Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2691(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0245/2019

Debatten :

PV 18/04/2019 - 6.2
CRE 18/04/2019 - 6.2

Stemmingen :

PV 18/04/2019 - 10.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0423

Aangenomen teksten
PDF 132kWORD 53k
Donderdag 18 april 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kameroen
P8_TA-PROV(2019)0423RC-B8-0245/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2019 over Kameroen (2019/2691(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaring van 7 maart 2019 van Antonio Panzeri, voorzitter van de Subcommissie mensenrechten, over de situatie in Kameroen,

–  gezien de verklaring van 5 maart 2019 van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid (VV/HV) over de verslechterende situatie op het gebied van politiek en veiligheid in Kameroen,

–  gezien de diverse verklaringen van de woordvoerder van de VV/HV over de situatie in Kameroen, in het bijzonder de verklaring van 31 januari 2019,

–  gezien de voorlopige verklaring van 9 oktober 2018 van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Afrikaanse Unie die aanwezig was bij de presidentsverkiezingen in Kameroen,

–  gezien de verklaring van 11 december 2018 van deskundigen van de VN over het neerslaan van protesten,

–  gezien de verklaring van 6 maart 2019 van de Afrikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens en de Volkeren over de mensenrechtensituatie in Kameroen,

–  gezien de Kameroense wet terrorismebestrijding van 2014,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien de partnerschapsovereenkomst tussen de ACS en de EU ("Overeenkomst van Cotonou"),

–  gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat door Kameroen is geratificeerd,

–  gezien de grondwet van de Republiek Kameroen,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Kameroen gelijktijdig geconfronteerd wordt met uitdagingen op het gebied van politiek en veiligheid, waaronder de bedreigingen door Boko Haram in de regio Hoge Noorden, grensoverschrijdende bedreigingen aan de oostgrens met de Centraal-Afrikaanse Republiek, en met een binnenlandse gewapende separatistische opstand in de Engelstalige regio's Noordwest en Zuidwest;

B.  overwegende dat in Kameroen op 7 oktober 2018 presidentsverkiezingen zijn gehouden; overwegende dat deze verkiezingen gekenmerkt werden door verdenking van fraude en de melding van onregelmatigheden; overwegende dat president Paul Biya sinds 1982 aan de macht is; overwegende dat de grondwet van Kameroen in 2008 is gewijzigd met het oog op schrapping van de beperking van de ambtstermijn;

C.  overwegende dat aanhangers en ondersteuners van de oppositiepartij "Beweging voor de renaissance van Kameroen” (Mouvement pour la Renaissance du Cameroun - MRC) onder leiding van Maurice Kamto protestdemonstraties in Douala, Yaoundé, Dshang, Bafoussam en Bafang hebben gehouden; overwegende dat de veiligheidsdiensten buitensporig geweld – onder meer traangas en rubberkogels – hebben gebruikt om de protesten neer te slaan;

D.  overwegende dat circa 200 personen, waaronder Maurice Kamto en andere oppositieleiders, in januari 2019 willekeurig zijn gearresteerd en zonder directe toegang tot rechtsbijstand zijn vastgehouden; overwegende dat deze oppositieaanhangers en hun leider beschuldigd zijn van misdrijven als opstand, vijandige handelingen tegen het vaderland, rebellie, vernieling van openbare gebouwen en goederen, minachting van de president van de Republiek, en politieke samenkomsten;

E.  overwegende dat het Hof van Beroep in de Kameroense regio Centre het vonnis in eerste aanleg heeft bekrachtigd en de vrijlating van Maurice Kamto en zes anderen heeft verworpen; overwegende dat de procedure bij het Hof van Beroep plaatsvond in afwezigheid van Maurice Kamto en zijn advocaten;

F.  overwegende dat de Kameroense autoriteiten onevenredige actie heeft genomen door bij de militaire rechtbank procedures tegen bepaalde oppositieleden in te leiden, hetgeen de politieke onrust in Kameroen heeft doen toenemen; overwegende dat de aangeklaagden bij een veroordeling de doodstraf kunnen krijgen;

G.  overwegende dat de Kameroense autoriteiten de vrijheid van meningsuiting herhaaldelijk hebben ingeperkt door de toegang tot internet te blokkeren, journalisten te belagen en te arresteren, onafhankelijke media vergunningen te weigeren en de politieke aanvallen op de onafhankelijke pers op te voeren;

H.  overwegende dat er sprake is van aanhoudende spanningen tussen de Franstalige meerderheid van Kameroen en de Engelstalige minderheid; overwegende dat in de Kameroense regio's Noordwest en Zuidwest overwegend Engels wordt gesproken en dat deze regio's andere onderwijssystemen en rechtsstelsels hebben;

I.  overwegende dat de discriminatie en relatieve verwaarlozing van de Engelstalige regio's en het opleggen van het Franse rechtsstelsel en de Franse taal aan de rechtbanken en scholen eind 2016 tot vreedzame stakingen van leraren en juristen en tot vreedzame demonstraties hebben geleid;

J.  overwegende dat het geweld sinds oktober 2018 is geëscaleerd, waarbij de veiligheidstroepen grootschalige operaties hebben uitgevoerd die dikwijls gepaard gingen met wanpraktijken en schendingen van de mensenrechten, waaronder buitengerechtelijke executies, verkrachting, geweld tegen vrouwen en kinderen, en de vernieling van eigendom;

K.  overwegende dat gewapende separatisten onder meer schoolkinderen en studenten op grote schaal ontvoeren, gerichte moorden plegen op leden van de politie, handhavingsambtenaren en lokale ambtenaren, betrokken zijn bij afpersing, wekelijks zogeheten ghost-townprotesten afdwingen, en onderwijsinstellingen en ziekenhuizen boycotten en in brand steken, waarmee duizenden jongeren de toegang tot onderwijs en de bevolking in het algemeen de toegang tot gezondheidszorg verliezen;

L.  overwegende dat naar schatting 444 000 mensen als gevolg van de crisis ontheemd zijn geraakt en 32 000 mensen naar buurland Nigeria zijn gevlucht; overwegende dat de humanitaire crisis waar Kameroen mee geconfronteerd wordt in totaal meer dan 600 000 ontheemden, circa 35 000 vluchtelingen voor conflicten in aangrenzende gebieden, en 1,9 miljoen mensen die het risico lopen op voedselonzekerheid treft;

M.  overwegende dat de regering van Kameroen in 2018 en 2019 een humanitair noodhulpprogramma in de regio's Noordwest en Zuidwest in werking heeft gesteld om in eerste instantie te zorgen voor omvattende bescherming van en hulp aan ontheemden, en om mensen die door de crisis zijn getroffen gezondheidszorg te bieden;

N.  overwegende dat gendergerelateerd geweld en de vervolging van minderheden ernstige problemen blijven; overwegende dat het Kameroense wetboek van strafrecht maximaal vijf jaar gevangenisstraf stelt op seksuele relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht; overwegende dat de politie en 'gendarmes' (militaire politie) LGTBQI's blijft arresteren en belagen;

O.  overwegende dat Boko Haram in de regio Hoge Noorden ernstige schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht blijft plegen, waaronder plundering en vernieling van eigendom, en het vermoorden en ontvoeren van de burgerbevolking;

1.  betreurt de gevallen van marteling, gedwongen verdwijningen en buitengerechtelijke executies door de veiligheidsdiensten en gewapende separatisten; is met name bezorgd over de rol van de regeringstroepen in het geweld; roept de veiligheidstroepen ertoe op bij hun operaties de internationale mensenrechtennormen te eerbiedigen en verzoekt de regering onmiddellijke maatregelen te nemen om een halt toe te roepen aan het geweld en de straffeloosheid in het land;

2.  veroordeelt het gebruik van excessief geweld tegen demonstranten en politieke opponenten, alsook de schendingen van de persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering; betreurt ten zeerste dat Maurice Kamto en andere vreedzame demonstranten zijn gearresteerd en vastgehouden worden; dringt bij de Kameroense autoriteiten aan op de onmiddellijke vrijlating van Maurice Kamto en alle andere gedetineerden die worden vastgehouden op grond van politiek gemotiveerde aanklachten, ongeacht de vraag of zij vóór dan wel na de presidentsverkiezingen van 2018 zijn gearresteerd;

3.  verzoekt de regering van Kameroen voorts alle vormen van belaging en intimidatie van politieke activisten te staken, onder meer door het verbod op vreedzame politieke samenkomsten, demonstraties en protesten op te heffen, en maatregelen te treffen om op te kunnen treden tegen haatzaaien;

4.  herinnert eraan dat militaire rechtbanken onder geen enkele omstandigheden jurisdictie mogen hebben over de burgerbevolking; herinnert Kameroen aan zijn internationale verplichtingen om voor alle burgers het recht op een eerlijk proces voor onafhankelijke rechtbanken te waarborgen;

5.  herinnert eraan dat de doodstraf in Kameroen niet is voltrokken sinds 1997; wijst erop dat dit een mijlpaal is voor het land op weg naar volledige afschaffing van de doodstraf; herhaalt andermaal dat de Europese Unie de doodstraf volledig afkeurt en verzoekt de regering van Kameroen te bevestigen dat zij niet de doodstraf zal eisen tegen politieke activisten en demonstranten;

6.  uit zijn bezorgdheid over het feit dat de regering van Kameroen haar veiligheidstroepen niet ter verantwoording roept, hetgeen het geweld en de cultuur van straffeloosheid verergert; roept op tot een onafhankelijk en transparant onderzoek naar het gebruik van geweld tegen demonstranten en politieke opponenten door de politie en door veiligheidstroepen, en verlangt dat degenen die hiervoor verantwoordelijk zijn rekenschap afleggen in eerlijke processen;

7.  verzoekt de Kameroense autoriteiten om, in overeenstemming met de verplichtingen van het land op het gebied van de mensenrechten, alle nodige maatregelen te nemen met het oog op het doorbreken van de geweldscyclus; roept met name de regering ertoe op om een inclusieve politieke dialoog te organiseren die is gericht op het zoeken naar een vreedzame en blijvende oplossing voor de crisis in de Engelstalige regio's; verzoekt de internationale gemeenschap een inclusieve, nationale, op vrede gerichte dialoog te bevorderen door aan te bieden een bemiddelende rol te spelen;

8.  betreurt het dat beide conflictpartijen niet bereid zijn vredesbesprekingen aan te gaan; dringt er bij de Afrikaanse Unie en de Economische Gemeenschap van de Centraal-Afrikaanse Staten op aan het voortouw te nemen bij de organisatie van dergelijke besprekingen en verzoekt de EU dit proces te ondersteunen; is van mening dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zich moet beraden over de crisis in Kameroen wanneer voortgang uitblijft; roept de EU voorts op de politieke invloed die zij heeft gewonnen door ontwikkelingshulp en andere bilaterale programma's te doen gelden om de verdediging van de mensenrechten in Kameroen te versterken;

9.  roept de regering van Kameroen er nadrukkelijk toe op een echte, representatieve en levendige democratie op te bouwen; verlangt daarom dat de regering alle politieke belanghebbenden bijeenroept voor een consensuele herziening van het kiesstelsel met het oog op waarborging van een vrij, transparant en geloofwaardig verkiezingsproces; verlangt dat dit proces plaatsvindt voordat er verdere verkiezingen worden gehouden, om de vrede te bevorderen en crises na verkiezingen te vermijden; verzoekt de EU intensievere technische bijstand te bieden om Kameroen te ondersteunen bij zijn inspanningen zijn verkiezingsprocessen te versterken en democratischer vorm te geven;

10.  beklemtoont dat een levendig en onafhankelijk maatschappelijk middenveld onontbeerlijk is om de mensenrechten en de rechtsstaat te waarborgen; geeft uitdrukking aan zijn bezorgdheid dat de activiteiten van het Consortium van het Engelstalige maatschappelijk middenveld in Kameroen verboden zijn; verzoekt de regering dit verbod op te heffen en toe te zien op een open ruimte waarbinnen het maatschappelijk middenveld kan opereren;

11.  geeft uitdrukking aan zijn bezorgdheid dat de wet terrorismebestrijding van 2014 misbruikt wordt om de fundamentele vrijheden in te perken; ondersteunt de verzoeken van deskundigen van de VN om deze wet te herzien, zodat zij niet wordt gebruikt om de vrijheid van meningsuiting en het recht op vreedzame vereniging en vergadering in te perken;

12.  neemt ter kennis dat de Verenigde Staten besloten hebben de militaire hulp aan Kameroen terug te brengen vanwege geloofwaardige beschuldigingen van ernstige schendingen van de mensenrechten door veiligheidstroepen; verzoekt de Commissie de EU-steun aan de veiligheidsdiensten in dit opzicht aan een beoordeling te onderwerpen en hierover verslag uit te brengen aan het Europees Parlement; verzoekt de EU en de lidstaten erop toe te zien dat ondersteuning van het Kameroense overheidsapparaat niet bijdraagt aan schendingen van de mensenrechten of deze gemakkelijker maakt;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de ACS-EU-Raad, de instellingen van de Afrikaanse Unie, en de regering en het parlement van Kameroen.

Laatst bijgewerkt op: 24 april 2019Juridische mededeling