Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2021(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0005/2019

Ingediende teksten :

A9-0005/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/09/2019 - 9.1

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0011

Aangenomen teksten
PDF 126kWORD 49k
Woensdag 18 september 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2019: overschot van 2018
P9_TA-PROV(2019)0011A9-0005/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 18 september 2019 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2019 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2019 tot opname van het overschot van het begrotingsjaar 2018 (11730/2019 – C9-0115/2019 – 2019/2021(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(1), en met name de artikelen 18, lid 3, en 44,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2019, definitief vastgesteld op 12 december 2018(2),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(3),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(4),

–  gezien Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie(5),

–  gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2019, goedgekeurd door de Commissie op 15 april 2019 (COM(2019)0300),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2019, vastgesteld door de Raad op 3 september 2019 en dezelfde dag toegezonden aan het Europees Parlement (11730/2019 – C9-0115/2019),

–  gezien de artikelen 94 en 96 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0005/2019),

A.  overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2019 dient om het overschot van het begrotingsjaar 2018, te weten 1 802 miljoen EUR, op te nemen in de begroting voor 2019;

B.  overwegende dat de hoofdonderdelen van dat overschot bestaan uit een positief resultaat bij de ontvangsten ter hoogte van 1 274,6 miljoen EUR en een onderbesteding bij de uitgaven ter hoogte van 527,8 miljoen EUR;

C.  overwegende dat aan de ontvangstenzijde het grootste verschil voortvloeit uit achterstandsrente en boetes (1 312,6 miljoen EUR), waarbij het resultaat bestaat uit mededingingsboetes en achterstandsrente, andere dwangsommen en rente in verband met geldboetes en dwangsommen;

D.  overwegende dat aan de uitgavenzijde de onderbesteding voor 2018 van de betalingen door de Commissie 322,2 miljoen EUR bedraagt (waarvan 120 miljoen EUR voor de reserve voor noodhulp) en de onderbesteding 68 miljoen EUR bedraagt voor de overdrachten van 2017, en dat de onderbesteding door de andere instellingen 75,9 miljoen EUR bedraagt voor 2018 en 61,6 miljoen EUR voor de overdrachten van 2017;

1.  neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2019, zoals ingediend door de Commissie, dat uitsluitend tot doel heeft het overschot van 2018, voor een bedrag van 1 803 miljoen EUR, in de begroting op te nemen, overeenkomstig artikel 18 van het Financieel Reglement, en neemt kennis van het standpunt van de Raad hierover;

2.  neemt er kennis van dat volgens de Commissie de mededingingsboetes in 2018 goed waren voor 1 149 miljoen EUR; is wederom van mening dat, naast een eventueel overschot als gevolg van onderbesteding, de begroting van de Unie alle inkomsten die voortvloeien uit boetes of die verband houden met te late betalingen opnieuw moet kunnen gebruiken zonder dat de bni-bijdragen dienovereenkomstig worden verlaagd; herhaalt zijn standpunt dat de voorgestelde reserve van de Unie in het volgende meerjarig financieel kader moet worden verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de inkomsten uit boetes en sancties;

3.  keurt het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2019 goed;

4.  verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 1/2019 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de overige instellingen en de betrokken organen, alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(2) PB L 67 van 7.3.2019.
(3) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(4) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(5) PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105.

Laatst bijgewerkt op: 19 september 2019Juridische mededeling