Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2882(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0117/2019

Ingediende teksten :

B9-0117/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/10/2019 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0048

Aangenomen teksten
PDF 133kWORD 46k
Donderdag 24 oktober 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Stand van zaken in verband met de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren - openbare verslaglegging per land
P9_TA-PROV(2019)0048B9-0117/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 24 oktober 2019 over de stand van zaken betreffende het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren (2016/0107(COD)), de zogeheten openbare verslaglegging per land (2019/2882(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren (COM(2016)0198), dat op 12 april 2016 door de Commissie is gepresenteerd, de zogeheten openbare verslaglegging per land,

–  gezien zijn op 4 juli 2017 goedgekeurde amendementen op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren(1),

–  gezien zijn standpunt van 27 maart 2019 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren(2),

–  gezien artikel 294, leden 2 en 3, en artikel 50, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0146/2016),

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken van januari 2017 inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–  gezien zijn vraag met verzoek om mondeling antwoord aan de Raad van 6 februari 2018(3),

–  gezien de hoorzittingen van de voorgedragen uitvoerend vicevoorzitters van de Europese Commissie, Valdis Dombrovskis(4) en Margrethe Vestager(5),

–  gezien Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, de zogeheten vierde richtlijn kapitaalvereisten (RKV IV)(6),

–  gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat artikel 50, lid 1, VWEU de rechtsgrond vormt voor het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren, de zogeheten openbare verslaglegging per land;

B.  overwegende dat het Parlement reeds op 4 juli 2017 aan zijn rapporteurs een mandaat heeft gegeven om op basis van een gezamenlijk verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie juridische zaken de interinstitutionele “trialoog” te openen;

C.  overwegende dat een technisch rijpe compromistekst het niveau van het Coreper nog niet heeft bereikt, ondanks 18 vergaderingen van werkgroepen en attachés bij de Raad tijdens de vorige voorzitterschappen van de Raad; overwegende dat de Raad bijgevolg nog geen trialoogonderhandelingen is aangegaan;

D.  overwegende dat het Parlement zijn standpunt in eerste lezing uiteindelijk op 27 maart 2019, voor het einde van de vorige zittingsperiode, heeft vastgesteld;

E.  overwegende dat de lidstaten krachtens artikel 89 van de vierde richtlijn kapitaalvereisten, die het Europees Parlement en de Raad reeds in 2013 hebben aangenomen, van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen moeten verlangen dat zij jaarlijks, op geconsolideerde basis voor het boekjaar, uitgesplitst naar lidstaat en naar derde land waarin zij een vestiging hebben, informatie verstrekken over onder meer de aard en de geografische locatie van de activiteiten, de omzet, het aantal werknemers, de winst of het verlies vóór belasting, de belasting over winst of verlies en de ontvangen overheidssubsidies;

1.  verzoekt de lidstaten met klem de impasse in de Raad te doorbreken en hun eerste lezing van het voorstel betreffende de openbare verslaglegging per land af te ronden en interinstitutionele onderhandelingen met het Parlement aan te knopen om het wetgevingsproces zo spoedig mogelijk te voltooien en het beginsel van loyale samenwerking, zoals neergelegd in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), te eerbiedigen;

2.  dringt er ten stelligste bij het Finse voorzitterschap op aan om op basis van het standpunt in eerste lezing van het Parlement opnieuw werk te maken van het voorstel betreffende de openbare verslaglegging per land en dit met prioriteit te behandelen, zodat het Coreper er zich kan over uitspreken;

3.  is ingenomen met het feit dat de nieuwe Commissie haar volledige steun heeft uitgesproken voor een snelle goedkeuring van het voorstel betreffende de openbare verslaglegging per land;

4.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0284.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0309.
(3) O-000015/2018 (B8-0013/2018).
(4) Volledig verslag van de hoorzitting: https://www.europarl.europa.eu/resources/library/media/20191008RES63730/20191008RES63730.pdf.
(5) Volledig verslag van de hoorzitting: https://www.europarl.europa.eu/resources/library/media/20191009RES63801/20191009RES63801.pdf.
(6) PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338.

Laatst bijgewerkt op: 25 oktober 2019Juridische mededeling