Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0042(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0384/2018

Ingediende teksten :

A8-0384/2018

Debatten :

PV 17/04/2019 - 24
CRE 17/04/2019 - 24

Stemmingen :

PV 18/04/2019 - 10.11

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0431

Aangenomen teksten
PDF 207kWORD 55k
Donderdag 18 april 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties ***I
P8_TA-PROV(2019)0431A8-0384/2018
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 18 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties (COM(2018)0093 – C8-0112/2018 – 2018/0042(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0093),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Europees Parlement is ingediend (C8-0112/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 22 augustus 2018(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 11 juli 2018(2),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 20 maart 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0384/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 382 van 23.10.2018, blz. 2.
(2) PB C 367 van 10.10.2018, blz. 56.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 18 april 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties(1)
P8_TC1-COD(2018)0042

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(2),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(3),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(4),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  In artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad(5) wordt, onder bepaalde voorwaarden, aan gedekte obligaties een preferentiële behandeling toegekend. In Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad(6)(7) worden de kernbestanddelen van gedekte obligaties nader ingevuld en wordt een gemeenschappelijke definitie van gedekte obligaties gegeven.

(2)  Op 20 december 2013 heeft de Commissie ▌de Europese Bankautoriteit (hierna "EBA" genoemd) om een advies verzocht met betrekking tot de relevantie van de in artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde risicogewichten. Volgens het EBA-advies(8) is de in artikel 129 van die verordening vastgestelde preferentiële behandeling van de risicoweging, in beginsel, een passende prudentiële behandeling. EBA heeft evenwel aanbevolen dat verder zou worden nagegaan in hoeverre het opportuun is dat de in artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bepaalde beleenbaarheidscriteria zouden worden aangevuld zodat deze ten minste de thema's liquiditeitsrisicolimitering, overcollateralisatie en de rol van de bevoegde autoriteit zouden omvatten, en dat de bestaande vereisten inzake openbaarmaking aan beleggers verder zouden worden uitgewerkt(9).

(3)  Gelet op het EBA-advies moet Verordening (EU) nr. 575/2013 worden gewijzigd door verdere vereisten voor gedekte obligaties toe te voegen, en zo de kwaliteit te versterken van gedekte obligaties die in aanmerking komen voor de gunstige kapitaalbehandeling die in artikel 129 van die verordening is bepaald.

(4)  Overeenkomstig de derde alinea van artikel 129, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 kunnen de bevoegde autoriteiten gedeeltelijke ontheffing verlenen van de toepassing van het in punt c) van de eerste alinea van artikel 129, lid 1, bepaalde vereiste voor blootstellingen om in aanmerking te komen voor kredietkwaliteitscategorie 1, en een voor kredietkwaliteitscategorie 2 in aanmerking komende blootstelling toestaan voor maximaal 10 % van de totale blootstelling van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende instelling. Een dergelijke gedeeltelijke ontheffing geldt echter alleen na voorafgaande raadpleging van EBA en mits kan worden aangetoond dat de toepassing van het vereiste betreffende kredietkwaliteitscategorie 1 in de betrokken lidstaten mogelijk tot ernstige concentratieproblemen kan leiden. Aangezien de vereisten voor blootstellingen om in aanmerking te komen voor kredietkwaliteitscategorie 1 zoals die beschikbaar wordt gesteld door externe kredietbeoordelingsinstellingen (EKBI's), steeds moeilijker in acht te nemen zijn in de meeste lidstaten zowel binnen als buiten de eurozone, werd de toepassing van die ontheffing noodzakelijk geacht door de lidstaten waar de grootste markten voor gedekte obligaties zijn gevestigd. Om het gebruik van blootstellingen aan kredietinstellingen als zekerheid voor gedekte obligaties te vereenvoudigen en om een oplossing te bieden voor deze moeilijkheid, moet ▌Verordening (EU) nr. 575/2013 worden gewijzigd. In plaats van een mogelijkheid voor de bevoegde autoriteiten om van de vereisten ontheffing te verlenen, moet een regel worden bepaald die blootstellingen toestaat aan kredietinstellingen die voor kredietkwaliteitscategorie 2 in aanmerking komen, voor maximaal 10 % van de totale blootstelling van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende instelling zonder dat EBA moet worden geconsulteerd. Het is noodzakelijk het gebruik van kredietkwaliteitscategorie 3 toe te staan voor kortetermijndeposito's en voor derivaten in specifieke lidstaten in gevallen waarin het te moeilijk zou zijn om te voldoen aan het vereiste van kredietkwaliteitscategorie 1 of 2. De overeenkomstig artikel 18, lid 2, van Richtlijn (EU) 2019/...(10) aangewezen bevoegde autoriteiten moeten, na raadpleging van EBA, het gebruik van kredietkwaliteitscategorie 3 voor derivatencontracten kunnen toestaan om potentiële concentratieproblemen aan te pakken.

(5)  Overeenkomstig punt d), ii), en punt f), ii), van de eerste alinea van artikel 129, lid 1, zijn leningen die worden gedekt door hoger gerangschikte rechten van deelneming die worden uitgegeven door Franse "Fonds Communs de Titrisation" of door gelijkwaardige securitisatie-instellingen die blootstellingen aan niet-zakelijk of zakelijk onroerend goed securitiseren, beleenbare activa die als zekerheid kunnen dienen voor gedekte obligaties, tot maximaal 10 % van het nominale bedrag van de uitstaande uitgifte van gedekte obligaties ("de grenswaarde van 10 %"). Krachtens artikel 496 van die verordening kunnen bevoegde autoriteiten evenwel ▌ontheffing verlenen van die grenswaarde van 10 %. Bovendien wordt in artikel 503, lid 4, van diezelfde verordening geëist dat de Commissie beziet of de afwijking op grond waarvan bevoegde autoriteiten ontheffing van de grenswaarde van 10 % kunnen verlenen, passend is. Op 22 december 2013 heeft de Commissie EBA gevraagd op dat punt een advies uit te brengen. In haar advies van 1 juli 2014 heeft EBA verklaard dat het gebruik van hoger gerangschikte rechten van deelneming die worden uitgegeven door Franse "Fonds Communs de Titrisation" of door gelijkwaardige securitisatie-instellingen die blootstellingen aan niet-zakelijk of zakelijk onroerend goed securitiseren, uit prudentieel oogpunt bezwaren zou opleveren door de dubbel gelaagde structuur van een programma van gedekte obligaties dat wordt gedekt door gesecuritiseerde rechten van deelneming, en zo zou resulteren in onvoldoende transparantie over de kredietkwaliteit van de dekkingspool. Bijgevolg heeft EBA de aanbeveling gedaan dat de afwijking van de grenswaarde van 10 % voor gesecuritiseerde hoger gerangschikte rechten van deelneming die momenteel in artikel 496 van Verordening (EU) nr. 575/2013 is vastgesteld, na 31 december 2017 zou komen te vervallen(11).

(6)  Slechts een beperkt aantal nationale raamwerken voor gedekte obligaties biedt de mogelijkheid om door woninghypotheken of door bedrijfshypotheken gedekte effecten (RMBS of CMBS) op te nemen. Het gebruik van dergelijke structuren neemt af en geldt als een onnodig complicerende factor voor programma's van gedekte obligaties. Daarom moet het gebruik van dergelijke structuren als beleenbare activa volledig worden uitgeschakeld. Bijgevolg moeten punt d), ii), en punt f), ii), van de eerste alinea van artikel 129, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 496 van die verordening worden geschrapt.

(7)  Ook structuren voor intragroepspooling van gedekte obligaties die aan Verordening (EU) nr. 575/2013 voldoen, zijn gebruikt als beleenbare zekerheid in overeenstemming met punt d), ii), en punt f), ii), van de eerste alinea van artikel 129, lid 1, van die verordening. Structuren voor intragroepspooling van gedekte obligaties leveren uit prudentieel oogpunt geen extra risico's op omdat die niet dezelfde complexiteitsproblemen stellen als het gebruik van leningen die worden gedekt door hoger gerangschikte rechten van deelneming die worden uitgegeven door Franse "Fonds Communs de Titrisation" of door gelijkwaardige securitisatie-instellingen die blootstellingen aan niet-zakelijk of zakelijk onroerend goed securitiseren. Volgens EBA moet het gebruik van door structuren voor het poolen van gedekte obligaties als zekerheid gehanteerde gedekte obligaties worden toegelaten zonder beperkingen ten aanzien van het bedrag aan uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende kredietinstelling(12). Bijgevolg moet punt c) van de eerste alinea van artikel 129, lid 1, worden gewijzigd om het vereiste te schrappen dat de grenswaarde van 15 % of 10 % wordt toegepast op blootstellingen aan kredietinstellingen in structuren voor intragroepspooling van gedekte obligaties. De regels voor die structuren voor intragroepspooling van gedekte obligaties worden vastgesteld in artikel 8 van Richtlijn (EU) 2019/…(13).

(8)  Volgens artikel 129, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 moeten de in artikel 229, lid 1, van die verordening bepaalde waarderingsbeginselen voor onroerend goed dat als zekerheid voor gedekte obligaties dient, op gedekte obligaties worden toegepast willen die obligaties voldoen aan de vereisten voor een preferentiële behandeling. De vereisten voor de beleenbaarheid van activa die als zekerheid voor gedekte obligaties dienen, houden verband met de algemene kwaliteitskenmerken die de robuustheid van de dekkingspool moeten garanderen, en moeten daarom onderworpen zijn aan Richtlijn (EU) 2019/…(14). Bijgevolg moeten ook de bepalingen over de waarderingsmethodiek onder de toepassing van die richtlijn vallen. De technische reguleringsnormen die worden opgelegd door artikel 124, lid 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013, moeten daarom niet gelden ten aanzien van de beleenbaarheidscriteria voor gedekte obligaties zoals die in artikel 129 van die verordening zijn vastgesteld. Bijgevolg moet artikel 129, lid 3, van die verordening in die zin worden gewijzigd.

(9)  Grenswaarden voor Loan-To-Value (hierna "LTV" genoemd) maken noodzakelijkerwijs deel uit van het garanderen van de kredietkwaliteit van de gedekte obligaties. In artikel 129, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden ▌LTV-grenswaarden bepaald voor woonkredieten en pandrechten op schepen, maar wordt niet nader aangegeven hoe die grenswaarden moeten worden toegepast, hetgeen tot onzekerheid kan leiden. ▌LTV-grenswaarden moeten worden toegepast als "zachte" dekkingsgrenswaarden, d.w.z. dat er weliswaar geen grenswaarden zijn voor de omvang van de onderliggende lening, maar dat een dergelijke lening alleen als zekerheid kan dienen binnen de voor die activa opgelegde LTV-grenswaarden. Met ▌LTV-grenswaarden wordt bepaald voor welk percentage die lening bijdraagt aan het dekkingsvereiste voor verplichtingen. Daarom moet uitdrukkelijk worden bepaald dat ▌LTV-grenswaarden het gedeelte van de lening bepalen dat bijdraagt aan de dekking van de gedekte obligaties.

(10)  Met het oog op meer duidelijkheid moet ook worden bepaald dat de LTV-grenswaarden gelden voor de volledige looptijd van de lening. De reële LTV mag niet veranderen, maar moet binnen de grenswaarde blijven van 80 % van de waarde van het goed voor woninghypotheken, en van 60 % of 70 % van de waarde van het goed voor zakelijke leningen en schepen. Zakelijk onroerend goed moet worden verstaan volgens de algemeen geldende opvatting dat dit soort goed "niet voor bewoning bestemd" onroerend goed is, ook als het in handen is van organisaties zonder winstoogmerk.

(11)  Met het oog op een verdere verbetering van de kwaliteit van de gedekte obligaties die de preferentiële kapitaalbehandeling van artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013 krijgen, moet die preferentiële behandeling afhankelijk worden gesteld van een minimumpercentage aan overcollateralisatie, d.w.z. een percentage aan zekerheden dat de dekkingsvereisten van artikel 15 van Richtlijn (EU) 2019/…(15) overschrijdt. Een dergelijk vereiste zou de meest relevante risico's moeten limiteren die ontstaan bij insolventie of afwikkeling van de emittent. Wanneer lidstaten besluiten op gedekte obligaties die door kredietinstellingen op hun grondgebied worden uitgegeven een hoger minimumpercentage aan overcollateralisatie toe te passen, mag dit kredietinstellingen niet beletten te beleggen in andere gedekte obligaties met een lager minimumpercentage aan overcollateralisatie die aan de bepalingen van deze verordening voldoen, en baat te hebben bij de bepalingen ervan.

(12)  Een van de vereisten in artikel 129, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013 is dat de kredietinstelling die in gedekte obligaties belegt, ten minste halfjaarlijks bepaalde informatie ontvangt. Transparantievereisten zijn een onmisbaar onderdeel van gedekte obligaties dat zorgt voor een eenvormig openbaarmakingsniveau en beleggers in staat stelt de nodige risicobeoordeling te maken, hetgeen de vergelijkbaarheid, transparantie en stabiliteit van de markt ten goede komt. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat transparantievereisten voor alle gedekte obligaties gelden, wat kan worden verwezenlijkt door die vereisten in Richtlijn (EU) 2019/…(16) vast te leggen als een gemeenschappelijk structureel kenmerk van gedekte obligaties. Bijgevolg moet artikel 129, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden geschrapt.

(13)  Gedekte obligaties zijn instrumenten voor langetermijnfinanciering en worden dus uitgegeven met een geplande looptijd van meerdere jaren. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat gedekte obligaties die vóór 31 december 2007 of vóór ... [OP: Please insert the date of application of this Regulation] zijn uitgegeven, niet worden verstoord. Om die doelstelling te behalen, moeten gedekte obligaties die vóór 31 december 2007 zijn uitgegeven, vrijgesteld blijven van de vereisten die in Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn geformuleerd ten aanzien van beleenbare activa, overcollateralisatie en vervangende activa. Bovendien moeten andere gedekte obligaties die voldoen aan ▌Verordening (EU) nr. 575/2013 en vóór ... [OP: Please insert the date of application of this Regulation] zijn uitgegeven, tot aan hun vervaldag worden vrijgesteld van de vereisten inzake overcollateralisatie en vervangende activa en moeten zij in aanmerking blijven komen voor de preferentiële behandeling als beschreven in die verordening.

(14)  Deze verordening moet worden toegepast in samenhang met Richtlijn (EU) 2019/...(17). Om de coherente toepassing te garanderen van het nieuwe raamwerk waarin de structurele kenmerken van de uitgifte van gedekte obligaties en de gewijzigde vereisten voor een preferentiële behandeling worden vastgesteld, moet de toepassing van deze verordening worden uitgesteld om samen te vallen met de datum vanaf wanneer de lidstaten de bepalingen tot omzetting van die richtlijn moeten toepassen.

(15)  Verordening (EU) nr. 575/2013 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 575/2013

Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt als volgt gewijzigd:

1.  Artikel 129 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:(18)

i)  de eerste alinea wordt als volgt gewijzigd:

–  de inleidende zin wordt vervangen door:"

"Om in aanmerking te komen voor de in de leden 4 en 5 beschreven preferentiële behandeling, voldoen gedekte obligaties als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn (EU) 2019/xxxx van het Europees Parlement en de Raad(19)* aan de vereisten van de leden 3, 3 bis en 3 ter van dit artikel en worden zij zekergesteld door een van de volgende beleenbare activa:

______________________________

* Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU (PB C ... van ..., blz. ....";

"

–  punt c) wordt vervangen door:"

"c) blootstellingen aan kredietinstellingen die in aanmerking komen voor kredietkwaliteitscategorie 1 of ▌kredietkwaliteitscategorie 2 of blootstellingen in de vorm van kortetermijndeposito's met een looptijd van ten hoogste 100 dagen, indien deze deposito's worden gebruikt om te voldoen aan de verplichting van een liquiditeitsbuffer voor een dekkingspool in overeenstemming met artikel 16 en derivatencontracten in overeenstemming met artikel 11 van Richtlijn (EU) 2019/...(20) aan kredietinstellingen die in aanmerking komen voor kredietkwaliteitscategorie 3, indien blootstellingen in de vorm van derivatencontracten door de bevoegde autoriteiten worden toegestaan, overeenkomstig dit hoofdstuk.";

"

–  in punt d) wordt punt ii) geschrapt;

–  in punt f) wordt punt ii) geschrapt;

ii)  de tweede alinea wordt vervangen door:"

"Voor de toepassing van lid 1 bis worden blootstellingen die het gevolg zijn van de overdracht en het beheer van betalingen of liquidatieopbrengsten van de debiteur van leningen die gedekt zijn door in pand gegeven goederen van ▌schuldinstrumenten, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de in dat lid bedoelde grenswaarden.";

"

iii)  de derde alinea wordt geschrapt;

b)  de volgende leden ▌worden ingevoegd:"

"1 bis. Voor de toepassing van punt c) van de eerste alinea van lid 1 geldt het volgende:

   a) voor blootstellingen aan kredietinstellingen die voor kredietkwaliteitscategorie 1 in aanmerking komen, bedraagt de blootstelling maximaal 15 % van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende kredietinstelling;
   b) voor blootstellingen aan kredietinstellingen die voor kredietkwaliteitscategorie 2 in aanmerking komen, bedraagt de totale blootstelling maximaal 10 % van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende kredietinstelling;
   c) voor blootstellingen in de vorm van kortetermijndeposito's met een looptijd van ten hoogste 100 dagen en derivatencontracten aan kredietinstellingen die voor kredietkwaliteitscategorie 3 in aanmerking komen, bedraagt de totale blootstelling maximaal 8 % van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende kredietinstelling;

De in overeenstemming met artikel 18, lid 2, van Richtlijn (EU) 2019/...(21) aangewezen bevoegde autoriteiten kunnen, na raadpleging van EBA, alleen toestemming verlenen voor blootstellingen in de vorm van derivatencontracten aan kredietinstellingen die voor kredietkwaliteitscategorie 3 in aanmerking komen indien aanmerkelijke potentiële concentratieproblemen in de betrokken lidstaten als gevolg van de toepassing van de in dit lid bedoelde verplichtingen van kredietkwaliteitscategorie 1 en 2 kunnen worden aangetoond;

   d) de totale blootstelling aan kredietinstellingen die voor kredietkwaliteitscategorie 1, 2 of 3 in aanmerking komen, bedraagt maximaal 15 % van de totale blootstelling van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende kredietinstelling. De totale blootstelling aan kredietinstellingen die voor kredietkwaliteitscategorie 2 of 3 in aanmerking komen, bedraagt maximaal 10 % van de totale blootstelling van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende kredietinstelling.

1 ter.   Lid 1 bis is niet van toepassing op het gebruik van gedekte obligaties als beleenbare zekerheid overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn (EU) 2019/…+.

1 quater.   Voor de toepassing van punt d), onder i), van de eerste alinea van lid 1, is de grenswaarde van 80 % van toepassing op afzonderlijke leningen en bepaalt ze het gedeelte van de lening dat bijdraagt aan de dekking van de aan de gedekte obligaties verbonden verplichtingen en geldt de grenswaarde voor de volledige looptijd van de lening.

1 quinquies.   Voor de toepassing van de punten f), onder i), ▌en g), van de eerste alinea van lid 1 is de grenswaarde van 60 % of 70 % van toepassing op afzonderlijke leningen en bepaalt ze het gedeelte van de lening dat bijdraagt aan de dekking van de aan de gedekte obligaties verbonden verplichtingen en geldt de grenswaarde voor de volledige looptijd van de lening.";

"

c)  lid 3 wordt vervangen door:"

"3. Voor onroerend goed en schepen die in overeenstemming met deze verordening als zekerheid zijn gesteld voor gedekte obligaties, wordt aan de vereisten van artikel 208 voldaan."; Voor alle onroerende goederen en schepen wordt op regelmatige basis en ten minste eenmaal per jaar aan de in artikel 208, lid 3, onder a), vastgestelde vereisten voor de controle van de vermogenswaarden voldaan.";

"

d)  de volgende leden ▌worden ingevoegd:"

"3 bis. Gedekte obligaties worden niet alleen zekergesteld door de in lid 1 genoemde beleenbare activa, zij zijn ook onderworpen aan een minimumpercentage van 5 % aan overcollateralisatie in de zin van artikel 3, lid 12, van Richtlijn (EU) 2019/…(22).

Voor de toepassing van de eerste alinea heeft het totale nominale bedrag van alle dekkingsactiva ten minste dezelfde waarde als de totale nominale waarde van uitstaande gedekte obligaties ("nominaal beginsel") en bestaat het uit beleenbare activa als beschreven in lid 1.

De activa die bijdragen aan een minimumpercentage aan overcollateralisatie zijn niet onderworpen aan de grenswaarden voor de omvang van de blootstelling als bepaald in lid 1 bis en worden niet meegeteld voor die grenswaarden.

Lidstaten kunnen ▌een lager minimumpercentage aan overcollateralisatie toepassen op gedekte obligaties of kunnen hun bevoegde autoriteiten toestaan dit percentage vast te stellen mits de volgende voorwaarden zijn vervuld:

   a) de berekening van overcollateralisatie is gebaseerd op een formele benadering waarin rekening wordt gehouden met de onderliggende risico's van de activa, of op een formele benadering waarin de waardering van de activa afhankelijk is van de hypotheekwaarde in de zin van artikel 4, lid 1, punt 74;
   b) het minimumpercentage aan overcollateralisatie mag niet lager zijn dan 2 % op basis van het nominale beginsel.

De activa die bijdragen aan een minimumpercentage aan overcollateralisatie zijn niet onderworpen aan de grenswaarden voor de omvang van de blootstelling als bepaald in lid 1 bis en worden niet meegeteld voor die grenswaarden.

3 ter.  De in lid 1 bedoelde beleenbare activa mogen in de dekkingspool worden opgenomen als vervangende activa in de zin van artikel 3, lid 11, van Richtlijn (EU) 2019/...(23) voor de primaire activa in de zin van artikel 3, lid 10, van die richtlijn, met inachtneming van de grenswaarden inzake kredietkwaliteit en omvang van de blootstelling als uiteengezet in de leden 1 en 1 bis van dit artikel.";

"

e)  de leden 6 en 7 worden vervangen door:"

"6. Gedekte obligaties die vóór 31 december 2007 zijn uitgegeven, vallen niet onder de vereisten van de leden 1, 1 bis, 3, 3 bis en 3 ter. Zij komen tot hun vervaldatum in aanmerking voor de in de leden 4 en 5 beschreven preferentiële behandeling.

7.  Gedekte obligaties die vóór [OP: Please insert the date of application of this amending Regulation] zijn uitgegeven en voldoen aan de vereisten die zijn vastgesteld in deze verordening, in de versie zoals die van toepassing is op de datum van hun uitgifte, vallen niet onder de vereisten van de leden 3 bis en 3 ter. Zij komen tot hun vervaldatum in aanmerking voor de in de leden 4 en 5 beschreven preferentiële behandeling.";

"

2)  in artikel 416, lid 2, onder a), wordt punt ii) vervangen door:"

"ii) het betreft andere obligaties als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn (EU) 2019/...(24), dan die bedoeld onder punt i) van dit punt;";

"

3)  in artikel 425 wordt lid 1 vervangen door:"

"1. De instellingen rapporteren hun liquiditeitsinstromen. Gemaximeerde liquiditeitsinstromen zijn de liquiditeitsinstromen die beperkt zijn tot 75 % van de liquiditeitsuitstromen. Instellingen kunnen liquiditeitsinstromen uit bij andere instellingen geplaatste deposito's die in aanmerking komen voor de in artikel 113, lid 6 of lid 7, beschreven behandelingen, van deze grenswaarde uitsluiten. Instellingen kunnen liquiditeitsinstromen uit gelden die door leningnemers en beleggers in obligaties zijn verschuldigd voor hypotheken die worden gefinancierd door obligaties die in aanmerking komen voor de in artikel 129, leden 4, 5 of 6, bedoelde behandeling of door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn (EU) 2019/...+

van deze grenswaarde uitsluiten. Instellingen kunnen instromen uit stimuleringsleningen waarvoor zij als tussenpersoon hebben gefungeerd, uitsluiten. Onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door de bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op individuele basis, kan de instelling geheel of gedeeltelijk instromen uitsluiten waarbij de verstrekker een moeder- of dochterinstelling van de instelling is of een andere dochter van dezelfde moederinstelling, dan wel verbonden met de instelling door een betrekking in de zin van artikel 12, lid 1, van Richtlijn 83/349/EEG.";

"

4)  in artikel 427, lid 1, onder b), wordt punt x) vervangen door:"

"x) verplichtingen die voortvloeien uit uitgegeven effecten die in aanmerking komen voor de in artikel 129, lid 4 of lid 5, vervatte behandeling of als omschreven in artikel 2, lid 2, van Richtlijn (EU) 2019/...(25);";

"

5)  in artikel 428, lid 1, onder h), wordt punt iii) vervangen door:"

"iii) die gefinancierd zijn met matchende uitgifte (pass-through) van obligaties die in aanmerking komen voor de in artikel 129, lid 4 of lid 5, beschreven behandeling, of van obligaties als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn (EU) 2019/...+;";

"

6)  artikel 496 wordt geschrapt;

7)  in bijlage III, punt 6, wordt punt c) vervangen door:"

"c) het betreft gedekte obligaties als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn (EU) 2019/...(26), die geen obligaties zijn als bedoeld onder punt b) van dit punt.".

"

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij wordt toegepast vanaf [PB: datum invoegen die is vastgesteld in de tweede alinea van artikel 32, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/...+].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1)* AAN DEZE TEKST IS IN JURIDISCH-TAALKUNDIG OPZICHT NOG NIET DE LAATSTE HAND GELEGD.
(2)PB C 382 van 23.10.2018, blz. 2.
(3)PB C 367 van 10.10.2018, blz. 56.
(4) Standpunt van het Europees Parlement van 18 april 2019.
(5)Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).
(6)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU, en voetnoot 5 vervolledigen.
(7)Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU (PB L ... van ..., blz. ...).
(8)Opinion of the European Banking Authority on the preferential capital treatment of covered bonds, EBA/Op/2014/04.
(9)Aanbevelingen EU COM 1-A tot en met 1-D geformuleerd in Opinion EBA/Op/2014/04.
(10)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(11)Aanbeveling EU COM 2 geformuleerd in Opinion EBA/Op/2014/04.
(12)Ibid.
(13)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(14)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(15)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(16)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(17)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(18)
(19)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(20)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(21)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(22)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(23)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(24)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(25)+ PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.
(26)+PB: nummer invoegen van Richtlijn (EU) 2019/... betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU.

Laatst bijgewerkt op: 24 april 2019Juridische mededeling