Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0114(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0002/2019

Ingediende teksten :

A8-0002/2019

Debatten :

PV 17/04/2019 - 22
CRE 17/04/2019 - 22

Stemmingen :

PV 17/01/2019 - 10.6
PV 18/04/2019 - 10.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0429

Aangenomen teksten
PDF 416kWORD 126k
Donderdag 18 april 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen ***I
P8_TA-PROV(2019)0429A8-0002/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 18 april 2019 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen (COM(2018)0241 – C8-0167/2018 – 2018/0114(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0241),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 50, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0167/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 oktober 2018(1),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 27 maart 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en ook de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0002/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 62 van 15.2.2019, blz. 24.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 18 april 2019 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen(1)
P8_TC1-COD(2018)0114

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 50, leden 1 en 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad(4) regelt grensoverschrijdende fusies van vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid. Deze regels vormen een belangrijke mijlpaal voor een betere werking van de eengemaakte markt voor vennootschappen en ondernemingen en de uitoefening van de vrijheid van vestiging. Bij het evalueren van deze regels is echter gebleken dat wijzigingen van de regels voor grensoverschrijdende fusies noodzakelijk zijn. Bovendien is het passend te voorzien in regels voor grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen, aangezien Richtlijn (EU) 2017/1132 alleen in regels voor binnenlandse splitsingen van naamloze vennootschappen voorziet.

(2)  Vrijheid van vestiging is een van de fundamentele beginselen van het Unierecht. Overeenkomstig de tweede alinea van artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), gelezen in samenhang met artikel 54 VWEU, omvat de vrijheid van vestiging voor vennootschappen onder meer het recht om vennootschappen op te richten en te beheren volgens de voorwaarden waarin de wetgeving van de lidstaat van vestiging voorziet. Dit recht is door het Hof van Justitie van de Europese Unie uitgelegd als onder meer het recht van een overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat opgerichte vennootschap om zich om te zetten in een vennootschap naar het recht van een andere lidstaat, voor zover is voldaan aan de vereisten van de wetgeving van die andere lidstaat, en meer bepaald aan het criterium dat door die andere lidstaat is gekozen voor de aanknoping van een vennootschap met zijn nationale rechtsorde.

(3)  Bij gebreke van harmonisatie van het Unierecht behoort de omschrijving van het element van aanknoping dat bepaalt onder welk nationaal recht een vennootschap valt, overeenkomstig artikel 54 VWEU tot de ▌ bevoegdheid van elke lidstaat. In artikel 54 VWEU worden de statutaire zetel, het hoofdbestuur en de hoofdvestiging van een vennootschap als element van aanknoping op gelijke voet geplaatst. Daarom sluit, zoals in rechtspraak is verduidelijkt, ▌het feit op zich dat alleen de statutaire zetel (en niet het hoofdbestuur of de hoofdvestiging) wordt verplaatst, niet uit dat de vrijheid van vestiging overeenkomstig artikel 49 VWEU kan worden toegepast. ▌

(4)  Door deze ontwikkelingen in de rechtspraak zijn voor vennootschappen ▌ in de eengemaakte markt nieuwe kansen ontstaan om economische groei, daadwerkelijke concurrentie en productiviteit te bevorderen. Tegelijkertijd moet de doelstelling van een eengemaakte markt zonder interne grenzen voor vennootschappen ook in overeenstemming worden gebracht met andere doelstellingen van Europese integratie zoals sociale bescherming, als vastgelegd in artikel 3 VEU en artikel 9 VWEU, en bevordering van de sociale dialoog, als vastgelegd in de artikelen 151 en 152 VWEU. Het recht van vennootschappen op omzetting, fusie en splitsing over de grenzen heen moet hand in hand gaan en naar behoren worden afgewogen tegen de bescherming van werknemers, schuldeisers en deelnemers in de vennootschap.

(5)  Het ontbreken van een rechtskader voor grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen brengt juridische versnippering en gebrek aan rechtszekerheid mee en vormt dus een hinderpaal voor de uitoefening van de vrijheid van vestiging. Het leidt ook tot een minder optimale bescherming voor werknemers, schuldeisers en minderheidsdeelnemers in de eengemaakte markt.

(6)  Het Europees Parlement heeft de Commissie opgeroepen geharmoniseerde regels voor grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen vast te stellen. Een geharmoniseerd rechtskader zou verder bijdragen tot het opheffen van beperkingen op de vrijheid van vestiging en tegelijkertijd voorzien in een passende ▌ bescherming voor belanghebbenden zoals werknemers, schuldeisers en deelnemers in de vennootschap.

(7)  Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de bevoegdheden van de lidstaten om werknemers beter te beschermen, overeenkomstig het bestaande sociale acquis.

(8)  Het aangaan van een grensoverschrijdende omzetting brengt mee dat de rechtsvorm van een vennootschap veranderingen ondergaat zonder dat haar rechtspersoonlijkheid verloren gaat. Noch een grensoverschrijdende omzetting, noch een grensoverschrijdende fusie of splitsing mag echter ▌ leiden tot omzeiling van de vereisten voor oprichting in de lidstaat ▌ waar de vennootschap na de operatie moet worden geregistreerd. Deze voorwaarden, waaronder de verplichting om het hoofdkantoor te hebben in de lidstaat van bestemming en de verplichtingen met betrekking tot het diskwalificeren van bestuurders, moeten door de vennootschap volledig worden nagekomen. Het toepassen van deze voorwaarden door de lidstaat van bestemming mag er bij grensoverschrijdende omzettingen echter niet toe leiden dat de continuïteit van de rechtspersoonlijkheid van de omgezette vennootschap wordt aangetast. ▌

(9)  Deze richtlijn mag niet van toepassing zijn op vennootschappen in vereffening waarbij een begin is gemaakt met de verdeling van de activa. Bovendien kunnen de lidstaten besluiten ook vennootschappen uit te sluiten waartegen een andere vereffeningsprocedure is ingeleid. De lidstaten moeten er ook voor kunnen kiezen deze richtlijn niet toe te passen op vennootschappen in een insolventieprocedure, als omschreven in het nationale recht, op vennootschappen ten aanzien waarvan een preventieve herstructureringsprocedure loopt, als omschreven in het nationale recht, ongeacht of dergelijke procedures in een nationaal insolventiekader zijn geregeld, alsook op vennootschappen waarop crisispreventiemaatregelen in de zin van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad(5) van toepassing zijn.

Deze richtlijn moet de richtlijn betreffende preventieve herstructureringskaders, een tweede kans en maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures onverlet laten.

(10)   Gelet op de complexiteit van grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen (hierna "grensoverschrijdende operaties" genoemd) en de menigvuldige betrokken belangen moet met het oog op de rechtszekerheid worden voorzien in toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende operatie voordat deze van kracht wordt. Met dat doel ▌ moeten de bevoegde instanties van ▌ de betrokken lidstaten ▌ ervoor zorgen dat het besluit tot goedkeuring van een grensoverschrijdende operatie op billijke, objectieve en niet-discriminerende wijze wordt genomen op basis van alle relevante gegevens die op grond van het nationale en het Unierecht vereist zijn.

(11)   Om mogelijk te maken dat in de procedure voor de grensoverschrijdende operatie de legitieme belangen van alle belanghebbenden in aanmerking worden genomen, moet de vennootschap het voorstel voor de voorgestelde operatie opstellen en openbaar maken. Dit moet de belangrijkste informatie over de voorgestelde operatie bevatten. Indien het nationale recht daarin voorziet en/of in overeenstemming met de nationale gebruiken, moeten in het bestuurs- of leidinggevende orgaan werknemersvertegenwoordigers op bestuursniveau worden betrokken bij de besluitvorming over het voorstel voor de grensoverschrijdende operatie. Deze informatie moet ten minste de beoogde rechtsvorm van de vennootschap of vennootschappen, de oprichtingsakte, in voorkomend geval, de statuten, het voorgestelde indicatieve tijdschema voor de operatie en bijzonderheden over de waarborgen die aan de deelnemers en schuldeisers van de vennootschap worden geboden, omvatten. In het ondernemingsregister moet een openbare kennisgeving worden opgenomen aan de deelnemers en schuldeisers van de vennootschap en de vertegenwoordigers van de werknemers van de vennootschap, of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, de werknemers zelf, zodat zij opmerkingen kunnen indienen over de voorgestelde operatie. De lidstaten kunnen ook besluiten dat het verslag van de onafhankelijke deskundige openbaar wordt gemaakt.

(12)  Om de deelnemers in de vennootschap en de werknemers informatie te verschaffen, moet de vennootschap die de grensoverschrijdende operatie aangaat voor hen een verslag opstellen. In het verslag moet toelichting en motivering worden verstrekt omtrent de juridische en economische aspecten van de voorgestelde grensoverschrijdende operatie en de gevolgen van de voorgestelde grensoverschrijdende operatie voor de werknemers. Met name moet in het verslag toelichting worden verstrekt omtrent de gevolgen van de grensoverschrijdende operatie wat betreft de toekomstige activiteiten van de vennootschap, met inbegrip van haar dochterondernemingen. Wat de deelnemers in de vennootschap betreft, moet het verslag met name de mogelijke rechtsmiddelen bevatten waarover de deelnemers in de vennootschap kunnen beschikken, en in het bijzonder informatie over hun uitstaprecht. Wat de werknemers betreft, moet in het verslag met name ook worden toegelicht welke gevolgen de voorgestelde grensoverschrijdende operatie heeft voor de werkgelegenheid. In het bijzonder moet worden toegelicht of er zich materiële veranderingen zullen voordoen in de arbeidsvoorwaarden die zijn vastgelegd in het recht, collectieve overeenkomsten en transnationale bedrijfsovereenkomsten, en in de vestigingsplaatsen van de vennootschap, zoals de plaats van het hoofdkantoor, en moet informatie worden verstrekt over het leidinggevende orgaan en, indien van toepassing, het personeel, de uitrusting, de gebouwen en de activa vóór en na de grensoverschrijdende operatie en over de waarschijnlijke wijzigingen in de organisatie van werkzaamheden, de lonen, de locatie van specifieke functies en de verwachte gevolgen voor de werknemers die dergelijke functies bekleden, alsook over de sociale dialoog op vennootschapsniveau, met inbegrip van, indien van toepassing, de werknemersvertegenwoordiging op bestuursniveau. Voorts moet worden toegelicht hoe deze veranderingen van invloed zouden zijn op eventuele dochterondernemingen van de vennootschap. Deze vereiste hoeft echter niet te worden toegepast indien het bestuursorgaan van de vennootschap alleen uit werknemers van de vennootschap bestaat. Om te komen tot een betere bescherming voor de werknemers, moeten de werknemers of hun vertegenwoordigers bovendien advies kunnen verstrekken over het verslag waarin de op hen wegende gevolgen van de grensoverschrijdende operatie worden uiteengezet. Het verslag moet worden opgesteld en advies moet kunnen worden verstrekt onverminderd de toepasselijke informatie- en raadplegingsprocedures die op nationaal niveau zijn ingesteld, met inbegrip van die uit hoofde van Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad(6) of Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad(7). De deelnemers in de vennootschap en de vertegenwoordigers van de werknemers van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, de werknemers zelf, moeten kunnen beschikken over het verslag of over de verslagen, indien deze afzonderlijk worden opgesteld.

(13)  Het voorstel voor de grensoverschrijdende operatie, de vergoeding in geld die door de vennootschap wordt aangeboden aan de deelnemers die uit de vennootschap willen stappen en, in voorkomend geval, de ruilverhouding van de aandelen met inbegrip van het bedrag van een eventuele bijbetaling in geld dat in het voorstel opgenomen is, moeten worden gecontroleerd door een van de vennootschap onafhankelijke deskundige. Wat de onafhankelijkheid van de deskundige betreft, moeten de lidstaten rekening houden met de beginselen van de artikelen 22 en 22 ter van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad(8).

(14)  De door de vennootschap openbaar gemaakte informatie moet uitgebreid zijn en de belanghebbenden in staat stellen de gevolgen van de voorgenomen grensoverschrijdende operatie te beoordelen. Vennootschappen mogen echter niet worden verplicht vertrouwelijke informatie openbaar te maken waarvan de openbaarmaking schadelijk zou zijn voor hun commerciële positie overeenkomstig het nationale recht of het Unierecht. Deze niet-openbaarmaking mag geen afbreuk doen aan de andere vereisten van deze richtlijn.

(15)  Op basis van het voorstel ▌ en de verslagen moet de algemene vergadering van de deelnemers in de vennootschap of vennootschappen besluiten of zij dit voorstel en de vereiste wijzigingen van de oprichtingsakten, met inbegrip van de statuten, goedkeurt. Het is belangrijk dat de vereiste meerderheid bij een dergelijke stemming voldoende hoog is om te verzekeren dat het voorstel op een solide meerderheid berust. Daarnaast moeten de deelnemers in de vennootschap ook het recht hebben te stemmen over regelingen betreffende werknemersparticipatie indien zij dat recht op de algemene vergadering hebben voorbehouden.

(16)  Als gevolg van een grensoverschrijdende operatie krijgen deelnemers in een vennootschap er vaak mee te maken dat het recht van een andere lidstaat van toepassing wordt op hun rechten, aangezien zij deelnemers worden in een vennootschap die onder het recht van een andere lidstaat valt en niet langer onder het recht dat van toepassing was op de vennootschap waarin zij deelnemers waren vóór de operatie. Daarom moeten de lidstaten deelnemers in de vennootschap die aandelen met stemrechten bezitten en tegen de goedkeuring van het voorstel hebben gestemd, ten minste het recht verlenen om uit de vennootschap te stappen en voor hun aandelen een vergoeding in geld te krijgen die overeenstemt met de waarde van die aandelen. De lidstaten kunnen evenwel besluiten dit recht ook te verlenen aan andere deelnemers in de vennootschap, bijvoorbeeld aan deelnemers in de vennootschap die aandelen zonder stemrecht bezitten, aan deelnemers in de vennootschap die als gevolg van een grensoverschrijdende splitsing aandelen in de vennootschap zouden verwerven in een andere verhouding dan vóór de operatie, of aan deelnemers in de vennootschap voor wie niet het toepasselijke recht is gewijzigd, maar voor wie bepaalde rechten wel zijn gewijzigd als gevolg van de operatie. Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de nationale regelgeving inzake de geldigheid van overeenkomsten voor de verkoop en overdracht van aandelen in vennootschappen, noch aan bijzondere vereisten inzake rechtsvorm. De lidstaten moeten bijvoorbeeld een notariële akte of een bevestiging van ondertekening kunnen eisen.

(17)  Vennootschappen moeten voor zover mogelijk de kosten in verband met de grensoverschrijdende operatie kunnen ramen. De deelnemers in de vennootschap moeten daarom worden verplicht aan de vennootschap te verklaren of zij gebruikmaken van het recht op vervreemding van hun aandelen. Dit mag geen afbreuk doen aan de formele vereisten die in het nationale recht zijn vastgelegd. Van deelnemers in de vennootschap kan ook worden verlangd dat zij tegelijk met de verklaring of binnen een specifieke termijn aangeven of zij voornemens zijn de aangeboden vergoeding in geld aan te vechten en om een aanvullende vergoeding in geld te verzoeken.

(18)  De berekening van de aangeboden vergoeding in geld moet gebaseerd zijn op algemeen aanvaarde waarderingsmethoden. De deelnemers in de vennootschap moeten het recht hebben om de berekening aan te vechten en de passende hoogte van de vergoeding in geld te betwisten bij een bevoegde bestuurlijke of rechterlijke instantie of een krachtens het nationale recht gemachtigde instantie, met inbegrip van scheidsgerechten. De lidstaten moeten kunnen bepalen dat deelnemers in de vennootschap die gebruik hebben gemaakt van het recht op vervreemding van hun aandelen, het recht hebben om zich in de procedure te voegen, en de lidstaten moeten de termijnen kunnen vaststellen waarbinnen dit naar nationaal recht mogelijk is.

(19)  Bij een grensoverschrijdende fusie of splitsing moeten deelnemers in de vennootschap die niet beschikten over of geen gebruik hebben gemaakt van het uitstaprecht echter wel het recht hebben om de ruilverhouding van de aandelen aan te vechten. Wanneer wordt beoordeeld of sprake is van een adequate ruilverhouding van de aandelen moet de bevoegde bestuurlijke of rechterlijke instantie of een krachtens het nationale recht gemachtigde instantie ook rekening houden met het bedrag van een eventuele bijbetaling in geld dat in het voorstel opgenomen is.

(20)   ▌ Om deze schuldeisers te beschermen tegen het risico van insolventie van de vennootschap na de grensoverschrijdende operatie, moeten de lidstaten daarnaast van de vennootschap of vennootschappen een solvabiliteitsverklaring kunnen eisen volgens welke hun geen redenen bekend zijn om aan te nemen dat door de uit de grensoverschrijdende operatie voortkomende vennootschap of vennootschappen niet zou kunnen worden voldaan aan de erop rustende verplichtingen. In deze omstandigheden moeten de lidstaten de leden van het leidinggevende orgaan persoonlijk aansprakelijk kunnen stellen voor de nauwkeurigheid van deze verklaring. Gelet op de uiteenlopende juridische tradities onder de lidstaten met betrekking tot het gebruik van solventieverklaringen en de mogelijke gevolgen daarvan, staat het aan de lidstaten passende gevolgen te verbinden aan onnauwkeurige of misleidende verklaringen, waaronder effectieve en evenredige sancties en verplichtingen in overeenstemming met het Unierecht.

(21)  Om schuldeisers passende bescherming te garanderen in gevallen waarin zij geen genoegen nemen met de bescherming die de vennootschap biedt in het voorstel en waarin zij mogelijk geen bevredigende oplossing met de vennootschap hebben gevonden, kunnen de schuldeisers die de vennootschap vooraf in kennis hebben gesteld, waarborgen vragen bij de bevoegde ▌instantie ▌. Bij de beoordeling van deze waarborgen moet de passende instantie rekening houden met de vraag of de vordering van de schuldeiser tegen de ▌ vennootschap of ▌ een derde partij ten minste dezelfde waarde en een even goede kredietkwaliteit heeft als vóór de grensoverschrijdende operatie en of de vordering bij dezelfde rechterlijke instantie ▌ kan worden ingediend.

(22)  De lidstaten moeten zorgen voor passende bescherming voor de schuldeisers die al banden onderhielden met de vennootschap voor de vennootschap haar voornemen om een grensoverschrijdende operatie uit te voeren openbaar heeft gemaakt. Naast de algemene regels van de Brussel I bis-verordening moeten de lidstaten derhalve bepalen dat dergelijke schuldeisers gedurende een periode van twee jaar na de openbaarmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting de mogelijkheid moeten hebben om een vordering in te dienen in de lidstaat van vertrek. Nadat het voorstel openbaar is gemaakt, moeten de schuldeisers rekening kunnen houden met de potentiële impact van de wijziging van rechtsgebied en toepasselijk recht als gevolg van de grensoverschrijdende operatie. Tot de te beschermen schuldeisers van een vennootschap kunnen ook actieve en voormalige werknemers met verworven bedrijfspensioenrechten behoren, alsook personen die uitkeringen van een bedrijfspensioen ontvangen. De in deze richtlijn voorziene maatregel voor tweejarige bescherming met betrekking tot het rechtsgebied waarin schuldeisers vorderingen kunnen indienen die zijn ontstaan voor de openbaarmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting, laat het nationale recht inzake de verjaring van rechtsvorderingen onverlet.

(23)  Gewaarborgd moet worden dat de rechten van werknemers om geïnformeerd en geraadpleegd te worden in het kader van grensoverschrijdende operaties volledig worden gerespecteerd. De informatie en raadpleging van werknemers in het kader van grensoverschrijdende operaties moet worden uitgevoerd overeenkomstig het rechtskader van Richtlijn 2002/14/EG, indien van toepassing voor ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie, overeenkomstig Richtlijn 2009/38/EG, en Richtlijn 2001/23/EG van de Raad(9), wanneer de grensoverschrijdende fusie of grensoverschrijdende splitsing wordt beschouwd als overgang van een onderneming in de zin van die richtlijn. De onderhavige richtlijn laat Richtlijn 2009/38/EG, Richtlijn 98/59/EG van de Raad, Richtlijn 2001/23/EG en Richtlijn 2002/14/EG onverlet. Aangezien in de onderhavige richtlijn echter een geharmoniseerde procedure voor grensoverschrijdende operaties is vastgelegd, is het passend om met name de termijn te specificeren waarbinnen de informatie en raadpleging van werknemers in verband met de grensoverschrijdende operatie moet plaatsvinden.

(24)  De werknemersvertegenwoordiging overeenkomstig het nationale recht en/of de nationale gebruiken, in voorkomend geval, moet ook de eventuele relevante organen omvatten die overeenkomstig het EU-recht zijn ingesteld, zoals de Europese ondernemingsraad die is ingesteld overeenkomstig Richtlijn 2009/38/EG en het vertegenwoordigingsorgaan dat is ingesteld overeenkomstig Richtlijn 2001/86/EG van de Raad(10).

(25)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat werknemersvertegenwoordigers bij de uitoefening van hun functie voldoende bescherming en waarborgen genieten overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2002/14/EG om de taken die hun zijn toevertrouwd naar behoren te kunnen vervullen.

(26)  Om het verslag te analyseren, moet de vennootschap die de grensoverschrijdende operatie aangaat de werknemersvertegenwoordigers voorzien van de middelen die zij nodig hebben om de uit deze richtlijn voortvloeiende rechten correct uit te oefenen.

(27)   Om te verzekeren dat de werknemersmedezeggenschap geen onnodig nadeel ondervindt ten gevolge van de grensoverschrijdende operatie wanneer de vennootschap die de grensoverschrijdende operatie aangaat, ▌ een stelsel van werknemersmedezeggenschap heeft ingevoerd, moet op de uit de grensoverschrijdende operatie voortkomende vennootschap of vennootschappen de verplichting rusten een rechtsvorm aan te nemen die de uitoefening van medezeggenschap mogelijk maakt, onder meer door de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de werknemers in het passende leidinggevende of toezichthoudende orgaan van de vennootschap of vennootschappen. Bovendien moeten in een dergelijk geval, wanneer de vennootschap en haar werknemers te goeder trouw onderhandelen, de onderhandelingen worden gevoerd volgens de in Richtlijn 2001/86/EG ingestelde procedure om een minnelijke oplossing te vinden waarin het recht van de vennootschap om een grensoverschrijdende operatie aan te gaan, verzoend wordt met de medezeggenschapsrechten van de werknemers. Een op maat toegesneden en onderling overeengekomen oplossing op basis van deze onderhandelingen of, indien er geen overeenkomst wordt bereikt, de toepassing van de referentievoorschriften als bedoeld in de bijlage bij Richtlijn 2001/86/EG moeten op overeenkomstige wijze gelden. Om de overeengekomen oplossing of de toepassing van de referentievoorschriften te vrijwaren, mag de vennootschap niet de mogelijkheid krijgen de medezeggenschapsrechten op te heffen door binnen een termijn van vier jaar een volgende binnenlandse of grensoverschrijdende omzetting, fusie of splitsing aan te gaan.

(28)  Om te voorkomen dat de medezeggenschapsrechten voor werknemers worden omzeild door middel van een grensoverschrijdende operatie, mag voor de vennootschap of vennootschappen waardoor de grensoverschrijdende operatie wordt aangegaan en die geregistreerd is of zijn in de lidstaat waar voorzien is in medezeggenschapsrechten voor werknemers, niet de mogelijkheid bestaan om een grensoverschrijdende operatie aan te gaan zonder eerst onderhandelingen te voeren met de werknemers of hun vertegenwoordigers, wanneer het gemiddelde aantal werknemers van de vennootschap vier vijfde bedraagt van de nationale drempel die nodig is voor het opzetten van werknemersparticipatie.

(29)  De betrokkenheid van alle belanghebbenden, met name de werknemers, draagt bij tot een duurzame langetermijnaanpak van vennootschappen binnen de gehele eengemaakte markt. In dit verband speelt het waarborgen en bevorderen van werknemersmedezeggenschap in het bestuur van vennootschappen een belangrijke rol, met name bij grensoverschrijdende herstructurering of verhuizing van vennootschappen. Daarom is het van essentieel belang en moet worden bevorderd dat de onderhandelingen over medezeggenschapsrechten in het kader van grensoverschrijdende operaties met succes worden afgerond.

(30)   Om een passende verdeling van taken tussen de lidstaten en een efficiënte en effectieve voorafgaande controle van grensoverschrijdende operaties te verzekeren, moeten ▌ de bevoegde instanties van de lidstaten van de vennootschap of vennootschappen waardoor de grensoverschrijdende operatie wordt aangegaan, bevoegd zijn om een aan de omzetting, fusie of splitsing voorafgaand attest (hierna "aan de operatie voorafgaand attest" genoemd) af te geven. Zonder een dergelijk attest kunnen de bevoegde instanties van de lidstaten van de omgezette vennootschap of van de uit de grensoverschrijdende operatie voortkomende vennootschap of vennootschappen de procedures voor de grensoverschrijdende operatie niet voltooien.

(31)  Met het oog op de afgifte van het aan de operatie voorafgaande attest moeten de lidstaten van de vennootschap of vennootschappen waardoor de grensoverschrijdende operatie wordt aangegaan, overeenkomstig het nationale recht een of meer instanties aanwijzen die bevoegd zijn om toezicht te houden op de rechtmatigheid van de operatie. Onder de bevoegde instantie(s) kunnen vallen: rechterlijke, notariële of andere instanties, een belastinginstantie of een autoriteit voor financiële diensten. Indien er meer dan één bevoegde instantie is, moet de vennootschap een aanvraag voor het aan de operatie voorafgaande attest kunnen indienen bij één door de lidstaten aangewezen bevoegde instantie, die met de andere bevoegde instanties overleg moet plegen. Door de bevoegde instantie of instanties moet worden beoordeeld of aan alle relevante voorwaarden is voldaan en of alle procedures en formaliteiten correct zijn vervuld in die lidstaat en moet binnen drie maanden na de indiening van het verzoek door de vennootschap worden beslist over de afgifte van een aan de operatie voorafgaand attest, tenzij er ernstige twijfels rijzen over de vraag of de grensoverschrijdende operatie is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden die leiden tot of gericht zijn op ontduiking of omzeiling van het nationale recht of het Unierecht, of voor criminele doeleinden, en het onderzoek aanvullende informatie of aanvullende onderzoeksactiviteiten vereist.

(32)  In sommige omstandigheden kan het recht van vennootschappen om een grensoverschrijdende operatie aan te gaan, gebruikt worden voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden, zoals het omzeilen van de rechten van werknemers, socialezekerheidsbetalingen of fiscale verplichtingen, of voor criminele doeleinden. Met name van belang is het bestrijden van "lege vennootschappen" of "brievenbusmaatschappijen" die zijn opgericht om het nationale recht en/of het Unierecht te ontduiken, te omzeilen of te schenden. Wanneer de bevoegde instantie in het kader van haar toezicht op de rechtmatigheid, onder meer door raadpleging van de relevante instanties, constateert dat de grensoverschrijdende operatie is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden die leiden tot of gericht zijn op ontduiking of omzeiling van het nationale recht of het Unierecht, of voor criminele doeleinden, mag zij de operatie niet toestaan. De relevante procedure, met inbegrip van alle gedetailleerde beoordelingen, moet worden uitgevoerd in overeenstemming met het nationale recht. In dat geval kan de bevoegde instantie de termijn voor de beoordeling voor nog eens maximaal drie maanden verlengen.

(33)  Wanneer er bij de bevoegde instantie ernstige twijfels rijzen over de vraag of de grensoverschrijdende operatie is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden, moeten bij de beoordeling alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking worden genomen en moet daarbij ten minste rekening worden gehouden met, in voorkomend geval, indicatieve factoren met betrekking tot de kenmerken van de vestiging in de lidstaat waar de registratie van de vennootschap of vennootschappen na de grensoverschrijdende operatie moet plaatsvinden, met inbegrip van de opzet van de operatie, de sector, de investering, de netto-omzet en winst of verlies, het aantal werknemers, de samenstelling van de balans, de fiscale woonplaats, de activa en de plaats waar deze zich bevinden, de uitrusting, de uiteindelijk begunstigden van de vennootschap, de gebruikelijke werkplek van de werknemers en van specifieke werknemersgroepen, de plaats waar de sociale bijdragen verschuldigd zijn, het aantal gedetacheerde werknemers in het jaar vóór de omzetting in de zin van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad(11) en Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad(12), het aantal werknemers dat gelijktijdig in meer dan één lidstaat werkzaam is in de zin van Verordening (EG) nr. 883/2004 en de commerciële risico's van de vennootschap of vennootschappen vóór en na de grensoverschrijdende operatie. Bij de beoordeling moet ook rekening worden gehouden met de relevante feiten en omstandigheden in verband met de medezeggenschapsrechten voor werknemers, met name wat betreft de onderhandelingen over dergelijke rechten die zijn aangegaan doordat het aantal werknemers niet minder bedraagt dan vier vijfde van de toepasselijke nationale drempel. Al deze elementen mogen in de algemene beoordeling slechts als indicatieve factoren worden beschouwd en mogen dus niet op zichzelf in aanmerking worden genomen. De bevoegde instantie kan het als een aanwijzing beschouwen dat er geen omstandigheden zijn die tot misbruik of fraude leiden, indien de grensoverschrijdende operatie ertoe leidt dat de plaats van de werkelijke leiding en/of de economische activiteit van de vennootschap zich in de lidstaat bevindt waar de registratie van de vennootschap of vennootschappen na de grensoverschrijdende operatie moet plaatsvinden.

(34)  Ook moet de bevoegde instantie bij de vennootschap die de grensoverschrijdende operatie aangaat, of bij andere bevoegde instanties, met inbegrip van die van de lidstaat van bestemming, alle relevante informatie en documenten kunnen opvragen met het oog op de controle van de rechtmatigheid binnen het in het nationale recht vastgestelde procedurele kader. De lidstaten moeten kunnen bepalen welke gevolgen de door de deelnemers en schuldeisers van de vennootschap ingeleide procedures overeenkomstig deze richtlijn kunnen hebben voor de afgifte van het aan de operatie voorafgaande attest.

(35)  Bij de beoordeling van de door de vennootschap ingediende aanvraag voor het verkrijgen van een aan de operatie voorafgaand attest kan de bevoegde instantie een beroep doen op een onafhankelijke deskundige. De lidstaten moeten regels vaststellen om ervoor te zorgen dat de deskundige of de rechtspersoon in wiens naam de deskundige optreedt, onafhankelijk is van de vennootschap die de aanvraag voor het aan de operatie voorafgaande attest indient. De deskundige(n) moet(en) door de bevoegde instantie worden aangewezen en er mogen noch momenteel, noch in het verleden banden zijn (geweest) tussen de deskundige(n) en de betrokken vennootschap die van invloed kunnen zijn op de onafhankelijkheid van de deskundige(n).

(36)  Om ervoor te zorgen dat de vennootschap die de grensoverschrijdende operatie aangaat, haar schuldeisers niet benadeelt, moet de bevoegde instantie met name kunnen nagaan of de vennootschap haar verbintenissen tegenover openbare schuldeisers is nagekomen en of eventuele openstaande verplichtingen voldoende zijn gewaarborgd. De bevoegde instantie moet met name ook kunnen nagaan of de vennootschap nog verwikkeld is in rechtszaken over bijvoorbeeld inbreuken op het sociaal, arbeids- of milieurecht, die kunnen leiden tot verdere verplichtingen van de vennootschap, onder meer tegenover burgers en particuliere entiteiten.

(37)  De lidstaten moeten procedurele waarborgen bieden die in overeenstemming zijn met de algemene beginselen van toegang tot de rechter, waaronder de mogelijkheid van toetsing van de besluiten van de bevoegde instanties in het kader van de procedures inzake grensoverschrijdende operaties, de mogelijkheid om het attest pas later van kracht te laten worden zodat de partijen een vordering bij de bevoegde rechter kunnen instellen, en de mogelijkheid om in voorkomend geval voorlopige maatregelen te verkrijgen.

(38)   Na ontvangst van het aan de operatie voorafgaande attest en na een controle of is voldaan aan de wettelijke vereisten van de lidstaat waar de vennootschap na de operatie moet worden geregistreerd, met inbegrip van een controle of de handeling een omzeiling van het nationale recht of het Unierecht vormt, moeten de bevoegde instanties ▌ de vennootschap in het ondernemingsregister van deze lidstaat inschrijven. De bevoegde instantie van de voormalige lidstaat van de vennootschap of vennootschappen waardoor de grensoverschrijdende operatie wordt aangegaan, moet deze in haar eigen register pas na deze inschrijving doorhalen. De bevoegde instanties van de lidstaat waar de vennootschap na de grensoverschrijdende operatie moet worden geregistreerd, mogen niet de mogelijkheid krijgen de ▌ informatie in het aan de operatie voorafgaande attest aan te vechten. ▌

(39)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de voltooiing van bepaalde procedurele stappen, namelijk de openbaarmaking van het voorstel, de aanvraag voor een aan de omzetting, fusie of splitsing voorafgaand attest (hierna "aan de operatie voorafgaand attest" genoemd) en de indiening van alle informatie en documenten voor het toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende omzetting, fusie of splitsing door de lidstaat van bestemming, volledig online kan worden verricht zonder dat de aanvragers persoonlijk voor een bevoegde instantie in de lidstaten moeten verschijnen. De regels inzake het gebruik van digitale instrumenten en processen in het vennootschapsrecht, met inbegrip van de relevante waarborgen, moeten waar nodig van toepassing zijn. De bevoegde instantie moet de aanvraag voor het aan de omzetting voorafgaande attest, met inbegrip van alle ingediende informatie en documenten, online kunnen ontvangen, tenzij dit voor deze instantie bij wijze van uitzondering technisch onmogelijk is.

(40)  Om de kosten, de duur van de procedures en de administratieve lasten voor de vennootschappen te verminderen, moeten de lidstaten het eenmaligheidsbeginsel toepassen in het kader van het vennootschapsrecht, namelijk dat van vennootschappen niet mag worden geëist dat zij dezelfde, aan verschillende overheidsinstanties te verstrekken informatie bij elke instantie afzonderlijk indienen, bijvoorbeeld bij het nationale register én bij het nationale publicatieblad.

(41)  Ten gevolge van de grensoverschrijdende omzetting moet de omgezette vennootschap haar rechtspersoonlijkheid, haar activa en passiva en alle rechten en verplichtingen, waaronder de rechten en verplichtingen uit contracten, handelingen of nalatigheden behouden. In het bijzonder moet de vennootschap de rechten eerbiedigen en de verplichtingen nakomen die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of dienstverbanden, met inbegrip van de voorwaarden van eventuele collectieve overeenkomsten.

(42)   Met het oog op een passend niveau van transparantie en een degelijk gebruik van digitale instrumenten en processen moeten de door de bevoegde instanties in verschillende lidstaten afgegeven aan de operatie voorafgaande attesten gedeeld worden door middel van een onderling verbonden systeem van ondernemingsregisters en moeten deze openbaar beschikbaar worden gesteld. Overeenkomstig het algemene beginsel dat aan deze richtlijn ten grondslag ligt, moet een dergelijke uitwisseling van informatie altijd kosteloos zijn.

(43)  Om de transparantie over de grensoverschrijdende operaties te vergroten, is het belangrijk dat de registers van de betrokken lidstaten de nodige informatie uit het andere register of de andere registers over de bij de grensoverschrijdende operatie betrokken vennootschappen bevatten om de geschiedenis van die vennootschappen te kunnen volgen. In het bijzonder moet het dossier over de vennootschap in het register waarin zij vóór de grensoverschrijdende operatie was geregistreerd, het nieuw toegekende nummer bevatten waaronder zij na de grensoverschrijdende operatie is ingeschreven. Evenzo moet het dossier over de vennootschap in het register waarin zij na de grensoverschrijdende operatie is geregistreerd, het oorspronkelijk toegekende nummer bevatten waaronder zij vóór de grensoverschrijdende operatie was ingeschreven.

(44)  Wat de bestaande regels inzake grensoverschrijdende fusies betreft, kondigde de Commissie in haar mededeling "De eengemaakte markt verbeteren: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen" ▌ aan te zullen onderzoeken of het nodig is die regels ▌ te actualiseren, zodat het voor kleine en middelgrote ondernemingen eenvoudiger zou worden de bedrijfsstrategie van hun voorkeur te kiezen en zich beter aan wijzigingen van de marktomstandigheden aan te passen, zonder dat daardoor de bestaande arbeidsbescherming zou worden afgezwakt. In de mededeling "Werkprogramma van de Europese Commissie voor 2017. Naar een Europa dat ons beschermt, sterker maakt en verdedigt" werd een initiatief aangekondigd om het aangaan van grensoverschrijdende fusies te vergemakkelijken.

(45)   Het gebrek aan harmonisering van de waarborgen voor deelnemers in de vennootschap ▌ is ▌ bestempeld als een obstakel voor grensoverschrijdende operaties. Vennootschappen en hun deelnemers krijgen te maken met een breed scala aan verschillende vormen van bescherming, wat leidt tot complexiteit en rechtsonzekerheid. Deelnemers ▌ zouden derhalve hetzelfde minimumniveau van bescherming moeten krijgen, ongeacht de lidstaat waarin de vennootschap is gevestigd. De lidstaten kunnen derhalve aanvullende beschermingsregels voor deelnemers handhaven of invoeren, tenzij deze in strijd zijn met deze richtlijn of met de vrijheid van vestiging. Het individuele recht op informatie van de deelnemers blijft onaangetast.

(46)   Na afloop van een grensoverschrijdende operatie kunnen de vroegere schuldeisers van de vennootschap of vennootschappen waardoor die operatie wordt aangegaan, te maken krijgen met vorderingen die worden getroffen wanneer de ▌ vennootschap die aansprakelijk is voor de schuld, nadien onder het recht van een andere lidstaat valt. Momenteel variëren de regels ter bescherming van de schuldeisers naargelang van de lidstaat, hetgeen de complexiteit van het proces van grensoverschrijdende operaties aanzienlijk vergroot en zowel voor de betrokken vennootschappen als voor de schuldeisers daarvan onzekerheid meebrengt wat de invordering of de voldoening van hun vordering betreft.

(47)  Naast de nieuwe regels voor omzettingen worden in deze richtlijn regels bepaald voor gedeeltelijke en volledige grensoverschrijdende splitsingen, maar alleen in verband met de oprichting van nieuwe vennootschappen. Deze richtlijn bevat ▌ geen geharmoniseerd kader voor grensoverschrijdende splitsingen waarin een vennootschap activa en passiva overdraagt aan meer dan één bestaande vennootschap omdat het in deze laatste gevallen om zeer complexe zaken gaat waarbij instanties van verschillende lidstaten betrokken zijn en bijkomende risico's voor ▌ omzeiling van nationale en EU-regels kunnen opduiken. De mogelijkheid om een vennootschap op te richten via splitsing door scheiding, waarin deze richtlijn voorziet, biedt vennootschappen een nieuwe geharmoniseerde procedure binnen de eengemaakte markt, maar het moet vennootschappen vrij staan om rechtstreeks dochterondernemingen in andere lidstaten op te zetten.

(48)   Ten gevolge van de grensoverschrijdende fusie moeten de activa en passiva en alle rechten en verplichtingen, waaronder de rechten en verplichtingen uit contracten, handelingen of nalatigheden, worden overgedragen aan de overnemende of aan de nieuwe vennootschap, en de deelnemers in de fuserende vennootschappen die geen gebruik maken van het uitstaprecht, moeten deelnemers worden in respectievelijk de overnemende of de nieuwe vennootschap. In het bijzonder moet de overnemende of de nieuwe vennootschap de rechten eerbiedigen en de verplichtingen nakomen die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of dienstverbanden, met inbegrip van de voorwaarden van eventuele collectieve overeenkomsten.

(49)  Ten gevolge van de grensoverschrijdende splitsing moeten de activa en passiva en alle rechten en verplichtingen, waaronder de rechten en verplichtingen uit contracten, handelingen of nalatigheden, van de gesplitste vennootschap worden overgedragen aan de verkrijgende vennootschappen volgens de in het voorstel voor de splitsing aangegeven toewijzing en moeten de deelnemers in de gesplitste vennootschap die geen gebruik maken van het uitstaprecht, deelnemer worden in de verkrijgende vennootschappen of deelnemer blijven in de gesplitste vennootschap of deelnemer worden in beide. In het bijzonder moeten de verkrijgende vennootschappen de rechten eerbiedigen en de verplichtingen nakomen die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of dienstverbanden, met inbegrip van de voorwaarden van eventuele collectieve overeenkomsten.

(50)  Om de rechtszekerheid te waarborgen, moet het verboden zijn een grensoverschrijdende operatie die overeenkomstig de procedure van deze richtlijn van kracht is geworden, nietig te verklaren. Dit mag geen afbreuk doen aan de bevoegdheden van de lidstaten, onder meer op het gebied van strafrecht, terrorismefinanciering, sociaal recht, fiscaal recht en rechtshandhaving overeenkomstig het nationale recht, met name wanneer de bevoegde instanties of andere instanties met bevoegdheid ter zake met name op basis van nieuwe wezenlijke informatie vaststellen, nadat de grensoverschrijdende operatie van kracht is geworden, dat de grensoverschrijdende operatie is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden die leiden tot of gericht zijn op ontduiking of omzeiling van het nationale recht of het Unierecht, of voor criminele doeleinden. In dit verband kunnen de bevoegde instanties ook beoordelen of de toepasselijke nationale drempel voor werknemersmedezeggenschap van de lidstaat van de vennootschap die de grensoverschrijdende operatie aangaat, is bereikt of overschreden in de jaren na de grensoverschrijdende operatie.

(51)  Grensoverschrijdende operaties mogen geen afbreuk doen aan de aansprakelijkheid voor fiscale verplichtingen in verband met de activiteit van de vennootschap of vennootschappen vóór de operatie.

(52)   Om andere werknemersrechten dan medezeggenschapsrechten te garanderen, doet deze richtlijn niet af aan Richtlijn 2009/38/EG, Richtlijn 98/59/EG van de Raad(13), Richtlijn 2001/23/EG en Richtlijn 2002/14/EG. Het nationale recht moet ook van toepassing zijn op aangelegenheden die buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, zoals belastingen of sociale zekerheid.

(53)   De bepalingen van deze richtlijn doen niet af aan de nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, waaronder de handhaving van belastingregels in grensoverschrijdende omzettingen, fusies of splitsingen, met betrekking tot de belastingen van lidstaten of hun territoriale of bestuurlijke onderdelen.

(54)  Deze richtlijn laat Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad(14) tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt, Richtlijn 2009/133/EG van de Raad(15) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat, Richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad(16) wat betreft de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande fiscale rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken tussen lidstaten, Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad(17) wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied en Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad(18) wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies onverlet.

(55)   Deze richtlijn doet niet af aan de bepalingen van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad(19) ter bestrijding van witwassen van geld en terrorismefinanciering, met name de verplichtingen met betrekking tot de passende cliëntenonderzoeksmaatregelen op basis van risicogevoeligheid en de identificatie en registratie van de uiteindelijk begunstigde van elke nieuw opgerichte entiteit in de lidstaat waar de oprichting plaatsvindt.

(56)  Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de Uniewetgeving en de nationale voorschriften die krachtens die Uniewetgeving zijn vastgesteld ter regulering van de transparantie en van de rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen.

(57)  Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de Uniewetgeving inzake kredietbemiddelaars en andere financiële ondernemingen en de nationale voorschriften die krachtens die Uniewetgeving zijn vastgesteld.

(58)   Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, het vereenvoudigen en het reguleren van grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen, niet voldoende door de lidstaten maar beter op het niveau van de Unie kunnen worden bereikt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 VWEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in dat artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(59)   Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(60)   Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken(20) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(61)   De Commissie moet een evaluatie van deze richtlijn verrichten, met inbegrip van een evaluatie van de tenuitvoerlegging inzake de informatie, de raadpleging en de medezeggenschap van werknemers in het kader van de grensoverschrijdende operaties. De evaluatie moet met name ten doel hebben de grensoverschrijdende operaties te beoordelen waarbij de onderhandelingen over werknemersmedezeggenschap zijn aangegaan doordat het aantal werknemers niet minder bedraagt dan vier vijfde van de toepasselijke drempel, en na te gaan of in die vennootschappen na de grensoverschrijdende operatie de toepasselijke drempel voor werknemersmedezeggenschap van de lidstaat van de vennootschap die de grensoverschrijdende operatie is aangegaan, is bereikt of overschreden. Overeenkomstig punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 2016(21) moet deze evaluatie gebaseerd zijn op vijf criteria, namelijk doeltreffendheid, efficiëntie, coherentie, relevantie en meerwaarde, en moet zij de basis vormen voor effectbeoordelingen van mogelijke verdere maatregelen.

(62)   Er moet informatie worden verzameld om de werking van de wetgeving te evalueren ten aanzien van de doelstellingen die ermee worden nagestreefd, en om de evaluatie van de wetgeving te ondersteunen in overeenstemming met punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 2016.

(63)  Richtlijn (EU) 2017/1132 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2017/1132

Richtlijn (EU) 2017/1132 wordt als volgt gewijzigd:

1)  in artikel 18, lid 3, wordt het volgende punt a bis) ingevoegd:"

"a bis) de in de artikelen 86 nonies, 86 sexdecies, 86 octodecies, 123, 127 bis, 160 undecies, 160 octodecies en 160 vicies bedoelde documenten en informatie;";

"

2)  ▌artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

a)   punt e) wordt vervangen door:"

"e) de gedetailleerde lijst van gegevens die worden verzonden voor de gegevensuitwisseling tussen de registers en met het oog op openbaarmaking, als bedoeld in de artikelen 20, 34, ▌ 86 sexdecies, 86 septdecies, 86 octodecies, 127 bis, 128, 130 ▌, 160 octodecies, 160 novodecies en 160 vicies";

"

b)  aan de tweede alinea wordt de volgende zin toegevoegd:"

"De Commissie stelt de uitvoeringshandelingen overeenkomstig het bepaalde onder e) uiterlijk 18 maanden na de datum van inwerkingtreding vast.";

"

3)  de titel van titel II wordt vervangen door:"

"OMZETTINGEN, FUSIES EN SPLITSINGEN VAN VENNOOTSCHAPPEN MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID";

"

4)  in titel II wordt het volgende hoofdstuk -I ingevoegd:"

"HOOFDSTUK -I

Grensoverschrijdende omzettingen

Artikel 86 bis

Toepassingsgebied

1.  Dit hoofdstuk is van toepassing op de omzetting van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die is opgericht in overeenstemming met het recht van een lidstaat en die haar statutaire zetel, haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging binnen de Unie heeft, in een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die onder het recht van een andere lidstaat valt (hierna "grensoverschrijdende omzetting" genoemd).

Artikel 86 ter

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

   1. "vennootschap met beperkte aansprakelijkheid" (hierna "vennootschap" genoemd): een vennootschap met een vorm als bedoeld in bijlage II die een grensoverschrijdende omzetting aangaat;
   2. "grensoverschrijdende omzetting": een operatie waarbij een vennootschap, zonder te worden ontbonden of zonder in vereffening te gaan, de rechtsvorm waaronder zij in een lidstaat van vertrek is geregistreerd, omzet in een in bijlage II vermelde rechtsvorm van de lidstaat van bestemming en met behoud van haar rechtspersoonlijkheid ten minste haar statutaire zetel overbrengt naar de lidstaat van bestemming;
   3. "lidstaat van vertrek": een lidstaat waarin een vennootschap in haar rechtsvorm is geregistreerd voordat de grensoverschrijdende omzetting plaatsvindt;
   4. "lidstaat van bestemming": een lidstaat waarin een vennootschap wordt geregistreerd ten gevolge van de grensoverschrijdende omzetting;

   5. "omgezette vennootschap": de ▌ vennootschap die in de lidstaat van bestemming wordt opgericht ten gevolge van de grensoverschrijdende omzetting ▌.

Artikel 86 quater

Verdere bepalingen betreffende het toepassingsgebied

1.  Dit hoofdstuk geldt niet voor grensoverschrijdende omzettingen waarbij een vennootschap is betrokken waarvan het doel de collectieve belegging van uit het publiek aangetrokken kapitaal is, met toepassing van het beginsel van risicospreiding en waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de houders ten laste van de activa van die vennootschap rechtstreeks of middellijk worden ingekocht of terugbetaald. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt gelijkgesteld ieder handelen van een dergelijke vennootschap om te voorkomen dat de waarde van haar deelnemingsrechten ter beurze aanzienlijk afwijkt van de intrinsieke waarde.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat dit hoofdstuk niet van toepassing is in een van de volgende omstandigheden:

   a) de vennootschap is in vereffening en heeft een begin gemaakt met de verdeling van activa onder haar aandeelhouders;

   b) de vennootschap is onderworpen aan afwikkelingsinstrumenten, ‑bevoegdheden en -mechanismen waarin titel IV van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad* voorziet.

3.  De lidstaten kunnen besluiten dit hoofdstuk niet toe te passen op vennootschappen:

   a) in een insolventieprocedure of ten aanzien waarvan een preventieve herstructureringsprocedure loopt;
   a bis) waartegen een andere vereffeningsprocedure is ingeleid dan bedoeld in lid 2; of
   b) waarop crisispreventiemaatregelen in de zin van artikel 2, lid 1, punt 101, van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van toepassing zijn.

4.  Het nationale recht van de lidstaat van vertrek regelt het gedeelte van de procedures en formaliteiten met betrekking tot de grensoverschrijdende omzetting met het oog op het verkrijgen van het aan de omzetting voorafgaande attest en het nationale recht van de lidstaat van bestemming regelt het gedeelte van de procedures en formaliteiten na de ontvangst van het aan de omzetting voorafgaande attest in overeenstemming met het Unierecht.

Artikel 86 quinquies

Voorstel voor grensoverschrijdende omzettingen

1.   Het leidinggevende of bestuursorgaan van de vennootschap ▌ stelt het voorstel voor een grensoverschrijdende omzetting op. In het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting wordt ten minste vermeld:

   a) de rechtsvorm, de naam en de plaats van de statutaire zetel van de vennootschap in de lidstaat van vertrek;
   b) de rechtsvorm, de naam en de plaats van de statutaire zetel die in de lidstaat van bestemming worden voorgesteld voor de omgezette vennootschap;
   c) de oprichtingsakte ▌, in voorkomend geval, en, indien die in een afzonderlijke akte zijn opgenomen, de statuten van de vennootschap in de lidstaat van bestemming;
   d) het voorgestelde indicatieve tijdschema voor de grensoverschrijdende omzetting;
   e) de rechten die door de omgezette vennootschap worden verleend aan de deelnemers in de vennootschap met bijzondere rechten en aan de houders van andere effecten dan aandelen die het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen, of de ten aanzien van hen voorgestelde maatregelen;
   f) ▌ waarborgen, zoals garanties of pandgevingen, wanneer deze aan ▌ schuldeisers worden geboden;

   h) de bijzondere voordelen die aan de leden van de organen die belast zijn met het bestuur of de leiding van, of het toezicht of de controle op de ▌ vennootschap worden toegekend;
   h bis) of de vennootschap in de lidstaat van vertrek gedurende de laatste vijf jaar eventuele stimulansen of subsidies heeft ontvangen;
   i) een nadere omschrijving van het aanbod voor de vergoeding in geld voor de deelnemers in de vennootschap▌, in overeenstemming met artikel 86 undecies;
   j) de waarschijnlijke gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de werkgelegenheid;
   k) in voorkomend geval, informatie over de procedures waarbij overeenkomstig artikel 86 terdecies regelingen worden vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop de werknemers bij de vaststelling van hun medezeggenschapsrechten in de omgezette vennootschap worden betrokken ▌.

Artikel 86 sexies

Verslag van het leidinggevende of bestuursorgaan aan de deelnemers in de vennootschap en de werknemers

1.  Het leidinggevende of bestuursorgaan van de vennootschap ▌ stelt voor de deelnemers in de vennootschap en de werknemers een verslag op waarin de wettelijke en economische aspecten van de grensoverschrijdende omzetting worden toegelicht en verantwoord en waarin de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de werknemers worden toegelicht.

2.  In het in lid 1 bedoelde verslag wordt met name toelichting gegeven over de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de toekomstige bedrijfsactiviteiten van de vennootschap.

Het omvat tevens een deel voor de deelnemers in de vennootschap en een deel voor de werknemers.

3.  In het deel van het verslag voor de deelnemers in de vennootschap wordt met name toelichting gegeven over:

   a bis) de vergoeding in geld en volgens welke methode deze is vastgesteld;
   b) de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de deelnemers in de vennootschap;
   c) de rechten en de rechtsmiddelen die beschikbaar zijn voor deelnemers in de vennootschap ▌ in overeenstemming met artikel 86 undecies.

4.  Het deel van het verslag voor de deelnemers in de vennootschap is niet vereist wanneer alle deelnemers in de vennootschap ermee hebben ingestemd van deze vereiste af te zien. De lidstaten kunnen eenpersoonsvennootschappen uitsluiten van de bepalingen van dit artikel.

5.  In het deel van het verslag voor de werknemers wordt met name toelichting gegeven over:

   c bis) de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de dienstverbanden en, in voorkomend geval, alle maatregelen om deze te vrijwaren;
   c ter) materiële wijzigingen van de toepasselijke arbeidsvoorwaarden en van de vestigingsplaatsen van de vennootschap;
   d) de vraag hoe de in de punten c bis) en c ter) bedoelde factoren ook van invloed zijn op dochterondernemingen van de vennootschap.

6.  Wanneer het leidinggevende of bestuursorgaan van de vennootschap tijdig een advies over de delen van het verslag als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 ontvangt van de vertegenwoordigers van de werknemers of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, van de werknemers zelf, zoals bepaald in het nationale recht, worden de deelnemers in de vennootschap daarvan op de hoogte gebracht en wordt dit advies aan dat verslag gehecht.

7.  Het deel voor de werknemers hoeft niet te worden opgesteld wanneer alle werknemers van de vennootschap en in voorkomend geval haar dochterondernemingen tot het leidinggevende of bestuursorgaan behoren.

8.  De vennootschap kan besluiten of één verslag met de twee in de leden 3 en 4 bedoelde delen wordt opgesteld, dan wel een afzonderlijk verslag voor respectievelijk de deelnemers in de vennootschap en de werknemers.

9.  Het in lid 1 bedoelde verslag of de in lid 5 bedoelde verslagen worden samen met het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting, indien beschikbaar, uiterlijk zes weken vóór de datum van de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering in ieder geval in elektronische vorm ter beschikking gesteld van de deelnemers in de vennootschap ▌ en de vertegenwoordigers van de werknemers van de ▌ vennootschap ▌ of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, van de werknemers zelf.

10.  Wanneer van het in lid 3 bedoelde deel voor de deelnemers in de vennootschap wordt afgezien overeenkomstig lid 3 en het in lid 4 bedoelde deel voor de werknemers niet vereist is overeenkomstig lid 4 bis, is het in lid 1 bedoelde verslag ▌ niet vereist.

11.  De leden 1 tot en met 8 van dit artikel laten de toepasselijke informatie- en raadplegingsrechten en -procedures onverlet die op nationaal niveau zijn ingesteld na de omzetting van de Richtlijnen 2002/14/EG en 2009/38/EG.

Artikel 86 octies

Verslag van onafhankelijke deskundige

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat een onafhankelijke deskundige het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting onderzoekt en een voor de deelnemers in de vennootschap bestemd verslag opstelt dat uiterlijk een maand voor de datum van de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering te hunner beschikking wordt gesteld. Naargelang het recht van de lidstaten kan de deskundige een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn.

2.   Het in lid 1 bedoelde verslag bevat in ieder geval het advies van de deskundige over de vraag of de vergoeding in geld adequaat is. Met betrekking tot de in artikel 86 quinquies, onder i), bedoelde vergoeding in geld houdt de deskundige rekening met de marktprijs van die aandelen in de vennootschap vóór de aankondiging van het omzettingsvoorstel of met de waarde van de vennootschap, exclusief de gevolgen van de voorgestelde omzetting, zoals bepaald volgens algemeen aanvaarde waarderingsmethoden. In het verslag wordt ten minste:

   a) aangegeven volgens welke methode de voorgestelde vergoeding in geld is vastgesteld;
   b) aangegeven of deze methode passend is om de vergoeding in geld te beoordelen en tot welke waarde die methode leidt, en wordt een advies gegeven over het betrekkelijke gewicht dat bij de vaststelling van de in aanmerking genomen waarde aan die methode is gehecht;
   c) beschreven welke bijzondere moeilijkheden zich eventueel bij de waardering hebben voorgedaan.

▌De deskundige mag van de vennootschap alle informatie verlangen die nodig is voor de vervulling van zijn taak.

3.  Noch het onderzoek van het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting door een onafhankelijke deskundige, noch een deskundigenverslag is vereist, indien alle deelnemers in de vennootschap aldus zijn overeengekomen. De lidstaten kunnen eenpersoonsvennootschappen uitsluiten van de bepalingen van dit artikel.

Artikel 86 nonies

Openbaarmaking

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende documenten openbaar worden gemaakt en uiterlijk één maand voor de datum van de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering publiek beschikbaar worden gesteld in het register van de lidstaat van vertrek:

   a) het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting;

   b) een kennisgeving aan de deelnemers, de schuldeisers en de vertegenwoordigers van de werknemers van de vennootschap of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, aan de werknemers zelf, dat zij uiterlijk vijf werkdagen vóór de datum van de algemene vergadering bij de vennootschap ▌ opmerkingen kunnen indienen betreffende het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting.

De lidstaten kunnen eisen dat het verslag van de onafhankelijke deskundige, indien het overeenkomstig artikel 86 octies is opgesteld, openbaar wordt gemaakt en publiek beschikbaar wordt gesteld in het register.

De lidstaten zorgen ervoor dat de vennootschap in staat is vertrouwelijke informatie uit te zonderen van openbaarmaking van het verslag van de onafhankelijke deskundige.

De overeenkomstig dit lid openbaar gemaakte documenten zijn ook toegankelijk door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem.

2.  De lidstaten kunnen de ▌ vennootschap vrijstellen van de in lid 1 bedoelde openbaarmakingsverplichting wanneer deze de in lid 1 bedoelde documenten gratis op haar website beschikbaar stelt gedurende een ononderbroken periode die aanvangt ten minste één maand vóór de datum die is vastgesteld voor de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering ▌ en die niet eerder eindigt dan bij de sluiting van die vergadering.

De lidstaten mogen evenwel geen verplichtingen verbinden aan of beperkingen stellen aan die vrijstelling, behalve om de veiligheid van de website en de authenticiteit van de documenten te waarborgen, tenzij en alleen voor zover zij evenredig zijn met de te verwezenlijken doelstellingen.

3.  Wanneer de vennootschap ▌ overeenkomstig lid 2 van dit artikel het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting openbaar maakt, dient zij ten minste één maand voor de datum van de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering ▌ bij het register van de lidstaat van vertrek de volgende openbaar te maken informatie in:

   a) de rechtsvorm, de naam en de statutaire zetel van de vennootschap in de lidstaat van vertrek, alsmede de rechtsvorm, de naam en de statutaire zetel die worden voorgesteld voor de omgezette vennootschap in de lidstaat van bestemming;
   b) het register waarbij voor de ▌ vennootschap de in artikel 14 bedoelde akten zijn neergelegd en het nummer van inschrijving in dat register;
   c) de vermelding van de regelingen die voor de uitoefening van de rechten van schuldeisers, werknemers en deelnemers in de vennootschap zijn getroffen;
   d) details van de website waar het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting, de kennisgeving en het in lid 1 bedoelde deskundigenverslag en een volledige beschrijving van de in dit lid, onder c), bedoelde regelingen kosteloos verkrijgbaar zijn.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat aan de in de leden 1 en 3 bedoelde vereisten volledig online kan worden voldaan zonder dat de aanvragers persoonlijk moeten verschijnen voor een bevoegde instantie in de lidstaat van vertrek, met inachtneming van de relevante bepalingen van hoofdstuk III van titel I.

5.  Naast de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde openbaarmaking kunnen de lidstaten eisen dat het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting of de in lid 3 bedoelde informatie in hun nationale publicatieblad of via een centraal elektronisch platform overeenkomstig artikel 16, lid 3, wordt bekendgemaakt. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat het register de relevante informatie doorzendt aan het nationale publicatieblad.

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde documentatie of de in lid 3 bedoelde informatie kosteloos toegankelijk is voor het publiek via het systeem van gekoppelde registers.

De lidstaten zorgen er bovendien voor dat de vergoedingen die de registers de vennootschap ▌ in rekening brengen voor de in de leden 1 en 3 bedoelde openbaarmaking en, in voorkomend geval, voor de in lid 5 bedoelde bekendmaking, niet hoger zijn dan de terugvordering van de kosten van de dienstverlening.

Artikel 86 decies

Goedkeuring door de algemene vergadering

1.  Na kennis te hebben genomen van de verslagen die zijn bedoeld in de artikelen 86 sexies ▌en 86 octies, al naargelang het geval, alsmede van de overeenkomstig artikel 86 sexies ingediende adviezen van de werknemers en de overeenkomstig artikel 86 nonies ingediende opmerkingen, beslist de algemene vergadering van de vennootschap ▌ door middel van een besluit over de goedkeuring van het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting en over de vraag of de oprichtingsakte en de statuten, indien die in een afzonderlijke akte zijn opgenomen, worden aangepast.

2.  De algemene vergadering van de vennootschap ▌ kan zich het recht voorbehouden de uitvoering van de grensoverschrijdende omzetting afhankelijk te stellen van haar uitdrukkelijke bekrachtiging van de in artikel 86 terdecies bedoelde regelingen.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat voor de goedkeuring van ▌ het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting en elke wijziging daarvan een meerderheid vereist is van niet minder dan twee derde maar niet meer dan 90 % van de stemmen die verbonden zijn aan de aandelen of aan het op de vergadering vertegenwoordigde geplaatste kapitaal. De stemmingsdrempel is hoe dan ook niet hoger dan die waarin het nationale recht voorziet voor de goedkeuring van grensoverschrijdende fusies.

4.  Wanneer een clausule in het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting of een wijziging van de oprichtingsakte van de vennootschap die de omzetting aangaat tot een toename van de economische verplichtingen van een aandeelhouder ten aanzien van de vennootschap of derden leidt, kunnen de lidstaten in dergelijke specifieke omstandigheden als voorwaarde stellen dat deze clausule of de wijziging van de oprichtingsakte door de betrokken aandeelhouder wordt goedgekeurd, mits deze aandeelhouder de in artikel 86 undecies neergelegde rechten niet kan uitoefenen.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat de goedkeuring van de grensoverschrijdende omzetting door de algemene vergadering niet uitsluitend op de volgende gronden kan worden aangevochten:

   a) de in artikel 86 quinquies, onder i), bedoelde vergoeding in geld is niet adequaat vastgesteld; of
   b) de in het kader van punt a) verstrekte informatie voldoet niet aan de wettelijke vereisten.

Artikel 86 undecies

Bescherming van de deelnemers in de vennootschap

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de ▌ deelnemers in de vennootschap die tegen het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting hebben gestemd, het recht hebben hun aandelen onder de in de leden 2 tot en met 6 bedoelde voorwaarden te vervreemden in ruil voor een adequate vergoeding in geld.

De lidstaten kunnen een dergelijk recht ook aan andere deelnemers in de vennootschap toekennen.

De lidstaten kunnen eisen dat het uitdrukkelijke verzet tegen het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting en/of het voornemen van de deelnemers in de vennootschap om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen, uiterlijk op de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering naar behoren wordt gedocumenteerd. De lidstaten kunnen toestaan dat registratie van het verzet tegen het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting als passende documentatie met betrekking tot een tegenstem wordt beschouwd.

2.  De lidstaten stellen de termijn vast waarbinnen de in lid 1 bedoelde deelnemers in de vennootschap aan deze vennootschap kennis moeten geven van hun besluit om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen. Die termijn duurt in geen geval langer dan één maand na de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering. De lidstaten zorgen ervoor dat de vennootschap een elektronisch adres opgeeft waarop zij deze kennisgeving elektronisch kan ontvangen.

3.  De lidstaten stellen voorts een termijn vast voor de betaling van de in het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting gespecificeerde vergoeding in geld. Deze termijn mag niet later eindigen dan twee maanden nadat de grensoverschrijdende omzetting overeenkomstig artikel 86 novodecies van kracht wordt.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat deelnemers in de vennootschap die aan deze vennootschap kennis hebben gegeven van hun besluit om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen, maar die van oordeel zijn dat de vergoeding die door de vennootschap wordt aangeboden niet adequaat is vastgesteld, het recht hebben bij een bevoegde instantie of een krachtens het nationale recht gemachtigde instantie om een aanvullende vergoeding in geld te verzoeken. De lidstaten stellen een termijn vast voor het verzoek om een aanvullende vergoeding in geld.

De lidstaten kunnen bepalen dat het definitieve besluit tot toekenning van een aanvullende vergoeding in geld geldig is voor de deelnemers in de vennootschap die overeenkomstig lid 2 kennis hebben gegeven van hun besluit om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen.

5.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde rechten worden geregeld door het recht van de lidstaat van vertrek en dat de lidstaat van vertrek exclusief bevoegd is voor de beslechting van geschillen die verband houden met deze rechten.

Artikel 86 duodecies

Bescherming van de schuldeisers

1.  De lidstaten bieden een passende bescherming van de belangen van de schuldeisers wier vorderingen vóór de openbaarmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting zijn ontstaan en ten tijde van die openbaarmaking nog niet opeisbaar zijn. De lidstaten zorgen ervoor dat de schuldeisers die geen genoegen nemen met de in artikel 86 quinquies, lid 1, onder f), bedoelde waarborgen die in het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting worden geboden, de geschikte administratieve of gerechtelijke instanties kunnen verzoeken om passende waarborgen binnen drie maanden na de in artikel 86 nonies bedoelde openbaarmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting, mits zij op geloofwaardige wijze kunnen aantonen dat de voldoening van hun vorderingen als gevolg van de grensoverschrijdende omzetting in het gedrang is, en dat van de vennootschap geen passende waarborgen zijn verkregen. De lidstaten zorgen ervoor dat de waarborgen afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de grensoverschrijdende omzetting overeenkomstig artikel 86 novodecies van kracht wordt.

2.  De lidstaten kunnen eisen dat het leidinggevende of bestuursorgaan van de ▌ vennootschap ▌ een verklaring verstrekt waarin nauwkeurig de actuele financiële toestand wordt weergegeven van de vennootschap op de datum van de verklaring, die ten vroegste één maand voor de openbaarmaking ervan valt. In de verklaring wordt aangegeven dat het leidinggevende of bestuursorgaan van de vennootschap op basis van de informatie waarover het beschikt op de datum van de verklaring en na redelijke verzoeken om inlichtingen, niet op de hoogte is van enige redenen waarom de vennootschap wanneer de omzetting van kracht wordt, niet in staat zou zijn te voldoen aan haar verplichtingen wanneer deze opeisbaar worden. De verklaring wordt samen met het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting openbaar ▌ gemaakt overeenkomstig artikel 86 nonies.

3.   De leden ▌ 2 en 3 doen niet af aan de toepassing van het nationale recht van de lidstaat van vertrek met betrekking tot het voldoen van betalingen of het waarborgen van ▌ betalingen of verbintenissen van niet-geldelijke aard ten aanzien van overheidsinstanties.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat schuldeisers wier vorderingen zijn ontstaan vóór de openbaarmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting, ook in de lidstaat van vertrek een procedure tegen de vennootschap kunnen inleiden binnen twee jaar na de datum waarop de omzetting van kracht is geworden, onverminderd de bevoegdheidsregels die voortvloeien uit het nationale recht of het Unierecht of uit een contractuele overeenkomst. De mogelijkheid om een dergelijke procedure in te leiden, vormt een aanvulling op de andere regels inzake bevoegdheidskeuze die krachtens het Unierecht van toepassing zijn.

Artikel 86 duodecies bis

Informatie en raadpleging van werknemers

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie- en raadplegingsrechten van werknemers in verband met de grensoverschrijdende omzetting worden geëerbiedigd en worden uitgeoefend overeenkomstig het rechtskader van Richtlijn 2002/14/EG en, indien van toepassing voor ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie, overeenkomstig Richtlijn 2009/38/EG. De lidstaten kunnen besluiten de informatie- en raadplegingsrechten ook op andere dan de in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2002/14/EG bedoelde vennootschappen toe te passen.

2.  Onverminderd artikel 86 sexies, lid 6, en artikel 86 nonies, lid 1, onder b), zorgen de lidstaten ervoor dat de informatie- en raadplegingsrechten van werknemers worden geëerbiedigd, ten minste voordat een besluit wordt genomen over het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting of, als dat eerder gebeurt, over het in artikel 86 sexies bedoelde verslag, zodat de werknemers vóór de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering een gemotiveerd antwoord ontvangen.

3.  Onverminderd gunstigere bepalingen en/of praktijken die voor de werknemers gelden, stellen de lidstaten de praktische regelingen vast voor de uitoefening van het recht op informatie en raadpleging overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2002/14/EG.

Artikel 86 terdecies

Werknemersmedezeggenschap

1.  Onverminderd lid 2 is de omgezette vennootschap onderworpen aan de geldende voorschriften betreffende werknemersmedezeggenschap in de lidstaat van bestemming.

2.  De voorschriften betreffende werknemersmedezeggenschap die in voorkomend geval van toepassing zijn in de lidstaat van bestemming, zijn evenwel niet van toepassing indien de vennootschap die de omzetting aangaat, in de zes maanden voorafgaand aan de bekendmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting als bedoeld in artikel 86 quinquies van deze richtlijn een gemiddeld aantal werknemers heeft van vier vijfde van de toepasselijke drempel, zoals bepaald in het recht van de lidstaat van vertrek, wat aanleiding geeft tot werknemersmedezeggenschap in de zin van artikel 2, onder k), van Richtlijn 2001/86/EG, of indien het nationale recht van de lidstaat van bestemming niet:

   a) voorziet in ten minste hetzelfde niveau van werknemersmedezeggenschap dat van toepassing was in de vennootschap vóór de omzetting, gemeten naar het aantal werknemersvertegenwoordigers onder de leden van het toezichthoudende of bestuursorgaan, in de commissies van die organen of in het leidinggevende orgaan dat belast is met de winstbepalende entiteiten van de vennootschap, die in aanmerking komen voor werknemersvertegenwoordiging; of
   b) voorschrijft dat werknemers van in andere lidstaten gelegen vestigingen van de omgezette vennootschap hetzelfde recht tot uitoefening van medezeggenschapsrechten hebben als de werknemers in de lidstaat van bestemming.

3.  In de in lid 2 van dit artikel bedoelde gevallen wordt de medezeggenschap van werknemers in de omgezette vennootschap en de wijze waarop zij bij de vaststelling van deze rechten worden betrokken, door de lidstaten op overeenkomstige wijze en onverminderd de leden 4 tot en met 7 van dit artikel geregeld volgens de beginselen en procedures vervat in artikel 12, leden 2 ▌ en 4, van Verordening (EG) nr. 2157/2001 en de volgende bepalingen van Richtlijn 2001/86/EG:

   a) artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 2, onder a), i), en b), en artikel 3, lid 3, en de eerste twee zinnen van artikel 3, leden 4, ▌ 5 en 7▌;
   b) artikel 4, lid 1, artikel 4, lid 2, onder a), g) en h), en artikel 4, leden 3 en 4;
   c) artikel 5;
   d) artikel 6;
   e) ▌artikel 7, lid 1, met uitzondering van het tweede streepje van het bepaalde onder b);
   f) de artikelen 8, ▌ 10, 11 en 12;
   g) deel 3, onder a), van de bijlage.

4.  Bij het in regelgeving omzetten van de in lid 3 bedoelde beginselen en procedures:

   a) geven de lidstaten de bijzondere onderhandelingsgroep het recht om, bij een meerderheid van twee derde van haar leden, die ten minste twee derde van de werknemers vertegenwoordigen, te besluiten van onderhandelingen af te zien of reeds geopende onderhandelingen te beëindigen en zich te verlaten op de regels inzake medezeggenschap die van kracht zijn in de lidstaat van bestemming;
   b) kunnen de lidstaten, wanneer na eerdere onderhandelingen de referentievoorschriften inzake medezeggenschap van toepassing zijn en ongeacht deze referentievoorschriften, besluiten het aantal werknemersvertegenwoordigers in het bestuursorgaan van de omgezette vennootschap te beperken. Wanneer echter in de ▌ vennootschap ten minste een derde van de leden van het toezichthoudende of bestuursorgaan werknemersvertegenwoordigers waren, kan het aantal werknemersvertegenwoordigers nooit zodanig worden beperkt dat in het bestuursorgaan minder dan een derde van de leden werknemersvertegenwoordigers zijn;
   c) zorgen de lidstaten ervoor dat de regels inzake werknemersmedezeggenschap die vóór de grensoverschrijdende omzetting van toepassing waren, van toepassing blijven tot de datum waarop eventuele nadien overeengekomen regels van kracht worden, of indien er geen regels zijn overeengekomen, tot de datum waarop de referentievoorschriften van kracht worden in overeenstemming met deel 3, onder a), van de bijlage.

5.  De uitbreiding van de medezeggenschapsrechten tot werknemers van de omgezette vennootschap die in andere lidstaten werkzaam zijn, bedoeld in lid 2, onder b), houdt voor de lidstaten die deze keuze maken, geen verplichting in deze werknemers mee te tellen bij de berekening van het drempelaantal werknemers dat volgens het nationale recht aanleiding geeft tot medezeggenschapsrechten.

6.  Wanneer de omgezette vennootschap ▌ volgens de in lid 2 bedoelde voorschriften onder een stelsel van werknemersmedezeggenschap moet vallen, is zij verplicht een rechtsvorm aan te nemen die de uitoefening van medezeggenschapsrechten mogelijk maakt.

7.  Wanneer de omgezette vennootschap werkt met een stelsel van werknemersmedezeggenschap, is zij verplicht maatregelen te nemen om de medezeggenschapsrechten van de werknemers te beschermen in geval van eventuele daaropvolgende grensoverschrijdende of binnenlandse fusies, splitsingen of omzettingen voor een termijn van vier jaar nadat de grensoverschrijdende omzetting van kracht is geworden, door de in de leden 1 tot en met 6 vastgestelde voorschriften op overeenkomstige wijze toe te passen.

8.  De vennootschap stelt haar werknemers of hun vertegenwoordigers onverwijld in kennis van de resultaten van de onderhandelingen over de werknemersmedezeggenschap.

Artikel 86 quaterdecies

Aan de omzetting voorafgaand attest

1.  De lidstaten wijzen de rechterlijke, notariële of andere bevoegde instantie of instanties aan (hierna "de bevoegde instantie" genoemd) voor het toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende omzetting wat betreft het gedeelte van de procedure dat door het recht van de lidstaat van vertrek wordt geregeld, en voor de afgifte van een aan de omzetting voorafgaand attest ▌ waaruit blijkt dat aan alle relevante voorwaarden is voldaan en alle procedures en formaliteiten correct zijn vervuld in de lidstaat van vertrek.

Deze vervulling van procedures en formaliteiten kan betrekking hebben op het voldoen van betalingen of het waarborgen van betalingen of verbintenissen van niet-geldelijke aard ten aanzien van overheidsinstanties, of op de naleving van bijzondere sectorale vereisten, met inbegrip van het waarborgen van betalingen of verbintenissen die voortvloeien uit lopende procedures.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvraag van het aan de omzetting voorafgaande attest door de vennootschap ▌ vergezeld gaat van:

   a) het in artikel 86 quinquies bedoelde voorstel voor de omzetting;
   b) het verslag en in voorkomend geval het aangehechte advies als bedoeld in artikel 86 sexies, alsmede het in artikel 86 octies bedoelde verslag, indien beschikbaar;
   b bis) alle overeenkomstig artikel 86 nonies, lid 1, ingediende opmerkingen;
   c) informatie over de in artikel 86 decies bedoelde goedkeuring door de algemene vergadering▌.

3.  De lidstaten kunnen eisen dat de aanvraag van het aan de omzetting voorafgaande attest vergezeld gaat van aanvullende informatie, met name over bijvoorbeeld:

   a) het aantal werknemers ten tijde van het opstellen van het voorstel voor de omzetting;
   b) dochterondernemingen en hun respectieve geografische ligging;
   c) de nakoming van verbintenissen van de vennootschap ten aanzien van overheidsinstanties.

Voor de toepassing van dit lid kunnen de bevoegde instanties deze informatie, als zij niet wordt verstrekt, opvragen bij andere instanties met bevoegdheid ter zake.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 2 en 3 bedoelde aanvraag, waaronder de indiening van informatie en documenten, volledig online kan worden verricht zonder dat het noodzakelijk is persoonlijk te verschijnen voor de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie, met inachtneming van de relevante bepalingen van hoofdstuk III van titel I.

5.  Om te voldoen aan de in artikel 86 terdecies vastgestelde regels inzake werknemersmedezeggenschap onderzoekt de bevoegde instantie in de lidstaat van vertrek of het in lid 2 van dit artikel bedoelde voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting informatie bevat over de procedures volgens welke de relevante regelingen worden vastgesteld en mogelijke opties voor deze regelingen.

6.  In het kader van de beoordeling ▌ als bedoeld in lid 1 onderzoekt de bevoegde instantie de volgende informatie:

   a) alle overeenkomstig de leden 2 en 3 bij de instantie ingediende documenten en informatie;
   b) een vermelding door de vennootschap dat de in artikel 86 terdecies, leden 3 en 4, bedoelde procedure van start is gegaan, indien van toepassing.

7.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde beoordeling ▌ plaatsvindt binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de documenten en informatie betreffende de goedkeuring van de grensoverschrijdende omzetting door de algemene vergadering van de vennootschap. Dit leidt tot een van de volgende resultaten:

   a) indien wordt vastgesteld dat de grensoverschrijdende omzetting ▌ aan alle relevante voorwaarden voldoet en dat alle noodzakelijke procedures en formaliteiten zijn vervuld, geeft de bevoegde instantie het aan de omzetting voorafgaande attest af;
   b) indien wordt vastgesteld dat de grensoverschrijdende omzetting niet aan alle relevante voorwaarden voldoet of dat niet alle noodzakelijke procedures en/of formaliteiten zijn vervuld, geeft de bevoegde instantie het aan de omzetting voorafgaande attest niet af en stelt zij de vennootschap in kennis van de redenen voor haar besluit. In dat geval kan de bevoegde instantie de vennootschap de mogelijkheid bieden om aan de relevante voorwaarden te voldoen of om de procedures en formaliteiten binnen een passende termijn te verrichten.

8.  De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde instantie het aan de omzetting voorafgaande attest niet afgeeft indien overeenkomstig het nationale recht wordt vastgesteld dat een grensoverschrijdende omzetting is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden die leiden tot of gericht zijn op ontduiking of omzeiling van het nationale recht of het Unierecht, of voor criminele doeleinden.

9.  Indien er bij de bevoegde instantie in het kader van het in lid 1 bedoelde toezicht op de rechtmatigheid ernstige twijfels rijzen over de vraag of de grensoverschrijdende omzetting is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden die leiden tot of gericht zijn op ontduiking of omzeiling van het nationale recht of het Unierecht, of voor criminele doeleinden, neemt zij de relevante feiten en omstandigheden in aanmerking, zoals indicatieve factoren, indien van belang en niet op zichzelf beschouwd, waarvan de bevoegde instantie in het kader van het in lid 1 bedoelde toezicht op de rechtmatigheid, onder meer door raadpleging van de relevante instanties, kennis heeft genomen. De beoordeling in de zin van dit lid wordt per geval verricht volgens een procedure die onder het nationale recht valt.

10.  Wanneer het voor de beoordeling in de zin van lid 8 noodzakelijk is om rekening te houden met aanvullende informatie of aanvullende onderzoeksactiviteiten te verrichten, kan de in lid 7 bedoelde termijn van drie maanden voor nog eens maximaal drie maanden worden verlengd.

11.  Wanneer het vanwege de complexiteit van de grensoverschrijdende procedure niet mogelijk is de beoordeling binnen de in dit artikel voorziene termijnen uit te voeren, zorgen de lidstaten ervoor dat de aanvrager vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn in kennis wordt gesteld van de redenen voor de vertraging.

12.  De lidstaten zorgen ervoor dat de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde instanties andere instanties met bevoegdheid op de verschillende gebieden met betrekking tot de grensoverschrijdende omzetting, met inbegrip van die van de lidstaat van bestemming, kunnen raadplegen, en dat zij bij deze instanties en bij de vennootschap de vereiste informatie en documenten kunnen opvragen met het oog op de controle van de rechtmatigheid, binnen het in het nationale recht vastgestelde procedurele kader. Bij de beoordeling kan de bevoegde instantie een beroep doen op een onafhankelijke deskundige.

Artikel 86 sexdecies

▌Toezending van het aan de omzetting voorafgaande attest

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat het ▌aan de omzetting voorafgaande attest met de in artikel 86 septdecies, lid 1, bedoelde instanties wordt gedeeld via het overeenkomstig artikel 22 ingestelde systeem van gekoppelde registers.

De lidstaten zorgen er ook voor dat het aan de omzetting voorafgaande attest beschikbaar is via het overeenkomstig artikel 22 ingestelde systeem van gekoppelde registers.

2.  De toegang tot de in lid 1 bedoelde informatie is kosteloos voor de in artikel 86 septdecies, lid 1, bedoelde instanties en voor de registers.

Artikel 86 septdecies

Toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende omzetting door de lidstaat van bestemming

1.  De lidstaten wijzen de rechterlijke, notariële of andere instantie aan die bevoegd is om toezicht te houden op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende omzetting wat betreft het gedeelte van de procedure dat door het recht van de lidstaat van bestemming wordt geregeld, en om de grensoverschrijdende omzetting goed te keuren indien aan alle relevante voorwaarden is voldaan en alle ▌ formaliteiten correct zijn verricht in de lidstaat van bestemming.

De bevoegde instantie van de lidstaat van bestemming zorgt er met name voor dat de voorgestelde omgezette vennootschap voldoet aan de bepalingen van het nationale recht inzake de oprichting en registratie van vennootschappen en, indien van toepassing, dat de regelingen inzake werknemersmedezeggenschap in overeenstemming met artikel 86 terdecies zijn vastgesteld.

2.  Voor de toepassing van lid 1 dient de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, bij de in lid 1 bedoelde instantie het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting in dat door de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering is goedgekeurd.

3.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in lid 1 bedoelde aanvraag door de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, waaronder de indiening van informatie en documenten, volledig online kan worden verricht zonder dat de aanvragers persoonlijk moeten verschijnen voor de ▌ bevoegde instantie, met inachtneming van de relevante bepalingen van hoofdstuk III van titel I.

4.  De in lid 1 bedoelde bevoegde instantie ▌ keurt de grensoverschrijdende omzetting goed wanneer zij de relevante voorwaarden heeft beoordeeld.

5.  Het in artikel 86 sexdecies, lid 1, bedoelde aan de omzetting voorafgaande attest wordt door de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie aanvaard als afdoend bewijs dat de procedures en formaliteiten correct zijn vervuld volgens het nationale recht van de lidstaat van vertrek, zonder welke de grensoverschrijdende omzetting niet kan worden goedgekeurd.

Artikel 86 octodecies

Registratie

1.  Het recht van de lidstaten van vertrek en bestemming bepaalt met betrekking tot het grondgebied van deze staten op welke wijze de voltooiing van de grensoverschrijdende omzetting openbaar wordt gemaakt in het register.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de volgende informatie wordt opgenomen in hun registers, die zij openbaar beschikbaar en toegankelijk stellen door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem:

   a) in het ▌ register van de lidstaat van bestemming – dat de registratie van de omgezette vennootschap het gevolg is van een grensoverschrijdende omzetting;
   b) in het register van de lidstaat van bestemming – de datum van registratie van de omgezette vennootschap;
   c) in het register van de lidstaat van vertrek – dat de doorhaling of schrapping van de vennootschap uit het register het gevolg is van een grensoverschrijdende omzetting;
   d) in het register van de lidstaat van vertrek – de datum van de doorhaling of schrapping van de vennootschap uit het register;
   e) in het register van respectievelijk de lidstaat van vertrek en bestemming – het inschrijvingsnummer, de naam en de rechtsvorm van de vennootschap in de lidstaat van vertrek en het inschrijvingsnummer, de naam en de rechtsvorm van de omgezette vennootschap in de lidstaat van bestemming.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat het register in de lidstaat van bestemming door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem aan het register in de lidstaat van vertrek meedeelt dat de grensoverschrijdende omzetting van kracht is geworden. De lidstaten zorgen er eveneens voor dat de inschrijving van de vennootschap ▌ onmiddellijk na ontvangst van deze mededeling uit het register wordt verwijderd ▌.

Artikel 86 novodecies

Datum waarop de grensoverschrijdende omzetting van kracht wordt

Het recht van de lidstaat van bestemming bepaalt op welke datum de grensoverschrijdende omzetting ▌ van kracht wordt. Die datum valt na de uitvoering van alle in artikel 86 septdecies bedoelde controles.

Artikel 86 vicies

Gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting

Een grensoverschrijdende omzetting die is aangegaan in overeenstemming met de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn, heeft doordat de grensoverschrijdende omzetting van kracht wordt en vanaf de in artikel 86 novodecies bedoelde datum de volgende gevolgen:

   a) de activa en passiva van de vennootschap ▌, inclusief alle contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, ▌ blijven in hun geheel in de omgezette vennootschap;
   b) de deelnemers in de vennootschap ▌ blijven deelnemers in de omgezette vennootschap tenzij zij het in artikel 86 undecies, lid 1, bedoelde uitstaprecht uitoefenen;
   c) de rechten en verplichtingen van de vennootschap ▌die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of dienstverbanden en bestaan op de datum waarop de grensoverschrijdende omzetting van kracht wordt, bestaan voort in de omgezette vennootschap ▌.

Artikel 86 unvicies

Aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundigen

De lidstaten stellen regels vast die ten minste voorzien in de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundige die belast is met het opstellen van het in artikel 86 octies bedoelde verslag ▌.

De lidstaten beschikken over regels om ervoor te zorgen dat de deskundige of de rechtspersoon in wiens naam de deskundige optreedt, onafhankelijk is en geen belangenconflict heeft met de vennootschap die het aan de omzetting voorafgaande attest aanvraagt, en dat het advies van de deskundige onpartijdig en objectief is en wordt gegeven met het oog op het verlenen van bijstand aan de bevoegde instantie, met inachtneming van de vereisten inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid uit hoofde van het toepasselijke recht of de professionele normen die de deskundige in acht moet nemen.

Artikel 86 duovicies

Geldigheid

Een grensoverschrijdende omzetting die overeenkomstig de procedures tot omzetting van deze richtlijn van kracht is geworden, kan niet nietig worden verklaard.

Dit doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de lidstaten om onder meer op het gebied van strafrecht, terrorismefinanciering, sociaal recht, fiscaal recht en rechtshandhaving maatregelen en sancties op te leggen overeenkomstig het nationale recht, na de datum waarop de grensoverschrijdende omzetting van kracht is geworden.

______________

(*) Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).";

"

5)  in artikel 119 wordt punt 2 als volgt gewijzigd:

a)  onder c) wordt aan het einde het volgende toegevoegd: "; of";

b)  het volgende punt d) wordt toegevoegd:"

"d) de activa en passiva van een of meer vennootschappen bij de ontbinding zonder vereffening in hun geheel op een andere, reeds bestaande vennootschap — de overnemende vennootschap — overgaan, zonder uitgifte van nieuwe aandelen door de overnemende vennootschap, mits alle aandelen in de fuserende vennootschappen rechtstreeks of middellijk in handen zijn van één persoon of de deelnemers in de fuserende vennootschappen hun aandelen in alle fuserende vennootschappen in dezelfde verhouding aanhouden.";

"

6)  artikel 120 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de titel wordt vervangen door:"

"Artikel 120

Verdere bepalingen betreffende het toepassingsgebied";

"

b)  in artikel 120 wordt lid 4 vervangen door:"

"4. De lidstaten zorgen ervoor dat dit hoofdstuk niet van toepassing is in een van de volgende omstandigheden:

   a) bij de vennootschap of vennootschappen is een vereffening aan de gang en is een begin gemaakt met de verdeling van activa onder de aandeelhouders;

   d) de vennootschap is onderworpen aan afwikkelingsinstrumenten, ‑bevoegdheden en -mechanismen waarin titel IV van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad voorziet;

"

f)  het volgende lid wordt toegevoegd:"

"5. De lidstaten kunnen besluiten dit hoofdstuk niet toe te passen op vennootschappen:

   a) in een insolventieprocedure of ten aanzien waarvan een preventieve herstructureringsprocedure loopt;
   b) waartegen een andere vereffeningsprocedure is ingeleid dan bedoeld in lid 4, onder a); of
   c) waarop crisispreventiemaatregelen in de zin van artikel 2, lid 1, punt 101, van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van toepassing zijn.";

"

7)  artikel 121 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt punt a) geschrapt;

b)  lid 2 wordt vervangen door:"

"2. De in lid 1, onder b), bedoelde bepalingen en formaliteiten betreffen in het bijzonder de bepalingen en formaliteiten die betrekking hebben op het besluitvormingsproces in verband met de fusie en de bescherming van werknemers wat de andere rechten betreft dan die welke bij artikel 133 worden geregeld.";

"

8)  artikel 122 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de punten a) en b) worden vervangen door:"

"a) de rechtsvorm, de naam en de plaats van de statutaire zetel van de fuserende vennootschappen, alsmede de rechtsvorm, de naam en de plaats van de statutaire zetel die worden voorgesteld voor de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap;

   b) de ruilverhouding van de effecten of aandelen die het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen en, in voorkomend geval, het bedrag van de bijbetaling in geld;"

"

b)  punt h) wordt vervangen door:"

"h) de bijzondere voordelen die aan ▌ de leden van de organen die belast zijn met het bestuur of de leiding van, of het toezicht of de controle op de fuserende vennootschappen worden toegekend;

"

c)   punt i) wordt vervangen door:"

i) de oprichtingsakte of oprichtingsakten, in voorkomend geval, en, indien die in een afzonderlijke akte zijn opgenomen, de statuten van de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap";

"

d)   de volgende punten m) en n) worden toegevoegd:"

"m) een nadere omschrijving van het aanbod voor de vergoeding in geld voor de deelnemers in de vennootschap▌, in overeenstemming met artikel 126 bis;

   n) waarborgen, zoals garanties of pandgevingen, wanneer deze aan schuldeisers worden geboden.";

"

9)  de artikelen 123 en 124 worden vervangen door:"

"Artikel 123

Openbaarmaking

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende documenten openbaar worden gemaakt en uiterlijk één maand voor de datum van de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering publiek beschikbaar worden gesteld in de ▌ registers van de lidstaat van elke fuserende vennootschap:

   a) het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie;
   b) een kennisgeving aan de deelnemers, de schuldeisers en de vertegenwoordigers van de werknemers van de fuserende vennootschap of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, aan de werknemers zelf, dat zij uiterlijk vijf werkdagen vóór de datum van de algemene vergadering bij de respectieve vennootschap opmerkingen kunnen indienen betreffende het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie.

De lidstaten kunnen eisen dat het verslag van de onafhankelijke deskundige, indien het overeenkomstig artikel 125 is opgesteld, openbaar wordt gemaakt en publiek beschikbaar wordt gesteld in het register.

De lidstaten zorgen ervoor dat de vennootschap in staat is vertrouwelijke informatie uit te zonderen van openbaarmaking van het verslag van de onafhankelijke deskundige.

De overeenkomstig dit lid openbaar gemaakte documenten zijn ook toegankelijk door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem.

2.  De lidstaten kunnen fuserende vennootschappen vrijstellen van de in lid 1 bedoelde openbaarmakingsverplichting wanneer die vennootschappen de in lid 1 bedoelde documenten gratis op hun website beschikbaar stellen gedurende een ononderbroken periode die aanvangt ten minste één maand vóór de datum die is vastgesteld voor de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering en die niet eerder eindigt dan bij de sluiting van die vergadering.

De lidstaten mogen evenwel geen verplichtingen verbinden aan of beperkingen stellen aan die vrijstelling, behalve om de veiligheid van de website en de authenticiteit van de documenten te waarborgen, tenzij en alleen voor zover zij evenredig zijn met de te verwezenlijken doelstellingen.

3.  Wanneer de fuserende vennootschappen overeenkomstig lid 2 van dit artikel het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie openbaar maken, dienen zij ten minste één maand voor de datum van de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering bij de respectieve nationale registers de volgende openbaar te maken informatie in:

   a) de rechtsvorm, de naam en de statutaire zetel van elke fuserende vennootschap en de voor elke nieuw opgerichte vennootschap voorgestelde rechtsvorm, naam en statutaire zetel;
   b) het register waarbij voor elke fuserende vennootschap de in artikel 14 bedoelde akten zijn neergelegd, en het nummer van inschrijving in dat register;
   c) de vermelding, voor elke fuserende vennootschap, van de regelingen die voor de uitoefening van de rechten van de schuldeisers, werknemers en deelnemers in de vennootschap zijn getroffen;
   d) details van de website waar het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie, de kennisgeving en het in lid 1 bedoelde deskundigenverslag en een volledige beschrijving van de in dit lid, onder c), bedoelde regelingen kosteloos verkrijgbaar zijn.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat aan de in de leden 1 en 3 bedoelde vereisten volledig online kan worden voldaan zonder dat de aanvragers persoonlijk moeten verschijnen voor een bevoegde instantie in de lidstaten van de fuserende vennootschappen▌, met inachtneming van de relevante bepalingen van hoofdstuk III van titel I.

5.  Wanneer de fusie in overeenstemming met artikel 126, lid 3, niet goedgekeurd hoeft te worden door de algemene vergadering van de overnemende vennootschap, gebeurt de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde openbaarmaking ten minste één maand vóór de datum van de algemene vergadering van de andere fuserende vennootschap of vennootschappen.

6.  Naast de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde openbaarmaking kunnen de lidstaten eisen dat het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie of de in lid 3 bedoelde informatie in hun nationale publicatieblad of via een centraal elektronisch platform overeenkomstig artikel 16, lid 3, wordt bekendgemaakt. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat het register de relevante informatie doorzendt aan het nationale publicatieblad.

7.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde documentatie of de in lid 3 bedoelde informatie kosteloos toegankelijk is voor het publiek via het systeem van gekoppelde registers.

De lidstaten zorgen er bovendien voor dat de vergoedingen die de registers de vennootschap in rekening brengen voor de in de leden 1 en 3 bedoelde openbaarmaking en, in voorkomend geval, voor de in lid 5 bedoelde bekendmaking, niet hoger zijn dan de terugvordering van de kosten van de dienstverlening.

Artikel 124

Verslag van het ▌ bestuurs- of leidinggevende orgaan voor de deelnemers in de vennootschap en de werknemers

1.  Het leidinggevende of bestuursorgaan van elke fuserende vennootschap stelt voor de deelnemers in de vennootschap en de werknemers een verslag op waarin de wettelijke en economische aspecten van de grensoverschrijdende fusie worden toegelicht en verantwoord en waarin de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor de werknemers worden toegelicht.

2.  In het in lid 1 bedoelde verslag wordt met name toelichting gegeven over de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor de toekomstige bedrijfsactiviteiten van de vennootschap.

Het omvat tevens een deel voor de deelnemers in de vennootschap en een deel voor de werknemers.

3.  In het deel van het verslag voor de deelnemers in de vennootschap wordt met name toelichting gegeven over:

   a bis) de vergoeding in geld en volgens welke methode deze is vastgesteld;
   b) de ruilverhouding van de aandelen en volgens welke methode of methoden deze is vastgesteld, in voorkomend geval;

   d) de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor de deelnemers in de vennootschap;
   e) de rechten en de rechtsmiddelen die beschikbaar zijn voor deelnemers in de vennootschap ▌ in overeenstemming met artikel 126 bis.

3 bis.  Het deel van het verslag voor de deelnemers in de vennootschap is niet vereist wanneer alle deelnemers in de vennootschap ermee hebben ingestemd van deze vereiste af te zien. De lidstaten kunnen eenpersoonsvennootschappen uitsluiten van de bepalingen van dit artikel.

4.  In het deel van het verslag voor de werknemers wordt met name toelichting gegeven over:

   c bis) de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor de dienstverbanden en, in voorkomend geval, alle maatregelen om deze te vrijwaren;
   c ter) materiële wijzigingen van de toepasselijke arbeidsvoorwaarden en van de vestigingsplaatsen van de vennootschap;
   d) de vraag hoe de in de punten c bis) en c ter) bedoelde factoren ook van invloed zijn op dochterondernemingen van de vennootschap.

4 bis bis.  Wanneer het leidinggevende of bestuursorgaan van de fuserende vennootschap tijdig een advies over de delen van het verslag als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 ontvangt van de vertegenwoordigers van de werknemers of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, van de werknemers zelf, zoals bepaald in het nationale recht, worden de deelnemers in de vennootschap daarvan op de hoogte gebracht en wordt dit advies aan dat verslag gehecht.

4 bis.  Het deel voor de werknemers hoeft niet te worden opgesteld wanneer alle werknemers van de fuserende vennootschap en in voorkomend geval haar dochterondernemingen tot het leidinggevende of bestuursorgaan behoren.

5.  Elke fuserende vennootschap kan besluiten of één verslag met de twee in de leden 3 en 4 bedoelde delen wordt opgesteld, dan wel een afzonderlijk verslag voor respectievelijk de deelnemers in de vennootschap en de werknemers.

6.  Het in lid 1 bedoelde verslag of de in lid 5 bedoelde verslagen worden samen met het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie, indien beschikbaar, uiterlijk zes weken vóór de datum van de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering in ieder geval in elektronische vorm ter beschikking gesteld van de deelnemers in de vennootschap en de vertegenwoordigers van de werknemers van elke fuserende vennootschap of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, van de werknemers zelf.

Wanneer de fusie in overeenstemming met artikel 126, lid 3, niet goedgekeurd hoeft te worden door de algemene vergadering van de overnemende vennootschap, wordt het verslag ten minste zes weken vóór de datum van de algemene vergadering van de andere fuserende vennootschap of vennootschappen beschikbaar gesteld.

8.  Wanneer van het in lid 3 bedoelde deel voor de deelnemers in de vennootschap wordt afgezien overeenkomstig lid 3 en het in lid 4 bedoelde deel voor de werknemers niet vereist is overeenkomstig lid 4 bis, is het in lid 1 bedoelde verslag niet vereist.

9.  De leden 1 tot en met 8 laten de toepasselijke informatie- en raadplegingsrechten en -procedures onverlet die op nationaal niveau zijn ingesteld na de omzetting van de Richtlijnen 2002/14/EG en 2009/38/EG.";

"

10)  artikel 125 wordt als volgt gewijzigd:

a)  aan lid 1 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:"

"Wanneer de fusie in overeenstemming met artikel 126, lid 3, niet goedgekeurd hoeft te worden door de algemene vergadering van de overnemende vennootschap, wordt het verslag ten minste een maand vóór de datum van de algemene vergadering van de andere fuserende vennootschap of vennootschappen beschikbaar gesteld.";

"

b)  lid 3 wordt vervangen door:"

"3. Het in lid 1 bedoelde verslag bevat in ieder geval het advies van de deskundige over de vraag of de vergoeding in geld en de ruilverhouding adequaat zijn. Met betrekking tot de in artikel 122, onder m), bedoelde vergoeding in geld houden de deskundigen rekening met de marktprijs van die aandelen in de fuserende vennootschappen vóór de aankondiging van het fusievoorstel of met de waarde van de vennootschappen, exclusief de gevolgen van de voorgestelde fusie, zoals bepaald volgens algemeen aanvaarde waarderingsmethoden. In de verslagen wordt ten minste:

   a) aangegeven volgens welke methode of methoden de voorgestelde vergoeding in geld is vastgesteld;
   b) aangegeven volgens welke methode of methoden de voorgestelde ruilverhouding van de aandelen is vastgesteld;
   c) aangegeven of de gebruikte methode of methoden passend zijn om de vergoeding in geld en de ruilverhouding van de aandelen te beoordelen en tot welke waarde elk van die methoden leidt, en wordt een advies gegeven over het betrekkelijke gewicht dat bij de vaststelling van de in aanmerking genomen waarde aan die methoden is gehecht; en, indien in de fuserende vennootschappen verschillende methoden zijn gebruikt, of het gebruik van verschillende methoden gerechtvaardigd was;
   d) beschreven welke bijzondere moeilijkheden zich eventueel bij de waardering hebben voorgedaan.

De deskundigen mogen van de fuserende vennootschappen alle informatie verlangen die nodig is voor de vervulling van hun taken;";

"

c)  aan lid 4 wordt de volgende zin toegevoegd:"

"De lidstaten kunnen eenpersoonsvennootschappen uitsluiten van de bepalingen van dit artikel.";

"

11)  artikel 126 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Na kennis te hebben genomen van de verslagen die zijn bedoeld in de artikelen 124 ▌en 125, al naargelang het geval, alsmede van de overeenkomstig artikel 124 ingediende adviezen van de werknemers en de overeenkomstig artikel 123 ingediende opmerkingen, beslist de algemene vergadering van elke fuserende vennootschap door middel van een besluit over de goedkeuring van het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie en over de vraag of de oprichtingsakte en de statuten, indien die in een afzonderlijke akte zijn opgenomen, worden aangepast.";

"

b)  het volgende lid 4 wordt toegevoegd:"

"4. De lidstaten zorgen ervoor dat de goedkeuring van de grensoverschrijdende fusie door de algemene vergadering niet uitsluitend op de volgende gronden ▌ kan worden aangevochten:

   a) de in artikel 122, onder b), bedoelde ruilverhouding van de aandelen is niet adequaat vastgesteld;
   b) de in artikel 122, onder m), bedoelde vergoeding in geld is niet adequaat vastgesteld;

   d) de in het kader van de punten a) of b) verstrekte informatie voldoet niet aan de wettelijke vereisten.";

"

12)  de volgende artikelen ▌worden ingevoegd:"

"Artikel 126 bis

Bescherming van de deelnemers in de vennootschap

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de ▌ deelnemers in de fuserende vennootschappen die tegen het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie hebben gestemd, het recht hebben hun aandelen onder de in de leden 2 tot en met 6 bedoelde voorwaarden te vervreemden in ruil voor een adequate vergoeding in geld, mits zij als gevolg van de fusie aandelen in de uit de fusie ontstane vennootschap zouden verwerven naar het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat van de respectieve fuserende vennootschap.

De lidstaten kunnen een dergelijk recht ook aan andere deelnemers in de fuserende vennootschappen toekennen.

De lidstaten kunnen eisen dat het uitdrukkelijke verzet tegen het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie en/of het voornemen van de deelnemers in de vennootschap om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen, uiterlijk op de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering naar behoren wordt gedocumenteerd. De lidstaten kunnen toestaan dat registratie van het verzet tegen het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie als passende documentatie met betrekking tot een tegenstem wordt beschouwd.

2.  De lidstaten stellen de termijn vast waarbinnen de in lid 1 bedoelde deelnemers in een betrokken fuserende vennootschap aan deze vennootschap kennis moeten geven van hun besluit om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen. Die termijn duurt in geen geval langer dan één maand na de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering. De lidstaten zorgen ervoor dat de fuserende vennootschappen een elektronisch adres opgeven waarop zij deze kennisgeving elektronisch kunnen ontvangen.

3.  De lidstaten stellen voorts een termijn vast voor de betaling van de in het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie gespecificeerde vergoeding in geld. Deze termijn mag niet later eindigen dan twee maanden nadat de grensoverschrijdende fusie overeenkomstig artikel 129 van kracht wordt.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat deelnemers in een betrokken fuserende vennootschap die aan deze vennootschap kennis hebben gegeven van hun besluit om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen, maar die van oordeel zijn dat de vergoeding in geld die door deze vennootschap wordt aangeboden niet adequaat is vastgesteld, het recht hebben bij een bevoegde instantie of een krachtens het nationale recht gemachtigde instantie om een aanvullende vergoeding in geld te verzoeken. De lidstaten stellen een termijn vast voor het verzoek om een aanvullende vergoeding in geld.

De lidstaten kunnen bepalen dat het definitieve besluit tot toekenning van een aanvullende vergoeding in geld geldig is voor de deelnemers in de betrokken fuserende vennootschap die overeenkomstig lid 2 kennis hebben gegeven van hun besluit om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 1 tot en met 6 bedoelde rechten worden geregeld door het nationale recht van de lidstaat waaronder een fuserende vennootschap valt, en dat de betrokken lidstaat exclusief bevoegd is voor de beslechting van geschillen die verband houden met deze rechten.

6.   De lidstaten zorgen ervoor dat deelnemers in de fuserende vennootschappen die niet beschikten over of geen gebruik hebben gemaakt van het recht op vervreemding van hun aandelen, maar de voorgestelde ruilverhouding van de aandelen niet passend achten, de in het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie bepaalde ruilverhouding ▌ kunnen aanvechten ▌ en om een bijbetaling in geld kunnen verzoeken. Die procedure wordt ingeleid bij een bevoegde instantie of een instantie die is gemachtigd krachtens het nationale recht van de lidstaat waaronder de respectieve fuserende vennootschap valt, binnen de termijn die is bepaald in het nationale recht van die lidstaat, en zij verhindert de inschrijving van de grensoverschrijdende fusie in het register niet. De gegeven beslissing bindt de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap.

Bovendien kunnen de lidstaten bepalen dat de in het kader van die beslissing vastgestelde ruilverhouding van de aandelen geldig is voor de deelnemers in de betrokken fuserende vennootschap die niet beschikten over of geen gebruik hebben gemaakt van het recht op vervreemding van hun aandelen.

7.  Bovendien kunnen de lidstaten bepalen dat de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap kan voorzien in aandelen of in een andere vergoeding in plaats van in een bijbetaling in geld.

Artikel 126 ter

Bescherming van de schuldeisers

1.  De lidstaten bieden een passende bescherming van de belangen van de schuldeisers wier vorderingen vóór de openbaarmaking van het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie zijn ontstaan en ten tijde van die openbaarmaking nog niet opeisbaar zijn.

De lidstaten zorgen ervoor dat de schuldeisers die geen genoegen nemen met de in artikel 122, onder m), bedoelde waarborgen die in het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie worden geboden, de geschikte administratieve of gerechtelijke instanties kunnen verzoeken om passende waarborgen binnen drie maanden na de in artikel 123 bedoelde openbaarmaking van het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie, mits zij op geloofwaardige wijze kunnen aantonen dat de voldoening van hun vorderingen als gevolg van de grensoverschrijdende fusie in het gedrang is, en dat van de fuserende vennootschappen geen passende waarborgen zijn verkregen.

De lidstaten zorgen ervoor dat de waarborgen afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de grensoverschrijdende fusie overeenkomstig artikel 129 van kracht wordt.

2.   De lidstaten kunnen eisen dat het leidinggevende of bestuursorgaan van de fuserende vennootschappen een verklaring verstrekt waarin nauwkeurig de actuele financiële toestand wordt weergegeven van deze vennootschappen op de datum van de verklaring, die ten vroegste één maand voor de openbaarmaking ervan valt. In de verklaring wordt aangegeven dat het leidinggevende of bestuursorgaan van de fuserende vennootschappen op basis van de informatie waarover het beschikt op de datum van die verklaring en na redelijke verzoeken om inlichtingen, niet op de hoogte is van enige redenen waarom de uit de fusie ontstane vennootschap niet in staat zou zijn aan haar verplichtingen te voldoen wanneer die opeisbaar worden. De verklaring wordt samen met het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie openbaargemaakt overeenkomstig artikel 123.

3.   De leden ▌ 2 en 3 doen niet af aan de toepassing van het nationale recht van de lidstaat van de fuserende vennootschappen met betrekking tot het voldoen van betalingen of het waarborgen van betalingen of verbintenissen van niet-geldelijke aard ten aanzien van overheidsinstanties.

Artikel 126 quater

Informatie en raadpleging van werknemers

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie- en raadplegingsrechten van werknemers in verband met de grensoverschrijdende fusie worden geëerbiedigd en worden uitgeoefend overeenkomstig het rechtskader van Richtlijn 2002/14/EG en van Richtlijn 2001/23/EG, wanneer de grensoverschrijdende fusie wordt beschouwd als overgang van een onderneming in de zin van Richtlijn 2001/23/EG, en, indien van toepassing voor ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie, overeenkomstig het rechtskader van Richtlijn 2009/38/EG. De lidstaten kunnen besluiten de informatie- en raadplegingsrechten ook op andere dan de in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2002/14/EG bedoelde vennootschappen toe te passen.

2.  Onverminderd artikel 124, lid 4 bis bis, en artikel 123, lid 1, onder b), zorgen de lidstaten ervoor dat de informatie- en raadplegingsrechten van werknemers worden geëerbiedigd, ten minste voordat een besluit wordt genomen over het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie of, als dat eerder gebeurt, over het in artikel 124 bedoelde verslag, zodat de werknemers vóór de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering een gemotiveerd antwoord ontvangen.

3.  Onverminderd gunstigere bepalingen en/of praktijken die voor de werknemers gelden, stellen de lidstaten de praktische regelingen vast voor de uitoefening van het recht op informatie en raadpleging overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2002/14/EG.";

"

13)  artikel 127 wordt vervangen door:"

"Artikel 127

Aan de fusie voorafgaand attest

1.  De lidstaten wijzen de rechterlijke, notariële of andere bevoegde instantie of instanties aan (hierna "de bevoegde instantie" genoemd) voor het toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende fusie wat betreft het gedeelte van de procedure dat door het recht van de lidstaat van de fuserende vennootschap wordt geregeld, en voor de afgifte van een aan de fusie voorafgaand attest waaruit blijkt dat aan alle relevante voorwaarden is voldaan en alle procedures en formaliteiten correct zijn vervuld in de lidstaat van de fuserende vennootschap.

Deze vervulling van procedures en formaliteiten kan betrekking hebben op het voldoen van betalingen of het waarborgen van betalingen of verbintenissen van niet-geldelijke aard ten aanzien van overheidsinstanties, of op de naleving van bijzondere sectorale vereisten, met inbegrip van het waarborgen van betalingen of verbintenissen die voortvloeien uit lopende procedures.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvraag van het aan de fusie voorafgaande attest door de vennootschap vergezeld gaat van:

   a) het in artikel 122 bedoelde voorstel voor de fusie;
   b) het verslag en in voorkomend geval het aangehechte advies als bedoeld in artikel 124, alsmede het in artikel 125 bedoelde verslag, indien beschikbaar;
   b bis) alle overeenkomstig artikel 123, lid 1, ingediende opmerkingen;
   c) informatie over de goedkeuring door de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering.

3.  De lidstaten kunnen eisen dat de aanvraag van het aan de fusie voorafgaande attest vergezeld gaat van aanvullende informatie, met name over bijvoorbeeld:

   a) het aantal werknemers ten tijde van het opstellen van het gemeenschappelijk voorstel voor de fusie;
   b) dochterondernemingen en hun respectieve geografische ligging;
   c) de nakoming van verbintenissen van de vennootschap ten aanzien van overheidsinstanties.

Voor de toepassing van dit lid kunnen de bevoegde instanties deze informatie, als zij niet wordt verstrekt, opvragen bij andere instanties met bevoegdheid ter zake.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 2 en 2 bis bedoelde aanvraag, waaronder de indiening van informatie en documenten, volledig online kan worden verricht zonder dat het noodzakelijk is persoonlijk te verschijnen voor de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie, met inachtneming van de relevante bepalingen van hoofdstuk III van titel I.

5.  Om te voldoen aan de in artikel 133 vastgestelde regels inzake werknemersmedezeggenschap onderzoekt de bevoegde instantie in de lidstaat van de fuserende vennootschap of het in lid 2 van dit artikel bedoelde gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie informatie bevat over de procedures volgens welke de relevante regelingen worden vastgesteld en mogelijke opties voor deze regelingen.

6.  In het kader van de beoordeling als bedoeld in lid 1 onderzoekt de bevoegde instantie de volgende informatie:

   a) alle overeenkomstig de leden 2 en 2 bis bij de instantie ingediende documenten en informatie;
   c) een vermelding door de fuserende vennootschappen dat de in artikel 133, leden 3 en 4, bedoelde procedure van start is gegaan, indien van toepassing.

7.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde beoordeling plaatsvindt binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de documenten en informatie betreffende de goedkeuring van de grensoverschrijdende fusie door de algemene vergadering van de vennootschap. Dit leidt tot een van de volgende resultaten:

   a) indien wordt vastgesteld dat de grensoverschrijdende fusie aan alle relevante voorwaarden voldoet en dat alle noodzakelijke procedures en formaliteiten zijn vervuld, geeft de bevoegde instantie het aan de fusie voorafgaande attest af;
   b) indien wordt vastgesteld dat de grensoverschrijdende fusie niet aan alle relevante voorwaarden voldoet of dat niet alle noodzakelijke procedures en/of formaliteiten zijn vervuld, geeft de bevoegde instantie het aan de fusie voorafgaande attest niet af en stelt zij de vennootschap in kennis van de redenen voor haar besluit. In dat geval kan de bevoegde instantie de vennootschap de mogelijkheid bieden om aan de relevante voorwaarden te voldoen of om de procedures en formaliteiten binnen een passende termijn te verrichten.

8.  De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde instantie het aan de fusie voorafgaande attest niet afgeeft indien overeenkomstig het nationale recht wordt vastgesteld dat een grensoverschrijdende fusie is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden die leiden tot of gericht zijn op ontduiking of omzeiling van het nationale recht of het Unierecht, of voor criminele doeleinden.

9.  Indien er bij de bevoegde instantie in het kader van het in lid 1 bedoelde toezicht op de rechtmatigheid ernstige twijfels rijzen over de vraag of de grensoverschrijdende fusie is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden die leiden tot of gericht zijn op ontduiking of omzeiling van het nationale recht of het Unierecht, of voor criminele doeleinden, neemt zij de relevante feiten en omstandigheden in aanmerking, zoals indicatieve factoren, indien van belang en niet op zichzelf beschouwd, waarvan de bevoegde instantie in het kader van het in lid 1 bedoelde toezicht op de rechtmatigheid, onder meer door raadpleging van de relevante instanties, kennis heeft genomen. De beoordeling in de zin van dit lid wordt per geval verricht volgens een procedure die onder het nationale recht valt.

10.  Wanneer het voor de beoordeling in de zin van lid 7 noodzakelijk is om rekening te houden met aanvullende informatie of aanvullende onderzoeksactiviteiten te verrichten, kan de in lid 6 bedoelde termijn van drie maanden voor nog eens maximaal drie maanden worden verlengd.

11.  Wanneer het vanwege de complexiteit van de grensoverschrijdende procedure niet mogelijk is de beoordeling binnen de in dit artikel voorziene termijnen uit te voeren, zorgen de lidstaten ervoor dat de aanvrager vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn in kennis wordt gesteld van de redenen voor de vertraging.

12.  De lidstaten zorgen ervoor dat de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde instanties andere instanties met bevoegdheid op de verschillende gebieden met betrekking tot de grensoverschrijdende fusie, met inbegrip van die van de lidstaat van de uit de fusie ontstane vennootschap, kunnen raadplegen, en dat zij bij deze instanties en bij de vennootschap de vereiste informatie en documenten kunnen opvragen met het oog op de controle van de rechtmatigheid, binnen het in het nationale recht vastgestelde procedurele kader. Bij de beoordeling kan de bevoegde instantie een beroep doen op een onafhankelijke deskundige.";

"

14)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 127 bis

Toezending van het aan de fusie voorafgaande attest

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat het aan de fusie voorafgaande attest met de in artikel 128, lid 1, bedoelde instanties wordt gedeeld via het overeenkomstig artikel 22 ingestelde systeem van gekoppelde registers.

De lidstaten zorgen er ook voor dat het aan de fusie voorafgaande attest beschikbaar is via het overeenkomstig artikel 22 ingestelde systeem van gekoppelde registers.

2.  De toegang tot de in lid 1 bedoelde informatie is kosteloos voor de in artikel 128, lid 1, bedoelde instanties en voor de registers.";

"

15)  artikel 128 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:"

"2. Voor de toepassing van lid 1 ▌ legt elke fuserende vennootschap het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie dat door de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering is goedgekeurd voor aan de in ▌ lid 1 bedoelde instantie of, wanneer overeenkomstig artikel 132, lid 3, de goedkeuring door de algemene vergadering niet vereist is, het overeenkomstig het nationale recht door elke fuserende vennootschap goedgekeurde voorstel voor de grensoverschrijdende fusie.";

"

b)  de volgende leden ▌worden toegevoegd:"

"3. Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in lid 1 bedoelde aanvraag door een van de fuserende vennootschappen, waaronder de indiening van informatie en documenten, volledig online kan worden verricht zonder dat de aanvragers persoonlijk moeten verschijnen voor de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie, met inachtneming van de relevante bepalingen van hoofdstuk III van titel I.

4.  De in lid 1 bedoelde bevoegde instantie keurt de grensoverschrijdende fusie goed wanneer zij de relevante voorwaarden heeft beoordeeld.

5.   Een bevoegde instantie van de lidstaat van de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap aanvaardt het aan de fusie voorafgaande attest of de aan de fusie voorafgaande attesten als bedoeld in artikel 127 bis, lid 1, als afdoend bewijs dat de aan de fusie voorafgaande procedures en formaliteiten correct zijn verricht in de respectieve lidstaat of lidstaten ▌.";

"

16)  artikel 130 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Het recht van de lidstaten van de fuserende vennootschappen en van de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap bepaalt overeenkomstig artikel 16 op welke wijze de voltooiing van de grensoverschrijdende fusie op het grondgebied van de betrokken lidstaat openbaar wordt gemaakt in het openbare register waar elke vennootschap haar akten moet neerleggen.";

"

b)  het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:"

"1 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de volgende informatie wordt opgenomen in hun registers, die zij openbaar beschikbaar en toegankelijk stellen door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem:

   a) in het register van de lidstaat van de uit de fusie ontstane vennootschap – dat de registratie van de uit de fusie ontstane vennootschap het gevolg is van een grensoverschrijdende fusie;
   b) in het register van de lidstaat van de uit de fusie ontstane vennootschap – de datum van registratie van de uit de fusie ontstane vennootschap;
   c) in het register van de lidstaat van elke fuserende vennootschap – de datum van de doorhaling of schrapping van de vennootschap uit het register;
   d) in het register van de lidstaat van elke fuserende vennootschap – dat de doorhaling of schrapping van de vennootschap het gevolg is van een grensoverschrijdende fusie;
   e) in de registers van de lidstaten van respectievelijk elke fuserende vennootschap en de uit de fusie ontstane vennootschap – de inschrijvingsnummers, de namen en de rechtsvormen van elke fuserende vennootschap en van de uit de fusie ontstane vennootschap.";

"

17)  artikel 131 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Een grensoverschrijdende fusie overeenkomstig artikel 119, punt 2, onder a), c), en d), heeft met ingang van de in artikel 129 bedoelde datum de volgende gevolgen:

   a) de activa en passiva van de overgenomen vennootschap, inclusief alle contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, gaan in hun geheel over op en blijven in de overnemende vennootschap;
   b) de deelnemers in de overgenomen vennootschap worden deelnemers in de overnemende vennootschap, tenzij zij het in artikel 126 bis, lid 1, bedoelde uitstaprecht uitoefenen;
   c) de overgenomen vennootschap houdt op te bestaan.";

"

b)  in lid 2 worden de punten a) en b) vervangen door:"

"a) de activa en passiva van de fuserende vennootschappen, inclusief alle contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, gaan in hun geheel over op en blijven in de nieuwe vennootschap;

   b) de deelnemers in de fuserende vennootschappen worden deelnemers in de nieuwe vennootschap, tenzij zij het in artikel 126 bis, lid 1, bedoelde uitstaprecht uitoefenen;";

"

18)  artikel 132 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Wanneer een grensoverschrijdende fusie via overneming wordt aangegaan door hetzij een vennootschap die alle aandelen en andere effecten bezit waaraan stemrecht in de algemene vergadering van de overgenomen vennootschap of vennootschappen is verbonden, hetzij een persoon die alle aandelen in de overnemende vennootschap en in de overgenomen vennootschappen rechtstreeks of middellijk in handen heeft, en de overnemende vennootschap geen aandelen toekent in het kader van de fusie:

   zijn artikel 122, onder b), c), e) en m), artikel 125 en artikel 131, lid 1, onder b), niet van toepassing;
   zijn artikel 124 en artikel 126, lid 1, niet van toepassing op de overgenomen vennootschap of vennootschappen.";

"

b)  het volgende lid 3 wordt toegevoegd:"

"3. Wanneer het recht van de lidstaten van alle fuserende vennootschappen voorziet in een uitzondering op de vereiste van de goedkeuring door de algemene vergadering overeenkomstig artikel 126, lid 3, en overeenkomstig lid 1 van dit artikel, worden het gemeenschappelijk voorstel voor een grensoverschrijdende fusie, respectievelijk de in artikel 123, leden 1 tot en met 3, bedoelde informatie en de in de artikelen 124 en 124 bis bedoelde verslagen ten minste één maand vóór de datum van het door de vennootschap overeenkomstig het nationale recht genomen besluit over de fusie beschikbaar gesteld.";

"

19)  artikel 133 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 wordt het inleidend gedeelte vervangen door:"

"2. De voorschriften betreffende werknemersmedezeggenschap die in voorkomend geval van toepassing zijn in de lidstaat waar de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap haar statutaire zetel heeft, zijn evenwel niet van toepassing indien ten minste één van de fuserende vennootschappen in de zes maanden voorafgaand aan de bekendmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende fusie als bedoeld in artikel 123 een gemiddeld aantal werknemers heeft van vier vijfde van de toepasselijke drempel, zoals bepaald in het recht van de lidstaat waaronder de fuserende vennootschap valt, wat aanleiding geeft tot werknemersmedezeggenschap in de zin van artikel 2, onder k), van Richtlijn 2001/86/EG, of indien het nationale recht van toepassing op de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap niet:";

"

b)  in lid 4 wordt punt a) vervangen door:"

"a) geven de lidstaten de betrokken organen van de fuserende vennootschappen, indien ten minste een van de fuserende vennootschappen werkt met een stelsel van werknemersmedezeggenschap in de zin van artikel 2, onder k), van Richtlijn 2001/86/EG, het recht ervoor te kiezen om zich zonder voorafgaande onderhandelingen rechtstreeks te onderwerpen aan de in lid 3, onder h), bedoelde referentievoorschriften, vervat in de wetgeving van de lidstaat waar de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap haar statutaire zetel heeft, en zich vanaf de datum van registratie aan die referentievoorschriften te houden;";

"

c)   lid 7 wordt vervangen door:"

"7. Wanneer de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap werkt met een stelsel van werknemersmedezeggenschap, is zij verplicht maatregelen te nemen om de medezeggenschapsrechten van de werknemers te beschermen in geval van eventuele daaropvolgende grensoverschrijdende of binnenlandse fusies, splitsingen of omzettingen voor een termijn van vier jaar nadat de grensoverschrijdende fusie van kracht is geworden, door de in de leden 1 tot en met 6 vastgestelde voorschriften op overeenkomstige wijze toe te passen.";

"

d)   het volgende lid 8 wordt toegevoegd:"

"8. Een vennootschap deelt haar werknemers of hun vertegenwoordigers mee of zij ervoor kiest de referentievoorschriften inzake medezeggenschap als bedoeld in lid 3, onder h), toe te passen, dan wel of zij onderhandelingen aangaat in de bijzondere onderhandelingsgroep. In het laatste geval stelt de vennootschap haar werknemers of hun vertegenwoordigers onverwijld in kennis van de resultaten van de onderhandelingen.";

"

20)  het volgende artikel 133 bis wordt ingevoegd:"

"Artikel 133 bis

Aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundigen

De lidstaten stellen regels vast die voorzien in de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundigen die belast zijn met het opstellen van het in artikel 125 bedoelde verslag.

De lidstaten beschikken over regels om ervoor te zorgen dat de deskundige of de rechtspersoon in wiens naam de deskundige optreedt, onafhankelijk is en geen belangenconflict heeft met de vennootschap die het aan de fusie voorafgaande attest aanvraagt, en dat het advies van de deskundige onpartijdig en objectief is en wordt gegeven met het oog op het verlenen van bijstand aan de bevoegde instantie, met inachtneming van de vereisten inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid uit hoofde van het toepasselijke recht of de professionele normen die de deskundige in acht moet nemen.";

"

21)  in artikel 134 wordt de volgende alinea ingevoegd:"

"Dit doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de lidstaten om onder meer op het gebied van strafrecht, terrorismefinanciering, sociaal recht, fiscaal recht en rechtshandhaving maatregelen en sancties op te leggen overeenkomstig het nationale recht, na de datum waarop de grensoverschrijdende fusie van kracht is geworden.

"

22)  in titel II wordt het volgende hoofdstuk IV toegevoegd:"

"HOOFDSTUK IV

Grensoverschrijdende splitsingen van vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

Artikel 160 bis

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op de grensoverschrijdende splitsing van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die in overeenstemming met het recht van een lidstaat is opgericht en die haar statutaire zetel, haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging binnen de Unie heeft, indien ten minste twee van de bij de splitsing betrokken vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid onder het recht van verschillende lidstaten vallen (hierna "grensoverschrijdende splitsing" genoemd).

Artikel 160 ter

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

   1. "vennootschap met beperkte aansprakelijkheid" (hierna "vennootschap" genoemd): een vennootschap met een vorm als bedoeld in bijlage II;
   2. "gesplitste vennootschap": een vennootschap die in het kader van een grensoverschrijdende splitsing in geval van een volledige splitsing haar activa en passiva in hun geheel op twee of meer vennootschappen overdraagt, of, in geval van een gedeeltelijke splitsing of van een splitsing door scheiding, een deel van haar activa en passiva op een of meer vennootschappen overdraagt;
   3. "splitsing": een operatie waarbij hetzij:
   a) een gesplitste vennootschap bij de ontbinding zonder vereffening haar activa en passiva in hun geheel overdraagt aan twee of meer nieuw opgerichte vennootschappen (hierna "de verkrijgende vennootschappen" genoemd), tegen uitreiking aan de deelnemers in de gesplitste vennootschap van effecten of aandelen in de verkrijgende vennootschappen, en eventueel met een bijbetaling in geld van niet meer dan 10 % van de nominale waarde van die effecten of aandelen of, bij gebreke daarvan, van de fractiewaarde van hun effecten of aandelen (hierna "volledige splitsing" genoemd);
   b) een gesplitste vennootschap een deel van haar activa en passiva overdraagt aan een of meer nieuw opgerichte vennootschappen (hierna "de verkrijgende vennootschappen" genoemd), tegen uitreiking aan de deelnemers in de gesplitste vennootschap van effecten of aandelen in de verkrijgende vennootschappen of in de gesplitste vennootschap of in zowel de verkrijgende vennootschappen als de gesplitste vennootschap, en eventueel met een bijbetaling in geld van niet meer dan 10 % van de nominale waarde van die effecten of aandelen of,▌ bij gebreke daarvan, van de fractiewaarde van hun effecten of aandelen (hierna "gedeeltelijke splitsing" genoemd);
   c) een gesplitste vennootschap een deel van haar activa en passiva overdraagt aan een of meer nieuw opgerichte vennootschappen (hierna "de verkrijgende vennootschappen" genoemd), tegen uitreiking van effecten of aandelen in de verkrijgende vennootschappen aan de gesplitste vennootschap (hierna "splitsing door scheiding" genoemd).

Artikel 160 quater

Verdere bepalingen betreffende het toepassingsgebied

1.  Onverminderd artikel 160 ter, punt 3, geldt dit hoofdstuk ook voor grensoverschrijdende splitsingen wanneer het nationale recht van tenminste een van de betrokken lidstaten toelaat dat de in artikel 160 ter, punt 3, onder a) en b), bedoelde bijbetaling in geld meer dan 10 % bedraagt van de nominale waarde of, bij gebreke daarvan, van de fractiewaarde van de effecten of aandelen die het kapitaal van de verkrijgende vennootschappen vertegenwoordigen.

3.  Dit hoofdstuk geldt niet voor grensoverschrijdende splitsingen waarbij een vennootschap is betrokken waarvan het doel de collectieve belegging van uit het publiek aangetrokken kapitaal is, met toepassing van het beginsel van risicospreiding en waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de houders ten laste van de activa van die vennootschap rechtstreeks of middellijk worden ingekocht of terugbetaald. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt gelijkgesteld ieder handelen van een dergelijke vennootschap om te voorkomen dat de waarde van haar deelnemingsrechten ter beurze aanzienlijk afwijkt van de intrinsieke waarde.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat dit hoofdstuk niet van toepassing is in een van de volgende omstandigheden:

   a) de gesplitste vennootschap is in vereffening en heeft een begin gemaakt met de verdeling van activa onder haar aandeelhouders;
   b) de vennootschap is onderworpen aan afwikkelingsinstrumenten, ‑bevoegdheden en -mechanismen waarin titel IV van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad voorziet.

5.  De lidstaten kunnen besluiten dit hoofdstuk niet toe te passen op vennootschappen:

   a) in een insolventieprocedure of ten aanzien waarvan een preventieve herstructureringsprocedure loopt;
   a bis) waartegen een andere vereffeningsprocedure is ingeleid dan bedoeld in lid 4, onder a); of
   b) waarop crisispreventiemaatregelen in de zin van artikel 2, lid 1, punt 101, van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van toepassing zijn.

6.  Het nationale recht van de lidstaat van de gesplitste vennootschap regelt het deel van de procedures en formaliteiten die in verband met de grensoverschrijdende splitsing in acht moeten worden genomen om het aan de splitsing voorafgaande attest te verkrijgen, en het nationale recht van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen regelen het deel van de procedures en formaliteiten die in acht moeten worden genomen na ontvangst van het aan de splitsing voorafgaande attest overeenkomstig het Unierecht.

Artikel 160 sexies

Voorstel voor grensoverschrijdende splitsingen

Het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap stelt het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing op. In het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing wordt ten minste vermeld:

   a) de rechtsvorm, de naam en de plaats van de statutaire zetel van de gesplitste vennootschap, alsmede de rechtsvorm, de naam en de plaats van de statutaire zetel die worden voorgesteld voor de nieuwe uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap of vennootschappen;
   b) de ruilverhouding van de effecten of aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen en, in voorkomend geval, het bedrag van de bijbetaling in geld;
   c) de wijze van uitreiking van de effecten of aandelen die het kapitaal van de verkrijgende vennootschappen of van de gesplitste vennootschap vertegenwoordigen;
   d) het voorgestelde indicatieve tijdschema voor de grensoverschrijdende splitsing;
   e) de waarschijnlijke gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de werkgelegenheid;
   f) de datum vanaf welke de effecten of aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen, recht geven in de winst te delen, alsmede elke bijzondere regeling betreffende dit recht;
   g) vanaf welke datum of data de handelingen van de gesplitste vennootschap boekhoudkundig geacht worden te zijn verricht voor rekening van de verkrijgende vennootschappen;
   h) ▌de bijzondere voordelen die aan de leden van de organen die belast zijn met het bestuur of de leiding van, of het toezicht of de controle op de gesplitste vennootschap worden toegekend;
   i) de rechten die door de verkrijgende vennootschappen worden toegekend aan de deelnemers in de gesplitste vennootschap met bijzondere rechten en aan de houders van andere effecten dan aandelen die het kapitaal van de gesplitste vennootschap vertegenwoordigen, of de ten aanzien van hen voorgestelde maatregelen;

   j) de oprichtingsakten, in voorkomend geval, en, indien die in een afzonderlijke akte zijn opgenomen, de statuten van de verkrijgende vennootschappen en elke wijziging van de oprichtingsakte van de gesplitste vennootschap in geval van een gedeeltelijke splitsing;
   k) in voorkomend geval, informatie over de procedures waarbij overeenkomstig artikel 160 quindecies regelingen worden vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop de werknemers bij de vaststelling van hun medezeggenschapsrechten in de verkrijgende vennootschappen worden betrokken;
   l) een nauwkeurige beschrijving van de activa en passiva van de gesplitste vennootschap en van hoe deze activa en passiva worden verdeeld onder de verkrijgende vennootschappen, of worden aangehouden door de gesplitste vennootschap in het geval van een gedeeltelijke splitsing, met inbegrip van de behandeling van activa of passiva die niet expliciet zijn toegewezen in het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing, zoals activa en passiva die onbekend zijn op de datum waarop het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing wordt opgesteld;
   m) informatie over de evaluatie van de activa en de passiva die worden toegewezen aan elke bij een grensoverschrijdende splitsing betrokken vennootschap;
   n) de datum van de jaarrekeningen van de gesplitste vennootschap, die wordt gebruikt om de voorwaarden van de grensoverschrijdende splitsing vast te stellen;
   o) in voorkomend geval, de verdeling onder de deelnemers in de gesplitste vennootschap van aandelen en effecten in de verkrijgende vennootschappen of in de gesplitste vennootschap of in de combinatie van de verkrijgende vennootschap en de gesplitste vennootschap, alsmede het criterium waarop die verdeling is gebaseerd;
   p) een nadere omschrijving van het aanbod voor de vergoeding in geld voor de deelnemers▌, in overeenstemming met artikel 160 terdecies;
   q) ▌ waarborgen, zoals garanties of pandgevingen, wanneer deze aan schuldeisers worden geboden.

Artikel 160 octies

Verslag van het leidinggevende of bestuursorgaan aan de deelnemers in de vennootschap en de werknemers

1.  Het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap stelt voor de deelnemers in de vennootschap en de werknemers een verslag op waarin de wettelijke en economische aspecten van de grensoverschrijdende splitsing worden toegelicht en verantwoord en waarin de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de werknemers worden toegelicht.

2.  In het in lid 1 bedoelde verslag wordt met name toelichting gegeven over de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de toekomstige bedrijfsactiviteiten van de vennootschappen.

Het omvat tevens een deel voor de deelnemers in de vennootschap en een deel voor de werknemers.

3.  In het deel van het verslag voor de deelnemers in de vennootschap wordt met name toelichting gegeven over:

   a bis) de vergoeding in geld en volgens welke methode deze is vastgesteld;
   b) de ruilverhouding van de aandelen en volgens welke methode deze is vastgesteld, in voorkomend geval;

   d) de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de deelnemers in de vennootschap;
   e) de rechten en de rechtsmiddelen die beschikbaar zijn voor deelnemers in de vennootschap ▌ in overeenstemming met artikel 160 terdecies.

4.  Het deel van het verslag voor de deelnemers in de vennootschap is niet vereist wanneer alle deelnemers in de vennootschap ermee hebben ingestemd van deze vereiste af te zien. De lidstaten kunnen eenpersoonsvennootschappen uitsluiten van de bepalingen van dit artikel.

5.  In het deel van het verslag voor de werknemers wordt met name toelichting gegeven over:

   c bis) de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de dienstverbanden en, in voorkomend geval, alle maatregelen om deze te vrijwaren;
   c ter) materiële wijzigingen van de toepasselijke arbeidsvoorwaarden en van de vestigingsplaatsen van de vennootschap;
   d) de vraag hoe de in de punten c bis) en c ter) bedoelde factoren ook van invloed zijn op dochterondernemingen van de vennootschap.

6.  Wanneer het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap tijdig een advies over de delen van het verslag als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 ontvangt van de vertegenwoordigers van de werknemers of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, van de werknemers zelf, zoals bepaald in het nationale recht, worden de deelnemers in de vennootschap daarvan op de hoogte gebracht en wordt dit advies aan dat verslag gehecht.

7.  Het deel voor de werknemers hoeft niet te worden opgesteld wanneer alle werknemers van de vennootschap en in voorkomend geval haar dochterondernemingen tot het leidinggevende of bestuursorgaan behoren.

8.  De vennootschap kan besluiten of één verslag met de twee in de leden 3 en 4 bedoelde delen wordt opgesteld, dan wel een afzonderlijk verslag voor respectievelijk de deelnemers in de vennootschap en de werknemers.

9.   Het in lid 1 bedoelde verslag of de in lid 5 bedoelde verslagen worden samen met het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing, indien beschikbaar, uiterlijk zes weken vóór de datum van de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering in ieder geval in elektronische vorm ter beschikking gesteld van de deelnemers in de vennootschap en de vertegenwoordigers van de werknemers van de gesplitste vennootschap of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, van de werknemers zelf.

10.  Wanneer van het in lid 3 bedoelde deel voor de deelnemers in de vennootschap wordt afgezien overeenkomstig lid 3 en het in lid 4 bedoelde deel voor de werknemers niet vereist is overeenkomstig lid 4 bis, is het in lid 1 bedoelde verslag niet vereist.

11.  De leden 1 tot en met 8 van dit artikel laten de toepasselijke informatie- en raadplegingsrechten en -procedures onverlet die op nationaal niveau zijn ingesteld na de omzetting van de Richtlijnen 2002/14/EG en 2009/38/EG.

Artikel 160 decies

Verslag van onafhankelijke deskundige

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat een onafhankelijke deskundige het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing ▌ onderzoekt en een voor de deelnemers in de vennootschap bestemd verslag opstelt dat uiterlijk een maand voor de datum van de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering te hunner beschikking wordt gesteld. Naargelang het recht van de lidstaten kan de deskundige een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn.

2.  Het in lid 1 bedoelde verslag bevat in ieder geval het advies van de deskundige over de vraag of de vergoeding in geld en de ruilverhouding adequaat zijn. Met betrekking tot de in artikel 160 sexies, onder q), bedoelde vergoeding in geld houdt de deskundige rekening met de marktprijs van die aandelen in de gesplitste vennootschap vóór de aankondiging van het splitsingsvoorstel of met de waarde van de vennootschap, exclusief de gevolgen van de voorgestelde splitsing, zoals bepaald volgens algemeen aanvaarde waarderingsmethoden. In het verslag wordt ten minste:

   a) aangegeven volgens welke methode de voorgestelde vergoeding in geld is vastgesteld;
   b) aangegeven volgens welke methode de voorgestelde ruilverhouding van de aandelen is vastgesteld;
   c) aangegeven of deze methode passend is om de vergoeding in geld en de ruilverhouding van de aandelen te beoordelen en tot welke waarde die methoden leiden, en wordt een advies gegeven over het betrekkelijke gewicht dat bij de vaststelling van de in aanmerking genomen waarde aan die methoden is gehecht;
   d) beschreven welke bijzondere moeilijkheden zich eventueel bij de waardering hebben voorgedaan.

▌De deskundige mag van de gesplitste vennootschap alle informatie verlangen die nodig is voor de vervulling van zijn taak.

3.  Noch het onderzoek van het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing door een onafhankelijke deskundige, noch een deskundigenverslag is vereist, indien alle deelnemers in de gesplitste vennootschap aldus zijn overeengekomen. De lidstaten kunnen eenpersoonsvennootschappen uitsluiten van de bepalingen van dit artikel.

Artikel 160 undecies

Openbaarmaking

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende documenten openbaar worden gemaakt en uiterlijk één maand voor de datum van de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering publiek beschikbaar worden gesteld in het register van de lidstaat van de gesplitste vennootschap:

   a) het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing;

   b) een kennisgeving aan de deelnemers, de schuldeisers en de vertegenwoordigers van de werknemers van de gesplitste vennootschap of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, aan de werknemers zelf, dat zij uiterlijk vijf werkdagen vóór de datum van de algemene vergadering bij de vennootschap opmerkingen kunnen indienen betreffende het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing.

De lidstaten kunnen eisen dat het verslag van de onafhankelijke deskundige, indien het overeenkomstig artikel 160 decies is opgesteld, openbaar wordt gemaakt en publiek beschikbaar wordt gesteld in het register.

De lidstaten zorgen ervoor dat de vennootschap in staat is vertrouwelijke informatie uit te zonderen van openbaarmaking van het verslag van de onafhankelijke deskundige.

De overeenkomstig dit lid openbaar gemaakte documenten zijn ook toegankelijk door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem.

2.  De lidstaten kunnen de gesplitste vennootschap vrijstellen van de in lid 1 bedoelde openbaarmakingsverplichting wanneer deze de in lid 1 bedoelde documenten gratis op haar website beschikbaar stelt gedurende een ononderbroken periode die aanvangt ten minste één maand vóór de datum die is vastgesteld voor de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering en die niet eerder eindigt dan bij de sluiting van die vergadering.

De lidstaten mogen evenwel geen verplichtingen verbinden aan of beperkingen stellen aan die vrijstelling, behalve om de veiligheid van de website en de authenticiteit van de documenten te waarborgen, tenzij en alleen voor zover zij evenredig zijn met de te verwezenlijken doelstellingen.

3.  Wanneer de gesplitste vennootschap overeenkomstig lid 2 van dit artikel het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing openbaar maakt, dient zij ten minste één maand voor de datum van de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering bij het register de volgende openbaar te maken informatie in:

   a) de rechtsvorm, de naam en de statutaire zetel van de gesplitste vennootschap en de voor elke nieuw opgerichte, uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap voorgestelde rechtsvorm, naam en statutaire zetel;
   b) het register waarbij voor de gesplitste vennootschap de in artikel 14 bedoelde akten zijn neergelegd en het nummer van inschrijving in dat register;
   c) de vermelding van de regelingen die voor de uitoefening van de rechten van schuldeisers, werknemers en deelnemers in de vennootschap zijn getroffen;
   d) details van de website waar het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing, de kennisgeving en het in lid 1 bedoelde deskundigenverslag en een volledige beschrijving van de in dit lid, onder c), bedoelde regelingen kosteloos verkrijgbaar zijn.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat aan de in de leden 1 en 3 bedoelde vereisten volledig online kan worden voldaan zonder dat de aanvragers persoonlijk moeten verschijnen voor een bevoegde instantie in de betrokken lidstaat, met inachtneming van de relevante bepalingen van hoofdstuk III van titel I.

5.  Naast de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde openbaarmaking kunnen de lidstaten eisen dat het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing of de in lid 3 bedoelde informatie in hun nationale publicatieblad of via een centraal elektronisch platform overeenkomstig artikel 16, lid 3, wordt bekendgemaakt. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat het register de relevante informatie doorzendt aan het nationale publicatieblad.

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde documentatie of de in lid 3 bedoelde informatie kosteloos toegankelijk is voor het publiek via het systeem van gekoppelde registers.

De lidstaten zorgen er bovendien voor dat de vergoedingen die de registers de vennootschap ▌ in rekening brengen voor de in de leden 1 en 3 bedoelde openbaarmaking en, in voorkomend geval, voor de in lid 5 bedoelde bekendmaking, niet hoger zijn dan de terugvordering van de kosten van de dienstverlening.

Artikel 160 duodecies

Goedkeuring door de algemene vergadering

1.  Na kennis te hebben genomen van de verslagen die zijn bedoeld in de artikelen 160 octies ▌en 160 decies, al naargelang het geval, alsmede van de overeenkomstig artikel 160 octies ingediende adviezen van de werknemers en de overeenkomstig artikel 160 undecies ingediende opmerkingen, beslist de algemene vergadering van de gesplitste vennootschap door middel van een besluit over de goedkeuring van het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing en over de vraag of de oprichtingsakte en de statuten, indien die in een afzonderlijke akte zijn opgenomen, worden aangepast.

2.  De algemene vergadering kan zich het recht voorbehouden de totstandkoming van de grensoverschrijdende splitsing afhankelijk te stellen van haar uitdrukkelijke bekrachtiging van de in artikel 160 quindecies bedoelde regelingen.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat voor de goedkeuring van ▌ het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing en elke wijziging daarvan een meerderheid vereist is van niet minder dan twee derde maar niet meer dan 90 % van de stemmen die verbonden zijn aan de aandelen of aan het op de vergadering vertegenwoordigde geplaatste kapitaal. De stemmingsdrempel is hoe dan ook niet hoger dan die waarin het nationale recht voorziet voor de goedkeuring van grensoverschrijdende fusies.

4.  Wanneer een clausule in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing of een wijziging van de oprichtingsakte van de gesplitste vennootschap tot een toename van de economische verplichtingen van een aandeelhouder ten aanzien van de vennootschap of derden leidt, kunnen de lidstaten in dergelijke specifieke omstandigheden als voorwaarde stellen dat deze clausule of de wijziging van de oprichtingsakte van de gesplitste vennootschap door de betrokken aandeelhouder wordt goedgekeurd, mits deze aandeelhouder de in artikel 160 terdecies neergelegde rechten niet kan uitoefenen.

5.  De lidstaten zorgen ervoor dat de goedkeuring van de grensoverschrijdende splitsing door de algemene vergadering niet uitsluitend op de volgende gronden kan worden aangevochten:

   a) de in artikel 160 sexies, onder b), bedoelde ruilverhouding van de aandelen is niet adequaat vastgesteld;
   b) de in artikel 160 sexies, onder q), bedoelde vergoeding in geld is niet adequaat vastgesteld;
   c) de in het kader van de punten a) of b) verstrekte informatie voldoet niet aan de wettelijke vereisten.

Artikel 160 terdecies

Bescherming van de deelnemers in de vennootschap

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de ▌ deelnemers in de vennootschap die tegen het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing van de gesplitste vennootschap hebben gestemd, het recht hebben hun aandelen onder de in de leden 2 tot en met 6 bedoelde voorwaarden te vervreemden in ruil voor een adequate vergoeding in geld, mits zij als gevolg van de splitsing aandelen in de verkrijgende vennootschappen zouden verwerven naar het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat van de gesplitste vennootschap.

De lidstaten kunnen een dergelijk recht ook aan andere deelnemers in de gesplitste vennootschap toekennen.

De lidstaten kunnen eisen dat het uitdrukkelijke verzet tegen het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing en/of het voornemen van de deelnemers in de vennootschap om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen, uiterlijk op de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering naar behoren wordt gedocumenteerd. De lidstaten kunnen toestaan dat registratie van het verzet tegen het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing als passende documentatie met betrekking tot een tegenstem wordt beschouwd.

2.  De lidstaten stellen de termijn vast waarbinnen de in lid 1 bedoelde deelnemers in de gesplitste vennootschap aan deze vennootschap kennis moeten geven van hun besluit om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen. Die termijn duurt in geen geval langer dan één maand na de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering. De lidstaten zorgen ervoor dat de gesplitste vennootschap een elektronisch adres opgeeft waarop zij deze kennisgeving elektronisch kan ontvangen.

3.  De lidstaten stellen voorts een termijn vast voor de betaling van de in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing gespecificeerde vergoeding in geld. Deze termijn mag niet later eindigen dan twee maanden nadat de grensoverschrijdende splitsing overeenkomstig artikel 160 unvicies van kracht wordt.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat deelnemers in een betrokken gesplitste vennootschap die aan deze vennootschap kennis hebben gegeven van hun besluit om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen, maar die van oordeel zijn dat de vergoeding in geld die door de vennootschap wordt aangeboden niet adequaat is vastgesteld, het recht hebben bij een bevoegde instantie of een krachtens het nationale recht gemachtigde instantie om een aanvullende vergoeding in geld te verzoeken. De lidstaten stellen een termijn vast voor het verzoek om een aanvullende vergoeding in geld.

De lidstaten kunnen bepalen dat het definitieve besluit tot toekenning van een aanvullende vergoeding in geld geldig is voor de deelnemers in de betrokken gesplitste vennootschap die overeenkomstig lid 2 bis kennis hebben gegeven van hun besluit om gebruik te maken van het recht op vervreemding van hun aandelen.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 1 tot en met 5 bedoelde rechten worden geregeld door het nationale recht van de lidstaat waaronder de gesplitste vennootschap valt, en dat de lidstaat van de gesplitste vennootschap exclusief bevoegd is voor de beslechting van geschillen die verband houden met deze rechten.

6.   De lidstaten zorgen ervoor dat deelnemers in de gesplitste vennootschap die niet beschikten over of geen gebruik hebben gemaakt van het recht op vervreemding van hun aandelen, maar de voorgestelde ruilverhouding van de aandelen niet passend achten, de in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing bepaalde ruilverhouding ▌ kunnen aanvechten ▌ en om een bijbetaling in geld kunnen verzoeken. Die procedure wordt ingeleid bij een bevoegde instantie of een instantie die is gemachtigd krachtens het nationale recht van de lidstaat van de gesplitste vennootschap, binnen de termijn die is bepaald in het nationale recht van die lidstaat, en zij verhindert de inschrijving van de grensoverschrijdende splitsing in het register niet. De gegeven beslissing bindt de verkrijgende vennootschappen en in het geval van een gedeeltelijke splitsing ook de gesplitste vennootschap.

7.  Bovendien kunnen de lidstaten bepalen dat de betrokken verkrijgende vennootschap en in het geval van een gedeeltelijke splitsing ook de gesplitste vennootschap kan voorzien in aandelen of in een andere vergoeding ▌in plaats van in een bijbetaling in geld.

Artikel 160 quaterdecies

Bescherming van de schuldeisers

1.  De lidstaten bieden een passende bescherming van de belangen van de schuldeisers wier vorderingen vóór de openbaarmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing zijn ontstaan en ten tijde van die openbaarmaking nog niet opeisbaar zijn. De lidstaten zorgen ervoor dat de schuldeisers die geen genoegen nemen met de in artikel 160 sexies, onder r), bedoelde waarborgen die in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing worden geboden, de geschikte administratieve of gerechtelijke instanties kunnen verzoeken om passende waarborgen binnen drie maanden na de in artikel 160 undecies bedoelde openbaarmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing, mits zij op geloofwaardige wijze kunnen aantonen dat de voldoening van hun vorderingen als gevolg van de grensoverschrijdende splitsing in het gedrang is, en dat van de vennootschap geen passende waarborgen zijn verkregen.

De lidstaten zorgen ervoor dat de waarborgen afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de grensoverschrijdende splitsing overeenkomstig artikel 160 unvicies van kracht wordt.

2.  Wanneer een schuldeiser van de gesplitste vennootschap ▌ geen voldoening krijgt van de vennootschap waaraan het passief is toegewezen, zijn de andere verkrijgende vennootschappen, en, in het geval van een gedeeltelijke splitsing of van een splitsing door scheiding, de gesplitste vennootschap, samen met de vennootschap waaraan het passief is toegewezen hoofdelijk tot nakoming van die verbintenis gehouden. Het maximumbedrag van de hoofdelijke aansprakelijkheid van een vennootschap die aan de splitsing deelneemt, wordt beperkt tot de waarde van het nettoactief dat aan die vennootschap op de datum waarop de splitsing van kracht wordt, wordt toegewezen.

3.   De lidstaten kunnen eisen dat het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap een verklaring verstrekt waarin nauwkeurig de actuele financiële toestand wordt weergegeven van de vennootschap op de datum van de verklaring, die ten vroegste één maand voor de openbaarmaking ervan valt. In de verklaring wordt aangegeven dat het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap op basis van de informatie waarover het beschikt op de datum van de verklaring en na redelijke verzoeken om inlichtingen, niet op de hoogte is van enige redenen waarom een verkrijgende vennootschap en, in het geval van een gedeeltelijke splitsing, de gesplitste vennootschap wanneer de splitsing van kracht wordt, niet in staat zou zijn te voldoen aan de eraan in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing toegewezen verplichtingen wanneer die opeisbaar worden. De verklaring wordt samen met het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing ▌ openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 160 undecies.

4.  De leden 1, 2 en 3 doen niet af aan de toepassing van het nationale recht van de lidstaat van de gesplitste vennootschap met betrekking tot het voldoen van betalingen of het waarborgen van betalingen of verbintenissen van niet-geldelijke aard ten aanzien van overheidsinstanties.

Artikel 160 quaterdecies bis

Informatie en raadpleging van werknemers

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie- en raadplegingsrechten van werknemers in verband met de grensoverschrijdende splitsing worden geëerbiedigd en worden uitgeoefend overeenkomstig het rechtskader van Richtlijn 2002/14/EG en van Richtlijn 2001/23/EG, wanneer de grensoverschrijdende splitsing wordt beschouwd als overgang van een onderneming in de zin van Richtlijn 2001/23/EG, en, indien van toepassing voor ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie, overeenkomstig het rechtskader van Richtlijn 2009/38/EG. De lidstaten kunnen besluiten de informatie- en raadplegingsrechten ook op andere dan de in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2002/14/EG bedoelde vennootschappen toe te passen.

2.  Niettegenstaande artikel 160 octies, lid 6, en artikel 160 undecies, lid 1, onder b), zorgen de lidstaten ervoor dat de informatie- en raadplegingsrechten van werknemers worden geëerbiedigd, ten minste voordat een besluit wordt genomen over het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing of, als dat eerder gebeurt, over het in artikel 160 octies bedoelde verslag, zodat de werknemers vóór de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering een gemotiveerd antwoord ontvangen.

3.  Onverminderd gunstigere bepalingen en/of praktijken die voor de werknemers gelden, stellen de lidstaten de praktische regelingen vast voor de uitoefening van het recht op informatie en raadpleging overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2002/14/EG.

Artikel 160 quindecies

Werknemersmedezeggenschap

1.  Onverminderd lid 2 is elke verkrijgende vennootschap onderworpen aan de voorschriften betreffende werknemersmedezeggenschap die in voorkomend geval van toepassing zijn in de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft.

2.  De voorschriften betreffende werknemersmedezeggenschap die in voorkomend geval van toepassing zijn in de lidstaat waar de uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap haar statutaire zetel heeft, zijn evenwel niet van toepassing indien de gesplitste vennootschap in de zes maanden voorafgaand aan de bekendmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing als bedoeld in artikel 160 sexies van deze richtlijn een gemiddeld aantal werknemers heeft van vier vijfde van de toepasselijke drempel, zoals bepaald in het recht van de lidstaat van de gesplitste vennootschap, wat aanleiding geeft tot werknemersmedezeggenschap in de zin van artikel 2, onder k), van Richtlijn 2001/86/EG, of indien het nationale recht van toepassing op elke verkrijgende vennootschap niet:

   a) voorziet in ten minste hetzelfde niveau van werknemersmedezeggenschap dat van toepassing was in de gesplitste vennootschap vóór de splitsing, gemeten naar het aantal werknemersvertegenwoordigers onder de leden van het toezichthoudende of bestuursorgaan, in de commissies van die organen of in het leidinggevende orgaan dat belast is met de winstbepalende entiteiten van de vennootschap, die in aanmerking komen voor werknemersvertegenwoordiging; of
   b) voorschrijft dat werknemers van in andere lidstaten gelegen vestigingen van de verkrijgende vennootschappen hetzelfde recht tot uitoefening van medezeggenschapsrechten hebben als de werknemers in de lidstaat waar de verkrijgende vennootschap haar statutaire zetel heeft.

3.  In de in lid 2 bedoelde gevallen wordt de medezeggenschap van werknemers in de uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschappen en de wijze waarop de werknemers bij de vaststelling van die rechten worden betrokken, door de lidstaten op overeenkomstige wijze en onverminderd de leden 4 tot en met 7 van dit artikel geregeld volgens de beginselen en regelingen vervat in artikel 12, leden 2, 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 2157/2001 en de volgende bepalingen van Richtlijn 2001/86/EG:

   a) artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 2, onder a), i), en b), en artikel 3, lid 3, en de eerste twee zinnen van artikel 3, leden 4, 5 ▌en 7;
   b) artikel 4, lid 1, artikel 4, lid 2, onder a), g) en h), en artikel 4, leden 3 en 4;
   c) artikel 5;
   d) artikel 6;
   e) ▌artikel 7, lid 1, met uitzondering van het tweede streepje van het bepaalde onder b);
   f) de artikelen 8, ▌10, 11 en 12;
   g) deel 3, onder a), van de bijlage.

4.  Bij het in regelgeving omzetten van de in lid 3 bedoelde beginselen en procedures:

   a) geven de lidstaten de bijzondere onderhandelingsgroep het recht om, bij een meerderheid van twee derde van haar leden, die ten minste twee derde van de werknemers vertegenwoordigen, te besluiten van onderhandelingen af te zien of reeds geopende onderhandelingen te beëindigen en zich te verlaten op de regels inzake medezeggenschap die van kracht zijn in de lidstaten van elke verkrijgende vennootschap;
   b) kunnen de lidstaten, wanneer na eerdere onderhandelingen de referentievoorschriften inzake medezeggenschap van toepassing zijn en ongeacht deze referentievoorschriften, besluiten het aantal werknemersvertegenwoordigers in het bestuursorgaan van de verkrijgende vennootschappen te beperken. Wanneer echter in de gesplitste vennootschap ten minste een derde van de leden van het toezichthoudende of bestuursorgaan werknemersvertegenwoordigers waren, kan het aantal werknemersvertegenwoordigers nooit zodanig worden beperkt dat in het bestuursorgaan minder dan een derde van de leden werknemersvertegenwoordigers zijn;
   c) zorgen de lidstaten ervoor dat de regels inzake medezeggenschap die vóór de grensoverschrijdende splitsing van toepassing waren, van toepassing blijven tot de datum waarop eventuele nadien overeengekomen regels van kracht worden, of indien er geen regels zijn overeengekomen, tot de datum waarop de referentievoorschriften van kracht worden in overeenstemming met deel 3, onder a), van de bijlage.

5.  De uitbreiding van de medezeggenschapsrechten tot werknemers van de verkrijgende vennootschappen die in andere lidstaten werkzaam zijn, bedoeld in lid 2, onder b), houdt voor de lidstaten die deze keuze maken, geen verplichting in deze werknemers mee te tellen bij de berekening van het drempelaantal werknemers dat volgens het nationale recht aanleiding geeft tot medezeggenschapsrechten.

6.  Wanneer een van de verkrijgende vennootschappen volgens de in lid 2 bedoelde voorschriften onder een stelsel van werknemersmedezeggenschap moet vallen, zijn die vennootschappen verplicht een rechtsvorm aan te nemen die de uitoefening van medezeggenschapsrechten mogelijk maakt.

7.  Wanneer de verkrijgende vennootschap werkt met een stelsel van werknemersmedezeggenschap, is zij verplicht maatregelen te nemen om de medezeggenschapsrechten van de werknemers te beschermen in geval van eventuele daaropvolgende grensoverschrijdende of binnenlandse fusies, splitsingen of omzettingen voor een termijn van vier jaar nadat de grensoverschrijdende splitsing van kracht is geworden, door de in de leden 1 tot en met 6 vastgestelde voorschriften op overeenkomstige wijze toe te passen.

8.  De vennootschap stelt haar werknemers of hun vertegenwoordigers onverwijld in kennis van de resultaten van de onderhandelingen over de werknemersmedezeggenschap.

Artikel 160 sexdecies

Aan de splitsing voorafgaand attest

1.  De lidstaten wijzen de rechterlijke, notariële of andere bevoegde instantie of instanties aan (hierna "de bevoegde instantie" genoemd) voor het toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende splitsingen wat betreft het gedeelte van de procedure dat door het recht van de lidstaat van de gesplitste vennootschap wordt geregeld, en voor de afgifte van een aan de splitsing voorafgaand attest waaruit blijkt dat aan alle relevante voorwaarden is voldaan en alle procedures en formaliteiten correct zijn vervuld in die lidstaat.

Deze vervulling van procedures en formaliteiten kan betrekking hebben op het voldoen van betalingen of het waarborgen van betalingen of verbintenissen van niet-geldelijke aard ten aanzien van overheidsinstanties, of op de naleving van bijzondere sectorale vereisten, met inbegrip van het waarborgen van betalingen of verbintenissen die voortvloeien uit lopende procedures.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvraag van het aan de splitsing voorafgaande attest door de gesplitste vennootschap vergezeld gaat van:

   a) het in artikel 160 sexies bedoelde voorstel voor de splitsing;
   b) het verslag en in voorkomend geval het aangehechte advies als bedoeld in artikel 160 octies, alsmede het in artikel 160 decies bedoelde verslag, indien beschikbaar;
   b bis) alle overeenkomstig artikel 160 undecies, lid 1, ingediende opmerkingen;
   c) informatie over de in artikel 160 duodecies bedoelde goedkeuring door de algemene vergadering▌.

3.  De lidstaten kunnen eisen dat de aanvraag van het aan de splitsing voorafgaande attest vergezeld gaat van aanvullende informatie, met name over bijvoorbeeld:

   a) het aantal werknemers ten tijde van het opstellen van het voorstel voor de splitsing;
   b) dochterondernemingen en hun respectieve geografische ligging;
   c) de nakoming van verbintenissen van de vennootschap ten aanzien van overheidsinstanties.

Voor de toepassing van dit lid kunnen de bevoegde instanties deze informatie, als zij niet wordt verstrekt, opvragen bij andere instanties met bevoegdheid ter zake.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 2 en 2 bis bedoelde aanvraag, waaronder de indiening van informatie en documenten, volledig online kan worden verricht zonder dat het noodzakelijk is persoonlijk te verschijnen voor de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie, met inachtneming van de relevante bepalingen van hoofdstuk III van titel I.

5.   Om te voldoen aan de in artikel 160 quindecies vastgestelde regels inzake werknemersmedezeggenschap onderzoekt de bevoegde instantie in de lidstaat van de gesplitste vennootschap of het in artikel 160 sexies bedoelde voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing informatie bevat over de procedures volgens welke de relevante regelingen worden vastgesteld en mogelijke opties voor deze regelingen.

6.   In het kader van de beoordeling ▌ als bedoeld in lid 1 onderzoekt de bevoegde instantie de volgende informatie:

   a) alle overeenkomstig de leden 2 en 2 bis bij de instantie ingediende documenten en informatie;
   c) een vermelding door de vennootschap dat de in artikel 160 quindecies, leden 3 en 4, bedoelde procedure van start is gegaan, indien van toepassing.

7.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde beoordeling plaatsvindt binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de documenten en informatie betreffende de goedkeuring van de grensoverschrijdende splitsing door de algemene vergadering van de vennootschap. Dit leidt tot een van de volgende resultaten:

   a) indien wordt vastgesteld dat de grensoverschrijdende splitsing ▌ aan alle relevante voorwaarden voldoet en dat alle noodzakelijke procedures en formaliteiten zijn vervuld, geeft de bevoegde instantie het aan de splitsing voorafgaande attest af;
   b) indien wordt vastgesteld dat de grensoverschrijdende splitsing niet aan alle relevante voorwaarden voldoet of dat niet alle noodzakelijke procedures en/of formaliteiten zijn vervuld, geeft de bevoegde instantie het aan de splitsing voorafgaande attest niet af en stelt zij de vennootschap in kennis van de redenen voor haar besluit. In dat geval kan de bevoegde instantie de vennootschap de mogelijkheid bieden om aan de relevante voorwaarden te voldoen of om de procedures en formaliteiten binnen een passende termijn te verrichten.

8.  De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde instantie het aan de splitsing voorafgaande attest niet afgeeft indien overeenkomstig het nationale recht wordt vastgesteld dat een grensoverschrijdende splitsing is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden die leiden tot of gericht zijn op ontduiking of omzeiling van het nationale recht of het Unierecht, of voor criminele doeleinden.

9.  Indien er bij de bevoegde instantie in het kader van het in lid 1 bedoelde toezicht op de rechtmatigheid ernstige twijfels rijzen over de vraag of de grensoverschrijdende splitsing is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden die leiden tot of gericht zijn op ontduiking of omzeiling van het nationale recht of het Unierecht, of voor criminele doeleinden, neemt zij de relevante feiten en omstandigheden in aanmerking, zoals indicatieve factoren, indien van belang en niet op zichzelf beschouwd, waarvan de bevoegde instantie in het kader van het in lid 1 bedoelde toezicht op de rechtmatigheid, onder meer door raadpleging van de relevante instanties, kennis heeft genomen. De beoordeling in de zin van dit lid wordt per geval verricht volgens een procedure die onder het nationale recht valt.

10.  Wanneer het voor de beoordeling in de zin van lid 7 noodzakelijk is om rekening te houden met aanvullende informatie of aanvullende onderzoeksactiviteiten te verrichten, kan de in lid 6 bedoelde termijn van drie maanden voor nog eens maximaal drie maanden worden verlengd.

11.  Wanneer het vanwege de complexiteit van de grensoverschrijdende procedure niet mogelijk is de beoordeling binnen de in dit artikel voorziene termijnen uit te voeren, zorgen de lidstaten ervoor dat de aanvrager vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn in kennis wordt gesteld van de redenen voor de vertraging.

12.  De lidstaten zorgen ervoor dat de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde instanties andere instanties met bevoegdheid op de verschillende gebieden met betrekking tot de grensoverschrijdende splitsing, met inbegrip van die van de lidstaat van de verkrijgende vennootschappen, kunnen raadplegen, en dat zij bij deze instanties en bij de vennootschap de vereiste informatie en documenten kunnen opvragen met het oog op de controle van de rechtmatigheid, binnen het in het nationale recht vastgestelde procedurele kader. Bij de beoordeling kan de bevoegde instantie een beroep doen op een onafhankelijke deskundige.

Artikel 160 octodecies

▌ Toezending van het aan de splitsing voorafgaande attest

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat het aan de splitsing voorafgaande attest met de in artikel 160 novodecies, lid 1, bedoelde instanties wordt gedeeld via het overeenkomstig artikel 22 ingestelde systeem van gekoppelde registers.

De lidstaten zorgen er ook voor dat het aan de splitsing voorafgaande attest beschikbaar is via het overeenkomstig artikel 22 ingestelde systeem van gekoppelde registers.

3.  De toegang tot de in lid 2 bedoelde informatie is kosteloos voor de in artikel 160 novodecies, lid 1, bedoelde instanties en voor de registers.

Artikel 160 novodecies

Toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende splitsing

1.  De lidstaten wijzen de rechterlijke, notariële of andere instantie aan die bevoegd is om toezicht te houden op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende splitsing wat betreft het gedeelte van de procedure dat betrekking heeft op de voltooiing van de grensoverschrijdende splitsing die door het recht van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen wordt geregeld, en om de grensoverschrijdende splitsing goed te keuren indien ▌ aan alle relevante voorwaarden is voldaan en alle ▌ formaliteiten correct zijn verricht in die lidstaat.

De bevoegde instantie of instanties zorgen er met name voor dat de voorgestelde verkrijgende vennootschappen voldoen aan de bepalingen van het nationale recht inzake de oprichting en registratie van vennootschappen en, indien van toepassing, dat de regelingen inzake werknemersmedezeggenschap in overeenstemming met artikel 160 quindecies zijn vastgesteld.

2.  Voor de toepassing van lid 1 dient de gesplitste vennootschap bij elke in ▌ lid 1 bedoelde instantie het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing in dat door de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering is goedgekeurd.

3.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in lid 1 bedoelde aanvraag door de vennootschap die de grensoverschrijdende splitsing aangaat, waaronder de indiening van informatie en documenten, volledig online kan worden verricht zonder dat de aanvragers persoonlijk moeten verschijnen voor de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie, met inachtneming van de relevante bepalingen van hoofdstuk III van titel I.

4.  De in lid 1 bedoelde bevoegde instantie ▌ keurt de grensoverschrijdende splitsing goed wanneer zij de relevante voorwaarden heeft beoordeeld.

5.  Het in artikel 160 octodecies, lid 2, bedoelde aan de splitsing voorafgaande attest wordt door een in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegde instantie aanvaard als afdoend bewijs dat de aan de splitsing voorafgaande procedures en formaliteiten in de lidstaat van de gesplitste vennootschap correct zijn vervuld, zonder welke de grensoverschrijdende splitsing niet kan worden goedgekeurd.

Artikel 160 vicies

Registratie

1.  Het recht van ▌ de lidstaten van de gesplitste vennootschap en van de verkrijgende vennootschappen ▌ bepaalt overeenkomstig artikel 16 op welke wijze de voltooiing van de grensoverschrijdende splitsing op het grondgebied van de betrokken lidstaat openbaar wordt gemaakt in het register ▌.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de volgende informatie wordt opgenomen in hun registers, die zij openbaar beschikbaar en toegankelijk stellen door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem:

   a) in het ▌ register van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen – dat de registratie van de verkrijgende vennootschap het gevolg is van een grensoverschrijdende splitsing;
   b) in het register van de lidstaat van de verkrijgende vennootschappen – de data van registratie van de verkrijgende vennootschappen;
   c) in het register van de lidstaat van de gesplitste vennootschap – in het geval van een volledige splitsing, de datum van de schrapping uit het register ▌;
   d) in ▌ het register van de lidstaat van de gesplitste vennootschap – dat de doorhaling of schrapping van de vennootschap het gevolg is van een grensoverschrijdende splitsing;
   e) in de registers van de lidstaten van de gesplitste vennootschap en van de verkrijgende vennootschappen respectievelijk de inschrijvingsnummers, de naam en de rechtsvorm van de gesplitste vennootschap en van de verkrijgende vennootschappen.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de registers in de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen het register in de lidstaat van de gesplitste vennootschap door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem meedelen dat de verkrijgende vennootschappen zijn geregistreerd. In het geval van een volledige splitsing wordt de ▌ gesplitste vennootschap onmiddellijk na de ontvangst van al die mededelingen uit het register geschrapt.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat het register in de lidstaat van de gesplitste vennootschap door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem aan de registers in de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen meedeelt dat de grensoverschrijdende splitsing van kracht is geworden.

Artikel 160 unvicies

Datum waarop de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt

Het recht van de lidstaat van de gesplitste vennootschap bepaalt op welke datum de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt. De datum valt nadat het in de artikelen 160 sexdecies ▌en 160 novodecies bedoelde toezicht is uitgevoerd en nadat alle in artikel 160 vicies, lid 3, bedoelde mededelingen zijn ontvangen.

Artikel 160 duovicies

Gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing

1.  Een volledige grensoverschrijdende splitsing die is aangegaan in overeenstemming met de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn, heeft doordat de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt en vanaf de in artikel 160 unvicies bedoelde datum de volgende gevolgen:

   a) de activa en passiva van de gesplitste vennootschap, inclusief alle contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, gaan in hun geheel over op ▌de verkrijgende vennootschappen volgens de in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing aangegeven toewijzing;
   b) de deelnemers in de gesplitste vennootschap worden deelnemers in de verkrijgende vennootschappen volgens de in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing aangegeven toewijzing van aandelen, tenzij zij het in artikel 160 terdecies, lid 1, bedoelde uitstaprecht uitoefenen;
   c) de rechten en verplichtingen van de gesplitste vennootschap die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten of dienstverbanden en bestaan op de datum waarop de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt, gaan over op de verkrijgende vennootschappen;
   d) de gesplitste vennootschap houdt op te bestaan.

2.   Een gedeeltelijke grensoverschrijdende splitsing die is aangegaan in overeenstemming met de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn, heeft doordat de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt en vanaf de in artikel 160 unvicies bedoelde datum de volgende gevolgen:

   a) een gedeelte van de activa en passiva van de gesplitste vennootschap, inclusief contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, gaat over op ▌de verkrijgende vennootschap of vennootschappen en het resterende gedeelte blijft in de gesplitste vennootschap volgens de in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing aangegeven toewijzing;
   b) op zijn minst enkele deelnemers in de gesplitste vennootschap worden deelnemers in de verkrijgende vennootschap of vennootschappen en op zijn minst enkele deelnemers blijven in de gesplitste vennootschap of worden deelnemers in beide vennootschappen volgens de in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing aangegeven toewijzing van aandelen, tenzij zij het in artikel 160 terdecies, lid 1, bedoelde uitstaprecht uitoefenen;
   c) de rechten en verplichtingen van de gesplitste vennootschap die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten of dienstverbanden en bestaan op de datum waarop de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt, en die volgens het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing aan de verkrijgende vennootschap of vennootschappen worden toegewezen, gaan over op de respectieve verkrijgende vennootschap of vennootschappen.

3.  Een grensoverschrijdende splitsing door scheiding die is aangegaan in overeenstemming met de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn, heeft doordat de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt en vanaf de in artikel 160 unvicies bedoelde datum de volgende gevolgen:

   a) het gedeelte van de activa en passiva van de gesplitste vennootschap, inclusief contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, gaat over op de verkrijgende vennootschap of vennootschappen en het resterende gedeelte blijft in de gesplitste vennootschap volgens de in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing aangegeven toewijzing;
   a bis) de aandelen van de verkrijgende vennootschap of vennootschappen worden toegewezen aan de gesplitste vennootschap;
   b) de rechten en verplichtingen van de gesplitste vennootschap die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten of dienstverbanden en bestaan op de datum waarop de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt, en die volgens het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing aan de verkrijgende vennootschap of vennootschappen worden toegewezen, gaan over op de respectieve verkrijgende vennootschap of vennootschappen.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een actief of een passief van de gesplitste vennootschap niet expliciet in het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing wordt toegewezen als bedoeld in artikel 160 sexies, onder m), en interpretatie van dat voorstel geen uitsluitsel geeft over de toewijzing ervan, dit actief, de waarde ervan of het passief wordt verdeeld over alle verkrijgende vennootschappen of, in het geval van een gedeeltelijke splitsing of een splitsing door scheiding, over alle verkrijgende vennootschappen en de gesplitste vennootschap, evenredig aan het nettoactief dat aan ieder van die vennootschappen in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing is toegewezen. In elk geval is artikel 160 quaterdecies, lid 2, van toepassing.

5.   Wanneer het recht van de lidstaten bij een onder dit hoofdstuk vallende grensoverschrijdende splitsing bijzondere formaliteiten voorschrijft om de overgang van bepaalde door de gesplitste vennootschap ingebrachte activa, rechten en verplichtingen aan derden te kunnen tegenwerpen, worden deze formaliteiten verricht door de gesplitste vennootschap of door de verkrijgende vennootschappen, naargelang het geval.

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat aandelen van een verkrijgende vennootschap niet kunnen worden geruild voor aandelen van de gesplitste vennootschap, die hetzij door de vennootschap zelf worden gehouden, hetzij via een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelt.

Artikel 160 duovicies bis

Vereenvoudigde formaliteiten

Bij een "splitsing door scheiding" in de zin van artikel 160 ter, punt 3, onder c), zijn artikel 160 sexies, onder b), c), f), i), p) en q), en de artikelen 160 octies, 160 decies en 160 terdecies niet van toepassing.

Artikel 160 tervicies

Aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundigen

De lidstaten stellen regels vast die ten minste voorzien in de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundige die belast is met het opstellen van het in artikel 160 decies bedoelde verslag.

De lidstaten beschikken over regels om ervoor te zorgen dat de deskundige of de rechtspersoon in wiens naam de deskundige optreedt, onafhankelijk is en geen belangenconflict heeft met de vennootschap die het aan de splitsing voorafgaande attest aanvraagt, en dat het advies van de deskundige onpartijdig en objectief is en wordt gegeven met het oog op het verlenen van bijstand aan de bevoegde instantie, met inachtneming van de vereisten inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid uit hoofde van het toepasselijke recht of de professionele normen die de deskundige in acht moet nemen.

Artikel 160 quatervicies

Geldigheid

Een overeenkomstig de procedures tot omzetting van deze richtlijn van kracht geworden grensoverschrijdende splitsing kan niet nietig worden verklaard.

Dit doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de lidstaten om onder meer op het gebied van strafrecht, terrorismefinanciering, sociaal recht, fiscaal recht en rechtshandhaving maatregelen en sancties op te leggen overeenkomstig het nationale recht, na de datum waarop de grensoverschrijdende splitsing van kracht is geworden."

"

Artikel 2

Sancties

De lidstaten stellen de voorschriften vast ten aanzien van de maatregelen en sancties die van toepassing zijn op overtredingen van nationale bepalingen die zijn vastgesteld op grond van deze richtlijn en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. Deze regels kunnen strafrechtelijke sancties voor ernstige overtredingen omvatten.

De maatregelen en sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Artikel 3

Omzetting

1.  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op … [PB: datum invullen – de laatste dag van de termijn van 36 maanden na de inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 4

Verslaglegging en evaluatie

1.  Uiterlijk vier jaar na … [PB: gelieve de datum in te vullen waarop de omzettingsperiode van deze richtlijn afloopt] verricht de Commissie een evaluatie van deze richtlijn, met inbegrip van een evaluatie van de tenuitvoerlegging inzake de informatie, de raadpleging en de medezeggenschap van werknemers in het kader van de grensoverschrijdende operaties, met inbegrip van een beoordeling van de regels inzake het aantal werknemersvertegenwoordigers in het bestuursorgaan van de uit de grensoverschrijdende operatie ontstane vennootschap, en van de doeltreffendheid van de waarborgen met betrekking tot de onderhandelingen over rechten inzake werknemersmedezeggenschap, waarbij de dynamische aard in aanmerking wordt genomen van door grensoverschrijdende operaties groeiende vennootschappen, en brengt de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité verslag uit over de bevindingen, waarbij met name wordt nagegaan of een geharmoniseerd kader voor werknemersvertegenwoordiging op het niveau van de raad van bestuur ingevoerd moet worden in het Unierecht, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

De lidstaten stellen de Commissie de informatie ter beschikking die zij voor het opstellen van dat verslag nodig heeft, met name gegevens over het aantal grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen, de duur ervan en de ermee verbonden kosten, gegevens over de gevallen waarin een aan de omzetting voorafgaand attest is geweigerd, alsmede statistische geaggregeerde gegevens over het aantal onderhandelingen over rechten inzake werknemersmedezeggenschap in het kader van grensoverschrijdende operaties, en gegevens over de werking en de gevolgen van de bij grensoverschrijdende operaties toepasselijke bevoegdheidsregels.

2.  In het verslag wordt in het bijzonder een evaluatie verricht van de in hoofdstuk -I van titel II en hoofdstuk IV van titel II bedoelde procedures, met name wat de duur en de kosten ervan betreft.

3.  In het verslag wordt ook beoordeeld of het haalbaar is te voorzien in regels voor soorten grensoverschrijdende splitsingen die niet onder deze richtlijn vallen, met inbegrip van met name grensoverschrijdende splitsingen door verwerving.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 6

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te …,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1)* AAN DEZE TEKST IS IN JURIDISCH-TAALKUNDIG OPZICHT NOG NIET DE LAATSTE HAND GELEGD.
(2)PB C van , blz. .
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 18 april 2019.
(4)Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (codificatie) (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 46).
(5) Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).
(6) Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29).
(7) Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (herschikking) (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28).
(8) Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).
(9) Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16).
(10) Richtlijn 2001/86/EG van de Raad van 8 oktober 2001 tot aanvulling van het statuut van de Europese vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (PB L 294 van 10.11.2001, blz. 22).
(11) Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1).
(12) Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1).
(13) Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.8.1998, blz. 1).
(14) Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (PB L 193 van 19.7.2016, blz. 1).
(15) Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat (PB L 310 van 25.11.2009, blz. 34).
(16) Richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (PB L 332 van 18.12.2015, blz. 1).
(17) Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad van 25 mei 2016 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (PB L 146 van 3.6.2016, blz. 8).
(18) Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (PB L 139 van 5.6.2018, blz. 1).
(19) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).
(20) PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.
(21) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 2 mei 2019Juridische mededeling