Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2819(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B9-0097/2019

Debatten :

PV 18/09/2019 - 17
CRE 18/09/2019 - 17

Stemmingen :

PV 19/09/2019 - 7.5
CRE 19/09/2019 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0021

Aangenomen teksten
PDF 138kWORD 54k
Donderdag 19 september 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Belang van Europees gedenken voor de toekomst van Europa
P9_TA-PROV(2019)0021RC-B9-0097/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 19 september 2019 over het belang van Europese herinnering voor de toekomst van Europa (2019/2819(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de universele beginselen van mensenrechten en de fundamentele beginselen van de Europese Unie als een gemeenschap gebaseerd op gedeelde waarden,

–  gezien de verklaring van 22 augustus 2019 van eerste vicevoorzitter Timmermans en commissaris Jourová voorafgaand aan de pan-Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van alle totalitaire en autoritaire regimes,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties, aangenomen op 10 december 1948,

–  gezien zijn resolutie van 12 mei 2005 over de zestigste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa op 8 mei 1945(1),

–  gezien Resolutie 1481 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 26 januari 2006 over de noodzaak van internationale veroordeling van de misdaden van totalitaire communistische regimes,

–  gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht(2),

–  gezien de Verklaring van Praag over het Europese geweten en het communisme, die op 3 juni 2008 werd aangenomen,

–  gezien de op 23 september 2008 aangenomen verklaring van het Europees Parlement over de proclamatie van 23 augustus als Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme(3),

–  gezien zijn resolutie van 2 april 2009 over het Europese geweten en het totalitarisme(4),

–  gezien het verslag van de Commissie van 22 december 2010 over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa (COM(2010)0783),

–  gezien de conclusies van de Raad van 9 en 10 juni 2011 over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa,

–  gezien de Verklaring van Warschau van 23 augustus 2011 ter gelegenheid van de Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van totalitaire regimes,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de vertegenwoordigers van de regeringen van de EU-lidstaten van 23 augustus 2018 ter herdenking van de slachtoffers van het communisme,

–  gezien zijn op 13 januari 1983 aangenomen historische resolutie over de situatie in Estland, Letland en Litouwen, als reactie op het “Baltisch Appel” van 45 burgers van deze landen,

–  gezien de resoluties en verklaringen over de misdaden van totalitaire communistische regimes die door een aantal nationale parlementen zijn aangenomen,

–  gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het dit jaar 80 jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waarmee een periode van niet eerder gezien menselijk lijden begon en de decennialang durende bezetting van Europese landen werd ingeluid;

B.  overwegende dat de communistische Sovjet-Unie en nazi-Duitsland 80 jaar geleden, op 23 augustus 1939, een niet-aanvalsverdrag ondertekenden, bekend als het Molotov-Ribbentroppact, vergezeld van geheime protocollen, waarin Europa en het grondgebied van onafhankelijke landen tussen deze twee totalitaire regimes werden opgedeeld in belangensferen, hetgeen de weg effende voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog;

C.  overwegende dat het Molotov-Ribbentroppact en het daaropvolgende grens- en vriendschapsverdrag tussen de nazi’s en de Sovjet-Unie van 28 september 1939 de rechtstreekse aanleiding zijn geweest voor de invasie van de Poolse Republiek – eerst door Hitler en twee weken later door Stalin, waardoor de Poolse onafhankelijkheid werd opgeheven en het Poolse volk in een ongeziene tragedie werd gestort – voor het begin op 30 november 1939 van een agressieve oorlog van de communistische Sovjet-Unie tegen Finland, voor de bezetting en annexatie door de Sovjet-Unie in juni 1940 van verschillende delen van Roemenië – gebieden die nooit werden teruggegeven – en voor de gedwongen annexatie door de Sovjet-Unie van de onafhankelijke republieken Litouwen, Letland en Estland;

D.  overwegende dat de nederlaag van het naziregime en het einde van de Tweede Wereldoorlog voor een deel van de Europese landen een periode van naoorlogse heropbouw en een verzoeningsproces inluidde, maar dat andere Europese landen een halve eeuw een dictatuur bleven, sommige rechtstreeks bezet door of onder de rechtstreekse invloed van de Sovjet-Unie, en dat hen hierdoor de kans op vrijheid, soevereiniteit, waardigheid, mensenrechten en sociaal-economische ontwikkeling voor lange tijd werd ontnomen;

E.  overwegende dat de misdaden van het naziregime werden beoordeeld en bestraft tijdens de Processen van Neurenberg, maar dat het nog steeds dringend noodzakelijk is het besef te vergroten van de misdaden van het stalinisme en andere dictaturen en deze te onderwerpen aan morele beoordelingen en juridische onderzoeken;

F.  overwegende dat in sommige lidstaten communistische en nazistische ideologieën bij wet verboden zijn;

G.  overwegende dat de Europese integratie vanaf het begin een reactie vormde op niet alleen het leed dat door de twee wereldoorlogen werd aangericht en op de nazi-tirannie, die tot de Holocaust leidde, maar ook op de expansie van totalitaire en ondemocratische communistische regimes in Midden- en Oost-Europa, en tevens een middel was om de grote verdeeldheid en vijandschap in Europa door samenwerking en integratie te overbruggen, en om oorlog te beëindigen en de democratie in Europa veilig te stellen; overwegende dat de uitbreiding van de EU sinds 2004 voor de Europese landen die onder het juk van de Sovjetbezetting en van communistische dictaturen gebukt zijn gegaan een terugkeer betekent naar de Europese familie waar ze thuishoren;

H.  overwegende dat de herinnering aan Europa's tragische verleden levend moet worden gehouden, teneinde de slachtoffers in ere te houden, de daders te veroordelen, en de basis te leggen voor een verzoening die op de waarheid en herinnering stoelt;

I.  overwegende dat de herdenking van slachtoffers van totalitaire regimes en de erkenning en het besef van de gedeelde Europese erfenis van misdaden die zijn gepleegd door communistische, nazistische en andere dictaturen, van wezenlijk belang zijn voor de eenheid van Europa en zijn volkeren, alsook om Europa weerbaar te maken tegen hedendaagse externe dreigingen;

J.  overwegende dat er 30 jaar geleden, op 23 augustus 1989, naar aanleiding van de 50e verjaardag van het Molotov-Ribbentroppact en de herdenking van de slachtoffers van totalitaire regimes, een ongeziene demonstratie plaatsvond onder de naam “de Baltische Weg”, waarbij twee miljoen Litouwers, Letten en Esten hand in hand gingen staan om een menselijke ketting te vormen van Vilnius, door Riga, tot Tallinn;

K.  overwegende dat op 24 december 1989 het Congres van Volksafgevaardigden van de USSR de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact en andere overeenkomsten met nazi-Duitsland heeft veroordeeld, terwijl de Russische autoriteiten in augustus 2019 hebben ontkend verantwoordelijk te zijn voor die overeenkomst en momenteel de visie naar voren schuiven dat Polen, de Baltische staten en het Westen de eigenlijke aanstokers van de Tweede Wereldoorlog waren;

L.  overwegende dat de herdenking van slachtoffers van totalitaire en autoritaire regimes en de erkenning en het besef van de gedeelde Europese erfenis van misdaden die zijn gepleegd door stalinistische, nazistische en andere dictaturen, van wezenlijk belang zijn voor de eenheid van Europa en zijn volkeren, alsook om Europa weerbaar te maken tegen hedendaagse externe dreigingen;

M.  overwegende dat openlijk radicale, racistische en xenofobe groepen en politieke partijen aanzetten tot haat en geweld in de samenleving, bijvoorbeeld via de online-verspreiding van haatzaaiende uitlatingen, die vaak leiden tot een toename van geweld, vreemdelingenhaat en intolerantie;

1.  herinnert eraan dat krachtens artikel 2 VEU eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de waarden zijn waarop de Unie berust; herinnert eraan dat alle lidstaten deze waarden delen;

2.  benadrukt dat de Tweede Wereldoorlog, de meest verwoestende oorlog in de Europese geschiedenis, is begonnen als onmiddellijk gevolg van het beruchte niet-aanvalsverdrag tussen de nazi’s en de Sovjet-Unie van 23 augustus 1939, ook bekend als het Molotov-Ribbentroppact en zijn geheime protocollen, waarbij twee totalitaire regimes met het oog op de verovering van de wereld, Europa in twee invloedssferen verdeelden;

3.  herinnert eraan dat de regimes van de nazi’s en de communisten massamoorden, genocide en deportaties hebben uitgevoerd en een verlies van levens en vrijheid in de 20e eeuw hebben veroorzaakt op een schaal die nog niet eerder in de menselijke geschiedenis was voorgekomen, en wijst op de weerzinwekkende misdaad van de Holocaust die het naziregime heeft gepleegd; veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de daden van agressie, misdaden tegen de mensheid en de grootschalige mensenrechtenschendingen door de nazistische, communistische en andere totalitaire regimes;

4.  spreekt zijn grote eerbied uit voor elk slachtoffer van deze totalitaire regimes en roept alle EU-instellingen en -actoren op alles in het werk te stellen om te waarborgen dat de weerzinwekkende totalitaire misdaden tegen de menselijkheid en systemisch grove mensenrechtenschendingen niet worden vergeten en voor de rechter worden gebracht, alsook ervoor te zorgen dat dergelijke misdaden nooit meer plaatsvinden; benadrukt dat het belangrijk is de herinnering aan het verleden levend te houden, omdat er geen sprake kan zijn van verzoening zonder herinnering, en herhaalt dat het een gesloten front wil vormen tegen elke vorm van totalitarisme, ongeacht de ideologische achtergrond;

5.  verzoekt alle EU-lidstaten een duidelijk en principieel oordeel te vellen over de misdaden en daden van agressie van de totalitaire communistische regimes en het naziregime;

6.  veroordeelt alle uitingen en verspreiding van totalitaire ideologieën, zoals het nazisme en het stalinisme, in de EU;

7.  veroordeelt het historisch revisionisme en de verheerlijking van nazicollaborateurs in sommige EU-lidstaten; is ernstig bezorgd over de toenemende acceptatie van radicale ideologieën en de terugkeer van fascisme, racisme, vreemdelingenhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid in de Europese Unie, en maakt zich zorgen over berichten uit sommige lidstaten dat politieke leiders, politieke partijen en rechtshandhavingsinstanties contacten onderhouden met de radicale, racistische en xenofobe bewegingen van verschillende politieke kleur; verzoekt de lidstaten dergelijke daden zo krachtig mogelijk te veroordelen, aangezien zij de EU-waarden, van vrede, vrijheid en democratie, ondermijnen;

8.  roept alle lidstaten op 23 augustus te vieren als Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van totalitaire regimes, op zowel EU- als nationaal niveau, en verzoekt het bewustzijn over dit onderwerp te vergroten bij de jongere generatie door de geschiedenis en bestudering van de gevolgen van totalitaire regimes op te nemen in de curricula en handboeken van alle scholen in de EU; dringt er bij de lidstaten op aan de documentatie over het woelige Europese verleden te ondersteunen, bijvoorbeeld door de verslagen van de processen van Neurenberg in alle talen van de EU te vertalen;

9.  dringt er bij de lidstaten op aan om alle vormen van ontkenning van de Holocaust, waaronder het bagatelliseren en minimaliseren van de misdaden die zijn begaan door nazi’s en hun collaborateurs, te veroordelen en te bestrijden, onder meer door het bagatelliseren van de misdaden in het politieke discours en de media te voorkomen;

10.  pleit voor een gemeenschappelijke cultuur van gedenken, waarbij de misdaden van fascistische, stalinistische en andere totalitaire en autoritaire regimes uit het verleden scherp worden afgekeurd om zo weerbaarder te worden tegen moderne dreigingen voor de democratie, met name onder de jongere generaties; spoort de lidstaten aan educatie via de mainstreamcultuur over de diversiteit van onze samenleving en over onze gemeenschappelijke geschiedenis aan te moedigen, inclusief educatie over de wreedheden die zijn begaan in de Tweede Wereldoorlog, zoals de Holocaust, en de stelselmatige en jarenlange ontmenselijking van de slachtoffers;

11.  roept er tevens toe op 25 mei (de dag waarop de Auschwitz-held ritmeester Witold Pilecki werd geëxecuteerd) uit te roepen tot Internationale Dag van helden in de strijd tegen totalitarisme, als blijk van respect voor en om hulde te brengen aan al diegenen die heldhaftigheid en een ware liefde voor de mensheid hebben getoond door zich te verzetten tegen tirannie, alsook om toekomstige generaties een duidelijk voorbeeld te geven van de juiste houding in het geval ze in aanraking komen met de dreiging van totalitaire onderwerping;

12.  verzoekt de Commissie doeltreffende steun te verlenen aan projecten in verband met herinnering en herdenking van de geschiedenis in de lidstaten en aan de activiteiten van het Platform Europese nagedachtenis en Europees geweten, alsook - in het kader van het programma Europa voor de burger - adequate financiële middelen toe te wijzen aan ondersteuning van de nagedachtenis en herdenking van de slachtoffers van totalitarisme, zoals uiteengezet in het standpunt van het Parlement over het programma Rechten en waarden 2021-2027;

13.  geeft aan dat de volkeren van Europa door vrijwillig te kiezen voor de Europese integratie als een model van vrede en verzoening er blijk van hebben gegeven zich te willen inzetten voor een gedeelde toekomst, en dat de Europese Unie een bijzondere verantwoordelijkheid draagt om niet alleen ín, maar ook buíten de Unie de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat te bevorderen en te waarborgen;

14.  wijst erop dat de Oost- en Midden-Europese landen door hun toetreding tot de EU en de NAVO niet alleen zijn teruggekeerd naar de Europese familie van vrije democratische landen, maar ook, met de steun van de EU, hebben blijk gegeven van successen wat betreft hervormingen en sociaal-economische ontwikkeling; benadrukt echter dat deze mogelijkheid open moet blijven staan voor andere Europese landen, zoals bepaald in artikel 49 VEU;

15.  beklemtoont dat Rusland het grootste slachtoffer blijft van het communistische totalitarisme en dat zijn ontwikkeling tot een democratische staat wordt belemmerd zolang de regering, de politieke elite en de politieke propaganda de communistische misdaden blijven goedpraten en het totalitaire regime van de Sovjet-Unie blijven verheerlijken; roept bijgevolg de Russische samenleving op het tragische verleden onder ogen te zien;

16.  is ernstig bezorgd over de pogingen van de huidige leiders in Rusland om historische feiten te verdraaien en misdaden van het totalitaire regime van de Sovjet-Unie goed te praten, en beschouwt deze als een gevaarlijk onderdeel van de informatieoorlog die tegen democratisch Europa wordt gevoerd en erop gericht is Europa te verdelen; verzoekt de Commissie daarom deze pogingen resoluut tegen te gaan;

17.  spreekt zijn bezorgdheid uit dat symbolen van het Sovjetregime nog steeds worden gebruikt in de publieke ruimte en voor commerciële doeleinden en herinnert eraan dat een aantal Europese landen het gebruik van zowel nazistische als communistische symbolen hebben verboden;

18.  merkt op dat de voortdurende aanwezigheid in sommige lidstaten van monumenten en gedenktekens in de publieke ruimte (parken, pleinen, straten enz.) ter verheerlijking van het Sovjetleger – de voormalige bezettingsmacht in die landen – de weg effent om historische feiten over de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog te verdraaien en het totalitaire politieke systeem te propageren;

19.  veroordeelt het feit dat extremistische en xenofobe krachten in Europa steeds vaker hun toevlucht nemen tot verdraaiing van de historische feiten, en gebruikmaken van symbolisme en retoriek die doet denken aan aspecten van totalitaire propaganda, waaronder racisme, antisemitisme en haat jegens seksuele en andere minderheden;

20.  dringt er bij de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat zij aan de bepalingen van het kaderbesluit van de Raad voldoen, om organisaties te bestrijden die in de publieke ruimte en online haatzaaiende taal en geweld verspreiden, en neofascistische en neonazistische groeperingen en andere stichtingen of verenigingen die nazisme en fascisme of enige andere vorm van totalitarisme loven en verheerlijken, doeltreffend te verbieden, waarbij de nationale rechtsorde en jurisdictie worden geëerbiedigd;

21.  beklemtoont dat Europa’s tragische verleden als morele en politieke inspiratie moet blijven dienen bij het aanpakken van de uitdagingen waarvoor de wereld van vandaag ons stelt, waaronder de bestrijding van ongelijkheid in de wereld, het tot stand brengen van open en verdraagzame samenlevingen en gemeenschappen waarin etnische, religieuze en seksuele minderheden niet worden buitengesloten, en het creëren van omstandigheden waarin eenieder de vruchten kan plukken van de Europese waarden;

22.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Russische Doema en de parlementen van de landen van het Oostelijk Partnerschap.

(1) PB C 92 E van 20.4.2006, blz. 392.
(2) PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55.
(3) PB C 8 E van 14.1.2010, blz. 57.
(4) PB C 137 E van 27.5.2010, blz. 25.

Laatst bijgewerkt op: 20 september 2019Juridische mededeling