt;

9)  "importeur": een in de Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die een product uit een derde land in de Unie in de handel brengt;

10)  "distributeur": een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon in de toeleveringsketen dan de fabrikant of de importeur, die een product op de markt aanbiedt;

11)  "fulfilmentdienstverlener": een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het kader van een handelsactiviteit ten minste twee van de volgende diensten aanbiedt: opslag, verpakking, adressering en verzending zonder eigenaar te zijn van de betrokken producten, met uitzondering van postdiensten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad(33), pakketbezorgdiensten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2018/644 van het Europees Parlement en de Raad(34) en andere postdiensten of vrachtvervoersdiensten.

12)  "gemachtigde": een in de Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen in verband met de verplichtingen van de fabrikant op grond van de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie of op grond van de voorschriften van deze verordening;

13)  "marktdeelnemer": de fabrikant, de gemachtigde, de importeur, de distributeur, de fulfilmentdienstverlener of andere natuurlijke personen of rechtspersonen voor wie verplichtingen gelden ten aanzien van de vervaardiging van producten, het op de markt aanbieden ervan of de ingebruikneming ervan in overeenstemming met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie;

14)  "aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij": een aanbieder van een dienst zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 1, onder b), van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad(35);

15)  "online interface": alle software, waaronder een website, een deel van een website of een applicatie, die door of namens een marktdeelnemer wordt beheerd en als middel dient om eindgebruikers toegang te geven tot de producten van die marktdeelnemer;

16)  "corrigerende maatregel": een maatregel die een marktdeelnemer neemt om een geval van non-conformiteit te beëindigen indien dit door een markttoezichtautoriteit wordt geëist, of die de marktdeelnemer uit eigen beweging neemt;

17)  "vrijwillige maatregel": een corrigerende maatregel die niet door een markttoezichtautoriteit wordt geëist;

18)  "risico": de combinatie van de waarschijnlijkheid dat zich een gevaar voordoet dat schade veroorzaakt en de ernst van die schade;

19)  "product dat een risico vormt": een product dat een ongunstige invloed kan hebben op de gezondheid en veiligheid van personen in het algemeen, de gezondheid en veiligheid op het werk, consumentenbescherming, het milieu, de openbare veiligheid en andere openbare belangen, beschermd door de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie, in een mate die verder gaat dan wat redelijk en aanvaardbaar wordt geacht in verhouding tot het beoogde gebruik ervan of bij normale of redelijkerwijs voorzienbare omstandigheden van gebruik van het betrokken product, ook wat gebruiksduur en, indien van toepassing, indienststelling, installatie en onderhoudseisen betreft;

20)  "product dat een ernstig risico vormt": een product dat een risico vormt waarvoor, op basis van een risicobeoordeling en rekening houdend met het normale en voorzienbare gebruik van het product en de combinatie van de waarschijnlijkheid dat zich een gevaar voordoet dat schade veroorzaakt en de ernst van die schade, een snel ingrijpen van de markttoezichtautoriteiten noodzakelijk wordt geacht, met inbegrip van gevallen waarin de gevolgen van het risico zich niet onmiddellijk voordoen;

21)  "eindgebruiker": een in de Unie verblijvende of gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die hetzij als consument, buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit, hetzij als professionele eindgebruiker bij zijn industriële activiteiten of beroepsactiviteiten, een product ter beschikking is gesteld;

22)  "terugroepen": maatregel waarmee wordt beoogd een product te doen terugkeren dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld;

23)  "uit de handel nemen": maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat een product dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;

24)  "douaneautoriteiten": douaneautoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013;

25)  "in het vrije verkeer brengen": de procedure van artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013;

26)  "producten die de markt van de Unie binnenkomen": producten uit derde landen die bestemd zijn om in de Unie in de handel te worden gebracht of die bestemd zijn voor particulier gebruik of consumptie binnen het douanegebied van de Unie en die onder de douaneregeling "in het vrije verkeer brengen" zijn geplaatst.

Hoofdstuk II

Taken van marktdeelnemers

Artikel 4

Taken van marktdeelnemers in verband met producten die onder bepaalde harmonisatiewetgeving van de Unie vallen

1.  Niettegenstaande verplichtingen uit hoofde van de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie mag een product waarop in lid 5 bedoelde wetgeving van toepassing is alleen in de handel worden gebracht als een in de Unie gevestigde marktdeelnemer belast is met de in lid 3 bedoelde taken met betrekking tot dat product.

2.  Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de in lid 1 bedoelde marktdeelnemer verstaan:

a)  een▌ in de Unie gevestigde fabrikant;

b)  een importeur, wanneer de fabrikant niet in de Unie is gevestigd;

c)  een gemachtigde die over een schriftelijk mandaat van de fabrikant beschikt waarin de gemachtigde wordt aangewezen om de in lid 3 vermelde taken namens de fabrikant te verrichten;

d)  een in de Unie gevestigde fulfilmentdienstverlener met betrekking tot de door deze dienstverlener behandelde producten, wanneer geen andere marktdeelnemer als bedoeld onder a), b) en c) in de Unie gevestigd is.

3.  Onverminderd de verplichtingen van marktdeelnemers op grond van de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie, verricht de in lid 1 bedoelde marktdeelnemer de volgende taken:

a)  als de op het product toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie voorziet in een EU-conformiteitsverklaring of -prestatieverklaring en technische documentatie, verifieert hij of die EU-conformiteitsverklaring of -prestatieverklaring en technische documentatie zijn opgesteld, houdt hij die conformiteitsverklaring of prestatieverklaring gedurende de in die wetgeving voorgeschreven termijn ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgt hij ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt;

b)  hij verstrekt een markttoezichtautoriteit, wanneer die autoriteit een met redenen omkleed verzoek daartoe indient, alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het product aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen;

c)  wanneer hij reden heeft om aan te nemen dat een product in kwestie een risico vormt, stelt hij de markttoezichtautoriteiten daarvan in kennis;

d)  hij verleent zijn medewerking aan de markttoezichtautoriteiten, ook volgend op een met redenen omkleed verzoek, en zorgt ervoor dat onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om een geval van non-conformiteit met de voorschriften van de op het product in kwestie toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie te verhelpen of, als dat niet mogelijk is, de risico's die dat product inhoudt te beperken op verzoek van de markttoezichtautoriteiten of op eigen initiatief wanneer de in lid 1 bedoelde marktdeelnemer van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat het product in kwestie een risico vormt.

4.  Onverminderd de respectieve verplichtingen die krachtens de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie op marktdeelnemers rusten, worden de naam, de geregistreerde handelsnaam of het geregistreerde handelsmerk en de contactgegevens, met inbegrip van het postadres, van de in lid 1 bedoelde marktdeelnemer vermeld op ▌het product of op de verpakking, het pakket of een begeleidend document van het product.

5.  Dit artikel is alleen van toepassing op producten die vallen binnen het toepassingsgebied van de Verordeningen (EU) nr. 305/2011(36), (EU) 2016/425(37) en (EU) 2016/426(38) van het Europees Parlement en de Raad en de Richtlijnen 2000/14/EG(39), 2006/42/EG(40), 2009/48/EG(41), 2009/125/EG(42), 2011/65/EU(43), 2013/29/EU(44), 2013/53/EU(45), 2014/29/EU(46), 2014/30/EU(47), 2014/31/EU(48), 2014/32/EU(49), 2014/34/EU(50), 2014/35/EU(51), 2014/53/EU(52) en 2014/68/EU(53) van het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 5

Gemachtigde

1.  Voor de toepassing van artikel 4, lid 2, onder c) wordt door de fabrikant een gemachtigde aangewezen om de in artikel 4, lid 3, genoemde taken te vervullen, niettegenstaande andere taken die krachtens de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie zijn toegewezen.

2.  De gemachtigde voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat. Hij legt op verzoek een kopie van het mandaat over aan de markttoezichtautoriteiten, in een door de markttoezichtautoriteiten bepaalde taal van de Unie.

3.  Gemachtigden beschikken over passende middelen om hun taken te kunnen vervullen.

Artikel 6

Verkoop op afstand

Online of via andere vormen van verkoop op afstand aangeboden producten worden als op de markt aangeboden beschouwd indien het aanbod op eindgebruikers in de Unie is gericht. Een verkoopaanbod wordt geacht op eindgebruikers in de Unie te zijn gericht indien de betrokken marktdeelnemer zijn activiteiten op enigerlei wijze op een lidstaat richt.

Artikel 7

Samenwerkingsplicht

1.  De marktdeelnemers werken bij het nemen van maatregelen voor het wegnemen of beperken van de risico's die veroorzaakt worden door producten die marktdeelnemers op de markt aanbieden, samen met de markttoezichtautoriteiten.

2.  Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij werken op verzoek van de markttoezichtautoriteiten en in specifieke gevallen met de markttoezichtautoriteiten samen ter bevordering van maatregelen om de risico's van een product dat via hun diensten online te koop aangeboden wordt of werd, weg te nemen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Hoofdstuk III

Ondersteuning van en samenwerking met marktdeelnemers

Artikel 8

Informatie aan marktdeelnemers

1.  De Commissie zorgt ervoor dat de gebruikers overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1724 via het portaal Uw Europa gemakkelijk online toegang hebben tot informatie over de productvereisten en de rechten, verplichtingen en regels die voortvloeien uit de harmonisatiewetgeving van de Unie.

2.  De lidstaten voorzien in procedures om de marktdeelnemers op verzoek gratis informatie te verstrekken over de nationale omzetting en uitvoering van de harmonisatiewetgeving van de Unie betreffende producten. Hiertoe is artikel 9, leden 1, 4 en 5, van Verordening (EU) 2019/...(54) van toepassing.

Artikel 9

Gezamenlijke activiteiten ter bevordering van conformiteit

1.  Markttoezichtautoriteiten kunnen ▌met andere bevoegde autoriteiten of ▌met organisaties die marktdeelnemers of eindgebruikers vertegenwoordigen, overeenkomen om gezamenlijke activiteiten uit te voeren om ▌de conformiteit te bevorderen, non-conformiteit op te sporen, het bewustzijn te vergroten en richtsnoeren te verstrekken in verband met de harmonisatiewetgeving van de Unie met betrekking tot bepaalde categorieën producten, in het bijzonder die waarvan vaak is vastgesteld dat zij een ernstig risico inhouden, met inbegrip van online te koop aangeboden producten.

2.  De betrokken markttoezichtautoriteit en de in lid 1 bedoelde partijen zorgen ervoor dat de overeenkomst over gezamenlijke activiteiten niet leidt tot oneerlijke concurrentie tussen marktdeelnemers en de objectiviteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de partijen onverlet laat.

3.  Een markttoezichtautoriteit mag gebruik maken van informatie die zij heeft verkregen als gevolg van gezamenlijke activiteiten in het kader van een door haar uitgevoerd onderzoek inzake non-conformiteit.

4.  De betrokken markttoezichtautoriteit maakt de overeenkomst inzake gezamenlijke activiteiten, met inbegrip van de namen van de betrokken partijen, openbaar en neemt deze overeenkomst op in het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem. Op verzoek van een lidstaat verleent het op grond van artikel 29 ingestelde netwerk assistentie bij het opstellen van de overeenkomst inzake gezamenlijke activiteiten.

Hoofdstuk IV

Organisatie, activiteiten en verplichtingen van markttoezichtautoriteiten en van het verbindingsbureau

Artikel 10

Aanwijzing van markttoezichtautoriteiten en het verbindingsbureau

1.  De lidstaten organiseren en verrichten markttoezicht, zoals bepaald in deze verordening.

2.  Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel wijst elke lidstaat ▌op zijn grondgebied een of meer markttoezichtautoriteiten aan. Elke lidstaat stelt de Commissie ▌en de andere lidstaten met behulp van het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem in kennis van zijn markttoezichtautoriteiten en de bevoegdheidsgebieden van elk van die autoriteiten.

3.  Elke lidstaat wijst één ▌verbindingsbureau aan.

4.  Het verbindingsbureau ▌is op zijn minst verantwoordelijk voor het vertegenwoordigen van het gecoördineerde standpunt van de ▌markttoezichtautoriteiten en de overeenkomstig artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten en voor het mededelen van de nationale strategieën als vermeld in artikel 13. Het verbindingsbureau biedt ook ondersteuning bij de samenwerking tussen de markttoezichtautoriteiten in de verschillende lidstaten als vermeld in hoofdstuk VI.

5.  Om het markttoezicht op online en offline aangeboden producten voor alle distributiekanalen even doeltreffend uit te voeren, zorgen de lidstaten ▌ervoor dat hun markttoezichtautoriteiten en hun verbindingsbureau beschikken over de middelen, met inbegrip van financiële en andere middelen, zoals een toereikend aantal bekwame personeelsleden, deskundigheid, procedures en andere regelingen die zij nodig hebben om hun taken naar behoren te kunnen vervullen.

6.  Als er op het grondgebied van een lidstaat meer dan een markttoezichtautoriteit is, zorgt die lidstaat ervoor dat de respectieve taken van die autoriteiten duidelijk worden omschreven en dat passende communicatie- en coördinatieregelingen worden getroffen om de autoriteiten in staat te stellen nauw samen te werken en hun taken doeltreffend uit te oefenen.

Artikel 11

Activiteiten van markttoezichtautoriteiten

1.  Door de uitvoering van hun activiteiten zorgen de markttoezichtautoriteiten ervoor dat:

a)  op hun grondgebied doeltreffend markttoezicht wordt gehouden op de online en offline aangeboden producten waarop ▌harmonisatiewetgeving van de Unie van toepassing is;

b)  ▌de marktdeelnemers passende en evenredige corrigerende maatregelen nemen in verband met de conformiteit met die wetgeving en deze verordening;

c)  passende en evenredige maatregelen worden genomen indien de marktdeelnemer geen corrigerende maatregelen neemt.

2.  De markttoezichtautoriteiten handelen bij het uitoefenen van hun bevoegdheden en het vervullen van hun verplichtingen op onafhankelijke, onpartijdige en onbevooroordeelde wijze.

3.  In het kader van hun in lid 1 van dit artikel bedoelde activiteiten controleren de markttoezichtautoriteiten op toereikende schaal en op passende wijze de kenmerken van producten door middel van een verificatie van de documenten en, zo nodig, fysieke en laboratoriumcontroles op basis van geschikte monsters, waarbij zij hun middelen en maatregelen in de eerste plaats inzetten om doeltreffend markttoezicht te houden en rekening houden met de in artikel 13 bedoelde nationale strategie voor markttoezicht.

Bij de beslissing over welke controles moeten worden uitgevoerd voor welk soort producten en op welke schaal, hanteren de markttoezichtautoriteiten een risicogebaseerde aanpak, waarbij zij rekening houden met de volgende factoren:

a)  de mogelijke gevaren en non-conformiteiten die in verband worden gebracht met de producten en, indien beschikbaar, de mate waarin ze zich voordoen op de markt;

b)  de activiteiten en verrichtingen waarover de marktdeelnemer de controle heeft;

c)  de antecedenten van de marktdeelnemer op het gebied van non-conformiteit;

d)  in voorkomend geval, het risicoprofiel dat is opgesteld door de krachtens artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten;

e)  klachten van consumenten en andere informatie afkomstig van andere autoriteiten, marktdeelnemers, media en andere bronnen die kan wijzen op non-conformiteit.

4.  De Commissie kan, na raadpleging van het netwerk, uitvoeringshandelingen vaststellen tot vaststelling van de uniforme voorwaarden inzake controles, criteria voor het bepalen van de frequentie van de controles en het aantal monsters dat moet worden gecontroleerd in verband met bepaalde producten of categorieën producten ten aanzien waarvan aanhoudend specifieke risico's of ernstige inbreuken op de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie zijn vastgesteld en ter waarborging van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en veiligheid of andere openbare belangen die door die wetgeving worden beschermd. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

5.  Indien marktdeelnemers door een krachtens Verordening (EG) nr. 765/2008 geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstantie afgegeven testverslagen of certificaten overleggen die aantonen dat hun producten aan de harmonisatiewetgeving van de Unie voldoen, houden de markttoezichtautoriteiten terdege rekening met die verslagen of certificaten.

6.  Bewijsmateriaal dat door een markttoezichtautoriteit in een lidstaat wordt gebruikt, mag zonder verdere formele vereisten door markttoezichtautoriteiten in een andere lidstaat worden gebruikt als onderdeel van onderzoeken om de conformiteit van producten te verifiëren.

7.  De markttoezichtautoriteiten stellen de volgende procedures vast in verband met producten waarop de harmonisatiewetgeving van de Unie van toepassing is:

a)  procedures voor het behandelen van klachten of meldingen betreffende problemen in verband met risico's of non-conformiteit;

b)  procedures voor het verifiëren of marktdeelnemers de vereiste corrigerende maatregelen hebben genomen.

8.  Om voor communicatie en coördinatie met hun tegenhangers in andere lidstaten te zorgen, nemen de markttoezichtautoriteiten actief deel aan de administratievesamenwerkingsgroepen (administrative cooperation groups - ADCO’s) als bedoeld in artikel 30, lid 2.

9.  Onverminderd vrijwaringsprocedures van de Unie krachtens de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie, worden producten die op grond van een besluit van een markttoezichtautoriteit in een lidstaat non-conform zijn geacht, door de markttoezichtautoriteiten in een andere lidstaat eveneens non-conform geacht, tenzij een relevante markttoezichtautoriteit in een andere lidstaat op basis van eigen onderzoek en rekening houdend met de eventuele inbreng van een marktdeelnemer tot de tegenovergestelde conclusie komt.

Artikel 12

Collegiale toetsingen

1.  Om de markttoezichtactiviteiten in verband met de toepassing van deze verordening consistenter te maken worden er collegiale toetsingen georganiseerd voor de markttoezichtautoriteiten die daaraan willen deelnemen.

2.  Het netwerk ontwikkelt de methode en het voortschrijdend plan voor collegiale toetsingen tussen de deelnemende markttoezichtautoriteiten. Bij het vaststellen van de methode en het voortschrijdend plan houdt het netwerk ten minste rekening met het aantal en de omvang van de markttoezichtautoriteiten in de lidstaten, de beschikbare personeelsleden en andere middelen om de collegiale toetsing te verrichten, en andere relevante criteria.

3.  Collegiale toetsingen hebben betrekking op door sommige markttoezichtautoriteiten ontwikkelde beste praktijken die van nut kunnen zijn voor andere markttoezichtautoriteiten, en op andere relevante aspecten in verband met de doeltreffendheid van markttoezichtactiviteiten.

4.  De resultaten van de collegiale toetsingen worden aan het netwerk gerapporteerd.

Artikel 13

Nationale strategieën voor markttoezicht

1.  Elke lidstaat stelt ten minste elke vier jaar een overkoepelende nationale strategie voor markttoezicht op. Elke lidstaat stelt de eerste dergelijke strategie op uiterlijk op … [drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De nationale strategie draagt bij tot een consistente, alomvattende en geïntegreerde benadering voor markttoezicht en handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie op het grondgebied van de lidstaat. Bij het opstellen van de nationale strategie voor markttoezicht wordt rekening gehouden met alle sectoren die onder de harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, en alle stadia van de producttoeleveringsketen, waaronder de invoer en digitale toeleveringsketens. Er kan ook rekening worden gehouden met de prioriteiten die in het werkprogramma van het netwerk zijn gesteld.

2.  De nationale markttoezichtstrategie omvat ten minste de volgende elementen, voor zover deze de markttoezichtactiviteiten niet in het gedrang brengt:

a)  de beschikbare informatie over de aanwezigheid van non-conforme producten, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de in artikel 11, lid 3, respectievelijk artikel 25, lid 3, bedoelde ▌controles, en, indien van toepassing, marktontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het percentage non-conforme producten voor de productcategorieën, en mogelijke dreigingen en risico's in verband met opkomende technologieën;

b)  de gebieden waaraan door de lidstaten prioriteit is gegeven bij de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie;

c)  de geplande handhavingsactiviteiten om de non-conformiteit op die gebieden met prioriteit te beperken, waaronder, indien relevant, voorgenomen minimumcontroleniveaus voor productcategorieën met een aanzienlijk non-conformiteitsniveau;

d)  een beoordeling van de samenwerking met markttoezichtautoriteiten in andere lidstaten als bedoeld in artikel 11, lid 8, en hoofdstuk VI.

3.  De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten via het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem in kennis van hun nationale strategie voor markttoezicht. Elke lidstaat publiceert een samenvatting van zijn strategie.

Hoofdstuk V

Bevoegdheden en maatregelen op het gebied van markttoezicht

Artikel 14

Bevoegdheden van markttoezichtautoriteiten

1.  De lidstaten verlenen hun markttoezichtautoriteiten de markttoezicht-, onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden die nodig zijn om deze verordening en de ▌harmonisatiewetgeving van de Unie toe te passen.

2.  De markttoezichtautoriteiten oefenen hun in dit artikel vermelde bevoegdheden op efficiënte en doeltreffende wijze uit, overeenkomstig het beginsel van evenredigheid, voor zover die uitoefening verband houdt met het voorwerp, en het doel van de maatregelen en de aard en de werkelijke of potentiële schade die voortvloeit uit het geval van non-conformiteit. Bevoegdheden worden toegekend en uitgeoefend overeenkomstig het Unie- en het nationale recht, waaronder de beginselen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de nationaalrechtelijke beginselen inzake de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid en de pluriformiteit van de media, de toepasselijke procedurele waarborgen en de regels van de Unie inzake gegevensbescherming, in het bijzonder Verordening (EU) 2016/679.

3.  Bij het toekennen van bevoegdheden uit hoofde van lid 1 ▌kunnen de lidstaten bepalen dat die bevoegdheden naar gelang van het geval op een van de volgende wijzen kunnen worden uitgeoefend:

a)  rechtstreeks door de markttoezichtautoriteiten op eigen gezag;

b)  met hulp van andere overheidsinstanties in overeenstemming met de verdeling van de bevoegdheden en de institutionele en administratieve organisatie van de lidstaat in kwestie;

c)  door een verzoek in te dienen bij een rechter die bevoegd is om de uitoefening van die bevoegdheid goed te keuren, in voorkomend geval ook door beroep in te stellen ingeval het verzoek om het geven van de vereiste beslissing werd afgewezen.

4.  De uit hoofde van lid 1 aan markttoezichtautoriteiten toegekende bevoegdheden omvatten ten minste:

a)  de bevoegdheid om marktdeelnemers te gelasten relevante documenten, technische specificaties, gegevens of informatie over de conformiteit en de technische aspecten van het product te verstrekken, met inbegrip van toegang tot ingebedde software voor zover die toegang nodig is om de conformiteit van het product met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie te beoordelen, ongeacht de vorm, het formaat, het opslagmedium of de plaats waar zulke documenten, technische specificaties, gegevens of informatie worden bewaard, en deze informatie te (laten) kopiëren;

b)  de bevoegdheid om marktdeelnemers te gelasten relevante informatie te verstrekken over de toeleveringsketen, over nadere bijzonderheden over het distributienet, over de producthoeveelheden op de markt en over andere productmodellen met dezelfde technische kenmerken als het product in kwestie, indien zulks relevant is voor de naleving van de toepasselijke voorschriften van de harmonisatiewetgeving van de Unie;

c)  de bevoegdheid om marktdeelnemers te gelasten relevante informatie te verstrekken die nodig is om de eigendom van websites te kunnen nagaan wanneer de informatie in kwestie verband houdt met het voorwerp van het onderzoek;

d)  de bevoegdheid om onaangekondigd inspecties ter plaatse en fysieke controles van producten te verrichten;

e)  de bevoegdheid gebouwen, terreinen en vervoermiddelen te betreden die de marktdeelnemer bij zijn handels-, ondernemings-, ambachtelijke of beroepsactiviteiten gebruikt, om non-conformiteit op te sporen en bewijsmateriaal te verkrijgen;

f)  de bevoegdheid om op eigen initiatief van markttoezichtautoriteiten onderzoeken ▌in te stellen om gevallen van non-conformiteit vast te stellen en te beëindigen;

g)  de bevoegdheid om marktdeelnemers te gelasten passende maatregelen te nemen om een geval van non-conformiteit te beëindigen of het risico weg te nemen;

h)  de bevoegdheid om passende corrigerende maatregelen te nemen, met inbegrip van de bevoegdheid om het op de markt aanbieden van een product te verbieden of te beperken of te gelasten dat het product uit de handel genomen of teruggeroepen wordt, indien een marktdeelnemer verzuimt passende maatregelen te nemen of indien de non-conformiteit of het risico blijft bestaan;

i)  de bevoegdheid om sancties op te leggen overeenkomstig artikel 41;

j)  de bevoegdheid om, ook onder valse identiteit, productmonsters te verkrijgen, teneinde die monsters te inspecteren en te ontleden om non-conformiteit op te sporen en om bewijsmateriaal te verkrijgen;

k)  de bevoegdheid om, wanneer er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico weg te nemen:

i)  de verwijdering van inhoud in verband met de betrokken producten van een online interface te gelasten of de expliciete vermelding te vereisen van een waarschuwing voor eindgebruikers wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface; of

ii)  indien niet aan een verzoek als bedoeld onder i) is voldaan, aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij te verplichten de toegang tot de online interface te beperken, onder meer door een relevante derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.

5.  De markttoezichtautoriteiten mogen alle informatie, documenten, bevindingen, verklaringen en inlichtingen als bewijsmateriaal voor hun onderzoeken gebruiken, ongeacht het formaat en het opslagmedium ervan.

Artikel 15

Verhaal van kosten door markttoezichtautoriteiten

1.  De lidstaten kunnen hun markttoezichtautoriteiten toestaan om de totale kosten van hun activiteiten in verband met gevallen van non-conformiteit op de betrokken marktdeelnemer te verhalen.

2.  De in lid 1 van dit artikel bedoelde kosten kunnen de kosten voor het uitvoeren van tests, de kosten voor het nemen van maatregelen overeenkomstig artikel 28, leden 1 en 2, de kosten voor opslag en de kosten van activiteiten in verband met de non-conform bevonden producten waarvoor voorafgaand aan het in het vrije verkeer brengen of het in de handel brengen corrigerende maatregelen zijn genomen, omvatten.

Artikel 16

Markttoezichtmaatregelen

1.   De markttoezichtautoriteiten nemen passende maatregelen wanneer een product dat onder de harmonisatiewetgeving van de Unie valt, overeenkomstig het beoogde doel of onder redelijkerwijs te verwachten omstandigheden wordt gebruikt en op de juiste wijze wordt geïnstalleerd en onderhouden:

a)  gevaar kan opleveren voor de gezondheid of veiligheid van gebruikers; of

b)  niet in overeenstemming is met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie.

2.  Wanneer de markttoezichtautoriteiten in lid 1, onder a) of b), bedoelde bevindingen doen, gelasten zij de betrokken marktdeelnemer onverwijld passende en evenredige corrigerende maatregelen te nemen om de non-conformiteit te beëindigen of het risico weg te nemen binnen een door hen gestelde termijn.

3.  Voor de toepassing van lid 2 kunnen de door de marktdeelnemer te nemen corrigerende maatregelen onder meer het volgende omvatten:

a)  het product conform maken, waaronder het corrigeren van formele non-conformiteit als gedefinieerd in de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie, of ervoor zorgen dat het product niet langer een risico vormt;

b)  voorkomen dat het product op de markt wordt aangeboden;

c)  het product onmiddellijk uit de handel nemen of terugroepen en het publiek waarschuwen voor het betrokken risico;

d)  het product vernietigen of op een andere manier onbruikbaar maken;

e)  op het product op geschikte, duidelijk verwoorde en gemakkelijk te begrijpen waarschuwingen aanbrengen met betrekking tot de risico's die het kan opleveren, in de taal of talen die zijn bepaald door de lidstaat waar het op de markt wordt aangeboden;

f)  voorwaarden stellen voor het aanbieden van het betrokken product op de markt;

g)  de eindgebruikers die een risico lopen onmiddellijk en op een passende wijze waarschuwen, ook door publicatie van speciale waarschuwingen in de taal of talen die zijn bepaald door de lidstaat waar het product op de markt wordt aangeboden.

4.  De in lid 3, onder e), f) en g), bedoelde corrigerende maatregelen kunnen alleen worden verlangd bij een product dat slechts in bepaalde omstandigheden of slechts voor bepaalde eindgebruikers een risico kan vormen.

5.  Indien de marktdeelnemer geen corrigerende maatregelen neemt als bedoeld in lid 3 of indien de non-conformiteit of het risico als bedoeld in lid 1 blijft bestaan, zorgen de markttoezichtautoriteiten ervoor dat het product uit de handel genomen of teruggeroepen wordt, of dat het op de markt aanbieden van het product verboden of beperkt wordt, en dat het publiek, de Commissie en de andere lidstaten hierover worden geïnformeerd.

6.  De uit hoofde van lid 5 van dit artikel voor de Commissie en de andere lidstaten bestemde informatie wordt ter kennis gebracht via het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem. Die mededeling van de informatie wordt ook geacht te voldoen aan de kennisgevingsvereisten voor de toepasselijke vrijwaringsprocedures van de harmonisatiewetgeving van de Unie.

7.  Indien een nationale maatregel overeenkomstig de toepasselijke vrijwaringsprocedure gerechtvaardigd wordt geacht, of wanneer geen markttoezichtautoriteit van een andere lidstaat overeenkomstig artikel 11, lid 9, tot de tegenovergestelde conclusie komt, treffen de bevoegde markttoezichtautoriteiten in de andere lidstaten de nodige maatregelen met betrekking tot het niet-conforme product en voeren zij de relevante informatie in het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem in.

Artikel 17

Gebruik van informatie en beroeps- en handelsgeheim

Markttoezichtautoriteiten verrichten hun activiteiten met een hoge mate van transparantie en maken alle informatie die zij met het oog op de bescherming van de eindgebruikers van belang achten voor het publiek beschikbaar. Markttoezichtautoriteiten eerbiedigen het vertrouwelijkheidsbeginsel en het beroeps- en handelsgeheim, en beschermen persoonsgegevens overeenkomstig het Unie- en nationale recht ▌.

Artikel 18

Procedurele rechten van marktdeelnemers

1.  In alle maatregelen, besluiten en bevelen die door de markttoezichtautoriteiten uit hoofde van de harmonisatiewetgeving van de Unie of deze verordening worden genomen of uitgevaardigd ▌wordt nauwkeurig aangegeven op welke gronden dat gebeurt.

2.  Dergelijke maatregelen, besluiten en bevelen worden onverwijld ter kennis gebracht van de desbetreffende marktdeelnemer, die tegelijkertijd wordt ingelicht over de rechtsmiddelen die hem volgens het recht van de betrokken lidstaat ter beschikking staan en over de termijnen die hij daarbij in acht moet nemen.

3.  Voordat een maatregel, besluit of bevel als bedoeld in lid 1 wordt genomen of uitgevaardigd, krijgt de betrokken marktdeelnemer de gelegenheid binnen een passende termijn van ten minste tien werkdagen te worden gehoord, tenzij het niet mogelijk is de marktdeelnemer deze gelegenheid te geven wegens de urgentie van de maatregel, het besluit of het bevel vanwege voorschriften inzake gezondheid of veiligheid of andere redenen ten aanzien van de met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie beoogde algemene belangen.

Als de maatregel, het besluit of het bevel wordt genomen of uitgevaardigd zonder dat de marktdeelnemer in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord, krijgt de marktdeelnemer die gelegenheid zo spoedig mogelijk daarna en wordt de maatregel, het besluit of het bevel onverwijld heroverwogen door de markttoezichtautoriteit.

Artikel 19

Producten die een ernstig risico vormen

1.  De markttoezichtautoriteiten waarborgen dat producten die een ernstig risico vormen uit de handel worden genomen of worden teruggeroepen, als er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om het ernstige risico weg te nemen, of dat het op de markt aanbieden ervan wordt verboden. De markttoezichtautoriteiten stellen de Commissie hiervan overeenkomstig artikel 20 onverwijld in kennis.

2.  De beslissing of een product al dan niet een ernstig risico vormt, wordt genomen op basis van een passende risicobeoordeling die rekening houdt met de aard van het gevaar en de waarschijnlijkheid dat het zich voordoet. De mogelijkheid een hoger veiligheidsniveau te bereiken en de beschikbaarheid van andere producten met een lager risico zijn geen gronden om ervan uit te gaan dat een product een ernstig risico vormt.

Artikel 20

Systeem voor snelle informatie-uitwisseling

1.  Wanneer een markttoezichtautoriteit op grond van artikel 19 een maatregel neemt of voornemens is te nemen en van mening is dat de redenen voor of de gevolgen van die maatregel verder reiken dan het grondgebied van haar lidstaat, stelt zij de Commissie overeenkomstig lid 4 van dit artikel onverwijld in kennis van die maatregel. De markttoezichtautoriteit stelt de Commissie ook onverwijld in kennis van de wijziging of intrekking van een dergelijke maatregel.

2.  Indien een product op de markt is aangeboden dat een ernstig risico vormt, stellen de markttoezichtautoriteiten de Commissie onmiddellijk in kennis van vrijwillige maatregelen die de marktdeelnemer heeft genomen en aan de markttoezichtautoriteit heeft meegedeeld.

3.  De overeenkomstig de leden 1 en 2 verstrekte informatie bevat alle beschikbare bijzonderheden, en met name de gegevens die nodig zijn voor de identificatie van het product, de oorsprong en toeleveringsketen van het product, het aan het product verbonden risico en de aard en duur van de genomen nationale maatregel en eventuele vrijwillige maatregelen door marktdeelnemers.

4.  Voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel wordt gebruikgemaakt van het Systeem voor snelle informatie-uitwisseling (Rapex) bedoeld in artikel 12 van Richtlijn 2001/95/EG. Artikel 12, leden 2, 3 en 4, van die richtlijn zijn van overeenkomstige toepassing.

5.  De Commissie voorziet in en onderhoudt een data-interface tussen Rapex en het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem, zodat wordt voorkomen dat gegevens tweemaal worden ingevoerd.

Artikel 21

Unietestfaciliteiten

1.  De Unietestfaciliteiten hebben als doel bij te dragen aan het verhogen van de laboratoriumcapaciteit, alsmede aan het waarborgen van de betrouwbaarheid en consistentie van tests in het kader van het markttoezicht binnen de Unie.

2.  Voor de toepassing van lid 1 kan de Commissie een overheidstestfaciliteit van een lidstaat aanwijzen als Unietestfaciliteit voor specifieke productcategorieën of voor specifieke risico's in verband met een productcategorie.

De Commissie kan ook een van haar eigen testfaciliteiten aanwijzen als Unietestfaciliteit voor specifieke productcategorieën of voor specifieke risico's in verband met een productcategorie, of voor producten waarvoor geen of onvoldoende testcapaciteit is.

3.   Unietestfaciliteiten zijn geaccrediteerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008.

4.  De aanwijzing van Unietestfaciliteiten doet geen afbreuk aan de vrijheid van de markttoezichtautoriteiten, het netwerk en de Commissie om testfaciliteiten te kiezen voor de doeleinden van hun activiteiten.

5.  Aangewezen Unietestfaciliteiten verlenen hun diensten uitsluitend aan markttoezichtautoriteiten, het netwerk, de Commissie en andere regerings- of intergouvernementele instanties.

6.  De Unietestfaciliteiten verrichten, binnen hun bevoegdheidsgebied, de volgende activiteiten:

a)  zij testen producten op verzoek van markttoezichtautoriteiten, het netwerk of de Commissie;

b)  zij geven op verzoek van het netwerk onafhankelijk technisch of wetenschappelijk advies;

c)  zij ontwikkelen nieuwe analysetechnieken en -methoden.

7.  De in lid 6 van dit artikel genoemde activiteiten geschieden tegen betaling en kunnen door de Unie worden gefinancierd overeenkomstig artikel 36, lid 2.

8.  Unietestfaciliteiten kunnen financiering van de Unie ontvangen overeenkomstig artikel 36, lid 2, om hun testcapaciteit te vergroten of om nieuwe testcapaciteit te creëren voor specifieke productcategorieën of voor specifieke risico's in verband met een productcategorie waarvoor geen of onvoldoende testcapaciteit is.

9.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin de procedures voor de aanwijzing van Unietestfaciliteiten nader worden bepaald. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Hoofdstuk VI

Grensoverschrijdende wederzijdse bijstand

Artikel 22

Wederzijdse bijstand

1.  Er vindt efficiënte samenwerking en informatie-uitwisseling plaats tussen de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten en tussen de markttoezichtautoriteiten en de Commissie en de bevoegde agentschappen van de Unie.

2.  Als een markttoezichtautoriteit haar onderzoek niet kan afronden doordat het voor haar onmogelijk is om bepaalde informatie te verkrijgen, ook al heeft zij alle passende inspanningen verricht om die informatie te verkrijgen, kan zij bij de markttoezichtautoriteit van een andere lidstaat waar toegang tot deze informatie kan worden afgedwongen een gemotiveerd verzoek indienen. In een dergelijk geval verstrekt de aangezochte autoriteit de verzoekende autoriteit onverwijld, en in ieder geval binnen dertig dagen, alle informatie die de aangezochte autoriteit relevant acht om vast te stellen of een product non-conform is.

3.  De aangezochte autoriteit verricht passende onderzoeken of neemt andere passende maatregelen om de gevraagde informatie te verkrijgen. Zo nodig worden deze onderzoeken met hulp van andere markttoezichtautoriteiten uitgevoerd.

4.  De verzoekende autoriteit blijft verantwoordelijk voor elk onderzoek dat zij is gestart, tenzij de aangezochte autoriteit ermee instemt de verantwoordelijkheid over te nemen.

5.  De aangezochte autoriteit kan in naar behoren gemotiveerde gevallen weigeren gevolg te geven aan een verzoek om informatie als bedoeld in lid 2 wanneer:

a)  de verzoekende autoriteit niet voldoende heeft onderbouwd dat de gevraagde informatie noodzakelijk is om non-conformiteit vast te stellen;

b)  de aangezochte autoriteit op redelijke gronden kan aantonen dat inwilliging van het verzoek de uitvoering van haar eigen activiteiten aanzienlijk zou belemmeren.

Artikel 23

Verzoeken om handhavingsmaatregelen

1.  Wanneer voor het beëindigen van non-conformiteit met betrekking tot het product maatregelen nodig zijn binnen het rechtsgebied van een andere lidstaat, en dergelijke maatregelen niet voortvloeien uit de vereisten van artikel 16, lid 7, kan een verzoekende autoriteit een behoorlijk gemotiveerd verzoek om handhavingsmaatregelen richten tot een aangezochte autoriteit in die andere lidstaat.

2.  De aangezochte autoriteit neemt met gebruikmaking van de krachtens deze verordening op haar rustende bevoegdheden onverwijld alle passende handhavingsmaatregelen die nodig zijn om een geval van non-conformiteit te beëindigen, door de in artikel 14 neergelegde bevoegdheden en eventuele uit hoofde van de nationale wetgeving aan haar verleende aanvullende bevoegdheden uit te oefenen.

3.  De aangezochte autoriteit informeert ▌de verzoekende autoriteit ▌over genomen of voorgenomen maatregelen als bedoeld in lid 2.

Een aangezochte autoriteit kan weigeren gevolg te geven aan een verzoek om handhavingsmaatregelen, in de volgende situaties:

a)  de aangezochte autoriteit stelt vast dat de verzoekende autoriteit onvoldoende informatie heeft verstrekt;

b)  de aangezochte autoriteit is van oordeel dat het verzoek in strijd is met de harmonisatiewetgeving van de Unie;

c)  de aangezochte autoriteit toont op redelijke gronden aan dat inwilliging van het verzoek de uitvoering van haar eigen activiteiten zou belemmeren.

Artikel 24

Procedure voor verzoeken om wederzijdse bijstand

1.  Alvorens een verzoek krachtens artikel 22 of artikel 23 in te dienen, spant de verzoekende autoriteit zich in om alle redelijkerwijs mogelijke onderzoeken uit te voeren.

2.  Bij de indiening van een verzoek krachtens de artikelen 22 en 23, verstrekt de verzoekende autoriteit alle beschikbare informatie om de aangezochte autoriteit in staat te stellen aan het verzoek te voldoen, waaronder al het noodzakelijke bewijsmateriaal dat alleen in de lidstaat van de verzoekende autoriteit kan worden verkregen.

3.  Voor verzoeken ▌krachtens de artikelen 22 en 23 en alle daarmee verband houdende communicatie wordt gebruikgemaakt van elektronische standaardformulieren met behulp van het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem.

4.  De communicatie tussen de betrokken markttoezichtautoriteiten verloopt rechtstreeks of via het verbindingsbureau van de betrokken lidstaten.

5.  De betrokken markttoezichtautoriteiten stellen in onderling overleg vast welke talen voor verzoeken ▌krachtens de artikelen 22 en 23 en alle daarmee verband houdende communicatie worden gebruikt.

6.  Als de betrokken markttoezichtautoriteiten geen overeenstemming bereiken over de te gebruiken talen, worden de verzoeken ▌krachtens de artikelen 22 en 23 gedaan in de officiële taal van de lidstaat van de verzoekende autoriteit en worden die verzoeken beantwoord in de officiële taal van de lidstaat van de aangezochte autoriteit. In een dergelijk geval zorgen de verzoekende autoriteit en de aangezochte autoriteit ervoor dat de verzoeken, antwoorden en andere documenten die zij van elkaar ontvangen, worden vertaald.

7.  In het kader van het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem wordt gestructureerde informatie over gevallen van wederzijdse bijstand verstrekt aan de betrokken verbindingsbureaus. Op basis van deze informatie bieden de verbindingsbureaus alle ondersteuning die nodig is om de verlening van bijstand mogelijk te maken.

Hoofdstuk VII

Producten die de markt van de Unie binnenkomen

Artikel 25

Controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen

1.  De lidstaten wijzen douaneautoriteiten, een of meer markttoezichtautoriteiten of andere autoriteiten op hun grondgebied aan als de autoriteiten die belast zijn met de controle op de producten die de markt van de Unie binnenkomen.

Elke lidstaat stelt de Commissie en de andere lidstaten via het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem in kennis van de krachtens de eerste alinea aangewezen autoriteiten en de bevoegdheidsgebieden van die autoriteiten.

2.  De krachtens lid 1 aangewezen autoriteiten moeten de vereiste bevoegdheden en middelen hebben om hun in dat lid bedoelde taken naar behoren te kunnen verrichten.

3.  Producten waarop het Unierecht van toepassing is en die onder de douaneregeling "in het vrije verkeer brengen" worden geplaatst, worden onderworpen aan controles door de krachtens lid 1 van dit artikel aangewezen autoriteiten. Zij verrichten die controles op basis van een risicoanalyse overeenkomstig de artikelen 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 952/2013, en, indien relevant, op basis van een risicogebaseerde benadering als bedoeld in artikel 11, lid 3, tweede alinea, van deze verordening.

4.  Er wordt risicogerelateerde informatie uitgewisseld tussen:

a)  de krachtens lid 1 van dit artikel aangewezen autoriteiten, overeenkomstig artikel 47, lid 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013; en

b)  de douaneautoriteiten, overeenkomstig artikel 46, lid 5, van Verordening (EU) nr. 952/2013.

Als de douaneautoriteiten op het eerste punt van binnenkomst redenen hebben om aan te nemen dat producten waarop het Unierecht van toepassing is en die hetzij in tijdelijke opslag, hetzij onder een andere douaneregeling dan "in het vrije verkeer brengen" zijn geplaatst, niet in overeenstemming zijn met het toepasselijke Unierecht of een risico vormen, zenden zij alle relevante informatie naar het bevoegde douanekantoor van bestemming.

5.  De markttoezichtautoriteiten verstrekken de krachtens lid 1 aangewezen autoriteiten informatie over de productcategorieën of de identiteit van de marktdeelnemers waarvoor een hoger non-conformiteitsrisico is vastgesteld.

6.  Uiterlijk op 31 maart van elk jaar sturen de lidstaten de Commissie gedetailleerde statistische gegevens over de controles die in het voorgaande kalenderjaar jaar door de overeenkomstig lid 1 aangewezen autoriteiten zijn uitgevoerd op producten die onder het Unierecht vallen. De statistische gegevens omvatten het aantal controles van dergelijke producten op het vlak van productveiligheid en conformiteit.

De Commissie stelt uiterlijk op 30 juni van elk jaar een verslag op met de door de lidstaten verstrekte informatie over het voorgaande kalenderjaar en een analyse van de ingediende gegevens. Het verslag wordt in het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem bekendgemaakt.

7.  Wanneer de Commissie verneemt dat producten die onder het Unierecht vallen en die uit een derde land zijn ingevoerd, ▌een ernstig risico met zich meebrengen, beveelt zij aan dat de betrokken lidstaat passende markttoezichtmaatregelen neemt.

8.  De Commissie kan, na raadpleging van het netwerk, uitvoeringshandelingen vaststellen tot vaststelling van benchmarks en technieken voor controles op basis van een gemeenschappelijke risicoanalyse op Unieniveau om een consistente handhaving van het Unierecht te waarborgen, de controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen te versterken en te zorgen dat die controles doeltreffend en uniform zijn. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

9.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen nader vast welke gegevens overeenkomstig lid 6 van onderhavig artikel moeten worden ingediend. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 26

Opschorting van het in het vrije verkeer brengen

1.  De krachtens artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten schorten het in het vrije verkeer brengen van een product op als bij de ▌controles overeenkomstig artikel 25, lid 3, wordt vastgesteld dat:

a)  het product niet vergezeld gaat van de in het toepasselijke Unierecht voorgeschreven documentatie of dat er redelijke twijfel bestaat over de echtheid, juistheid of volledigheid van de documentatie;

b)  het product niet voorzien is van de in het toepasselijke Unierecht voorgeschreven merktekens of labels;

c)  het product voorzien is van een CE-markering of een ander in het toepasselijke Unierecht voorgeschreven merkteken dat op verkeerde of misleidende wijze is aangebracht;

d)  de naam, de geregistreerde handelsnaam of het geregistreerde handelsmerk en de contactgegevens, met inbegrip van het postadres, van de marktdeelnemer met taken in verband met het product dat onder bepaalde harmonisatiewetgeving van de Unie valt, niet overeenkomstig artikel 4, lid 4, vermeld of identificeerbaar zijn; of

e)  er, om welke andere reden ook, gronden bestaan om aan te nemen dat het product niet in overeenstemming is met het toepasselijke Unierecht of een ernstig risico vormt voor de gezondheid, de veiligheid, het milieu of enig ander openbaar belang als bedoeld in artikel 1.

2.  Wanneer het in het vrije verkeer brengen van een product overeenkomstig lid 1 van dit artikel wordt opgeschort, stellen de krachtens artikel 25, lid 1 aangewezen autoriteiten de markttoezichtautoriteiten daarvan onverwijld in kennis.

3.  Wanneer de markttoezichtautoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat een product niet in overeenstemming met het toepasselijke Unierecht is zijn of een ernstig risico vormt, verzoeken zij de krachtens artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten om het proces voor het in het vrije verkeer brengen ervan op te schorten.

4.  Kennisgevingen overeenkomstig lid 2 en verzoeken overeenkomstig lid 3 van dit artikel kunnen gedaan worden door middel van het in artikel 34 bedoelde informatie- en communcatiesysteem, onder meer door gebruik te maken van elektronische interfaces tussen dit systeem en systemen die gebruikt worden door de douaneautoriteiten, indien deze beschikbaar zijn.

Artikel 27

In het vrije verkeer brengen

Wanneer het in het vrije verkeer brengen van een product overeenkomstig artikel 26 is opgeschort, wordt dat product weer in het vrije verkeer gebracht als alle andere aan het vrijgeven verbonden voorschriften en formaliteiten zijn vervuld en aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)  de markttoezichtautoriteiten hebben de krachtens artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten niet binnen vier werkdagen na de opschorting verzocht de opschorting te handhaven;

b)  de markttoezichtautoriteiten hebben de krachtens artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten geïnformeerd dat zij toestemming hebben gegeven om het product in het vrije verkeer te brengen.

Vrijgave van een product voor het vrije verkeer geldt niet als bewijs voor conformiteit van dat product met het Unierecht.

Artikel 28

Weigering om in het vrije verkeer te brengen

1.  Wanneer de markttoezichtautoriteiten concluderen dat een product een ernstig risico vormt, nemen zij maatregelen om het in de handel brengen van het product te verbieden en verlangen zij van de krachtens artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten dat zij het niet vrijgeven voor het vrije verkeer. De markttoezichtautoriteiten verlangen ook van die autoriteiten dat zij in het gegevensverwerkingssysteem van de douane en, in voorkomend geval, op de handelsfactuur die het product vergezelt en op alle andere relevante begeleidende documenten ▌de volgende vermelding aanbrengen:"

"Gevaarlijk product — het in het vrije verkeer brengen ervan is niet toegestaan — Verordening (EU) 2019/... (55)".

"

De markttoezichtautoriteiten nemen die informatie onmiddellijk op in het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem.

2.  Wanneer de markttoezichtautoriteiten concluderen dat een product niet in de handel gebracht mag worden omdat het niet aan het toepasselijke Unierecht voldoet, nemen zij maatregelen om het in de handel brengen van het product te verbieden en verlangen zij van de krachtens artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten dat zij het niet vrijgeven voor het vrije verkeer. De markttoezichtautoriteiten verlangen ook van die autoriteiten dat zij in het gegevensverwerkingssysteem van de douane en, in voorkomend geval, op de handelsfactuur die het product vergezelt en op alle andere relevante begeleidende documenten ▌de volgende vermelding aanbrengen:"

"Niet-conform product — het in het vrije verkeer brengen ervan is niet toegestaan — Verordening (EU) 2019/... (56)."

"

De markttoezichtautoriteiten nemen die informatie onmiddellijk op in het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem.

3.  Indien een product als bedoeld in lid 1 of 2 vervolgens voor een andere douaneregeling dan het in het vrije verkeer brengen wordt aangegeven en indien de markttoezichtautoriteiten zich daartegen niet verzetten, worden de in lid 1 of 2 bedoelde vermeldingen eveneens, onder dezelfde voorwaarden als voorgeschreven in lid 1 of 2, in de voor die douaneregeling dienende documenten aangebracht.

4.  De krachtens artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten mogen, wanneer zij dat noodzakelijk en evenredig achten, een product dat een risico voor de gezondheid en veiligheid van de eindgebruikers vormt, vernietigen of op een andere manier onbruikbaar maken. De kosten van een dergelijke maatregel komen ten laste van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het product aangeeft voor het vrije verkeer.

De artikelen 197 en 198 ▌van Verordening (EU) nr. 952/2013 zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk VIII

Gecoördineerde handhaving en internationale samenwerking

Artikel 29

Unienetwerk voor productconformiteit

1.   Hierbij wordt een Unienetwerk voor productconformiteit (hierna "het netwerk" genoemd) opgericht.

2.  Het netwerk dient als platform voor de gestructureerde coördinatie en samenwerking tussen de handhavingsautoriteiten van de lidstaten en de Commissie en om de praktijken op het gebied van markttoezicht in de Unie te stroomlijnen om het markttoezicht zodoende doeltreffender te maken.

Artikel 30

Samenstelling en werking van het netwerk

1.  Het netwerk bestaat uit vertegenwoordigers van elke lidstaat, waaronder een vertegenwoordiger van elk in artikel 10 bedoeld verbindingsbureau en eventueel een nationale deskundige, de voorzitters van de ADCO'S, en vertegenwoordigers van de Commissie.

2.  Er worden afzonderlijke of gezamenlijke ADCO's opgericht voor de uniforme toepassing van de harmonisatiewetgeving van de Unie. ADCO’s bestaan uit vertegenwoordigers van de nationale markttoezichtautoriteiten en, indien relevant, vertegenwoordigers van de verbindingsbureaus.

Vergaderingen van ADCO's zijn uitsluitend bestemd voor vertegenwoordigers van markttoezichtautoriteiten en de Commissie.

Relevante belanghebbenden, zoals organisaties die op Unieniveau de belangen behartigen van het bedrijfsleven, kleine en middelgrote ondernemingen, consumenten, testlaboratoria, normalisatie-instellingen en conformiteitsbeoordelingsinstanties kunnen, naargelang het onderwerp dat wordt besproken, voor vergaderingen van ADCO's worden uitgenodigd.

3.  De Commissie ondersteunt en stimuleert samenwerking tussen markttoezichtautoriteiten via het netwerk en neemt deel aan de vergaderingen van het netwerk, van subgroepen daarvan en aan de ADCO's.

4.  Het netwerk vergadert regelmatig en, indien noodzakelijk, op gemotiveerd verzoek van de Commissie of een lidstaat.

5.  Het netwerk kan permanente of tijdelijke subgroepen oprichten die zich bezighouden met specifieke vragen en taken.

6.  Het netwerk kan deskundigen en andere derde partijen, waaronder de organisaties die de belangen van het bedrijfsleven, kleine en middelgrote ondernemingen, consumenten, testlaboratoria, normalisatie- en conformiteitsbeoordelingsinstanties op Unieniveau vertegenwoordigen, uitnodigen om vergaderingen als waarnemer bij te wonen of schriftelijke bijdragen in te dienen.

7.  Het netwerk stelt alles in het werk om tot consensus te komen. Besluiten die door het netwerk worden genomen zijn juridisch niet-bindende aanbevelingen.

8.  Het netwerk stelt zijn eigen reglement van orde vast.

Artikel 31

Rol en taken van het netwerk

1.  Bij de uitvoering van de in lid 2 bedoelde taken besteedt het netwerk aandacht aan algemene horizontale kwesties op het gebied van markttoezicht, om de samenwerking tussen de verbindingsbureaus en de Commissie te vergemakkelijken.

2.  Het netwerk heeft de volgende taken:

a)  het voorbereiden, vaststellen en monitoren van de uitvoering van zijn werkprogramma;

b)  het faciliteren van de vaststelling van gezamenlijke prioriteiten voor markttoezichtactiviteiten en de sectoroverschrijdende uitwisseling van informatie over productevaluaties, met inbegrip van risicobeoordeling, testmethodes en ‑resultaten, recente wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe technologieën, nieuwe risico's en andere aspecten die voor de controleactiviteiten van belang zijn, en over de tenuitvoerlegging van nationale markttoezichtstrategieën en ‑activiteiten;

c)  zorgen voor de coördinatie tussen ADCO's en hun activiteiten;

d)  het organiseren van sectoroverschrijdend gezamenlijk markttoezicht en testprojecten, en het vaststellen van de prioriteiten daarvan;

e)  het uitwisselen van deskundigheid en beste praktijken, met name betreffende de uitvoering van nationale markttoezichtstrategieën;

f)  het faciliteren van de organisatie van opleidingsprogramma's en uitwisselingen van personeel;

g)  het organiseren, in samenwerking met de Commissie, van voorlichtingscampagnes en programma's voor wederzijdse bezoeken van markttoezichtautoriteiten op vrijwillige basis;

h)  het bespreken van kwesties die voortvloeien uit het mechanisme voor grensoverschrijdende wederzijdse bijstand;

i)  bijdragen tot de ontwikkeling van richtsnoeren om te waarborgen dat deze verordening op doeltreffende en uniforme wijze wordt toegepast;

j)  voorstellen doen voor financiering van activiteiten als bedoeld in artikel 36;

k)  bijdragen aan de ontwikkeling van uniforme administratieve praktijken in verband met markttoezicht in de lidstaten;

l)  het adviseren en ondersteunen van de Commissie bij aangelegenheden in verband met de verdere ontwikkeling van Rapex en het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem;

m)  het bevorderen van de samenwerking en de uitwisseling van deskundigheid en beste praktijken tussen markttoezichtautoriteiten en autoriteiten die belast zijn met de controle aan de buitengrenzen van de Unie;

n)  het bevorderen en faciliteren van de samenwerking met andere relevante netwerken en groepen, om mogelijkheden te onderzoeken voor het gebruik van nieuwe technologieën ten behoeve van het markttoezicht en de traceerbaarheid van producten;

o)  het op gezette tijden evalueren van de nationale markttoezichtstrategieën, waarbij de eerste evaluatie uiterlijk plaatsvindt ... [5 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening];

p)  het opnemen van eventuele andere kwesties in verband met de onder de bevoegdheid van het netwerk vallende activiteiten, teneinde een bijdrage te leveren aan de doeltreffende werking van het markttoezicht binnen de Unie.

Artikel 32

Rol en taken van administratievesamenwerkingsgroepen

1.  Bij de uitvoering van de in lid 2 bedoelde taken besteden ADCO's aandacht aan specifieke aangelegenheden op het gebied van markttoezicht en aan sectorspecifieke kwesties.

2.  ADCO's hebben de volgende taken:

a)  het vergemakkelijken van de uniforme toepassing van de harmonisatiewetgeving van de Unie binnen hun bevoegdheidsgebied, om de doeltreffendheid van het markttoezicht op de hele interne markt te vergroten;

b)  het bevorderen van de communicatie tussen markttoezichtautoriteiten en het netwerk, en het opbouwen van wederzijds vertrouwen tussen markttoezichtautoriteiten;

c)  het vaststellen en coördineren van gezamenlijke projecten, zoals grensoverschrijdende gezamenlijke markttoezichtactiviteiten;

d)  het ontwikkelen van gemeenschappelijke praktijken en methoden voor doeltreffend markttoezicht;

e)  het informeren van elkaar over nationale methoden en activiteiten voor markttoezicht en het ontwikkelen en bevorderen van beste praktijken;

f)  het in kaart brengen van kwesties van gemeenschappelijk belang op het gebied van markttoezicht en het voorstellen van mogelijke gezamenlijke benaderingen;

g)  het faciliteren van sectorspecifieke evaluaties van producten, waaronder risicobeoordeling, testmethoden en -resultaten, recente wetenschappelijke ontwikkelingen en andere aspecten die voor controleactiviteiten van belang zijn.

Artikel 33

Rol en taken van de Commissie

1.  De Commissie heeft de volgende taken:

a)  het bijstaan van het netwerk, de subgroepen ervan en de ADCO's door middel van een uitvoerend secretariaat dat technische en logistieke ondersteuning biedt;

b)  het bijhouden van een actuele lijst van ADCO-voorzitters en hun contactgegevens en het beschikbaar stellen van deze lijst aan de verbindingsbureaus en de ADCO-voorzitters;

c)  het ondersteunen van het netwerk bij het opstellen en monitoren van zijn werkprogramma;

d)  het ondersteunen van de werking van de ▌productcontactpunten die door de lidstaten belast zijn met taken die verband houden met de harmonisatiewetgeving van de Unie;

e)  het bepalen, in overleg met het netwerk, van de noodzaak van uitbreiding van de testcapaciteit en het voorstellen van oplossingen in dit kader overeenkomstig artikel 21;

f)  het toepassen van de in artikel 35 bedoelde instrumenten voor internationale samenwerking;

g)  het bieden van ondersteuning bij de oprichting van afzonderlijke of gezamenlijke ADCO's;

h)  het ontwikkelen en onderhouden van het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem, met inbegrip van de in artikel 34, lid 7, bedoelde interface en de interface met nationale databanken voor markttoezicht, en het verstrekken van informatie aan het publiek via dat systeem;

i)  het ondersteunen van het netwerk bij de uitvoering van voorbereidende of aanvullende werkzaamheden in verband met de uitvoering van markttoezichtactiviteiten in het kader van de toepassing van de harmonisatiewetgeving van de Unie, zoals studies, programma's, evaluaties, ▌vergelijkende analyses, gezamenlijke wederzijdse bezoeken en bezoekprogramma's, uitwisseling van personeel, onderzoek, ▌laboratoriumwerkzaamheden, bekwaamheidstests, interlaboratoriumtests en conformiteitsbeoordelingswerkzaamheden ▌;

j)  het voorbereiden en ondersteunen van de uitvoering van markttoezichtcampagnes van de Unie en gelijksoortige activiteiten;

k)  het organiseren van gezamenlijke markttoezichts- en testprojecten en gezamenlijke opleidingsprogramma's om de uitwisseling van personeel tussen markttoezichtautoriteiten te bevorderen en, indien relevant, met markttoezichtautoriteiten van derde landen of met internationale organisaties, en het organiseren van voorlichtingscampagnes en programma's voor wederzijdse bezoeken van markttoezichtautoriteiten op vrijwillige basis;

l)  het uitvoeren van activiteiten in het kader van programma's voor technische bijstand, het samenwerken met derde landen en het bevorderen en versterken van het beleid en de systemen van de Unie voor markttoezicht bij belanghebbenden in de Unie en op internationaal niveau;

m)  het faciliteren van technische of wetenschappelijke expertise ten behoeve van de uitvoering van de administratieve samenwerking inzake markttoezicht;

n)  het onderzoeken, ▌op verzoek van het netwerk of op eigen initiatief, van vragen in verband met de toepassing van deze verordening, en het vaststellen van richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken om een consistente toepassing van deze verordening aan te moedigen ▌.

Artikel 34

Informatie- en communicatiesysteem

1.  De Commissie zorgt voor de verdere ontwikkeling en het onderhoud van een informatie- en communicatiesysteem voor de gestructureerde verzameling, verwerking en opslag van informatie over kwesties met betrekking tot de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie, om de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten te verbeteren, onder meer met het oog op verzoeken om informatie, waarbij een omvattend overzicht wordt gegeven van markttoezichtactiviteiten, -resultaten en -ontwikkelingen. De Commissie, de markttoezichtautoriteiten, de verbindingsbureaus en de overeenkomstig artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten hebben toegang tot dat systeem. De Commissie ontwikkelt en onderhoudt de openbare gebruikersinterface van dit systeem, dat eindgebruikers belangrijke informatie biedt over markttoezichtactiviteiten.

2.  Daarnaast ontwikkelt de Commissie verder elektronische interfaces tussen het in lid 1 bedoelde systeem en nationale markttoezichtsystemen en onderhoudt deze interfaces.

3.  De verbindingsbureaus nemen de volgende informatie op in het informatie- en communicatiesysteem:

a)  de identiteit van de markttoezichtautoriteiten in hun lidstaat en de bevoegdheidsgebieden van die autoriteiten, overeenkomstig artikel 10, lid 2;

b)  de identiteit van de overeenkomstig artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten;

c)  de door hun lidstaat overeenkomstig artikel 13 opgestelde nationale markttoezichtstrategie en de resultaten van de evaluatie en beoordeling van de markttoezichtstrategie.

4.  De markttoezichtautoriteiten nemen in het informatie- en communicatiesysteem informatie op ▌met betrekking tot producten die op hun grondgebied op de markt worden aangeboden en waarbij een grondige conformiteitscontrole heeft plaatsgevonden, onverminderd artikel 12 van Richtlijn 2001/95/EG en artikel 20 van deze verordening, en, in voorkomend geval, met betrekking tot producten die op hun grondgebied de markt van de Unie binnenkomen en waarvoor het proces van het in het vrije verkeer brengen overeenkomstig artikel 26 van deze verordening is opgeschort, betreffende:

a)  maatregelen die overeenkomstig artikel 16, lid 5, genomen zijn door die markttoezichtautoriteit;

b)  rapporten van tests die door hen zijn uitgevoerd;

c)  corrigerende maatregelen die genomen zijn door de betrokken marktdeelnemers;

d)  gemakkelijk beschikbare rapporten over lichamelijk letsel veroorzaakt door het product in kwestie;

e)  elk bezwaar dat gemaakt is door een lidstaat overeenkomstig de toepasselijke vrijwaringsprocedure in de op het product toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie en het eventuele vervolg dat daaraan wordt gegeven;

f)  indien beschikbaar, niet-naleving van artikel 5, lid 2, door gemachtigden;

g)  indien beschikbaar, niet-naleving van artikel 5, lid 1, door fabrikanten.

5.  Indien zij dit nuttig achten, kunnen markttoezichtautoriteiten alle aanvullende informatie die verband houdt met de door hen uitgevoerde controles en alle resultaten van door henzelf of in opdracht van hen uitgevoerde tests in het informatie- en communicatiesysteem opnemen.

6.  Wanneer het van belang is voor de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie en voor het beperken van risico's ▌, halen de douaneautoriteiten met de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie verband houdende informatie over producten die onder de douaneregeling "in het vrije verkeer brengen" worden geplaatst uit de nationale douanesystemen, en sturen zij die informatie naar het informatie- en communicatiesysteem.

7.  De Commissie ontwikkelt een elektronische interface waarmee gegevens kunnen worden overgedragen tussen nationale douanesystemen en het informatie- en communicatiesysteem. Deze interface wordt uiterlijk vier jaar na de datum van vaststelling van de in lid 8 bedoelde uitvoeringshandeling in gebruik genomen.

8.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarbij de bijzonderheden van de uitvoeringsregelingen voor de leden 1 tot en met 7 van dit artikel nader worden bepaald, met name inzake de verwerking van de overeenkomstig lid 1 van dit artikel verzamelde gegevens, alsook de overeenkomstig de leden 6 en 7 van dit artikel over te dragen gegevens. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 35

Internationale samenwerking

1.  Om de doeltreffendheid van het markttoezicht in de Unie te verbeteren kan de Commissie in het kader van overeenkomsten die zijn gesloten tussen de Unie en derde landen of internationale organisaties samenwerken met en informatie in verband met markttoezicht uitwisselen met regelgevende autoriteiten van derde landen of met internationale organisaties. Dergelijke overeenkomsten zijn gebaseerd op wederkerigheid, omvatten bepalingen inzake vertrouwelijkheid die gelijkwaardig zijn aan die welke in de Unie van toepassing zijn en waarborgen dat elke uitwisseling van informatie in overeenstemming is met de toepasselijke Uniewetgeving.

2.  ▌De samenwerking of uitwisseling van informatie kan onder meer betrekking hebben op:

a)  de gebruikte risicobeoordelingsmethoden en de resultaten van producttests;

b)  gecoördineerde terugroepacties voor producten of andere vergelijkbare acties;

c)  de maatregelen die markttoezichtautoriteiten krachtens artikel 16 nemen.

3.  De Commissie kan een specifiek systeem van productcontroles vóór uitvoer goedkeuren, waarbij de producten onmiddellijk voorafgaand aan de uitvoer naar de Unie door een derde land worden gecontroleerd om na te gaan of aan de voorschriften van de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie wordt voldaan. De goedkeuring kan worden verleend voor een of meer producten, voor een of meer productcategorieën of voor producten of productcategorieën die door bepaalde fabrikanten zijn vervaardigd.

4.  De Commissie stelt een lijst op van producten of productcategorieën waarvoor goedkeuring is verleend als bedoeld in lid 3, houdt deze lijst bij en maakt haar openbaar.

5.  De in lid 3 bedoelde goedkeuring kan alleen aan een derde land worden verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)  het derde land beschikt over een efficiënt controlesysteem waarmee de conformiteit van producten die naar de Unie worden geëxporteerd wordt nagegaan, en de in dat derde land uitgevoerde controles zijn voldoende doeltreffend en efficiënt om importcontroles te vervangen of de frequentie ervan te verlagen;

b)  uit in de Unie en, in voorkomend geval, in het derde land uitgevoerde audits blijkt dat de uit dat derde land naar de Unie uitgevoerde producten voldoen aan de voorschriften van de harmonisatiewetgeving van de Unie.

6.  Wanneer een dergelijke goedkeuring is verleend, omvat de risicobeoordeling die wordt toegepast op de invoercontroles op de in lid 3 bedoelde producten of productcategorieën die de markt van de Unie binnenkomen de verleende goedkeuringen.

De overeenkomstig artikel 25, lid 1, aangewezen autoriteiten kunnen echter controles op die producten of productcategorieën die de markt van de Unie binnenkomen verrichten, onder meer om te waarborgen dat de door het derde land uitgevoerde controles vóór uitvoer doeltreffend zijn om te toetsen of de harmonisatiewetgeving van de Unie wordt nageleefd.

7.  Bij de in lid 3 bedoelde goedkeuring wordt aangegeven welke bevoegde autoriteit van het derde land verantwoordelijk is voor de uitvoering van de controles vóór uitvoer en die bevoegde autoriteit is de gesprekspartner voor alle contacten met de Unie.

8.  De in lid 7 bedoelde bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat de producten voordat zij in de Unie binnenkomen, officieel zijn geverifieerd.

9.  Wanneer de in lid 3 van dit artikel bedoelde controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen uitwijzen dat producten significant non-conform zijn, stellen de markttoezichtautoriteiten de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis via het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem en passen zij het controleniveau voor die producten aan.

10.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast ter goedkeuring van elk specifiek systeem van productcontroles vóór uitvoer als bedoeld in lid 3 van dit artikel. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

11.  De Commissie monitort regelmatig de correcte werking van de op grond van lid 3 van dit artikel verleende goedkeuring. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarbij zij die goedkeuring intrekt als blijkt dat de producten die de markt van de Unie binnenkomen, in een significant aantal gevallen niet voldoen aan de harmonisatiewetgeving van de Unie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie stelt het betrokken derde land onmiddellijk daarvan in kennis.

12.  Het systeem van productcontroles vóór uitvoer wordt overeenkomstig artikel 42, lid 4, geëvalueerd.

Hoofdstuk IX

Financiële bepalingen

Artikel 36

Financiering van activiteiten

1.  De Unie financiert de uitvoering van de in artikel 31 bedoelde taken van het netwerk, alsmede de in artikel 12 bedoelde collegiale toetsing.

2.  De Unie kan de volgende activiteiten in verband met de toepassing van deze verordening financieren:

a)  de werking van de ▌productcontactpunten;

b)  de oprichting en de werking van de in artikel 21 bedoelde Unietestfaciliteiten;

c)  de ontwikkeling van de in artikel 35 bedoelde instrumenten voor internationale samenwerking;

d)  het opstellen en het bijwerken van bijdragen aan richtsnoeren op het gebied van markttoezicht;

e)  de beschikbaarstelling van technische of wetenschappelijke expertise aan de Commissie om haar bij te staan bij de implementatie van de administratieve samenwerking inzake markttoezicht;

f)  de uitvoering van de in artikel 13 bedoelde nationale strategieën voor markttoezicht;

g)   markttoezichtcampagnes van de lidstaten en de Unie en daarmee samenhangende activiteiten, inclusief middelen en uitrusting, IT-instrumenten en opleiding;

h)  de uitvoering van voorbereidende of aanvullende werkzaamheden in verband met de markttoezichtactiviteiten in verband met de toepassing van de harmonisatiewetgeving van de Unie, zoals studies, programma's, evaluaties, richtsnoeren, vergelijkende analyses, gezamenlijke bezoeken en bezoekprogramma's, uitwisseling van personeel, onderzoek, opleiding, laboratoriumwerkzaamheden, bekwaamheidstests, interlaboratoriumtests en conformiteitsbeoordelingswerkzaamheden;

i)  activiteiten die worden uitgevoerd krachtens programma's voor technische bijstand, samenwerking met derde landen en bevordering en versterking van het beleid en de systemen van de Unie voor markttoezicht bij belanghebbenden in de Unie en op internationaal niveau.

3.  De Unie financiert de in artikel 34, lid 7, bedoelde elektronische interface, met inbegrip van de ontwikkeling van een functie die het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem in staat moet stellen om automatische elektronischegegevensstromen van de nationale douanesystemen te ontvangen. ▌

4.  De Unie financiert de in artikel 34, lid 2, bedoelde elektronische interfaces voor de uitwisseling van gegevens tussen het in artikel 34 bedoelde informatie- en communicatiesysteem en de nationale systemen voor markttoezicht.

5.  De financiële bijstand van de Unie met betrekking tot de activiteiten ter ondersteuning van deze verordening wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(57), waarbij de bijstand hetzij op directe wijze wordt verleend, hetzij wordt verleend door taken tot uitvoering van de begroting toe te vertrouwen aan de in artikel 62, lid 1, punt c), van die verordening vermelde entiteiten.

6.  De kredieten voor de in deze verordening bedoelde activiteiten worden jaarlijks door de begrotingsautoriteit binnen de grenzen van het geldende financieel kader vastgesteld.

7.  De door de begrotingsautoriteit voor de financiering van markttoezichtactiviteiten vastgestelde kredieten kunnen ook uitgaven dekken die betrekking hebben op voorbereidende werkzaamheden en activiteiten op het gebied van toezicht, controle, audit en evaluatie die nodig zijn voor het beheer van de in deze verordening beschreven activiteiten en de verwezenlijking van de betrokken doelstellingen. Die uitgaven omvatten de kosten van de uitvoering van studies, de organisatie van vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatieactiviteiten, waaronder institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie voor zover die verband houden met de algemene doelstellingen van markttoezichtactiviteiten, uitgaven die betrekking hebben op IT-netwerken die gericht zijn op informatieverwerking en -uitwisseling, en alle andere uitgaven voor technische en administratieve ondersteuning die de Commissie doet.

Artikel 37

Bescherming van de financiële belangen van de Unie

1.  De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde activiteiten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, de uitvoering van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, de terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, zo nodig, de oplegging van doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties.

2.  De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of verificaties ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van deze verordening middelen van de Unie hebben ontvangen.

3.  Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan onderzoeken uitvoeren ─ waaronder controles en inspecties ter plaatse ─ overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(58) en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(59) om vast te stellen of er bij een subsidieovereenkomst of -besluit of bij een uit hoofde van deze verordening gefinancierd contract sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad.

4.  Onverminderd de leden 1, 2 en 3 bevatten de samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en met internationale organisaties, contracten en subsidieovereenkomsten en -besluiten die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening, bepalingen die de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid geven dergelijke audits en onderzoeken binnen hun respectieve bevoegdheden te verrichten.

Hoofdstuk X

Wijzigingen

Artikel 38

Wijziging van Richtlijn 2004/42/EG

De artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2004/42/EG van het Europees Parlement en de Raad(60) worden geschrapt.

Artikel 39

Wijziging van Verordening (EG) nr. 765/2008

1.  Verordening (EG) nr. 765/2008 wordt gewijzigd als volgt:

1)  de titel wordt vervangen door:"

“Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93”

"

2)  in artikel 1, worden de leden 2 en 3 geschrapt;

3)  in artikel 2, worden de punten 1, 2, 14, 15, 17, 18 en 19 geschrapt;

4)  hoofdstuk III, houdende de artikelen 15 tot en met 29, wordt geschrapt;

5)  lid 1 van artikel 32 wordt gewijzigd als volgt:

a)  punt c) wordt vervangen door:"

“c de opstelling en bijwerking van bijdragen aan richtsnoeren op het gebied van accreditatie, aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties bij de Commissie en conformiteitsbeoordeling”;

"

b)  de punten d) en e) worden geschrapt;

c)  de punten f) en g) worden vervangen door:"

“f) de verrichting van voorbereidende of aanvullende activiteiten in verband met de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, metrologie en accreditatie in verband met de tenuitvoerlegging van Gemeenschapswetgeving, zoals studies, programma's, evaluaties, richtsnoeren, vergelijkende analysen, gezamenlijke bezoeken, onderzoek, ontwikkeling en onderhoud van databanken, opleiding, laboratoriumwerkzaamheden, bekwaamheidstests, interlaboratoriumtests en conformiteitsbeoordelingswerkzaamheden;

   g) activiteiten uitgevoerd krachtens programma's voor technische bijstand, samenwerking met derde landen en bevordering en opwaardering van het Europese beleid en de Europese systemen voor conformiteitsbeoordeling en accreditatie bij belanghebbenden in de Gemeenschap en op internationaal niveau.”.

"

2.  Verwijzingen naar de geschrapte bepalingen van Verordening (EG) nr. 765/2008 gelden als verwijzingen naar de bepalingen van onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III bij deze verordening.

Artikel 40

Wijziging van Verordening (EU) nr. 305/2011

In artikel 56, lid 1, van Verordening (EU) nr. 305/2011 wordt de eerste alinea vervangen door:"

“1. Indien de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een bouwproduct dat onder een geharmoniseerde norm valt of waarvoor een Europese technische beoordeling is verstrekt, de aangegeven prestatie niet haalt en een risico vormt voor de naleving van de fundamentele eisen voor bouwwerken van deze verordening, voeren zij een beoordeling van het betrokken product uit in het licht van in deze verordening vastgestelde betrokken voorschriften. De desbetreffende marktdeelnemers werken zo nodig samen met de markttoezichtautoriteiten.”.

"

1.  De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening en van de in bijlage II opgenomen harmonisatiewetgeving van de Unie ▌die verplichtingen voor marktdeelnemers inhouden, ▌en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties overeenkomstig het nationale recht worden uitgevoerd.

2.  De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

3.   De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op ... [27 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] van die bepalingen ▌in kennis, voor zover deze nog niet eerder aan de Commissie zijn meegedeeld, en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mee.

Hoofdstuk XI

SlotbepalingenArtikel 41

Sancties

Artikel 42

Evaluatie, herziening en richtsnoeren

1.   Uiterlijk op 31 december 2026, en vervolgens om de vijf jaar, verricht de Commissie een evaluatie van deze verordening in het licht van de beoogde doelstellingen en brengt zij verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over de belangrijkste bevindingen.

2.  In het verslag wordt beoordeeld of de doelstellingen van deze verordening zijn verwezenlijkt, waarbij in het bijzonder wordt nagegaan of het aantal non-conforme producten op de markt van de Unie is afgenomen, of de harmonisatiewetgeving van de Unie binnen de Unie doeltreffend en efficiënt is gehandhaafd, of de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten is verbeterd en of de controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen zijn versterkt, waarbij tegelijkertijd rekening wordt gehouden met het effect op het bedrijfsleven en met name op kleine en middelgrote ondernemingen. In de evaluatie worden ook het toepassingsgebied van deze verordening en de doeltreffendheid van het systeem van collegiale toetsing en van de door de Unie gefinancierde markttoezichtactiviteiten in het licht van de vereisten van het beleid en het recht van de Unie beoordeeld, alsmede de mogelijkheden voor verdere verbetering van de samenwerking tussen de markttoezichtautoriteiten en de douaneautoriteiten.

3.  Uiterlijk ... [vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie een evaluatieverslag op over de tenuitvoerlegging van artikel 4. In dit verslag wordt met name aandacht besteed aan dat artikel, de effecten ervan en de kosten en baten ervan. Dat verslag gaat, in voorkomend geval, vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

4.  Binnen vier jaar na de eerste goedkeuring van een specifiek systeem van productcontroles vóór uitvoer als bedoeld in artikel 35, lid 3, evalueert de Commissie de effecten en kostenefficiëntie ervan.

5.  Om de tenuitvoerlegging van deze verordening te vergemakkelijken stelt de Commissie ten behoeve van markttoezichtautoriteiten en marktdeelnemers richtsnoeren op voor de praktische toepassing van artikel 4 .

Artikel 43

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling met betrekking tot de uitvoeringsbevoegdheden bedoeld in artikel 11, lid 4, artikel 21, lid 9, artikel 25, lid 8, artikel 35, lid 10, en artikel 35, lid 11, van deze Verordening niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 44

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van ... [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De artikelen 29, 30, 31, 32, 33 en 36 zijn evenwel van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te …,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE I

Lijst van harmonisatiewetgeving van de Unie

1.  Richtlijn 69/493/EEG van de Raad van 15 december 1969 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake kristalglas (PB L 326 van 29.12.1969, blz. 36);

2.  Richtlijn 70/157/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (PB L 42 van 23.2.1970, blz. 16);

3.  Richtlijn 75/107/EEG van de Raad van 19 december 1974 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake flessen, gebruikt als tapmaat (PB L 42 van 15.2.1975, blz. 14);

4.  Richtlijn 75/324/EEG van de Raad van 20 mei 1975 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende aërosols (PB L 147 van 9.6.1975, blz. 40);

5.  Richtlijn 76/211/EEG van de Raad van 20 januari 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het voorverpakken naar gewicht of volume van bepaalde producten in voorverpakkingen (PB L 46 van 21.2.1976, blz. 1);

6.  Richtlijn 80/181/EEG van de Raad van 20 december 1979 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten op het gebied van de meeteenheden, en tot intrekking van Richtlijn 71/354/EEG (PB L 39 van 15.2.1980, blz. 40);

7.  Richtlijn 92/42/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels (PB L 167 van 22.6.1992, blz. 17);

8.  Richtlijn 94/11/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de etikettering van de in de belangrijkste onderdelen van voor de verbruiker bestemd schoeisel gebruikte materialen (PB L 100 van 19.4.1994, blz. 37);

9.  Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10);

10.  Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad (PB L 350 van 28.12.1998, blz. 58);

11.  Richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek (PB L 331, 7.12.1998, blz. 1);12. Richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis (PB L 162 van 3.7.2000, blz. 1);

13.  Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PB L 269 van 21.10.2000, blz. 34);

14.  Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1);

15.  Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia (PB L 104 van 8.4.2004, blz. 1);

16.  Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 7);

17.  Richtlijn 2004/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen, en tot wijziging van Richtlijn 1999/13/EG (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 87);

18.  Richtlijn 2005/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen inzake herbruikbaarheid, recyclebaarheid en mogelijke nuttige toepassing, en tot wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PB L 310 van 25.11.2005, blz. 10);

18.  Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 24);

20.  Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PB L 161 van 14.6.2006, blz. 12);

21.  Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG (PB L 266 van 26.9.2006, blz. 1);

22.  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1);

23.  Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1);

24.  Richtlijn 2007/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van regels betreffende nominale hoeveelheden voor voorverpakte producten, tot intrekking van de Richtlijnen 75/106/EEG en 80/232/EEG van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 76/211/EEG van de Raad (PB L 247 van 21.9.2007, blz. 17);

25.  Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1);

26.  Verordening (EG) nr. 78/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van Richtlijn 2003/102/EG en Richtlijn 2005/66/EG (PB L 35 van 4.2.2009, blz. 1);

27.  Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 35 van 4.2.2009, blz. 32);

28.  Richtlijn 2009/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende voor meetmiddelen en metrologische controlemethoden geldende algemene bepalingen (PB L 106 van 28.4.2009, blz. 7);

29.  Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1);

30.  Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (PB L 188 van 18.7.2009, blz. 1);

31.  Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1);

32.  Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10);

33.  Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (PB L 286 van 31.10.2009, blz. 1);

34.  Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 46);

35.  Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59);

36.  Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (PB L 27 van 30.1.2010, blz. 1);

37.  Richtlijn 2010/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2010 betreffende vervoerbare drukapparatuur en houdende intrekking van Richtlijnen 76/767/EEG, 84/525/EEG, 84/526/EEG, 84/527/EEG en 1999/36/EG van de Raad (PB L 165 van 30.6.2010, blz. 1);

38.  Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5);

39.  Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 88);

40.  Verordening (EU) nr. 1007/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2011 betreffende textielvezelbenamingen en de desbetreffende etikettering en merking van de vezelsamenstelling van textielproducten, en houdende intrekking van Richtlijn 73/44/EEG van de Raad en Richtlijnen 96/73/EG en 2008/121/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 272 van 18.10.2011, blz. 1);

41.  Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1);

42.  Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 38);

43.  Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 1);

44.  Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52);

45.  Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 27);

46.  Richtlijn 2013/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 betreffende pleziervaartuigen en waterscooters en tot intrekking van Richtlijn 94/25/EG (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 90);

47.  Richtlijn 2014/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 1);

48.  Richtlijn 2014/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukvaten van eenvoudige vorm (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 45);

49.  Richtlijn 2014/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 79);

50.  Richtlijn 2014/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van niet-automatische weegwerktuigen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 107);

51.  Richtlijn 2014/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van meetinstrumenten (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 149);

52.  Richtlijn 2014/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake liften en veiligheidscomponenten voor liften (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 251);

53.  Richtlijn 2014/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 309);

54.  Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 357);

55.  Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 1);

56.  Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62);

57.  Richtlijn 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 164);

58.  Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van Richtlijn 96/98/EG van de Raad (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 146);

59.  Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 195);

60.  Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende het geluidsniveau van motorvoertuigen en vervangende geluidsdempingssystemen, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 131);

61.  Verordening (EU) 2016/424 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende kabelbaaninstallaties en tot intrekking van Richtlijn 2000/9/EG (PB L 81 van 31.3.2016, blz. 1);

62.  Verordening (EU) 2016/425 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 89/686/EEG van de Raad (PB L 81 van 31.3.2016, blz. 51);

63.  Verordening (EU) 2016/426 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende gasverbrandingstoestellen en tot intrekking van Richtlijn 2009/142/EG (PB L 81 van 31.3.2016, blz. 99);

64.  Verordening (EU) 2016/1628 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 inzake voorschriften met betrekking tot emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1024/2012 en (EU) nr. 167/2013, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn 97/68/EG (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 53);

65.  Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 1);

66.  Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en tot intrekking van Richtlijn 98/79/EG en Besluit 2010/227/EU van de Commissie (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 176);

67.  Verordening (EU) 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008 (PB L 137 van 24.5.2017, blz. 1);

68.  Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 1);

69.  Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1);

70.  Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1), voor zover het gaat om het ontwerp, de productie en het in de handel brengen van luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a) en b), wat betreft onbemande luchtvaartuigen, en hun motoren, propellers, onderdelen en apparatuur om het luchtvaartuig op afstand te bedienen.

BIJLAGE II

Lijst van harmonisatiewetgeving van de Unie zonder bepalingen inzake sancties

1.  Richtlijn 69/493/EEG van de Raad van 15 december 1969 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake kristalglas (PB L 326 van 29.12.1969, blz. 36);

2.  Richtlijn 70/157/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (PB L 42 van 23.2.1970, blz. 16);

3.  Richtlijn 75/107/EEG van de Raad van 19 december 1974 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake flessen, gebruikt als tapmaat (PB L 42 van 15.2.1975, blz. 14);

4.  Richtlijn 75/324/EEG van de Raad van 20 mei 1975 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende aërosols (PB L 147 van 9.6.1975, blz. 40);

5.  Richtlijn 76/211/EEG van de Raad van 20 januari 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het voorverpakken naar gewicht of volume van bepaalde producten in voorverpakkingen (PB L 46 van 21.2.1976, blz. 1);

6.  Richtlijn 92/42/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels (PB L 167 van 22.6.1992, blz. 17);

7.  Richtlijn 94/11/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de etikettering van de in de belangrijkste onderdelen van voor de verbruiker bestemd schoeisel gebruikte materialen (PB L 100 van 19.4.1994, blz. 37);

8.  Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10);

9.  Richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis (PB L 162 van 3.7.2000, blz. 1);

10.  Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PB L 269 van 21.10.2000, blz. 34);

11.  Richtlijn 2005/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen inzake herbruikbaarheid, recyclebaarheid en mogelijke nuttige toepassing, en tot wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PB L 310 van 25.11.2005, blz. 10);

12.  Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PB L 161 van 14.6.2006, blz. 12);

13.  Richtlijn 2007/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van regels betreffende nominale hoeveelheden voor voorverpakte producten, tot intrekking van de Richtlijnen 75/106/EEG en 80/232/EEG van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 76/211/EEG van de Raad (PB L 247 van 21.9.2007, blz. 17);

14.  Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 46);

15.  Richtlijn 2010/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2010 betreffende vervoerbare drukapparatuur en houdende intrekking van Richtlijnen 76/767/EEG, 84/525/EEG, 84/526/EEG, 84/527/EEG en 1999/36/EG van de Raad (PB L 165 van 30.6.2010, blz. 1);

16.  Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5);

17.  Verordening (EU) nr. 1007/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2011 betreffende textielvezelbenamingen en de desbetreffende etikettering en merking van de vezelsamenstelling van textielproducten, en houdende intrekking van Richtlijn 73/44/EEG van de Raad en Richtlijnen 96/73/EG en 2008/121/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 272 van 18.10.2011, blz. 1);

18.  Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van Richtlijn 96/98/EG van de Raad (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 146);

19.  Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende het geluidsniveau van motorvoertuigen en vervangende geluidsdempingssystemen, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 131).

BIJLAGE III

Concordantietabel

Verordening (EG) nr. 765/2008

Deze Verordening

Artikel 1, lid 2

Artikel 1, lid 1,

Artikel 1, lid 3

Artikel 1, lid 3,

Artikel 2, punt 1

Artikel 3, punt 1

Artikel 2, punt 2

Artikel 3, punt 2

Artikel 2, punt 14

Artikel 3, punt 22

Artikel 2, punt 15

Artikel 3, punt 23

Artikel 2, punt 17

Artikel 3, punt 3

Artikel 2, punt 18

Artikel 3, punt 4

Artikel 2, punt 19

Artikel 3, punt 25

Artikel 15, leden 1 en 2

Artikel 2, lid 1

Artikel 15, lid 3

Artikel 2, lid 3

Artikel 15, lid 4

-

Artikel 15, lid 5

Artikel 2, lid 2

Artikel 16, lid 1

Artikel 10, lid 1

Artikel 16, lid 2

Artikel 16, lid 5

Artikel 16, lid 3

-

Artikel 16, lid 4

—  

Artikel 17, lid 1

Artikel 10, lid 2

Artikel 17, lid 2

Artikel 34, lid 1, laatste zin en artikel 34, lid 3, onder a)

Artikel 18, lid 1

Artikel 10, lid 6

Artikel 18, lid 2, onder a)

Artikel 11, lid 7, onder a)

Artikel 18, lid 2, onder b)

-

Artikel 18, lid 2, onder c)

Artikel 11, lid 7, onder b)

Artikel 18, lid 2, onder d)

-

Artikel 18, lid 3

Artikel 10, lid 5, en artikel 14, lid 1

Artikel 18, lid 4

Artikel 14, lid 2

Artikel 18, lid 5

Artikel 13

Artikel 18, lid 6

Artikel 34, lid 2, onder o)

Artikel 19, lid 1, eerste alinea

Artikel 11, lid 3

Artikel 19, lid 1, tweede alinea

Artikel 14, lid 4, onder a), b), e) en j)

Artikel 19, lid 1, derde alinea

Artikel 11, lid 5

Artikel 19, lid 2

Artikel 16, lid 3, onder g)

Artikel 19, lid 3

Artikel 18, lid 2

Artikel 19, lid 4

Artikel 11, lid 2

Artikel 19, lid 5

Artikel 17

Artikel 20, lid 1

Artikel 19, lid 1

Artikel 20, lid 2

Artikel 19, lid 2

Artikel 21, lid 1

Artikel 18, lid 1

Artikel 21, lid 2

Artikel 18, lid 2

Artikel 21, lid 3

Artikel 18, lid 3

Artikel 21, lid 4

-

Artikel 22, lid 1

Artikel 20, lid 1

Artikel 22, lid 2

Artikel 20, lid 2

Artikel 22, lid 3

Artikel 20, lid 3

Artikel 22, lid 4

Artikel 20, lid 4

Artikel 23, leden 1 en 3

Artikel 34, lid 1

Artikel 23, lid 2

Artikel 34, lid 4

Artikel 24, lid 1

Artikel 22, lid 1

Artikel 24, lid 2

Artikel 22, leden 2 tot en met 5

Artikel 24, lid 3

-

Artikel 24, lid 4

-

Artikel 25, lid 1

-

Artikel 25, lid 2, onder a)

Artikel 31, lid 2, onder f), artikel 33, lid 1, onder i) en k)

Artikel 25, lid 2, onder b)

Artikel 31, lid 2, onder g) en m), artikel 33, lid 1, onder i) en k)

Artikel 25, lid 3

-

Artikel 26

-

Artikel 27, lid 1, eerste zin

Artikel 25, lid 2

Artikel 27, lid 1, tweede zin

Artikel 25, lid 3

Artikel 27, lid 2

Artikel 25, lid 4

Artikel 27, lid 3, eerste alinea

Artikel 26, lid 1

Artikel 27, lid 3, tweede alinea

Artikel 26, lid 2

Artikel 27, lid 4

-

Artikel 27, lid 5

-

Artikel 28, lid 1

Artikel 27, eerste alinea, onder a)

Artikel 28, lid 2

Artikel 27, eerste alinea, onder b)

Artikel 29, lid 1

Artikel 28, lid 1

Artikel 29, lid 2

Artikel 28, lid 2

Artikel 29, lid 3

Artikel 28, lid 3

Artikel 29, lid 4

Artikel 28, lid 4

Artikel 29, lid 5

Artikel 25, lid 5

Artikel 32, lid 1, onder e)

-

Artikel 32, lid 1, onder e)

Artikel 36, lid 2, onder e)

(1) PB C 283 van 10.8.2018, blz. 19.
(2)PB C 283 van 10.8.2018, blz. 19.
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 17 april 2019.
(4)Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59).
(5)Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 1).
(6)Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en tot intrekking van Richtlijn 98/79/EG en Besluit 2010/227/EU van de Commissie (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 176).
(7) Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).
(8)Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4).
(9)Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).
(10) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
(11) Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).
(12) Richtlijn 2014/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake liften en veiligheidscomponenten voor liften (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 251).
(13) Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 46).
(14) Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 1).
(15)Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt („richtlijn inzake elektronische handel”) (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).
(16) Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).
(17) Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia (PB L 104 van 8.4.2004, blz. 1).
(18) Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 1).
(19) Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52).
(20) Richtlijn 2014/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 1).
(21) Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van Richtlijn 96/98/EG van de Raad (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 146).
(22) Verordening (EU) 2016/1628 van het Europees Parlement en van de Raad van 14 september 2016 inzake voorschriften met betrekking tot emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1024/2012 en (EU) nr. 167/2013, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn 97/68/EG (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 53).
(23) Verordening (EU) 2016/424 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende kabelbaaninstallaties en tot intrekking van Richtlijn 2000/9/EG (PB L 81 van 31.3.2016, blz. 1).
(24) Richtlijn 2010/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2010 betreffende vervoerbare drukapparatuur en houdende intrekking van Richtlijnen 76/767/EEG, 84/525/EEG, 84/526/EEG, 84/527/EEG en 1999/36/EG van de Raad (PB L 165 van 30.6.2010, blz. 1).
(25) Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1).
(26) Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ... betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 764/2008 (PB L …).
(27)+PB: gelieve het nummer in de tekst in te vullen en het nummer, de datum en de PB-referentie van document PE-CONS 70/18 - COD 2017/0354 in de voetnoot.
(28)Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(29)Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(30)Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(31)PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(32)Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(33) Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst (PB L 15 van 21.1.1998, blz. 14).
(34) Verordening (EU) 2018/644 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 betreffende grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten (PB L 112 van 2.5.2018, blz. 19).
(35) Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB L 241 van 17.9.2015, blz. 1).
(36) Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5).
(37) Verordening (EU) 2016/425 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 89/686/EEG van de Raad (PB L 81 van 31.3.2016, blz. 51).
(38) Verordening (EU) 2016/426 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende gasverbrandingstoestellen en tot intrekking van Richtlijn 2009/142/EG (PB L 81 van 31.3.2016, blz. 99).
(39) Richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis (PB L 162 van 3.7.2000, blz. 1).
(40) Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 24).
(41) Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1).
(42) Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10).
(43) Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 88).
(44) Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking) (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 27).
(45) Richtlijn 2013/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 betreffende pleziervaartuigen en waterscooters en tot intrekking van Richtlijn 94/25/EG (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 90).
(46) Richtlijn 2014/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukvaten van eenvoudige vorm (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 45).
(47) Richtlijn 2014/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 79).
(48) Richtlijn 2014/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van niet-automatische weegwerktuigen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 107).
(49) Richtlijn 2014/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van meetinstrumenten (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 149).
(50) Richtlijn 2014/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 309).
(51) Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 357).
(52) Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62).
(53) Richtlijn 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 164).
(54)+PB: gelieve het nummer van de verordening in document PE-CONS 70/18 - COD 2017/0354 in de tekst in te voegen.
(55)+PB: gelieve het nummer van het document in PE-CONS 45/19 - 2017/0353(COD) in de tekst in te voegen.
(56)+PB: gelieve het nummer van het document in PE-CONS 45/19 - 2017/0353(COD) in de tekst in te voegen.
(57)Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).
(58)Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(59)Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(60)Richtlijn 2004/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen, en tot wijziging van Richtlijn 1999/13/EG (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 87).


Bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten ***I
PDF 289kWORD 83k
Resolutie
Geconsolideerde tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten (COM(2018)0238 – C8-0165/2018 – 2018/0112(COD))
P8_TA-PROV(2019)0398A8-0444/2018

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0238),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0165/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 september 2018(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 20 februari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie juridische zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie vervoer en toerisme (A8‑0444/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 17 april 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten

P8_TC1-COD(2018)0112


(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Onlinetussenhandelsdiensten zijn van doorslaggevend belang voor ondernemerschap, nieuwe bedrijfsmodellen, handel en innovatie, kunnen ook het welzijn van de consument verbeteren en worden steeds meer gebruikt in zowel de particuliere als publieke sector. Ze bieden toegang tot nieuwe markten en commerciële kansen, zodat ondernemingen de voordelen van de interne markt kunnen benutten. Deze diensten maken het mogelijk dat ▌ consumenten in de Unie deze voordelen benutten, met name door de ruimere keuze aan goederen en diensten en doordat zij bijdragen aan het aanbod van concurrerende prijzen online, maar zij brengen ook uitdagingen mee die moeten worden aangepakt om rechtszekerheid te waarborgen.

(2)  Onlinetussenhandelsdiensten kunnen van cruciaal belang zijn voor het commerciële succes van ondernemingen die gebruikmaken van zulke diensten om consumenten te bereiken. Om de voordelen van de onlineplatformeconomie ten volle te benutten, is het dan ook belangrijk dat ondernemingen onlinetussenhandelsdiensten waarmee zij een handelsverhouding aangaan, kunnen vertrouwen. Dat is voornamelijk belangrijk omdat die zakelijke gebruikers, met name kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, door de groeiende tussenhandel via onlinetussenhandelsdiensten, aangedreven door sterke datagestuurde indirecte netwerkeffecten, in grotere mate afhankelijk worden van deze diensten om consumenten te bereiken. Door deze toenemende afhankelijkheid hebben de aanbieders van zulke diensten vaak een sterkere onderhandelingspositie, waardoor zij zich in de praktijk eenzijdig kunnen gedragen op een manier die oneerlijk en schadelijk kan zijn voor de rechtmatige belangen van hun zakelijke gebruikers, en indirect ook van de consumenten in de Unie. Zo kunnen zij aan zakelijke gebruikers eenzijdig praktijken opleggen die sterk afwijken van goede commerciële gedragingen of indruisen tegen de beginselen van goede trouw en billijke handel. Deze verordening pakt dergelijke potentiële fricties in de onlineplatformeconomie aan.

(3)  Consumenten maken actief gebruik van onlinetussenhandelsdiensten. Een concurrerende, eerlijke en transparante onlineomgeving waar bedrijven zich verantwoordelijk gedragen, is ook essentieel voor de consumentenwelvaart. Het waarborgen van de transparantie van en het vertrouwen in de onlineplatformeconomie in betrekkingen tussen bedrijven kan ook indirect bijdragen tot het verbeteren van het vertrouwen van de consument in de onlineplatformeconomie. De directe gevolgen van de ontwikkeling van de onlineplatformeconomie voor consumenten worden evenwel in ander Unierecht behandeld, in het bijzonder het consumentenacquis.

(4)  Eveneens kunnen onlinezoekmachines belangrijke bronnen van internetverkeer zijn voor bedrijven die goederen of diensten aanbieden aan consumenten via websites en kunnen zij derhalve aanzienlijke invloed hebben op het commerciële succes van dergelijke bedrijfswebsitegebruikers die hun goederen of diensten online aanbieden op de interne markt. De rangschikking van websites door aanbieders van onlinezoekmachines, met inbegrip van de websites waarop bedrijfswebsitegebruikers hun goederen en diensten aan consumenten aanbieden, heeft in dit opzicht een grote impact op de keuze van de consument en het commerciële succes van die bedrijfswebsitegebruikers. Zelfs bij het ontbreken van een contractverhouding met bedrijfswebsitegebruikers, kunnen aanbieders van onlinezoekmachines zich dan ook in de praktijk eenzijdig gedragen op een manier die oneerlijk en schadelijk kan zijn voor de gerechtvaardigde belangen van bedrijfswebsitegebruikers en indirect ook van consumenten in de Unie.

(5)  De aard van de verhouding tussen onlinetussenhandelsdienstverleners en zakelijke gebruikers kan ook leiden tot situaties waarin zakelijke gebruikers vaak beperkte mogelijkheden hebben om verhaal te halen wanneer eenzijdige acties van de aanbieders van die onlinetussenhandelsdiensten tot een geschil leiden. In veel gevallen voorzien deze aanbieders niet in toegankelijke en doeltreffende interne klachtenafhandelingssystemen. Daarnaast kunnen de bestaande alternatieve mechanismen voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting ondoeltreffend zijn om diverse redenen, waaronder een gebrek aan gespecialiseerde bemiddelaars en de vrees van zakelijke gebruikers voor represailles.

(6)  Onlinetussenhandelsdiensten en onlinezoekmachines, evenals de ▌ transacties die worden vergemakkelijkt door die diensten, hebben een intrinsiek grensoverschrijdend potentieel en zijn van bijzonder belang voor de goede werking van de interne markt van de Unie in de hedendaagse economie. De mogelijk oneerlijke en schadelijke handelspraktijken van bepaalde aanbieders van die diensten en het ontbreken van doeltreffende verhaalmogelijkheden belemmeren de volledige verwezenlijking van dat potentieel en hebben een negatieve invloed op de goede werking van de interne markt. ▌

(7)  Er moet op Unieniveau een gerichte reeks bindende regels worden vastgesteld om een eerlijk, voorspelbaar, duurzaam en betrouwbaar online ondernemingsklimaat binnen de interne markt te waarborgen. Aan zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten moeten in de hele Unie met name passende transparantie en doeltreffende verhaalmogelijkheden worden geboden, teneinde grensoverschrijdende zakelijke activiteiten binnen de Unie te faciliteren en zodoende de interne markt beter te doen functioneren en teneinde de versnippering die mogelijk begint op te treden in de specifieke onder deze verordening vallende gebieden tegen te gaan.

(8)  ▌ Deze regels moeten ook zorgen voor passende prikkels om billijkheid en transparantie te bevorderen, met name over de rangschikking van bedrijfswebsitegebruikers in de door onlinezoekmachines gegenereerde zoekresultaten. Tegelijkertijd moeten deze regels het belangrijke innovatiepotentieel van de ruimere onlineplatformeconomie erkennen en veiligstellen en gezonde concurrentie mogelijk maken zodat de consument meer keuzemogelijkheden heeft. Er zij op gewezen dat deze verordening geen afbreuk mag doen aan nationaal burgerlijk recht, met name contractenrecht, zoals de regels betreffende de geldigheid, de totstandkoming, de gevolgen of de beëindiging van een overeenkomst, voor zover de regels in het nationaal burgerlijk recht in overeenstemming zijn met het Unierecht en de relevante aspecten niet onder deze verordening vallen. Het moet de lidstaten vrij blijven staan nationale wetten toe te passen die eenzijdige gedragingen en oneerlijke handelspraktijken verbieden of bestraffen voor zover de relevante aspecten niet onder deze verordening vallen.

(9)  Aangezien onlinetussenhandelsdiensten en onlinezoekmachines doorgaans een mondiale dimensie hebben, moet deze verordening van toepassing zijn op de aanbieders van die diensten, ongeacht of zij in een lidstaat of buiten de Unie zijn gevestigd, op voorwaarde dat aan twee cumulatieve voorwaarden wordt voldaan. Ten eerste moeten de zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers in de Unie zijn gevestigd. Ten tweede moeten de zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers hun goederen of diensten via de verstrekking van dergelijke diensten aanbieden aan consumenten die zich voor minstens een deel van de transactie in de Unie bevinden. Om te bepalen of zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers goederen of diensten aan consumenten in de Unie aanbieden, moet worden nagegaan of de zakelijke gebruikers of de bedrijfswebsitegebruikers klaarblijkelijk hun activiteiten richten op consumenten die zich in een of meer lidstaten bevinden. Dit criterium moet worden geïnterpreteerd in lijn met de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot artikel 17, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad(4) en artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad(5). Dergelijke consumenten moeten zich in de Unie bevinden, maar hun woonplaats hoeft niet in de Unie te zijn en ze hoeven ook niet over de nationaliteit van een lidstaat te beschikken. Deze verordening mag dan ook niet van toepassing zijn wanneer zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers niet in de Unie zijn gevestigd of wanneer zij in de Unie zijn gevestigd maar alleen gebruikmaken van onlinetussenhandelsdiensten of onlinezoekmachines om goederen of diensten aan te bieden aan consumenten buiten de Unie of aan personen die geen consument zijn. Voorts moet deze verordening van toepassing zijn ongeacht het recht dat anders op een overeenkomst van toepassing zou zijn.

(10)  In een breed scala van ▌ betrekkingen tussen ondernemingen en consumenten wordt online een tussenrol gespeeld door aanbieders van meerzijdige diensten die hoofdzakelijk zijn gebaseerd op hetzelfde bedrijfsmodel waarbij ecosystemen tot stand komen. Om ervoor te zorgen dat de relevante diensten binnen het toepassingsgebied van deze verordening komen te vallen, moeten onlinetussenhandelsdiensten op een precieze en technologieneutrale wijze worden gedefinieerd. De diensten moeten met name diensten van de informatiemaatschappij zijn, die worden gekenmerkt door het feit dat zij gericht zijn op het faciliteren van het initiëren van directe transacties tussen zakelijke gebruikers en consumenten, ongeacht of die transacties uiteindelijk online, op het onlineportaal van de betrokken onlinetussenhandelsdienstverlener, op het onlineportaal van de zakelijke gebruiker, ▌ offline of helemaal niet worden uitgevoerd, wat wil zeggen dat geen enkele contractverhouding is vereist tussen de zakelijke gebruikers en de consumenten als voorwaarde voor de opname van onlinetussenhandelsdiensten in het toepassingsgebied van deze verordening. De loutere opname van een dienst die van marginale aard is, volstaat niet om te concluderen dat het doel van een website of dienst het vergemakkelijken van transacties in de zin van een onlinetussenhandelsdienst is. Daarnaast moeten de diensten worden verleend op basis van contractverhoudingen tussen de aanbieders en de zakelijke gebruikers die goederen of diensten aanbieden aan consumenten. Een dergelijke contractverhouding wordt geacht te bestaan wanneer beide betrokken partijen hun voornemen kenbaar maken om op ondubbelzinnige ▌ wijze te worden gebonden en dit op een duurzame gegevensdrager vastleggen, waarbij een uitdrukkelijke schriftelijke instemming niet noodzakelijk is vereist.

(11)  Tot de voorbeelden van onder deze verordening vallende onlinetussenhandelsdiensten, behoren derhalve onder meer onlinemarktplaatsen, met inbegrip van collaboratieve onlinemarktplaatsen waarop zakelijke gebruikers actief zijn, diensten voor onlinesoftwareapplicaties, zoals applicatiewinkels (appstores), en onlinediensten voor sociale media, ongeacht de technologie die wordt gebruikt voor het verlenen van die diensten. In deze zin kunnen onlinetussenhandelsdiensten ook worden verleend door middel van spraakassistentietechnologie. Het is ook niet noodzakelijk dat bij deze transacties tussen zakelijke gebruikers en consumenten geldelijke betalingen zijn betrokken, en de mogelijkheid dat zij deels offline verlopen is evenmin uitgesloten. Deze verordening mag echter niet van toepassing zijn op "peer-to-peer" onlinetussenhandelsdiensten zonder betrokkenheid van zakelijke gebruikers, zuivere "business-to-business" onlinetussenhandelsdiensten die niet aan consumenten worden aangeboden, onlinereclametools en onlineplatforms voor de uitwisseling van reclame die niet gericht zijn op het vergemakkelijken van het initiëren van directe transacties en geen contractverhouding met consumenten inhouden. Om diezelfde reden mogen softwarediensten voor het optimaliseren van zoekmachines, alsmede softwarediensten voor het blokkeren van reclame, niet onder deze verordening vallen. Technologische functies en interfaces die hardware en toepassingen alleen maar met elkaar verbinden, mogen niet onder deze verordening vallen, aangezien zij doorgaans niet voldoen aan de vereisten voor onlinetussenhandelsdiensten. Wanneer deze functies of interfaces echter direct gekoppeld zijn aan bepaalde onlinetussenhandelsdiensten of er een aanvulling op vormen, moeten de relevante onlinetussenhandelsdienstverleners wel onderworpen zijn aan transparantievereisten die betrekking hebben op de gedifferentieerde behandeling op basis van deze functionaliteiten en interfaces. Deze verordening mag ook niet van toepassing zijn op onlinebetalingsdiensten, aangezien zij zelf niet voldoen aan de toepasselijke vereisten, maar inherent ondergeschikt zijn aan de transactie voor de levering van goederen en diensten aan de betrokken consumenten.

(12)  Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en gelet op het feit dat de afhankelijke positie van zakelijke gebruikers voornamelijk is waargenomen bij onlinetussenhandelsdiensten die fungeren als toegangspunt tot consumenten die natuurlijke personen zijn, moet het voor de afbakening van het toepassingsgebied van deze verordening gebruikte begrip "consument" aldus worden uitgelegd dat het uitsluitend verwijst naar natuurlijke personen die handelen voor doeleinden die buiten hun handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen.

(13)  Gezien het hoge innovatietempo moet de in deze verordening gebruikte definitie van onlinezoekmachine technologieneutraal zijn. Meer in het bijzonder moeten onder de definitie ook gesproken opdrachten worden verstaan.

(14)  Onlinetussenhandelsdienstverleners gebruiken doorgaans vooraf opgestelde algemene voorwaarden en om zakelijke gebruikers waar nodig doeltreffend te beschermen, moet deze verordening van toepassing zijn wanneer de algemene voorwaarden van een contractverhouding, ongeacht de naam of vorm ervan, eenzijdig worden bepaald door de onlinetussenhandelsdienstverlener. Of algemene voorwaarden eenzijdig zijn vastgesteld, moet per geval worden geëvalueerd, op basis van een algemene beoordeling. Voor deze algemene beoordeling mogen de relatieve omvang van de betrokkenen, het feit dat onderhandelingen hebben plaatsgevonden, of dat sommige bepalingen het voorwerp waren van zulke onderhandelingenen samen werden vastgesteld door de betrokken aanbieder en zakelijke gebruiker samen, op zich niet doorslaggevend zijn. Bovendien betekent de verplichting voor onlinetussenhandelsdienstverleners om hun algemene voorwaarden gemakkelijk beschikbaar te stellen voor zakelijke gebruikers, ook in de precontractuele fase van hun handelsverhouding, dat zakelijke gebruikers de uit deze verordening voortvloeiende transparantie niet zal worden ontnomen als gevolg van het feit dat zij met succes konden onderhandelen.

(15)  Om er zeker van te zijn dat de algemene voorwaarden van een contractverhouding zakelijke gebruikers in staat stellen om commerciële voorwaarden te bepalen voor het gebruik, de beëindiging en de opschorting van onlinetussenhandelsdiensten en om de voorspelbaarheid van hun zakenrelatie te waarborgen, moeten die algemene voorwaarden in duidelijke en begrijpelijke taal worden opgesteld . De algemene voorwaarden mogen niet worden geacht in duidelijke en begrijpelijke taal te zijn opgesteld wanneer zij vaag, niet-specifiek of weinig gedetailleerd zijn over belangrijke commerciële kwesties en zij zakelijke gebruikers bijgevolg geen redelijke mate van voorspelbaarheid verschaffen over de belangrijkste aspecten van de contractverhouding. Bovendien mag misleidende taal niet worden beschouwd als duidelijk en begrijpelijk.

(16)  Om ervoor te zorgen dat zakelijke gebruikers voldoende duidelijkheid hebben over waar en aan wie hun goederen of diensten op de markt worden gebracht, moeten onlinetussenhandelsdienstverleners jegens hun zakelijke gebruikers transparant zijn over extra verdelingskanalen en eventuele gelieerde programma's die zij kunnen gebruiken om die goederen of diensten op de markt te brengen. Aanvullende kanalen en gelieerde programma’s moeten op technologieneutrale wijze worden begrepen, maar kunnen onder meer andere websites, apps of andere onlinetussenhandelsdiensten omvatten die worden gebruikt om de door de zakelijke gebruiker aangeboden goederen of diensten op de markt te brengen.

(17)  De eigendom van en de controle op intellectuele-eigendomsrechten online kunnen van groot economisch belang zijn voor de onlinetussenhandelsdienstverleners en hun zakelijke gebruikers. Met het oog op duidelijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers en om tot een beter begrip te komen, moeten onlinetussenhandelsdienstverleners in hun algemene voorwaarden algemene, of desgewenst meer gedetailleerde, informatie opnemen over de eventuele algemene gevolgen van die voorwaarden voor het eigendom van en de controle op intellectuele-eigendomsrechten van de zakelijke gebruiker. Dergelijke informatie kan onder meer informatie zoals het algemene gebruik van logo’s, handelsmerken of merknamen omvatten.

(18)  Het waarborgen van transparantie in de algemene voorwaarden kan van essentieel belang zijn om duurzame zakenrelaties te bevorderen en om oneerlijke gedragingen ten nadele van zakelijke gebruikers te voorkomen. Onlinetussenhandelsdienstverleners moeten er daarom ook voor zorgen dat de algemene voorwaarden gemakkelijk toegankelijk zijn in alle fasen van de handelsrelatie, ook voor potentiële zakelijke gebruikers in de precontractuele fase, en dat alle veranderingen van deze voorwaarden aan de betrokken zakelijke gebruikers op een duurzame gegevensdrager worden meegedeeld binnen een vastgestelde opzegtermijn die redelijk en evenredig is in het licht van de specifieke omstandigheden en ten minste vijftien dagen bedraagt. Evenredig langere opzegtermijnen van meer dan 15 dagen moeten worden toegekend wanneer zakelijke gebruikers als gevolg van de voorgestelde veranderingen van de algemene voorwaarden technische of commerciële veranderingen moeten aanbrengen om aan de wijziging te voldoen, bijvoorbeeld wanneer zij worden verplicht aanzienlijke technische aanpassingen aan hun goederen of diensten door te voeren. De opzegtermijn mag niet van toepassing zijn wanneer en voor zover er op ondubbelzinnige wijze afstand van wordt gedaan door de betrokken zakelijke gebruiker, of wanneer en voor zover de noodzaak om de wijziging uit te voeren zonder inachtneming van de opzegtermijn voortvloeit uit een wettelijke of regelgevende verplichting die is opgelegd aan de aanbieder van diensten uit hoofde van het Unierecht of het nationale recht. Voorgestelde redactionele veranderingen mogen, voor zover zij de inhoud of betekenis van de algemene voorwaarden niet veranderen, evenwel niet onder de term "wijziging" vallen. Het voorschrift om voorgestelde veranderingen op een duurzame gegevensdrager mee te delen moet de zakelijke gebruikers in staat stellen om deze veranderingen in een later stadium daadwerkelijk te bezien. Zakelijke gebruikers moeten het recht hebben om hun overeenkomst te beëindigen binnen 15 dagen na ontvangst van de kennisgeving van een verandering, tenzij een kortere periode geldt voor de overeenkomst, bijvoorbeeld uit hoofde van nationaal burgerlijk recht.

(19)  Over het algemeen moet het gaan aanbieden van nieuwe goederen of diensten, met inbegrip van softwareapplicaties, via de onlinetussenhandelsdiensten worden beschouwd als een ondubbelzinnige actieve handeling van de zakelijke gebruiker om afstand te doen van de opzegtermijn die geldt voor veranderingen in de algemene voorwaarden. Wanneer de redelijke en evenredige opzegtermijn echter meer dan 15 dagen bedraagt omdat de veranderingen van de algemene voorwaarden vereisen dat de zakelijke gebruiker aanzienlijke technische of commerciële aanpassingen in zijn goederen of diensten aanbrengt, mag er niet automatisch van worden uitgegaan dat afstand wordt gedaan van de opzegtermijn wanneer een zakelijke gebruiker nieuwe goederen of diensten gaat aanbieden. De onlinetussenhandelsdienstverlener moet ervan uitgaan dat de veranderingen van de algemene voorwaarden de zakelijke gebruiker ertoe noodzaken aanzienlijke technische aanpassingen aan te brengen wanneer bijvoorbeeld functies van de onlinetussenhandelsdiensten waartoe de zakelijke gebruikers toegang hadden, in hun geheel worden verwijderd of toegevoegd, of wanneer zakelijke gebruikers hun goederen moeten aanpassen of hun diensten moeten herprogrammeren om de onlinetussenhandelsdiensten te kunnen blijven gebruiken.

(20)  Met het oog op de bescherming van zakelijke gebruikers en het bieden van rechtszekerheid aan beide partijen, moeten niet-conforme algemene voorwaarden nietig en zonder gevolg zijn, en dus worden geacht nooit te hebben bestaan, met gevolgen erga omnes en ex tunc. Dit mag evenwel alleen betrekking hebben op de specifieke bepalingen van de algemene voorwaarden die niet conform zijn. De overige bepalingen moeten geldig en afdwingbaar blijven voor zover zij kunnen worden gescheiden van de niet-conforme bepalingen. Plotselinge veranderingen van de bestaande algemene voorwaarden kunnen de activiteiten van zakelijke gebruikers aanzienlijk verstoren. Om dergelijke negatieve gevolgen voor zakelijke gebruikers te beperken en dergelijke gedragingen te ontmoedigen, moeten de in strijd met de verplichting om te voorzien in een vastgestelde opzegtermijn doorgevoerde veranderingen dan ook als nietig worden beschouwd, dat wil zeggen geacht worden nooit te hebben bestaan, met gevolgen erga omnes en ex tunc.

(21)  Om te verzekeren dat zakelijke gebruikers de commerciële mogelijkheden van onlinetussenhandelsdiensten ten volle kunnen benutten, mogen de aanbieders van deze diensten hun zakelijke gebruikers niet volledig beletten hun handelsidentiteit te tonen in het kader van hun aanbod of aanwezigheid op de betreffende onlinetussenhandelsdiensten. Dit verbod op inmenging mag echter niet worden opgevat als een recht voor zakelijke gebruikers om eenzijdig de presentatie van hun aanbod of hun aanwezigheid op de betreffende onlinetussenhandelsdiensten te bepalen.

(22)  Een onlinetussenhandelsdienstverlener kan legitieme redenen hebben om te besluiten de levering van zijn diensten aan een bepaalde zakelijke gebruiker ▌ te beperken, op te schorten of te beëindigen, onder meer door afzonderlijke goederen of diensten van een bepaalde zakelijke gebruiker te delisten of daadwerkelijk zoekresultaten te verwijderen. Onlinetussenhandelsdienstverleners kunnen individuele listings van zakelijke gebruikers ook beperken in plaats van opschorten, bijvoorbeeld door de verschijning van de zakelijke gebruiker op een negatieve manier aan te passen(“dimming”) wat het verlagen van zijn rangschikking kan inhouden. Aangezien dergelijke besluiten aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de belangen van de betrokken zakelijke gebruiker, moet hem op voorhand of op het moment dat de beperking of de opschorting ingaat, een motivering van dat besluit op een duurzame gegevensdrager worden verschaft. Om de negatieve gevolgen van dergelijke besluiten voor zakelijke gebruikers tot een minimum te beperken, moeten onlinetussenhandelsdienstverleners ook de mogelijkheid openhouden om in het kader van de interne klachtenafhandelingsprocedure verduidelijking te geven bij de feiten die tot dit besluit hebben geleid, hetgeen de zakelijke gebruiker, waar mogelijk, zal helpen de naleving te herstellen. Wanneer de onlinetussenhandelsdienstverlener het besluit om te beperken, op te schorten of te beëindigen intrekt, bijvoorbeeld omdat het besluit per abuis is genomen of de inbreuk op de algemene voorwaarden die tot dit besluit heeft geleid, niet te kwader trouw werd begaan en op bevredigende wijze is verholpen, moet de aanbieder de toestand van de betrokken zakelijke gebruiker onverwijld herstellen, waaronder door de zakelijke gebruiker toegang te verschaffen tot persoonsgegevens en/of andere gegevens die vóór het besluit beschikbaar waren. Aan de hand van de motivering van het besluit om de verstrekking van onlinetussenhandelsdiensten te beperken, op te schorten of te beëindigen, kunnen zakelijke gebruikers in dit verband bepalen of er een reden is om het besluit aan te vechten, wat de mogelijkheden voor zakelijke gebruikers verbetert om zo nodig op doeltreffende wijze verhaal te halen. ▌ In de motivering moeten de ▌ redenen van het besluit worden vermeld, waarbij wordt uitgegaan van de redenen die de aanbieder van tevoren in zijn algemene voorwaarden had vastgesteld, en moet op passende wijze worden verwezen naar de desbetreffende specifieke omstandigheden, met inbegrip van kennisgevingen door een derde, die aan het besluit ten grondslag liggen. Een onlinetussenhandelsdienstverlener mag echter niet worden verplicht een motivering te verstrekken voor beperkingen, opschortingen of beëindigingen voor zover dat een wettelijke of regelgevende verplichting zou schenden. Voorts mag een motivering niet worden vereist wanneer een onlinetussenhandelsdienstverlener kan aantonen dat de betrokken zakelijke gebruiker herhaaldelijk de toepasselijke algemene voorwaarden heeft geschonden, wat heeft geleid tot de beëindiging van de verstrekking van het geheel van de betrokken onlinetussenhandelsdiensten.

(23)  De beëindiging van het geheel van de onlinetussenhandelsdiensten en de bijbehorende verwijdering van gegevens die zijn verstrekt voor het gebruik van onlinetussenhandelsdiensten of die zijn gegenereerd door de verstrekking van onlinetussenhandelsdiensten houdt een verlies van essentiële informatie in, hetgeen voor zakelijke gebruikers aanzienlijke gevolgen kan hebben en afbreuk kan doen aan hun vermogen om andere hun krachtens deze verordening verleende rechten naar behoren uit te oefenen. Daarom moet de onlinetussenhandelsdienstverlener de betrokken zakelijke gebruiker ten minste 30 dagen vóór de beëindiging van het geheel van de onlinetussenhandelsdiensten ingaat, een motivering verschaffen op een duurzame gegevensdrager. In gevallen waarin een onlinetussenhandelsdienstverlener onderworpen is aan een wettelijke of regelgevende verplichting om de verstrekking van het geheel van zijn onlinetussenhandelsdiensten aan een bepaalde zakelijke gebruiker te beëindigen, mag deze opzegtermijn echter niet gelden. De opzegtermijn van 30 dagen mag evenmin gelden indien een onlinetussenhandelsdienstverlener zich beroept op beëindigingsrechten op grond van met Unierecht conforme nationale wetgevingsbepalingen die onmiddellijke beëindiging toestaan indien, rekening houdend met alle omstandigheden van het specifieke geval en na afweging van de belangen van beide partijen, van de aanbieder niet redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij de contractverhouding voortzet tot het overeengekomen einde ervan of tot het verstrijken van een opzegtermijn. Tot slot mag de opzegtermijn van 30 dagen niet gelden wanneer een onlinetussenhandelsdienstverlener kan aantonen dat er herhaaldelijk sprake was van een inbreuk op de algemene voorwaarden. De verschillende uitzonderingen op de opzegtermijn van 30 dagen kunnen met name ontstaan bij illegale of ongepaste inhoud, de veiligheid van een goed of dienst, namaak, fraude, malware, spam, inbreuken in verband met de persoonsgegevens, andere cyberbeveiligingsrisico’s of de geschiktheid van het goed of de dienst voor minderjarigen. Om evenredigheid te verzekeren, moeten onlinetussenhandelsdienstverleners, wanneer dit redelijk en technisch haalbaar is, enkel individuele goederen of diensten van een zakelijke gebruiker delisten. Beëindiging van het geheel van de onlinetussenhandelsdiensten is de meest drastische maatregel.

(24)  De rangschikking van goederen en diensten door de onlinetussenhandelsdienstverleners heeft een belangrijke impact op de keuze van de consument en het commerciële succes van de zakelijke gebruikers die deze goederen en diensten aan de consument aanbieden. De rangschikking moet worden begrepen als het relatieve belang van de aanbiedingen van zakelijke gebruikers of de relevantie die aan zoekresultaten wordt gegeven, zoals gepresenteerd, georganiseerd of meegedeeld door onlinetussenhandelsdienstverleners of door aanbieders van onlinezoekmachines, als gevolg van het gebruik van algoritmische volgordebepaling, rating- en beoordelingsmechanismen, visuele benadrukking of andere accentueringsinstrumenten, of combinaties daarvan. Voorspelbaarheid houdt in dat de onlinetussenhandelsdienstverleners de rangschikking op een niet-arbitraire wijze bepalen. De aanbieders moeten daarom op voorhand de belangrijkste parameters aangeven die de rangschikking bepalen teneinde de voorspelbaarheid voor zakelijke gebruikers te verbeteren, zodat zij meer inzicht hebben in de werking van het rangschikkingsmechanisme en zij in staat zijn om de rangschikkingspraktijken van verschillende aanbieders te vergelijken. Het specifieke ontwerp van deze transparantieverplichting is belangrijk voor zakelijke gebruikers, aangezien het impliceert dat een beperkte reeks parameters wordt geïdentificeerd die het meest relevant zullen zijn voor de rangschikking, uit een veel groter aantal parameters die een bepaalde invloed op die rangschikking hebben. Deze gemotiveerde beschrijving moet zakelijke gebruikers helpen om de presentatie van hun goederen en diensten of van bepaalde inherente kenmerken van die goederen en diensten te verbeteren. Het begrip "belangrijkste parameters" moet worden geacht betrekking te hebben op alle algemene criteria, processen en specifieke signalen die in algoritmes zijn geïntegreerd of andere aanpassings- of degradatiemechanismen die in verband met de rangschikking worden gebruikt. ▌

(25)  De omschrijving van de belangrijkste parameters waarmee de rangschikking wordt bepaald, moet ook een verklaring omvatten van alle mogelijkheden waarover zakelijke gebruikers beschikken om de rangschikking door middel van een aan de aanbieder betaalde vergoeding actief te beïnvloeden alsmede uitleg over de relatieve gevolgen daarvan. In dit verband kunnen vergoedingen worden begrepen als betalingen die worden verricht met als voornaamste of enige doel het verbeteren van de rangschikking, alsmede als indirecte vergoedingen in de vorm van het aanvaarden door een zakelijke gebruiker van extra verplichtingen van eender welke aard die dit als praktisch gevolg kan hebben, zoals het gebruik van diensten die aanvullend zijn of van "premium"-toepassingen. Hoewel de inhoud van de omschrijving, waaronder het aantal en het type van de belangrijkste parameters, sterk kan uiteenlopen naargelang de specifieke betrokken onlinetussenhandelsdiensten, moet zij zakelijke gebruikers adequaat inzicht bieden in de manier waarop het rangschikkingsmechanisme rekening houdt met de kenmerken van de daadwerkelijke goederen of diensten die de zakelijke gebruiker aanbiedt, en de relevantie daarvan voor de consumenten die gebruik maken van de specifieke onlinetussenhandelsdiensten. De indicatoren die worden gebruikt voor het meten van de kwaliteit van de goederen of diensten van zakelijke gebruikers, het gebruik van redacteurs en hun vermogen om de rangschikking van die goederen of diensten te beïnvloeden, de mate waarin vergoedingen effect op de rangschikking hebben, alsmede elementen die niet of slechts in geringe mate betrekking hebben op het goed of de dienst zelf, zoals de presentatiekenmerken van het online-aanbod, kunnen voorbeelden zijn van de belangrijkste parameters die, wanneer zij in heldere en begrijpelijke taal worden opgenomen in een algemene beschrijving van het rangschikkingsmechanisme, zakelijke gebruikers moeten helpen om adequaat inzicht in het functioneren ervan te verkrijgen.

(26)  Op soortgelijke wijze heeft de rangschikking van websites door de aanbieders van onlinezoekmachines, met name van de websites waarop ondernemingen goederen en diensten aan consumenten aanbieden, een grote impact op de keuze van de consument en het commerciële succes van de bedrijfswebsitegebruikers. Aanbieders van onlinezoekmachines moeten daarom een omschrijving geven van de belangrijkste parameters waarmee de rangschikking van alle geïndexeerde websites wordt bepaald en het relatieve belang van die belangrijkste parameters in vergelijking met andere parameters, met inbegrip van die van bedrijfswebsitegebruikers en van andere websites. Naast de kenmerken van de goederen en diensten en de relevantie daarvan voor de consumenten, moet de omschrijving in het geval van onlinezoekmachines bedrijfswebsitegebruikers ook in staat stellen een adequaat antwoord te krijgen op de vraag of, en zo ja in hoeverre, rekening is gehouden met bepaalde ontwerpkenmerken van de gebruikte website, zoals de optimalisering daarvan ten behoeve van de weergave op mobiele telecommunicatietoestellen. Zij moet tevens een toelichting bevatten bij de eventuele mogelijkheden voor bedrijfswebsitegebruikers om de rangschikking middels een aan de aanbieder betaalde vergoeding actief te beïnvloeden, alsmede uitleg over het relatieve effect daarvan. Aangezien er geen contractverhouding is tussen aanbieders van onlinezoekmachines en bedrijfswebsitegebruikers, moet deze omschrijving op een duidelijke en gemakkelijk toegankelijke locatie op de desbetreffende onlinezoekmachine beschikbaar zijn voor het publiek. Locaties op websites waartoe gebruikers zich moeten aanmelden of registreren mogen niet worden beschouwd als gemakkelijk en publiek toegankelijk in deze zin. Teneinde de voorspelbaarheid voor bedrijfswebsitegebruikers te waarborgen, moet ervoor worden gezorgd dat de omschrijving actueel is; zo moet in de mogelijkheid worden voorzien dat alle veranderingen van de belangrijkste parameters gemakkelijk te herkennen zijn. Ook andere gebruikers van de onlinezoekmachine dan bedrijfswebsitegebruikers zouden baat hebben bij een up-to-date omschrijving van de belangrijkste parameters. In sommige gevallen kunnen aanbieders van onlinezoekmachines besluiten om de rangschikking in een specifiek geval te beïnvloeden of een bepaalde website uit een rangschikking te delisten op basis van kennisgevingen door een derde. In tegenstelling tot onlinetussenhandelsdienstverleners kan men van aanbieders van onlinezoekmachines niet verwachten dat zij een bedrijfswebsitegebruiker direct in kennis stellen van een verandering van de rangschikking of delisting als gevolg van een kennisgeving door een derde, aangezien er geen contractverhouding is tussen de partijen. Toch moet een bedrijfswebsitegebruiker de inhoud van de kennisgeving die aanleiding heeft gegeven tot de verandering van de rangschikking in een specifiek geval of tot de delisting van een specifieke website kunnen onderzoeken, door de inhoud van de kennisgeving te bekijken, bijvoorbeeld in een publiek toegankelijke onlinedatabase. Dit kan potentieel misbruik door concurrenten van mogelijkerwijs tot delisting leidende kennisgevingen beperken.

(27)  Onlinetussenhandelsdienstverleners of onlinezoekmachines mogen op grond van deze verordening niet worden verplicht inzage te verlenen in de gedetailleerde werking van hun rangschikkingsmechanismen, waaronder de algoritmes. Evenmin mag hun vermogen worden aangetast om op te treden tegen kwaadwillige manipulatie van de rangschikking door derden, mede in het belang van consumenten. Een algemene beschrijving van de belangrijkste rangschikkingsparameters moet die belangen beschermen, en tegelijk zakelijke gebruikers en bedrijfswebsitegebruikers een adequaat inzicht verschaffen in de werking van de rangschikking in de context van hun gebruik van specifieke onlinetussenhandelsdiensten of onlinezoekmachines. Opdat de doelstelling van deze verordening wordt verwezenlijkt, mag de inachtneming van de commerciële belangen van onlinetussenhandelsdienstverleners of onlinezoekmachines nooit leiden tot een weigering inzage te verlenen in de belangrijkste parameters voor het bepalen van de rangschikking. Hoewel deze verordening geen afbreuk doet aan Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad(6), moet de omschrijving ten minste zijn gebaseerd op actuele gegevens inzake de relevantie van de toegepaste rangschikkingsparameters.

(28)  De Commissie moet richtsnoeren ontwikkelen die onlinetussenhandelsdienstverleners en aanbieders van onlinezoekmachines ondersteunen bij de toepassing van de in deze verordening vastgelegde transparantievereisten voor de rangschikking. Dit moet bijdragen aan de optimalisering van de manier waarop de belangrijkste parameters voor de rangschikking worden geïdentificeerd en aan zakelijke gebruikers en bedrijfswebsitegebruikers worden gepresenteerd.

(29)  Aanvullende goederen en diensten moeten worden opgevat als goederen en diensten die worden aangeboden aan de consument vóór de voltooiing van een op onlinetussenhandelsdiensten geïnitieerde transactie om het door de zakelijke gebruiker geboden primaire goed of de primaire dienst aan te vullen. Aanvullende goederen en diensten zijn producten die typisch afhankelijk zijn van en rechtstreeks verband houden met het primaire goed of de primaire dienst om te kunnen functioneren. Om die reden mogen niet onder dit begrip vallen goederen en diensten die enkel worden verkocht bovenop het primaire goed of de primaire dienst in kwestie, en die niet zozeer aanvullend van aard zijn. Voorbeelden van aanvullende diensten zijn reparatiediensten voor een specifiek goed, of financiële producten zoals een autoverhuurverzekering, die worden aangeboden om de specifieke door de zakelijke gebruiker aangeboden goederen of diensten volwaardiger te maken. Tevens kunnen aanvullende goederen omvatten die het specifieke door de zakelijke gebruiker aangeboden goed aanvullen zoals een aan dat specifieke product verbonden upgrade of hulpmiddel om goederen of diensten aan persoonlijke wensen aan te passen. Onlinetussenhandeldienstverleners die consumenten goederen of diensten aanbieden die een aanvulling vormen op een goed dat wordt verkocht of een dienst die wordt aangeboden door een zakelijke gebruiker met gebruikmaking van hun onlinetussenhandelsdiensten moeten in hun algemene voorwaarden een beschrijving opnemen van het aangeboden type aanvullende goederen en diensten. Een dergelijke omschrijving moet beschikbaar zijn in de algemene voorwaarden, ongeacht of de aanvullende dienst of het aanvullende goed wordt verstrekt door de onlinetussenhandeldienstverlener zelf of door een derde. Een dergelijke omschrijving moet voldoende begrijpelijk zijn om een zakelijke gebruiker in staat te stellen na te gaan of een goed of een dienst ter aanvulling op een goed of dienst van de zakelijke gebruiker wordt verkocht. De omschrijving hoeft niet noodzakelijkerwijs het specifieke goed of de specifieke dienst te omvatten, maar eerder het type product dat wordt aangeboden ter aanvulling van het primaire product van de zakelijke gebruiker. Voorts moet deze omschrijving in elk geval vermelden of en onder welke voorwaarden het een zakelijke gebruiker is toegestaan zijn eigen aanvullend goed of eigen aanvullende dienst aan te bieden in aanvulling op het primaire goed of de primaire dienst die hij via de onlinetussenhandelsdiensten aanbiedt.

(30)  Wanneer een onlinetussenhandelsdienstverlener zelf bepaalde goederen of diensten aan consumenten aanbiedt via zijn eigen onlinetussenhandelsdiensten, of dat doet via een zakelijke gebruiker waarover hij zeggenschap heeft, kan die dienstverlener rechtstreeks concurreren met andere zakelijke gebruikers van zijn onlinetussenhandelsdiensten waarover de dienstverlener geen zeggenschap heeft, waardoor de dienstverlener kan beschikken over een economische stimulans en over de mogelijkheid om zijn zeggenschap over de onlinetussenhandelsdiensten aan te wenden om technische of economische voordelen toe te kennen aan zijn eigen aanbod of het aanbod dat wordt aangeboden via een zakelijke gebruiker waarover hij zeggenschap heeft, en die de dienstverlener zou kunnen ontzeggen aan concurrerende zakelijke gebruikers. Dergelijk gedrag kan de eerlijke concurrentie ondermijnen en kan de keuzeopties voor de consument beperken. Met name in dergelijke situaties is het belangrijk dat de onlinetussenhandelsdienstverlener op transparante wijze handelt en een passende omschrijving biedt van en de onderliggende overwegingen uiteenzet voor elke gedifferentieerde behandeling door middel van juridische, commerciële of technische middelen, zoals functionaliteiten in verband met besturingssystemen, die hij eventueel toepast op goederen of diensten die hij zelf aanbiedt ten opzichte van die welke worden aangeboden door zakelijke gebruikers. Om de evenredigheid te waarborgen, moet deze verplichting van toepassing zijn op het niveau van de onlinetussenhandelsdiensten in hun geheel beschouwd en niet op het niveau van afzonderlijke goederen of diensten die via dergelijke diensten worden aangeboden.

(31)  Wanneer een aanbieder van onlinezoekmachines zelf bepaalde goederen of diensten aan consumenten aanbiedt via zijn eigen onlinezoekmachines, of dat doet via een bedrijfswebsitegebruiker waarover hij zeggenschap heeft, kan die aanbieder rechtstreeks concurreren met andere bedrijfswebsitegebruikers van zijn onlinezoekmachines waarover de aanbieder geen zeggenschap heeft. Met name in dergelijke situaties is het belangrijk dat de aanbieder van onlinezoekmachines op transparante wijze handelt en een omschrijving geeft van elke gedifferentieerde behandeling door middel van juridische, commerciële of technische middelen die hij eventueel toepast op goederen of diensten die hij zelf aanbiedt of die hij aanbiedt via een door hem gecontroleerde bedrijfswebsite ten opzichte van goederen of diensten die worden aangeboden door concurrerende bedrijfswebsitegebruikers. Om de evenredigheid te waarborgen, moet deze verplichting van toepassing zijn op het niveau van de onlinezoekmachines in hun geheel beschouwd en niet op het niveau van afzonderlijke goederen of diensten die via dergelijke diensten worden aangeboden.

(32)  In deze verordening moeten specifieke contractvoorwaarden worden behandeld, in het bijzonder in situaties van onevenwichtige onderhandelingsposities, om ervoor te zorgen dat de contractuele betrekkingen te goeder trouw en op eerlijke wijze worden uitgevoerd. Met het oog op voorspelbaarheid en transparantie moeten zakelijke gebruikers een reële kans krijgen om bekend te raken met veranderingen in de algemene voorwaarden, die derhalve niet met terugwerkende kracht mogen worden opgelegd, tenzij dit voortvloeit uit een wettelijke of regelgevende verplichting of in hun voordeel is. Zakelijke gebruikers moeten bovendien duidelijkheid krijgen over de voorwaarden waaronder hun contractverhouding met onlinetussenhandelsdienstverleners kan worden beëindigd. Onlinetussenhandelsdienstverleners moeten ervoor zorgen dat de voorwaarden voor beëindiging altijd evenredig zijn en zonder onnodige moeilijkheden kunnen worden toegepast. Tot slot moeten zakelijke gebruikers ook volledig worden geïnformeerd over de mogelijke toegang die onlinetussenhandelsdienstverleners na het einde van de overeenkomst nog hebben tot informatie die zakelijke gebruikers in het kader van hun gebruik van onlinetussenhandelsdiensten verstrekken of genereren.

(33)  De mogelijkheid om toegang te krijgen tot gegevens, waaronder persoonsgegevens, en die te gebruiken, kan in de onlineplatformeconomie tot aanzienlijke meerwaarde leiden, zowel in het algemeen als voor de betrokken zakelijke gebruikers en onlinetussenhandelsdiensten. Het is dan ook belangrijk dat onlinetussenhandelsdienstverleners zakelijke gebruikers een duidelijke omschrijving geven van het toepassingsgebied, de aard en de voorwaarden betreffende de toegang die zij verlenen tot bepaalde categorieën gegevens en betreffende het gebruik daarvan. De omschrijving moet evenredig zijn en kan een vermelding omvatten van algemene voorwaarden voor toegang, in plaats van een uitputtende beschrijving van feitelijke gegevens, of van categorieën gegevens. Niettemin kunnen ook de beschrijving van en specifieke toegangsvoorwaarden voor bepaalde soorten feitelijke gegevens die voor de zakelijke gebruikers zeer relevant kunnen zijn, kunnen echter in de omschrijving worden opgenomen. Zulke gegevens kunnen ratings en beoordelingen van zakelijke gebruikers van de onlinetussenhandelsdiensten omvatten. Alles samen genomen, moet de omschrijving ▌ zakelijke gebruikers in staat stellen te begrijpen of zij de gegevens kunnen gebruiken of controleren om meerwaarde mee te creëren, onder meer door eventueel gebruik te maken van gegevensdiensten van derden. ▌

(34)  Tevens is het belangrijk voor zakelijke gebruikers om te weten of de aanbieder gegevens die worden gegenereerd wanneer de zakelijke gebruiker gebruikmaakt van de tussenhandelsdienst uitwisselt met derden. Zakelijke gebruikers moeten met name op de hoogte worden gesteld van de uitwisseling van gegevens met derden die plaatsvindt voor doeleinden die niet noodzakelijk zijn voor de goede werking van de onlinetussenhandelsdiensten, zoals wanneer de aanbieder gegevens gebruikt voor commerciële doeleinden. Om zakelijke gebruikers in staat te stellen de beschikbare rechten om deze gegevensuitwisseling te beïnvloeden ten volle uit te oefenen, moeten onlinetussenhandelsdienstverleners ook uitdrukkelijk melden welke mogelijkheden er zijn om af te zien van de gegevensuitwisseling, indien deze in het kader van de contractverhouding met de zakelijke gebruiker bestaan.

(35)  Die vereisten mogen niet worden opgevat als een verplichting voor onlinetussenhandelsdienstverleners om niet-persoonsgebonden en persoonsgegevens door te geven, of niet door te geven, aan hun zakelijke gebruikers. Transparantiemaatregelen kunnen echter bijdragen tot meer uitwisseling van gegevens en kunnen als belangrijke bron van innovatie en groei de doelstelling om een gemeenschappelijke Europese gegevensruimte tot stand te brengen, kracht bijzetten. Bij de verwerking van gegevens moet het Unierechtskader worden nageleefd inzake de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens, evenals de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens in elektronische communicatie, met name Verordening (EU) 2016/679(7), Richtlijn (EU) 2016/680(8) en Richtlijn 2002/58/EG(9) van het Europees Parlement en de Raad.

(36)  Onlinetussenhandelsdienstverleners kunnen in bepaalde gevallen in hun algemene voorwaarden een beperking opleggen aan zakelijke gebruikers wat betreft hun mogelijkheden om onder gunstiger voorwaarden goederen of diensten aan consumenten aan te bieden via andere middelen dan die onlinetussenhandelsdiensten. In zulke gevallen moeten de betrokken aanbieders vermelden op welke gronden zij dat doen, en met name aangeven wat de belangrijkste economische, commerciële of juridische overwegingen voor die beperkingen zijn. Deze transparantieverplichting mag echter niet worden opgevat als zijnde van invloed op de beoordeling van de rechtmatigheid van zulke beperkingen op grond van andere handelingen van het Unierecht of van met het Unierecht conform lidstatelijk recht, waaronder op het gebied van mededinging en oneerlijke handelspraktijken, en de toepassing van dergelijke wetgeving.

(37)  Teneinde zakelijke gebruikers, waaronder die waarvan het gebruik van de relevante onlinetussenhandelsdiensten eventueel is beperkt, opgeschort of beëindigd, in staat te stellen toegang te hebben tot onmiddellijke, passende en doeltreffende verhaalsmogelijkheden, moeten onlinetussenhandelsdienstverleners over een intern klachtenafhandelingssysteem beschikken. Dat interne klachtenafhandelingssysteem moet gebaseerd zijn op de beginselen van transparantie en gelijke behandeling voor gelijke situaties en moet erop zijn gericht te waarborgen dat een aanzienlijk deel van de klachten binnen een redelijke periode bilateraal kan worden opgelost door de onlinetussenhandelsdienstverlener en de desbetreffende zakelijke gebruiker. De onlinetussenhandelsdienstverleners mogen de beslissing die zij hebben genomen gedurende de duur van de klachtenprocedure handhaven. Pogingen om door de interne klachtenafhandelingsprocedure tot overeenstemming te komen, doen geen afbreuk aan de rechten van de onlinetussenhandelsdienstverleners of de zakelijke gebruikers om op elk moment tijdens of na de interne klachtenafhandelingsprocedure een gerechtelijke procedure in te leiden. Bovendien moeten onlinetussenhandelsdienstverleners informatie over de werking en de doeltreffendheid van hun interne klachtenafhandelingssysteem publiceren en ten minste jaarlijks verifiëren, om ertoe bij te dragen dat zakelijke gebruikers inzicht krijgen in de voornaamste soorten problemen die zich kunnen voordoen in het kader van de levering van verschillende onlinetussenhandelsdiensten en in de mogelijkheid om tot een snelle en bilaterale oplossing daarvan te komen.

(38)  De verplichtingen in deze verordening met betrekking tot de interne klachtenafhandelingssystemen zijn erop gericht onlinetussenhandelsdienstverleners een redelijke mate van flexibiliteit te geven bij de toepassing van die systemen en de behandeling van afzonderlijke klachten, teneinde de administratieve lasten zo laag mogelijk te houden. Daarnaast moeten de interne klachtenafhandelingssystemen de onlinetussenhandelsdienstverleners de mogelijkheid geven om zo nodig op evenredige wijze elk gebruik te kwader trouw dat bepaalde zakelijke gebruikers van dergelijke systemen zouden trachten te maken, aan te pakken. ▌ Gezien de kosten van het opzetten en de werking van dergelijke systemen, is het passend onlinetussenhandelsdienstverleners die kleine ondernemingen zijn in de zin van de toepasselijke bepalingen van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie(10) vrij te stellen van deze verplichtingen. De in die aanbeveling neergelegde consolidatieregels waarborgen dat omzeiling wordt voorkomen. Die uitzondering mag geen afbreuk doen aan het recht van die ondernemingen om op vrijwillige basis een intern klachtenafhandelingssysteem op te zetten dat aan de criteria van deze verordening voldoet.

(39)  Het gebruik van het woord "intern" mag niet aldus worden uitgelegd dat het in de weg zou staan aan de delegatie van een intern klachtenafhandelingssysteem aan een externe dienstverlener of een andere bedrijfsstructuur, zolang een dergelijke dienstverlener of bedrijfsstructuur over de volledige bevoegdheid en de mogelijkheid beschikt om te waarborgen dat het interne klachtenafhandelingssysteem voldoet aan de vereisten van deze verordening.

(40)  Bemiddeling kan onlinetussenhandelsdienstverleners en hun zakelijke gebruikers een instrument bieden om hun geschillen op bevredigende wijze op te lossen, zonder dat zij gebruik hoeven te maken van gerechtelijke procedures, die tijdrovend en duur kunnen zijn. Onlinetussenhandelsdienstverleners dienen bemiddeling dan ook te faciliteren, met name door minstens twee overheidsbemiddelaars of particuliere bemiddelaars aan te wijzen waarvan zij zouden gebruikmaken. De aanwijzing van een minimumaantal bemiddelaars strekt ertoe de neutraliteit van de bemiddelaars te waarborgen. Bemiddelaars die hun diensten verlenen vanuit een plaats buiten de Unie mogen alleen worden aangewezen wanneer is gewaarborgd dat het gebruik van deze diensten de betrokken zakelijke gebruikers op geen enkele wijze de juridische bescherming ontneemt die het Unie- of lidstatelijke recht hen biedt, waaronder de vereisten van deze verordening en het toepasselijke recht inzake de bescherming van persoonsgegevens en bedrijfsgeheimen. Bemiddelaars moeten voldoen aan bepaalde vaste criteria om ervoor te zorgen dat zij toegankelijk, billijk, en zo snel, efficiënt en doeltreffend mogelijk zijn. Niettemin moet het onlinetussenhandelsdienstverleners en hun zakelijke gebruikers vrij blijven staan om gezamenlijk een door hen gekozen bemiddelaar aan te wijzen nadat tussen hen een geschil is ontstaan. In overeenstemming met Richtlijn 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad(11) moet de bemiddeling waarin deze verordening voorziet een vrijwillig proces zijn in die zin dat de partijen er zelf verantwoordelijk voor zijn en de bemiddeling te allen tijde kunnen starten en beëindigen. Ondanks het vrijwillige karakter ervan moeten verzoeken om de in deze verordening geregelde bemiddeling in te zetten, door de onlinetussenhandelsdienstverleners te goeder trouw worden onderzocht.

(41)  Onlinetussenhandelsdienstverleners dienen een redelijk aandeel van de totale bemiddelingskosten te dragen, rekening houdend met alle relevante elementen van de betrokken zaak. Daartoe dient de bemiddelaar voor elke afzonderlijke zaak aan te geven welk aandeel redelijk is. ▌ Gezien de kosten en de administratieve lasten die gepaard gaan met de noodzaak bemiddelaars in de algemene voorwaarden aan te wijzen, is het passend onlinetussenhandelsdienstverleners die kleine ondernemingen zijn in de zin van de relevante bepalingen van Aanbeveling 2003/361/EG, vrij te stellen van die verplichting. De in die aanbeveling neergelegde consolidatieregels waarborgen dat omzeiling van die verplichting wordt voorkomen. Niettemin mag dit geen afbreuk doen aan het recht van die ondernemingen om in hun algemene voorwaarden bemiddelaars aan te wijzen die aan de criteria van deze verordening voldoen.

(42)  Aangezien onlinetussenhandelsdienstverleners steeds verplicht moeten zijn bemiddelaars aan te wijzen waarvan zij gebruik willen maken en verplicht moeten zijn om te goeder trouw deel te nemen aan op grond van deze verordening opgezette bemiddelingspogingen, moeten deze verplichtingen zodanig worden vastgelegd dat misbruik van het bemiddelingssysteem door zakelijke gebruikers wordt voorkomen. Zakelijke gebruikers moeten ook worden verplicht te goeder trouw aan bemiddeling deel te nemen. Onlinetussenhandelsdienstverleners mogen niet verplicht zijn in bemiddeling te gaan wanneer een zakelijke gebruiker een zaak start over een onderwerp waarvoor die zakelijke gebruiker eerder een zaak ter bemiddeling heeft aangebracht en de bemiddelaar in die zaak heeft vastgesteld dat de zakelijke gebruiker niet te goeder trouw heeft gehandeld. Onlinetussenhandelsdienstverleners mogen ook niet worden verplicht in bemiddeling te gaan met zakelijke gebruikers die herhaalde, niet-succesvolle bemiddelingspogingen hebben ondernomen. Deze uitzonderlijke situaties mogen de mogelijkheid van de zakelijke gebruiker om een zaak voor bemiddeling naar voren te brengen, niet beperken wanneer het onderwerp van de bemiddeling, zoals bepaald door de bemiddelaar, geen verband houdt met de eerdere gevallen.

(43)  Teneinde geschillenbeslechting met betrekking tot de levering van onlinetussenhandelsdiensten door middel van bemiddelingsdiensten in de Unie te bevorderen, dient de Commissie, in nauwe samenwerking met de lidstaten, het opzetten van tot nu toe ontbrekende gespecialiseerde bemiddelingsorganisaties aan te moedigen. De betrokkenheid van bemiddelaars met gespecialiseerde kennis van onlinetussenhandelsdiensten alsmede van de specifieke bedrijfstakken waarin deze diensten worden geleverd, moet bijdragen tot het vertrouwen van beide partijen in het bemiddelingsproces en moet de waarschijnlijkheid doen toenemen dat dat proces snelle, rechtvaardige en bevredigende resultaten oplevert.

(44)  Verschillende factoren, waaronder beperkte financiële middelen, angst voor represailles en de exclusieve keuze van bepalingen inzake toepasselijk recht en forumclausules in de algemene voorwaarden, kunnen een beperking vormen voor de doeltreffendheid van bestaande gerechtelijke verhaalsmogelijkheden, met name de factoren waarbij zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers verplicht zijn individueel en herkenbaar op te treden. Om ervoor te zorgen dat deze verordening doeltreffend wordt toegepast, moeten organisaties, verenigingen die zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers vertegenwoordigen en bepaalde, in de lidstaten opgezette overheidsorganen beschikken over beroepsmogelijkheden voor nationale rechtbanken overeenkomstig het nationaal recht, met inbegrip van de nationale procedurele voorschriften. Dergelijke beroepsmogelijkheden voor de nationale rechter moeten gericht zijn op het beëindigen of verbieden van inbreuken op de in deze verordening vastgestelde regels en moeten voorkomen dat in de toekomst schade wordt berokkend die duurzame zakelijke relaties in de onlineplatformeconomie kan ondermijnen. Teneinde te waarborgen dat dergelijke organisaties en verenigingen dat recht op doeltreffende en passende wijze uitoefenen, dienen zij aan bepaalde criteria te voldoen. Zij moeten met name correct volgens het recht van een lidstaat zijn opgericht, mogen geen winstoogmerk hebben en moeten hun doelstellingen op duurzame basis nastreven. Die voorschriften moeten voorkomen dat organisaties of verenigingen ad hoc met het oog op een bepaalde actie of bepaalde acties worden opgericht, of om winst te maken. Daarnaast moet ervoor worden gezorgd dat derden die financiering verstrekken geen ongepaste invloed uitoefenen op de besluitvorming van deze organisaties of verenigingen. Om een belangenconflict te vermijden, moet met name worden voorkomen dat organisaties of verenigingen die zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers vertegenwoordigen op ongepaste wijze beïnvloed worden door onlinetussenhandelsdienstverleners of onlinezoekmachines. De volledige openbaarmaking van informatie over het lidmaatschap en de bron van financiering moet de nationale rechterlijke instanties in staat stellen te beoordelen of is voldaan aan de vereisten om een zaak te mogen starten. Gezien de bijzondere status van de desbetreffende overheidsorganen in de lidstaten waarin dergelijke organen zijn opgericht, dient enkel te worden vereist dat deze specifiek in overeenstemming met de desbetreffende nationaalrechtelijke regels verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van dergelijke acties in het gemeenschappelijk belang van de betrokkenen of in het algemeen belang, zonder dat het noodzakelijk is deze criteria op dergelijke publieke organen toe te passen. Dergelijke acties mogen op geen enkele wijze afbreuk doen aan de rechten van de zakelijke gebruikers en bedrijfswebsitegebruikers om individueel gerechtelijke stappen te nemen.

(45)  De identiteit van organisaties, verenigingen en overheidsorganen die volgens de lidstaten in aanmerking moeten komen om overeenkomstig deze verordening beroep in te stellen, moet worden meegedeeld aan de Commissie. Bij een dergelijke mededeling moeten de lidstaten de toepasselijke nationale bepalingen vermelden waaronder de organisatie, de vereniging of het publiek orgaan werd opgericht en, in voorkomend geval, het toepasselijke openbaar register waarin de organisatie of vereniging is geregistreerd. Deze aanvullende optie van aanwijzing door de lidstaten moet een zeker niveau van rechtszekerheid en voorspelbaarheid bieden waarop zakelijke gebruikers en bedrijfswebsitegebruikers kunnen rekenen. Tegelijkertijd moet zij de gerechtelijke procedures efficiënter en korter maken, hetgeen in dit verband gepast lijkt. De Commissie moet zorgen voor de bekendmaking van een lijst van deze organisaties, verenigingen en publieke organen in het Publicatieblad van de Europese Unie. Opname op die lijst moet fungeren als weerlegbaar bewijs van de handelingsbekwaamheid van de organisatie, de vereniging of het publiek orgaan die of dat het beroep instelt. Indien er tegen een aanwijzing bezwaren worden geuit, moet de lidstaat die een organisatie, een vereniging of publiek orgaan heeft aangewezen, die bezwaren onderzoeken. Organisaties, verenigingen en publieke organen die niet door een lidstaat zijn aangewezen, moeten de mogelijkheid hebben beroep in te stellen bij nationale rechtbanken, onder voorbehoud van een onderzoek naar de handelingsbekwaamheid overeenkomstig de criteria van deze verordening.

(46)  De lidstaten moeten de adequate en doeltreffende handhaving van deze verordening verzekeren. Er bestaan al verschillende handhavingssystemen in de lidstaten, en zij mogen er niet toe worden verplicht nieuwe nationale handhavingsinstanties op te zetten. De lidstaten moeten de handhaving van deze verordening kunnen toevertrouwen aan bestaande instanties, waaronder rechtbanken. Deze verordening mag lidstaten niet ertoe verplichten te voorzien in ambtshalve handhaving of boetes op te leggen.

(47)  De Commissie moet de toepassing van deze verordening voortdurend monitoren, in nauwe samenwerking met de lidstaten. In dit verband moet de Commissie tot doel hebben een breed netwerk voor informatie-uitwisseling op te zetten door gebruik te maken van relevante deskundigeninstanties, expertisecentra en het Waarnemingscentrum voor de onlineplatformeconomie. De lidstaten moeten op verzoek de relevante informatie waarover zij in dit verband beschikken aan de Commissie bezorgen. Tot slot moet het monitoren profiteren van de door deze verordening nagestreefde algemene grotere transparantie van de handelsbetrekkingen tussen zakelijke gebruikers en onlinetussenhandelsdienstverleners en tussen bedrijfswebsitegebruikers en onlinezoekmachines. Om haar monitorings- en herzieningstakendoeltreffend uit te voeren, moet de Commissie trachten informatie te krijgen van onlinetussenhandelsdienstverleners. In voorkomend geval moeten de onlinetussenhandelsdienstverleners te goeder trouw samenwerken waar zij het verzamelen van dergelijke gegevens faciliteren.

(48)  Door de betrokken dienstverleners of door organisaties of verenigingen die hen vertegenwoordigen opgestelde gedragscodes kunnen bijdragen tot de juiste toepassing van deze verordening en moeten dan ook worden aangemoedigd. Bij het opstellen van dergelijke gedragscodes, in overleg met alle betrokken belanghebbenden, moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de betrokken bedrijfstakken en van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen. Deze gedragscodes moeten een objectieve en niet-discriminerende wijze formulering hebben.

(49)  De Commissie moet deze verordening op gezette tijden evalueren en nauwlettend haar effecten op de onlineplatformeconomie monitoren, met name om na te gaan of zij in het licht van de relevante technologische of commerciële ontwikkelingen moet worden gewijzigd. Deze evaluatie moet onder meer kijken naar de gevolgen voor zakelijke gebruikers die kunnen voortvloeien uit het algemene gebruik van de exclusieve keuze van bepalingen inzake toepasselijk recht en forumclausules in de algemene voorwaarden die eenzijdig worden bepaald door de onlinetussenhandelsdienstverlener. Om een bredere blik te krijgen op de ontwikkelingen in de sector, moet bij de evaluatie rekening worden gehouden met de ervaringen van de lidstaten en relevante belanghebbenden. De deskundigengroep van het Waarnemingscentrum voor de onlineplatformeconomie, die overeenkomstig Besluit C(2018)2393 van de Commissie is opgericht, speelt een sleutelrol bij het verstrekken van informatie voor de evaluatie van deze verordening door de Commissie. De Commissie moet daarom naar behoren rekening houden met de adviezen en verslagen die deze groep aan haar voorlegt. Na de evaluatie neemt de Commissie passende maatregelen. Verdere maatregelen, ook van wetgevende aard, kunnen passend zijn indien en in de gevallen dat de bepalingen van deze verordeningblijken niet te volstaan om de aanhoudende onevenwichtigheden en oneerlijke handelspraktijken in de sector op passende wijze aan te pakken.

(50)  Bij het verstrekken van de op grond van deze verordening vereiste informatie moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van personen met een handicap, overeenkomstig de doelstellingen van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap(12).

(51)  Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het waarborgen van een eerlijk, voorspelbaar, duurzaam en betrouwbaar online ondernemingsklimaat binnen de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kan worden bereikt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(52)  Deze verordening beoogt de volledige eerbiediging van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een eerlijke behandeling zoals neergelegd in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie te waarborgen en de toepassing van de vrijheid van ondernemerschap te bevorderen zoals neergelegd in artikel 16 van het Handvest,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.  Deze verordening beoogt bij te dragen aan de goede werking van de interne markt door te voorzien in regels die waarborgen dat aan zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten en bedrijfswebsitegebruikers in verband met onlinezoekmachines passende transparantie, billijkheid en doeltreffende voorzieningen in rechte worden verleend.

2.  Deze verordening is van toepassing op onlinetussenhandelsdiensten en onlinezoekmachines die worden verstrekt of worden aangeboden om te worden verstrekt aan respectievelijk zakelijke gebruikers en bedrijfswebsitegebruikers die hun vestigings- of woonplaats in de Unie hebben en die via die onlinetussenhandelsdiensten of onlinezoekmachines goederen of diensten aanbieden aan consumenten in de Unie, ongeacht de vestigings- of woonplaats van de aanbieders van die diensten en ongeacht het recht dat anders van toepassing zou zijn.

3.  Deze verordening is niet van toepassing op onlinebetalingsdiensten, onlinereclametools of onlinetussenhandelsdiensten voor de uitwisseling van reclame die niet gericht zijn op het faciliteren van het initiëren van directe transacties en die geen contractuele verhouding met consumenten bevatten.

4.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de nationale voorschriften die overeenkomstig het Unierecht eenzijdige gedragingen of oneerlijke handelspraktijken verbieden of bestraffen voor zover de relevante aspecten niet onder deze verordening vallen. Deze verordening doet geen afbreuk aan nationaal burgerlijk recht, en met name het contractenrecht, zoals de voorschriften betreffende de geldigheid, de totstandkoming, de gevolgen of de beëindiging van een overeenkomst, voor zover de voorschriften van het nationaal burgerlijk recht in overeenstemming zijn met het Unierecht en de toepasselijke aspecten niet onder deze verordening vallen.

5.  Deze verordening doet geen afbreuk aan het Unierecht, met name het Unierecht dat toepasselijk is op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, mededinging, gegevensbescherming, bescherming van bedrijfsgeheimen, consumentenbescherming, elektronische handel en financiële diensten.

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1)  "zakelijke gebruiker": elke natuurlijke persoon die in een commerciële of professionele hoedanigheid optreedt of elke rechtspersoon, die via onlinetussenhandelsdiensten goederen of diensten aan consumenten aanbiedt voor doeleinden die verband houden met zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

2)  "onlinetussenhandelsdiensten": diensten die aan alle onderstaande vereisten voldoen:

a)  zij vormen diensten van de informatiemaatschappij in de zin van artikel 1, lid 1, onder b), van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad(13);

b)  zij geven zakelijke gebruikers de mogelijkheid om goederen of diensten aan te bieden aan consumenten, met het oog op het faciliteren van het initiëren van directe transacties tussen die zakelijke gebruikers en consumenten, ongeacht waar die transacties uiteindelijk worden uitgevoerd;

c)  zij worden aan zakelijke gebruikers geleverd op basis van contractverhoudingen tussen ▌ de aanbieder van dergelijke diensten en ▌ zakelijke gebruikers die goederen of diensten aanbieden aan consumenten;

3)  "onlinetussenhandelsdienstverlener": elke natuurlijke of rechtspersoon die onlinetussenhandelsdiensten aan zakelijke gebruikers levert of aanbiedt die te leveren;

4)  "consument": elke natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen;

5)  "onlinezoekmachine": een digitale dienst die het gebruikers mogelijk maakt zoekvragen in te voeren om zoekacties uit te voeren op in beginsel alle websites of alle websites in een bepaalde taal, op basis van een zoekvraag overeender welk onderwerp in de vorm van een trefwoord, een gesproken opdracht, een frase of andere input, en die resultaten ineender welk formaat oplevert met informatie over de opgevraagde inhoud;

6)  "aanbieder van onlinezoekmachines": elke natuurlijke of rechtspersoon die onlinezoekmachines aan consumenten levert of aanbiedt die te leveren;

7)  "bedrijfswebsitegebruiker ": elke natuurlijke of rechtspersoon die gebruikmaakt van een online-interface, dat wil zeggen alle software, waaronder een website of een gedeelte daarvan en applicaties, met inbegrip van mobiele applicaties, om goederen of diensten aan consumenten aan te bieden voor doeleinden die verband houden met zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

8)  "rangschikking": het relatieve belang dat wordt gegeven aan de goederen of diensten die ▌ worden aangeboden via onlinetussenhandelsdiensten, of de relevantie die onlinezoekmachines geven aan zoekresultaten zoals gepresenteerd, georganiseerd of meegedeeld ▌ door respectievelijk de onlinetussenhandelsdienstverleners of door aanbieders van onlinezoekmachines, ongeacht de voor die presentatie, organisatie of mededeling gebruikte technologische middelen;

9)  "zeggenschap": eigendom van, of het vermogen om beslissende invloed uit te oefenen op, een onderneming, in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad(14);

10)  "algemene voorwaarden": alle voorwaarden of specificaties, ongeacht de benaming of vorm ervan, die van toepassing zijn op de contractverhouding tussen de onlinetussenhandelsdienstverlener en zijn zakelijke gebruikers, die eenzijdig door de onlinetussenhandelsdienstverlener worden bepaald, waarbij die eenzijdige bepalingzal worden vastgesteld op basis van een algemene beoordeling, waarbij de relatieve omvang van de betrokkenen, het feit dat onderhandelingen hebben plaatsgevonden, of dat sommige bepalingen het voorwerp van dergelijke onderhandelingen waren en door de betrokken aanbieder en zakelijke gebruiker samen werden vastgesteld, op zichzelf niet doorslaggevend zijn;

11)  "aanvullende goederen en diensten": goederen en diensten die de consument vóór de afronding van een op de onlinetussenhandelsdiensten geïnitieerde transactie naast en als aanvulling op het primaire product of de primaire dienst door de zakelijke gebruiker via de onlinetussenhandelsdiensten worden aangeboden;

12)  "bemiddeling": een gestructureerde procedure als gedefinieerd in artikel 3, onder a), van Richtlijn 2008/52/EG;

13)  "duurzame gegevensdrager": een hulpmiddel dat zakelijke gebruikers in staat stelt persoonlijk aan hen gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op de doelstellingen waarvoor de informatie kan dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de opgeslagen informatie mogelijk maakt.

Artikel 3

Algemene voorwaarden

1.  Onlinetussenhandelsdienstverleners zorgen ervoor dat hun algemene voorwaarden:

a)  in duidelijke en begrijpelijke taal zijn opgesteld;

b)  eenvoudig beschikbaar zijn voor zakelijke gebruikers tijdens alle fasen van hun commerciële verhouding met de onlinetussenhandelsdienstverlener, waaronder tijdens de precontractuele fase;

c)  de ▌ redenen omvatten voor beslissingen tot volledige of gedeeltelijke opschorting of beëindiging van, of tot volledige of gedeeltelijke oplegging van enige andere beperking aan de verstrekking van hun onlinetussenhandelsdiensten aan zakelijke gebruikers;

d)  informatie bevatten over aanvullende distributiekanalen en potentiële gelieerde programma's waarmee de onlinetussenhandelsdienstverleners door zakelijke gebruikers aangeboden goederen en diensten op de markt zouden kunnen brengen;

e)  algemene informatie bevatten over de gevolgen van de algemene voorwaarden betreffende de eigendom en de controle van intellectuele-eigendomsrechten van zakelijke gebruikers.

2.  Onlinetussenhandelsdienstverleners stellen de betrokken zakelijke gebruikers op een duurzame gegevensdrager in kennis van elke voorgestelde verandering van hun algemene voorwaarden.

De voorgestelde veranderingen worden niet uitgevoerd voordat een opzegtermijn is verstreken die redelijk is en evenredig is aan de aard en reikwijdte van de beoogde veranderingen en aan de gevolgen daarvan voor de betrokken zakelijke gebruiker. Die opzegtermijn bedraagt ten minste 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de onlinetussenhandelsdienstverlener de betrokken zakelijke gebruiker in kennis stelt van de voorgestelde veranderingen. Onlinetussenhandelsdienstverleners staan langere opzegtermijnen toe wanneer dit noodzakelijk is om zakelijke gebruikers in staat te stellen om technische of commerciële aanpassingen door te voeren om aan de veranderingen te voldoen.

De betrokken zakelijke gebruiker heeft het recht de overeenkomst met de onlinetussenhandelsdienstverlener te beëindigen voordat de opzegtermijn is verstreken. Een dergelijke beëindiging wordt van kracht binnen vijftien dagen na de ontvangst van de kennisgeving op grond van de eerste alinea, tenzij een kortere periode geldt voor de overeenkomst.

De betrokken zakelijke gebruiker kan op elk moment vanaf de ontvangst van de opzeg op grond van de eerste alinea door middel van een schriftelijke verklaring of een ondubbelzinnige actieve handeling afstand doen van de in de tweede alinea bedoelde opzegtermijn.

Tijdens de opzegtermijn wordt het aanbieden van nieuwe goederen of diensten op onlinetussenhandelsdiensten beschouwd als een ondubbelzinnige actieve handeling om afstand te doen van de opzegtermijn, met uitzondering van gevallen waarin de redelijke en evenredige opzegtermijn langer is dan 15 dagen omdat de veranderingen in de algemene voorwaarden vereisen dat de zakelijke gebruiker aanzienlijke technische aanpassingen aan zijn goederen of diensten aanbrengt. In zulke gevallen wordt er niet automatisch van uitgegaan dat afstand wordt gedaan van de opzegtermijn wanneer een zakelijke gebruikers nieuwe goederen of diensten op een onlinetussenhandelsdienst aanbiedt.

3.  Algemene voorwaarden of specifieke bepalingen daarvan, die niet voldoen aan de vereisten van lid 1, alsmede veranderingen van de algemene voorwaarden die door een onlinetussenhandelsdienstverlener worden uitgevoerd in strijd met de bepalingen van lid 2, zijn nietig.

4.  De opzegtermijnin de tweede alinea van lid 2geldt niet indien een onlinetussenhandelsdienstverlener:

a)   onderworpen is aan een wettelijke of regelgevende verplichting om zijn algemene voorwaarden te veranderen op een manier die hem niet toestaat de in de tweede alinea van lid 2 bedoelde opzegtermijn in acht te nemen;

b)  bij wijze van uitzondering zijn algemene voorwaarden moet veranderen om een onvoorzien en dreigend gevaar te ondervangen in verband met de bescherming van de onlinetussenhandelsdiensten, consumenten of zakelijke gebruikers tegen fraude, malware, spam, inbreuken in verband met de persoonsgegevens of andere risico’s op het gebied van cyberbeveiliging.

5.  Onlinetussenhandelsdienstverleners zien erop toe dat de identiteit van de zakelijke gebruiker die de goederen of diensten op de onlinetussenhandelsdiensten aanbiedt duidelijk zichtbaar is.

Artikel 4

Beperking, opschorting en beëindiging

1.  Indien een onlinetussenhandelsdienstverlener besluit om de levering van zijn onlinetussenhandelsdiensten aan een bepaalde zakelijke gebruiker van individuele door die zakelijke gebruiker aangeboden goederen of dienstente beperken of op te schorten, verstrekt hij de betrokken zakelijke gebruiker voordat of op het moment dat de beperking of opschorting ingaat, een motivering van dat besluit op een duurzame gegevensdrager.

2.  Indien een onlinetussenhandelsdienstverlener besluit om de verstrekking van het geheel van zijn onlinetussenhandelsdiensten aan een bepaalde zakelijke gebruiker te beëindigen, verstrekt hij de betrokken zakelijke gebruiker ten minste 30 dagen voordat de beëindiging ingaat een motivering van dat besluit op een duurzame gegevensdrager.

3.  Bij beperking, opschorting of beëindiging biedt de onlinetussenhandelsdienstverlener de zakelijke gebruiker de gelegenheid om de feiten en de omstandigheden in het kader van de in artikel 11 bedoelde interne klachtenafhandelingsprocedure te verduidelijken. Wanneer de beperking, opschorting of beëindiging wordt ingetrokken door de onlinetussenhandelsdienstverlener, wordt de situatie van de zakelijke gebruiker onverwijld hersteld, en wordt de zakelijke gebruiker toegang verschaft tot persoons- en/of andere gegevens, die de zakelijke gebruiker heeft verkregen bij het gebruik van de desbetreffende onlinetussenhandelsdiensten voordat de beperking, opschorting of beëindiging van kracht is geworden.

4.  De in lid 2 bedoelde opzegtermijn is niet van toepassing wanneer een onlinetussenhandelsdienstverlener:

a)  onderworpen is aan een wettelijke of regelgevende verplichting om de verstrekking van het geheel van zijn onlinetussenhandelsdiensten aan een bepaalde zakelijke gebruiker te beëindigen op een manier die hem niet de mogelijkheid biedt deze opzegtermijn in acht te nemen; of

b)  op grond van met Unierecht conforme nationale wetgevingsbepalingen een recht van beëindiging om een dwingende reden uitoefent;

c)  kan aantonen dat de betrokken zakelijke gebruiker herhaaldelijk de toepasselijke algemene voorwaarden heeft geschonden, wat heeft geleid tot de beëindiging van de levering van het geheel van de betrokken onlinetussenhandelsdiensten.

In gevallen waarin de in lid 2 bedoelde opzegtermijn niet van toepassing is, verstrekt de onlinetussenhandelsdienstverlener de betrokken zakelijke gebruiker onverwijld een motivering van het besluit op een duurzame gegevensdrager.

5.  De in de leden 1 en 2 en in de tweede alinea van lid 4 bedoelde motivering omvat een verwijzing naar de specifieke feiten of omstandigheden, met inbegrip van de inhoud van meldingen van derden, die tot het besluit van de onlinetussenhandelsdienstverlener hebben geleid en de in artikel 3, lid 1, onder c), bedoelde toepasselijke redenen voor dat besluit.

Een onlinetussenhandelsdienstverlener hoeft geen motivering te verstrekken wanneer hij onderworpen is aan een wettelijke of regelgevende verplichting om de specifieke feiten of omstandigheden of de verwijzing naar de toepasselijke reden of redenen niet te verstrekken, of wanneer hij kan aantonen dat de betrokken zakelijke gebruiker herhaaldelijk de toepasselijke algemene voorwaarden heeft geschonden, wat heeft geleid tot de beëindiging van de verstrekking van het geheel van de betrokken onlinetussenhandelsdiensten.

Artikel 5

Rangschikking

1.  Onlinetussenhandelsdienstverleners zetten in hun algemene voorwaarden de belangrijkste parameters uiteen die de rangschikking bepalen alsmede de redenen voor het relatieve belang van die belangrijkste parameters ten opzichte van andere parameters.

2.  Aanbieders van onlinezoekmachines zetten ▌ de belangrijkste parameters uiteen die afzonderlijk of samen het zwaarst doorwegen bij het bepalen van de rangschikking en het relatieve belang van die belangrijkste parameters, door middel van een eenvoudig en publiekelijk beschikbare omschrijving die in duidelijk en begrijpelijke taal is opgesteld, op de onlinezoekmachines van die aanbieders. Zij zorgen ervoor dat die omschrijving actueel is.

3.  Indien de belangrijkste parameters de mogelijkheid omvatten om de rangschikking te beïnvloeden door middel van een door zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers aan de aanbieder betaalde directe of indirecte vergoeding, geeft die aanbieder ook een omschrijving van die mogelijkheden en van de gevolgen van een dergelijke vergoeding voor de rangschikking, overeenkomstig de voorschriften van de leden 1 en 2.

4.  Wanneer een aanbieder van een onlinezoekmachine in een bepaald geval de rangschikking heeft aangepast of een bepaalde website heeft gedelist naar aanleiding van een kennisgeving door een derde, biedt de aanbieder de bedrijfswebsitegebruiker de mogelijkheid om kennis te nemen van de inhoud van de kennisgeving.

5.  De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde omschrijvingen moeten volstaan om de zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers in staat te stellen adequaat inzicht te krijgen in de vraag of en in hoeverre in het rangschikkingsmechanisme met het volgende rekening wordt gehouden:

a)  de kenmerken van de goederen en diensten die via de onlinetussenhandelsdiensten of de onlinezoekmachine aan consumenten worden aangeboden;

b)  de relevantie van die kenmerken voor die consumenten;

c)  wat onlinezoekmachines betreft, de ontwerpkenmerken van de door de bedrijfswebsitegebruikers gebruikte website.

6.  Bij de naleving van de vereisten van dit artikel zijn onlinetussenhandelsdienstverleners en aanbieders van onlinezoekmachines niet verplicht algoritmes of informatie openbaar te maken die met redelijke zekerheid zou resulteren in het mogelijk maken van een misleiding of benadeling van consumenten als gevolg van de manipulatie van zoekresultaten. Dit artikel doet geen afbreuk aan Richtlijn (EU) 2016/943.

7.  Om de naleving door onlinetussenhandelsdienstverleners en aanbieders van onlinezoekmachines van de vereisten van dit artikel te bevorderen en ervoor te zorgen dat ze deze ook toepassen, voorziet de Commissie in richtsnoeren voor de in dit artikel genoemde transparantievereisten.

Artikel 6

Aanvullende goederen en diensten

Wanneer via de onlinetussenhandelsdiensten aanvullende goederen en diensten, met inbegrip van financiële producten, aan consumenten worden aangeboden, hetzij door de onlinetussenhandelsdienstverlener, hetzij door derden, geeft de onlinetussenhandelsdienstverleners in zijn algemene voorwaarden een beschrijving van het soort aangeboden aanvullende goederen en diensten, evenals een beschrijving van het feit of en onder welke voorwaarden zakelijke gebruikers via de onlinetussenhandelsdiensten ook hun eigen aanvullende goederen en diensten mogen aanbieden.

Artikel 7

Gedifferentieerde behandeling

1.  Onlinetussenhandelsdienstverleners nemen in hun algemene voorwaarden een omschrijving op van elke gedifferentieerde behandeling die zij geven of kunnen geven ten aanzien van enerzijds goederen of diensten die via die onlinetussenhandelsdiensten worden aangeboden aan consumenten door die aanbieder zelf of door zakelijke gebruikers waarover die aanbieder zeggenschap heeft, en anderzijds andere zakelijke gebruikers. Die omschrijving vermeldt de belangrijkste economische, commerciële of juridische overwegingen voor een dergelijke gedifferentieerde behandeling.

2.  Aanbieders van onlinezoekmachines verstrekken een omschrijving van elke gedifferentieerde behandeling die zij geven of kunnen geven ten aanzien van enerzijds goederen of diensten die via die onlinezoekmachines worden aangeboden aan consumenten door die aanbieder zelf of door bedrijfswebsitegebruikers waarover die aanbieder zeggenschap heeft, en anderzijds andere bedrijfswebsitegebruikers.

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde omschrijving omvat met name, indien van toepassing, elke gedifferentieerde behandeling door middel van specifieke door de onlinetussenhandelsdienstverlener of de aanbieder van onlinezoekmachines getroffen maatregelen, of door middel van diens gedrag, met betrekking tot een of meer van de volgende elementen:

a)  toegang door de aanbieder of door de zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers waarover die aanbieder zeggenschap heeft, tot persoonsgegevens en/of andere gegevens die zakelijke gebruikers, bedrijfswebsitegebruikers of consumenten verstrekken ten behoeve van het gebruik van de betrokken onlinetussenhandelsdiensten of onlinezoekmachines of die worden gegenereerd door de verstrekking van zulke diensten;

b)  rangschikking of andere door de aanbieder toegepaste instellingen die invloed hebben op de toegang van consumenten tot goederen of diensten die worden aangeboden door andere zakelijke gebruikers via deze onlinetussenhandelsdiensten of door andere bedrijfswebsitegebruikers via die onlinezoekmachines;

c)  elke directe of indirecte vergoeding die in rekening wordt gebracht voor het gebruik van de betrokken onlinetussenhandelsdiensten of onlinezoekmachines;

d)  toegang tot, voorwaarden voor, of elke directe of indirecte vergoeding die in rekening wordt gebracht voor het gebruik van diensten of functionaliteiten, of technische interfaces die relevant zijn voor de zakelijke gebruiker of de bedrijfswebsitegebruiker die direct zijn gekoppeld aan of een aanvulling vormen op het gebruik van de betrokken onlinetussenhandelsdiensten of onlinezoekmachines.

Artikel 8

Specifieke contractvoorwaarden

Om ervoor te zorgen dat de contractverhoudingen tussen de onlinetussenhandelsdienstverleners en zakelijke gebruikers te goeder trouw worden uitgevoerd en zijn gebaseerd op eerlijk handelen, geldt voor onlinetussenhandelsdienstverleners het volgende:

a)  zij leggen niet met terugwerkende kracht veranderingen aan de algemene voorwaarden op, tenzij dit voortvloeit uit een wettelijke of regelgevende verplichting of wanneer de met terugwerkende kracht opgelegde veranderingen in het voordeel van de zakelijke gebruikers zijn;

b)  zij zorgen ervoor dat de algemene voorwaarden informatie omvatten over de voorwaarden waaronder zakelijke gebruikers de contractverhouding met de onlinetussenhandelsdienstverlener kunnen beëindigen; en

c)  zij nemen in hun algemene voorwaarden een beschrijving op van de technische en contractuele toegang tot de door de zakelijke gebruiker verstrekte of gegenereerde informatie die zij na het verstrijken van de overeenkomst tussen de onlinetussenhandelsdienstverlener en de zakelijke gebruiker al dan niet behouden.

Artikel 9

Toegang tot gegevens

1.  Onlinetussenhandelsdienstverleners nemen in hun algemene voorwaarden een omschrijving op van de technische en contractuele toegang, of het ontbreken daarvan, van zakelijke gebruikers tot persoonsgegevens of andere gegevens, dan wel beide soorten gegevens, die zakelijke gebruikers of consumenten verstrekken ten behoeve van het gebruik van de betrokken onlinetussenhandelsdiensten of die worden gegenereerd bij de verstrekking van die diensten.

2.  Onlinetussenhandelsdienstverleners stellen zakelijke gebruikers door middel van de in lid 1 bedoelde omschrijving op adequate wijze in kennis van met name het volgende:

a)  of de onlinetussenhandelsdienstverlener toegang heeft tot persoonsgegevens en/of andere gegevens die zakelijke gebruikers of consumenten verstrekken ten behoeve van het gebruik van die diensten of die worden gegenereerd bij de verstrekking van die diensten, en indien dat het geval is, om welke categorieën gegevens het gaat en wat de voorwaarden voor toegang zijn;

b)  of een zakelijke gebruiker toegang heeft tot persoonsgegevens of andere gegevens, dan wel beide soorten gegevens, die deze zakelijke gebruiker verstrekt door gebruik te maken van de betrokken onlinetussenhandelsdiensten of die worden gegenereerd bij de verstrekking van die diensten aan die zakelijke gebruiker en de consumenten van zijn goederen of diensten, en indien dat het geval is, om welke categorieën gegevens het gaat en wat de voorwaarden voor toegang zijn;

c)  of, in aanvulling op punt b), een zakelijke gebruiker toegang heeft tot persoonsgegevens of andere gegevens, dan wel beide soorten gegevens, waaronder in gebundelde vorm, die worden verstrekt door of worden gegenereerd bij de verstrekking van de onlinetussenhandelsdiensten aan alle zakelijke gebruikers en consumenten daarvan, en indien dat het geval is, om welke categorieën gegevens het gaat en wat de voorwaarden voor toegang zijn; en

d)  of de in punt a) bedoelde gegevens aan derden worden verstrekt, en wanneer het verstrekken van dergelijke gegevens aan derden niet noodzakelijk is voor de goede werking van de onlinetussenhandelsdiensten, informatie over het doel van die gegevensuitwisseling, alsmede mogelijkheden voor zakelijke gebruikers om van die gegevensuitwisseling af te zien.

3.  Dit artikel doet geen afbreuk aan de toepassing van Verordening (EU) 2016/679, Richtlijn (EU) 2016/680 en Richtlijn 2002/58/EG..

Artikel 10

Beperkingen inzake het aanbieden van afwijkende voorwaarden via andere middelen

1.  Wanneer onlinetussenhandelsdienstverleners bij de verstrekking van hun diensten aan zakelijke gebruikers beperkingen opleggen ten aanzien van het aanbieden van dezelfde goederen en diensten aan consumenten onder afwijkende voorwaarden via andere middelen dan deze diensten, vermelden zij de redenen voor die beperking in hun algemene voorwaarden en zorgen zij ervoor dat die redenen eenvoudig beschikbaar zijn voor het publiek. Die redenen moeten de belangrijkste economische, commerciële of juridische overwegingen voor die beperkingen omvatten.

2.  De in lid 1 vastgestelde verplichting doet geen afbreuk aan verbods- of beperkingsbepalingen inzake het opleggen van zulke beperkingen die voortvloeien uit de toepassing van Uniehandelingen of lidstatelijk recht dat in overeenstemming is met het Unierecht en die op de onlinetussenhandelsdienstverleners van toepassing zijn.

Artikel 11

Intern klachtenafhandelingssysteem

1.  Onlinetussenhandelsdienstverleners zorgen voor een intern systeem voor het afhandelen van de klachten van zakelijke gebruikers.

Dat interne klachtenafhandelingssysteem is eenvoudig en kosteloos toegankelijk voor zakelijke gebruikers en zorgt voor afhandeling binnen een redelijke termijn. Het systeem is gebaseerd op de beginselen van transparantie en gelijke behandeling voor gelijke situaties, en de behandeling van klachten op een wijze die in verhouding staat tot hun belang en complexiteit. Via dit systeem kunnen zakelijke gebruikers rechtstreeks klachten indienen bij de betrokken aanbieder met betrekking tot elk van de volgende kwesties:

a)  vermeende niet-naleving door die aanbieder van in deze verordening vastgestelde ▌ verplichtingen, waarbij de niet-naleving gevolgen heeft voor de zakelijke gebruiker die de klacht indient ("de klager");

b)  technologische kwesties die rechtstreeks verband houden met de verstrekking van onlinetussenhandelsdiensten en die ▌ gevolgen hebben voor de klager;

c)  maatregelen die door de aanbieder zijn getroffen, dan wel gedrag van die aanbieder, die rechtstreeks verband houden met de verstrekking van de onlinetussenhandelsdiensten en die ▌ gevolgen hebben voor de klager.

2.  In het kader van hun interne klachtenafhandelingssysteem voeren onlinetussenhandelsdienstverleners de volgende taken uit:

a)  zij nemen ingediende klachten terdege in overweging en geven er zo nodig gevolg aan teneinde de opgeworpen kwestie adequaat aan te pakken ▌;

b)  zij verwerken klachten vlot en doeltreffend en houden daarbij rekening met het belang en de complexiteit van de opgeworpen kwestie;

c)  zij stellen de klager individueel en in duidelijk en begrijpelijke taal in kennis van het resultaat van het interne klachtenafhandelingsproces.

3.  Onlinetussenhandelsdienstverleners verschaffen in hun algemene voorwaarden alle relevante informatie die verband houdt met de toegang tot en de werking van hun interne klachtenafhandelingssysteem.

4.  Onlinetussenhandelsdienstverleners stellen ▌ informatie vast over de werking en de doeltreffendheid van hun interne klachtenafhandelingssysteem en zorgen ervoor dat de informatie eenvoudig beschikbaar is voor het publiek. Zij controleren de informatie ten minste eenmaal per jaar en werken de informatie bij wanneer significante veranderingen nodig zijn.

Die informatie omvat het totale aantal ingediende klachten, de voornaamste soorten klachten, de tijd die gemiddeld nodig was voor de verwerking van de klachten, en gebundelde informatie over de uitkomst van de klachten.

5.  De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op onlinetussenhandelsdienstverleners die kleine ondernemingen zijn in de zin van artikel 2, lid 2, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG.

Artikel 12

Bemiddeling

1.  Onlinetussenhandelsdienstverleners wijzen in hun algemene voorwaarden twee of meer bemiddelaars aan waarmee zij bereid zijn te werken om te trachten tot overeenstemming te komen met zakelijke gebruikers wat betreft de buitengerechtelijke beslechting van geschillen tussen de aanbieder en zakelijke gebruiker naar aanleiding van de verstrekking van de betrokken onlinetussenhandelsdiensten, waaronder klachten die niet konden worden opgelost door middel van het in artikel 11 bedoelde interne klachtenafhandelingssysteem.

Onlinetussenhandelsdienstverleners mogen alleen bemiddelaars aanwijzen die hun diensten verlenen vanuit een plaats buiten de Unie wanneer is gewaarborgd dat zulks de betrokken zakelijke gebruikers geen in het Unie of lidstatelijk recht vastgestelde juridische bescherming ontneemt als gevolg van het feit dat de bemiddelaars die diensten vanuit een plaats buiten de Unie verlenen.

2.  De in lid 1 bedoelde bemiddelaars voldoen aan de volgende vereisten:

a)  zij zijn onpartijdig en onafhankelijk;

b)  hun bemiddelingsdiensten zijn betaalbaar voor ▌ zakelijke gebruikers van de betrokken onlinetussenhandelsdiensten;

c)  zij zijn in staat om hun bemiddelingsdiensten te verlenen in de taal van de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de contractverhouding tussen de onlinetussenhandelsdienstverlener en de betrokken zakelijke gebruiker;

d)  zij zijn eenvoudig toegankelijk, ofwel fysiek op de vestigings- of woonplaats van de zakelijke gebruiker, ofwel op afstand door middel van communicatietechnologie;

e)  zij zijn in staat om hun bemiddelingsdiensten onverwijld te verlenen;

f)  zij hebben voldoende begrip van de algemene handelsbetrekkingen tussen ondernemingen, waardoor zij in staat zijn om op doeltreffende wijze bij te dragen tot de poging om geschillen te beslechten.

3.  Niettegenstaande het vrijwillige karakter van bemiddeling, werken onlinetussenhandelsdienstverleners en zakelijke gebruikers te goeder trouw mee aan bemiddelingspogingen die overeenkomstig dit artikel plaatsvinden.

4.  De onlinetussenhandelsdienstverleners dragen een redelijk aandeel van de totale kosten van de bemiddeling in elke afzonderlijke zaak. Op basis van een voorstel van de bemiddelaar wordt vastgesteld wat een redelijk aandeel van die totale kosten is, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante elementen van de desbetreffende zaak, en met name met de relatieve gegrondheid van de verwijten van de partijen bij het geschil, het gedrag van de partijen, alsmede de grootte en de financiële draagkracht van de partijen in verhouding tot elkaar. ▌

5.  Pogingen om overeenkomstig dit artikel door bemiddeling tot overeenstemming over de beslechting van een geschil te komen, doen geen afbreuk aan de rechten van de onlinetussenhandelsdienstverleners en van de betrokken zakelijke gebruikers om op elk moment vóór, tijdens of na het bemiddelingsproces een gerechtelijke procedure in te leiden.

6.  Vóór of tijdens de bemiddeling stellen onlinetussenhandelsdienstverleners de zakelijke gebruiker op diens verzoek informatie ter beschikking over de werking en de doeltreffendheid van de bemiddeling gerelateerd aan de activiteiten van de zakelijke gebruiker.

7.  De in lid 1 vastgestelde verplichting is niet van toepassing op onlinetussenhandelsdienstverleners die kleine ondernemingen zijn in de zin van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG.

Artikel 13

Gespecialiseerde bemiddelaars

De Commissie moedigt, in nauwe samenwerking met de lidstaten, onlinetussenhandelsdienstverleners alsmede organisaties en verenigingen die hen vertegenwoordigen aan om afzonderlijk of gezamenlijk een of meerdere organisaties op te zetten die bemiddelingsdiensten aanbieden die voldoen aan de in artikel 12, lid 2, vastgestelde vereisten, met als specifiek doel het vergemakkelijken van de buitengerechtelijke beslechting van geschillen met zakelijke gebruikers die zich voordoen bij de verstrekking van dergelijke diensten, met name rekening houdend met de grensoverschrijdende aard van onlinetussenhandelsdiensten.

Artikel 14

Door vertegenwoordigende organisaties of verenigingen en door publieke organen ingeleide gerechtelijke procedures

1.  Organisaties en verenigingen die een rechtmatig belang hebben bij het vertegenwoordigen van zakelijke gebruikers of bij het vertegenwoordigen van bedrijfswebsitegebruikers, alsmede in de lidstaten opgezette publieke organen, hebben het recht een vordering in te stellen bij bevoegde nationale rechterlijke instanties in de Unie, in overeenstemming met het recht van de lidstaat waar de vordering wordt ingesteld, teneinde niet-naleving door onlinetussenhandelsdienstverleners of door aanbieders van onlinezoekmachines van de toepasselijke in deze verordening vastgestelde vereisten te beëindigen of te verbieden.

2.  De Commissie moedigt de lidstaten aan om beste praktijken en informatie uit te wisselen met andere lidstaten, op basis van registers van onrechtmatige handelingen die het voorwerp zijn geweest van een nationaal gerechtelijk bevel tot beëindiging van de inbreuk, wanneer dergelijke registers door de desbetreffende overheidsorganen of autoriteiten worden opgezet.

3.  Organisaties of verenigingen hebben het in lid 1 bedoelde recht uitsluitend wanneer zij ▌ aan alle volgende vereisten voldoen:

a)  zij zijn op geldige wijze overeenkomstig het recht van een lidstaat opgericht;

b)  zij streven doelstellingen na die in het gezamenlijk belang zijn van de groep zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers die zij op structurele basis vertegenwoordigen;

c)  zij hebben geen winstoogmerk;

d)  hun besluitvorming wordt niet onnodig beïnvloed door derden die financiering verstrekken, met name onlinetussenhandelsdienstverleners of onlinezoekmachines.

Daartoe maken organisaties en verenigingen informatie over de leden en de bron van de financiering volledig openbaar.

4.  In de lidstaten waarin ▌ publieke organen zijn opgezet, hebben die publieke organen het in lid 1 bedoelde recht wanneer zij belast zijn met het verdedigen van de gezamenlijke belangen van zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers of met het waarborgen van de naleving van de in deze verordening vastgestelde vereisten, overeenkomstig het nationale recht van de betrokken lidstaat.

5.  De lidstaten kunnen:

a)  in hun lidstaat gevestigde organisaties en verenigingen aanwijzen die ten minste voldoen aan de voorschriften van lid 3 en de lidstaat verzoeken het in lid 1 bedoelde recht te verkrijgen;

b)  in hun lidstaat opgezette overheidsorganen aanwijzen die voldoen aan de voorschriften van lid 4,

en waaraan het in lid 1 bedoelde recht is toegekend. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de naam en het doel van zulke aangewezen organisaties, verenigingen of publieke organen.

6.  De Commissie stelt een lijst op van de overeenkomstig lid 5 aangewezen organisaties, verenigingen en overheidsorganen. Deze lijst specificeert het doel van die organisaties, verenigingen of overheidsorganen. Deze lijst wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. In deze lijst aangebrachte veranderingen worden onverwijld bekendgemaakt en in elk geval wordt er om de zes maanden een geactualiseerde versie van de lijst opgesteld en bekendgemaakt.

7.  De rechterlijke instanties aanvaarden de in lid 6 bedoelde lijst als bewijs van de bekwaamheid om te handelen van de organisatie, vereniging of het overheidsorgaan, onverminderd hun recht om na te gaan of de doelstelling van de klager het instellen van een actie in een specifiek geval rechtvaardigt.

8.  Indien een lidstaat of de Commissie bezwaren opwerpt met betrekking tot de naleving van de in lid 3 vastgestelde criteria door een organisatie of vereniging, of met betrekking tot de in lid 4 vastgestelde criteria door een overheidsorgaan, onderzoekt de lidstaat die de organisatie, de vereniging of het overheidsorgaan overeenkomstig lid 5 heeft aangewezen deze bezwaren en herroept hij in voorkomend geval de aanwijzing indien een of meer van de criteria niet worden nageleefd.

9.  Het in lid 1 bedoelde recht laat het recht van zakelijke gebruikers en bedrijfswebsitegebruikers onverlet om bij bevoegde nationale rechterlijke instanties een vordering in te stellen overeenkomstig het recht van de lidstaat waar de vordering wordt ingesteld, op grond van individuele rechten en met als doel een einde te maken aan de niet-naleving door onlinetussenhandelsdienstverleners of aanbieders van onlinezoekmachines van de toepasselijke in deze verordening vastgestelde voorschriften.

Artikel 15

Handhaving

1.  Elke lidstaat verzekert de adequate en doeltreffende handhaving van deze verordening.

2.  De lidstaten stellen de regels vast waarin is voorzien in de maatregelen die van toepassing zijn bij schendingen van deze verordening en zorgen ervoor dat deze worden toegepast. De vastgestelde maatregelen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Artikel 16

Monitoring

De Commissie monitort in nauwe samenwerking met de lidstaten nauwlettend de gevolgen van deze verordening voor de betrekkingen tussen onlinetussenhandelsdiensten en hun zakelijke gebruikers en tussen onlinezoekmachines en bedrijfswebsitegebruikers. Daartoe verzamelt de Commissie relevante informatie om de veranderingen in deze betrekkingen te monitoren, onder meer door relevante studies te verrichten. De lidstaten staan de Commissie bij door op verzoek relevante informatie te verstrekken, ook over specifieke gevallen. De Commissie kan, voor de toepassing van dit artikel en artikel 18, proberen informatie van onlinetussenhandelsdienstverleners te verzamelen.

Artikel 17

Gedragscodes

1.  De Commissie moedigt onlinetussenhandelsdienstverleners alsmede organisaties en verenigingen die hen vertegenwoordigen, samen met zakelijke gebruikers, met inbegrip van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, en de organisaties die hen vertegenwoordigen, aan om gedragscodes op te stellen teneinde bij te dragen tot de juiste toepassing van deze verordening, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de verschillende sectoren waarin onlinetussenhandelsdiensten worden verleend alsmede met de specifieke kenmerken van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen.

2.  De Commissie moedigt aanbieders van onlinezoekmachines en organisaties en verenigingen die hen vertegenwoordigen aan om gedragscodes op te stellen die er specifiek op zijn gericht bij te dragen aan de juiste toepassing van artikel 5 ▌.

3.  De Commissie moedigt de onlinetussenhandelsdienstverleners aan om sectorspecifieke gedragscodes vast te stellen en toe te passen, wanneer deze codes bestaan en op grote schaal worden gebruikt.

Artikel 18

Evaluatie

1.  Uiterlijk op ... [18 maanden na de datum van toepassing van deze verordening] en daarna om de drie jaar evalueert de Commissie deze verordening en brengt zij hierover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

2.  De eerste evaluatie van deze verordening wordt in het bijzonder uitgevoerd met het oog op het volgende:

a)   het beoordelen van de naleving van, en de gevolgen voor de onlineplatformeconomie, van de in de artikelen 3 tot en met 10 vastgestelde verplichtingen;

b)  het beoordelen van de invloed en de effectiviteit van gevestigde gedragscodes om de billijkheid en transparantie te verbeteren;

c)  het verder onderzoeken van de problemen veroorzaakt door de afhankelijkheid van zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten en problemen die worden veroorzaakt door oneerlijke handelspraktijken door onlinetussenhandelsdienstverleners, om verder te bepalen in hoeverre deze praktijken wijdverbreid blijven;

d)  het onderzoeken of er bij de concurrentie tussen goederen of diensten die worden aangeboden door een zakelijke gebruiker en goederen of diensten die worden aangeboden of beheerd door een aanbieder van onlinetussenhandelsdiensten sprake is van eerlijke concurrentie en of onlinetussenhandelsdienstverleners in dit verband misbruik maken van geprivilegieerde gegevens;

e)  het beoordelen of deze verordening invloed heeft op mogelijke onevenwichtigheden in de verhoudingen tussen aanbieders van besturingssystemen en hun zakelijke gebruikers;

f)  het beoordelen of het toepassingsgebied van de verordening, met name wat de definitie van "zakelijke gebruiker" betreft, geschikt is, zodat het schijnzelfstandigheid niet bevordert.

In de eerste en daaropvolgende evaluatie moet worden vastgesteld of aanvullende regels, onder meer inzake handhaving, nodig zijn om een eerlijk, voorspelbaar, duurzaam en betrouwbaar online ondernemingsklimaat binnen de interne markt te waarborgen. Na de evaluaties neemt de Commissie passende maatregelen, die onder meer kunnen bestaan in wetgevingsvoorstellen.

3.  De lidstaten voorzien de Commissie van alle hun ter beschikking staande relevante informatie die zij nodig kan hebben voor het opstellen van het in lid 1 bedoelde verslag.

4.  De Commissie houdt bij het uitvoeren van de evaluatie van deze verordening onder meer rekening met de adviezen en verslagen die zij ontvangt van de deskundigengroep van het Waarnemingscentrum voor de onlineplatformeconomie. Daarnaast houdt zij voor zover passend rekening met de inhoud en werking van de in artikel 17 bedoelde gedragscodes.

Artikel 19

Inwerkingtreding en toepassing

1.  Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.  Zij wordt van toepassing twaalf maanden na de datum van haar bekendmaking.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1) PB C 440 van 6.12.2018, blz. 177.
(2)PB C 440 van 6.12.2018, blz. 177.
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 17 april 2019.
(4) Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1).
(5) Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6).
(6)Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1).
(7)Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(8) Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).
(9) Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).
(10)Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).
(11) Richtlijn 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken (PB L 136 van 24.5.2008, blz. 3).
(12)Besluit 2010/48/EG van de Raad van 26 november 2009 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (PB L 23 van 27.1.2010, blz. 37).
(13)Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB L 241 van 17.9.2015, blz. 1).
(14)Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de "EG-concentratieverordening") ( PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1).


Betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU ***I
PDF 307kWORD 107k
Resolutie
Geconsolideerde tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (COM(2018)0185 – C8-0143/2018 – 2018/0090(COD))
P8_TA-PROV(2019)0399A8-0029/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0185),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0143/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn ingediend door de Oostenrijkse Bondsraad en de Zweedse Rijksdag, en waarin het ontwerp van wetgevingshandeling in strijd met het subsidiariteitsbeginsel wordt geacht,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 september 2018(1),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 29 maart 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0029/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 17 april 2019 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad ▌, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU(2)

P8_TC1-COD(2018)0090


(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(3),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(4),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  In artikel 169, lid 1, en artikel 169, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is bepaald dat de Unie moet bijdragen tot de verwezenlijking van een hoog niveau van consumentenbescherming door middel van maatregelen die op grond van artikel 114 VWEU worden genomen. Volgens artikel 38 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moet in het beleid van de Unie zorg worden gedragen voor een hoog niveau van consumentenbescherming.

(2)  De wetgeving inzake consumentenbescherming moet in de gehele Unie op doelmatige wijze worden toegepast. De uitgebreide geschiktheidscontrole van de consumenten- en marketingrichtlijnen die de Commissie in 2016 en 2017 heeft uitgevoerd in het kader van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit), leidde echter tot de conclusie dat de consumentenwetgeving van de Unie aan doeltreffendheid inboet doordat zij onvoldoende bekend is bij handelaren en consumenten en dat de bestaande verhaalsmogelijkheden als gevolg hiervan beter zouden kunnen worden benut.

(3)  De Unie heeft reeds een aantal maatregelen genomen om consumenten, handelaren en beoefenaars van juridische beroepen beter bekend te maken met consumentenrechten en te zorgen voor betere handhaving van consumentenrechten en verhaalsmogelijkheden voor consumenten. Er bestaan echter nog steeds lacunes ▌in de nationale wetgeving wat betreft werkelijk doeltreffende en evenredige sancties om inbreuken binnen de Unie te ontmoedigen en te bestraffen, onvoldoende individuele verhaalsmogelijkheden voor consumenten die schade hebben geleden door schending van de nationale wetgeving tot omzetting van Richtlijn 2005/29/EG(5) en tekortkomingen van de stakingsprocedure op grond van Richtlijn 2009/22/EG(6). De herziening van de stakingsprocedure moet worden aangepakt door middel van een afzonderlijk instrument tot wijziging en ter vervanging van Richtlijn 2009/22/EG.

(4)  De Richtlijnen 98/6/EG(7), 2005/29/EG en 2011/83/EU(8) bevatten verplichtingen voor de lidstaten om te voorzien in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties om inbreuken op de nationale bepalingen ter omzetting van deze richtlijnen aan te pakken. Bovendien verplicht artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394(9) betreffende samenwerking inzake consumentenbescherming de lidstaten handhavingsmaatregelen te nemen, met inbegrip van het opleggen van sancties op een doeltreffende, efficiënte en gecoördineerde wijze, om de wijdverbreide inbreuk of de wijdverbreide inbreuk met een Unie-dimensie te doen beëindigen of te verbieden.

(5)  De huidige nationale regels inzake sancties verschillen aanzienlijk binnen de Unie. Met name zorgen niet alle lidstaten ervoor dat er aan inbreuk makende handelaren doeltreffende, evenredige en afschrikkende geldboeten kunnen worden opgelegd voor wijdverbreide inbreuken of wijdverbreide inbreuken met een Unie-dimensie. Daarom moeten de bestaande regels over sancties van de Richtlijnen 98/6/EG, 2005/29/EG en 2011/83/EU worden verbeterd en moeten er tegelijkertijd nieuwe regels over sancties in Richtlijn 93/13/EEG(10) worden ingevoerd.

(6)   Het moet een verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven om het soort sanctie te kiezen dat moet worden opgelegd en om in hun nationale wetgeving de relevante procedures op te nemen voor het opleggen van sancties in het geval van inbreuken op de richtlijnen die bij deze richtlijn worden gewijzigd.

(7)  Om een meer consistente toepassing van sancties te bevorderen, met name voor inbreuken binnen de Unie, wijdverbreide inbreuken en wijdverbreide inbreuken met een Unie-dimensie als bedoeld in Verordening (EU) 2017/2394, dienen gemeenschappelijke niet-limitatieve en indicatieve criteria te worden ingevoerd voor de toepassing van sancties. De aard, ernst, schaal en duur van de inbreuk moeten bijvoorbeeld tot deze criteria behoren, evenals elke vergoeding die de handelaar de consumenten voor de geleden schade heeft aangeboden. Herhaalde inbreuken door dezelfde dader wijzen op een neiging tot het plegen van dergelijke inbreuken, en vormen daarom een belangrijke indicatie van de ernst van het gedrag en derhalve van de noodzaak om het niveau van de sanctie te verhogen teneinde een afschrikkend effect te bereiken. Indien de desbetreffende gegevens beschikbaar zijn, moet rekening worden gehouden met de als gevolg van de inbreuk gemaakte financiële winsten of vermeden verliezen. Ook kunnen andere voor de omstandigheden van de zaak toepasselijke verzwarende of verzachtende factoren in acht worden genomen.

(8)  Deze gemeenschappelijke niet-limitatieve en indicatieve lijst van criteria voor de toepassing van sancties is mogelijk niet relevant bij alle inbreuken waarvoor sancties worden opgelegd, met name voor niet-ernstige inbreuken. De lidstaten moeten ook rekening houden met andere algemene rechtsbeginselen die van toepassing zijn op het opleggen van sancties, zoals het beginsel non bis in idem.

(9)  Overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394 moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die zijn betrokken bij de gecoördineerde maatregelen in hun jurisdictie alle noodzakelijke handhavingsmaatregelen nemen tegen de handelaar die verantwoordelijk is voor de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Uniedimensie om die inbreuk te doen beëindigen of te verbieden. Waar passend, leggen zij sancties, zoals geldboeten of dwangsommen, op aan de handelaar die verantwoordelijk is voor de wijdverbreide inbreuk of de wijdverbreide inbreuk met een Uniedimensie. De handhavingsmaatregelen worden op een doeltreffende, efficiënte en gecoördineerde wijze genomen om de wijdverbreide inbreuk of de wijdverbreide inbreuk met een Uniedimensie te doen beëindigen of te verbieden. De betrokken bevoegde autoriteiten streven ernaar gelijktijdig handhavingsmaatregelen te nemen in de lidstaten die bij de inbreuk betrokken zijn.

(10)  Om ervoor te zorgen dat de autoriteiten van de lidstaten doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties kunnen opleggen voor wijdverbreide inbreuken op het consumentenrecht en voor wijdverbreide inbreuken met een Uniedimensie die overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2394 het voorwerp uitmaken van gecoördineerd onderzoek en handhaving, moeten geldboeten worden ingevoerd als een element van de sancties voor dergelijke inbreuken. Om de afschrikkende werking van de geldboeten te verzekeren, moeten de lidstaten in hun nationaal recht het maximumbedrag van de geldboete voor dergelijke inbreuken vaststellen op een niveau dat ten minste gelijk is aan 4 % van de jaaromzet van de handelaar in de betrokken lidstaat of lidstaten. De handelaar kan in bepaalde gevallen ook een groep bedrijven zijn.

(11)  Zoals wordt bepaald in artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) 2017/2394, moet bij het opleggen van sancties in voorkomend geval naar behoren rekening worden gehouden met de aard, ernst en duur van de betrokken inbreuk. Het opleggen van sancties moet evenredig en in overeenstemming zijn met Unie- en nationaal recht, waaronder met de toepasselijke procedurele waarborgen en met de beginselen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Ten slotte moeten de vastgestelde sancties passend zijn gezien de aard en de algehele daadwerkelijke of potentiële schadelijke gevolgen van de inbreuk op het Unierecht ter bescherming van de consumentenbelangen. De bevoegdheid om sancties op te leggen moet rechtstreeks, op eigen gezag van de bevoegde autoriteiten worden uitgeoefend of, indien noodzakelijk, door een beroep te doen op andere bevoegde autoriteiten of andere overheidsinstanties, of , in voorkomend geval, door aangewezen organen instructies te geven, of door een verzoek in te dienen bij de rechtbanken die bevoegd zijn het vereiste besluit te nemen, onder meer door, in voorkomend geval, beroep in te stellen ingeval het verzoek tot het geven van het vereiste besluit wordt afgewezen.

(12)  Wanneer, als gevolg van het coördinatiemechanisme van Verordening (EU) 2017/2394, één nationale bevoegde autoriteit in de zin van die verordening een geldboete oplegt aan de handelaar die verantwoordelijk is voor de wijdverbreide inbreuk of de wijdverbreide inbreuk met een Uniedimensie, moet die autoriteit een geldboete kunnen opleggen van ten minste 4 % van de jaaromzet van de handelaar in alle lidstaten die betrokken zijn bij de gecoördineerde handhavingsmaatregel.

(13)  De lidstaten dienen niet te worden belet om in hun nationaal recht hogere op omzet gebaseerde maximumboetes te handhaven of in te voeren voor wijdverbreide inbreuken en wijdverbreide inbreuken met een Uniedimensie op het consumentenrecht, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2017/2394. Het moet voor de lidstaten ook mogelijk zijn dergelijke geldboeten te baseren op de wereldwijde omzet van de handelaar of de regels inzake geldboeten uit te breiden naar andere inbreuken die niet onder de bepalingen van deze richtlijn vallen en verband houden met artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394. Daarnaast moet het de lidstaten, in gevallen dat er geen informatie beschikbaar is over de jaaromzet van de handelaar, niet worden belet andere regels inzake geldboeten te handhaven of in te voeren. De verplichting dat de geldboete ten minste 4 % van de omzet van de handelaar moet bedragen, dient niet van toepassing te zijn op aanvullende nationale regels inzake dwangsommen, zoals dagelijkse geldboeten wegens niet-naleving van een beslissing, een bevel, een tijdelijke maatregel, een verbintenis van de handelaar of een andere maatregel met als doel de inbreuk te stoppen.

(14)  Richtlijn 93/13/EEG moet voorzien in regels inzake sancties om de afschrikkende werking ervan te vergroten. Het staat de lidstaten vrij om de administratieve of justitiële procedure te kiezen voor de toepassing van sancties voor inbreuken op Richtlijn 93/13/EEG. Administratieve instanties of nationale rechtbanken kunnen in het bijzonder sancties opleggen wanneer zij het oneerlijke karakter van contractuele bedingen vaststellen, onder meer op basis van juridische procedures die worden ingeleid door de administratieve instantie. De sancties kunnen ook worden toegepast door nationale rechtbanken of administratieve instanties indien de handelaar contractuele bedingen gebruikt die op grond van de nationale wetgeving uitdrukkelijk en ongeacht de omstandigheden worden aangemerkt als oneerlijk, of indien de handelaar contractuele bedingen gebruikt die als oneerlijk zijn aangemerkt in een definitieve, bindende uitspraak. De lidstaten kunnen besluiten dat de administratieve instanties ook het recht hebben om het oneerlijke karakter van contractuele bedingen vast te stellen. Nationale rechtbanken of administratieve instanties kunnen de sanctie ook toepassen door middel van hetzelfde besluit waarin het oneerlijke karakter van de contractuele bedingen is vastgesteld. Het zijn ook de lidstaten die de passende mechanismen voor de coördinatie van eventuele maatregelen op binnenlands niveau met betrekking tot individuele schadevergoeding en sancties moeten vaststellen.

(15)  Wanneer de lidstaten ▌de inkomsten van de geldboeten toewijzen, dienen zij te overwegen de bescherming van het algemeen belang van consumenten, evenals van andere openbare belangen, hiermee aan te scherpen. ▌

(16)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er verhaalsmogelijkheden beschikbaar zijn voor consumenten die door oneerlijke handelspraktijken schade hebben geleden, om alle gevolgen van die oneerlijke handelspraktijken teniet te doen. Een duidelijk kader voor individuele verhaalsmogelijkheden zou particuliere handhaving gemakkelijker maken. De consument moet toegang hebben tot schadevergoeding en, in voorkomend geval, een prijsverlaging of beëindiging van de overeenkomst, op een manier die evenredig en doeltreffend is. Het moet voor de lidstaten mogelijk blijven om rechten op andere verhaalsmogelijkheden voor consumenten die schade hebben geleden door oneerlijke handelspraktijken, zoals reparatie of vervanging, te handhaven of in te voeren, zodat alle gevolgen van dergelijke praktijken kunnen worden weggenomen. Het moet voor de lidstaten mogelijk blijven de voorwaarden te bepalen voor de toepassing en rechtsgevolgen van verhaalsmogelijkheden voor consumenten. In voorkomend geval kan bij het toepassen van verhaalsmogelijkheden rekening worden gehouden met de ernst en aard van de oneerlijke handelspraktijk, de door de consument geleden schade en andere relevante omstandigheden, zoals wangedrag van de handelaar of schending van de overeenkomst.

(17)  Bij de geschiktheidscontrole van de richtlijnen over consumenten- en marketingrecht en de gelijktijdige evaluatie van Richtlijn 2011/83/EU werd ook een aantal gebieden aangewezen waarop de bestaande regels inzake consumentenbescherming moeten worden gemoderniseerd. In het kader van de permanente ontwikkeling van digitale instrumenten moet de wetgeving inzake consumentenbescherming constant worden aangepast.

(18)  Een hogere ranking of een meer prominente plaatsing van commerciële aanbiedingen in de onlinezoekresultaten van de aanbieders van onlinezoekfuncties heeft een grote impact op consumenten.

(19)  De ranking moet worden begrepen als het relatieve belang van de aanbiedingen van zakelijke handelaren of de relevantie die aan zoekresultaten wordt gegeven zoals gepresenteerd, georganiseerd of meegedeeld door aanbieders van onlinezoekfuncties, onder meer als gevolg van het gebruik van algoritmische volgordebepaling, rating- en beoordelingsmechanismen, visuele klemtonen of andere accentueringsinstrumenten, of combinaties daarvan.

(20)  In dit opzicht moet een nieuw element worden toegevoegd aan bijlage I bij Richtlijn 2005/29/EG om duidelijk te maken dat praktijken waarbij een handelaar informatie verschaft aan een consument in de vorm van zoekresultaten in reactie op een onlinezoekopdracht van de consument, zonder hierbij te onthullen dat het een betaalde reclame betreft of er een betaling is gedaan die specifiek was bedoeld om een hogere ranking van producten te verkrijgen, verboden zijn. Wanneer een handelaar de aanbieder van de onlinezoekfunctie direct of indirect heeft betaald voor een hogere ranking van een product binnen de zoekresultaten, moet de aanbieder van de onlinezoekfunctie de consumenten daarvan in een beknopte, eenvoudige en begrijpelijke vorm op de hoogte brengen. Indirecte betalingen kunnen de vorm aannemen van de aanvaarding door een handelaar van aanvullende verplichtingen, van welke aard dan ook, jegens de aanbieder van de onlinezoekfunctie met een hogere ranking als specifiek gevolg. De indirecte betaling kan de vorm aannemen van een hogere commissie per transactie, evenals verschillende vergoedingssystemen die specifiek leiden tot een hogere ranking. Betalingen voor algemene diensten, zoals vergoedingen voor vermelding of abonnementskosten, die betrekking hebben op een breed scala van functies die door de aanbieder van de onlinezoekfunctie aan de handelaar worden aangeboden, worden niet beschouwd als een betaling die specifiek is bedoeld om een hogere ranking voor producten te verkrijgen, mits deze betalingen niet voor dit doeleinde zijn gedaan. Onlinezoekfuncties kunnen worden aangeboden door verschillende soorten onlinehandelaren, waaronder tussenpersonen, zoals onlinemarktplaatsen, zoekmachines en vergelijkingswebsites.

(21)  De transparantievereisten met betrekking tot de belangrijkste parameters van de ranking worden ook gereguleerd door Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad(11)(12) ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten. De transparantievereisten uit hoofde van Verordening (EU) 2019/...(13)++ hebben betrekking op een breed scala van onlinetussenpersonen, waaronder onlinemarktplaatsen, maar ze zijn alleen van toepassing tussen handelaren en onlinetussenpersonen. Er moeten daarom vergelijkbare vereisten worden opgenomen in Richtlijn 2005/29/EG om adequate transparantie naar de consumenten toe te garanderen, behalve in het geval van aanbieders van onlinezoekmachines die uit hoofde van Verordening (EU) 2019/...++ al verplicht zijn de belangrijkste parameters toe te lichten die, individueel en collectief, het meest significant zijn voor de bepaling van de ranking, en het relatieve belang van die belangrijkste parameters, door een goed toegankelijke en openbaar beschikbare beschrijving van hun onlinezoekmachines in duidelijke, begrijpelijke bewoordingen te verschaffen.

(22)  Handelaren die consumenten in staat stellen te zoeken naar goederen en diensten, zoals reizen, accommodatie en recreatieve activiteiten, die worden aangeboden door verschillende handelaren of door consumenten, moeten consumenten op de hoogte brengen van de belangrijkste standaardparameters die worden gebruikt om de ranking te bepalen van aanbiedingen die aan de consument worden gepresenteerd als resultaat van de zoekopdracht en van hun relatieve belang ten opzichte van andere parameters. Deze informatie moet beknopt zijn en op eenvoudige en prominente wijze rechtstreeks beschikbaar worden gesteld. De parameters die de ranking bepalen zijn algemene criteria, processen, specifieke signalen die in algoritmes of andere aanpassings- of degradatiemechanismen zijn geïntegreerd die in verband met de ranking worden gebruikt.

(23)  De informatievereisten met betrekking tot de belangrijkste parameters van de ranking laten Richtlijn (EU) 2016/943(14) onverlet. Handelaren mogen niet worden verplicht de gedetailleerde werking van hun rankingmechanisme, met inbegrip van hun algoritmen, te onthullen. Handelaren moeten een algemene beschrijving geven van de belangrijkste parameters van de ranking, waarin wordt toegelicht welke belangrijkste standaardparameters door hen worden gebruikt en wat hun relatieve belang is ten opzichte van andere parameters. Deze informatie hoeft echter niet voor elke individuele zoekopdracht afzonderlijk te worden gepresenteerd.

(24)  Wanneer op onlinemarktplaatsen producten worden aangeboden aan consumenten, is zowel de onlinemarktplaats als de derde leverancier betrokken bij het verstrekken van de precontractuele informatie krachtens Richtlijn 2011/83/EU. Als gevolg daarvan is het mogelijk dat consumenten die gebruikmaken van de onlinemarktplaats, niet goed begrijpen wie hun contractuele partners zijn en welke de gevolgen zijn voor hun rechten en verplichtingen.

(25)  "Onlinemarktplaats" moet voor de toepassing van Richtlijn 2011/83/EU op dezelfde wijze worden gedefinieerd als in Verordening (EU) nr. 524/2013(15) en Richtlijn 2016/1148/EU(16). De definitie moet echter worden geactualiseerd en technologisch neutraler worden gemaakt zodat ook nieuwe technologieën eronder vallen. Daarom is het aangewezen om niet te verwijzen naar een "website", maar naar de software, met inbegrip van een website, deel van een website of een applicatie die door of namens de handelaar wordt beheerd, in overeenstemming met het begrip "online-interface" zoals omschreven in Verordening (EU) 2017/2394 en Verordening (EU) 2018/302(17).

(26)  Derhalve moeten in Richtlijn 2005/29/EU en Richtlijn 2011/83/EU specifieke transparantievereisten voor onlinemarktplaatsen worden opgenomen, om de consumenten die gebruikmaken van onlinemarktplaatsen, te informeren over de belangrijkste parameters op grond waarvan aanbiedingen worden gerangschikt, en over het feit of zij een overeenkomst aangaan met een handelaar dan wel met een niet-handelaar (bijvoorbeeld een andere consument) ▌.

(27)  Onlinemarktplaatsen moeten consumenten laten weten of de derde die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt, al dan niet een handelaar is, op basis van de verklaring van deze derde aan de onlinemarktplaats. Wanneer de derde partij die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt, verklaart geen handelaar te zijn, moeten onlinemarktplaatsen een korte verklaring verstrekken dat de consumentenrechten die voortvloeien uit de Uniewetgeving inzake consumentenbescherming niet van toepassing zijn op de gesloten overeenkomst. Verder moeten consumenten worden geïnformeerd over de manier waarop de verplichtingen met betrekking tot de overeenkomst worden verdeeld tussen de derde partij die de goederen, diensten of digitale inhoudt aanbiedt en de aanbieder van de onlinemarktplaats. De informatie moet op een duidelijke en begrijpelijke wijze worden verstrekt, en niet alleen via een verwijzing in de algemene voorwaarden of in soortgelijke contractuele documenten. De informatievereisten voor onlinemarktplaatsen moeten evenredig zijn en zorgen voor een juiste balans tussen een hoog niveau van consumentenbescherming en het concurrentievermogen van onlinemarktplaatsen. Onlinemarktplaatsen dienen niet te worden verplicht om een lijst met specifieke consumentenrechten te vermelden wanneer zij consumenten informeren over het feit of deze rechten al dan niet van toepassing zijn. Dit laat de vereisten met betrekking tot consumenteninformatie uit Richtlijn 2011/83/EU, in het bijzonder artikel 6, lid 1, onverlet. De informatie die moet worden verstrekt over de verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de consumentenrechten, hangt af van de contractuele regelingen tussen de onlinemarktplaats en de betrokken derde handelaren. De onlinemarktplaats mag verwijzen naar de derde handelaar als enige verantwoordelijke voor het waarborgen van de consumentenrechten of diens specifieke verantwoordelijkheden beschrijven, wanneer die de verantwoordelijkheid draagt voor bepaalde aspecten van de overeenkomst, zoals de levering of de uitoefening van het herroepingsrecht.

(28)  In overeenstemming met artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2000/31/EG(18) mogen onlinemarktplaatsen niet worden verplicht om de rechtsstatus van derde leveranciers na te gaan. De onlinemarktplaats moet daarentegen derde leveranciers van producten op de onlinemarktplaats verplichten te vermelden of zij wel of geen handelaar zijn, met het oog op de toepassing van het consumentenrecht, en om deze informatie aan de onlinemarktplaats te verstrekken.

(29)  Rekening houdend met de snelle technologische ontwikkelingen met betrekking tot onlinemarktplaatsen en de noodzaak om een hoger niveau van consumentenbescherming te waarborgen, moeten lidstaten specifieke aanvullende maatregelen voor dat doeleinde kunnen vaststellen of handhaven. Dergelijke bepalingen moeten evenredig en niet-discriminerend zijn en mogen geen afbreuk doen aan Richtlijn 2003/31/EG.

(30)  De definities van digitale inhoud en digitale diensten in Richtlijn 2011/83/EU moeten worden afgestemd op degene in Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad(19)(20). Bij digitale inhoud waarop Richtlijn (EU) 2019/...(21)+ betrekking heeft, kan sprake zijn van eenmalige levering, een reeks van dergelijke afzonderlijke leveringen of continue levering gedurende een bepaalde periode. Het continue karakter van een levering betekent niet noodzakelijk dat de levering gedurende een lange termijn dient plaats te vinden. De webstreaming van videoclips zou moeten worden beschouwd als een continue levering gedurende een periode, ongeacht de eigenlijke duur van het audiovisueel bestand. Het kan daarom moeilijk zijn onderscheid te maken tussen bepaalde soorten digitale inhoud en digitale diensten, aangezien bij beide sprake is van continue levering door de handelaar gedurende de looptijd van de overeenkomst ▌. Voorbeelden van digitale diensten zijn diensten voor het delen van video en audio en andere hostingdiensten voor bestanden, tekstverwerking of spellen die in de cloud worden aangeboden, opslag in de cloud, webmail, sociale media en cloudtoepassingen. De voortdurende betrokkenheid van de serviceprovider rechtvaardigt de toepassing van de regels inzake het herroepingsrecht van Richtlijn 2011/83/EU, die de consument daadwerkelijk in staat stellen om de dienstverlening uit te proberen en tijdens de periode van 14 dagen na de sluiting van de overeenkomst, te besluiten om de dienst al dan niet te blijven afnemen. Overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd, worden ▌gekenmerkt door een afzonderlijke levering aan de consument van een specifiek stuk of specifieke stukken digitale inhoud ▌, zoals specifieke muziek- of videobestanden. Hierop blijft de uitzondering op het herroepingsrecht uit artikel 16, onder m), op grond waarvan de consument het herroepingsrecht verliest wanneer met de uitvoering van de overeenkomst is begonnen, zoals het downloaden of streamen van de ▌inhoud, van toepassing, op voorwaarde dat de cliënt vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven om tijdens de herroepingstermijn te beginnen met de uitvoering en hierbij heeft erkend dat hij dit recht daardoor verliest. Indien niet geheel duidelijk is of een overeenkomst een dienstenovereenkomst is of een overeenkomst inzake digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd, moeten de regels inzake het herroepingsrecht voor diensten worden toegepast.

(31)  Digitale inhoud en digitale diensten worden dikwijls online verstrekt in het kader van overeenkomsten waarbij de consument geen prijs betaalt, maar de handelaar persoonsgegevens verstrekt. Richtlijn 2011/83/EU is reeds van toepassing op overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd (dat wil zeggen levering van online digitale inhoud), ongeacht het feit of de consument een geldprijs betaalt dan wel persoonsgegevens verstrekt. Richtlijn 2011/83/EU is daarentegen alleen van toepassing op dienstenovereenkomsten, met inbegrip van overeenkomsten voor digitale diensten, op grond waarvan de consument een prijs betaalt of zich ertoe verbindt een prijs te betalen. De richtlijn is derhalve niet van toepassing op overeenkomsten voor digitale diensten op grond waarvan de consument de handelaar persoonsgegevens verstrekt zonder een prijs te betalen. Gelet op de gelijkenissen tussen en de onderlinge verwisselbaarheid van betaalde digitale diensten en in ruil voor persoonsgegevens geleverde digitale diensten, moeten zij worden onderworpen aan dezelfde regels krachtens Richtlijn 2011/83/EU.

(32)  Er moet worden gezorgd voor coherentie tussen het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/83/EU en die van ▌Richtlijn (EU) 2019/...(22), die geldt voor overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud of digitale diensten op grond waarvan de consument de handelaar persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt deze te verstrekken.

(33)  Daarom moet het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/83/EU worden uitgebreid tot overeenkomsten waarbij de handelaar de consument een digitale dienst levert of zich ertoe verbindt de consument een digitale dienst te leveren, en waarbij de consument persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt persoonsgegevens te verstrekken. Evenals het geval is bij overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd, moet de richtlijn van toepassing zijn wanneer de consument persoonsgegevens verstrekt of zich ertoe verbindt om persoonsgegevens te verstrekken aan de handelaar, tenzij de door de consument verstrekte persoonsgegevens uitsluitend door de handelaar worden verwerkt om de digitale inhoud of digitale dienst te leveren en de handelaar de gegevens niet voor andere doeleinden verwerkt. Elke verwerking van persoonsgegevens dient in overeenstemming te zijn met Verordening (EU) 2016/679.

(34)  Wanneer digitale inhoud en digitale diensten niet tegen betaling van een prijs worden geleverd, dient Richtlijn 2011/83/EU, teneinde volledige afstemming te garanderen met Richtlijn (EU) 2019/...(23), ook niet van toepassing te zijn op situaties waarin de handelaar persoonsgegevens uitsluitend verzamelt ▌om de wettelijke voorschriften na te leven die op hem van toepassing zijn. Bij dit soort situaties kan het onder meer gaan om gevallen waarin de registratie van de consument op grond van het toepasselijke recht voor veiligheids- en identificatiedoeleinden verplicht is ▌.

(35)  Richtlijn 2011/83/EU dient ook niet van toepassing te zijn op situaties waarin de handelaar alleen metagegevens verzamelt, zoals informatie met betrekking tot het apparaat van de consument of de browsegeschiedenis ▌, behalve wanneer deze situatie krachtens het nationale recht als een overeenkomst wordt beschouwd. Zij dient evenmin van toepassing te zijn op situaties waarin de consument, zonder een overeenkomst te hebben gesloten met de handelaar, uitsluitend om toegang te krijgen tot digitale inhoud of een digitale dienst, aan reclame wordt blootgesteld. Het moet de lidstaten evenwel vrij blijven staan de regels van Richtlijn 2011/83/EU ook voor dergelijke situaties te laten gelden of om dergelijke situaties die buiten het toepassingsgebied van die richtlijn vallen, anderszins te reguleren.

(36)  Het begrip "functionaliteit" dient te verwijzen naar de manieren waarop digitale inhoud of een digitale dienst kan worden gebruikt. De aan- of afwezigheid van technische beperkingen, zoals bescherming via Digital Rights Management of regiocodering, kan bijvoorbeeld effecten hebben op de mate waarin de digitale inhoud of digitale dienst alle beoogde functies kan vervullen. Het begrip "interoperabiliteit" beschrijft of en in welke mate digitale inhoud of een digitale dienst kan werken met hardware of software die anders is dan de hardware of software waarmee gelijksoortige digitale inhoud of diensten normaliter worden gebruikt. Bij een correcte werking zou de digitale inhoud of de digitale dienst bijvoorbeeld informatie kunnen uitwisselen met dergelijke andere software en hardware en de uitgewisselde informatie kunnen gebruiken. Het begrip "compatibiliteit" wordt gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2019/...(24).

(37)  Artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 8, van Richtlijn 2011/83/EU verplichten handelaren om, ten aanzien van respectievelijk buiten verkoopruimten en op afstand gesloten overeenkomsten, vooraf van de consument uitdrukkelijke toestemming te verkrijgen om vóór het verstrijken van de herroepingstermijn met de uitvoering te beginnen. Artikel 14, lid 4, onder a), voorziet in een contractuele sanctie ingeval de handelaar deze verplichting niet nakomt. In dat geval hoeft de consument namelijk niet te betalen voor de geleverde diensten. De verplichting om de uitdrukkelijke toestemming van de consument te verkrijgen, is derhalve alleen relevant voor diensten, met inbegrip van digitale diensten, die tegen de betaling van een prijs worden verleend. Het is daarom noodzakelijk wijzigingen aan te brengen in artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 8, om ervoor te zorgen dat de verplichting voor handelaren om voorafgaande toestemming van de consument te verkrijgen, uitsluitend van toepassing is op dienstenovereenkomsten waarbij de consument een betalingsverplichting heeft.

(38)  Artikel 16, onder m), van Richtlijn 2011/83/EU voorziet in een uitzondering op het herroepingsrecht voor digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, als de uitvoering vóór het verstrijken van de herroepingstermijn is begonnen met voorafgaande toestemming van de consument en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht daarmee verliest. Artikel 14, lid 4, onder b), van Richtlijn 2011/83/EU voorziet in een contractuele sanctie ingeval de handelaar deze verplichting niet nakomt. In dat geval hoeft de consument namelijk niet te betalen voor de verbruikte digitale inhoud. De bepaling dat uitdrukkelijke toestemming en erkenning van de consument moet worden verkregen, is derhalve alleen relevant voor digitale inhoud die tegen de betaling van een prijs wordt verstrekt. Het is daarom noodzakelijk wijzigingen aan te brengen in artikel 16, onder m), om ervoor te zorgen dat de verplichting voor handelaren om voorafgaande toestemming en erkenning van de consument te verkrijgen, uitsluitend van toepassing is op overeenkomsten waarbij de consument een betalingsverplichting heeft.

(39)  Artikel 7, lid 4, van Richtlijn 2005/29/EG bevat de informatievereisten voor de "uitnodiging tot aankoop" van een product tegen een bepaalde prijs. Deze informatievereisten gelden reeds in de reclamefase, terwijl Richtlijn 2011/83/EU dezelfde en andere, meer gedetailleerde, informatievereisten oplegt in de latere, precontractuele fase (dat wil zeggen kort voordat de consument een overeenkomst sluit). Bijgevolg is het mogelijk dat handelaren dezelfde informatie moeten verstrekken in reclame (bv. een advertentie op een mediawebsite) als in de precontractuele fase (bv. op de pagina's van hun onlinewebshops).

(40)  Een van de informatievereisten van artikel 7, lid 4, van Richtlijn 2005/29/EG betreft het informeren van de consument over het beleid van de handelaar inzake klachtenbehandeling. Uit de bevindingen van de geschiktheidscontrole blijkt dat deze informatie zeer relevant is in de precontractuele fase, die wordt beheerst door Richtlijn 2011/83/EU. Daarom dient de verplichting uit hoofde van Richtlijn 2005/29/EG om deze informatie te verstrekken in uitnodigingen tot aankoop in de reclamefase, te worden geschrapt.

(41)  Artikel 6, lid 1, onder h), van Richtlijn 2011/83/EU verplicht handelaren consumenten precontractuele informatie te verstrekken over het herroepingsrecht, inclusief het modelformulier voor herroeping dat is opgenomen in bijlage I, deel B, bij de richtlijn. Artikel 8, lid 4, van Richtlijn 2011/83/EU voorziet in eenvoudiger vereisten inzake precontractuele informatie wanneer de overeenkomst wordt gesloten via een middel voor communicatie op afstand dat beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie, zoals telefoon, spraakgestuurde winkelassistenten of sms. De verplicht te verstrekken precontractuele informatie bij of via die specifieke middelen voor communicatie op afstand omvat onder meer informatie over het herroepingsrecht als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder h). Derhalve moet ook het in bijlage I, deel B, van de richtlijn opgenomen modelformulier voor herroeping worden verstrekt. Dat is echter onmogelijk wanneer de overeenkomst wordt gesloten via middelen als de telefoon of een spraakgestuurde winkelassistent en het is mogelijk niet technisch haalbaar om dat op een gebruiksvriendelijke manier te doen op andere middelen voor communicatie op afstand die onder artikel 8, lid 4, vallen. Het is daarom aangewezen het verstrekken van het modelformulier voor herroeping uit te sluiten van de informatie die handelaren in elk geval moeten verstrekken bij of via de middelen voor communicatie op afstand die worden gebruikt voor het sluiten van de overeenkomst in het kader van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 2011/83/EU.

(42)  Artikel 16, onder a), van Richtlijn 2011/83/EU voorziet in een uitzondering op het herroepingsrecht met betrekking tot dienstenovereenkomsten die volledig zijn uitgevoerd, als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument, en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht verliest zodra de handelaar de overeenkomst volledig heeft uitgevoerd. Artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 8, van Richtlijn 2011/83/EU, die betrekking hebben op de verplichtingen van de handelaar in situaties waarin de uitvoering van de overeenkomst is begonnen vóór het verstrijken van de herroepingstermijn, vereisen daarentegen alleen dat de handelaar voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de consument verkrijgt, maar niet dat deze erkent dat hij het herroepingsrecht verliest zodra de uitvoering is voltooid. Om te zorgen voor consistentie tussen de bovengenoemde wettelijke bepalingen is het noodzakelijk om een verplichting voor de handelaar toe te voegen aan artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 8, van Richtlijn 2011/83/EU om ook erkenning van de consument te verkrijgen dat het herroepingsrecht verloren gaat wanneer de uitvoering wordt voltooid. Daarnaast moet de formulering van artikel 16, onder a), worden aangepast aan de wijzigingen in artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 8, op grond waarvan de verplichting voor handelaren om voorafgaande toestemming van de consument te verkrijgen, uitsluitend van toepassing is op dienstenovereenkomsten op grond waarvan de consument een betalingsverplichting heeft. De lidstaten moeten echter de mogelijkheid krijgen de verplichting om erkenning van de consument te verkrijgen dat het herroepingsrecht komt te vervallen wanneer de uitvoering van de dienstenovereenkomst is voltooid, niet toe te passen indien de consument specifiek heeft verzocht om een bezoek van de handelaar teneinde reparaties uit te voeren. Artikel 16, onder c), van Richtlijn 2011/83/EU voorziet in een uitzondering op het herroepingsrecht indien de geleverde goederen zijn vervaardigd volgens specificaties van de consument of duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn. Deze uitzondering heeft bijvoorbeeld betrekking op de vervaardiging en installatie van op maat gemaakte meubels bij de consument thuis indien dit wordt uitgevoerd op grond van een enkele verkoopovereenkomst.

(43)  De uitzondering op het herroepingsrecht waarin wordt voorzien in artikel 16, onder b), van Richtlijn 2011/83/EU, moet ook worden geacht van toepassing te zijn op overeenkomsten voor individuele leveringen van niet-netwerkenergie, omdat de prijs hiervan gebonden is aan schommelingen in de grondstoffen- en energiemarkten waarop de handelaar geen invloed heeft en die zich binnen de herroepingstermijn kunnen voordoen.

(44)  Artikel 14, lid 4, van Richtlijn 2011/83/EU bepaalt de voorwaarden waaronder, in het geval van de uitoefening van het herroepingsrecht, de consument niet de kosten draagt voor de uitvoering van diensten, de levering van openbare nutsvoorzieningen en de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd. Wanneer een van deze voorwaarden is vervuld, hoeft de consument niet de prijs te betalen van de vóór de uitoefening van het herroepingsrecht verleende dienst of geleverde openbare nutsvoorziening of digitale inhoud. Wat digitale inhoud betreft, is één van deze niet-cumulatieve voorwaarden uit hoofde van artikel 14, lid 4, letter b), onder iii), het niet verstrekken van een bevestiging van de overeenkomst, met inbegrip van de bevestiging van de voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de consument om de uitvoering van de overeenkomst te beginnen vóór het verstrijken van de herroepingstermijn, en de erkenning dat hij het herroepingsrecht als gevolg daarvan verliest. Deze voorwaarde wordt echter niet opgenomen in de voorwaarden voor het verlies van het herroepingsrecht in artikel 16, onder m), waardoor onzekerheid ontstaat met betrekking tot de mogelijkheid voor de consument om een beroep te doen op artikel 14, lid 4, letter b), onder iii), indien wordt voldaan aan de andere twee in artikel 14, lid 4, onder b), genoemde voorwaarden en het herroepingsrecht als gevolg hiervan op grond van artikel 16, onder m), is komen te vervallen. De voorwaarde in artikel 14, lid 4, letter b), onder iii), moet daarom worden toegevoegd aan artikel 16, onder m), om de consument in staat te stellen het herroepingsrecht uit te oefenen wanneer niet aan deze voorwaarde is voldaan en dientengevolge de rechten te claimen waarin artikel 14, lid 4, voorziet.

(45)  Handelaren kunnen de prijs van hun aanbiedingen personaliseren voor specifieke consumenten of specifieke categorieën consumenten aan de hand van geautomatiseerde besluitvorming en profilering van consumentengedrag, waarmee zij de koopkracht van de consument kunnen inschatten. Consumenten moeten duidelijk worden geïnformeerd wanneer de prijs die zij te zien krijgen, is gepersonaliseerd aan de hand van een geautomatiseerde beslissing, zodat zij in hun besluitvorming rekening kunnen houden met de potentiële risico's. Derhalve dient aan Richtlijn 2011/83/EU een specifieke informatievereiste te worden toegevoegd op grond waarvan de consument in kennis moet worden gesteld wanneer de prijs is gepersonaliseerd aan de hand van geautomatiseerde besluitvorming. Deze informatievereiste moet niet gelden voor technieken als "dynamische" en "realtime" prijsbepaling, waarbij de prijs zeer flexibel en snel wordt veranderd naar aanleiding van de vraag op de markt, maar geen sprake is van personalisering op basis van geautomatiseerde besluitvorming. Deze informatievereiste laat Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(25), die onder meer voorziet in het recht van de persoon om niet te worden onderworpen aan geautomatiseerde individuele besluitvorming, met inbegrip van profilering, onverlet.

(46)  Gezien de technologische ontwikkelingen is het noodzakelijk om de verwijzing naar de fax in de lijst van communicatiemiddelen in artikel 6, lid 1, onder c), van Richtlijn 2011/83/EU te schrappen, aangezien de fax slechts zelden wordt gebruikt en grotendeels verouderd is.

(47)  Consumenten gaan steeds meer af op beoordelingen en aanbevelingen van andere consumenten wanneer zij beslissingen nemen over aankopen. Daarom moeten handelaren, wanneer zij toegang bieden tot klantbeoordelingen van producten, aangeven welke processen of procedures zij volgen om te garanderen dat de gepubliceerde beoordelingen afkomstig zijn van consumenten die de producten hebben aangeschaft of gebruikt. Als dergelijke processen en procedures worden toegepast, moet aan de consument duidelijke informatie worden verstrekt over de manier waarop de controles worden uitgevoerd en de manier waarop de beoordelingen worden verwerkt, bijvoorbeeld of alle beoordelingen, positief en negatief, worden gepubliceerd, of er voor deze beoordelingen is betaald en of zij worden beïnvloed door een contractuele relatie met een handelaar. Bovendien moet het daarom als een oneerlijke handelspraktijk worden beschouwd om consumenten te misleiden met uitspraken waarin wordt beweerd dat beoordelingen van een product zijn ingediend door consumenten die het product daadwerkelijk hebben gebruikt of aangeschaft, wanneer er geen redelijke en evenredige stappen zijn genomen om te garanderen dat deze beoordelingen daadwerkelijk afkomstig zijn van dergelijke consumenten. Het kan bij dergelijke stappen onder meer gaan om technische middelen om de betrouwbaarheid te verifiëren van de persoon die een beoordeling plaatst, waarbij wordt verzocht om informatie om na te gaan of de consument het product daadwerkelijk heeft gebruikt of aangeschaft.

(48)  De bepalingen met betrekking tot beoordelingen en aanbevelingen van consumenten laten de gangbare, legitieme reclamepraktijk waarbij overdreven uitspraken worden gedaan of uitspraken die niet letterlijk dienen te worden genomen, onverlet.

(49)  Het moet handelaren ook worden verboden valse beoordelingen en aanbevelingen van consumenten te publiceren, zoals "likes" op sociale media, of andere de opdracht te geven dit te doen, teneinde hun producten te promoten, evenals om beoordelingen en aanbevelingen van consumenten te manipuleren, bijvoorbeeld door alleen positieve beoordelingen te publiceren en de negatieve te verwijderen. Dit kan ook gebeuren door middel van de extrapolatie van aanbevelingen op sociale media wanneer de positieve interactie van een gebruiker met bepaalde online-inhoud wordt gekoppeld aan of verplaatst naar andere, maar aanverwante inhoud, waardoor de indruk wordt gewekt dat de gebruiker ook positief tegenover de aanverwante inhoud staat.

(50)  Het moet handelaren worden verboden kaartjes voor culturele en sportevenementen die zij hebben aangeschaft door gebruik te maken van software als "bots", die hen in staat stelt meer kaartjes te kopen dan de technische limieten die worden opgelegd door de primaire kaartjesverkoper of om andere technische maatregelen te omzeilen die door de primaire verkoper zijn getroffen om te garanderen dat de kaartjes voor iedereen toegankelijk zijn, aan consumenten door te verkopen. Dit specifieke verbod doet geen afbreuk aan andere nationale maatregelen die de lidstaten kunnen treffen om de legitieme belangen van consumenten te beschermen en hun culturele beleid en een brede toegang voor alle personen tot culturele en sportevenementen te waarborgen, bijvoorbeeld door de wederverkoopprijs van kaartjes aan banden te leggen.

(51)  Artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie waarborgt de vrijheid van ondernemerschap overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken. De marketing van goederen in verschillende lidstaten, als zijnde identiek, terwijl de samenstelling of kenmerken van deze producten aanzienlijk verschillen, kan consumenten misleiden en hen aanzetten tot een transactie die zij anders niet hadden verricht.

(52)  Een dergelijke praktijk kan daarom worden aangemerkt als strijdig met Richtlijn 2005/29/EG op basis van een beoordeling per geval van relevante elementen. Om de toepassing van de bestaande wetgeving door de consumenten- en voedingsautoriteiten van de lidstaten te vergemakkelijken, werden in de mededeling van de Commissie van 26.9.2017 "betreffende de toepassing van de EU-wetgeving inzake levensmiddelen- en consumentenbescherming op kwesties in verband met tweevoudige kwaliteit van levensmiddelen – Het specifieke geval van levensmiddelen(26)" richtsnoeren vastgesteld voor de toepassing van de huidige EU-regels op situaties van tweevoudige kwaliteit van levensmiddelen. In dit verband heeft het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Commissie ▌een gemeenschappelijke aanpak gepresenteerd voor het verrichten van vergelijkende tests van levensmiddelen(27).

(53)  De ervaring met de handhaving heeft echter geleerd dat het voor consumenten, handelaren en nationale bevoegde autoriteiten onduidelijk kan zijn welke handelspraktijken in strijd zouden kunnen zijn met Richtlijn 2005/29/EG, door het ontbreken van een uitdrukkelijke bepaling. Daarom moet Richtlijn 2005/29/EG worden gewijzigd om zowel de handelaren als de handhavingsautoriteiten rechtszekerheid te bieden, door de marketing van een goed als zijnde identiek aan een goed dat in ▌andere lidstaten wordt gemarket, terwijl de samenstelling of kenmerken van dat goed aanzienlijk verschillen, uitdrukkelijk aan te pakken. De bevoegde autoriteiten moeten dergelijke praktijken per geval beoordelen en aanpakken volgens de bepalingen van de richtlijn. Bij haar beoordeling moet de bevoegde autoriteit rekening houden met het feit of een dergelijke differentiatie gemakkelijk herkenbaar is voor de consument, het recht van een handelaar om goederen van hetzelfde merk voor verschillende geografische markten aan te passen op grond van legitieme en objectieve factoren, zoals nationale wetgeving, de beschikbaarheid of seizoensgebondenheid van grondstoffen ▌of vrijwillige strategieën voor een betere toegang tot gezonde en voedzame levensmiddelen alsook het recht van handelaren om goederen van hetzelfde merk aan te bieden in verpakkingen van verschillend gewicht of volume in verschillende geografische markten. De bevoegde autoriteiten moeten beoordelen of dergelijke differentiatie voor consumenten gemakkelijk herkenbaar is en doet dit door de beschikbaarheid en toereikendheid van informatie te analyseren. Het is belangrijk dat consumenten op de hoogte worden gebracht van de differentiatie van goederen op grond van legitieme en objectieve factoren. Het moet handelaren vrij staan dergelijke informatie te verstrekken op verschillende manieren die consumenten in staat stellen de noodzakelijke informatie te raadplegen. Over het algemeen moeten handelaren de voorkeur geven aan alternatieven voor het verstrekken van informatie op het etiket van de goederen. De desbetreffende sectorale voorschriften en voorschriften inzake het vrije verkeer van goederen van de Unie moeten worden geëerbiedigd.

(54)  Hoewel verkoop buiten verkoopruimten een wettig en beproefd verkoopkanaal is, net zoals verkoop in verkoopruimten en verkoop op afstand, kunnen bepaalde bijzonder agressieve of misleidende marketing- of verkooppraktijken waarbij de consument ▌thuis wordt bezocht of tijdens ▌trips, als bedoeld in artikel 2, lid 8, van Richtlijn 2011/83/EU, consumenten onder druk zetten om producten of diensten te kopen die zij anders niet zouden kopen en/of producten aan te kopen tegen buitensporige prijzen, vaak met onmiddellijke betaling. Dergelijke praktijken zijn vaak gericht op ouderen of andere kwetsbare consumenten. Sommige lidstaten vinden deze praktijken onwenselijk en achten het noodzakelijk om bepaalde vormen en aspecten van buiten verkoopruimten gesloten verkopen in de zin van Richtlijn 2011/83/EU, zoals agressieve en misleidende marketing of verkoop van een product in het kader van ongevraagde huisbezoeken aan consumenten of van ▌trips, aan banden te leggen. Indien dergelijke beperkingen worden opgelegd op andere gronden dan de bescherming van de consument, zoals het openbaar belang of de eerbiediging van het privéleven van de consument, dat wordt beschermd door artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de EU, vallen zij buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2005/29/EG.

(55)  In overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel en teneinde de handhaving te vergemakkelijken, moet derhalve worden verduidelijkt dat Richtlijn 2005/29/EG geen afbreuk doet aan de vrijheid van de lidstaten om nationale bepalingen vast te stellen om de legitieme belangen van consumenten verder te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken in het kader van ongevraagde huisbezoeken door een handelaar om producten aan te bieden of te verkopen of trips die worden georganiseerd door een handelaar met als doel of gevolg producten te verkopen aan of te promoten bij consumenten, indien dergelijke bepalingen gerechtvaardigd zijn op grond van de consumentenbescherming. Dergelijke bepalingen moeten altijd evenredig en niet-discriminerend zijn en deze verkoopkanalen niet als zodanig verbieden. In nationale, door de lidstaten ingevoerde bepalingen kan bijvoorbeeld worden vastgesteld op welke tijdstippen huisbezoeken aan consumenten zonder hun expliciete toestemming niet zijn toegestaan, kunnen dergelijke bezoeken worden verboden indien de consument expliciet heeft aangegeven hiermee niet akkoord te gaan en kan de procedure voor betalingen worden voorgeschreven. Voort kunnen in dergelijke bepalingen meer beschermende regels worden opgenomen op de terreinen die door Richtlijn 2011/83/EU zijn geharmoniseerd. Richtlijn 2011/83/EU moet derhalve worden gewijzigd om de lidstaten in staat te stellen nationale maatregelen te treffen om te voorzien in een langere herroepingstermijn en om af te wijken van specifieke uitzonderingen op het herroepingsrecht. De lidstaten moeten aan de Commissie kennisgeven van de in dit verband vastgestelde nationale bepalingen, zodat de Commissie deze informatie beschikbaar kan maken voor alle belanghebbenden en de evenredigheid en wettigheid van deze maatregelen kan nagaan.

(56)  Wanneer het agressieve en misleidende praktijken betreft in het kader van evenementen die worden georganiseerd op andere locaties dan de verkoopruimten van de handelaar, doet Richtlijn 2005/29/EG geen afbreuk aan eventuele voorwaarden inzake vestiging en vergunning die lidstaten aan handelaren kunnen opleggen. Voorts laat Richtlijn 2005/29/EG het nationale verbintenissenrecht en, in het bijzonder, de regels betreffende de geldigheid, de opstelling en de rechtsgevolgen van contracten onverlet. Agressieve en misleidende praktijken in het kader van evenementen die worden georganiseerd op andere locaties dan de verkoopruimten van de handelaar, kunnen op basis van een individuele beoordeling van het specifieke geval overeenkomstig artikelen 5 tot en met 9 van Richtlijn 2005/29/EG worden verboden. Voorts bevat bijlage I bij Richtlijn 2005/29/EG een algemeen verbod op praktijken waarbij de handelaar de indruk wekt dat hij niet optreedt ten behoeve van zijn beroep en op praktijken die de indruk geven dat de consument het pand niet mag verlaten alvorens er een overeenkomst is opgesteld. De Commissie moet beoordelen of de huidige regels voorzien in een toereikend niveau van consumentenbescherming en toereikende instrumenten voor lidstaten om dergelijke praktijken op doeltreffende wijze aan te pakken.

(57)  Deze richtlijn mag derhalve geen afbreuk doen aan het nationale recht op het gebied van het verbintenissenrecht voor de verbintenisrechtelijke aspecten die niet door deze richtlijn worden geregeld. Deze richtlijn dient derhalve het nationale recht inzake bijvoorbeeld het sluiten of de geldigheid van een overeenkomst, zoals in het geval van het ontbreken van overeenstemming of onbevoegde commerciële activiteit, onverlet te laten.

(58)  Om te garanderen dat burgers toegang hebben tot actuele informatie over hun consumentenrechten en verhaalsmogelijkheden in de Unie, moet het onlinetoegangspunt dat de Commissie ontwikkelt gebruiksvriendelijk zijn, geschikt zijn voor mobiel gebruik, goed toegankelijk zijn en – voor zover mogelijk – voor iedereen bruikbaar zijn, ook voor personen met een handicap ("ontwerpen voor iedereen").

(59)  Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken(28) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om, in gerechtvaardigde gevallen, de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van die stukken gerechtvaardigd.

(60)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk betere handhaving en modernisering van de consumentenbescherming, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar doordat het probleem zich in de hele Unie voordoet, beter door de Unie kunnen worden bereikt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn 2005/29/EG

Richtlijn 2005/29/EG wordt als volgt gewijzigd:

(1)  artikel 2, alinea 1, wordt als volgt gewijzigd:

(a)  letter c) wordt vervangen door:"

"c) "product": een goed of dienst, met inbegrip van onroerende goederen, digitale dienst en digitale inhoud, evenals rechten en verplichtingen;";

"

(b)  de volgende letters worden toegevoegd:"

"m) "ranking": het relatieve belang dat door de handelaar wordt gegeven aan producten zoals gepresenteerd, georganiseerd of meegedeeld door de handelaar, ongeacht de technologische middelen die worden gebruikt voor een dergelijke presentatie, organisatie of mededeling;

   n) "onlinemarktplaats": een dienst die consumenten in staat stelt op afstand overeenkomsten te sluiten met andere handelaren of consumenten door middel van software, waaronder een website, deel van een website of een applicatie die wordt beheerd door of namens de handelaar.";

"

(2)  in artikel 3 worden de leden 5 en 6 vervangen door: ▌"

"5. Deze richtlijn belet de lidstaten niet om bepalingen vast te stellen ter bescherming van de gewettigde belangen van de consumenten met betrekking tot agressieve of misleidende marketing- of verkooppraktijken waarbij een handelaar een consument ongevraagd aan huis bezoekt of een handelaar ▌trips organiseert voor consumenten met als doel of gevolg producten te verkopen of te promoten. ▌Dergelijke bepalingen zijn evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigd op grond van consumentenbescherming.

6.   De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de nationale bepalingen die uit hoofde van lid 5 worden toegepast, alsook van eventuele latere wijzigingen. De Commissie stelt deze informatie op gemakkelijk toegankelijke wijze beschikbaar op een speciaal daarvoor gecreëerde website.";

"

(3)  aan artikel 6, lid 2, wordt de volgende letter toegevoegd:"

"c) marketing van een goed in één lidstaat als zijnde identiek aan een goed dat in ▌andere lidstaten wordt gemarket, terwijl de samenstelling of kenmerken van dat goed aanzienlijk verschillen, tenzij dit gerechtvaardigd is op grond van legitieme en objectieve factoren.";

"

(4)   artikel 7 ▌wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 4 wordt als volgt gewijzigd:

i)  letter d) wordt vervangen door:"

"d) de wijze van betaling, levering en uitvoering, indien deze afwijken van de vereisten van professionele toewijding;";

"

ii)  het volgende punt wordt toegevoegd:"

"f) voor producten die worden aangeboden op onlinemarktplaatsen, of de derde partij die de producten aanbiedt al dan niet een handelaar is, op basis van de verklaring van deze derde aan de onlinemarktplaats.";

"

b)  het volgende lid wordt ingevoegd:"

"4 bis. Wanneer consumenten de mogelijkheid wordt geboden om te zoeken naar producten die worden aangeboden door verschillende handelaren of door consumenten op basis van een zoekopdracht in de vorm van een trefwoord, zin of andere invoer, wordt het, ongeacht of de transacties uiteindelijk worden afgerond, essentieel geacht dat er algemene informatie beschikbaar wordt gesteld in een specifiek deel van de online-interface dat rechtstreeks en goed toegankelijk is vanaf de pagina waar de zoekresultaten worden gepresenteerd, over de belangrijkste parameters die zijn gebruikt voor het bepalen van de ranking van producten die aan de consument wordt gepresenteerd als resultaat van de zoekopdracht en het relatieve belang van die parameters ten opzichte van andere parameters. Dit lid geldt niet voor aanbieders van onlinezoekmachines als bedoeld in Verordening (EU) 2019/...*(29).

__________________

* Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ...(PB ...).";

"

c)  het volgende lid wordt toegevoegd:"

"6. Indien een handelaar toegang biedt tot klantbeoordelingen van producten, wordt informatie over of en hoe de handelaar garandeert dat de gepubliceerde beoordelingen afkomstig zijn van consumenten die het product hebben gebruikt of aangeschaft, beschouwd als essentieel.";

"

(5)  het volgende artikel ▌wordt ingevoegd:"

"Artikel 11 bis

Verhaal

1.  ▌consumenten die door oneerlijke handelspraktijken schade hebben geleden, krijgen toegang tot evenredige en doeltreffende verhaalsmogelijkheden, met inbegrip van vergoeding voor de schade die zij hebben geleden en, indien relevant, een prijsverlaging of de beëindiging van de overeenkomst. De lidstaten mogen de voorwaarden bepalen voor de toepassing en rechtsgevolgen van deze verhaalsmogelijkheden. De lidstaten kunnen in voorkomend geval rekening houden met de ernst en aard van de oneerlijke handelspraktijk, de schade die de consument heeft geleden en andere relevante omstandigheden.

2.  Deze verhaalsmogelijkheden doen geen afbreuk aan de toepassing van andere verhaalsmogelijkheden waarop consumenten op grond van de Unie- of nationaal recht een beroep kunnen doen.";

"

(6)  Artikel 13 wordt vervangen door:"

"Artikel 13

Sancties

1.  De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze ten uitvoer worden gelegd. De vastgestelde sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het opleggen van sancties in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de volgende niet-limitatieve en indicatieve criteria:

   a) de aard, de ernst, schaal en de duur ▌van de inbreuk;

   b) door de handelaar genomen maatregelen om de door de consumenten geleden schade te verzachten of te verhelpen;

   c) eerdere inbreuken van de handelaar;
   d) de door de handelaar als gevolg van de inbreuk gemaakte financiële winsten of vermeden verliezen, als daarover relevante informatie beschikbaar is;
   e) sancties die in grensoverschrijdende zaken in andere lidstaten aan de handelaar zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, wanneer de informatie over dergelijke sancties beschikbaar is via het mechanisme dat is opgericht bij Verordening (EU) 2017/2394;
   f) andere verzwarende of verzachtende factoren die van toepassing zijn op de omstandigheden van de zaak.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer er overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394 sancties moeten worden opgelegd, deze de mogelijkheid omvatten om geldboeten op te leggen door middel van administratieve procedures of om juridische procedures te starten voor het opleggen van geldboeten, of beide, waarbij het maximumbedrag ten minste 4 % van de jaaromzet van de handelaar in de betrokken lidstaat of lidstaten bedraagt. Zonder afbreuk te doen aan die verordening kunnen lidstaten de oplegging van geldboeten om redenen die verband houden met de nationale grondwet beperken tot:

   a) inbreuken op artikelen 6, 7, 8, 9 en op bijlage I; en
   b) de aanhoudende toepassing door de handelaar van een handelspraktijk die is aangemerkt als oneerlijk door de bevoegde nationale autoriteit of rechtbank, indien de inbreuk niet onder a) valt.

4.  In situaties waarin overeenkomstig lid 3 een geldboete moet worden opgelegd maar er geen informatie beschikbaar is over de jaaromzet van de handelaar, introduceert de lidstaat de mogelijkheid om geldboeten op te leggen waarvan het maximumbedrag ten minste 2 miljoen EUR bedraagt.

5.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [de omzettingsdatum van deze wijzigingsrichtlijn] van hun regels inzake sancties in kennis en delen haar eventuele latere wijzigingen onverwijld mede.";

"

(7)  ▌bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)  het volgende punt wordt ingevoegd:"

"11 bis. het verschaffen van zoekresultaten in reactie op een onlinezoekopdracht van een consument zonder duidelijk te onthullen dat het een betaalde reclame betreft of er een betaling is gedaan die specifiek was bedoeld om een hogere ranking voor producten te verkrijgen.";

"

b)  de volgende punten worden ingevoegd:"

"23 bis. het doorverkopen van kaartjes aan consumenten indien de handelaar deze heeft verkregen door gebruik te maken van elektronische middelen om eventuele beperkingen te omzeilen met betrekking tot het aantal kaartjes dat een persoon mag kopen of andere regels die van toepassing zijn op de aanschaf van kaartjes;

23 ter.  beweren dat beoordelingen van producten zijn ingediend door consumenten die het product daadwerkelijk hebben gebruikt of aangeschaft zonder redelijke en evenredige stappen te nemen om na te gaan of ze daadwerkelijk afkomstig zijn van dergelijke consumenten;

23 quater.  het indienen van valse beoordelingen of aanbevelingen van consumenten of het op misleidende wijze presenteren van beoordelingen van consumenten of aanbevelingen op sociale media om producten te promoten of een andere rechts- of natuurlijke persoon de opdracht geven dit te doen.".

"

Artikel 2

Wijzigingen van Richtlijn 2011/83/EU

Richtlijn 2011/83/EU wordt als volgt gewijzigd:

(1)  artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt 3 wordt vervangen door:"

"3. "goederen": goederen als gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad*(30);

__________________

* Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ... (PB …).";

"

b)   het volgende punt ▌wordt ingevoegd:"

"4 bis. persoonsgegevens als gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679;";

"

c)   de punten 5 en 6 worden vervangen door:"

"5. "verkoopovereenkomst": iedere overeenkomst waarbij de handelaar het eigendom van goederen aan de consument overdraagt of zich ertoe verbindt deze over te dragen, met inbegrip van elke overeenkomst die zowel goederen als diensten betreft;

   (6) "dienstenovereenkomst": iedere andere overeenkomst dan een verkoopovereenkomst, waarbij de handelaar de consument een dienst, waaronder een digitale dienst, levert ▌;";

"

d)   punt 11 wordt vervangen door:"

"11. "digitale inhoud": digitale inhoud als gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad*(31);";

__________________

* Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ... (PB …).";

"

(e)   de volgende punten worden toegevoegd:"

" ▌ 16. "digitale dienst": een digitale dienst als gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Richtlijn (EU) 2019/...(32)+;

   17. "onlinemarktplaats": een dienst die het consumenten mogelijk maakt op afstand overeenkomsten te sluiten met andere handelaren of consumenten door middel van software, waaronder een website, deel van een website of een applicatie die wordt beheerd door of namens de handelaar;
   18. "aanbieder van een onlinemarktplaats": een dienstverlener die consumenten een onlinemarktplaats aanbiedt;

   19. "compatibiliteit": compatibiliteit als gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Richtlijn (EU) 2019/...(33);
   20. "functionaliteit": functionaliteit als gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Richtlijn (EU) 2019/...+;
   21. "interoperabiliteit": interoperabiliteit als gedefinieerd in artikel 2, punt 12, van Richtlijn (EU) 2019/...+.";

"

(2)  artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

(a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Deze richtlijn is van toepassing, onder de voorwaarden en in die mate als aangegeven in de bepalingen ervan, op alle tussen een handelaar en een consument gesloten overeenkomsten waarbij de consument de prijs ervan betaalt of zich ertoe verbindt deze te betalen. Zij is van toepassing op overeenkomsten voor de levering van water, gas, elektriciteit of stadsverwarming, ook door openbare leveranciers, voor zover deze producten op een contractuele basis worden geleverd.";

"

b)  het volgende lid wordt ingevoegd:"

"1 bis. Deze richtlijn is ook van toepassing als de handelaar digitale inhoud die niet wordt geleverd op een materiële drager of een digitale dienst levert of zich ertoe verbindt deze te leveren aan de consument en de consument persoonsgegevens aan de handelaar verstrekt of zich ertoe verbindt deze te verstrekken, behalve wanner de door de consument verstrekte persoonsgegevens uitsluitend worden verwerkt door de handelaar voor het leveren van de digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd of de digitale dienst overeenkomstig deze richtlijn of om te voldoen aan de wettelijke vereisten die op de handelaar van toepassing zijn, en de handelaar deze gegevens voor geen enkel ander doeleinde verwerkt.";

"

c)  lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

i)  punt k) wordt vervangen door:"

"k) voor passagiersvervoerdiensten, met uitzondering van artikel 8, lid 2, en de artikelen 19, 21 en 22;";

"

ii)  het volgende punt wordt toegevoegd:"

"n) voor goederen die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht.";

"

(3)  artikel 5, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt e) wordt vervangen door:"

"e) naast een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen, digitale inhoud en digitale diensten, het bestaan en de voorwaarden van diensten na verkoop en commerciële garanties, voor zover van toepassing;

"

b)  de punten g) en h) worden vervangen door:"

"g) voor zover van toepassing, de functionaliteit van goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten, met inbegrip van toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen;

   h) voor zover van toepassing, de relevante compatibiliteit en interoperabiliteit van goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten ▌waarvan de handelaar op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn.";

"

(4)  artikel 6 ▌wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  punt c) wordt vervangen door:"

"c) het geografisch adres waar de handelaar gevestigd is en het telefoonnummer en e-mailadres van de handelaar. Daarnaast bevat de informatie, als de handelaar andere vormen van onlinecommunicatie verstrekt waarmee de consument de schriftelijke correspondentie met de handelaar, waaronder de datum en het tijdstip van dergelijke correspondentie, op een duurzame gegevensdrager kan bewaren, gedetailleerde informatie over deze andere vormen. Al deze communicatiemethoden die de handelaar aanbiedt, moeten de consument in staat stellen snel contact met de handelaar op te nemen en efficiënt met hem te communiceren. Indien van toepassing verstrekt de handelaar ook het geografische adres en de identiteit van de handelaar voor wiens rekening hij optreedt;";

"

ii)  het volgende punt wordt ingevoegd:"

"e bis) indien van toepassing, dat de prijs is gepersonaliseerd op basis van geautomatiseerde besluitvorming;";

"

iii)  het bepaalde onder l) wordt vervangen door:"

"l) een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen, digitale inhoud en digitale diensten;";

"

iv)  het bepaalde onder r) en s) wordt vervangen door:"

"r) voor zover van toepassing, de functionaliteit van goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten, met inbegrip van toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen;

   s) voor zover van toepassing, de relevante compatibiliteit en interoperabiliteit van goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten ▌waarvan de handelaar op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn.";

"

b)  lid 4 wordt vervangen door:"

"4. De in lid 1, onder h), i) en j), bedoelde informatie kan worden verstrekt door middel van de modelinstructies voor herroeping vermeld in bijlage I, deel A. De handelaar zal hebben voldaan aan de informatievereisten van lid 1, onder h), i) en j) als hij deze instructies correct heeft ingevuld en aan de consument heeft verstrekt. De verwijzing naar de herroepingstermijn van 14 dagen in de modelinstructies inzake herroeping die zijn opgenomen in bijlage I, punt A, worden vervangen door verwijzingen naar een herroepingstermijn van 30 dagen in gevallen waarin lidstaten regels hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 9, lid 1 bis.";

"

(5)  het volgende artikel ▌wordt ingevoegd:"

"Artikel 6 bis

Aanvullende specifieke informatievoorschriften voor op onlinemarktplaatsen gesloten overeenkomsten

1.  Voordat een consument door een overeenkomst op afstand of een daarmee overeenstemmend aanbod is gebonden, verstrekt de aanbieder van de onlinemarktplaats, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van Richtlijn 2005/29/EG, bovendien op een duidelijk en begrijpelijke manier die passend is voor communicatie op afstand, de volgende informatie:

   a) algemene informatie die beschikbaar wordt gesteld in een specifieke afdeling van de online-interface die rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk is vanaf de pagina waarop de aanbiedingen worden gepresenteerd, over de belangrijkste parameters die de rangschikking bepalen van de aanbiedingen die aan de consument worden gepresenteerd als gevolg van de zoekopdracht, als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder m), van Richtlijn 2005/29/EG, en het relatieve belang van die parameters ten opzichte van andere parameters;
   b) het feit of de derde die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt, al dan niet een handelaar is, op basis van de verklaring van deze derde aan de onlinemarktplaats;
   c) wanneer de derde partij die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt, geen handelaar is, dat de consumentenrechten die uit de consumentenwetgeving van de Unie voortvloeien ▌niet van toepassing zijn op de ▌overeenkomst; ▌
   d) indien van toepassing, de manier waarop de verplichtingen met betrekking tot de overeenkomst worden verdeeld tussen de derde partij die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt en de aanbieder van de onlinemarktplaats. Deze informatie doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid die de onlinemarktplaats of handelaar eventueel heeft ▌met betrekking tot ▌de overeenkomst op grond van Unie- of nationaal recht.

2.  Zonder afbreuk te doen aan Richtlijn 2000/31/EG, verbiedt dit artikel het lidstaten niet aanvullende informatievereisten op te leggen aan onlinemarktplaatsen. Dergelijke bepalingen zijn evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigd op grond van consumentenbescherming.";

"

(6)   artikel 7, lid 3, wordt vervangen door:"

"3. Indien de consument wenst dat de verrichting van diensten of de levering van water, gas of elektriciteit, die niet zijn gereed voor verkoop gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, of van stadsverwarming aanvangt tijdens de in artikel 9, lid 2, bedoelde herroepingstermijn, en de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, eist de handelaar dat de consument daar uitdrukkelijk om verzoekt op een duurzame gegevensdrager. De handelaar verzoekt de consument ook te erkennen dat hij, zodra de overeenkomst volledig is uitgevoerd door de handelaar, niet langer een beroep kan doen op het herroepingsrecht.";

"

(7)  artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 4 wordt vervangen door:"

"4. Wanneer de overeenkomst gesloten wordt met behulp van een middel voor communicatie op afstand dat beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie, verstrekt de handelaar, bij of via dat specifieke middel voordat de overeenkomst gesloten wordt, ten minste de precontractuele informatie betreffende de voornaamste kenmerken van de goederen of diensten, de identiteit van de handelaar, de totale prijs, het herroepingsrecht, de duur van de overeenkomst en, in geval van overeenkomsten voor onbepaalde tijd, de voorwaarden om de overeenkomst op te zeggen, zoals bedoeld in respectievelijk artikel 6, lid 1, onder a), b), e), h) en o), met uitzondering van het onder h) bedoelde modelformulier voor herroeping dat is opgenomen in bijlage I, deel B. De overige in artikel 6, lid 1, bedoelde informatie, waaronder het herroepingsformulier, wordt door de handelaar op passende wijze aan de consument verstrekt, overeenkomstig lid 1 van dit artikel.";

"

b)  lid 8 wordt vervangen door:"

"8. Indien de consument wenst dat de verrichting van diensten of de levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, of van stadsverwarming aanvangt tijdens de in artikel 9, lid 2, bepaalde herroepingstermijn, en de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, eist de handelaar dat de consument daar uitdrukkelijk om verzoekt. De handelaar verzoekt de consument ook te erkennen dat hij, zodra de overeenkomst volledig is uitgevoerd door de handelaar, niet langer een beroep kan doen op het herroepingsrecht.";

"

(8)  artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)  het volgende lid wordt ingevoegd:"

"1 bis. De lidstaten kunnen regels vaststellen op grond waarvan de in lid 1 bedoelde herroepingstermijn van 14 dagen wordt verlengd naar 30 dagen voor overeenkomsten die worden gesloten in het kader van ongevraagde huisbezoeken door een handelaar of trips die door de handelaar worden georganiseerd met als doel of gevolg producten te verkopen aan of te promoten bij consumenten, teneinde de legitieme belangen van consumenten met betrekking tot agressieve of misleidende marketing- of verkooppraktijken te beschermen. Dergelijke regels zijn evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigd op grond van consumentenbescherming.";

"

b)  in lid 2 wordt het inleidende deel vervangen door:"

"2. Zonder afbreuk te doen aan artikel 10, verstrijkt de herroepingstermijn als bedoeld in lid 1 van dit artikel na 14 dagen, of na 30 dagen in gevallen waarin de lidstaten op grond van lid 1 bis van dit artikel regels hebben vastgesteld.";

"

(9)  in artikel 10 wordt lid 2 vervangen door:"

"2. Indien de handelaar de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie aan de consument heeft verstrekt binnen twaalf maanden na de in artikel 9, lid 2, bedoelde dag, verstrijkt de herroepingstermijn 14 dagen – of 30 dagen in gevallen waarin de lidstaten regels hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 9, lid 1 bis – na de dag waarop de consument die informatie heeft ontvangen.";

"

(10)  aan artikel 13 worden de volgende leden toegevoegd:"

"4. Met betrekking tot de persoonsgegevens van de consument voldoet de handelaar aan de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679.

5.  De handelaar weerhoudt zich ervan enige inhoud anders dan persoonsgegevens te gebruiken die door de consument zijn verstrekt of gemaakt tijdens het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of digitale dienst, behalve indien dergelijke inhoud:

   a) geen gebruikswaarde heeft buiten de context van de digitale inhoud of digitale dienst die door de handelaar wordt geleverd;
   b) alleen verband houdt met de activiteit van de consument wanneer deze de digitale inhoud of digitale dienst gebruikt die door de handelaar wordt geleverd;
   c) door de handelaar is gecombineerd met andere gegevens en niet, of alleen met onevenredige inspanningen, kan worden gescheiden; of
   d) door de consument en anderen gezamenlijk is gegenereerd en de andere consumenten gebruik kunnen blijven maken van de inhoud.

6.  Behalve in de situaties waarnaar wordt verwezen in lid 5, onder a), b) en c), stelt de handelaar op verzoek van de consument aan de consument alle inhoud, met uitzondering van persoonsgegevens, beschikbaar die door de consument is verstrekt of gecreëerd tijdens het gebruik van de digitale inhoud of de digitale dienst die door de handelaar wordt geleverd.

7.  De consument heeft het recht die digitale inhoud kosteloos, binnen een redelijke termijn, en in een gangbaar, machineleesbaar gegevensformaat op te vragen, zonder belemmeringen van de kant van de handelaar.

8.  In het geval van herroeping van de overeenkomst kan de leverancier elk verder gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst door de consument beletten, met name door de digitale inhoud of digitale dienst ontoegankelijk te maken voor de consument, of het gebruikersaccount van de consument onbruikbaar te maken, onverminderd lid 6.";

"

(11)  artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

a)   het volgende lid wordt ingevoegd:"

"2 bis. In het geval van herroeping van de overeenkomst onthoudt de consument zich van het gebruik van de digitale inhoud of de digitale dienst, en van de terbeschikkingstelling daarvan aan derden.";

"

b)   in lid 4 wordt letter b), punt i, vervangen door:"

"i) de consument er van tevoren niet uitdrukkelijk mee heeft ingestemd dat de uitvoering kan beginnen vóór het einde van de in artikel 9 bedoelde periode van 14 of 30 dagen;";

"

(12)  artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)  het bepaalde onder a) wordt vervangen door:"

"a) dienstenovereenkomsten na volledige uitvoering van de dienst en, als de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument, en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht verliest zodra de handelaar de overeenkomst volledig heeft uitgevoerd;";

"

b)   het bepaalde onder m) wordt vervangen door:"

"m) overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, als de uitvoering is begonnen en, ingeval de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, als:

   i) de consument van tevoren expliciet heeft ingestemd met de aanvang van de uitvoering tijdens de herroepingstermijn;
   ii) de consument heeft erkend dat hij daarmee zijn herroepingsrecht verliest; en
   iii) de handelaar bevestiging heeft verstrekt overeenkomstig artikel 7, lid 2 of artikel 8, lid 7.";

"

c)   de volgende leden worden toegevoegd:"

De lidstaten kunnen afwijken van de uitzonderingen op het herroepingsrecht die zijn opgenomen in lid 1, onder a), b), c) en e), voor overeenkomsten die worden gesloten in het kader van ongevraagde huisbezoeken door een handelaar of trips die door de handelaar worden georganiseerd met als doel of gevolg producten te verkopen aan of te promoten bij consumenten, teneinde de legitieme belangen van consumenten met betrekking tot agressieve of misleidende marketing- of verkooppraktijken te beschermen. Dergelijke bepalingen zijn evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigd op grond van consumentenbescherming.

Lidstaten mogen bepalen dat de consument het herroepingsrecht verliest nadat de dienst in het kader van een dienstenovereenkomst volledig is verleend indien de consument specifiek heeft verzocht om een bezoek van de handelaar voor de uitvoering van reparaties, de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument en de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt.";

"

(13)  artikel 24 wordt vervangen door:"

"Artikel 24

Sancties

1.  De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze ten uitvoer worden gelegd. De vastgestelde sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het opleggen van sancties in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de volgende niet-limitatieve en indicatieve criteria:

   a) de aard, de ernst, schaal en de duur ▌van de inbreuk;

   b) door de handelaar genomen maatregelen om de door de consumenten geleden schade te verzachten of te verhelpen;

   c) eerdere inbreuken van de handelaar;
   d) de door de handelaar als gevolg van de inbreuk gemaakte financiële winsten of vermeden verliezen, als daarover relevante informatie beschikbaar is;
   e) sancties die in grensoverschrijdende zaken in andere lidstaten aan de handelaar zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, wanneer de informatie over dergelijke sancties beschikbaar is via het mechanisme dat is opgericht bij Verordening (EU) 2017/2394;
   f) andere verzwarende of verzachtende factoren die van toepassing zijn op de omstandigheden van de zaak.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer er overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394 sancties moeten worden opgelegd, deze de mogelijkheid omvatten om geldboeten op te leggen door middel van administratieve procedures of om juridische procedures te starten voor het opleggen van geldboeten, of beide, waarbij het maximumbedrag ten minste 4 % van de jaaromzet van de handelaar in de betrokken lidstaat of lidstaten bedraagt.

4.  In situaties waarin overeenkomstig lid 3 een geldboete moet worden opgelegd maar er geen informatie beschikbaar is over de jaaromzet van de handelaar, introduceert de lidstaat de mogelijkheid om geldboeten op te leggen waarvan het maximumbedrag ten minste 2 miljoen EUR bedraagt.

5.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [de omzettingsdatum van deze wijzigingsrichtlijn] van hun regels inzake sancties in kennis en delen haar eventuele latere wijzigingen onverwijld mede.";

"

(14)  in artikel 29 wordt lid 1 vervangen door:"

"1. Indien een lidstaat gebruikmaakt van één van de in artikel 3, lid 4, artikel 6, leden 7 en 8, artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 6, artikel 9, leden 1 bis en 3 en de tweede alinea van artikel 16 vermelde regelgevingsopties, stelt hij de Commissie daarvan uiterlijk ... [de omzettingsdatum die wordt vermeld in artikel 5 van deze wijzigingsrichtlijn] in kennis, alsook van eventuele latere wijzigingen.";

"

(15)  bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)   punt A wordt als volgt gewijzigd:

i)   de derde alinea ▌onder "Herroepingsrecht" wordt vervangen door:"

"Om het herroepingsrecht uit te oefenen, moet u ons [2] via een ondubbelzinnige verklaring (bv. schriftelijk per post of e‑mail) op de hoogte stellen van uw beslissing de overeenkomst te herroepen. U kunt hiervoor gebruikmaken van het bijgevoegde modelformulier voor herroeping, maar bent hiertoe niet verplicht. [3]";

"

ii)   punt 2, onder "Instructies voor het invullen van het formulier" wordt vervangen door:"

"[2.] Vul hier uw naam, woonadres en uw telefoonnummer en e‑mailadres in.";

"

b)   in punt B wordt het eerste streepje vervangen door:"

"Aan [hier dient de handelaar zijn naam, adres en ▌zijn e‑mailadres in te vullen]:".

"

Artikel 3

Wijzigingen van Richtlijn 93/13/EG

Richtlijn 93/13/EEG wordt als volgt gewijzigd:

het volgende artikel ▌wordt ingevoegd:"

"Artikel 8 ter

1.  De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze ten uitvoer worden gelegd. De vastgestelde sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

2.  De lidstaten kunnen dergelijke sancties beperken tot situaties waarin de contractuele bedingen op grond van de nationale wetgeving uitdrukkelijk en ongeacht de omstandigheden worden aangemerkt als oneerlijk of indien een verkoper of leverancier contractuele bedingen blijft toepassen die als oneerlijk zijn aangemerkt in een definitieve beslissing die overeenkomstig artikel 7, lid 2, is genomen.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het opleggen van sancties in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de volgende niet-limitatieve en indicatieve criteria:

   a) de aard, de ernst, schaal en de duur ▌van de inbreuk;

   b) door de verkoper of leverancier genomen maatregelen om de door de consumenten geleden schade te verzachten of te verhelpen;

   c) eerdere inbreuken van de verkoper of leverancier;
   d) de door de verkoper of leverancier als gevolg van de inbreuk gemaakte financiële winsten of vermeden verliezen, als daarover relevante informatie beschikbaar is;
   e) sancties die in grensoverschrijdende zaken in andere lidstaten aan de verkoper of leverancier zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, wanneer de informatie over dergelijke sancties beschikbaar is via het mechanisme dat is opgericht bij Verordening (EU) 2017/2394;
   f) andere verzwarende of verzachtende factoren die van toepassing zijn op de omstandigheden van de zaak.

4.  Zonder afbreuk te doen aan lid 2, zorgen de lidstaten ▌ervoor dat, wanneer er overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394 sancties moeten worden opgelegd, deze de mogelijkheid omvatten om geldboeten op te leggen door middel van administratieve procedures of om juridische procedures te starten voor het opleggen van geldboeten, of beide, waarbij het maximumbedrag ten minste 4 % van de jaaromzet van de handelaar in de betrokken lidstaat of lidstaten bedraagt.

5.  In situaties waarin overeenkomstig lid 4 een geldboete moet worden opgelegd maar er geen informatie beschikbaar is over de jaaromzet van de verkoper of leverancier, introduceert de lidstaat de mogelijkheid om geldboeten op te leggen waarvan het maximumbedrag ten minste 2 miljoen EUR bedraagt.

6.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [de omzettingsdatum van deze wijzigingsrichtlijn] van hun regels inzake sancties in kennis en delen haar eventuele latere wijzigingen onverwijld mede.".

"

Artikel 4

Wijzigingen van Richtlijn 98/6/EG

Richtlijn 98/6/EG wordt als volgt gewijzigd:

a)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 6 bis

1.  Bij aankondigingen van prijsverlagingen wordt de vorige prijs aangegeven die door de handelaar is toegepast gedurende een bepaalde periode voorafgaand aan de toepassing van de prijsverlaging.

2.  De vorige prijs betekent de laagste prijs die door de handelaar is toegepast tijdens een periode die niet korter mag zijn dan één maand voor de toepassing van de prijsverlaging.

3.  De lidstaten kunnen andere regels vaststellen voor goederen die snel bederven of een beperkte houdbaarheid hebben.

4.  Indien het product minder dan 30 dagen op de markt is, mogen de lidstaten ook een kortere periode vaststellen dan de periode die in lid 2 wordt gespecificeerd.

5.  De lidstaten mogen bepalen dat, wanneer de prijsverlaging progressief wordt verhoogd, de vorige prijs de prijs zonder prijsverlaging voorafgaand aan de eerste toepassing van de prijsverlaging is.";

"

b)   artikel 8 wordt vervangen door:"

"Artikel 8

1.  De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze ten uitvoer worden gelegd. De vastgestelde sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het opleggen van sancties in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de volgende niet-limitatieve en indicatieve criteria:

   a) de aard, de ernst, schaal en de duur ▌van de inbreuk;

   b) door de handelaar genomen maatregelen om de door de consumenten geleden schade te verzachten of te verhelpen;

   c) eerdere inbreuken van de handelaar;
   d) de door de handelaar als gevolg van de inbreuk gemaakte financiële winsten of vermeden verliezen, als daarover relevante informatie beschikbaar is;
   e) sancties die in grensoverschrijdende zaken in andere lidstaten aan de handelaar zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, wanneer de informatie over dergelijke sancties beschikbaar is via het mechanisme dat is opgericht bij Verordening (EU) 2017/2394;
   f) andere verzwarende of verzachtende factoren die van toepassing zijn op de omstandigheden van de zaak.

3.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [de omzettingsdatum van deze wijzigingsrichtlijn] van hun regels inzake sancties in kennis en delen haar eventuele latere wijzigingen onverwijld mede.".

"

Artikel 5

Informatie over consumentenrechten

De Commissie garandeert dat burgers die zoeken naar informatie over hun rechten als consument of over geschillenbeslechting buiten de rechtbank, gebruik kunnen maken van een onlinetoegangspunt in de vorm van de enkele digitale toegangspoort die is opgericht bij Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad (34)dat hen in staat stelt om:

a)  toegang te krijgen tot actuele informatie over hun rechten als consumenten in de Unie op een duidelijke, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke manier; en

b)  een klacht in te dienen via het onlineplatform voor geschillenbeslechting dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad(35) en het bevoegde Europese consumentencentrum, afhankelijk van de betrokken partijen.

Artikel 6

Verslaglegging door de Commissie en evaluatie

De Commissie dient uiterlijk [2 jaar na de toepassing van deze richtlijn] bij het Europees Parlement en de Raad een rapport in over de toepassing ervan. Dit verslag omvat met name een evaluatie van de bepalingen van deze richtlijn die betrekking hebben op:

a)  evenementen die worden georganiseerd op andere locaties dan de verkoopruimten van de handelaar; en

b)  gevallen van goederen die worden gemarket als identiek maar waarvan de samenstelling of kenmerken aanzienlijk verschillen, onder meer met betrekking tot de vraag of in die gevallen strengere vereisten moeten gelden, waaronder een verbod in bijlage I bij Richtlijn 2005/29/EG, en of er meer gedetailleerde bepalingen nodig zijn inzake informatie over de differentiatie van goederen.

Dit verslag gaat zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Artikel 7

Omzetting

1.  De lidstaten dienen uiterlijk [vierentwintig maanden na vaststelling] de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Zij passen die bepalingen toe vanaf [zes maanden na de termijn voor omzetting].

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 9

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1) PB C 440 van 6.12.2018, blz. 66.
(2)* AAN DEZE TEKST IS IN JURIDISCH-TAALKUNDIG OPZICHT NOG NIET DE LAATSTE HAND GELEGD.
(3)PB C 440, 6.12.2018, blz. 66.
(4) Standpunt van het Europees Parlement van 17 april 2019.
(5)Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22).
(6)Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen (PB L 110 van 1.5.2009, blz. 30).
(7)Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten (PB L 80 van 18.3.1998, blz. 27).
(8)Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).
(9)Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1).
(10)Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95 van 21.4.1993, blz. 29).
(11) Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ... (PB ...).
(12)+ PB: Gelieve in de tekst het serienummer van de verordening in te voegen dat in document PE-CONS No/YY (2018/0112(COD)) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die richtlijn.
(13)++ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de verordening vervat in document PE-CONS No/YY (2018/0112(COD)) in te voegen.
(14) Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1).
(15)Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR-consumenten), PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1.
(16)Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie, PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1.
(17)Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2018 inzake de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt, en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2006/2004 en (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, PB L 60 I van 2.3.2018, blz. 1.)
(18)Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("richtlijn inzake elektronische handel"), PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.
(19) Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad van ... (PB ...).
(20)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn in te voegen die in document PE‑CONS 26/19 (2015/0287(COD)) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die richtlijn in te voegen.
(21)++ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(22)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(23)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(24)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(25)Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(26)C(2017)6532.
(27)https://ec.europa.eu/jrc/sites/jrcsh/files/eu_harmonised_testing_methodology__framework_for_selecting_and_testing_of_food_products_to_assess_quality_related_characteristics.pdf
(28)PB C 369, 17.12.2011, blz. 14.
(29)+ PB: Gelieve in de tekst het serienummer van de verordening in te voegen dat in document PE-CONS No/YY (2018/0112(COD)) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die verordening.
(30)+ PB: gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn in te voegen die in document PE-CONS 27/19 (2015/0288(COD)) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die richtlijn in te voegen.
(31)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn in te voegen die in document PE‑CONS 26/19 (2015/0287(COD)) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-referentie van die richtlijn in te voegen.
(32)++ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(33)+ PB: gelieve in de tekst het serienummer van de richtlijn vervat in document PE-CONS 26/19 (2015/0287(COD)) in te voegen.
(34) Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012, PB L 295, 21.11.2018, blz. 1.
(35) Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR-consumenten), PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1.


Transparantie en duurzaamheid van de EU-risicobeoordeling in de voedselketen ***I
PDF 327kWORD 106k
Resolutie
Geconsolideerde tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantie en duurzaamheid van de EU-risicobeoordeling in de voedselketen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 178/2002 [betreffende de algemene levensmiddelenwetgeving], Richtlijn 2001/18/EG [inzake de doelbewuste introductie van ggo's in het milieu], Verordening (EG) nr. 1829/2003 [inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders], Verordening (EG) nr. 1831/2003 [betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding], Verordening (EG) nr. 2065/2003 [inzake rookaroma's], Verordening (EG) nr. 1935/2004 [inzake materialen die met levensmiddelen in contact komen], Verordening (EG) nr. 1331/2008 [inzake de uniforme toelatingsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma's], Verordening (EG) nr. 1107/2009 [betreffende gewasbeschermingsmiddelen] en Verordening (EU) 2015/2283 [betreffende nieuwe voedingsmiddelen] (COM(2018)0179 – C8-0144/2018 – 2018/0088(COD))
P8_TA-PROV(2019)0400A8-0417/2018

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0179),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 43, 114 en 168, lid 4, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0144/2018),

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 september 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 10 oktober 2018(2),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 15 februari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie visserij en de Commissie juridische zaken (A8-0417/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast(3);

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 17 april 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantie en duurzaamheid van de EU-risicobeoordeling in de voedselketen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 1829/2003, (EG) nr. 1831/2003, (EG) nr. 2065/2003, (EG) nr. 1935/2004, (EG) nr. 1331/2008, (EG) nr. 1107/2009 en (EU) 2015/2283 en Richtlijn 2001/18/EG

P8_TC1-COD(2018)0088


(voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, artikel 114 en artikel 168, lid 4, punt b),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(4),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(5),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(6),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  In Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad(7) zijn de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving vastgelegd, die een gemeenschappelijke basis moeten vormen voor maatregelen op het gebied van de levensmiddelenwetgeving zowel op Unie- als nationaal niveau. De verordening bepaalt onder meer dat de levensmiddelenwetgeving gebaseerd moet zijn op risicoanalyse, tenzij dit wegens de omstandigheden of de aard van de maatregel niet toepasselijk is.

(2)  In Verordening (EG) nr. 178/2002 wordt "risicoanalyse" gedefinieerd als een proces bestaande uit drie samenhangende onderdelen: risicobeoordeling, risicomanagement en risicocommunicatie. Voor de risicobeoordeling op het niveau van de Unie wordt bij die verordening de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (de "Autoriteit") opgericht als de bevoegde risicobeoordelingsinstantie van de Unie op het gebied van de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders.

(3)  Risicocommunicatie is een essentieel onderdeel van het risicoanalyseproces. ▌Bij de Refit-evaluatie van de algemene levensmiddelenwetgeving (Verordening (EG) nr. 178/2002) van 2018 ("de geschiktheidscontrole van de algemene levensmiddelenwetgeving") werd vastgesteld dat de risicocommunicatie over het algemeen niet doeltreffend genoeg wordt geacht. Dit heeft een weerslag op het vertrouwen van de consument in de uitkomsten van het risicoanalyseproces.

(4)  Het is daarom noodzakelijk gedurende de risicoanalyse te zorgen voor een transparant, doorlopend en inclusieve risicocommunicatie, met betrokkenheid van de risicobeoordelaars en risicomanagers op Unie- en nationaal niveau. Dergelijke risicocommunicatie moet de burgers er meer doen op vertrouwen dat de risicoanalyse wordt geschraagd door de doelstelling om te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en de belangen van de consument. Die risicocommunicatie moet ook kunnen bijdragen tot een participatieve en open dialoog tussen alle belanghebbenden, om te waarborgen dat het openbare belang prevaleert en om te zorgen voor nauwkeurigheid, alomvattendheid, transparantie, samenhang en verantwoordingsplicht in het risicoanalyseproces.

(5)  Bij risicocommunicatie moet vooral de nadruk worden gelegd ▌op een nauwkeurige, duidelijke, alomvattende, coherente, geschikte en tijdige uitleg, niet alleen van de resultaten van de risicobeoordeling op zich, maar ook van de wijze waarop dergelijke resultaten, in voorkomend geval naast andere ter zake dienende factoren, worden benut ter onderbouwing van beslissingen inzake risicomanagement. Er moet informatie worden verstrekt over de manier waarop risicomanagementbeslissingen werden bereikt en over de factoren waarmee de risicomanagers, naast de resultaten van de risicobeoordeling, rekening hebben gehouden, alsmede over de manier waarop die factoren tegen elkaar werden afgewogen.

(6)  Aangezien er in de publieke perceptie onduidelijkheid bestaat over het onderscheid tussen de begrippen gevaar en risico, moet er bij de risicocommunicatie naar worden gestreefd dat onderscheid te verduidelijken zodat het publiek een dergelijk onderscheid beter begrijpt.

(7)  Indien er redelijke gronden bestaan om aan te nemen dat levensmiddelen of diervoeders een risico voor de gezondheid van mens of dier kunnen inhouden als gevolg van opzettelijke inbreuken op het toepasselijke Unierecht die zijn begaan in het kader van frauduleuze of bedrieglijke praktijken, moeten de overheidsinstanties het publiek daarover zo spoedig mogelijk informeren en zo volledig mogelijk aangeven om welke producten het gaat en welk risico deze kunnen inhouden.

(8)  Hiertoe is het noodzakelijk de algemene doelstellingen en beginselen van de risicocommunicatie vast te stellen, rekening houdend met de respectieve rollen van de risicobeoordelaars en -managers, met vrijwaring van hun onafhankelijkheid.

(9)  Op basis van de ▌ algemene doelstellingen en beginselen moet in nauwe samenwerking met de Autoriteit en de lidstaten, en na openbare raadplegingen, een algemeen plan voor risicocommunicatie worden opgesteld. Dat algemene plan moet bijdragen tot een geïntegreerd kader voor risicocommunicatie voor alle risicobeoordelaars en risicomanagers op Unie- en nationaal niveau die zich met voedselketenkwesties bezighouden. Het moet tevens de nodige flexibiliteit bieden en situaties die specifiek onder het algemene plan voor crisisbeheer vallen buiten beschouwing laten.

(10)  Het algemene plan voor risicocommunicatie moet de voornaamste factoren noemen waarmee rekening moet worden gehouden bij het bepalen van het soort en het niveau van risicocommunicatieactiviteiten die nodig zijn, zoals de verschillende risiconiveaus, de aard van het risico en de mogelijke gevolgen ervan voor de menselijke gezondheid, de diergezondheid en, in voorkomend geval, het milieu, wie en wat direct of indirect door het risico wordt getroffen, de niveaus van ▌ blootstelling aan een gevaar, het urgentieniveau en het vermogen om risico's en andere factoren die van invloed zijn op de risicoperceptie, te beheersen, met inbegrip van het ▌ toepasselijke wettelijke kader en de relevante marktcontext.

(11)  Met het oog op een coherente risicocommunicatie en een open dialoog tussen alle belanghebbenden moet het algemene plan voor risicocommunicatie ook een beeld van de te gebruiken instrumenten en communicatiekanalen geven en passende mechanismen opzetten voor coördinatie en samenwerking tussen de risicobeoordelaars en risicomanagers op Unie- en nationaal niveau die betrokken zijn bij het risicoanalyseproces, met name indien verschillende agentschappen van de Unie een wetenschappelijke output verstrekken over dezelfde of gelijkaardige onderwerpen.

(12)  Een transparant risicobeoordelingsproces zorgt ervoor dat de Autoriteit bij de vervulling van haar taken op meer legitimiteit en vertrouwen kan rekenen bij de consumenten en het publiek, en dat zij binnen een democratisch systeem beter verantwoording kan afleggen aan de burgers van de Unie. Het is derhalve essentieel het vertrouwen van het publiek en andere belanghebbenden in de risicoanalyse dat de grondslag vormt van het toepasselijke Unierecht, en met name in de risicobeoordeling, te versterken, de transparantie daarvan alsmede wat betreft de organisatie, werking en onafhankelijkheid van de Autoriteit.

(13)  Het is dienstig de lidstaten een belangrijkere rol te geven en de actieve betrokkenheid van alle partijen in de raad van bestuur van de Autoriteit (de "raad van bestuur") te versterken.

(14)  De ervaring leert dat de rol van de raad van bestuur is toegespitst op administratieve en financiële aspecten en geen gevolgen heeft voor de onafhankelijkheid van de wetenschappelijke werkzaamheden van de Autoriteit. Het is daarom passend om in de raad van bestuur vertegenwoordigers van alle lidstaten, van het Europees Parlement en van de Commissie, alsook van het maatschappelijk middenveld en brancheorganisaties op te nemen die over de ervaring en deskundigheid moeten beschikken, niet alleen op het gebied van wetgeving en beleid inzake de voedselketen, waaronder risicobeoordeling, maar ook op bestuurlijk, administratief, financieel en juridisch vlak, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat zij onafhankelijk en in het openbaar belang handelen.

(15)  Bij de selectie en benoeming van de leden van de raad van bestuur moeten de hoogste graad van bekwaamheid en zo breed mogelijke relevante ervaring vooropstaan.

(16)  Bij de geschiktheidscontrole van de algemene levensmiddelenwetgeving zijn bepaalde tekortkomingen aan het licht gekomen wat betreft het vermogen van de Autoriteit om op de lange termijn haar hoge niveau van deskundigheid te handhaven. Bovendien daalde het aantal gegadigden dat solliciteerde naar een positie als lid van de wetenschappelijke panels van de Autoriteit. Het systeem moet derhalve robuuster worden en de lidstaten moeten een actievere rol spelen om te waarborgen dat een voldoende grote groep deskundigen beschikbaar is die aan de behoeften van het risicobeoordelingssysteem van de Unie kan voldoen wat betreft een hoog niveau van wetenschappelijke deskundigheid, onafhankelijkheid en multidisciplinaire expertise.

(17)  Om de onafhankelijkheid van de risicobeoordeling ten opzichte van risicomanagement en van andere belangen op het niveau van de Unie te bewaren, moeten de selectie van de leden van het wetenschappelijk comité en van de wetenschappelijke panels van de Autoriteit door de uitvoerend directeur van de Autoriteit en hun benoeming door de raad van bestuur ▌op strenge criteria berusten die de uitmuntendheid en onafhankelijkheid van de deskundigen garanderen, en tegelijkertijd ook de vereiste multidisciplinaire expertise van elk wetenschappelijke panel waarborgen. Hiertoe is het van essentieel belang dat de uitvoerend directeur, die tot taak heeft te waken over de belangen van de Autoriteit, en met name het onafhankelijke karakter van haar expertise, een rol speelt bij de selectie ▌van de wetenschappelijke deskundigen. De raad van bestuur moet er zoveel mogelijk voor trachten te zorgen dat de in de wetenschappelijke panels tot leden benoemde deskundigen wetenschappers zijn die tevens actief onderzoek verrichten en hun wetenschappelijke bevindingen in collegiaal getoetste wetenschappelijke tijdschriften publiceren, mits zij voldoen aan de strenge criteria inzake uitmuntendheid en onafhankelijkheid. Er moet voor worden gezorgd dat de deskundigen een passende financiële compensatie krijgen. Ook moeten aanvullende maatregelen worden getroffen om ervoor te zorgen dat de wetenschappelijke deskundigen beschikken over de middelen om onafhankelijk te kunnen handelen.

(18)  Het is van essentieel belang om de efficiënte werking van de Autoriteit te waarborgen en de duurzaamheid van haar expertise te verbeteren. Het is derhalve noodzakelijk de ondersteuning door de Autoriteit en de lidstaten van de werkzaamheden van het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels te versterken. De Autoriteit moet met name de organisatie van de voorbereidende werkzaamheden ter ondersteuning van de taken van de wetenschappelijke panels op zich nemen, onder meer door het personeel van de Autoriteit of nationale wetenschappelijke organisaties uit het netwerk van de Autoriteit te verzoeken voorbereidende wetenschappelijke adviezen op te stellen die door die wetenschappelijke panels collegiaal worden getoetst en worden aangenomen. Dat mag geen afbreuk doen aan de onafhankelijkheid van de wetenschappelijke beoordelingen van de Autoriteit.

(19)  De vergunningsprocedures zijn gebaseerd op het beginsel dat het aan de aanvrager of de kennisgever is om aan te tonen dat het voorwerp van een aanvraag of kennisgeving voldoet aan de ▌voorschriften van de Unie. Dat beginsel berust op de veronderstelling dat de menselijke gezondheid, diergezondheid en, in voorkomend geval, het milieu er beter mee gediend zijn indien de bewijslast bij de aanvrager of de kennisgever ligt, aangezien die moet aantonen dat de zaak die het voorwerp is van zijn aanvraag of kennisgeving veilig is voordat deze in de handel wordt gebracht, terwijl anders de overheidsinstanties zouden moeten aantonen dat die zaak onveilig is teneinde deze van de markt te weren. ▌ Overeenkomstig dat beginsel en de toepasselijke voorschriften zijn aanvragers of kennisgevers verplicht hun aanvragen of kennisgevingen uit hoofde van de sectorale ▌wetgeving van de Unie te ondersteunen met studies, waaronder de uitslagen van tests, om de veiligheid en eventueel de werkzaamheid van een zaak aan te tonen.

(20)  De inhoud van aanvragen en kennisgevingen wordt bepaald bij Unierecht. Het is van essentieel belang dat de bij de Autoriteit met het oog op de uitvoering van een risicobeoordeling ingediende aanvraag of kennisgeving ▌aan de toepasselijke specificaties voldoet, om de best mogelijke wetenschappelijke beoordeling door de Autoriteit te waarborgen. Aanvragers of kennisgevers, en met name kleine en middelgrote ondernemingen, hebben niet altijd een duidelijk begrip van die specificaties. Het is derhalve passend dat, indien de Autoriteit verzocht wordt om een wetenschappelijke output te verstrekken, zij een potentiële aanvrager of kennisgever op diens verzoek van advies dient, voordat die aanvraag of kennisgeving formeel wordt ingediend. Dergelijk voorafgaand advies moet betrekking hebben op de toepasselijke regels en vereiste inhoud van een aanvraag of kennisgeving en het advies mag echter niet ingaan op de opzet van de in te dienen studies, waarvoor alleen de aanvrager verantwoordelijk blijft. ▌

(21)  Indien de Autoriteit wordt verzocht een wetenschappelijke output te verstrekken, dient zij op de hoogte te zijn ▌van alle studies die de aanvrager heeft verricht met de bedoeling zijn aanvraag uit hoofde van het Unierecht ▌te ondersteunen. Daartoe is het noodzakelijk en passend dat, indien exploitanten van bedrijven studies bestellen of zelf verrichten met het oog op de indiening van een aanvraag of kennisgeving, zij die studies ter kennis brengen van de Autoriteit. De kennisgevingsverplichting van dergelijke studies moet ook gelden voor de laboratoria en andere testfaciliteiten die deze verrichten. Informatie over de ter kennis gebrachte studies mag pas openbaar worden gemaakt wanneer een overeenkomstige aanvraag ▌openbaar is gemaakt overeenkomstig de toepasselijke regels inzake transparantie. Met het oog op een effectieve uitvoering van die verplichting is het dienstig om in het geval van niet-naleving te voorzien in bepaalde procedurele gevolgen. De Autoriteit dient in dat verband praktische regelingen vast te stellen voor de uitvoering van die verplichting, met inbegrip van procedures voor het opvragen en openbaar maken van de redenen voor de niet-naleving.

(22)  Overeenkomstig Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad(8) moeten dierproeven worden vervangen, verminderd of verfijnd. Daarom moet binnen het toepassingsgebied van deze verordening duplicatie van dierproeven waar mogelijk worden vermeden.

(23)  In het geval van aanvragen of kennisgevingen voor de verlenging van een vergunning of goedkeuring is de toegelaten of goedgekeurde stof of het toegelaten of goedgekeurde product al een aantal jaren in de handel. Er is dus ervaring en kennis met betrekking tot die stof of dat product. Indien de Autoriteit wordt verzocht een wetenschappelijke output te verstrekken, moeten ▌de studies die gepland zijn ter ondersteuning van aanvragen voor verlengingen, met inbegrip van informatie over de voorgestelde opzet, welke door de aanvrager of kennisgever ter kennis van de Autoriteit zijn gebracht, ter raadpleging aan derden worden voorgelegd. De Autoriteit moet de aanvragers of kennisgevers systematisch adviseren over de inhoud van de voorgenomen verlengingsaanvraag of -kennisgeving en over de opzet van de studies, daarbij rekening houdend met de ontvangen opmerkingen.

(24)  Er is een zekere publieke bezorgdheid over het feit dat de beoordeling van vergunningprocedures door de Autoriteit in de eerste plaats is gebaseerd op studies van bedrijven zelf. Het is van het grootste belang dat de Autoriteit de wetenschappelijke literatuur doorzoekt om rekening te kunnen houden met andere beschikbare gegevens en studies over het bij haar ter beoordeling ingediende onderwerp. Teneinde te zorgen voor een bijkomende garantie dat de Autoriteit toegang heeft tot alle beschikbare relevante wetenschappelijke gegevens en studies met betrekking tot het voorwerp van een aanvraag of kennisgeving voor een vergunning of voor een verlenging van een vergunning of goedkeuring, is het passend dat derden worden geraadpleegd om na te gaan of er andere relevante wetenschappelijke gegevens of studies beschikbaar zijn. Om de raadpleging doeltreffender te maken, moet deze plaatsvinden onmiddellijk nadat de door bedrijven in het kader van een aanvraag of een kennisgeving ingediende studies openbaar zijn gemaakt, overeenkomstig de toepasselijke transparantievoorschriften. Indien het risico bestaat dat de resultaten van een openbare raadpleging wegens de toepasselijke termijnen niet naar behoren in aanmerking kunnen worden genomen, moet een beperkte verlenging van die termijnen mogelijk zijn.

(25)  Voedselveiligheid is een gevoelige kwestie die van het grootste belang is voor alle burgers van de Unie. Zonder afbreuk te doen aan het beginsel dat de bewijslast voor naleving van de Unievereisten bij het bedrijfsleven ligt, is het van belang om te voorzien in een extra verificatiemechanisme, namelijk het bestellen van aanvullende studies om het in het kader van de risicobeoordeling gebruikte bewijsmateriaal te verifiëren, voor specifieke gevallen van groot maatschappelijk belang, waarbij er sprake is van ernstige controverse of tegenstrijdige resultaten. Overwegende dat die verificatiestudies uit de begroting van de Unie zouden worden gefinancierd en dat het gebruik van dit uitzonderlijke verificatiemechanisme evenredig moet blijven, moet de Commissie het initiatief nemen voor het bestellen van dergelijke verificatiestudies, en daarbij de standpunten van het Europees Parlement en van de lidstaten in aanmerking nemen. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat het in specifieke gevallen nodig kan zijn dat de bestelde verificatiestudies een bredere reikwijdte hebben dan alleen het bewijsmateriaal in kwestie, bijvoorbeeld wanneer nieuwe wetenschappelijke feiten beschikbaar worden).

(26)  Bij de geschiktheidscontrole van de algemene levensmiddelenwetgeving is gebleken dat, hoewel de Autoriteit aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt op het gebied van transparantie, het risicobeoordelingsproces, met name in het kader van de vergunningsprocedures op het gebied van de voedselketen, niet altijd als volledig transparant wordt gezien. Dat is voor een deel ook te wijten aan de verschillende regels inzake transparantie en vertrouwelijkheid die in Verordening (EG) nr. 178/2002, en in andere sectorale wetgevingshandelingen van de Unie zijn neergelegd ▌. De wisselwerking tussen die handelingen kan gevolgen hebben voor de aanvaardbaarheid van de risicobeoordeling voor het publiek.

(27)  Het Europese burgerinitiatief getiteld "Verbied glyfosaat en bescherm mens en milieu tegen giftige bestrijdingsmiddelen" liet opnieuw zien dat er bezorgdheid bestaat over de transparantie van door het bedrijfsleven bestelde studies die in het kader van een vergunningsprocedure ▌worden ingediend.

(28)  Het is derhalve noodzakelijk om de transparantie van de risicobeoordeling op proactieve wijze te verbeteren. Alle wetenschappelijke gegevens en informatie ter ondersteuning van aanvragen voor vergunningen of van kennisgevingen, krachtens de ▌Uniewetgeving, alsmede andere verzoeken om wetenschappelijke output, moeten in een zo vroeg mogelijk stadium van het risicobeoordelingsproces proactief voor het publiek beschikbaar worden gesteld en gemakkelijk toegankelijk zijn. Dergelijke openbaarmaking mag echter geen afbreuk doen aan voorschriften inzake intellectuele-eigendomsrechten of aan bepalingen in de ▌Uniewetgeving ter bescherming van de investeringen die innovators hebben gedaan om de bij de desbetreffende aanvragen of kennisgevingen ingediende ondersteunende informatie en gegevens te verzamelen. Er moet voor worden gezorgd dat dergelijke openbaarmaking niet wordt beschouwd als een toestemming voor verder gebruik of verdere exploitatie, zonder het proactieve karakter van openbaarmaking en de gemakkelijke toegang voor het publiek tot de openbaargemaakte gegevens en informatie in het gedrang te brengen.

(29)  Met het oog op transparantie van de risicobeoordeling mag een samenvatting van het advies dat vóór de indiening van de aanvraag of kennisgeving is opgesteld, pas openbaar worden gemaakt zodra de overeenkomstige aanvraag of kennisgeving openbaar is gemaakt overeenkomstig de toepasselijke transparantievoorschriften.

(30)  Indien de Autoriteit om advies wordt gevraagd over aanvragen of kennisgevingen die zijn ingediend volgens Unierecht, moet de Autoriteit, gezien haar verplichting om de toegang van het publiek tot alle ondersteunende informatie met betrekking tot haar wetenschappelijke output te verzekeren, verantwoordelijk zijn voor het beoordelen van verzoeken om vertrouwelijke behandeling.

(31)  Om te bepalen bij welk niveau van proactieve openbaarmaking een passend evenwicht wordt bereikt, moeten de rechten van het publiek op transparantie in het risicobeoordelingsproces worden afgewogen tegen de rechten van de ▌aanvragers of kennisgevers, rekening houdend met de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 178/2002.

(32)  Met betrekking tot de door de Uniewetgeving ▌voorgeschreven aanvraag- of kennisgevingsprocedures, wijst de ervaring uit dat bepaalde gegevens over het algemeen als gevoelig worden beschouwd en vertrouwelijk moeten blijven in de verschillende sectorale ▌procedures. Het is derhalve passend om in Verordening (EG) nr. 178/2002 een horizontale lijst op te nemen van gegevens waarvan door de aanvrager of kennisgever is aangetoond dat openbaarmaking ervan de betrokken commerciële belangen aanzienlijk schaadt en die derhalve niet openbaar mogen worden gemaakt. Die gegevens moeten het fabricage- en productieproces omvatten, met inbegrip van de methode en innovatieve aspecten ervan, alsmede technische en industriële specificaties zoals onzuiverheden die inherent zijn aan het fabricage- en productieproces, met uitzondering van informatie die relevant is voor de beoordeling van de veiligheid. Alleen in zeer beperkte en uitzonderlijke omstandigheden die te maken hebben met te verwachten gezondheidseffecten of milieueffecten indien een milieubeoordeling verplicht is op grond van sectoraal Unierecht, of indien de bevoegde autoriteiten hebben bevonden dat er een dringende noodzaak is de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu te beschermen, moet dergelijke informatie openbaar worden gemaakt.

(33)  Ter wille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid is het noodzakelijk specifieke procedurele voorschriften vast te stellen die een aanvrager of kennisgever moet volgen bij een verzoek om vertrouwelijke behandeling van informatie die ter ondersteuning van een aanvraag of kennisgeving in het kader van de Uniewetgeving ▌is ingediend.

(34)  Het is tevens noodzakelijk specifieke eisen vast te stellen met betrekking tot de bescherming en de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens in het kader van de transparantie van het risicobeoordelingsproces, waarbij rekening moet worden gehouden met Verordeningen (EU) 2018/1725(9) en (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(10). Bijgevolg mogen krachtens deze verordening geen persoonsgegevens openbaar worden gemaakt, tenzij dit noodzakelijk en evenredig is om de transparantie, onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van het risicobeoordelingsproces te waarborgen, waarbij belangenconflicten moeten worden voorkomen. Met het oog op transparantie en ter voorkoming van belangenconflicten is het bovendien nodig de namen van de deelnemers en waarnemers in bepaalde vergaderingen van de Autoriteit bekend te maken.

(35)  Om te zorgen voor meer transparantie en te waarborgen dat door de Autoriteit ontvangen verzoeken om wetenschappelijke output op een effectieve manier worden verwerkt, moeten gestandaardiseerde gegevensformaten worden ontwikkeld.

(36)  Gezien het feit dat de Autoriteit wetenschappelijke gegevens, met inbegrip van vertrouwelijke en persoonsgegevens, zou moeten opslaan, is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat voor deze opslag een hoog beveiligingsniveau geldt.

(37)  Bovendien is het, ter beoordeling van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de verschillende wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op de Autoriteit, ook dienstig dat de Commissie de Autoriteit evalueert ▌. Bij die evaluatie moet met name worden gekeken naar de procedures voor de selectie van de leden van het wetenschappelijk comité en van de wetenschappelijke panels, de transparantie, de kosteneffectiviteit, en de vraag of de onafhankelijkheid en competentie kunnen worden gewaarborgd en belangenconflicten kunnen worden vermeden.

(38)  De studies, waaronder de uitslagen van tests, die door exploitanten van bedrijven ter ondersteuning van aanvragen worden ingediend, ▌ zijn doorgaans in overeenstemming met internationaal erkende beginselen, die een uniforme basis bieden voor de kwaliteit ervan, met name wat betreft de reproduceerbaarheid van resultaten. In sommige gevallen kunnen zich echter problemen voordoen met betrekking tot de naleving van de toepasselijke normen, zoals de normen die zijn vastgesteld bij Richtlijn 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad(11) of de normen van de Internationale Organisatie voor normalisatie. Daarom zijn er internationale en nationale stelsels ingericht om toe te zien op de naleving. Het is derhalve passend dat de Commissie onderzoeksmissies onderneemt om te beoordelen hoe laboratoria en andere testfaciliteiten de relevante normen toepassen bij de uitvoering van tests en studies die als onderdeel van een aanvraag bij de Autoriteit worden ingediend. Die onderzoeksmissies zouden de Commissie in staat moeten stellen eventuele zwakke punten in de stelsels en inbreuken na te gaan en te corrigeren en het publiek een extra garantie en geruststelling te bieden ten aanzien van de kwaliteit van de studies. Op basis van de conclusies van dergelijke onderzoeksmissies zou de Commissie wetgeving kunnen voorstellen om de naleving van de desbetreffende normen verbeteren.

(39)  Teneinde de samenhang met de voorgestelde aanpassingen in Verordening (EG) nr. 178/2002 te waarborgen, moeten de bepalingen met betrekking tot de toegang van het publiek en de bescherming van vertrouwelijke informatie in Verordeningen (EG) nr. 1829/2003(12), (EG) nr. 1831/2003(13), (EG) nr. 2065/2003(14), (EG) nr. 1935/2004(15), (EG) nr. 1331/2008(16), (EG) nr. 1107/2009(17), (EU) 2015/2283(18) en in Richtlijn 2001/18/EG(19) van het Europees Parlement en de Raad worden gewijzigd.

(40)  Om te waarborgen dat specifieke sectorale aspecten van vertrouwelijke informatie in aanmerking worden genomen, moeten de rechten van het publiek op transparantie in het risicobeoordelingsproces ▌ worden afgewogen tegen de rechten van ▌aanvragers of van kennisgevers, rekening houdend met de specifieke doelstellingen van het sectorale Unierecht en met de opgedane ervaring. Het is derhalve noodzakelijk Verordeningen (EG) nr. 1829/2003, (EG) nr. 1831/2003, (EG) nr. 1935/2004, (EG) nr. 1331/2008, (EG) nr. 1107/2009, Verordening (EU) 2015/2283 en Richtlijn 2001/18/EG, op specifieke punten te wijzigen om te voorzien in vertrouwelijke gegevens in aanvulling op die welke in Verordening (EG) nr. 178/2002 worden genoemd.

(41)  De in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad(20) verankerde rechten op toegang tot documenten en, wat milieuinformatie betreft, de in Verordening (EG) nr. 1367/2006(21) en Richtlijn 2003/4/EG(22) van het Europees Parlement en de Raad verankerde rechten worden bij deze verordening onverlet gelaten. De bij die handelingen verleende rechten mogen geenszins beperkt worden door in deze verordening vastgelegde bepalingen inzake proactieve verspreiding en de betrokken beoordeling van verzoeken om vertrouwelijke behandeling.

(42)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 178/2002 met betrekking tot de vaststelling van een algemeen plan voor risicocommunicatie en de vaststelling van gestandaardiseerde gegevensformaten, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(23).

(43)  Om de Commissie, de lidstaten, de Autoriteit en de exploitanten van bedrijven in staat te stellen zich aan de nieuwe voorschriften van deze verordening aan te passen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de Autoriteit goed blijft functioneren, is het noodzakelijk te voorzien in overgangsmaatregelen voor de toepassing van deze verordening.

(44)  Aangezien de benoeming van de leden van het wetenschappelijk comité en van de wetenschappelijke panels afhangt van het aantreden van de nieuwe raad van bestuur, is het noodzakelijk te voorzien in specifieke overgangsbepalingen op grond waarvan de huidige ambtstermijn van de leden van het wetenschappelijk comité en van de wetenschappelijke panels kan worden verlengd.

(45)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad(24) geraadpleegd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 178/2002

Verordening (EG) nr. 178/2002 wordt als volgt gewijzigd:

1)  in artikel 6 wordt het volgende lid toegevoegd:"

"4. Met risicocommunicatie worden de doelstellingen verwezenlijkt en de algemene beginselen in artikel 8 bis en 8 ter geëerbiedigd.";

"

2)  in hoofdstuk II wordt de volgende afdeling ingevoegd:"

"AFDELING 1 bis

RISICOCOMMUNICATIE

Artikel 8 bis

Doelstellingen van risicocommunicatie

Rekening houdend met de respectieve rollen van risicobeoordelaars en risicomanagers, worden met risicocommunicatie de volgende doelstellingen nagestreefd:

   a) vergroten van het besef van en het inzicht in de specifieke kwesties die tijdens het gehele risicoanalyseproces aan de orde komen, ook bij verschillen in de wetenschappelijke beoordeling;
   b) zorgen voor samenhang, transparantie en duidelijkheid bij het formuleren van aanbevelingen en besluiten met betrekking tot risicomanagement;
   c) verschaffen van een deugdelijke en indien nodig wetenschappelijke basis voor het begrip van risicomanagementbeslissingen;
   d) verbeteren van de algehele doeltreffendheid en efficiëntie van de risicoanalyse;
   e) bevorderen van het inzicht van het publiek in de risicoanalyse, waaronder de respectieve taken en verantwoordelijkheden van risicobeoordelaars en risicomanagers, teneinde het vertrouwen in de resultaten ervan te vergroten;
   f) zorgen voor een passende betrokkenheid van consumenten, levensmiddelen- en diervoederbedrijven, de academische wereld en alle andere belanghebbenden; ▌
   g) zorgen voor een goede en transparante uitwisseling van informatie met de belanghebbenden met betrekking tot de risico's in verband met de ▌ voedselketen;
   h) verstrekking van informatie aan consumenten over risicovermijdingsstrategieën; en
   i) bijdragen aan de strijd tegen de verspreiding van onjuiste informatie en tegen de bronnen ervan.

Artikel 8 ter

Algemene beginselen van risicocommunicatie

Rekening houdend met de respectieve rollen van de risicobeoordelaars en risicomanagers, dient risicocommunicatie:

   a) te waarborgen dat accurate en alle passende ▌ informatie ▌ tijdig en op interactieve wijze wordt uitgewisseld met alle belanghebbenden, gebaseerd op de beginselen van transparantie, openheid en gebruikersgerichtheid;
   b) transparante informatie te verstrekken in elke fase van het risicoanalyseproces, van het formuleren van verzoeken om wetenschappelijk advies tot het verstrekken van risicobeoordeling en het nemen van risicomanagementbeslissingen, met inbegrip van informatie over hoe risicomanagementbeslissingen werden genomen en met welke factoren rekening werd gehouden;
   c) rekening te houden met risicopercepties van alle belanghebbenden;
   d) bij te dragen tot begrip en dialoog tussen alle belanghebbenden; en
   e) duidelijk en toegankelijk te zijn, ook voor zij die niet rechtstreeks bij het proces betrokken zijn of die geen wetenschappelijke achtergrond hebben, met inachtneming van de toepasselijke bepalingen inzake de vertrouwelijkheid en de bescherming van persoonsgegevens.

Artikel 8 quater

Algemeen plan voor risicocommunicatie

1.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een algemeen plan voor risicocommunicatie vast teneinde, in overeenstemming met de in artikel 8 ter vermelde algemene beginselen, de ▌ in artikel 8 bis genoemde doelstellingen te verwezenlijken. De Commissie actualiseert dat algemeen plan, rekening houdend met technische en wetenschappelijke vooruitgang en verworven ervaring. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de procedure bedoeld in artikel 58, lid 2. Bij de voorbereiding van deze uitvoeringshandelingen raadpleegt de Commissie de Autoriteit.

2.  Het algemene plan voor risicocommunicatie bevordert een geïntegreerd kader voor risicocommunicatie, dat zowel de risicobeoordelaars als de risicomanagers op coherente en systematische wijze in acht moeten nemen, zowel op het niveau van de Unie als op nationaal niveau. Het doel is:

   a) het aanwijzen van de voornaamste factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van het benodigde soort en niveau van risicocommunicatieactiviteiten;
   b) het aanwijzen van de verschillende soorten en niveaus van risicocommunicatieactiviteiten, en de belangrijkste voor de voor risicocommunicatiedoeleinden te gebruiken instrumenten en kanalen, rekening houdend met de behoeften van relevante doelgroepen; ▌
   c) het opzetten van passende mechanismen voor coördinatie en samenwerking ter versterking van de samenhang van de risicocommunicatie tussen risicobeoordelaars en risicomanagers; en
   d) het opzetten van passende mechanismen teneinde een open dialoog tussen en een passende inbreng van consumenten, levensmiddelen- en diervoederbedrijven, de academische wereld en alle andere belanghebbenden te garanderen.";

"

3)  in artikel 22, lid 7, wordt de tweede alinea vervangen door:"

"Zij handelt in nauwe samenwerking met de bevoegde instanties in de lidstaten die soortgelijke werkzaamheden verrichten als de Autoriteit en, waar passend, met de relevante agentschappen van de Unie.";

"

4)  artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Elke lidstaat draagt een lid en een plaatsvervangend lid als zijn vertegenwoordigers in de raad van bestuur voor. De aldus voorgedragen leden en plaatsvervangende leden worden door de Raad benoemd en hebben stemrecht.";

"

b)  de volgende leden worden ingevoegd:"

"1 bis. Naast de in lid 1 bedoelde gewone leden en plaatsvervangende leden omvat de raad van bestuur:

   a) twee leden en twee plaatsvervangende leden die door de Commissie worden benoemd als haar vertegenwoordigers, met stemrecht;
   b) twee door het Europees Parlement benoemde leden, met stemrecht;
   c) vier leden en vier plaatsvervangende leden, met stemrecht, als vertegenwoordigers van de belangen van het maatschappelijk middenveld en de voedselketen, namelijk een lid en een plaatsvervanger uit de kringen van consumentenorganisaties, een lid en een plaatsvervanger uit de kringen van niet-gouvernementele milieuorganisaties, een lid en een plaatsvervanger uit de kringen van landbouworganisaties en een lid en een plaatsvervanger uit de kringen van brancheorganisaties.

De in de eerste alinea, onder c), bedoelde leden en plaatsvervangers worden benoemd door de Raad in overleg met het Europees Parlement op basis van een door de Commissie opgestelde en aan de Raad verzonden lijst. De lijst bevat een groter aantal kandidaten dan het aantal te benoemen leden. De door de Commissie opgestelde lijst wordt, vergezeld van de relevante documentatie, aan het Europees Parlement door de Raad toegezonden. Het Europees Parlement kan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na ontvangst van die lijst, zijn standpunten ter overweging indienen bij de Raad, waarna de Raad overgaat tot benoeming van die leden.

1 ter.  De leden en ▌ de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur worden voorgedragen en benoemd op basis van hun relevante ervaring en deskundigheid op het gebied van wetgeving en beleid inzake de veiligheid van de voedselketen, met inbegrip van risicobeoordeling, terwijl ook de nodige deskundigheid op het gebied van bestuurlijke, administratieve, financiële en juridische zaken in de raad van bestuur aanwezig moet zijn.";

"

c)  lid 2 wordt vervangen door:"

"2. De ambtstermijn van de leden en de plaatsvervangende leden bedraagt vier jaar en kan worden verlengd. De ▌ ambtstermijn van de in lid 1 bis, eerste alinea, onder c), bedoelde leden en plaatsvervangende leden mag echter slechts eenmaal worden verlengd.";

"

d)  in lid 5 wordt de tweede alinea vervangen door:"

"Tenzij anders bepaald, worden de besluiten van de raad van bestuur met gewone meerderheid genomen. Plaatsvervangende leden vervangen de leden in hun afwezigheid en stemmen namens hen.";

"

5)  artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 5 wordt vervangen door:"

"5. De leden van het wetenschappelijk comité die geen lid van een wetenschappelijk panel zijn, en de ▌ leden van de wetenschappelijke panels worden op voordracht van de uitvoerend directeur door de raad van bestuur benoemd voor een termijn van vijf jaar, die kan worden verlengd, nadat hiervoor in het Publicatieblad van de Europese Unie, in relevante toonaangevende wetenschappelijke publicaties en op de website van de Autoriteit een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling bekend is gemaakt. De Autoriteit maakt een dergelijke oproep tot het indienen van blijken van belangstelling bekend nadat de lidstaten in kennis zijn gesteld van de noodzakelijke criteria en expertisegebieden. De lidstaten moeten:

   a) de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling bekendmaken op de websites van hun bevoegde autoriteiten en van hun bevoegde instanties die taken uitvoeren die vergelijkbaar zijn met die van de Autoriteit;
   b) op hun grondgebied gevestigde relevante wetenschappelijke organisaties informeren;
   c) mogelijke kandidaten aanmoedigen om zich kandidaat te stellen; en
   d) andere passende maatregelen nemen om de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling te steunen.";

"

b)  de volgende leden worden ingevoegd:"

"5 bis. De leden van het wetenschappelijk comité die geen lid zijn van wetenschappelijke panels en de leden van de wetenschappelijke panels worden geselecteerd en benoemd ▌ overeenkomstig de volgende procedure:

   a) op basis van de ontvangen sollicitaties na de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling stelt de uitvoerend directeur een ontwerplijst van geschikte kandidaten op met ten minste tweemaal zoveel kandidaten als er nodig zijn voor het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels, en stuurt hij de ontwerplijst naar de raad van bestuur met opgave van de specifieke multidisciplinaire expertise die in elk wetenschappelijk panel vereist is ▌;
   b) op basis van die ontwerplijst gaat de raad van bestuur over tot het benoemen van de leden van het wetenschappelijk comité die geen lid zijn van de wetenschappelijke panels en van de leden van de wetenschappelijke panels, en tot het opstellen van de reservelijst van kandidaten voor het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels;

   c) de leden van het wetenschappelijk comité die geen lid zijn van de wetenschappelijke panels en de leden van de wetenschappelijke panels worden ▌ geselecteerd en benoemd op basis van een procedure die aan de volgende criteria voldoet:
   i) een hoog niveau van wetenschappelijke deskundigheid;
   ii) onafhankelijkheid en afwezigheid van belangenconflicten, overeenkomstig artikel 37, lid 2, en overeenkomstig het onafhankelijkheidsbeleid van de Autoriteit en de uitvoering van dat beleid met betrekking tot de leden van de wetenschappelijke panels;
   iii) de mate waarin wordt voorzien in de behoeften wat betreft de benodigde specifieke multidisciplinaire expertise van het wetenschappelijke panel waarin zij zullen worden benoemd en de toepasselijke talenregeling;
   d) indien kandidaten over een vergelijkbare wetenschappelijke expertise beschikken, ziet de raad van bestuur erop toe dat bij de ▌ benoemingen een zo breed mogelijke geografische spreiding wordt bereikt.

5 ter.  Indien de Autoriteit vaststelt dat er in een of meerdere wetenschappelijke panels gebrek is aan specifieke expertise, stelt de uitvoerend directeur de ▌raad van bestuur, overeenkomstig de procedure van de leden 5 en 5 bis, de benoeming voor van extra leden van de desbetreffende wetenschappelijke panels.

5 quater.  De raad van bestuur stelt, op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur, regels vast betreffende de nadere organisatie en timing van de procedures in de leden 5 bis en 5 ter.

5 quinquies.  ▌ De lidstaten en de werkgevers van de leden van het wetenschappelijk comité en van de wetenschappelijke panels geven die leden of de externe deskundigen die deelnemen aan de werkgroepen van het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels, geen instructies die onverenigbaar zijn met de individuele taken van die leden en deskundigen of met de taken, de verantwoordelijkheden en de onafhankelijkheid van de Autoriteit.

5 sexies.  ▌ De Autoriteit ondersteunt de taken van het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels door hun werkzaamheden te organiseren, met name het voorbereidend werk dat moet worden verricht door het personeel van de Autoriteit of door de in artikel 36 bedoelde aangewezen nationale wetenschappelijke organisaties, waaronder de voorbereiding van wetenschappelijke adviezen met het oog op mogelijke collegiale toetsing door de wetenschappelijke panels voordat zij worden aangenomen.

5 septies.  Elk wetenschappelijk panel heeft maximaal 21 leden.

5 octies.  Leden van wetenschappelijke panels hebben toegang tot alomvattende opleiding over de risicobeoordeling.";

"

c)  in lid 9 wordt punt b) vervangen door:"

"b) het aantal leden van elk wetenschappelijk panel, dat het in lid 5 septies bedoelde maximumaantal niet overstijgt.";

"

6)  de volgende artikelen worden ingevoegd:"

"Artikel 32 bis

Advies voorafgaand aan de indiening

1.  Indien het Unierecht bepalingen bevat betreffende het verstrekken door de Autoriteit van wetenschappelijke output, met inbegrip van een wetenschappelijk advies, geeft het personeel van de Autoriteit op verzoek van een potentiële aanvrager of kennisgever advies over de toepasselijke bepalingen en de vereiste inhoud van de aanvraag of kennisgeving voorafgaand aan de indiening ervan. Dergelijk door het personeel van de Autoriteit gegeven advies doet geen afbreuk aan en schept geen verplichtingen ten aanzien van eventuele latere beoordelingen van aanvragen of kennisgevingen door de wetenschappelijke panels. Het personeel van de Autoriteit dat het advies geeft, is niet betrokken bij voorbereidende wetenschappelijke of technische werkzaamheden die, al dan niet rechtstreeks, relevant zijn voor de aanvraag of kennisgeving waarop het advies betrekking heeft.

2.  De Autoriteit maakt op haar website algemene richtsnoeren bekend met betrekking tot de toepasselijke regels en de vereiste inhoud van aanvragen en kennisgevingen, waar passend met inbegrip van algemene richtsnoeren betreffende het doel van de gevraagde studies.

Artikel 32 ter

Kennisgeving van studies

1.  Door de Autoriteit wordt een gegevensbank opgericht en beheerd met studies die door exploitanten van bedrijven zijn besteld of verricht ter ondersteuning van een aanvraag of kennisgeving met betrekking waartoe het Unierecht bepalingen bevat betreffende het verstrekken door de Autoriteit van wetenschappelijke output, met inbegrip van een wetenschappelijk advies.

2.  Voor de toepassing van lid 1 stellen exploitanten van bedrijven de Autoriteit onverwijld in kennis van de titel en reikwijdte van elke studie die door hen is besteld of verricht ter ondersteuning van een aanvraag of kennisgeving, het laboratorium dat of de testfaciliteit die die studie verricht, en de datum van de aanvang en geplande voltooiing.

3.  Voor de toepassing van lid 1 stellen ook laboratoria en andere testfaciliteiten die in de Unie gevestigd zijn de Autoriteit onverwijld in kennis van de titel en reikwijdte van elke door exploitanten van bedrijven bestelde en door dergelijke laboratoria of andere testfaciliteiten verrichte studies ter ondersteuning van een aanvraag of kennisgeving, de data van de aanvang en geplande voltooiing ervan, alsmede de naam van de exploitant van het bedrijf die een dergelijke studie heeft besteld.

Dit lid is eveneens van overeenkomstige toepassing voor laboratoria en andere testfaciliteiten in derde landen voor zover vermeld in relevante overeenkomsten en regelingen met die derde landen, waaronder als bedoeld in artikel 49.

4.  Een aanvraag of kennisgeving wordt niet geldig of ontvankelijk geacht indien deze wordt gestaafd door studies die niet werden aangemeld overeenkomstig de leden 2 of 3, tenzij de aanvrager of kennisgever een geldige reden verschaft waarom die studies niet werden aangemeld.

Indien studies niet waren aangemeld overeenkomstig de leden 2 of 3, en indien geen geldige reden werd verschaft, kan een aanvraag of kennisgeving opnieuw worden ingediend indien de aanvrager of kennisgever de Autoriteit van die studies in kennis stelt, met name de titel en reikwijdte ervan, het laboratorium of de testfaciliteit dat de studie heeft verricht, alsmede de datum van de aanvang en geplande voltooiing ervan.

De beoordeling van de geldigheid of ontvankelijkheid van dergelijke opnieuw ingediende aanvraag of kennisgeving start zes maanden na de kennisgeving van de studies overeenkomstig de tweede alinea.

5.  Een aanvraag of kennisgeving wordt niet als geldig of ontvankelijk beschouwd indien studies die vooraf overeenkomstig lid 2 of 3 werden aangemeld, niet in de aanvraag of kennisgeving zijn opgenomen, tenzij de aanvrager of kennisgever een geldige reden verschaft waarom deze studies niet werden opgenomen.

Indien studies die overeenkomstig de leden 2 of 3 waren aangemeld, niet in de aanvraag of kennisgeving werden opgenomen, en indien geen geldige reden werd verschaft, kan een aanvraag of kennisgeving opnieuw worden ingediend indien de aanvrager of kennisgever alle studies overlegt die overeenkomstig de leden 2 of 3 werden aangemeld.

De beoordeling van de geldigheid of ontvankelijkheid van een dergelijke opnieuw ingediende aanvraag of kennisgeving start zes maanden na de overlegging van de studies op grond van de tweede alinea.

6.  Indien de Autoriteit tijdens de risicobeoordeling constateert dat studies die overeenkomstig lid 2 of 3 werden aangemeld, niet volledig in de betreffende aanvraag of kennisgeving zijn opgenomen, zonder dat de aanvrager of kennisgever daarvoor een geldige reden verschaft, wordt de voorgeschreven termijn waarin de Autoriteit zijn wetenschappelijke output moet verstrekken, geschorst. Die schorsing wordt opgeheven zeven maanden na de indiening van alle gegevens van die studies.

7.  De Autoriteit maakt de ter kennis gebrachte gegevens uitsluitend openbaar indien het een overeenkomstige aanvraag ▌ of kennisgeving heeft ontvangen en nadat de Autoriteit heeft beslist over de openbaarmaking van de begeleidende studies overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 39 sexies.

8.  De Autoriteit legt de praktische regelingen vast ▌ voor de uitvoering van de bepalingen van dit artikel, met inbegrip van regelingen voor het verzoeken om en het bekendmaken van geldige redenen in de in de leden 4, 5 en 6 bedoelde gevallen. Die regelingen moeten ▌ in overeenstemming zijn met deze verordening en andere relevante Uniewetgeving ▌.

Artikel 32 quater

Raadpleging van derden

1.  Indien in het relevante Unierecht is bepaald dat een goedkeuring of een vergunning, waaronder door middel van een kennisgeving, kan worden verlengd, stelt de potentiële aanvrager of kennisgever de Autoriteit in kennis van de studies die hij voor dat doel wil uitvoeren, met informatie over hoe de verschillende studies moeten worden verricht om ervoor te zorgen dat de voorschriften worden nageleefd. Na dergelijke kennisgeving van studies houdt de Autoriteit een raadpleging van de belanghebbenden en het publiek over de voor de verlenging beoogde studies, ook over het voorgestelde opzet ervan. De Autoriteit houdt rekening met de ontvangen opmerkingen van de belanghebbenden en het publiek die relevant zijn voor de risicobeoordeling van de beoogde verlenging en geeft advies over de inhoud van de voorgenomen verlengingsaanvraag of -kennisgeving, evenals over het opzet van de studies. Het door de Autoriteit gegeven advies doet geen afbreuk aan en schept geen verplichtingen ten aanzien van de latere beoordeling door de wetenschappelijke panels van de aanvragen of kennisgevingen tot verlenging.

2.  De Autoriteit raadpleegt de belanghebbenden en het publiek op basis van de niet-vertrouwelijke versie van de aanvraag of kennisgeving die door de Autoriteit openbaar is gemaakt overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 39 sexies, en onmiddellijk na die openbaarmaking, om na te gaan of er andere relevante wetenschappelijke gegevens of studies beschikbaar zijn over het voorwerp van de aanvraag of kennisgeving. In degelijk gemotiveerde gevallen, indien het risico bestaat dat de resultaten van de overeenkomstig dit lid verrichte openbare raadpleging niet naar behoren in overweging kunnen worden genomen vanwege de termijnen waarbinnen de Autoriteit haar wetenschappelijke output moet verstrekken, kunnen die termijnen met maximaal zeven weken worden verlengd. Dit lid doet geen afbreuk aan de verplichtingen van de Autoriteit uit hoofde van artikel 33 en is niet van toepassing op de indiening van eventuele aanvullende informatie door de aanvragers of kennisgevers gedurende het risicobeoordelingsproces.

3.  De Autoriteit legt ▌de praktische regeling voor de uitvoering van de in dit artikel en artikel 32 bis bedoelde procedures vast.

Artikel 32 quinquies

Verificatiestudies

Onverminderd de verplichting van aanvragers ▌om de veiligheid van het voorwerp van een procedure in het kader van een vergunningsstelsel aan te tonen, kan de Commissie in uitzonderlijke omstandigheden waarin sprake is van ernstige controverse of tegenstrijdige resultaten de Autoriteit verzoeken wetenschappelijke studies te bestellen om het in het risicobeoordelingsproces gebruikte bewijsmateriaal te verifiëren. Deze studies kunnen een grotere reikwijdte hebben dan het te verifiëren bewijsmateriaal.";

"

7)  artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. De Autoriteit verricht haar werkzaamheden met een hoog niveau van transparantie. Zij maakt met name het volgende openbaar:

   a) de agenda's, lijsten van deelnemers en notulen van de raad van bestuur, het adviesforum, het wetenschappelijk comité, de wetenschappelijke panels en hun werkgroepen;
   b) al haar wetenschappelijke output, met inbegrip van de goedgekeurde adviezen van het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels, waarbij ook altijd de minderheidsstandpunten en de uitkomsten van de tijdens het risicobeoordelingsproces uitgevoerde raadplegingen worden opgenomen;
   c) wetenschappelijke gegevens, studies en andere informatie ter ondersteuning van aanvragen ▌, met inbegrip van de door de aanvragers verstrekte aanvullende informatie, alsmede andere wetenschappelijke gegevens en informatie ter ondersteuning van verzoeken van het Europees Parlement, de Commissie en de lidstaten om een wetenschappelijke output, met inbegrip van een wetenschappelijk advies, rekening houdend met de bescherming van vertrouwelijke informatie en de bescherming van persoonsgegevens overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 39 sexies;
   d) de informatie waarop haar wetenschappelijke output, met inbegrip van wetenschappelijke adviezen, is gebaseerd, rekening houdend met de bescherming van vertrouwelijke gegevens en de bescherming van vertrouwelijke informatie overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 39 sexies;
   e) de jaarlijkse verklaringen omtrent de belangen van de leden van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur en de leden van het adviesforum, het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels, alsmede de leden van de werkgroepen, en de verklaringen omtrent hun belangen in verband met agendapunten van de vergaderingen;
   f) haar wetenschappelijke studies overeenkomstig de artikelen 32 en 32 quinquies;
   g) het jaarlijkse verslag over haar werkzaamheden;
   h) geweigerde of gewijzigde verzoeken van het Europees Parlement, van de Commissie of van een lidstaat om wetenschappelijke adviezen, alsmede de motiveringen voor de weigering of wijziging ▌;
   i) een samenvatting van het advies die de Autoriteit op grond van de artikelen 32 bis en 32 quater aan potentiële aanvragers heeft verleend ▌ in de fase vóór de indiening.

De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt onverwijld openbaar gemaakt, met uitzondering van de onder c), wat aanvragen betreft, en onder i) bedoelde informatie, die openbaar moet worden gemaakt zodra een aanvraag geldig of ontvankelijk is verklaard.

De in de tweede alinea bedoelde informatie wordt openbaar gemaakt op een speciaal daarvoor bestemd deel van de website van de Autoriteit. Dat specifieke deel moet openbaar en gemakkelijk toegankelijk zijn. De informatie moet in elektronische vorm kunnen worden gedownload, geprint en doorzocht.";

"

b)  het volgende lid wordt ingevoegd:"

"1 bis. De openbaarmaking van de in lid 1 ▌, eerste alinea, onder c), d) en i), bedoelde informatie doet geen afbreuk aan:

   a) bestaande voorschriften inzake intellectuele-eigendomsrechten die beperkingen opleggen aan een bepaald soort gebruik van de openbaar gemaakte documenten of de inhoud ervan; en
   b) bepalingen in de ▌ wetgeving van de Unie ter bescherming van de investeringen die innovators hebben gedaan om de bij de betrokken vergunningsaanvragen ingediende ondersteunende informatie en gegevens te verzamelen ("regels inzake gegevensexclusiviteit").

De openbaarmaking van de in lid 1, eerste alinea, onder c), bedoelde informatie mag niet worden beschouwd als een expliciete of impliciete toestemming of vergunning om de betrokken gegevens en informatie en de inhoud daarvan in strijd met voorschriften inzake intellectuele-eigendomsrechten of gegevensexclusiviteit te gebruiken, te reproduceren of anderszins te exploiteren, en de Unie draagt geen verantwoordelijkheid voor het gebruik ervan door derden. De Autoriteit zorgt ervoor dat hierover voorafgaand aan openbaarmaking ervan duidelijke verbintenissen of ondertekende verklaringen worden afgelegd door degenen die toegang krijgen tot de relevantie informatie.";

"

c)  lid 3 wordt vervangen door:"

"3. De Autoriteit legt ▌ de praktische regelingen voor de uitvoering van de in de leden 1, 1 bis en 2 van dit artikel bedoelde transparantievoorschriften vast, rekening houdend met de artikelen 39 tot en met 39 octies en artikel 41.";

"

8)  artikel 39 wordt vervangen door:"

"Artikel 39

Vertrouwelijkheid

1.  In afwijking van artikel 38 maakt de Autoriteit geen informatie openbaar waarvoor onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden om vertrouwelijke behandeling is verzocht.

2.  De Autoriteit kan op verzoek van een aanvrager uitsluitend instemmen met vertrouwelijke behandeling van de gegevens indien door de aanvrager is aangetoond dat openbaarmaking van dergelijke informatie zijn belangen aanzienlijk kan schaden:

   a) het fabricage- of productieproces, met inbegrip van de methode en innovatieve aspecten ervan, evenals andere technische en industriële specificaties die inherent zijn aan dat proces of die methode, behalve informatie die relevant is voor de beoordeling van de veiligheid;
   b) commerciële banden tussen een producent of importeur en de aanvrager of de vergunninghouder, voor zover van toepassing;
   c) commerciële informatie waaruit gegevens over de bevoorrading, marktaandelen of bedrijfsstrategie van de aanvrager kunnen worden afgeleid; en
   d) de kwantitatieve samenstelling van het voorwerp van het verzoek, behalve informatie die relevant is voor de beoordeling van de veiligheid.

3.  De in lid 2 vermelde informatie doet geen afbreuk aan eventuele ▌ sectorale wetgeving van de Unie.

4.  Niettegenstaande de leden 2 en 3:

   a) kan de Autoriteit, indien onmiddellijk optreden noodzakelijk is ter bescherming van de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu, zoals in noodsituaties, de in de leden 2 en 3 ▌bedoelde informatie openbaar maken;
   b) moet informatie die deel uitmaakt van conclusies van wetenschappelijke output, waaronder wetenschappelijke adviezen, van de Autoriteit en die betrekking heeft op de te verwachten ▌ gevolgen voor de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu, niettemin openbaar worden gemaakt.";

"

9)  de volgende artikelen worden ingevoegd:"

"Artikel 39 bis

Verzoek om vertrouwelijke behandeling

1.  Bij de indiening van een ▌ aanvraag, ondersteunende wetenschappelijke gegevens en andere aanvullende informatie overeenkomstig de ▌ wetgeving van de Unie, kan de aanvrager verzoeken bepaalde delen van de ingediende informatie overeenkomstig artikel 39, leden 2 en 3, vertrouwelijk te behandelen. Een dergelijk verzoek gaat vergezeld van een verifieerbare motivering waaruit blijkt hoe de openbaarmaking van de desbetreffende informatie de betrokken belangen aanzienlijk schaadt, overeenkomstig artikel 39, leden 2 en 3.

2.  Indien een aanvrager een verzoek om vertrouwelijke behandeling indient, verstrekt hij een niet-vertrouwelijke en een vertrouwelijke versie van de ingediende informatie in de gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze op grond van artikel 39 septies beschikbaar zijn. Uit de niet-vertrouwelijke versie wordt de informatie die de aanvrager op basis van artikel 39, leden 2 en 3, vertrouwelijk acht, weggelaten, met aanduiding van de plaatsen waar dergelijke informatie werd verwijderd. De vertrouwelijke versie bevat alle ingediende informatie, met inbegrip van informatie die de aanvrager vertrouwelijk acht. Informatie waarvoor om vertrouwelijke behandeling is verzocht, wordt in de vertrouwelijke versie duidelijk als zodanig aangegeven. De aanvrager geeft duidelijk aan op welke gronden om vertrouwelijke behandeling van de verschillende informatie-elementen wordt verzocht.

Artikel 39 ter

Beslissing over vertrouwelijke behandeling

1.  De Autoriteit:

   a) maakt de ▌ niet-vertrouwelijke versie van het verzoek, zoals ingediend door de aanvrager, onverwijld openbaar zodra die aanvraag geldig of ontvankelijk is geacht;
   b) gaat onverwijld over tot een concrete en individuele beoordeling van het verzoek om vertrouwelijke behandeling overeenkomstig dit artikel;
   c) stelt de aanvrager schriftelijk in kennis van haar voornemen om informatie openbaar te maken en de redenen daarvoor, voordat de Autoriteit formeel een besluit neemt over het verzoek om vertrouwelijke behandeling. Indien de aanvrager het niet eens is met de beoordeling van de Autoriteit kan de aanvrager binnen twee weken vanaf de datum waarop hij in kennis werd gesteld van het standpunt van de Autoriteit zijn standpunten kenbaar maken of zijn aanvraag intrekken;
   d) neemt een met redenen omklede beslissing over het verzoek om vertrouwelijke behandeling, waarbij rekening wordt gehouden met de opmerkingen van de aanvrager, binnen tien weken vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om vertrouwelijke behandeling in het geval van aanvragen, en zonder vertraging in het geval van aanvullende gegevens en informatie; stelt de aanvrager van haar beslissing in kennis, verstrekt informatie over het recht om een confirmatief verzoek in te dienen overeenkomstig lid 2, en deelt haar beslissing mee aan de Commissie en de lidstaten, naargelang het geval; en
   e) maakt eventuele aanvullende gegevens en informatie openbaar waarvoor het verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gerechtvaardigd is bevonden, ten vroegste twee weken nadat de aanvrager in kennis is gesteld van haar beslissing op grond van punt d).

2.  Binnen twee weken vanaf de kennisgeving, aan de aanvrager, van de beslissing van de Autoriteit over het verzoek om vertrouwelijke behandeling op grond van lid 1, kan de aanvrager een confirmatief verzoek indienen om de Autoriteit te vragen haar beslissing te herbekijken. Het confirmatief verzoek heeft schorsende werking. De Autoriteit onderzoekt de motieven voor het confirmatief verzoek en neemt een met redenen omklede beslissing over dat confirmatief verzoek. Zij stelt de aanvrager van haar beslissing in kennis binnen drie weken na de indiening van het confirmatief verzoek en neemt in die kennisgeving informatie op over de beschikbare rechtsmiddelen, namelijk een beroep bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (het "Hof van Justitie”) tegen de Autoriteit op grond van lid 3. De Autoriteit maakt eventuele aanvullende gegevens en informatie openbaar waarvoor zij het verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gerechtvaardigd heeft bevonden, ten vroegste twee weken nadat de aanvrager in kennis is gesteld van de met redenen omklede beslissing van de Autoriteit over het confirmatief verzoek op grond van dit lid.

3.  Tegen de beslissingen van de Autoriteit op grond van dit artikel kan onder de in de artikelen 263, respectievelijk 278 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) neergelegde voorwaarden beroep worden ingesteld bij het Hof van Justitie.

Artikel 39 quater

Herbeoordeling van de vertrouwelijke behandeling

Alvorens de Autoriteit haar wetenschappelijke output, met inbegrip van wetenschappelijke adviezen, verstrekt, herbeoordeelt zij of eerder als vertrouwelijk erkende gegevens toch openbaar kunnen worden gemaakt overeenkomstig artikel 39, lid 4, onder b). Mocht dat het geval zijn, dan volgt de Autoriteit de procedure van artikel 39 ter, dat van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 39 quinquies

Verplichtingen met betrekking tot de vertrouwelijke behandeling

1.  De Autoriteit stelt op verzoek alle informatie die in haar bezit is met betrekking tot een ▌ aanvraag of een verzoek van het Europees Parlement, van de Commissie of van de lidstaten om een wetenschappelijke output, met inbegrip van een wetenschappelijk advies, aan de Commissie en de lidstaten ter beschikking, tenzij in het Unierecht anders is aangegeven.

2.  De Commissie en de lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de door hen in het kader van de ▌ wetgeving van de Unie ontvangen informatie waarvoor om vertrouwelijke behandeling is verzocht, niet openbaar wordt gemaakt voordat door de Autoriteit is beslist over het verzoek om vertrouwelijke behandeling en die beslissing definitief is geworden. De Commissie en de lidstaten nemen ook de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat informatie waarvoor de Autoriteit met vertrouwelijke behandeling heeft ingestemd, niet openbaar wordt gemaakt.

3.  Indien een aanvrager ▌ een aanvraag intrekt of heeft ingetrokken, eerbiedigen de Autoriteit, de Commissie en de lidstaten de vertrouwelijkheid van ▌ informatie, waarmee de Autoriteit overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 39 sexies heeft ingestemd. De aanvraag wordt geacht te zijn ingetrokken vanaf het moment waarop het schriftelijke verzoek daartoe is ontvangen door de bevoegde instantie die de oorspronkelijke aanvraag in ontvangst had genomen. Indien de aanvraag wordt ingetrokken voordat de Autoriteit ▌ op grond van artikel 39 ter, lid 1 of lid 2, naargelang het geval, een definitieve beslissing heeft genomen over het verzoek om vertrouwelijke behandeling, maken de Commissie, de lidstaten en de Autoriteit geen informatie openbaar waarvoor om vertrouwelijke behandeling is verzocht.

4.  De leden van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur, de leden van het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels en de externe deskundigen die aan de werkgroepen daarvan deelnemen, de leden van het adviesforum en het personeel van de Autoriteit zijn ook na beëindiging van hun functie onderworpen aan het vereiste van de geheimhoudingsplicht krachtens artikel 339 VWEU.

5.  De Autoriteit legt in overleg met de Commissie de praktische regelingen voor de toepassing van de in de artikelen 39, 39 bis, 39 ter en 39 sexies en in dit artikel bedoelde regels inzake vertrouwelijkheid vast, met inbegrip van regelingen voor de indiening en de afhandeling van verzoeken om vertrouwelijke behandeling met betrekking tot uit hoofde van artikel 38 openbaar te maken informatie, en met inachtneming van de artikelen 39 septies en 39 octies. Wat artikel 39 ter, lid 2, betreft, zorgt de Autoriteit ervoor dat voor de beoordeling van confirmatieve verzoeken een passende scheiding van taken wordt toegepast.

Artikel 39 sexies

Bescherming van persoonsgegevens

1.  Met betrekking tot verzoeken om wetenschappelijke output, met inbegrip van wetenschappelijke adviezen uit hoofde van de ▌ wetgeving van de Unie, maakt de Autoriteit het volgende altijd openbaar:

   a) de naam en het adres van de aanvrager;
   b) de namen van de auteurs van gepubliceerde of openbaar beschikbare studies die dienen ter ondersteuning van dergelijke verzoeken; en
   c) de namen van alle deelnemers aan en waarnemers bij de vergaderingen van het wetenschappelijk comité, de wetenschappelijke panels, hun werkgroepen en andere ad-hocgroepen die over het onderwerp vergaderen.

2.  Niettegenstaande lid 1 wordt het openbaar maken van de namen en adressen van natuurlijke personen die betrokken zijn bij proeven op gewervelde dieren of bij het verkrijgen van toxicologische informatie geacht aanzienlijke schade toe te brengen aan de persoonlijke levenssfeer en integriteit van die natuurlijke personen; die gegevens worden derhalve niet openbaar gemaakt, tenzij anders bepaald in Verordeningen (EU) 2016/679(25) en (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad(26).

3.  Verordeningen (EU) 2016/679 (EU) 2018/1725 zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening. Alle op grond van artikel 38 van deze verordening en dit artikel openbaar gemaakte persoonsgegevens worden uitsluitend gebruikt om de transparantie van de risicobeoordeling uit hoofde van deze verordening te waarborgen en mogen vervolgens niet verder op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2016/679 en van artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2018/1725, naargelang het geval.

Artikel 39 septies

Gestandaardiseerde gegevensformaten

1.  Voor de toepassing van artikel 38, lid 1, onder c), en met het oog op een efficiënte verwerking van de verzoeken aan de Autoriteit om een wetenschappelijke output, worden gestandaardiseerde gegevensformaten ▌ overeenkomstig lid 2 van dit artikel vastgesteld waarin documenten kunnen worden ingediend, doorzocht, gekopieerd en afgedrukt, onder naleving van de regelgeving ▌ van de Unie. Die ▌gestandaardiseerde gegevensformaten ▌ :

   a) zijn niet gebaseerd op propriëtaire normen;
   b) waarborgen zoveel mogelijk de interoperabiliteit met bestaande wijzen van indienen van gegevens;
   c) zijn gebruiksvriendelijk en aangepast voor gebruik door kleine en middelgrote ondernemingen.

2.  Voor de vaststelling van de in lid 1 bedoelde gestandaardiseerde gegevensformaten ▌ wordt de volgende procedure gevolgd:

   a) de Autoriteit stelt een ontwerp op van gestandaardiseerde gegevensformaten ▌ voor de verschillende vergunningsprocedures ▌ en de verzoeken van het Europees Parlement, van de Commissie en van de lidstaten om een wetenschappelijke output;
   b) de Commissie stelt, rekening houdend met de toepasselijke voorschriften in de verschillende vergunningsprocedures en andere wettelijke kaders en na eventuele benodigde aanpassingen, door middel van uitvoeringshandelingen gestandaardiseerde gegevensformaten ▌ vast. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 2 bedoelde procedure.
   c) de Autoriteit stelt de vastgestelde gestandaardiseerde gegevensformaten ▌ ter beschikking op haar website;
   d) indien op grond van dit artikel gestandaardiseerde gegevensformaten ▌ zijn vastgesteld, worden aanvragen en verzoeken van het Europees Parlement, van de Commissie en van de lidstaten ▌ om een wetenschappelijke output, met inbegrip van een wetenschappelijk advies, uitsluitend ingediend overeenkomstig die gestandaardiseerde gegevensformaten.

Artikel 39 octies

Informatiesystemen

De informatiesystemen die de Autoriteit gebruikt om gegevens op te slaan, met inbegrip van vertrouwelijke en persoonsgegevens, zijn zo ontworpen dat wordt gegarandeerd dat alle toegang ertoe volledig controleerbaar is en dat de hoogste beveiligingsnormen worden gehaald die passen bij de betrokken beveiligingsrisico's, met inachtneming van de artikelen 39 tot en met 39 septies. ▌";

"

10)  in artikel 40, lid 3, wordt de tweede alinea vervangen door:"

"De Autoriteit maakt alle wetenschappelijke output openbaar, met inbegrip van de door haar uitgebrachte wetenschappelijke adviezen en ondersteunende wetenschappelijke gegevens en andere informatie, overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 39 sexies.";

"

11)  artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Niettegenstaande de voorschriften inzake vertrouwelijke behandeling in de artikelen 39 tot en met 39 quinquies van deze verordening, is Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad* van toepassing op door de Autoriteit bewaarde documenten.

Waar het milieu-informatie betreft, is ▌ Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad** eveneens van toepassing. Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad*** is van toepassing op milieu-informatie waarover de lidstaten beschikken, niettegenstaande de voorschriften inzake vertrouwelijke behandeling als vastgesteld in de artikelen 39 tot en met 39 quinquies van deze verordening.

--------------------------------------

* Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

** Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264 van 25.9.2006, blz. 13).

*** Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).";

"

b)  lid 2 wordt vervangen door:"

"2. De raad van bestuur stelt, uiterlijk … [zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] de praktische regelingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001, en de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 1367/2006 vast, waarbij hij voor een zo ruim mogelijke toegang tot de documenten in zijn bezit zorgt.";

"

12)  artikel 61 wordt vervangen door:"

"Artikel 61

Evaluatieclausule

1.  De Commissie zorgt ervoor dat de toepassing van deze verordening regelmatig wordt geëvalueerd.

2.  Uiterlijk op … [vijf jaar na de datum van toepassing van deze wijzigingsverordening] en vervolgens om de vijf jaar evalueert de Commissie de prestaties van de Autoriteit met betrekking tot haar doelstellingen, mandaat, taken, procedures en locatie, overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie. Die evaluatie richt zich tevens op de gevolgen van artikel 32 bis voor het functioneren van de Autoriteit, met bijzondere aandacht voor de werklast en inzet van personeel, en voor alle eventuele verschuivingen in de toewijzing van de middelen van de Autoriteit die ten koste zijn gegaan van activiteiten van openbaar belang. Voorts richt die evaluatie zich op de vraag of het mandaat van de Autoriteit moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

3.  Bij de in lid 2 bedoelde evaluatie, evalueert de Commissie ook of het organisatorisch kader van de Autoriteit verder moet worden geactualiseerd met betrekking tot beslissingen over verzoeken om vertrouwelijke behandeling en confirmatieve verzoeken, namelijk door een specifieke raad van beroep op te richten of met behulp van andere passende middelen.

4.  Als de Commissie van oordeel is dat de voortgaande werkzaamheden van de Autoriteit niet langer gerechtvaardigd zijn in het licht van haar doelstellingen, mandaat en taken, kan zij voorstellen om de desbetreffende bepalingen van deze verordening dienovereenkomstig te wijzigen of in te trekken.

5.  De Commissie brengt verslag uit aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de raad van bestuur over de in dit lid opgenomen resultaten van haar evaluaties. Die resultaten worden openbaar gemaakt.";

"

13)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 61 bis

Onderzoeksmissies

▌ Deskundigen van de Commissie ondernemen onderzoeksmissies in de lidstaten om te beoordelen hoe de laboratoria en andere testfaciliteiten de relevante normen toepassen bij de uitvoering van tests en studies die als onderdeel van een aanvraag bij de Autoriteit worden ingediend, en of uiterlijk … [vier jaar na de datum van toepassing van deze wijzigingsverordening] aan de in artikel 32 ter, lid 3, vastgestelde kennisgevingsverplichting is voldaan. Binnen die termijn ondernemen deskundigen van de Commissie ook onderzoeksmissies om de toepassing van die normen door laboratoria en andere testfaciliteiten in derde landen te beoordelen, voor zover vermeld in relevante overeenkomsten en regelingen met die derde landen, waaronder als bedoeld in artikel 49.

Tijdens die onderzoeksmissies vastgestelde gevallen van niet-naleving worden ter kennis gebracht van de Commissie, de lidstaten, de Autoriteit alsmede de beoordeelde laboratoria en andere testfaciliteiten. De Commissie, de Autoriteit en de lidstaten zorgen voor een passende opvolging van dergelijke aangegeven gevallen van niet-naleving.

De resultaten van deze onderzoeksmissies worden voorgesteld in een overzichtsverslag. Op basis van dat verslag dient de Commissie, naargelang het geval, een wetgevingsvoorstel in met name wat betreft eventuele benodigde controleprocedures, met inbegrip van audits.".

"

Artikel 2

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003

Verordening (EG) nr. 1829/2003 wordt als volgt gewijzigd:

1)  in artikel 5 wordt lid 3 als volgt gewijzigd:

a)  de aanhef wordt vervangen door:"

"De aanvraag wordt ingediend in gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze op grond van artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002 beschikbaar zijn, en gaat vergezeld van het volgende:";

"

b)  punt l) wordt vervangen door:"

"l) een vermelding van de delen van de aanvraag en eventuele andere aanvullende informatie waarvoor de aanvrager verzoekt om vertrouwelijke behandeling, met een verifieerbare motivering van dat verzoek, op grond van artikel 30 van deze verordening en artikel 39 van Verordening (EG) nr. 178/2002;";

"

c)  het volgende punt wordt toegevoegd:"

"m) een samenvatting van het dossier in gestandaardiseerde vorm.";

"

2)  in artikel 6 wordt lid 7 vervangen door:"

"7. De Autoriteit maakt haar advies overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 openbaar nadat de overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 30 van deze verordening als vertrouwelijk aangemerkte informatie daaruit is verwijderd. Het publiek kan gedurende 30 dagen na dergelijke bekendmaking opmerkingen aan de Commissie doen toekomen.";

"

3)  in artikel 10 wordt lid 1 vervangen door:"

"1. Op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie of van een lidstaat, brengt de Autoriteit advies uit over de vraag of een vergunning voor een in artikel 3, lid 1, van deze verordening vermeld product nog steeds voldoet aan de voorwaarden van de onderhavige verordening. Zij zendt dat advies onverwijld toe aan de Commissie, de lidstaten en de vergunninghouder. De Autoriteit maakt haar advies overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 openbaar nadat de overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 30 van deze verordening als vertrouwelijk aangemerkte informatie daaruit is verwijderd. Het publiek kan gedurende 30 dagen na dergelijke bekendmaking opmerkingen aan de Commissie doen toekomen.";

"

4)  in artikel 11, lid 2, wordt de aanhef vervangen door:"

"2. De aanvraag wordt ingediend in gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze op grond van artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002 beschikbaar zijn, en gaat vergezeld van het volgende:";

"

5)  in artikel 17 wordt lid 3 als volgt gewijzigd:

a)  de aanhef wordt vervangen door:"

"De aanvraag wordt ingediend in gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze op grond van artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002 beschikbaar zijn, en gaat vergezeld van het volgende:";

"

b)  punt l) wordt vervangen door:"

"l) een vermelding van de delen van de aanvraag en eventuele andere aanvullende informatie waarvoor de aanvrager verzoekt om vertrouwelijke behandeling, met een verifieerbare motivering van dat verzoek, op grond van artikel 30 van deze verordening en de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002;";

"

c)  het volgende punt wordt toegevoegd:"

"m) een samenvatting van het dossier in gestandaardiseerde vorm.";

"

6)  in artikel 18 wordt lid 7 vervangen door:"

"7. De Autoriteit maakt haar advies overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 openbaar nadat de overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 30 van deze verordening als vertrouwelijk aangemerkte informatie daaruit is verwijderd. Het publiek kan gedurende 30 dagen na dergelijke bekendmaking opmerkingen aan de Commissie doen toekomen.";

"

7)  in artikel 22 wordt lid 1 vervangen door:"

"1. Op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie of van een lidstaat brengt de Autoriteit advies uit over de vraag of een vergunning voor een in artikel 15, lid 1, vermeld product nog steeds voldoet aan de voorwaarden van deze verordening. Zij zendt dat advies onverwijld toe aan de Commissie, de lidstaten en de vergunninghouder. De Autoriteit maakt haar advies overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 openbaar nadat de overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 30 van deze verordening als vertrouwelijk aangemerkte informatie daaruit is verwijderd. Het publiek kan gedurende 30 dagen na dergelijke bekendmaking opmerkingen aan de Commissie doen toekomen.";

"

8)  in artikel 23, lid 2, wordt de aanhef vervangen door:"

"2. "De aanvraag wordt ingediend in gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze op grond van artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002 beschikbaar zijn, en gaat vergezeld van het volgende:";

"

9)  in artikel 29 worden de leden 1 en 2 vervangen door:"

"1. De Autoriteit maakt de vergunningsaanvraag, relevante ondersteunende informatie en eventuele aanvullende informatie, zoals verstrekt door de aanvrager, alsmede haar eigen wetenschappelijke adviezen en de adviezen van de in artikel 4 van Richtlijn 2001/18/EG bedoelde bevoegde autoriteiten, openbaar overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 39 sexies ▌van Verordening (EG) nr. 178/2002 en met inachtneming van artikel 30 van deze verordening.

2.  Bij de behandeling van aanvragen om toegang tot door de Autoriteit bewaarde documenten past de Autoriteit Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot de documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie* toe.

__________________________

* Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).";

"

10)  artikel 30 wordt vervangen door:"

"Artikel 30

Vertrouwelijkheid

1.  Overeenkomstig de voorwaarden en procedures van de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002 en van dit artikel:

   a) kan de aanvrager een verzoek indienen, dat vergezeld gaat van een verifieerbare motivering, om bepaalde delen van de uit hoofde van deze verordening ingediende informatie vertrouwelijk te behandelen; en
   b) beoordeelt de Autoriteit het verzoek van de aanvrager om vertrouwelijke behandeling.

2.  In aanvulling op de gegevens bedoeld in artikel 39, lid 2, punten a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 178/2002 en op grond van artikel 39, lid 3, van die verordening kan de Autoriteit tevens instemmen met vertrouwelijke behandeling van de volgende informatie, indien door de aanvrager is aangetoond dat openbaarmaking van die informatie zijn belangen aanzienlijk kan schaden:

   a) DNA-sequentie-informatie, met uitzondering van sequenties die worden gebruikt voor de detectie, identificatie en kwantificering van de "transformation event"; en
   b) teeltpatronen en -strategieën.

3.  Het gebruik van detectiemethoden en het reproduceren van referentiematerialen als bedoeld in artikel 5, lid 3, en artikel 17, lid 3, voor de toepassing van deze verordening op ggo's, levensmiddelen of diervoeders waarop een aanvraag betrekking heeft, worden niet door de uitoefening van intellectuele-eigendomsrechten of anderszins beperkt.

4.  Dit artikel laat artikel 41 van Verordening (EG) nr. 178/2002 onverlet.".

"

Artikel 3

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003

Verordening (EG) nr. 1831/2003 wordt als volgt gewijzigd:

1)  artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Om de in artikel 4 van deze verordening bedoelde vergunning te verkrijgen, wordt een aanvraag toegezonden aan de Commissie in de gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze op grond van artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002, dat van overeenkomstige toepassing is, beschikbaar zijn. De Commissie brengt de lidstaten onverwijld op te hoogte en doet de aanvraag toekomen aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (hierna "de Autoriteit" genoemd).";

"

b)  in lid 2 wordt punt c) vervangen door:"

"c) maakt ▌de aanvraag en alle door de aanvrager verstrekte informatie openbaar overeenkomstig artikel 18.";

"

2)  artikel 18 wordt vervangen door:"

"Artikel 18

Transparantie en vertrouwelijkheid

1.  De Autoriteit maakt de vergunningsaanvraag, relevante ondersteunende informatie en eventuele aanvullende informatie, zoals verstrekt door de aanvrager, alsmede haar eigen wetenschappelijke adviezen, openbaar overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 39 sexies ▌van Verordening (EG) nr. 178/2002, die van overeenkomstige toepassing zijn.

2.  Overeenkomstig de voorwaarden en procedures in de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002 en in dit artikel, kan de aanvrager een verzoek indienen, dat vergezeld gaat van een verifieerbare motivering, om bepaalde delen van de uit hoofde van deze verordening ingediende informatie vertrouwelijk te behandelen. De Autoriteit beoordeelt het verzoek van de aanvrager om vertrouwelijke behandeling.

3.  In aanvulling op de in artikel 39, lid 2, van Verordening (EG) nr. 178/2002 bedoelde gegevens en op grond van artikel 39, lid 3, van die verordening, kan de Autoriteit tevens instemmen met vertrouwelijke behandeling van de volgende gegevens, indien door de aanvrager is aangetoond dat openbaarmaking van die informatie zijn belangen aanzienlijk kan schaden:

   a) het onderzoeksplan voor studies die de werking van een toevoegingsmiddel voor diervoeding aantonen in termen van het beoogde gebruik ervan, zoals omschreven in artikel 6, lid 1, van, en bijlage I bij, deze verordening; en
   b) de specificaties van de onzuiverheden van de werkzame stof en de desbetreffende, door de aanvrager intern ontwikkelde analysemethoden, met uitzondering van de onzuiverheden die ongunstige gevolgen hebben voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu".

4.  Dit artikel laat artikel 41 van Verordening (EG) nr. 178/2002 onverlet.".

"

Artikel 4

Wijziging van Verordening (EG) nr. 2065/2003

Verordening (EG) nr. 2065/2003 wordt als volgt gewijzigd:

1)  artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 wordt punt c) vervangen door:"

"c) De Autoriteit:

   i) stelt de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis van de aanvraag en stelt hun de aanvraag en de eventuele aanvullende informatie van de aanvrager ter beschikking; en
   ii) maakt ▌ de aanvraag, relevante ondersteunende informatie en eventuele aanvullende informatie, zoals verstrekt door de aanvrager, openbaar overeenkomstig de artikelen 14 en 15.";

"

b)  lid 4 wordt vervangen door:"

"4. De Autoriteit publiceert, na hierover overeenstemming te hebben bereikt met de Commissie, uitvoerige richtsnoeren voor het opstellen en indienen van de aanvraag zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, met inachtneming van de gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze overeenkomstig artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002 beschikbaar zijn.";

"

2)  in artikel 14 wordt lid 1 vervangen door:"

"1. De Autoriteit maakt de vergunningsaanvraag, relevante ondersteunende informatie en eventuele aanvullende informatie, zoals verstrekt door de aanvrager, alsmede haar eigen wetenschappelijke adviezen openbaar overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 39 sexies ▌van Verordening (EG) nr. 178/2002.";

"

3)  artikel 15 wordt vervangen door:"

"Artikel 15

Vertrouwelijkheid

1.  Overeenkomstig de voorwaarden en procedures in de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002:

   a) kan de aanvrager een verzoek indienen, dat vergezeld gaat van een verifieerbare motivering, om bepaalde delen van de uit hoofde van deze verordening ingediende informatie vertrouwelijk te behandelen; en
   b) beoordeelt de Autoriteit het verzoek van de aanvrager om vertrouwelijke behandeling.

2.  Dit artikel laat artikel 41 van Verordening (EG) nr. 178/2002 onverlet.".

"

Artikel 5

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1935/2004

Verordening (EG) nr. 1935/2004 wordt als volgt gewijzigd:

1)  artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt punt c) vervangen door:"

"c) De Autoriteit:

   i) stelt de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis van de aanvraag en stelt hun de aanvraag en de eventuele aanvullende informatie van de aanvrager ter beschikking; en
   ii) maakt ▌de aanvraag, relevante ondersteunende informatie en eventuele aanvullende informatie, zoals verstrekt door de aanvrager, openbaar overeenkomstig de artikelen 19 en 20.";

"

b)  lid 2 wordt vervangen door:"

"2. De Autoriteit maakt uitvoerige richtsnoeren bekend, na hierover overeenstemming te hebben bereikt met de Commissie, voor het opstellen en indienen van de aanvraag, met inachtneming van de gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze beschikbaar zijn overeenkomstig artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002, dat van overeenkomstige toepassing is.";

"

2)  in artikel 19 wordt lid 1 vervangen door:"

"1. De Autoriteit maakt de toelatingsaanvraag, relevante ondersteunende informatie en eventuele aanvullende informatie, zoals verstrekt door de aanvrager, alsmede haar eigen wetenschappelijke adviezen openbaar overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 39 sexies ▌van Verordening (EG) nr. 178/2002, die van overeenkomstige toepassing zijn, en artikel 20 van deze verordening.";

"

3)  artikel 20 wordt vervangen door:"

"Artikel 20

Vertrouwelijkheid

1.  Overeenkomstig de voorwaarden en procedures van de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002 en van dit artikel:

   a) kan de aanvrager een verzoek indienen, dat vergezeld gaat van een verifieerbare motivering, om bepaalde delen van de uit hoofde van deze verordening ingediende informatie vertrouwelijk te behandelen; en
   b) beoordeelt de Autoriteit het verzoek van de aanvrager om vertrouwelijke behandeling.

2.  In aanvulling op de in artikel 39, lid 2, van Verordening (EG) nr. 178/2002 bedoelde gegevens en op grond van artikel 39, lid 3, van die verordening, kan de Autoriteit tevens instemmen met vertrouwelijke behandeling van de volgende gegevens, indien door de aanvrager is aangetoond dat openbaarmaking van die informatie zijn belangen aanzienlijk kan schaden:

   a) alle informatie die is vervat in uitvoerige beschrijvingen van de uitgangsstoffen en mengsels die worden gebruikt voor de vervaardiging van de stof waarvoor toelating wordt aangevraagd, de samenstelling van mengsels, materialen of voorwerpen waarin de aanvrager voornemens is deze stof te gebruiken, de methoden voor de vervaardiging van die mengsels, materialen of voorwerpen, onzuiverheden en resultaten van migratietests, behalve informatie die relevant is voor de beoordeling van de veiligheid;
   b) het merk waaronder de stof op de markt gebracht wordt, alsmede de handelsnaam van mengsels, materialen of voorwerpen waarin zij wordt gebruikt, indien van toepassing; en
   c) alle andere informatie die als vertrouwelijk wordt beschouwd in het kader van de specifieke procedurevoorschriften als bedoeld in artikel 5, lid 1, punt n), van deze verordening.

3.  Dit artikel laat artikel 41 van Verordening (EG) nr. 178/2002 onverlet.".

"

Artikel 6

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1331/2008

Verordening (EG) nr. 1331/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)  in artikel 6 wordt het volgende lid toegevoegd:"

"5. De Autoriteit maakt de ▌door de aanvrager verstrekte aanvullende informatie openbaar overeenkomstig de artikelen 11 en 12.";

"

2)  artikel 11 wordt vervangen door:"

"Artikel 11

Transparantie

Indien de Commissie overeenkomstig artikel 3, lid 2, van deze verordening het advies van de Autoriteit inwint, maakt de Autoriteit de goedkeuringsaanvraag, relevante ondersteunende informatie en eventuele aanvullende informatie, zoals verstrekt door de aanvrager, alsmede haar eigen wetenschappelijke adviezen, onverwijld openbaar overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 39 sexies ▌van Verordening (EG) nr. 178/2002. Voorts maakt de Autoriteit de adviesaanvragen en de in artikel 6, lid 1, van deze verordening bedoelde termijnverlengingen openbaar.";

"

3)  artikel 12 wordt vervangen door:"

"Artikel 12

Vertrouwelijkheid

1.  De aanvrager kan bij de indiening van de aanvraag een verzoek doen om bepaalde delen van uit hoofde van deze verordening ingediende informatie vertrouwelijk te behandelen, dat vergezeld gaat van een verifieerbare motivering,.

2.  Indien overeenkomstig artikel 3, lid 2, van deze verordening een advies van de Autoriteit is vereist, beoordeelt de Autoriteit het verzoek van de aanvrager om vertrouwelijke behandeling, overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002.

3.  In aanvulling op de in artikel 39, lid 2, van Verordening (EG) nr. 178/2002 bedoelde gegevens en op grond van artikel 39, lid 3, van die verordening, kan de Autoriteit tevens instemmen met vertrouwelijke behandeling van de volgende gegevens, indien door de aanvrager is aangetoond dat openbaarmaking van die informatie zijn belangen aanzienlijk kan schaden:

   a) indien van toepassing, informatie die is vervat in uitvoerige beschrijvingen van de uitgangsstoffen en -preparaten, alsmede informatie over de wijze waarop zij worden gebruikt voor de vervaardiging van de stof waarvoor goedkeuring wordt aangevraagd, en uitvoerige informatie over de aard en samenstelling van de materialen of producten waarin de aanvrager voornemens is de stof, waarvoor toelating wordt aangevraagd, te gebruiken, behalve informatie die relevant is voor de beoordeling van de veiligheid;
   b) indien van toepassing, uitvoerige analytische informatie over de variabiliteit en de stabiliteit van afzonderlijke productiepartijen van de stof, waarvoor toelating wordt aangevraagd, behalve informatie die relevant is voor de beoordeling van de veiligheid.

4.  Indien overeenkomstig artikel 3, lid 2, van deze verordening geen advies van de Autoriteit is vereist, beoordeelt de Commissie het verzoek van de aanvrager om vertrouwelijke behandeling. De artikelen 39, 39 bis en 39 quinquies van Verordening (EG) nr. 178/2002 en lid 3 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing.

5.  Dit artikel laat artikel 41 van Verordening (EG) nr. 178/2002 onverlet.".

"

Artikel 7

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1107/2009

Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)  artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:"

"▌ Een aanvraag voor de goedkeuring van een werkzame stof of voor een wijziging van de voorwaarden van een goedkeuring wordt door de producent van de werkzame stof bij een lidstaat (de "lidstaat-rapporteur") ingediend, samen met een beknopt en een volledig dossier, zoals omschreven in artikel 8, leden 1 en 2, van deze verordening, dan wel een wetenschappelijke verantwoording waarin is aangegeven waarom bepaalde delen van die dossiers niet zijn ingediend en waaruit blijkt dat de werkzame stof voldoet aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van deze verordening. De aanvraag wordt ingediend in de gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze op grond van artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002, dat van overeenkomstige toepassing is, beschikbaar zijn.";

"

b)  lid 3 wordt vervangen door:"

"3. Bij het indienen van zijn aanvraag kan de aanvrager verzoeken om bepaalde informatie, met inbegrip van bepaalde dossiergedeelten, op grond van artikel 63 vertrouwelijk te behandelen en houdt hij deze informatie fysiek gescheiden van de overige informatie.

De verzoeken om vertrouwelijke behandeling worden beoordeeld door de lidstaten. De lidstaten-rapporteurs besluiten na raadpleging van de Autoriteit welke informatie vertrouwelijk dient te blijven, overeenkomstig artikel 63.

De Autoriteit legt, na raadpleging van de lidstaten, praktische regelingen vast om te zorgen voor de samenhang van die beoordelingen.";

"

2)  artikel 10 wordt vervangen door:"

"Artikel 10

Toegang van het publiek tot de dossiers

De Autoriteit maakt de in artikel 8 bedoelde dossiers, met inbegrip van eventuele aanvullende informatie, zoals verstrekt door de aanvrager, onverwijld openbaar, met uitzondering van alle informatie waarvoor de lidstaat-rapporteur heeft ingestemd met vertrouwelijke behandeling ▌ op grond van artikel 63.";

"

3)  in artikel 15 wordt lid 1 vervangen door:"

"1. De verlengingsaanvraag als bepaald in artikel 14 van deze verordening moet uiterlijk drie jaar voordat de goedkeuring vervalt, door een producent van de werkzame stof bij een lidstaat worden ingediend, met kopie aan de Commissie, aan de andere lidstaten en aan de Autoriteit. De aanvraag wordt ingediend in de gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze op grond van artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002, dat van overeenkomstige toepassing is, beschikbaar zijn.";

"

4)  artikel 16 wordt vervangen door:"

"Artikel 16

Toegang van het publiek tot de informatie met het oog op verlenging

De Autoriteit beoordeelt onverwijld eventuele verzoeken om vertrouwelijke behandeling en maakt de door de aanvrager uit hoofde van artikel 15 verstrekte informatie en eventuele andere door hem verstrekte aanvullende informatie openbaar, behalve de informatie waarvoor de Autoriteit op grond van artikel 63 heeft ingestemd met vertrouwelijke behandeling.

De Autoriteit legt, na raadpleging van de lidstaten, praktische regelingen vast om te zorgen voor de samenhang van die beoordelingen.";

"

5)  in artikel 63 worden de leden 1, 2 en 3 vervangen door:"

"1. Een aanvrager kan een verzoek doen, dat vergezeld gaat van een verifieerbare motivering, om bepaalde delen van de uit hoofde van deze verordening ingediende informatie vertrouwelijk te behandelen.

2.  Een vertrouwelijke behandeling kan alleen worden verleend met betrekking tot de ▌ volgende gegevens indien door de aanvrager is aangetoond dat de openbaarmaking van die informatie zijn belangen aanzienlijk kan schaden:

   a) informatie als bedoeld in artikel 39, lid 2, van Verordening (EG) nr. 178/2002;
   b) de specificatie van de onzuiverheid van de werkzame stof en de daarmee verband houdende methoden voor de analyse op onzuiverheden in de werkzame stof zoals die geproduceerd wordt, met uitzondering van onzuiverheden die in toxicologisch, ecotoxicologisch of ecologisch opzicht als relevant worden beschouwd en de daarmee verband houdende methoden voor de analyse op dergelijke onzuiverheden;
   c) de resultaten in verband met productiepartijen van de werkzame stof die onzuiverheden bevatten; en
   d) informatie over de volledige samenstelling van een gewasbeschermingsmiddel.

2 bis.  Indien de Autoriteit verzoeken om vertrouwelijke behandeling uit hoofde van deze verordening beoordeelt, zijn de voorwaarden en de procedures van de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002 en van lid 2 van dit artikel van toepassing.

2 ter.  Indien de lidstaten verzoeken om vertrouwelijke behandeling uit hoofde van deze verordening beoordelen, zijn de volgende voorschriften en procedures van toepassing:

   a) een vertrouwelijke behandeling kan alleen worden verleend met betrekking tot in lid 2 vermelde informatie;
   b) indien de lidstaat heeft besloten welke informatie vertrouwelijk wordt behandeld, stelt hij de aanvrager in kennis van zijn besluit;
   c) de lidstaten, de Commissie en de Autoriteit nemen de nodige maatregelen opdat informatie waarvoor is ingestemd met vertrouwelijke behandeling, niet openbaar wordt gemaakt;
   d) artikel 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002 is eveneens van overeenkomstige toepassing;
   e) niettegenstaande lid 2, punten c) en d), van dit lid:
   i) kan de lidstaat de in lid 2 bedoelde informatie openbaar maken indien onmiddellijk optreden noodzakelijk is ter bescherming van de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu, zoals in noodsituaties;
   ii) wordt informatie die deel uitmaakt van de conclusies van de wetenschappelijke output van de Autoriteit, en die betrekking heeft op de te verwachten gevolgen voor de menselijke gezondheid, diergezondheid of het milieu, openbaar gemaakt. In dat geval is artikel 39 quater van Verordening (EG) nr. 178/2002 van toepassing;
   f) indien de aanvrager een aanvraag intrekt of heeft ingetrokken, eerbiedigen de lidstaten, de Commissie en de Autoriteit de vertrouwelijke behandeling waarmee overeenkomstig dit artikel is ingestemd. Indien de aanvraag is ingetrokken voordat de lidstaat heeft beslist over het verzoek om vertrouwelijke behandeling, maken de lidstaten, de Commissie en de Autoriteit geen informatie openbaar waarvoor om vertrouwelijke behandeling is verzocht.

3.  Dit artikel doet geen afbreuk aan Richtlijn 2003/4/EG* noch aan Verordeningen (EG) nr. 1049/2001** en (EG) nr. 1367/2006*** van het Europees Parlement en de Raad.

--------------------------------------

* Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).

** Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

*** Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264 van 25.9.2006, blz. 13).".

"

Artikel 8

Wijziging van Verordening (EU) 2015/2283

Verordening (EU) 2015/2283 wordt als volgt gewijzigd:

1)  artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. De in artikel 9 van deze verordening voorziene toelatingsprocedure voor het in de Unie in de handel brengen van een nieuw voedingsmiddel en de actualisering van de Unielijst wordt ingeleid op initiatief van de Commissie of nadat de Commissie een aanvraag van een aanvrager heeft ontvangen in de gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze op grond van artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002 beschikbaar zijn. De Commissie stelt de aanvraag onverwijld ter beschikking van de lidstaten. De Commissie maakt een samenvatting van de aanvraag die is gebaseerd op de in lid 2, onder a), b) en e), van dit artikel vermelde informatie, openbaar.";

"

b)  lid 3 wordt vervangen door:"

"3. Indien de Commissie haar advies inwint, maakt de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (de "Autoriteit") de aanvraag openbaar ▌overeenkomstig artikel 23, en brengt zij advies uit over de vraag of de actualisering van de lijst gevolgen voor de menselijke gezondheid kan hebben.";

"

2)  ▌in artikel 15 wordt lid 2 vervangen door:"

"2. Binnen vier maanden na de datum waarop de Commissie een geldige kennisgeving overeenkomstig lid 1 van dit artikel heeft doorgestuurd, kan een lidstaat of de Autoriteit bij de Commissie naar behoren met redenen omklede bezwaren in verband met de veiligheid indienen tegen het in de Unie in de handel brengen van het betrokken traditionele levensmiddel. Indien de Autoriteit zulke bezwaren indient, maakt zij uit hoofde van artikel 23, dat van overeenkomstige toepassing is, onverwijld de kennisgeving openbaar.";

"

3)  artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in de eerste alinea wordt de volgende zin toegevoegd:"

"De aanvraag wordt ingediend in de gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze op grond van artikel 39 septies van Verordening (EG) nr. 178/2002 beschikbaar zijn.";

"

b)  in de tweede alinea wordt de volgende zin toegevoegd:"

"De Autoriteit maakt ▌ de aanvraag, relevante ondersteunende informatie en eventuele aanvullende informatie, zoals verstrekt door de aanvrager, openbaar overeenkomstig artikel 23.";

"

4)  artikel 23 wordt vervangen door:"

"Artikel 23

Transparantie en vertrouwelijkheid

1.  Indien de Commissie overeenkomstig artikel 10, lid 3, en artikel 16 van deze verordening het advies van de Autoriteit inwint, maakt de Autoriteit de toelatingsaanvraag, relevante ondersteunende informatie en eventuele aanvullende informatie, zoals verstrekt door de aanvrager, alsmede haar eigen wetenschappelijke adviezen openbaar overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 39 sexies ▌ van Verordening (EG) nr. 178/2002 en dit artikel.

2.  De aanvrager kan bij de indiening van de aanvraag een verzoek doen om bepaalde delen van uit hoofde van deze verordening ingediende informatie vertrouwelijk te behandelen, dat vergezeld gaat van een verifieerbare motivering,.

3.  Indien de Commissie overeenkomstig artikel 10, lid 3, en artikel 16 van deze verordening het advies van de Autoriteit inwint, beoordeelt de Autoriteit het verzoek van de aanvrager om vertrouwelijke behandeling, overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 39 sexies van Verordening (EG) nr. 178/2002.

4.  In aanvulling op de in artikel 39, lid 2, van Verordening (EG) nr. 178/2002 bedoelde gegevens en op grond van artikel 39, lid 3, van die verordening, kan de Autoriteit tevens instemmen met vertrouwelijke behandeling van de volgende gegevens indien door de aanvrager is aangetoond dat openbaarmaking van die informatie zijn belangen aanzienlijk kan schaden:

   a) in voorkomend geval, informatie in uitvoerige beschrijvingen van uitgangsstoffen en -preparaten en over de manier waarop deze worden gebruikt voor de vervaardiging van het nieuwe voedingsmiddel waarvoor toelating wordt aangevraagd, en uitvoerige informatie over de aard en de samenstelling van de specifieke levensmiddelen of categorieën levensmiddelen waarin de aanvrager voornemens is dat nieuwe voedingsmiddel te gebruiken, behalve informatie die van belang is voor de beoordeling van de veiligheid;
   b) in voorkomend geval, uitvoerige analytische informatie over de variabiliteit en de stabiliteit van afzonderlijke productiepartijen, behalve informatie die van belang is voor de beoordeling van de veiligheid.

5.  Indien de Commissie niet op grond van de artikelen 10 en 16 van deze verordening het advies van de Autoriteit inwint, beoordeelt de Commissie het verzoek van de aanvrager om vertrouwelijke behandeling. De artikelen 39, 39 bis en 39quinquies van Verordening (EG) nr. 178/2002 en lid 4 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing.

6.  Dit artikel laat artikel 41 van Verordening (EG) nr. 178/2002 onverlet.".

"

Artikel 9

Wijziging van Richtlijn 2001/18/EG

Richtlijn 2001/18/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)  in artikel 6 wordt het volgende lid ingevoegd:"

"2 bis. De in lid 1 bedoelde kennisgeving wordt ingediend in gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze uit hoofde van het Unierecht beschikbaar zijn.";

"

2)  in artikel 13 wordt het volgende lid ingevoegd:"

"2 bis. De in lid 1 bedoelde kennisgeving wordt ingediend in gestandaardiseerde gegevensformaten, voor zover deze uit hoofde van het Unierecht beschikbaar zijn.";

"

3)  artikel 25 wordt vervangen door:"

"Artikel 25

Vertrouwelijkheid

1.  De kennisgever ▌ kan de autoriteit in kwestieverzoeken om bepaalde delen van de uit hoofde van deze richtlijn ingediende informatie vertrouwelijk te behandelen, dat vergezeld gaat van een verifieerbare motivering, overeenkomstig de leden 3 en 6.

2.  De bevoegde instantie beoordeelt het verzoek van de kennisgever ▌ om vertrouwelijke behandeling.

3.  De bevoegde instantie kan op verzoek van een kennisgever uitsluitend instemmen met vertrouwelijke behandeling van de ▌ volgende gegevens indien de kennisgever een verifieerbare motivering van zijn verzoek verstrekt en aantoont dat openbaarmaking van dergelijke gegevens zijn belangen aanzienlijk kan schaden:

   a) gegevens als bedoeld in artikel 39, lid 2, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 178/2002;
   b) DNA-sequentie-informatie, met uitzondering van sequenties die worden gebruikt voor de detectie, identificatie en kwantificering van de transformatiestap; en
   c) teeltpatronen en -strategieën.

4.  De bevoegde instantie besluit na overleg met de kennisgever welke informatie vertrouwelijk zal worden behandeld en stelt de kennisgever in kennis van haar beslissing.

5.  De lidstaten, de Commissie en het (de) relevante wetenschappelijke comité(s) nemen de nodige maatregelen opdat vertrouwelijke informatie waarvan op grond van deze richtlijn kennis is gegeven of die krachtens deze richtlijn is uitgewisseld, niet openbaar wordt gemaakt.

6.  De relevante bepalingen van de artikelen 39 sexies en 41 van Verordening (EG) nr. 178/2002 zijn van overeenkomstige toepassing.

7.  Niettegenstaande de leden 3, 5 en 6 van dit artikel:

   a) kan de bevoegde instantie de in lid 3 bedoelde informatie openbaar maken indien onmiddellijk optreden noodzakelijk is ter bescherming van de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu, zoals in noodsituaties; en
   b) wordt informatie die deel uitmaakt van de conclusies van de wetenschappelijke output van het (de) relevante wetenschappelijke comité(s) of van de conclusies van de beoordelingsrapporten en die betrekking heeft op de te verwachten gevolgen voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu, openbaar gemaakt. In dat geval is artikel 39 quater van Verordening (EG) nr. 178/2002 van toepassing.

8.  Indien de kennisgever de kennisgeving intrekt, eerbiedigen de lidstaten, de Commissie en het (de) relevante wetenschappelijke comité(s) de vertrouwelijke behandeling waarmee de bevoegde instantie overeenkomstig dit artikel heeft ingestemd. Indien de aanvraag wordt ingetrokken voordat de bevoegde instantie heeft beslist over het verzoek om vertrouwelijke behandeling, maken de lidstaten, de Commissie en het(de) relevante wetenschappelijke comité(s) geen informatie openbaar waarvoor om vertrouwelijke behandeling is verzocht.";

"

4)  aan artikel 28 wordt het volgende lid toegevoegd:"

"4. Indien het relevante wetenschappelijk comité overeenkomstig lid 1 van dit artikel wordt geraadpleegd, maakt het onverwijld de door de kennisgever ▌ verstrekte kennisgeving ▌, relevante ondersteunende informatie en eventuele aanvullende informatie, alsmede zijn eigen wetenschappelijke adviezen, openbaar, met uitzondering van informatie waarvoor de bevoegde instantie ermee heeft ingestemd dat die vertrouwelijk zal worden behandeld overeenkomstig ▌ artikel 25.".

"

Artikel 10

Overgangsmaatregelen

1.  Deze verordening is niet van toepassing op aanvragen uit hoofde het Unierecht of op verzoeken om specifieke producten van wetenschappelijke output die vóór ... [18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] bij de Autoriteit worden ingediend.

2.  De ambtstermijn van de leden van de raad van bestuur van de Autoriteit (de "raad van bestuur") die op 30 juni 2022 in functie zijn, verstrijkt op die datum. Niettegenstaande de in artikel 11 vermelde toepassingsdata, is de in artikel 1, punt 4, van deze verordening vervatte procedure voor de voordracht en de benoeming van leden van de raad van bestuur van toepassing om de op grond van die regels benoemde leden in staat te stellen hun ambtstermijn aan te vangen op 1 juli 2022.

3.  Niettegenstaande de in artikel 11 vermelde toepassingsdata, wordt de ambtstermijn van de leden van het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels die op 30 juni 2021 in functie zijn, verlengd totdat de leden van dat wetenschappelijke comité en die wetenschappelijke panels die overeenkomstig de in artikel 1, punt 5, vastgestelde selectie- en benoemingsprocedure zijn benoemd, hun ambtstermijn aanvangen.

Artikel 11

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van ... [18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening]. Artikel 1, punten 4 en 5, is echter van toepassing met ingang van 1 juli 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te …,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1) PB C 440 van 6.12.2018, blz. 158.
(2) PB C 461 van 21.12.2018, blz. 225.
(3) Dit standpunt vervangt de amendementen die zijn aangenomen op 11 december 2018 (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0489).
(4)PB C 440 van 6.12.2018, blz. 158.
(5)PB C 461 van 21.12.2018, blz. 225.
(6) Standpunt van het Europees Parlement van 17 april 2019.
(7)Verordening (EG) n r. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden ▌(PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).
(8)Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 33).
(9)Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2019, blz. 39).
(10)Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(11)Richtlijn 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (PB L 50 van 20.2.2004, blz. 44).
(12)Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1).
(13)Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29).
(14)Verordening (EG) nr. 2065/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 10 november 2003 inzake in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken rookaroma's (PB L 309 van 26.11.2003, blz. 1).
(15)Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).
(16)Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een uniforme goedkeuringsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma's (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 1).
(17)Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).
(18)Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1).
(19)Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).
(20)Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(21)Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264 van 25.9.2006, blz. 13).
(22)Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).
(23)Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(24)Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).
(25) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (OJ L 119, 4.5.2016, p. 1).
(26)Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).


Aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen ***I
PDF 262kWORD 89k
Resolutie
Geconsolideerde tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (COM(2018)0317 – C8-0217/2018 – 2018/0161(COD))
P8_TA-PROV(2019)0401A8-0039/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0317),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0217/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 september 2018(1),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 20 februari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie internationale handel en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0039/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 17 april 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

P8_TC1-COD(2018)0161


(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  In Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad(4) is bepaald dat ieder op het grondgebied van een lidstaat door een octrooi beschermd product dat, voordat het in de handel wordt gebracht als geneesmiddel, aan een administratieve vergunningsprocedure volgens Richtlijn 2001/82/EG(5) of 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad(6) onderworpen is, onder de voorwaarden van en in overeenstemming met de in die verordening vervatte regels voorwerp van een certificaat kan zijn.

(2)  Door te voorzien in een termijn van aanvullende bescherming beoogt Verordening (EG) nr. 469/2009 binnen de Unie het onderzoek en de innovatie die voor de ontwikkeling van geneesmiddelen noodzakelijk zijn te bevorderen en bij te dragen aan het voorkomen van verplaatsing van onderzoek op farmaceutisch gebied naar landen buiten de Unie die een betere bescherming zouden kunnen bieden.

(3)  Sinds de vaststelling in 1992 van de voorganger van Verordening (EG) nr. 469/2009 hebben de markten een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt en heeft er een enorme groei in de vervaardiging van generieke en vooral biosimilaire geneesmiddelen en in de vervaardiging van werkzame bestanddelen daarvan plaatsgevonden, met name in ▌landen buiten de Unie ("derde landen") waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is.

(4)  Het feit dat Verordening (EG) nr. 469/2009 niet voorziet in enige uitzondering op de door het certificaat verleende bescherming heeft onbedoeld tot gevolg gehad dat het in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen onmogelijk wordt gemaakt generieke en biosimilaire geneesmiddelen in de Unie te vervaardigen, zelfs wanneer die zijn bedoeld voor uitvoer naar markten van derde landen waar geen bescherming ▌bestaat of deze vervallen is. Evenzo wordt het in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen onmogelijk gemaakt generieke en biosimilaire geneesmiddelen te vervaardigen met als doel die gedurende een beperkte periode vóór het vervallen van het certificaat op te slaan. Die omstandigheden maakt het voor die vervaardigers, in tegenstelling tot vervaardigers in derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is, moeilijker ▌onmiddellijk na het vervallen van het certificaat de markt van de Unie binnen te treden, aangezien zij niet in een positie zijn om productiecapaciteit voor uitvoer en met het oog op toetreding tot de markt van een lidstaat op te bouwen zolang de door dat certificaat geboden bescherming niet is vervallen.

(5)  Die omstandighedenplaatsen in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in een aanzienlijke slechtere concurrentiepositie dan vervaardigers in derde landen die minder of geen bescherming bieden. De Unie moet een evenwicht zien te vinden tussen het terug zorgen voor gelijke spelregels voor die vervaardigers en ervoor zorgen dat de essentie van de exclusieve rechten van certificaathouders wordt gewaarborgd wat de Uniemarkt betreft.

(6)  Indien niet wordt ingegrepen, kan de levensvatbaarheid van in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen worden bedreigd, met gevolgen voor de gehele industriële basis van de farmaceutische bedrijfstak in de Unie. Deze situatie zou de volledig doeltreffende werking van de interne markt kunnen beïnvloeden door het verlies van potentiële nieuwe zakelijke kansen voor de vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen, waardoor in de Unie de daarmee samenhangende investeringen zouden kunnen dalen en banencreatie kan verhinderd worden.

(7)  De tijdige toegang van generieke en biosimilaire geneesmiddelen tot de markt van de Unie is belangrijk, met name om voor meer concurrentie te zorgen, de prijzen te verlagen en zowel de duurzaamheid van de nationale gezondheidszorgstelsels als een betere toegang tot betaalbare geneesmiddelen voor patiënten in de Unie te waarborgen. Het belang van die tijdige toegang werd door de Raad onderstreept in zijn conclusies van 17 juni 2016 over het versterken van het evenwicht in de farmaceutische systemen in de Unie en haar lidstaten. Daarom moet Verordening (EG) nr. 469/2009 worden gewijzigd om de vervaardiging van generieke en biosimilaire geneesmiddelen voor uitvoer en in voorraad hebben toe te staan, waarbij eraan wordt herinnerd dat intellectuele-eigendomsrechten een van de hoekstenen van innovatie, concurrentievermogen en groei in de interne makt blijven.

(8)  Deze verordening heeft tot doel het concurrentievermogen van de Unie te bevorderen, daardoor groei en banencreatie in de interne markt te bevorderen en bij te dragen tot een ruimer aanbod van producten onder uniforme voorwaarden, door in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in staat te stellen in de Unie producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, te vervaardigen met het oog op uitvoer naar markten van derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is, en deze vervaardigers daardoor ook te helpen effectief te concurreren op die markten van derde landen. Deze verordening moet die vervaardigers ook in staat stellen producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, gedurende een bepaalde periode vóór het vervallen van het certificaat in een lidstaat te vervaardigen en op te slaan met het oog op toetreding tot de markt van een lidstaat na het vervallen van het overeenkomstige certificaat, hetgeen die vervaardigers zal helpen om onmiddellijk na het vervallen van de bescherming effectief te kunnen concurreren in de Unie ("EU day-one entry"). Deze verordening moet ook dienen als aanvulling op de inspanningen in het kader van het handelsbeleid van de Unie om open markten voor in de Unie gevestigde vervaardigers van producten of geneesmiddelen die deze producten bevatten, te waarborgen. Op den duur moet deze verordening aan de hele farmaceutische sector in de Unie ten goede komen doordat alle spelers, ook nieuwkomers, van de nieuw ontstane kansen op de in hoog tempo veranderende mondiale geneesmiddelenmarkt kunnen profiteren. Bovendien zou het algemeen belang van de Unie worden bevorderd aangezien door de versterking van de toeleveringsketens voor geneesmiddelen in de Unie en door het in voorraad hebben van geneesmiddelen met het oog op toetreding tot de markt van de Unie na het vervallen van het certificaat toe te staan, geneesmiddelen nadat het ▌certificaat is vervallen, toegankelijker zouden worden voor patiënten in de Unie.

(9)  In die specifieke en beperkte omstandigheden, en teneinde gelijke spelregels voor in de Unie gevestigde vervaardigers en vervaardigers in derde landen te bewerkstelligen, past het te voorzien in een uitzondering op de door een certificaat verleende bescherming zodat de mogelijkheid wordt geboden voor de vervaardiging van een product of een geneesmiddel dat dit product bevat, voor uitvoer naar derde landen of het in voorraad hebben en voor aanverwante handelingen in de Unie die strikt noodzakelijk zijn voor die vervaardiging of voor de feitelijke uitvoer of het feitelijk in voorraad hebben, indien voor dergelijke handelingen anders de toestemming van een certificaathouder vereist zou zijn ("aanverwante handelingen"). Die aanverwante handelingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op: het bezit, het aanbieden voor levering, de levering, de invoer, het gebruik of de synthese van een werkzame stof voor de vervaardiging van een geneesmiddel dat dit product bevat, of het tijdelijk in voorraad hebben of op reclameactiviteiten die uitsluitend gericht zijn op uitvoer naar bestemmingen in derde landen. Die uitzondering moet ook gelden voor aanverwante handelingen die worden verricht door derden die een contractuele relatie met de vervaardiger hebben.

(10)  De uitzondering moet gelden voor een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, dat door een certificaat wordt beschermd. Ze moet betrekking hebben op de vervaardiging van dat product dat door een certificaat wordt beschermd op het grond gebied van een lidstaat en op de vervaardiging van het geneesmiddel dat dit product bevat.

(11)  De uitzondering mag niet gelden voor het in de handel brengen, hetzij rechtstreeks of met een omweg nadat het is uitgevoerd, van een ▌product, of van een geneesmiddel dat dit product bevat, dat werd vervaardigd voor uitvoer naar derde landen of voor het in voorraad hebben met het oog op "EU day-one entry" in een lidstaat waar een certificaat van kracht is; evenmin mag de uitzondering gelden voor de herinvoer van het product, of van het geneesmiddel dat dit product bevat, naar de markt van een lidstaat waarin een certificaat van kracht is. Daarnaast mag de uitzondering niet gelden voor enige handeling of activiteit die tot oogmerk heeft producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, in de Unie in te voeren louter met het doel deze opnieuw te verpakken en opnieuw uit te voeren. De uitzondering mag evenmin gelden voor het in voorraad hebben van producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, voor andere dan de in deze verordening genoemde doeleinden.

(12)  Door de werkingssfeer van de uitzondering te beperken tot vervaardiging met het oog op uitvoer buiten de Unie of vervaardiging met het oog op het in voorraad hebben, en tot handelingen die voor die vervaardiging of voor de feitelijke uitvoer of het feitelijk in voorraad hebben noodzakelijk zijn, mag de uitzondering waarin deze verordening voorziet niet ▌conflicteren met de gewone exploitatie van het product, of het geneesmiddel dat dit product bevat, in de lidstaat waar het certificaat van kracht is, namelijk met het centrale exclusieve recht van de certificaathouder om dat product te vervaardigen teneinde het tijdens de duur van het certificaat in de Unie in de handel te brengen. Voorts mag deze uitzondering de legitieme belangen van de certificaathouder niet op onredelijke wijze schaden, terwijl met de legitieme belangen van derden rekening wordt gehouden.

(13)  De uitzondering moet vergezeld gaan van effectieve en evenredige vrijwaringsmaatregelen om de transparantie te vergroten, om de houder van een certificaat te helpen de bescherming ervan in de Unie te handhaven en de naleving van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden te controleren, en om het gevaar van onrechtmatige omleiding van handelsstromen op de markt van de Unie tijdens de duur van het certificaat te beperken.

(14)  Deze verordening moet een informatieplicht opleggen aan de vervaardiger, namelijk de in de Unie gevestigde persoon namens wie een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, wordt vervaardigd met het oog op uitvoer of het in voorraad hebben. Het is mogelijk dat de vervaardiger dat product of geneesmiddel rechtstreeks vervaardigt. Door die informatieplicht moet de vervaardiger bepaalde informatie ▌verstrekken aan de bevoegde dienst voor de industriële eigendom, of een andere hiervoor aangewezen autoriteit, die het certificaat heeft verleend ("de autoriteit") in de lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden. Daartoe moet in een standaardmeldingsformulier worden voorzien. De informatie moet ▌worden verstrekt voordat een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, voor het eerst in die lidstaat wordt vervaardigd of, indien dit vroeger is, voordat een aanverwante handeling voorafgaand aan die vervaardiging wordt verricht. De informatie moet zo nodig worden geactualiseerd. De vervaardiging van een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, en de aanverwante handelingen, met inbegrip van de in andere lidstaten dan de lidstaat van vervaardiging uitgevoerde handelingen wanneer het product ook door een certificaat in die andere lidstaten is beschermd, mag alleen onder de werkingssfeer van de uitzondering vallen als de vervaardiger de betreffende informatie naar de autoriteit van de lidstaat waar de vervaardiging plaatsvindt, heeft verzonden en de houder van het in die lidstaat verleende certificaat in kennis heeft gesteld. Indien de vervaarding in meer dan een lidstaat plaatsvindt, moet een melding in elk van die lidstaten vereist zijn. Ter wille van de transparantie moet van de bevoegde autoriteit worden verlangd dat zij de ontvangen informatie zo spoedig mogelijk bekendmaakt, samen met de datum van melding van die informatie. Het moet de lidstaten worden toegestaan te vragen dat voor meldingen en actualiseringen van meldingen een eenmalige taks wordt betaald. Deze taks moet worden vastgesteld op een niveau dat niet hoger is dan de administratieve kosten van de verwerking van meldingen en actualiseringen.

(15)  De vervaardiger moet ook de certificaathouder op passende en gedocumenteerde wijze in kennis stellen van zijn voornemen om op grond van de uitzondering een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, te vervaardigen, door de certificaathouder dezelfde informatie te verstrekken als die welke aan de autoriteit is gemeld. Die informatie moet beperkt blijven tot hetgeen noodzakelijk en passend is opdat de certificaathouder kan beoordelen of de door het certificaat verleende rechten worden geëerbiedigd, en mag geen vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie bevatten. Het standaardmeldingsformulier kan ook worden gebruikt om de certificaathouder in kennis te stellen, en de verstrekte informatie moet zo nodig worden geactualiseerd.

(16)  In het geval van eventuele aanverwante handelingen voorafgaand aan de vervaardiging van een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, moet in de melding worden vermeld in welke lidstaat de eerste aanverwante handeling waarvoor anders toestemming van de certificaathouder vereist zou zijn, zal plaatsvinden, aangezien die informatie relevant is voor de timing van de melding.

(17)  Indien een plaatselijke vergunning voor het in de handel brengen, of het equivalent van een dergelijke vergunning, in een bepaald derde land, voor een bepaald geneesmiddel, wordt gepubliceerd nadat de autoriteit in kennis is gesteld, moet de melding onmiddellijk worden geactualiseerd met het referentienummer van die vergunning voor het in de handel brengen, of van het equivalent van een dergelijke vergunning, zodra dit publiek beschikbaar is. Indien het referentienummer van die vergunning voor het in de handel brengen, of van het equivalent van een dergelijke vergunning, nog niet is gepubliceerd, moet van de vervaardiger worden verlangd dat hij dit referentienummer in de melding verstrekt zodra het publiek beschikbaar is.

(18)  Om redenen van evenredigheid mag niet-naleving van het vereiste ten aanzien van een derde land alleen gevolgen hebben voor de uitvoer naar dat land, en mag uitvoer naar dat land bijgevolg niet in aanmerking komen voor de uitzondering waarin deze verordening voorziet. Het moet de verantwoordelijkheid van de in de Unie gevestigde vervaardiger zijn om na te gaan of in een land van uitvoer geen bescherming bestaat of deze vervallen is, dan wel of die bescherming in dat land aan beperkingen of vrijstellingen onderworpen is.

(19)  Een melding aan de autoriteit en de overeenkomstige informatie die aan de certificaathouder moet worden meegedeeld, kunnen worden verstrekt in de periode tussen de datum van inwerkingtreding van deze verordening en de datum waarop de uitzondering waarin deze verordening voorziet van toepassing wordt voor het betrokken certificaat.

(20)  In deze verordening moeten bepaalde zorgvuldigheidsvereisten aan de vervaardiger worden opgelegd als voorwaarde om gebruik te kunnen maken van de uitzondering. De vervaardiger moet worden verplicht met gepaste en gedocumenteerde middelen, met name contractuele middelen, de deelnemers in zijn toeleveringsketen in de Unie, met inbegrip van de uitvoerder en de persoon die het in voorraad heeft, in kennis te stellen van het feit dat het product, of het geneesmiddel dat dit product bevat, onder de bij deze verordening bepaalde uitzondering valt en dat de vervaardiging ▌voor ▌uitvoer of het in voorraad hebben bedoeld is. Een vervaardiger die niet aan deze zorgvuldigheidsvereisten voldoet, mag zich niet op de uitzondering beroepen, noch mag een derde partij die een aanverwante handeling in de lidstaat van vervaardiging of een andere lidstaat waar een aan het product bescherming biedend certificaat van kracht is dit doen. De houder van het betrokken certificaat zou daarom het recht hebben zijn uit hoofde van het certificaat verleende rechten te handhaven, met inachtneming van de algemene verplichting van Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad(7) om geen misbruik te maken van procesrecht.

(21)  In deze verordening worden ten aanzien van de uit te voeren producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, etiketteringsvoorschriften aan de maker opgelegd zodat gemakkelijker kan worden vastgesteld, door middel van een logo, deze producten of deze geneesmiddelen uitsluitend bedoeld zijn voor uitvoer naar derde landen. De vervaardiging met het oog op uitvoer en aanverwante handelingen mogen alleen onder de werkingssfeer van de uitzondering vallen als het product, of het geneesmiddel dat dit product bevat, op de in deze verordening bepaalde wijze geëtiketteerd is. Dit etiketteringsvoorschrift moet etiketteringsvoorschriften van derde landen onverlet laten.

(22)  Iedere handeling die niet valt onder de uitzondering waarin deze verordening voorziet, moet onder de werkingssfeer van de door een certificaat verleende bescherming blijven vallen. ▌Tijdens de duur van het certificaat moet het verboden blijven een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, dat onder de voorwaarden van de uitzondering is vervaardigd, om te leiden naar de markt van de Unie.

(23)  Deze verordening doet geen afbreuk aan andere intellectuele-eigendomsrechten die andere aspecten van een product, of van een geneesmiddel dat dit product bevat, kunnen beschermen. Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Uniehandelingen die tot doel hebben inbreuken op intellectuele eigendomsrechten te voorkomen en de handhaving ervan te vergemakkelijken, waaronder Richtlijn 2004/48/EG en Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad(8).

(24)  Deze verordening doet geen afbreuk aan de voorschriften inzake het unieke identificatiekenmerk als bedoeld in Richtlijn 2001/83/EG. De vervaardiger moet ervoor zorgen dat elk met het oog op uitvoer vervaardigd geneesmiddel, krachtens deze verordening, geen actief unieke identificatiekenmerk in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie(9) draagt. Het vereiste om een dergelijk actief uniek identificatiekenmerk te dragen, geldt in het kader van die gedelegeerde verordening evenwel voor geneesmiddelen die bestemd zijn om na het vervallen van het overeenkomstige certificaat in een lidstaat in de handel worden gebracht.

(25)  Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Richtlijn 2001/82/EG en van Richtlijn 2001/83/EG, met name de voorschriften betreffende de vergunning voor de vervaardiging van voor uitvoer vervaardigde geneesmiddelen. Dit omvat de naleving van de beginselen en richtsnoeren van goede productiepraktijken voor geneesmiddelen en het gebruik van uitsluitend actieve bestanddelen die in overeenstemming met de goede productiepraktijken voor actieve bestanddelen zijn geproduceerd en gedistribueerd.

(26)  Om de rechten van de certificaathouders te beschermen, mag de in deze verordening bepaalde uitzondering niet gelden voor een certificaat dat op de datum van inwerkingtreding van deze verordening reeds van kracht was. Opdat de rechten van certificaathouders niet al te zeer worden beperkt, moet deze uitzondering gelden voor certificaten die op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden aangevraagd. Aangezien een certificaat van kracht wordt vanaf het verstrijken van de wettelijke termijn van het basisoctrooi, wat relatief lang na de datum van indiening van de aanvraag voor het certificaat kan zijn, en om het doel van deze verordening te waarborgen, is het gerechtvaardigd dat deze verordening gedurende bepaalde tijd ook betrekking heeft op een certificaat dat vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening is aangevraagd maar vóór die datum nog niet van kracht werd, ongeacht of dat certificaat al dan niet vóór die datum is verleend. De uitzondering moet daarom vanaf [1 juli 2022](10) van toepassing zijn voor een certificaat dat vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening van kracht wordt. Het concept "bepaalde tijd" voor elk afzonderlijk certificaat dat na de datum van inwerkingtreding van deze verordening van kracht wordt, moet ervoor zorgen dat de uitzondering geleidelijk voor een dergelijk certificaat van toepassing wordt, afhankelijk van de datum waarop het van kracht wordt en de duur ervan. Een dergelijke toepassing van de uitzondering zou de houder van een verleend certificaat dat uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van deze verordening nog niet van kracht is, een redelijke overgangsperiode bieden om zich aan de gewijzigde juridische context aan te passen en zou er tegelijk voor te zorgen dat vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen zonder buitensporige vertraging daadwerkelijk van de uitzondering gebruik kunnen maken.

(27)  Een aanvrager van een certificaat dient zijn aanvraag doorgaans op ongeveer dezelfde datum in elke lidstaat waar hij een aanvraag indient. Door verschillen in de nationale procedures voor de behandeling van aanvragen kan de datum waarop het certificaat werd verleend echter aanzienlijk verschillen van lidstaat tot lidstaat, waardoor er verschillen ontstaan in de juridische situatie van de aanvrager in de lidstaten waar het certificaat werd aangevraagd. Als de uitzondering geldt op grond van de datum waarop de aanvraag van een certificaat is ingediend, zou dat uniformiteit in de hand werken en het risico van verschillen beperken.

(28)  De Commissie moet regelmatig een evaluatie van deze verordening uitvoeren. Krachtens het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(11) moet die evaluatie worden uitgevoerd op basis van de vijf criteria doelmatigheid, doeltreffendheid, relevantie, samenhang en meerwaarde en worden effectbeoordelingen van opties voor verdere acties op basis van die evaluatie uitgevoerd. Die evaluatie moet enerzijds rekening houden met de uitvoer naar bestemmingen buiten de Unie en anderzijds met het effect van het in voorraad hebben op een snellere toegang van generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen ▌tot de markten van de Unie, zo snel mogelijk na het vervallen van een certificaat. Deze regelmatige evaluatie moet ook betrekking hebben op de effecten van deze verordening op de vervaardiging van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in de Unie door in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen. In dit verband zou het belangrijk na te gaan of vervaardiging die voorheen buiten de Unie plaatsvond, naar het grondgebied van de Unie zou worden verplaatst. Deze evaluatie moet met name de doelmatigheid van de uitzondering toetsen in het licht van de doelstelling terug te zorgen voor gelijke spelregels voor de vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in de Unie▌. Ook moet daarin het effect van de uitzondering op onderzoek naar en productie van innovatieve geneesmiddelen in de Unie door certificaathouders ▌worden onderzocht en moet er worden gekeken naar het evenwicht tussen de verschillende belangen die er spelen, met name wat betreft de volksgezondheid, de overheidsuitgaven en, in deze context, de toegang tot geneesmiddelen in de Unie. Ook moet worden onderzocht of de vastgestelde periode wat betreft het vervaardigen van generieke en biosimilaire geneesmiddelen met het oog op het in voorraad hebben voldoende is om de doelstelling van "EU day-one entry", met inbegrip van de effecten daarvan op de volksgezondheid, te verwezenlijken.

(29)  Daar de doelstelling van deze verordening namelijk het concurrentievermogen van de Unie bevorderen op een manier waarop gelijke spelregels worden gecreëerd voor vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in verhouding tot hun concurrenten op de markten van derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is, door regels vast te stellen die het mogelijk maken een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, tijdens de duur van het overeenkomstige certificaat te vervaardigen ▌, en ook door aan vervaardigers die van die regels gebruikmaken, bepaalde informatie-, etiketterings-, en zorgvuldigheidsverplichtingen op te leggen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(30)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ("het Handvest") erkende beginselen in acht. Met name beoogt de verordening het waarborgen van de volledige eerbiediging van het recht op eigendom en het recht op gezondheidszorg van de artikelen 17 en 35 van het Handvest. Deze verordening moet de kernrechten van het certificaat in stand ▌houden door de in deze verordening bepaalde uitzondering te beperken tot de vervaardiging van een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, uitsluitend met het oog op uitvoer buiten de Unie of op het in voorraad hebben gedurende een beperkte periode met het oog op toetreding tot de markt van de Unie na het vervallen van de bescherming, en tot de handelingen die strikt noodzakelijk zijn voor die vervaardiging of voor de feitelijke uitvoer of het feitelijk in voorraad hebben. In het licht van die grondrechten en beginselen gaat de in deze verordening bepaalde uitzondering niet verder dan wat nodig en passend is in het licht van de algemene doelstelling van deze verordening, namelijk het bevorderen van het concurrentievermogen van de Unie door delokalisatie te voorkomen en in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in staat te stellen te concurreren, enerzijds op snel groeiende mondiale markten waar geen bescherming bestaat of deze reeds vervallen is, en anderzijds op de markt van de Unie nadat het certificaat vervallen is. Het is inderdaad noodzakelijk van de positieve economische effecten van de uitzondering te profiteren omdat de positie van de Unie als centrum voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen anders aanzienlijk zou kunnen verzwakken. Daarom is het passend die uitzondering in te voeren om de concurrentiepositie van in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen te versterken in derde landen waarvan de markten hoe dan ook openstaan voor concurrentie, terwijl het toepassingsgebied en de duur van de bescherming die het certificaat in de Unie biedt, onaangetast blijven. De gepastheid van de maatregel wordt verder gewaarborgd doordat wordt voorzien in passende waarborgen die het gebruik van de uitzondering regelen. Deze verordening moet de overheidsinstanties voldoende tijd geven om de nodige regelingen voor de ontvangst en publicatie van meldingen te treffen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009

Verordening (EG) nr. 469/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)   aan artikel 1 wordt het volgende punt toegevoegd:"

"f) "vervaardiger": de in de Unie gevestigde persoon namens wie een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, wordt vervaardigd met het oog op uitvoer naar derde landen of met het oog op het in voorraad hebben;";

"

2)  ▌artikel 5 wordt vervangen door:"

"Artikel 5

Gevolgen van het certificaat

1.  Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 4 verleent het certificaat dezelfde rechten als die welke door het basisoctrooi worden verleend en is het onderworpen aan dezelfde beperkingen en verplichtingen.

2.  In afwijking van lid 1 verleent het in lid 1 bedoelde certificaat geen bescherming tegen bepaalde handelingen waarvoor anders de toestemming van de houder van het certificaat ("de certificaathouder") vereist zou zijn, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

   a) de handeling bestaat in het volgende:
   i) de vervaardiging van een product of een geneesmiddel dat dit product bevat, met het oog op uitvoer naar derde landen; of
   ii) een aanverwante handeling die strikt noodzakelijk is voor de onder i) bedoelde vervaardiging, in de Unie, of voor de feitelijke uitvoer; of
   iii) de vervaardiging, niet eerder dan zes maanden vóór het certificaat vervalt, van een product of een geneesmiddel dat dit product bevat, met het oog op het in voorraad hebben ervan in de lidstaat waar het is vervaardigd, om dat product, of geneesmiddel dat dit product bevat, in de lidstaten in de handel te brengen nadat het overeenkomstige certificaat is vervallen; of
   iv) een aanverwante handeling die strikt noodzakelijk is voor de onder iii) bedoelde vervaardiging, in de Unie, of voor het feitelijk in voorraad hebben, mits die aanverwante handeling niet eerder wordt uitgevoerd dan zes maanden vóór het certificaat vervalt;
   b) de vervaardiger meldt de in lid 5 opgesomde informatie op passende en gedocumenteerde wijze aan de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit in de lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden, en verstrekt die informatie op passende en gedocumenteerde wijze aan de certificaathouder, uiterlijk drie maanden voordat de vervaardiging in die lidstaat van start gaat of, indien dit eerder is, uiterlijk drie maanden vóór de eerste aan die vervaardiging voorafgaande aanverwante handeling die anders op grond van de door een certificaat verleende bescherming verboden zou zijn;
   c) als de in lid 5 opgesomde informatie wijzigt, stelt de vervaardiger de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit in kennis en informeert hij de certificaathouder, voordat die wijzigingen effect sorteren;
   d) in het geval van producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, die met het oog op uitvoer naar derde landen zijn vervaardigd, zorgt de vervaardiger ervoor dat er een logo in de in bijlage I vastgestelde vorm wordt aangebracht op de buitenverpakking van het product, of het geneesmiddel dat dit product bevat, bedoeld onder a), punt i), van dit lid, en zo mogelijk op de primaire verpakking;
   e) de vervaardiger voldoet aan lid 9 van dit artikel en, indien van toepassing, aan artikel 12, lid 2.

3.  De in lid 2 bedoelde uitzondering geldt niet voor een handeling of activiteit die wordt verricht om producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, in de Unie in te voeren louter met het doel deze opnieuw te verpakken, opnieuw uit te voeren of op te slaan.

4.  De aan de certificaathouder voor de toepassing van punten b) en c) van lid 2 verstrekte informatie wordt uitsluitend gebruikt om na te gaan of aan de vereisten van deze verordening is voldaan en om, in voorkomend geval, gerechtelijke procedures in te leiden in geval van niet-naleving.

5.  De voor de toepassing van lid 2, onder b), door de vervaardiger te geven informatie is de volgende:

   a) naam en adres van de vervaardiger;
   b) vermelding of de vervaardiging bestemd is voor uitvoer, voor het in voorraad hebben, of voor zowel uitvoer als het in voorraad hebben;
   c) de lidstaat waar de vervaardiging en, indien van toepassing, ook het in voorraad hebben zal plaatsvinden en de lidstaat waar de eerste aan die vervaardiging voorafgaande aanverwante handeling, in voorkomend geval, zal plaatsvinden;
   d) het nummer van het certificaat dat in de lidstaat van vervaardiging is verleend en het nummer van het certificaat dat in de lidstaat van de eerste aan die vervaardiging voorafgaande aanverwante handeling, in voorkomend geval, is verleend; en
   e) voor geneesmiddelen die naar derde landen worden uitgevoerd, het referentienummer van de vergunning voor het in de handel brengen of van het equivalent van een dergelijke vergunning in elk derde land van uitvoer, zodra dit publiek beschikbaar is.

6.  Voor de melding aan de autoriteit op grond van lid 2, onder b) en c), gebruikt de vervaardiger het standaardmeldingsformulier dat is vastgesteld in bijlage -I bis.

7.  Niet-naleving van de vereisten van lid 5, onder e), ten aanzien van een derde land heeft alleen gevolgen voor de uitvoer naar dat land, en bijgevolg komt die uitvoer niet in aanmerking voor de uitzondering.

8.  De vervaardiger zorgt ervoor dat op grond van lid 2, onder a), punt i), vervaardigde geneesmiddelen geen actief uniek identificatiekenmerk in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161* is aangebracht.

9.  De vervaardiger zorgt er met passende en gedocumenteerde middelen voor dat eenieder die een contractuele relatie heeft met de vervaardiger die onder lid 2, onder a), vallende handelingen verricht, er volledig van op de hoogte is gebracht dat en zich ervan bewust is dat:

   a) die handelingen onderworpen zijn aan lid 2;
   b) het in de handel brengen, invoeren of herinvoeren van het in lid 2, onder a), punt i), bedoelde product of geneesmiddel dat dit product bevat, of het in de handel brengen van het in lid 2, onder a), punt iii), bedoelde product of geneesmiddel dat dit product bevat, inbreuk zou kunnen maken op het in lid 2 bedoelde certificaat indien en zolang dat certificaat van toepassing is.

10.  Lid 2 is van toepassing op certificaten die op of na … [de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] worden aangevraagd.

Lid 2 is ook van toepassing op certificaten die vóór … [de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] zijn aangevraagd en die van kracht worden op of na die datum. Lid 2 is pas met ingang van 1 juli 2022 van toepassing op dergelijke certificaten(12).

Lid 2 is niet van toepassing op certificaten die van kracht worden vóór … [de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].

_______________

* Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie van 2 oktober 2015 tot aanvulling van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van gedetailleerde regels voor de veiligheidskenmerken op de verpakking van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 32 van 9.2.2016, blz. 1).";

"

3)  aan artikel 11 wordt het volgende lid toegevoegd:"

"4. De ▌in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit ▌maakt de in artikel 5, lid 5, opgesomde informatie zo spoedig mogelijk bekend, samen met de datum van melding van die informatie. Zij maakt ook zo spoedig mogelijk alle wijzigingen in deze overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder c), gemelde informatie bekend.";

"

4)  artikel 12 wordt vervangen door:"

"Artikel 12

Taksen

1.  De lidstaten kunnen voorschrijven dat voor het certificaat jaarlijks een taks dient te worden betaald.

2.  De lidstaten kunnen voorschrijven dat voor meldingen als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b) en c), een taks dient te worden betaald.";

"

5)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 21 bis

Evaluatie

Uiterlijk vijf jaar na de in artikel 5, lid 10, bedoelde datum, en iedere vijf jaar daaropvolgend, voert de Commissie een evaluatie van artikel 5, leden 2 tot en met 9, en artikel 11, uit om te beoordelen of de doelstellingen van deze bepalingen zijn verwezenlijkt, en legt zij aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag met de belangrijkste bevindingen voor. Naast de beoordeling van de effecten van de uitzondering voor vervaardiging met het oog op uitvoer wordt in het bijzonder rekening gehouden met de gevolgen van vervaardiging voor het in voorraad hebben om dat product, of geneesmiddel dat dit product bevat, in de lidstaten in de handel te brengen nadat het overeenkomstige certificaat is vervallen, voor de toegang tot geneesmiddelen en voor de uitgaven voor de volksgezondheid, en met de vraag of de uitzondering en met name de in artikel 5, lid 2, onder a), punt iii), vastgestelde periode voldoende zijn om de in artikel 5 genoemde doelstellingen, met inbegrip van de volksgezondheid, te verwezenlijken.";

"

6)  bijlagen -I en -I bis, zoals opgenomen in de bijlage bij deze verordening, worden ingevoegd ▌.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te …,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

BIJLAGE

De volgende bijlagen worden ingevoegd:

“BIJLAGE -I

Logo

Dit logo wordt aangebracht in het zwart en in een zodanige grootte dat het voldoende zichtbaar is.

20190417-P8_TA-PROV(2019)0401_NL-p0000002.png

BIJLAGE -I bis

Standaardformulier voor een melding op grond van artikel 5, lid 2, onder b) en c)

Kruis het passende vakje aan

Nieuwe melding

Actualisering van een bestaande melding

(a)   Naam en adres van de vervaardiger

(b)  Doel van de vervaardiging

Uitvoer

 In voorraad hebben

Uitvoer en in voorraad hebben

(c)  Lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden en lidstaat waar de eerste aan de vervaardiging voorafgaande aanverwante handeling (in voorkomend geval) zal plaatsvinden

Lidstaat van vervaardiging

(Lidstaat van eerste aanverwante handeling (in voorkomend geval))

(d)  Nummer van het certificaat dat in de lidstaat van vervaardiging is verleend en nummer van het certificaat dat in de lidstaat van de eerste aan de vervaardiging voorafgaande aanverwante handeling (in voorkomend geval) is verleend

Certificaat van de lidstaat van vervaardiging

(Certificaat van de lidstaat van eerste aanverwante handeling (in voorkomend geval))

(e)  Voor geneesmiddelen die naar derde landen moeten worden uitgevoerd, referentienummer van de vergunning voor het in de handel brengen of van het equivalent van een dergelijke vergunning in elk derde land van uitvoer

".

(1) PB C 440 van 6.12.2018, blz. 100.
(2)1 PB C 440 van 6.12.2018, blz. 100.
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 17 april 2019.
(4)Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 1).
(5)Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 1). Richtlijn 2001/82/EG wordt ingetrokken en vervangen met ingang van 28 januari 2022 door Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43).
(6)Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67).
(7) Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45).
(8)Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1383 van de Raad (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).
(9) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie van 2 oktober 2015 tot aanvulling van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van gedetailleerde regels voor de veiligheidskenmerken op de verpakking van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 32 van 9.2.2016, blz. 1).
(10)+ PB : datum te vervangen door de datum die overeenstemt met drie jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening.
(11)PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(12)+ PB : datum te vervangen door de datum die overeenkomt met drie jaar na de inwerkingtreding van deze wijzingingsverorderning.


Ruimtevaartprogramma van de Unie en het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma ***I
PDF 511kWORD 201k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het ruimtevaartprogramma van de Unie en het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 912/2010, (EU) nr. 1285/2013 en (EU) nr. 377/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU (COM(2018)0447 – C8-0258/2018 – 2018/0236(COD))
P8_TA(2019)0402A8-0405/2018

Deze tekst wordt nog verwerkt voor publicatie in uw taal. U kunt alvast de pdf- of Word-versie bekijken door op het icoontje rechtsboven te klikken.


Programma Digitaal Europa voor de periode 2021-2027 ***I
PDF 316kWORD 112k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Digitaal Europa voor de periode 2021-2027 (COM(2018)0434 – C8-0256/2018 – 2018/0227(COD))
P8_TA(2019)0403A8-0408/2018

Deze tekst wordt nog verwerkt voor publicatie in uw taal. U kunt alvast de pdf- of Word-versie bekijken door op het icoontje rechtsboven te klikken.


Fiscalis-programma voor samenwerking op het gebied van belastingen ***I
PDF 213kWORD 63k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Fiscalis-programma voor samenwerking op het gebied van belastingen (COM(2018)0443 – C8-0260/2018 – 2018/0233(COD))
P8_TA(2019)0404A8-0421/2018

Deze tekst wordt nog verwerkt voor publicatie in uw taal. U kunt alvast de pdf- of Word-versie bekijken door op het icoontje rechtsboven te klikken.


Programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) ***I
PDF 314kWORD 127k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1293/2013 (COM(2018)0385 – C8-0249/2018 – 2018/0209(COD))
P8_TA(2019)0405A8-0397/2018

Deze tekst wordt nog verwerkt voor publicatie in uw taal. U kunt alvast de pdf- of Word-versie bekijken door op het icoontje rechtsboven te klikken.


Programma Justitie ***I
PDF 246kWORD 77k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Justitie (COM(2018)0384 – C8-0235/2018 – 2018/0208(COD))
P8_TA(2019)0406A8-0068/2019

Deze tekst wordt nog verwerkt voor publicatie in uw taal. U kunt alvast de pdf- of Word-versie bekijken door op het icoontje rechtsboven te klikken.


Programma Rechten en waarden ***I
PDF 253kWORD 84k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden (COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD))
P8_TA(2019)0407A8-0468/2018

Deze tekst wordt nog verwerkt voor publicatie in uw taal. U kunt alvast de pdf- of Word-versie bekijken door op het icoontje rechtsboven te klikken.


Aantal interparlementaire delegaties, delegaties in gemengde interparlementaire commissies en delegaties in parlementaire samenwerkingscommissies en multilaterale parlementaire vergaderingen
PDF 133kWORD 50k
Besluit van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het aantal interparlementaire delegaties, delegaties in gemengde parlementaire commissies en delegaties in parlementaire samenwerkingscommissies en multilaterale parlementaire vergaderingen (2019/2698(RSO))
P8_TA-PROV(2019)0408B8-0240/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Conferentie van voorzitters,

–  gezien de associatie- en samenwerkingsovereenkomsten en de andere overeenkomsten die de Europese Unie met derde landen heeft gesloten,

–  gezien de artikelen 212 en 214 van zijn Reglement,

A.  erop bedacht om via een permanente interparlementaire dialoog de parlementaire democratie te versterken;

1.  besluit het aantal interparlementaire delegaties en hun regionale groeperingen als volgt vast te stellen:

   (a) Europa, Westelijke Balkan en Turkije

Delegaties in de:

   Gemengde Parlementaire Commissie EU-Noord-Macedonië
   Gemengde Parlementaire Commissie EU-Turkije

Delegatie voor samenwerking met het Noorden en voor de betrekkingen met Zwitserland en Noorwegen, in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-IJsland en in de Gemengde Parlementaire Commissie van de Europese Economische Ruimte (EER)

Delegatie in het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité (SAPC) EU-Servië

Delegatie in het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité EU-Albanië

Delegatie in het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité EU-Montenegro

Delegatie voor de betrekkingen met Bosnië en Herzegovina en Kosovo

   (b) Rusland en de landen van het Oostelijk Partnerschap

Delegatie in de Parlementaire Samenwerkingscommissie EU-Rusland

Delegatie in het Parlementair Associatiecomité EU-Oekraïne

Delegatie in het Parlementair Associatiecomité EU-Moldavië

Delegatie voor de betrekkingen met Belarus

Delegatie in het Parlementair Partnerschapscomité EU-Armenië, de Parlementaire Samenwerkingscommissie EU-Azerbeidzjan en het Parlementair Associatiecomité EU‑Georgië

   (c) Maghreb, Masjrak, Israël en Palestina

Delegaties voor de betrekkingen met:

   Israël
   Palestina
   de Maghreblanden en de Unie van de Arabische Maghreb, met inbegrip van de gemengde parlementaire commissies EU-Marokko, EU-Tunesië en EU-Algerije
   de Masjraklanden
   (d) Arabisch schiereiland, Irak en Iran

Delegaties voor de betrekkingen met:

   het Arabisch schiereiland
   Irak
   Iran
   (e) Noord-, Zuid- en Midden-Amerika

Delegaties voor de betrekkingen met:

   Verenigde Staten
   Canada
   de Federale Republiek Brazilië
   de landen in Midden-Amerika
   de landen van de Andes-Gemeenschap
   Mercosur

Delegatie in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Mexico

Delegatie in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Chili

Delegatie in de parlementaire commissie Cariforum-EU

   (f) Azië/Stille Oceaan

Delegaties voor de betrekkingen met:

   Japan
   de Volksrepubliek China
   India
   Afghanistan
   de Zuid-Aziatische landen
   de Zuidoost-Aziatische landen en de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN)
   het Koreaanse schiereiland
   Australië en Nieuw-Zeeland

Delegatie in de parlementaire samenwerkingscommissies EU-Kazachstan, EU‑Kirgizstan, EU-Oezbekistan en EU-Tadzjikistan, en voor de betrekkingen met Turkmenistan en Mongolië

   (g) Afrika

Delegaties voor de betrekkingen met:

   Zuid-Afrika
   het Pan-Afrikaanse Parlement
   (h) Multilaterale vergaderingen

Delegatie in de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU

Delegatie in de Parlementaire Vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied

Delegatie in de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering

Delegatie in de Parlementaire Vergadering Euronest

Delegatie voor de betrekkingen met de Parlementaire Vergadering van de NAVO;

2.  besluit dat de op basis van economische partnerschapsovereenkomsten opgerichte parlementaire commissies uitsluitend samengesteld zullen zijn uit leden van de Commissie internationale handel en de Commissie ontwikkelingssamenwerking met waarborgen betreffende de leidende rol van de Commissie internationale handel als bevoegde commissie en dat zij hun werkzaamheden actief moeten coördineren met de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU;

3.  besluit dat de Parlementaire Vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de Parlementaire Vergadering Euronest uitsluitend samengesteld zullen zijn uit leden van de bilaterale of subregionale delegaties van elke Vergadering;

4.  besluit dat de Delegatie voor de betrekkingen met de Parlementaire Vergadering van de NAVO uitsluitend samengesteld zal zijn uit leden van de Subcommissie veiligheid en defensie;

5.  besluit dat de Conferentie van delegatievoorzitters na overleg met de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Commissie internationale handel een ontwerp van een halfjaarlijkse activiteitenkalender moet opstellen. Deze kalender moet afgestemd zijn op het halfjaarlijkse vergaderrooster voor commissiedelegaties van de Conferentie van commissievoorzitters, en op het jaarlijkse werkprogramma van de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen, om een consistente aanpak te verzekeren. Dit gezamenlijke ontwerp van een halfjaarlijkse activiteitenkalender moet dan ter goedkeuring bij de Conferentie van voorzitters worden ingediend. De Conferentie van voorzitters kan de voorgestelde ontwerpkalender wijzigen om te reageren op politieke gebeurtenissen en om de samenhang tussen alle externe activiteiten van het Parlement te waarborgen;

6.  herinnert eraan dat uitsluitend officiële delegaties die door de Conferentie van voorzitters zijn gemachtigd, namens het Europees Parlement activiteiten mogen verrichten en het officiële standpunt van het Parlement mogen vertegenwoordigen;

7.  besluit dat de fracties en de niet-ingeschreven leden voor elk soort delegatie een aantal vaste plaatsvervangers zullen aanwijzen dat niet groter mag zijn dan het aantal vaste leden die de fracties en de niet-ingeschreven leden vertegenwoordigen;

8.  besluit dat gewone leden van permanente interparlementaire delegaties gerechtigd zijn deel te nemen aan interparlementaire bijeenkomsten buiten de vergaderplaatsen van het Parlement. Indien een gewoon lid niet aan een bezoek kan deelnemen, kan het lid door een van de vaste plaatsvervangende leden worden vervangen of, indien het plaatsvervangende lid niet beschikbaar is, door een lid van de interparlementaire bijeenkomst waartoe deze delegatie behoort, aangewezen door de fractie waarbij hij/zij is aangesloten. Indien er geen lid beschikbaar is van de interparlementaire bijeenkomst waartoe deze delegatie behoort, kunnen leden van de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Commissie internationale handel gemachtigd worden om deel te nemen;

9.  is van oordeel dat vóór interparlementaire vergaderingen met tegenhangers (SAPC, GPC, PAC, PSC, IPM enz.) en vóór delegatiereizen nauw overleg moet plaatsvinden met de relevante commissie(s) over mogelijke politieke onderwerpen of kwesties in verband met toetsing van de wetgeving die de door de delegatie behandeld moeten worden in bijeenkomsten met de tegenhangers van de betreffende landen;

10.  zal inspanningen leveren opdat in de praktijk ook een of meerdere commissierapporteurs of -voorzitters deel kunnen nemen aan de werkzaamheden van delegaties, gezamenlijk interparlementaire commissies, parlementaire samenwerkingscommissies en multilaterale parlementaire vergaderingen; besluit dat de Voorzitter, op gezamenlijk verzoek van de betreffende delegatie- en commissievoorzitters, toestemming verleent voor dergelijke dienstreizen;

11.  besluit dat dit besluit in werking zal treden tijdens de eerste vergaderperiode van de negende zittingsperiode;

12.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


Aanpassing van een aantal rechtshandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 VWEU - deel II ***I
PDF 667kWORD 167k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot aanpassing van een aantal rechtshandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (COM(2016)0799 – C8-0148/2019 – 2016/0400B(COD))
P8_TA-PROV(2019)0409A8-0190/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0799),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 33, artikel 43, lid 2, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 64, lid 2, artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 114, artikel 153, lid 2, onder b), artikel 168, lid 4, onder a), artikel 168, lid 4, onder b), artikel 172, artikel 192, lid 1, artikel 207, artikel 214, lid 3, en artikel 338, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0148/2019),

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–  gezien artikel 294, lid 3, artikel 43, lid 2, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 114, artikel 153, lid 2, onder b), artikel 168, lid 4, onder a), artikel 168, lid 4, onder b), artikel 192, lid 1, en artikel 338, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 1 juni 2017(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 1 december 2017(2),

–  gezien de brieven van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming,

–  gezien het besluit van de Conferentie van voorzitters van 7 maart 2019 om de Commissie juridische zaken toestemming te verlenen om het voornoemde Commissievoorstel te splitsen en op basis daarvan twee afzonderlijke wetgevingsverslagen op te stellen,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0020/2018),

–  gezien de artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen en het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie vervoer en toerisme en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8-0190/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Visum 2
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 33, artikel 43, lid 2, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 64, lid 2, artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 114, artikel 153, lid 2, onder b), artikel 168, lid 4, onder a), artikel 168, lid 4, onder b), artikel 172, artikel 192, lid 1, artikel 207, artikel 214, lid 3, en artikel 338, lid 1,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 114, artikel 153, lid 2, onder b), artikel 168, lid 4, onder a), artikel 168, lid 4, onder b), artikel 192, lid 1, en artikel 338, lid 1,
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
(1)  Het Verdrag van Lissabon maakt een onderscheid tussen aan de Commissie overgedragen bevoegdheden om niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van een wetgevingshandeling (gedelegeerde handelingen), en aan de Commissie overgedragen bevoegdheden om handelingen vast te stellen teneinde eenvormige voorwaarden ter uitvoering van juridisch bindende handelingen van de Unie te waarborgen (uitvoeringshandelingen).
(1)  Bij het Verdrag van Lissabon werd het rechtskader voor de bevoegdheden die door de wetgever aan de Commissie kunnen worden toegekend ingrijpend gewijzigd en werd een duidelijk onderscheid ingevoerd tussen aan de Commissie overgedragen bevoegdheden om niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van een wetgevingshandeling (gedelegeerde handelingen), en aan de Commissie overgedragen bevoegdheden om handelingen vast te stellen teneinde eenvormige voorwaarden ter uitvoering van juridisch bindende handelingen van de Unie te waarborgen (uitvoeringshandelingen).
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)   Het bundelen en presenteren van bevoegdheden die geen nauwe onderlinge samenhang vertonen in één enkele gedelegeerde handeling van de Commissie belemmert de uitoefening door het Parlement van zijn recht van toetsing, daar het Parlement hierdoor gedwongen wordt de volledige gedelegeerde handeling ofwel simpelweg te aanvaarden ofwel te verwerpen, en geen mogelijkheid heeft om ten aanzien van elke afzonderlijke bevoegdheid een standpunt te bepalen.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 1 – alinea 2 – punt 1
Richtlijn 2009/31/EG
Artikel 29 – alinea 1
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 29 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de bijlagen.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 29 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de bijlagen bij deze richtlijn om deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 1 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 2009/31/EG
Artikel 29 bis – lid 2
2.  De in artikel 29 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 29 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 1 – alinea 2 – punt 3
Richtlijn 2009/31/EG
Artikel 30
(3)   Artikel 30 wordt geschrapt.
(3)  Artikel 30 wordt vervangen door:
"Artikel 30
Comitéprocedure
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 26 van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad* ingestelde Comité klimaatverandering. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad**.
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing."
___________________
* Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de Unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 13).
** Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 2
[...]
Schrappen
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 1
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 7 – lid 2 – alinea 2
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de vorm en de inhoud van het te gebruiken etiket."
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften voor de vorm en de inhoud van het te gebruiken etiket vast te stellen."
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 2 - letter a
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 8 – lid 3 – alinea 2
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de vorm en de inhoud van het te gebruiken etiket."
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften voor de vorm en de inhoud van het te gebruiken etiket vast te stellen."
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 3 - letter a
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 10 – lid 3 – alinea 2
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de vorm en de inhoud van het te gebruiken etiket.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften met betrekking tot de vorm en de inhoud van het te gebruiken etiket vast te stellen.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 3 - letter b
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 10 – lid 6 – alinea 3
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot een mechanisme voor het toewijzen van quota aan producenten en importeurs.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften voor een mechanisme voor het toewijzen van quota aan producenten en importeurs vast te stellen.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 6
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 19 – alinea 1
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot aanvullende maatregelen voor de controle van gereguleerde stoffen of nieuwe stoffen, alsook producten en apparaten die gereguleerde stoffen bevatten of nodig hebben, die in het douanegebied van de Unie onder tijdelijke opslag, onder douane-entrepot of in een vrije zone worden geplaatst of worden doorgevoerd en vervolgens worden wederuitgevoerd; zij baseert zich daarbij op een inschatting van het mogelijke risico van illegale handel in samenhang met die goederenbewegingen, rekening houdend met de milieuvoordelen en de sociaaleconomische gevolgen van dergelijke maatregelen."
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot aanvullende maatregelen voor de controle van gereguleerde stoffen of nieuwe stoffen, alsook producten en apparaten die gereguleerde stoffen bevatten of nodig hebben, die in het douanegebied van de Unie onder tijdelijke opslag, onder douane-entrepot of in een vrije zone worden geplaatst of worden doorgevoerd en vervolgens worden wederuitgevoerd; zij baseert zich daarbij op een inschatting van het mogelijke risico van illegale handel in samenhang met die goederenbewegingen, rekening houdend met de milieuvoordelen en de sociaaleconomische gevolgen van dergelijke maatregelen."
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 20 – lid 2
"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorschriften voor het in de Unie in het vrije verkeer brengen van producten en apparaten die uit een staat die geen partij is bij het protocol zijn ingevoerd en die met gereguleerde stoffen zijn vervaardigd doch geen stoffen bevatten welke met zekerheid als gereguleerde stoffen kunnen worden geïdentificeerd, mits deze voorschriften in overeenstemming zijn met besluiten van de partijen. De identificatie van dergelijke producten en apparaten geschiedt in overeenstemming met periodieke technische aanwijzingen aan de partijen."
"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de voorschriften vast te stellen voor het in de Unie in het vrije verkeer brengen van producten en apparaten die uit een staat die geen partij is bij het protocol zijn ingevoerd en die met gereguleerde stoffen zijn vervaardigd doch geen stoffen bevatten welke met zekerheid als gereguleerde stoffen kunnen worden geïdentificeerd, mits deze voorschriften in overeenstemming zijn met besluiten van de partijen. De identificatie van dergelijke producten en apparaten geschiedt in overeenstemming met periodieke technische aanwijzingen aan de partijen."
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 8 - letter b
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 22 – lid 4 – alinea 2
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot een lijst van producten en apparaten waarvoor het technisch en economisch haalbaar wordt geacht gereguleerde stoffen terug te winnen, dan wel deze producten en apparaten zonder voorafgaande terugwinning van gereguleerde stoffen te vernietigen, in voorkomend geval met opgave van de toe te passen technologieën, mits deze lijst in overeenstemming is met besluiten van de partijen.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot een lijst van producten en apparaten waarvoor het technisch en economisch haalbaar wordt geacht gereguleerde stoffen terug te winnen, dan wel deze producten en apparaten zonder voorafgaande terugwinning van gereguleerde stoffen te vernietigen, in voorkomend geval met opgave van de toe te passen technologieën, mits deze lijst in overeenstemming is met besluiten van de partijen.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 8 - letter c
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 22 – lid 5 – alinea's 2 en 3
"De Commissie beoordeelt de door de lidstaten getroffen maatregelen en is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot die minimumkwalificatie-eisen, in het licht van die beoordeling en van technische en andere van belang zijnde gegevens."
"De Commissie beoordeelt de door de lidstaten getroffen maatregelen en is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot die minimumkwalificatie-eisen, in het licht van die beoordeling en van technische en andere van belang zijnde gegevens."
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 9 - letter a - punt i
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 23 – lid 4 – alinea 1
"De lidstaten stellen de minimumeisen vast voor de kwalificatie van het personeel dat de in lid 2 bedoelde werkzaamheden uitvoert. In het licht van een beoordeling van deze door de lidstaten genomen maatregelen en van technische en andere van belang zijnde gegevens is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de harmonisatie van die minimumkwalificatie-eisen."
"De lidstaten stellen de minimumeisen vast voor de kwalificatie van het personeel dat de in lid 2 bedoelde werkzaamheden uitvoert. In het licht van een beoordeling van deze door de lidstaten genomen maatregelen en van technische en andere van belang zijnde gegevens is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften met betrekking tot de harmonisatie van die minimumkwalificatie-eisen vast te stellen."
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 9 - letter b
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 23 – lid 7
"7. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot een lijst van technologieën of praktijken die de ondernemingen dienen te gebruiken om lekkage en emissies van gereguleerde stoffen te voorkomen of tot een minimum te beperken."
"7. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door een lijst vast te stellen van technologieën of praktijken die de ondernemingen dienen te gebruiken om lekkage en emissies van gereguleerde stoffen te voorkomen of tot een minimum te beperken."
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 11
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 24 bis – lid 2
2.  De in artikel 7, lid 2, artikel 8, leden 3 en 5, artikel 10, leden 3 en 6, artikel 13, lid 2, artikel 18, lid 9, artikel 19, artikel 20, lid 2, artikel 22, leden 3, 4 en 5, artikel 23, leden 4 en 7, artikel 24, leden 2 en 3, artikel 26, lid 3, en artikel 27, lid 10, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 7, lid 2, artikel 8, leden 3 en 5, artikel 10, leden 3 en 6, artikel 13, lid 2, artikel 18, lid 9, artikel 19, artikel 20, lid 2, artikel 22, leden 3, 4 en 5, artikel 23, leden 4 en 7, artikel 24, leden 2 en 3, artikel 26, lid 3, en artikel 27, lid 10, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel I – punt 3 – alinea 3 – punt 14
Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 27 – lid 10
"10. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in de leden 1 tot en met 7 van dit artikel bedoelde rapportagevoorschriften, om te voldoen aan de in het kader van het protocol aangegane verbintenissen of om de toepassing daarvan te vergemakkelijken."
"10. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de in de leden 1 tot en met 7 van dit artikel bedoelde rapportagevoorschriften te wijzigen, om te voldoen aan de in het kader van het protocol aangegane verbintenissen of om de toepassing daarvan te vergemakkelijken."
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel II – punt 4 – alinea 2 – punt 1
Richtlijn 2002/58/EG
Artikel 4 – lid 5
"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de omstandigheden, het formaat en de procedures voor de vereiste informatieverstrekking en kennisgeving als bedoeld in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel, na raadpleging van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA), de groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens, ingesteld bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG, en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming."
"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen met betrekking tot de omstandigheden, het formaat en de procedures voor de vereiste informatieverstrekking en kennisgeving als bedoeld in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel, na raadpleging van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA), de groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens, ingesteld bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG, en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming."
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel II – punt 4 – alinea 2 – punt 3
Richtlijn 2002/58/EG
Artikel 14 ter – lid 2
2.  De in artikel 4, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 4, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel IV – punt 8 – alinea 2 – punt 3
Richtlijn 89/391/EEG
Artikel 17 ter – lid 2
2.  De in artikel 16 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 16 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel IV – punt 16 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 92/91/EEG
Artikel 11 bis – lid 2
2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel IV – punt 17 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 92/104/EEG
Artikel 11 bis – lid 2
2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel IV – punt 18 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 93/103/EG
Artikel 12 bis – lid 2
2.  De in artikel 12 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 12 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel IV – punt 21 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 1999/92/EG
Artikel 10 bis – lid 2
2.  De in artikel 10 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 10 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel IV – punt 22 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 2000/54/EG
Artikel 19 bis – lid 2
2.  De in artikel 19 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 19 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel IV – punt 27 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 2009/104/EG
Artikel 11 bis – lid 2
2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 29 – alinea 2 – punt 1
Richtlijn 2009/73/EG
Artikel 6 – lid 4
"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van richtsnoeren voor regionale samenwerking in een geest van solidariteit."
"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen voor regionale samenwerking in een geest van solidariteit."
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 29 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 2009/73/EG
Artikel 11 – lid 10
"10. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van richtsnoeren met een nadere beschrijving van de procedure voor de toepassing van dit artikel."
"10. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen met een nadere beschrijving van de procedure voor de toepassing van dit artikel."
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 29 – alinea 2 – punt 3
Richtlijn 2009/73/EG
Artikel 15 – lid 3
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van richtsnoeren om ervoor te zorgen dat de eigenaar van een transmissiesysteem en de opslagsysteembeheerder lid 2 van dit artikel volledig en daadwerkelijk naleven."
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen om ervoor te zorgen dat de eigenaar van een transmissiesysteem en de opslagsysteembeheerder lid 2 van dit artikel volledig en daadwerkelijk naleven."
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 29 – alinea 2 – punt 4
Richtlijn 2009/73/EG
Artikel 36 – lid 10
"10. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van richtsnoeren voor de toepassing van de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorwaarden en ter omschrijving van de procedure die moet worden gevolgd voor de toepassing van de leden 3, 6, 8 en 9 van dit artikel."
"10. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen voor de toepassing van de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorwaarden en ter omschrijving van de procedure die moet worden gevolgd voor de toepassing van de leden 3, 6, 8 en 9 van dit artikel."
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 29 – alinea 2 – punt 5
Richtlijn 2009/73/EG
Artikel 42 – lid 5
"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van richtsnoeren betreffende de omvang van de taken van de regulerende instanties wat hun onderlinge samenwerking en de samenwerking met het Agentschap betreft."
"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen betreffende de omvang van de taken van de regulerende instanties wat hun onderlinge samenwerking en de samenwerking met het Agentschap betreft."
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 29 – alinea 2 – punt 6
Richtlijn 2009/73/EG
Artikel 43 – lid 9
"9. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van richtsnoeren met een nadere omschrijving van de procedure die door de regulerende instanties, het Agentschap en de Commissie moet worden gevolgd met betrekking tot de overeenstemming van de besluiten van de regulerende instanties met de in dit artikel bedoelde richtsnoeren."
"9. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen met een nadere omschrijving van de procedure die door de regulerende instanties, het Agentschap en de Commissie moet worden gevolgd met betrekking tot de overeenstemming van de besluiten van de regulerende instanties met de in dit artikel bedoelde richtsnoeren."
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 29 – alinea 2 – punt 7
Richtlijn 2009/73/EG
Artikel 44 – lid 4
"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van richtsnoeren waarin de methoden en regelingen voor het bijhouden van gegevens en de vorm en inhoud van bedoelde verslagen worden omschreven."
"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen waarin de methoden en regelingen voor het bijhouden van gegevens en de vorm en inhoud van bedoelde verslagen worden omschreven."
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 29 – alinea 2 – punt 8
Richtlijn 2009/73/EG
Artikel 50 bis – lid 2
2.  De in artikel 6, lid 4, artikel 11, lid 10, artikel 15, lid 3, artikel 36, lid 10, artikel 42, lid 5, artikel 43, lid 9, en artikel 44, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 6, lid 4, artikel 11, lid 10, artikel 15, lid 3, artikel 36, lid 10, artikel 42, lid 5, artikel 43, lid 9, en artikel 44, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 30 – alinea 2 – punt 1
Verordening (EG) nr. 715/2009
Artikel 3 – lid 5
"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van richtsnoeren met een nadere beschrijving van de procedure voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel."
"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen met een nadere beschrijving van de procedure voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel."
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 30 – alinea 2 – punt 2
Verordening (EG) nr. 715/2009
Artikel 6 – lid 11 – alinea 2
"Als de Commissie op eigen initiatief voorstelt een netcode goed te keuren, raadpleegt de Commissie gedurende een termijn van ten minste twee maanden het Agentschap, het ENTSB voor gas en alle betrokken belanghebbende partijen over de ontwerpnetcode. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van dergelijke netcodes."
"Als de Commissie op eigen initiatief voorstelt een netcode goed te keuren, raadpleegt de Commissie gedurende een termijn van ten minste twee maanden het Agentschap, het ENTSB voor gas en alle betrokken belanghebbende partijen over de ontwerpnetcode. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door dergelijke netcodes aan te nemen."
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 30 – alinea 2 – punt 4
Verordening (EG) nr. 715/2009
Artikel 12 – lid 3
"3. Met het oog op de verwezenlijking van de in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgestelde doelen is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om, rekening houdend met de bestaande regionale samenwerkingsstructuren, het geografische gebied af te bakenen dat door elke regionale samenwerkingsstructuur wordt bestreken. Daartoe raadpleegt de Commissie het Agentschap en het ENTSB voor gas.
"3. Met het oog op de verwezenlijking van de in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgestelde doelen is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door, rekening houdend met de bestaande regionale samenwerkingsstructuren, het geografische gebied af te bakenen dat door elke regionale samenwerkingsstructuur wordt bestreken. Daartoe raadpleegt de Commissie het Agentschap en het ENTSB voor gas.
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 30 – alinea 2 – punt 5
Verordening (EG) nr. 715/2009
Artikel 23 – lid 2 – alinea 2
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om richtsnoeren betreffende de in lid 1 van dit artikel genoemde onderwerpen aan te nemen en om de in de punten a), b) en c) daarvan bedoelde richtsnoeren te wijzigen."
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door richtsnoeren betreffende de in lid 1 van dit artikel genoemde onderwerpen vast te stellen en teneinde de in de punten a), b) en c) daarvan bedoelde richtsnoeren te wijzigen."
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel V – punt 30 – alinea 2 – punt 6
Verordening (EG) nr. 715/2009
Artikel 27 bis – lid 2
2.  De in artikel 3, lid 5, artikel 6, lid 11, artikel 7, lid 3, artikel 12, lid 3, en artikel 23, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 3, lid 5, artikel 6, lid 11, artikel 7, lid 3, artikel 12, lid 3, en artikel 23, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 32 – alinea 2 – punt 6
Richtlijn 91/271/EEG
Artikel 17 bis – lid 2
2.  De in artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 3, artikel 11, lid 2, en artikel 12, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 3, artikel 11, lid 2, en artikel 12, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 33 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 91/676/EEG
Artikel 8 bis – lid 2
2.  De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 35 – alinea 2 – punt 1
Richtlijn 96/59/EG
Artikel 10 – lid 2 – inleidende formule
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen:
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen voor de volgende doelen:
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 35 – alinea 2 – punt 3
Richtlijn 96/59/EG
Artikel 10 ter – lid 2
2.  De in artikel 10, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 10, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 36 – alinea 4 – punt 2
Richtlijn 98/83/EG
Artikel 11 bis – lid 2
2.  De in artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 37 – alinea 3 – punt 2
Richtlijn 2000/53/EG
Artikel 5 – lid 5 – alinea 2
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot minimumeisen voor het certificaat van vernietiging.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door minimumeisen vast te stellen voor het certificaat van vernietiging.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 37 – alinea 3 – punt 4
Richtlijn 2000/53/EG
Artikel 7 – lid 2 – alinea 3
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de gedetailleerde voorschriften om na te gaan of de lidstaten voldoen aan de in de eerste alinea vastgestelde streefcijfers. Bij het voorbereiden van dergelijke voorschriften houdt de Commissie rekening met alle relevante factoren, onder meer de beschikbaarheid van gegevens en de kwestie van de in- en uitvoer van autowrakken."
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door de gedetailleerde voorschriften vast te stellen om na te gaan of de lidstaten voldoen aan de in de eerste alinea vastgestelde streefcijfers. Bij het voorbereiden van dergelijke voorschriften houdt de Commissie rekening met alle relevante factoren, onder meer de beschikbaarheid van gegevens en de kwestie van de in- en uitvoer van autowrakken."
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 37 – alinea 3 – punt 5
Richtlijn 2000/53/EG
Artikel 8 – lid 2
"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de in lid 1 bedoelde normen. Bij het voorbereiden van dergelijke normen houdt de Commissie rekening met het werk dat op dit gebied wordt verricht in de bevoegde internationale fora en draagt zij daaraan op passende wijze bij."
"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door de in lid 1 bedoelde normen vast te stellen. Bij het voorbereiden van dergelijke normen houdt de Commissie rekening met het werk dat op dit gebied wordt verricht in de bevoegde internationale fora en draagt zij daaraan op passende wijze bij."
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 37 – alinea 3 – punt 6
Richtlijn 2000/53/EG
Artikel 9 bis – lid 2
2.  De in artikel 4, lid 2, onder b), artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 6, artikel 7, lid 2, en artikel 8, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 4, lid 2, onder b), artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 6, artikel 7, lid 2, en artikel 8, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 38 – alinea 3 – punt 1
Richtlijn 2000/60/EG
Artikel 8 – lid 3
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van technische specificaties en gestandaardiseerde methoden voor analyse en monitoring van de watertoestand."
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door technische specificaties en gestandaardiseerde methoden vast te stellen voor analyse en monitoring van de watertoestand."
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 38 – alinea 3 – punt 3
Richtlijn 2000/60/EG
Artikel 20 bis – lid 2
2.  De in artikel 8, lid 3, artikel 20, lid 1, eerste alinea, en bijlage V, punt 1.4.1, x), bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 8, lid 3, artikel 20, lid 1, eerste alinea, en bijlage V, punt 1.4.1, x), bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ...[datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 38 – alinea 3 – punt 5
Richtlijn 2000/60/EG
Bijlage V – punt 1.4.1 – punt ix
"ix) De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van de resultaten van de intercalibratie en de waarden van het monitoringssysteem van elke lidstaat overeenkomstig de punten i) tot en met viii). Deze worden bekendgemaakt binnen zes maanden na de voltooiing van de intercalibratie."
"ix) De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door de resultaten vast te stellen van de intercalibratie en door de waarden te bepalen van de klassen van het monitoringssysteem van de lidstaten overeenkomstig de punten i) tot en met viii). Deze worden bekendgemaakt binnen zes maanden na de voltooiing van de intercalibratie."
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 41 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 2004/107/EG
Artikel 5 bis – lid 2
2.  De in artikel 4, lid 15, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 4, lid 15, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 42 – alinea 3 – punt 1
Richtlijn 2006/7/EG
Artikel 15 – lid 2 – letter a
a)  de EN/ISO-norm inzake de gelijkwaardigheid van microbiologische methoden voor de toepassing van artikel 3, lid 9, te specificeren;
a)  deze richtlijn aan te vullen door de EN/ISO-norm inzake de gelijkwaardigheid van microbiologische methoden voor de toepassing van artikel 3, lid 9, te specificeren;
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 42 – alinea 3 – punt 1
Richtlijn 2006/7/EG
Artikel 15 – lid 2 – letter b
b)  waar nodig in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang, bijlage I te wijzigen met betrekking tot de analysemethoden voor de in die bijlage genoemde parameters;
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 42 – alinea 3 – punt 1
Richtlijn 2006/7/EG
Artikel 15 – lid 2 – letter c
c)  waar nodig in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang, bijlage V te wijzigen.".
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 42 – alinea 3 – punt 2
Richtlijn 2006/7/EG
Artikel 15 bis – lid 2
2.  De in artikel 15, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 15, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 43 – alinea 3 – punt 1
Richtlijn 2006/21/EG
Artikel 22 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 22 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen die nodig zijn met het oog op:
"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 22 bis gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze richtlijn vast te stellen die nodig zijn met het oog op:
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 43 – alinea 3 – punt 1
Richtlijn 2006/21/EG
Artikel 22 – lid 2 – alinea 1 – letter a
a)  de uitwerking van de technische voorschriften voor de toepassing van artikel 13, lid 6, met inbegrip van technische voorschriften inzake de definitie van in zwak zuur scheidbaar cyanide en de meetmethode hiervoor;
a)  het uitwerken van de technische voorschriften voor de toepassing van artikel 13, lid 6, met inbegrip van technische voorschriften inzake de definitie van in zwak zuur scheidbaar cyanide en de meetmethode hiervoor;
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 43 – alinea 3 – punt 1
Richtlijn 2006/21/EG
Artikel 22 – lid 2 – alinea 1 – letter b
b)  de aanvulling van de technische voorschriften voor de afvalkarakterisering in bijlage II;
b)  het aanvullen van de technische voorschriften voor de afvalkarakterisering in bijlage II;
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 43 – alinea 3 – punt 1
Richtlijn 2006/21/EG
Artikel 22 – lid 2 – alinea 1 – letter c
c)  de interpretatie van de definitie in artikel 3, punt 3;
c)  het verstrekken van een interpretatie van de definitie in artikel 3, punt 3;
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 43 – alinea 3 – punt 1
Richtlijn 2006/21/EG
Artikel 22 – lid 2 – alinea 1 – letter d
d)  het bepalen van de criteria voor de classificatie van afvalvoorzieningen overeenkomstig bijlage III;
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 43 – alinea 3 – punt 1
Richtlijn 2006/21/EG
Artikel 22 – lid 2 – alinea 1 – letter e
e)  de vastlegging van geharmoniseerde normen voor de benodigde steekproef- en analysemethoden voor de technische uitvoering van deze richtlijn.
e)  het vastleggen van geharmoniseerde normen voor de benodigde steekproef- en analysemethoden voor de technische uitvoering van deze richtlijn.
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 43 – alinea 3 – punt 2
Richtlijn 2006/21/EG
Artikel 22 bis – lid 2
2.  De in artikel 22, leden 2 en 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 22, leden 2 en 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 44 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 2006/118/EG
Artikel 8 bis – lid 2
2.  De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 46 – alinea 3 – punt 2
Richtlijn 2007/2/EG
Artikel 7 – lid 1 – zinnen 1 en 2
"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om technische voorschriften aan te nemen voor de interoperabiliteit en, waar uitvoerbaar, de harmonisatie van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens. Bij het opstellen van die voorschriften wordt rekening gehouden met gebruikerseisen, bestaande initiatieven en internationale normen om verzamelingen ruimtelijke gegevens te harmoniseren, alsmede met de haalbaarheid en het kosten-batenaspect.
"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door technische voorschriften vast te stellen voor de interoperabiliteit en, waar uitvoerbaar, de harmonisatie van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens. Bij het opstellen van die voorschriften wordt rekening gehouden met gebruikerseisen, bestaande initiatieven en internationale normen om verzamelingen ruimtelijke gegevens te harmoniseren, alsmede met de haalbaarheid en het kosten-batenaspect.
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 46 – alinea 3 – punt 3
Richtlijn 2007/2/EG
Artikel 16 – alinea 1 – inleidende formule
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot uitvoeringsbepalingen ter aanvulling van dit hoofdstuk die met name het volgende betreffen:
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door met name het volgende te bepalen:
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 46 – alinea 3 – punt 4
Richtlijn 2007/2/EG
Artikel 17 – lid 8 – alinea 2
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de uitvoeringsbepalingen voor die voorwaarden aan te nemen. Deze uitvoeringsbepalingen zijn volledig in overeenstemming met de beginselen van de leden 1, 2 en 3.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door de uitvoeringsbepalingen voor die voorwaarden vast te stellen. Deze uitvoeringsbepalingen zijn volledig in overeenstemming met de beginselen van de leden 1, 2 en 3.
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 46 – alinea 3 – punt 5
Richtlijn 2007/2/EG
Artikel 21 bis – lid 2
2.  De in artikel 4, lid 7, artikel 7, lid 1, artikel 16 en artikel 17, lid 8, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 4, lid 7, artikel 7, lid 1, artikel 16 en artikel 17, lid 8, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 47 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 2007/60/EG
Artikel 11 bis – lid 2
2.  De in artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 48 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 2008/50/EG
Artikel 28 bis – lid 2
2.  De in artikel 28, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 28, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 49 – alinea 2 – punt 1
Richtlijn 2008/56/EG
Artikel 9 – lid 3 – alinea 1
De Commissie is bevoegd uiterlijk op 15 juli 2010 overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van door de lidstaten te gebruiken criteria en methodologische standaarden op basis van de bijlagen I en III, omwille van de consistentie en om te kunnen vergelijken in welke mate in mariene regio's en subregio's de goede milieutoestand wordt bereikt.
De Commissie is bevoegd uiterlijk op 15 juli 2010 overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door het vaststellen van de door de lidstaten te gebruiken criteria en methodologische standaarden op basis van de bijlagen I en III, omwille van de consistentie en om te kunnen vergelijken in welke mate in mariene regio's en subregio's de goede milieutoestand wordt bereikt.
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 49 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 2008/56/EG
Artikel 11 – lid 4
"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van specificaties en methodologische standaarden inzake monitoring en beoordeling die rekening houden met de bestaande verplichtingen en de vergelijkbaarheid tussen de monitoring- en beoordelingsresultaten garanderen."
"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door specificaties en methodologische standaarden vast te stellen inzake monitoring en beoordeling die rekening houden met de bestaande verplichtingen en de vergelijkbaarheid tussen de monitoring- en beoordelingsresultaten garanderen."
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 49 – alinea 2 – punt 4
Richtlijn 2008/56/EG
Artikel 24 bis – lid 2
2.  De in artikel 9, lid 3, artikel 11, lid 4, en artikel 24, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 9, lid 3, artikel 11, lid 4, en artikel 24, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 52 – alinea 2 – punt 2
Richtlijn 2009/147/EG
Artikel 15 bis – lid 2
2.  De in artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 53 – alinea 1
Teneinde Verordening (EG) nr. 1221/2009 bij te werken en evaluatieprocedures aan te nemen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij de verordening en tot aanvulling van de verordening met procedures voor de collegiale toetsing van de bevoegde EMAS-instanties. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
Teneinde Verordening (EG) nr. 1221/2009 bij te werken en evaluatieprocedures aan te nemen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij de verordening en tot aanvulling van de verordening met procedures voor de collegiale toetsing van de bevoegde EMAS-instanties en om sectorale referentiedocumenten en richtsnoeren te verstrekken met betrekking tot de registratie van organisaties en harmonisatieprocedures. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 53 – alinea 2
Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1221/2009 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de harmonisatie van bepaalde procedures en met betrekking tot sectorale referentiedocumenten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.
Schrappen
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 53 – alinea 3 – punt 1
Verordening (EG) nr. 1221/2009
Artikel 16 – lid 4 – alinea 1
Door het forum van bevoegde instanties goedgekeurde documenten die richtsnoeren bevatten in verband met harmonisatieprocedures, worden door de Commissie vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de vaststelling van door het forum van bevoegde instanties goedgekeurde documenten die richtsnoeren bevatten in verband met harmonisatieprocedures.
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 53 – alinea 3 – punt 2
Verordening (EG) nr. 1221/2009
Artikel 17 – lid 3
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de procedures voor de uitvoering van de collegiale toetsing van de bevoegde EMAS-instanties, met inbegrip van passende beroepsprocedures tegen als gevolg van de collegiale toetsing genomen besluiten."
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de procedures vast te stellen voor de uitvoering van de collegiale toetsing van de bevoegde EMAS-instanties, met inbegrip van passende beroepsprocedures tegen als gevolg van de collegiale toetsing genomen besluiten."
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 53 – alinea 3 – punt 3
Verordening (EG) nr. 1221/2009
Artikel 30 – lid 6 – alinea 1
De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen documenten vast die richtsnoeren bevatten in verband met door het forum van de accreditatie- en vergunningsinstanties goedgekeurde harmonisatieprocedures. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de vaststelling van door het forum van de accreditatie- en vergunningsinstanties goedgekeurde documenten die richtsnoeren bevatten in verband met harmonisatieprocedures.
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 53 – alinea 3 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1221/2009
Artikel 46 – lid 6
"6. De in lid 1 bedoelde sectorale referentiedocumenten en de in lid 4 bedoelde gids worden door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen vastgesteld overeenkomstig de in artikel 49, lid 2, bedoelde procedure.".
"6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de in lid 1 bedoelde sectorale referentiedocumenten en de in lid 4 bedoelde gids aan te nemen."
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 53 – alinea 3 – punt 6
Verordening (EG) nr. 1221/2009
Artikel 48 bis
"Artikel 48 bis
"Artikel 48 bis
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2.  De in artikel 17, lid 3, en artikel 48 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 16, lid 4, artikel 17, lid 3, artikel 30, lid 6, artikel 46, lid 6, en artikel 48 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ...[datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 17, lid 3, en artikel 48 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 16, lid 4, artikel 17, lid 3, artikel 30, lid 6, artikel 46, lid 6, en artikel 48 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.
4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven*.
5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6.  Een overeenkomstig artikel 17, lid 3, en artikel 48 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
6.  Een overeenkomstig artikel 16, lid 4, artikel 17, lid 3, artikel 30, lid 6, artikel 46, lid 6, en artikel 48 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
_______________
_______________
* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".
* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 54 – alinea 4 – punt 1 - letter b
Verordening (EG) nr. 66/2010
Artikel 6 – lid 7 – alinea 1
Voor bepaalde productcategorieën die de in lid 6 bedoelde stoffen bevatten, en alleen wanneer het technisch niet mogelijk is deze als zodanig of via gebruik van alternatieve materialen of alternatieve ontwerpen te vervangen, of wanneer het producten betreft met een significant hogere algemene milieuprestatie in vergelijking tot andere producten van dezelfde categorie, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis uitzonderingen te verlenen met betrekking tot het bepaalde in lid 6.
Voor bepaalde productcategorieën die de in lid 6 bedoelde stoffen bevatten, en alleen wanneer het technisch niet mogelijk is deze als zodanig of via gebruik van alternatieve materialen of alternatieve ontwerpen te vervangen, of wanneer het producten betreft met een significant hogere algemene milieuprestatie in vergelijking tot andere producten van dezelfde categorie, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door maatregelen vast te stellen om uitzonderingen te verlenen op het bepaalde in lid 6.
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 54 – alinea 4 – punt 2
Verordening (EG) nr. 66/2010
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om uiterlijk negen maanden na raadpleging van het BMEU maatregelen aan te nemen tot vaststelling van specifieke EU-milieukeurcriteria voor elke productgroep. Die maatregelen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door uiterlijk negen maanden na raadpleging van het BMEU maatregelen vast te stellen tot vaststelling van specifieke EU-milieukeurcriteria voor elke productgroep. Die maatregelen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VI – punt 54 – alinea 4 – punt 4
Verordening (EG) nr. 66/2010
Artikel 15 bis – lid 2
2.  De in artikel 6, lid 7, artikel 8, lid 2, en artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 6, lid 7, artikel 8, lid 2, en artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 55 – alinea 3 – punt 1
Verordening (EEG) nr. 3924/91
Artikel 2 – lid 6
"6.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de Prodcom-lijst en de voor elke rubriek ingewonnen informatie bij te werken."
"6.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de Prodcom-lijst en de voor elke rubriek ingewonnen informatie bij te werken."
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 55 – alinea 3 – punt 2
Verordening (EEG) nr. 3924/91
Artikel 3 – lid 5
"5.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot toepassingsbepalingen voor lid 3 van dit artikel, ook met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang."
"5.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door toepassingsbepalingen voor lid 3 van dit artikel vast te stellen, onder meer met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang."
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 55 – alinea 3 – punt 3
Verordening (EEG) nr. 3924/91
Artikel 4 – alinea 2
"Voor bepaalde rubrieken van de Prodcom-lijst is de Commissie evenwel bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen mits maandelijkse of driemaandelijkse gegevens worden opgetekend."
"Voor bepaalde rubrieken van de Prodcom-lijst is de Commissie evenwel bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door te bepalen dat maandelijkse of driemaandelijkse gegevens moeten worden opgetekend."
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 55 – alinea 3 – punt 4
Verordening (EEG) nr. 3924/91
Artikel 5 – lid 1
"1.  De benodigde informatie wordt door de lidstaten ingewonnen via vragenlijsten waarvan de inhoud in overeenstemming is met bepalingen die door de Commissie worden vastgesteld. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot die bepalingen."
"1.  De benodigde informatie wordt door de lidstaten ingewonnen via vragenlijsten waarvan de inhoud in overeenstemming is met bepalingen die door de Commissie worden vastgesteld. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door die bepalingen vast te stellen."
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 55 – alinea 3 – punt 5
Verordening (EEG) nr. 3924/91
Artikel 6 – alinea 1
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de gedetailleerde voorschriften volgens welke de lidstaten de in artikel 5, lid 1, bedoelde ingevulde vragenlijsten of de in artikel 5, lid 3, bedoelde informatie uit andere bronnen moeten verwerken."
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door gedetailleerde voorschriften vast te stellen volgens welke de lidstaten de in artikel 5, lid 1, bedoelde ingevulde vragenlijsten of de in artikel 5, lid 3, bedoelde informatie uit andere bronnen moeten verwerken."
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 55 – alinea 3 – punt 6
Verordening (EEG) nr. 3924/91
Artikel 9 bis – lid 2
2.  De in artikel 2, lid 6, artikel 3, lid 5, artikel 4, artikel 5, lid 1, en artikel 6 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 2, lid 6, artikel 3, lid 5, artikel 4, artikel 5, lid 1, en artikel 6 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ...[datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 56 – alinea 2 – punt 1
Verordening (EEG) nr. 696/93
Artikel 6 – alinea 1
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van met name de statistische eenheden van het productiestelsel, de gehanteerde criteria en de in de bijlage gegeven definities teneinde deze aan te passen aan economische en technische ontwikkelingen.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de statistische eenheden van het productiestelsel, de gehanteerde criteria en de in de bijlage gegeven definities teneinde deze aan te passen aan economische en technische ontwikkelingen.
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 56 – alinea 2 – punt 2
Verordening (EEG) nr. 696/93
Artikel 6 bis – lid 2
2.  De in artikel 6 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 6 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 1 – streepje 4
—  de verordening aan te vullen met de criteria voor de kwaliteitsmeting;
—  de verordening aan te vullen met de criteria voor de meting van de kwaliteit van de variabelen;
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 2 - inleidende formule
(2)  In artikel 4, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:
(2)  In artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d), wordt de tweede alinea vervangen door:
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 2
Verordening (EG) nr. 1165/98
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter d – alinea 2
De in de eerste alinea genoemde programma’s worden uitgewerkt in de bijlagen. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de goedkeuring en toepassing van die programma's.
De in de eerste alinea genoemde programma’s worden uitgewerkt in de bijlagen. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de goedkeuring en toepassing van die programma's nader te omschrijven.
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 3
Verordening (EG) nr. 1165/98
Artikel 10 – lid 5
"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de criteria voor de kwaliteitsmeting."
"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de criteria voor de meting van de kwaliteit van de variabelen nader te omschrijven."
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 4 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1165/98
Artikel 18 – lid 3
(4 bis)  In artikel 18 wordt lid 3 geschrapt;
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 5
Verordening (EG) nr. 1165/98
Artikel 18 bis – lid 2
2.  De in artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 2, artikel 10, bijlage A, onder a), onder b), punt 3, onder c), punten 2 en 10, onder d), punt 2, en onder f), punten 8 en 9, bijlage B, onder b), punt 4, en onder d), punt 2, bijlage C, onder b), punt 2, onder d), punt 2, en onder g), punt 2, en bijlage D, onder b), punt 2, en onder d), punt 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d), tweede alinea, artikel 10, lid 5, bijlage A, onder a), onder b), punt 3, onder c), punten 2 en 10, onder d), punt 2, onder f), punten 8 en 9, bijlage B, onder b), punt 4, en onder d), punt 2, bijlage C, onder b), punt 2, onder d), punt 2, en onder g), punt 2, en bijlage D, onder b), punt 2, en onder d), punt 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 5
Verordening (EG) nr. 1165/98
Artikel 18 bis – lid 3
3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 2, artikel 10, bijlage A, onder a), onder b), punt 3, onder c), punten 2 en 10, onder d), punt 2, en onder f), punten 8 en 9, bijlage B, onder b), punt 4, en onder d), punt 2, bijlage C, onder b), punt 2, onder d), punt 2, en onder g), punt 2, en bijlage D, onder b), punt 2, en onder d), punt 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d), tweede alinea, artikel 10, lid 5, bijlage A, onder a), onder b), punt 3, onder c), punten 2 en 10, onder d), punt 2, en onder f), punten 8 en 9, bijlage B, onder b), punt 4, en onder d), punt 2, bijlage C, onder b), punt 2, onder d), punt 2, en onder g), punt 2, en bijlage D, onder b), punt 2, en onder d), punt 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 5
Verordening (EG) nr. 1165/98
Artikel 18 bis – lid 6
Een overeenkomstig artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 2, artikel 10, bijlage A, onder a), onder b), punt 3, onder c), punten 2 en 10, onder d), punt 2, en onder f), punten 8 en 9, bijlage B, onder b), punt 4, en onder d), punt 2, bijlage C, onder b), punt 2, onder d), punt 2, en onder g), punt 2, en bijlage D, onder b), punt 2, en onder d), punt 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
Een overeenkomstig artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d), tweede alinea, artikel 10, lid 5, bijlage A, onder a), onder b), punt 3, onder c), punten 2 en 10, onder d), punt 2, en onder f), punten 8 en 9, bijlage B, onder b), punt 4, en onder d), punt 2, bijlage C, onder b), punt 2, onder d), punt 2, en onder g), punt 2, en bijlage D, onder b), punt 2, en onder d), punt 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 6 – punt ii
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage A – letter b – punt 3
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het gebruik van andere eenheden van waarneming."
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door te voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van andere eenheden van waarneming."
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 6 – punt iii
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage A – letter c – punt 2
"2. De informatie over afzetprijzen buitenlandse markt (nr. 312) en invoerprijzen (nr. 340) kan worden opgesteld op basis van de eenheidsprijzen voor producten afkomstig uit de buitenlandse handel of andere bronnen, maar alleen als er geen significant kwaliteitsverlies is ten opzichte van specifieke prijsinformatie. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot bepalingen over hoe de nodige gegevenskwaliteit kan worden gewaarborgd."
"2. De informatie over afzetprijzen buitenlandse markt (nr. 312) en invoerprijzen (nr. 340) kan worden opgesteld op basis van de eenheidsprijzen voor producten afkomstig uit de buitenlandse handel of andere bronnen, maar alleen als er geen significant kwaliteitsverlies is ten opzichte van specifieke prijsinformatie. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de voorwaarden te bepalen voor het waarborgen van de nodige gegevenskwaliteit."
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 6 – punt vi
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage A – letter d – punt 2
"2. Bovendien worden de variabelen productie (nr. 110) en aantal gewerkte uren (nr. 220) in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt. Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt."
"2. Bovendien worden de variabelen productie (nr. 110) en aantal gewerkte uren (nr. 220) in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt. Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt."
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 6 – punt vii
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage A – letter f – punt 8
"8. Wat de invoerprijzenvariabele (nr. 340) betreft, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het bepalen van de voorwaarden voor de toepassing van een Europees steekproefprogramma zoals omschreven in artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d)."
"8. Wat de invoerprijzenvariabele (nr. 340) betreft, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de voorwaarden te bepalen voor de toepassing van een Europees steekproefprogramma zoals omschreven in artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d)."
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 6 – punt viii
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage A – letter f – punt 9
"9. Bij de verstrekking van de variabelen voor de buitenlandse markten (nrs. 122 en 312) moet onderscheid worden gemaakt tussen eurolanden en niet-eurolanden. Dat onderscheid moet worden gemaakt voor de totale nijverheid, gedefinieerd als de secties B tot en met E van de NACE Rev. 2, de BIG's, en het sectie- (1 letter) en afdelingsniveau (2 cijfers) van de NACE Rev. 2. Voor variabele 122 is de informatie over de secties D en E van de NACE Rev. 2 niet vereist. Ook bij de verstrekking van de variabele invoerprijzen (nr. 340) moet onderscheid worden gemaakt tussen eurolanden en niet-eurolanden. Dat onderscheid moet worden gemaakt voor de totale nijverheid, gedefinieerd als de secties B tot en met E van de CPA, de BIG's, en het sectie- (1 letter) en afdelingsniveau (2 cijfers) van de CPA. Wat het onderscheid tussen eurolanden en niet-eurolanden betreft, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het bepalen van de voorwaarden voor de toepassing van een Europees steekproefprogramma zoals omschreven in artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d). Het Europese steekproefprogramma kan de reikwijdte van de variabele invoerprijzen beperken tot de invoer van producten uit niet-eurolanden. Lidstaten die een andere munteenheid dan de euro hanteren, hoeven voor de variabelen 122, 312 en 340 geen onderscheid tussen eurolanden en niet-eurolanden te maken."
"9. Bij de verstrekking van de variabelen voor de buitenlandse markten (nrs. 122 en 312) moet onderscheid worden gemaakt tussen euro- en niet-eurozone. Dat onderscheid moet worden gemaakt voor de totale nijverheid, gedefinieerd als de secties B tot en met E van de NACE Rev. 2, de BIG's, en het sectie- (1 letter) en afdelingsniveau (2 cijfers) van de NACE Rev. 2. Voor variabele 122 is de informatie over de secties D en E van de NACE Rev. 2 niet vereist. Ook bij de verstrekking van de variabele invoerprijzen (nr. 340) moet onderscheid worden gemaakt tussen euro- en niet-eurozone. Dat onderscheid moet worden gemaakt voor de totale nijverheid, gedefinieerd als de secties B tot en met E van de CPA, de BIG's, en het sectie- (1 letter) en afdelingsniveau (2 cijfers) van de CPA. Wat het onderscheid tussen euro- en niet-eurozone betreft, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de voorwaarden te bepalen voor de toepassing van een Europees steekproefprogramma zoals omschreven in artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d). Het Europese steekproefprogramma kan de reikwijdte van de variabele invoerprijzen beperken tot de invoer van producten uit landen van de niet-eurozone. Lidstaten die een andere munteenheid dan de euro hanteren, hoeven voor de variabelen 122, 312 en 340 geen onderscheid tussen euro- en niet-eurozone te maken."
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 7 – punt i
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage B – letter b – punt 4
"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het gebruik van andere eenheden van waarneming."
"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door te voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van andere eenheden van waarneming."
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 7 – punt iv
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage B – letter d – punt 2 – alinea 2
Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt.";
Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt."
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 8 – punt i
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage C – letter b – punt 2
"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het gebruik van andere eenheden van waarneming."
"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door te voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van andere eenheden van waarneming."
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 8 – punt iii
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage C – letter c – punt 4
iii)  onder c) wordt in punt 4 de laatste alinea geschrapt;
iii)  onder c) wordt in punt 4 de derde alinea geschrapt;
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 8 – punt iv
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage C – letter d – punt 2
"2. De variabelen voor de omzet (nr. 120) en het verkoopvolume (nr. 123) worden tevens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt. Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt."
"2. De variabelen voor de omzet (nr. 120) en het verkoopvolume (nr. 123) worden tevens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt. Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt."
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 8 – punt v
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage C – letter g – punt 2
"2. De variabelen nrs. 120 (omzet) en 330/123 (deflator van de verkoop/volume van de verkoop) worden binnen één maand met de onder f), punt 3, van deze bijlage vastgestelde mate van gedetailleerdheid verstrekt. Een lidstaat kan opteren voor deelname aan de variabelen nrs. 120 (omzet) en 330/123 (deflator van de verkoop/volume van de verkoop) met bijdragen op basis van de toewijzing van een Europees steekproefprogramma zoals omschreven in artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d). De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorwaarden voor de toewijzing van een Europees steekproefprogramma."
"2. De variabelen nrs. 120 (omzet) en 330/123 (deflator van de verkoop/volume van de verkoop) worden binnen één maand met de onder f), punt 3, van deze bijlage vastgestelde mate van gedetailleerdheid verstrekt. Een lidstaat kan opteren voor deelname aan de variabelen nrs. 120 (omzet) en 330/123 (deflator van de verkoop/volume van de verkoop) met bijdragen op basis van de toewijzing van een Europees steekproefprogramma zoals omschreven in artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d). De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de voorwaarden te bepalen voor de toewijzing van een Europees steekproefprogramma."
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 9 – punt i
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage D – letter b – punt 2
"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het gebruik van andere eenheden van waarneming."
"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door te voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van andere eenheden van waarneming."
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 57 – alinea 4 – punt 9 – punt iv
Verordening (EG) nr. 1165/98
Bijlage D – letter d – punt 2
"2. De variabele voor de omzet (nr. 120) wordt tevens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt. Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt."
"2. De variabele voor de omzet (nr. 120) wordt tevens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt. Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt."
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 58 – alinea 1
Teneinde Verordening (EG) nr. 530/1999 af te stemmen op economische en technische aanpassingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot aanvulling van de verordening met de definitie en indeling van de te verstrekken gegevens en de criteria voor de kwaliteitsbeoordeling. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
Teneinde Verordening (EG) nr. 530/1999 af te stemmen op economische en technische aanpassingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot aanvulling van de verordening met de definitie en indeling van de te verstrekken gegevens en de criteria voor de beoordeling van de kwaliteit van de statistieken. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 58 – alinea 3 – punt 1
Verordening (EG) nr. 530/1999
Artikel 6 – lid 3
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de definitie en indeling van de op grond van de leden 1 en 2 te verstrekken gegevens. Deze gedelegeerde handelingen worden vastgesteld voor iedere referentieperiode ten minste negen maanden voor het begin ervan."
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de definitie en indeling van de op grond van de leden 1 en 2 te verstrekken gegevens vast te stellen. Deze gedelegeerde handelingen worden vastgesteld voor iedere referentieperiode ten minste negen maanden voor het begin ervan."
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 58 – alinea 3 – punt 3
Verordening (EG) nr. 530/1999
Artikel 10 – lid 3
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de criteria voor de kwaliteitsbeoordeling. Deze gedelegeerde handelingen worden vastgesteld voor iedere referentieperiode ten minste negen maanden voor het begin ervan."
"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de criteria vast te stellen voor de beoordeling van de kwaliteit van de statistieken. Deze gedelegeerde handelingen worden vastgesteld voor iedere referentieperiode ten minste negen maanden voor het begin ervan."
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 58 – alinea 3 – punt 4
Verordening (EG) nr. 530/1999
Artikel 10 bis – lid 2
2.  De in artikel 6, lid 3, en artikel 10, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 6, lid 3, en artikel 10, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 58 – alinea 3 – punt 4
Verordening (EG) nr. 530/1999
Artikel 10 bis – lid 6
6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 3, en artikel 10, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 3, en artikel 10, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 59 – alinea 4
Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 2150/2002 te waarborgen inzake de opstelling van resultaten, het passende formaat voor de indiening van de resultaten en de inhoud van de kwaliteitsverslagen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.
Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 2150/2002 te waarborgen inzake de opstelling van resultaten, het passende formaat voor de indiening van de resultaten en de structuur van de kwaliteitsverslagen en de precieze voorwaarden waaraan deze moeten voldoen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 59 – alinea 5 – punt 1
Verordening (EG) nr. 2150/2002
Artikel 1 – lid 5
"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de opstelling van een equivalentietabel tussen de statistische nomenclatuur van bijlage III bij deze verordening en de bij Beschikking 2000/532/EG van de Commissie* vastgestelde lijst van afvalstoffen.
"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door een equivalentietabel tussen de statistische nomenclatuur van bijlage III bij deze verordening en de bij Beschikking 2000/532/EG van de Commissie* vastgestelde lijst van afvalstoffen vast te stellen.
____________________
____________________
* Beschikking van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3)."
* Beschikking van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3)."
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 59 – alinea 5 – punt 2 - letter a
Verordening (EG) nr. 2150/2002
Artikel 3 – lid 1 – alinea 2
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het definiëren van kwaliteits- en nauwkeurigheidseisen."
"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door kwaliteits- en nauwkeurigheidseisen te definiëren."
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 59 – alinea 5 – punt 4
Verordening (EG) nr. 2150/2002
Artikel 5 bis – lid 1
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanpassing aan economische en technische ontwikkelingen op het gebied van de verzameling en de statistische verwerking van gegevens, alsmede de verwerking en de indiening van resultaten, en de aanpassing van de specificaties in de bijlagen.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening te wijzigen door deze aan te passen aan economische en technische ontwikkelingen op het gebied van de verzameling en de statistische verwerking van gegevens, alsmede de verwerking en de indiening van resultaten, en door de specificaties in de bijlagen aan te passen.
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 59 – alinea 5 – punt 4
Verordening (EG) nr. 2150/2002
Artikel 5 ter – lid 2
2.  De in artikel 1, lid 5, artikel 3, leden 1 en 4, en artikel 5 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 1, lid 5, artikel 3, leden 1 en 4, en artikel 5 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 59 – alinea 5 – punt 5
Verordening (EG) nr. 2150/2002
Artikel 6 – alinea 1 – letter c
c)  het bepalen van de inhoud van de kwaliteitsverslagen, bedoeld in sectie 7 van bijlage I en sectie 7 van bijlage II.
c)  het bepalen van de structuur van de kwaliteitsverslagen en de precieze voorwaarden waaraan deze moeten voldoen, bedoeld in sectie 7 van bijlage I en sectie 7 van bijlage II.
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 60 – alinea 3 – punt 2
Verordening (EG) nr. 437/2003
Artikel 5 – alinea 2
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanneming van andere nauwkeurigheidsnormen.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door andere nauwkeurigheidsnormen vast te stellen.
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 60 – alinea 3 – punt 5
Verordening (EG) nr. 437/2003
Artikel 10 bis – lid 2
2.  De in artikel 3, lid 1, en artikel 5 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].
2.  De in artikel 3, lid 1, en artikel 5 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van ...[datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 61 – alinea 1 – streepje 3 bis (nieuw)
—  deze verordening aan te vullen door het vaststellen van maatregelen met betrekking tot het verstrekken van de gegevens naar aanleiding van de resultaten van de haalbaarheidsstudies.
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 61 – alinea 3
Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 450/2003 te waarborgen inzake de inhoud van het kwaliteitsverslag, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.
Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 450/2003 te waarborgen inzake de structuur en de gedetailleerde regelingen van het kwaliteitsverslag, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 61 – alinea 4 – punt 1
Verordening (EG) nr. 450/2003
Artikel 2 – lid 4
"4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot wijzigingen om de technische specificatie van de index te herdefiniëren en de wegingsstructuur te herzien."
"4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage om de technische specificatie van de index te herdefiniëren en de wegingsstructuur te herzien."
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 61 – alinea 4 – punt 2
Verordening (EG) nr. 450/2003
Artikel 3 – lid 2
"2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot wijzigingen met het oog op de opname van in secties O tot en met S van de NACE Rev. 2 gedefinieerde economische activiteiten in het toepassingsgebied van deze verordening, rekening houdend met de in artikel 10 bedoelde haalbaarheidsstudies."
"2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen tot wijziging van deze verordening vast te stellen betreffende de opname van in secties O tot en met S van de NACE Rev. 2 gedefinieerde economische activiteiten in het toepassingsgebied van deze verordening, rekening houdend met de in artikel 10 bedoelde haalbaarheidsstudies."
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel VII – punt 61 – alinea 4 – punt 3
Verordening (EG) nr. 450/2003
Artikel 4 – lid 1 – alinea 1
Rekening houdend met de bijdrage aan de totale werkgelegenheid en aan de loonkosten op Unieniveau en op nationaal niveau, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het bepalen van in de secties en verdere onderverdelingen van de NACE Rev. 2 gedefinieerde economische activiteiten, tot ten hoogste het niveau van de NACE Rev. 2-afdelingen (niveau met twee cijfers) of groepen afdelingen, waarnaar de gegevens worden uitgesplitst met inachtneming van economische en maatschappelijke ontwikkelingen.
Rekening houdend met de bijdrage aan de totale werkgelegenheid en aan de loonk