Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2822(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B9-0050/2019

Debatten :

PV 19/09/2019 - 4.2
CRE 19/09/2019 - 4.2

Stemmingen :

PV 19/09/2019 - 7.2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0018

Aangenomen teksten
PDF 125kWORD 54k
Donderdag 19 september 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Myanmar, in het bijzonder de situatie van de Rohingya
P9_TA-PROV(2019)0018RC-B9-0050/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 19 september 2019 over Myanmar, met name de situatie van de Rohingyabevolking (2019/2822(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Myanmar en over de situatie van de Rohingya, met name de resoluties die zijn aangenomen op 21 mei 2015(1), 7 juli 2016(2), 15 december 2016(3), 14 september 2017(4), 14 juni 2018(5) en 13 september 2018(6),

–  gezien de conclusies van de Raad over Myanmar/Birma van 26 februari 2018 en die van 10 december 2018,

–  gezien de op 14 juni 2019 in Nay Pyi Taw in Myanmar gehouden vijfde mensenrechtendialoog tussen de Europese Unie en Myanmar,

–  gezien het VN-verdrag van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het aanvullende protocol hierbij van 1967,

–  gezien het VN-Verdrag van 1948 inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide,

–  gezien het eindrapport en de aanbevelingen van de door Kofi Annan geleide Adviescommissie inzake de deelstaat Rakhine,

–  gezien het verslag van de VN-Veiligheidsraad van de secretaris-generaal conflictgerelateerd seksueel geweld van 23 maart 2018 (S/2018/250),

–  gezien het verslag van de VN-Mensenrechtenraad van 8 augustus 2018 met gedetailleerde bevindingen in verband met de onafhankelijke internationale onderzoeksmissie voor Myanmar (UNIFFM) (A/HRC/42/50), de resolutie van de VN-Mensenrechtenraad van 3 oktober 2018 over de mensenrechtensituatie van Rohingyamoslims en andere minderheden in Myanmar (A/HRC/RES/39/2) en het verslag van de VN-Mensenrechtenraad van 7 augustus 2019 over het onafhankelijk onderzoeksmechanisme voor Myanmar (A/HRC/42/66),

–  gezien het verslag van de UNIFFM van 22 augustus 2019 over seksueel en gendergerelateerd geweld in Myanmar en de gevolgen op gendergebied van de etnische conflicten in het land (A/HRC/42/CRP.4),

–  gezien het Verdrag van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat sinds 2017 meer dan 700 000 Rohingya Myanmar ontvlucht zijn op zoek naar veiligheid in buurland Bangladesh als gevolg van onderdrukking, voortdurende ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder talrijke moorden, verkrachtingen en het afbranden van dorpen door de Myanmarese gewapende groepen in de deelstaat Rakhine, waar meer dan 1 miljoen Rohingya woonden;

B.  overwegende dat de Rohingya in brede kring als een van de meest vervolgde minderheden worden beschouwd en de grootste staatloze groep vormen, en dat veel van hen nu in het grootste vluchtelingenkamp ter wereld wonen, namelijk Kutupalong in Cox’s Bazar te Bangladesh;

C.  overwegende dat de vluchtelingenkampen in Bangladesh overbevolkt, onhygiënisch en erg kwetsbaar zijn voor natuurrampen zoals aardverschuivingen en overstromingen en dat vrouwen en kinderen er maar beperkt toegang hebben tot kraamzorg en gezondheidszorg; overwegende dat de Rohingya die in vluchtelingenkampen wonen nog steeds te maken krijgen met ernstige bedreigingen en dat ze door de slechte kwaliteit van het water en het voedsel in de kampen een groot risico lopen op verscheidene ziekten en infecties; overwegende dat Rohingyakinderen nog steeds onvoldoende toegang tot formeel onderwijs hebben; overwegende dat de Rohingyavluchtelingen in Bangladesh de afgelopen weken hebben geleden onder beperkingen van hun recht op vrije meningsuiting en hun recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging; overwegende dat uitgangsverboden en het stilleggen van communicatie verdere ernstige mensenrechtenschendingen tegen hen kunnen vergemakkelijken;

D.  overwegende dat er nog naar schatting 600 000 Rohingya in de deelstaat Rakhine zijn, die nog steeds te kampen hebben met voortdurende discriminerende beleidsmaatregelen en praktijken, systematische schendingen van hun grondrechten, willekeurige aanhoudingen, opsluiting in overvolle kampen, een gebrek aan bewegingsvrijheid en aanzienlijk beperkte toegang tot onderwijs en gezondheidszorg;

E.  overwegende dat de Myanmarese autoriteiten de telecommunicatie in het noorden en het centrum van de deelstaat Rakhine en in Paletwa in de deelstaat Chin in juni 2019 hebben stilgelegd; overwegende dat er strenge militaire controles van kracht zijn die de toegang tot en de verslaggeving in de media over de deelstaat Rakhine beperken;

F.  overwegende dat Myanmar en Bangladesh repatriëringsplannen hebben aangekondigd, die niet zijn doorgegaan vanwege een gebrek aan garanties; overwegende dat de vluchtelingen erg getraumatiseerd zijn en bang zijn om terug te keren; overwegende dat alle repatriëringen veilig, vrijwillig, waardig, duurzaam en in overeenstemming met het beginsel van non-refoulement moeten zijn;

G.  overwegende dat de UNIFFM op 27 augustus 2018 haar verslag heeft gepubliceerd, waarin werd geconcludeerd dat de zwaarste mensenrechtenschendingen en de ergste misdaden naar internationaal recht, waaronder misdaden tegen de menselijkheid en waarschijnlijk genocide, tegen de Rohingya werden begaan; overwegende dat de Raad op 10 december 2018 haar ernstige bezorgdheid heeft uitgedrukt over de bevindingen van de UNIFFM; overwegende dat Myanmar tot nu toe heeft geweigerd een onderzoeksmissie van de VN-Mensenrechtenraad in het land toe te laten en de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Myanmar de toegang tot het land heeft ontzegd;

H.  overwegende dat de acties van de regering van Myanmar volgens het recentste verslag van de UNIFFM van 16 september 2019 nog steeds onderdeel zijn van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen de overblijvende Rohingya in de deelstaat Rakhine die moet worden beschouwd als vervolging en andere misdaden tegen de menselijkheid; overwegende dat de UNIFFM in haar verslag van 22 augustus 2019 gewag maakte van ernstige en voortdurende opzettelijke daden van seksueel en gendergerelateerd geweld, met inbegrip van systematische verkrachtingen, groepsverkrachtingen en gedwongen seksuele handelingen, door het leger en de veiligheidsdiensten van Myanmar tegen Rohingyavrouwen, -kinderen en -transgenders als onderdeel van een zuiveringscampagne om etnische minderheden te terroriseren en straffen; overwegende dat seksueel geweld wordt gebruikt om gemeenschappen onderling te verdelen en vrouwen en meisjes ervan af te brengen naar huis terug te keren; overwegende dat slachtoffers van verkrachting in de kampen risico lopen op sociale uitsluiting door hun gemeenschap;

I.  overwegende dat de EU er consequent op heeft aangedrongen dat zij die verantwoordelijk zijn voor dergelijke misdaden ter verantwoording worden geroepen en dat ze de resoluties die door de VN-Mensenrechtenraad op 27 september 2018 en door Algemene Vergadering van de VN (Derde Commissie) op 16 november 2018 zijn aangenomen, heeft ingediend en ondersteund; overwegende dat de autoriteiten in Myanmar weigeren om de mensenrechtenschendingen tegen de Rohingya grondig te onderzoeken en de daders ervan ter verantwoording te roepen; overwegende dat Myanmar blijft ontkennen dat deze mensenrechtenschendingen ooit zijn gebeurd; overwegende dat de hoogstgeplaatste militairen die de aanvallen op de Rohingya hebben geleid, nog steeds hun functie bekleden; overwegende dat de autoriteiten weigeren om met de VN-mechanismen samen te werken;

J.  overwegende dat de Raad op 29 april 2019 de beperkende maatregelen tegen Myanmar met een jaar heeft verlengd tot en met 30 april 2020, met inbegrip van bevriezingen van activa en reisverboden jegens 14 hooggeplaatste functionarissen van leger, grenswacht en politie in Myanmar die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen tegen de Rohingyabevolking, etnische minderheden en burgers in de deelstaten Rakhine, Kachin en Shan;

K.  overwegende dat de Rohingya officieel staatloos zijn sinds de vaststelling van de Birmese burgerschapswetten van 1982, waarin de Rohingya civiele, politieke en sociaaleconomische basisrechten worden ontnomen, zoals bewegingsvrijheid, politieke participatie, werk en sociale zekerheid; overwegende dat naar schatting 1,1 miljoen Rohingya de toegang tot burgerschap wordt ontzegd; overwegende dat de Rohingya die wel terugkeren, gedwongen zouden worden nationale verificatiekaarten te ondertekenen, waardoor hen Myanmarees burgerschap zou worden ontzegd;

1.  herhaalt zijn krachtige veroordeling van alle vorige en huidige mensenrechtenschendingen en stelselmatige en wijdverbreide aanvallen, waaronder moord, intimidatie, verkrachting en de vernieling van eigendom, die volgens de verslagen van de UNIFFM en het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten als genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid door het leger tegen de Rohingyabevolking moeten worden beschouwd; veroordeelt de buitensporige reactie van het leger en de veiligheidsdiensten krachtig; benadrukt dat het leger voortdurend het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht niet heeft nageleefd;

2.  drukt zijn ernstige bezorgdheid uit over het voortdurende conflict, de schendingen en de gevallen van seksueel en gendergerelateerd geweld tegen de Rohingya in Myanmar door het leger; veroordeelt dergelijke schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten en dringt er nogmaals bij de regering van Myanmar onder leiding van Aung San Suu Kyi en bij de veiligheidsdiensten op aan de voortdurende schendingen, moorden en het seksueel en gendergerelateerd geweld tegen de Rohingya en andere etnische groepen te stoppen;

3.  veroordeelt de voortdurende discriminatie van de Rohingya, de ernstige beperkingen van hun bewegingsvrijheid en de ontneming van hun toegang tot basisdiensten in Myanmar; onderstreept dat mediavrijheid en kritische journalistiek essentiële pijlers van de democratie zijn en cruciaal zijn voor de bevordering van goed bestuur, transparantie en de verantwoordingsplicht; roept de regering van Myanmar op om internationale waarnemers, waaronder de Speciaal Rapporteur van de VN voor de mensenrechtensituatie in Myanmar, onafhankelijke waarnemers en mensenrechten- en humanitaire organisaties, volledige en ongehinderde toegang te verlenen tot de deelstaten Rakhine, Kachin en Shan, teneinde onafhankelijk en onpartijdig onderzoek door alle partijen naar de beschuldigingen inzake de ernstige mensenrechtenschendingen te waarborgen, en om een einde te maken aan de stillegging van het internet in de laatste vier gemeenten, namelijk Ponnagyun, Mrauk-U, Kyuaktaw en Minbya;

4.  roept de autoriteiten van Myanmar op te zorgen voor voorwaarden en waarborgen voor de veilige, vrijwillige, waardige en duurzame terugkeer – onder toezicht van de VN – van de Rohingya die willen terugkeren naar hun thuisland; spoort de regeringen van Myanmar en Bangladesh aan om het beginsel van non-refoulement volledig in acht te nemen; spoort de regering van Myanmar aan om het volledige burgerschap van de Rohingya te erkennen, met inbegrip van de bijbehorende rechten en grondwettelijke waarborgen, en om de aanbevelingen van de adviescommissie inzake Rakhine onverwijld ten uitvoer te leggen; roept de regering van Myanmar er tevens toe op in dialoog te treden met Rohingyafunctionarissen en de Rohingya te erkennen als een van de 135 etnische groepen die in Myanmar bij wet worden erkend;

5.  erkent het werk van de vijfde mensenrechtendialoog tussen de Europese Unie en Myanmar; merkt op dat de besprekingen een breed scala aan mensenrechtenkwesties omvatten, waaronder verantwoording voor mensenrechtenschendingen, de situatie in de deelstaten Rakhine, Kachin en Shan, met inbegrip van humanitaire toegang, grondrechten en fundamentele vrijheden, de behoeften van ontheemden, economische en sociale rechten, migratie en samenwerking op het gebied van de mensenrechten in multilaterale fora; betreurt het feit dat de dialoog geen effect heeft gehad op de situatie ter plaatse;

6.  roept de regering en het leger van Myanmar ertoe op om toestemming te geven voor geloofwaardig en onafhankelijk onderzoek naar de vermeende ernstige, stelselmatige schendingen van de mensenrechten; benadrukt dat de daders van dergelijke misdaden onverwijld moeten worden berecht;

7.  dringt er nogmaals bij de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat diegenen die misdaden hebben begaan in Myanmar hiervoor verantwoordelijk worden gesteld in multilaterale fora; verwelkomt in dat opzicht het leiderschap dat de EU aan de dag heeft gelegd bij de instelling van het onafhankelijk onderzoeksmechanisme van de VN voor Myanmar (IIMM) voor het verzamelen, consolideren, bewaren en analyseren van bewijzen van de ernstigste internationale misdrijven en schendingen van het internationaal recht sinds 2011 in Myanmar; dringt er bij Myanmar op aan samen te werken met de internationale inspanningen om ervoor te zorgen dat verantwoording moet worden afgelegd, onder andere door het onlangs ingestelde IIMM toegang tot het land te verlenen; roept de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap ertoe op te waarborgen dat het IIMM beschikt over de nodige steun, waaronder financiële steun, om zijn taak uit te voeren;

8.  is ingenomen met het feit dat de Raad Buitenlandse Zaken van de EU op 24 juni 2018 en 21 december 2018 sancties heeft aangenomen jegens militairen en functionarissen van het Myanmarese leger (Tatmadaw), de grenswacht en de politie die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen tegen de Rohingyabevolking en verwacht dat die personen in het kader van de sanctieregeling voortdurend aan controles worden onderworpen; verzoekt de VN-Veiligheidsraad nogmaals om een alomvattend wapenembargo tegen Myanmar en om gerichte sancties tegen de natuurlijke en rechtspersonen die verantwoordelijk lijken voor ernstige mensenrechtenschendingen;

9.  herinnert de regering van Myanmar eraan dat zij haar verplichtingen en toezeggingen in verband met de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten dient na te komen, die een essentieel onderdeel vormen van de “Everything But Arms”-regeling (EBA); verwacht dat de Commissie in dit opzicht van start gaat met een onderzoek; betreurt het feit dat de Commissie nog niet is begonnen met een dergelijk onderzoek;

10.  is verheugd over het besluit van het Internationaal Strafhof (ICC) inzake zijn jurisdictie over de deportatie van Rohingya uit Myanmar en het besluit van de hoofdaanklager bij het Internationaal Strafhof om een vooronderzoek te starten naar de misdaden tegen de Rohingyabevolking die sinds oktober 2016 onder de jurisdictie van het ICC zijn begaan; roept de autoriteiten van Myanmar op om samen te werken met het ICC; roept Myanmar ertoe op ondertekenaar te worden van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof; dringt er bij de VN-Veiligheidsraad op aan de situatie in Myanmar te verwijzen naar het ICC, met inbegrip van alle misdaden die onder de jurisdictie van het ICC vallen die tegen de Rohingya zijn begaan, of om ad hoc een internationaal straftribunaal op te zetten; roept de EU en haar lidstaten ertoe op in de VN-Veiligheidsraad het voortouw te nemen bij het verzoek om de situatie in Myanmar te verwijzen naar het ICC; roept de EU en haar lidstaten er bovendien toe op de inspanningen te ondersteunen om een rechtszaak aan te spannen bij het Internationaal Gerechtshof over de mogelijke schending door Myanmar van het genocideverdrag van de Verenigde Naties;

11.  dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de goedkeuring van een resolutie over Myanmar te bevorderen tijdens de volgende zitting van de VN-Mensenrechtenraad;

12.  is verheugd over de inspanningen van de regering en de burgers van Bangladesh om Rohingyavluchtelingen te beschermen en in veiligheid te brengen, en moedigt hen aan humanitaire hulp te blijven verstrekken aan de vluchtelingen uit Myanmar; roept de autoriteiten in Bangladesh op om te waarborgen dat Rohingyakinderen zonder discriminatie volledig toegang hebben tot kwaliteitsvol onderwijs, om de beperkingen op de toegang tot internet en onlinecommunicatie en de beperkingen op de bewegingsvrijheid op te heffen en om te waarborgen dat de veiligheidstroepen die actief zijn in de kampen alle beschermingsnormen eerbiedigen voor de persoonlijke veiligheid van de vluchtelingen;

13.  is verheugd dat de EU begin september 2019 2 miljoen EUR aan voedselhulp heeft uitbetaald aan het Wereldvoedselprogramma van de VN ten voordele van de Rohingyakampen in Cox’s Bazar, maar vraagt de Raad en de Commissie om, gezien de behoeften ter plaatse, hun inspanningen op dit gebied verder te zetten; herinnert eraan dat de financiële verantwoordelijkheid voor het bijstaan van de vluchtelingen niet onevenredig op Bangladesh mag neerkomen; roept op tot internationale steun voor de gemeenschappen die de vluchtelingen onderdak bieden, onder meer door oplossingen te zoeken voor nationale problemen op maatschappelijk, onderwijs-, economisch en gezondheidsgebied;

14.  herinnert er bovendien aan dat medische en psychologische ondersteuning moet worden verstrekt in de vluchtelingenkampen, met name gericht op kwetsbare groepen, waaronder vrouwen en kinderen; roept op tot betere hulpdiensten voor slachtoffers van verkrachting en aanranding;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de regering en het parlement van Myanmar, de staatsadviseur Aung San Suu Kyi, de regering en het parlement van Bangladesh, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten, de secretaris-generaal van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN), de intergouvernementele mensenrechtencommissie van de ASEAN, de Speciaal Rapporteur van de VN voor de mensenrechtensituatie in Myanmar, de Hoge Commissaris van de VN voor vluchtelingen en de VN-Mensenrechtenraad.

(1) PB C 353 van 27.9.2016, blz. 52.
(2) PB C 101 van 16.3.2018, blz. 134.
(3) PB C 238 van 6.7.2018, blz. 112.
(4) PB C 337 van 20.9.2018, blz. 109.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0261.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0345.

Laatst bijgewerkt op: 20 september 2019Juridische mededeling